Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Verordening speelautomatenhallen gemeente Zaanstad – 2019
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening speelautomatenhallen gemeente Zaanstad – 2019

De gemeenteraad van Zaanstad,

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 30c van de Wet op de kansspelen,

besluit:

Tot het vaststellen van de Verordening Speelautomatenhallen gemeente Zaanstad - 2019.

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • a.

    de Wet: de Wet op de kansspelen;

  • b.

    de Wet Bibob: de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

  • c.

    Speelautomatenbesluit: Speelautomatenbesluit 2000;

  • d.

    speelautomaat: een toestel ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

  • e.

    behendigheidsautomaat: een toestel waarvan het speelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde spelduur of het recht op gratis spellen, en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt;

  • f.

    kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is;

  • g.

    speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van kansspelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet;

  • h.

    exploitant: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

  • i.

    beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast, ook wel leidinggevende genoemd.

  • j.

    de raad: de gemeenteraad van Zaanstad.

  • k.

    aanwezigheidsvergunning: de vergunning tot het aanwezig hebben van kansspelautomaten zoals bedoeld in Titel VA, paragraaf 2, van de Wet.

Artikel 2. Vergunning exploiteren speelautomatenhal

  • 1.

    Het exploiteren van een speelautomatenhal is verboden zonder vergunning van de burgemeester.

  • 2.

    De vergunning is zowel locatie- als persoonsgebonden en niet overdraagbaar.

  • 3.

    De vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal valt onder het toepassingsbereik van de Wet Bibob.

Artikel 3. Aantal speelautomaten binnen speelautomatenhal

De burgemeester verleent op grond van artikel 30b van de Wet ook de aanwezigheidsvergunning speelautomaten. Rekening houdend met de oppervlakte van de speelautomatenhal, kan er per speelhal voor maximaal 375 automaten een aanwezigheidsvergunning worden verleend.

Artikel 4. Maximumstelsel

  • 1.

    De burgemeester verleent maximaal twee vergunningen voor de exploitatie van een speelautomatenhal.

  • 2.

    Een vergunning zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening kan alleen worden verleend indien het maximum aantal van twee vergunningen voor de exploitatie van een speelautomatenhal nog niet is bereikt en er geen verdere gegadigden zijn, of wanneer de aanvrager na het doorlopen van de Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning speelautomatenhal – 2019 in aanmerking komt voor het aanvragen van een vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal.

Artikel 5. Verdeling schaarse vergunningen

Verdeling van een vrijgekomen vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal zal overeenkomstig het bepaalde in de ‘Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning speelautomatenhal – 2019’ geschieden.

Artikel 6. Looptijd exploitatievergunning speelautomatenhal

  • 1.

    De vergunning wordt verleend voor een periode van vijftien jaar.

  • 2.

    Na afloop van deze termijn komt de vergunning opnieuw beschikbaar en zal er een nieuwe aanvraag- en selectieprocedure worden opgestart.

Artikel 7. Vergunningvoorschriften

  • 1.

    Aan de vergunning worden voorschriften verbonden. Deze hebben in ieder geval betrekking op:

    • a.

      de sluitingstijden van de speelautomatenhal;

    • b.

      het toezicht in de speelautomatenhal;

    • c.

      de toegangs- en leeftijdscontrole van de speelautomatenhal;

    • d.

      de wijze waarop de exploitant gokverslaving dient te voorkomen en bestrijden;

    • e.

      de wijze waarop de exploitant overlast vanuit en rondom de speelautomatenhal dient te voorkomen.

  • 2.

    De burgemeester kan, als hij dat in het belang van woon- en leefsituatie rondom de hal noodzakelijk acht, in de vergunning het maximaal aantal toegestane spelersplaatsen vermelden.

Artikel 8. Weigeringsgronden

  • 1.

