Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Werktijdenregeling Gemeente Zaanstad
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Werktijdenregeling

Wijzigingen in de Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Zaanstad (AGZ) als gevolg van de LOGA circulaire ECCVA/U201300476 van 4 juli 2013

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad;

gelet op artikel 160, lid 1 sub c van de Gemeentewet

besluit vast te stellen de volgende wijzigingen van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Zaanstad:

Werktijdenregeling Gemeente Zaanstad

Deze regeling is een nadere uitwerking van de werktijdenregeling in hoofdstuk 3 en 4 AGZ. Daarnaast zijn in de “Regeling en nota flexibele invulling 36-urige werkweek” afspraken vastgelegd over het opbouwen van compensatie-uren.

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

  • 1.

    AGZ: De Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Zaanstad.

  • 2.

    Bloktijd: De tijden waarbinnen bij een bepaalde afdeling een minimale bezetting geldt.

  • 3.

    Dagvenster;Het deel van de dag dat geldt als kader voor de gebruikelijke werktijden.

  • 4.

    Feitelijke arbeidsduur: Het aantal uren dat de medewerker in een bepaalde periode arbeid heeft verricht.

  • 5.

    Formele arbeidsduur: De volgens de aanstelling vastgestelde omvang van het aantal uren dat de medewerker in een bepaalde periode arbeid moet verrichten.

  • 6.

    Medewerker: De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, sub a van de AGZ, alsmede uitzendkrachten, detacheringskrachten, stagiaires en personen die anderszins werkzaam zijn bij de werkgever.

  • 7.

    Pauze: Een onderbreking van het werk, welke niet als werktijd wordt gerekend.

  • 8.

    Plusuren: Het verschil tussen de formele arbeidsduur en de feitelijke arbeidsduur in een bepaalde periode.

  • 9.

    Werkgever: Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Zaanstad.

  • 10.

    Werktijd: De periode tussen vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de medewerker arbeid moet worden verricht.

Artikel 2 Toepassingsbereik
  • 1. De werktijdenregeling is van toepassing op alle medewerkers. De regeling bestaat uit een standaard- en een bijzondere regeling.

  • 2. De standaardregeling (paragraaf 2) geldt voor de medewerkers die zelf regelruimte hebben bij het bepalen van hun werktijden.

  • 3. De bijzondere regeling (paragraaf 3), als bedoeld in hoofdstuk 4, paragraaf 2 van de AGZ, is van toepassing op medewerkers die op wisselende tijden volgens rooster werken, waarvoor de individuele werktijden eenzijdig door de werkgever worden vastgesteld. De werkgever bepaalt welke functiegroep(en) onder de bijzondere regeling vallen. In Bijlage A van deze regeling zijn functies opgenomen die op datum inwerkingtreding van deze regeling onder de bijzondere regeling vallen.

  • 4. Voor alle medewerkers is de Arbeidstijdenwet van toepassing, met uitzondering waar in de AGZ is afgeweken. De Arbeidstijdenwet bevat algemene bepalingen over werktijden en pauzes, en specifieke bepalingen voor medewerkers jonger dan 18 jaar en vrouwelijke medewerkers die zwanger of pas bevallen zijn.

Paragraaf 2 De Standaardregeling

Artikel 3 Basisafspraken werktijden
  • 1. De medewerker die onder de standaardregeling valt, maakt met zijn leidinggevende basisafspraken over de invulling van zijn werktijden binnen het dagvenster dat loopt van maandag tot en met vrijdag 07.00 uur tot 22.00 uur. Uitgangspunten hierbij zijn:

    • -

      een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering;

    • -

      een goede procesgang van de werkzaamheden op de afdeling

    • -

      bereikbaarheid voor interne en externe klanten en;

    • -

      een optimale samenwerking op en tussen de afdelingen;

    • -

      de persoonlijke omstandigheden van de medewerker, voorzover dit redelijkerwijs mogelijk is.

  • 2. Het maken van basisafspraken over de werktijden, verlof en werkplanning van een medewerker vormt een vast gespreksonderwerp tijdens de gesprekken in het kader van de cyclus functioneren- en beoordelen (“de RGA-cyclus”). Gemaakte afspraken worden vastgelegd. Zonodig worden de afspraken tussentijds in overleg bijgesteld.

Artikel 4 Plusuren
  • 1. De medewerker maakt over de opbouw en opname van plusuren afspraken met zijn leidinggevende.

  • 2. Wanneer de medewerker plusuren opbouwt, dan compenseert hij deze uren op korte termijn, maar uiterlijk binnen drie maanden na opbouw. Bij seizoensgebonden pieken in het werk kan van deze termijn op afdelingsniveau vooraf worden afgeweken.

Artikel 5 Buitendagvenster- en beschikbaarheidsvergoeding
  • 1. De medewerker kan conform de bepaling van artikel 3:8 AGZ aanspraak maken op een buitendagvenstervergoeding.

  • 2. De medewerker kan conform de bepalingen van artikel 3:3A AGZ en artikel 21 Bezoldigingsverordening aanspraak maken op een beschikbaarheidsvergoeding.

Paragraaf 3 De bijzondere regeling

Artikel 6 Bijzondere regeling
  • 1. De bijzondere regeling is van toepassing op medewerkers die werkzaam zijn in de in bijlage A opgenomen functiegroep(en) en functies.

  • 2. De leidinggevende stelt voor deze groep eenzijdig de individuele werktijden vast conform artikel 4:4 AGZ.

  • 3. De werkgever, vertegenwoordigd door de directeur, kan de in de bijlage A genoemde functies/functiegroep(en) wijzigen.

  • 4. Medewerkers in de bijzondere regeling kunnen conform de bepalingen in de AGZ en de Bezoldigingsverordening aanspraak maken op de overwerkvergoeding (artikel 3:2 AGZ en artikel 19 Bezoldigingsverordening), toelage onregelmatige dienst (artikel 3:3 AGZ en artikel 20 Bezoldigingsverordening), beschikbaarheidsvergoeding (artikel 3:3A AGZ en artikel 21 Bezoldigingsverordening) en verschuivingsvergoeding (artikel 3:4 AGZ).

Paragraaf 4 Rol ondernemingsraad

Artikel 7

De werkgever evalueert jaarlijks met de ondernemingsraad het proces rondom flexibilisering van de werktijden en de ondernemingsraad heeft de mogelijkheid verbetervoorstellen in te dienen.

Paragraaf 5 Slotbepalingen

Artikel 8 Hardheidsclausule

In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever, vertegenwoordigd door de directeur, een bijzondere voorziening treffen.

Artikel 9 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als de “Werktijdenregeling gemeente Zaanstad”.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 2 juni 2014 en wordt gepubliceerd in het Gemeentebald.

BIJLAGE A

De werkgever heeft conform artikel 6 lid 3 van de Werktijdenregeling gemeente Zaanstad vastgesteld dat de bijzondere regeling van toepassing is op de volgende functies en functiegroepen:

  • -

    junior medewerker Handhaving (Straattoezicht)

  • -

    medior medewerker Handhaving (Straattoezicht)

  • -

    senior medewerker Handhaving (Straattoezicht)

  • -

    Havenbeambte

  • -

    Operator vaarwegen

  • -

    Medewerker wijkonderhoud 1 t/m 4

  • -

    Stedelijk onderhoud medewerker 1 t/m 4

  • -

    Allround vakmedewerker bouwkunde

  • -

    Medewerker klantcontact Burgerzaken

  • -

    Medewerker klantcontact callcenter

  • -

    Servicemedewerker klantcontact