    De vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal wordt in ieder geval geweigerd, indien:

    • a.

      het maximaal aantal af te geven vergunningen voor het exploiteren van een speelautomatenhal reeds is verleend;

    • b.

      de exploitant reeds een speelautomatenhal binnen de gemeente Zaanstad exploiteert;

    • c.

      de aanwezigheidsvergunning is geweigerd;

    • d.

      de exploitant of de beheerder(s) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt;

    • e.

      de exploitant of de beheerder(s) van de speelautomatenhal niet voldoet (voldoen) aan de eisen gesteld in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit;

    • f.

      de exploitant dan wel, indien de exploitant een rechtspersoon is, degene(n) die de onderneming vertegenwoordigt en de beheerder(s) niet beschikken over een geldig ‘GGZ Nederland certificaat verslavingsproblematiek voor speelautomatencentra’;

    • g.

      de aanwezigheid van een speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig beïnvloed;

    • h.

      het geldende bestemmingsplan of de geldende beheersverordening geen speelautomatenhal op de betreffende locatie toestaat en er geen omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kan worden verleend.

  • 2.

    De vergunning kan ook worden geweigerd indien toepassing van de Wet Bibob hier aanleiding toe geeft.

Artikel 9. Wijziging beheerder

  • 1.

    Indien een beheerder zijn hoedanigheid heeft verloren, dient de exploitant een aanvraag tot wijziging van het beheer in te dienen.

  • 2.

    Indien er bij deze wijziging tevens sprake is van een nieuwe beheerder dient bij de aanvraag tot wijziging het certificaat als genoemd in artikel 7, eerste lid, onder d te worden overgelegd, evenals een arbeidsovereenkomst afgesloten tussen de exploitant en de beheerder van de hal en een kopie legitimatiebewijs van de nieuwe beheerder.

  • 3.

    De exploitatievergunning vervalt indien geen aanvraag tot wijziging van het beheer is ingediend binnen 12 weken na het verlies van de hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid.

  • 4.

    Indien de exploitatievergunning ingevolge het derde lid vervalt, zal de burgemeester toepassing geven aan de uitvoering van de procedure als bedoeld in artikel 4.

Artikel 10. Intrekkingsgronden

  • 1.

    De burgemeester trekt de vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal in indien:

    • a.

      de aanwezigheidsvergunning is ingetrokken.

    • b.

      de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als in artikel 8, eerste lid, onder g.

  • 2.

    De burgemeester kan de vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal intrekken indien:

    • a.

      de gegevens, die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt, onjuist of onvolledig blijken te zijn;

    • b.

      de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan 12 weken wordt onderbroken;

    • c.

      gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    • d.

      gehandeld wordt in strijd met in deze verordening gestelde regels;

    • e.

      de exploitant en/of beheerder toelaat of gedoogd dat in de speelautomatenhal strafbare en/of beboetbare feiten worden gepleegd;

    • f.

      toepassing van de Wet Bibob hier aanleiding toe geeft.

Artikel 11. Strafbepaling en handhaving

  • 1.

    Overtreding van het bepaalde in artikel 2 van deze verordening wordt bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  • 2.

    Voor handhaving van de overige in deze verordening gestelde bepalingen en voorschriften kan respectievelijk bestuursdwang worden toegepast dan wel een dwangsom worden opgelegd. Daarnaast is op grond van artikel 35c van de Wet in sommige gevallen de burgemeester bevoegd om een bestuurlijke boete op te leggen.

Artikel 12. Toezicht

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast: de als buitengewoon opsporingsambtena(a)r(en) beëdigde ambtenaren zoals bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering.

  • 2.

    Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van de burgemeester aangewezen personen.

Artikel 13. Overgangsbepaling

  • 1.

    De vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal afgegeven voor onbepaalde tijd aan de huidige exploitanten wordt na inwerkingtreding van dit beleid ingetrokken. Gelijktijdig wordt aan deze exploitanten, in het kader van het overgangsrecht, een exploitatievergunning verleend met een looptijd van vijftien jaar.

  • 2.

    Na afloop van de termijn als bedoeld in het eerste lid komen de vergunningen beschikbaar en zal de aanvraag- en selectieprocedure, zoals bedoeld in artikel 5, worden gevolgd.

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Speelautomatenhallen gemeente Zaanstad - 2019.

Artikel 15. Bekendmaking

Dit beleid zal worden bekendgemaakt door plaatsing in het Gemeenteblad en publicatie op overheid.nl.

Artikel 16. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.

  • 2.

    Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening Speelautomaten (gepubliceerd Gemeenteblad 2001, nr. 10) ingetrokken.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 september 2019

voorzitter,

raadsgriffier,

Algemene toelichting

1. Wet op de kansspelen

De Wet, en meer specifiek Titel Va, regelt het systeem van toelatings-, exploitatie- en aanwezigheidsvergunningen waarmee het exploiteren van kansspelautomaten mogelijk wordt gemaakt. Grote lokale verschillen laat de Wet niet toe. In één opzicht wordt aan gemeenten echter wel een aanmerkelijke beleidsvrijheid gegeven. De raad bezit namelijk op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b van de Wet de vrijheid om bij verordening te bepalen of, en zo ja hoeveel, exploitanten van speelautomatenhallen binnen de gemeente een vergunning van de burgemeester kunnen krijgen. Maakt de raad geen gebruik van haar verordenende bevoegdheid dan heeft dit tot gevolg dat de burgemeester voor de exploitatie van een speelautomatenhal geen vergunning kan verlenen. Dit komt neer op een algeheel verbod van speelautomatenhallen binnen een gemeente.

2. Verordening

De raad kan bepalingen over het vestigen en exploiteren van een speelautomatenhal opnemen in de Algemene plaatselijke verordening of een aparte verordening speelautomatenhallen vaststellen. In Zaanstad is voor dat laatste gekozen.

Bij het vaststellen van de verordening in 2001 heeft de raad van Zaanstad ervoor gekozen om de exploitatie van maximaal twee speelautomatenhallen toe te staan binnen de gemeentegrenzen. Dit aantal blijft ongewijzigd in deze nieuwe verordening.

3. Vergunningensysteem

De verordening berust op een driedelig, onderling verbonden vergunningensysteem, waarbij alleen toegelaten speelautomaten in de handel mogen worden gebracht, geëxploiteerd en in de daartoe aangewezen inrichtingen worden opgesteld.

Naast de exploitatievergunning (per automaat) van de Kansspelautoriteit heeft een exploitant nog twee kansspelgerelateerde vergunningen nodig om in een gemeente een speelautomatenhal, te kunnen exploiteren. Het gaat om de vergunning voor het exploiteren van de speelautomatenhal en de aanwezigheidsvergunning voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten ín de speelautomatenhal. De vergunningen kunnen gelijktijdig door de burgemeester worden verleend en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De Wet regelt vrijwel niets met betrekking tot de vergunning tot het exploiteren van een speelautomatenhal, dit is voorbehouden aan de gemeentelijke regelgever. Daarentegen zijn voor de aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten wel weigerings- en intrekkingsgronden in de wet opgenomen. Van belang is om te vermelden dat de aanwezigheidsvergunning moet worden ingetrokken indien de exploitant niet beschikt over een rechtsgeldige vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal (artikel 30f, eerste lid, onder b) en vice versa (artikel 10, eerste lid, onder a verordening).

Naast de drie genoemde vergunningen moet elke in Nederland opgestelde automaat zijn toegelaten middels een modeltoelating. Dit is te controleren middels het merkteken op de automaat.

Voorheen werd aan de exploitant van een speelautomatenhal ook een horeca-exploitatievergunning verleend. Omdat de bepalingen waaraan de exploitant op grond van beide exploitatievergunningen moest voldoen overlappen, en de horeca in de speelautomatenhallen slechts wordt gezien als een nevenactiviteit als bedoeld in artikel 2:28 zesde lid van de APV, is ervoor gekozen om aan de exploitanten van speelautomatenhallen voortaan één exploitatievergunning te verstrekken, te weten de vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal.

4. Vergunning exploiteren speelautomatenhal

Het motief dat aan dit vergunningvereiste ten grondslag ligt is de openbare orde, meer in het bijzonder de woon- en leefsituatie, te beschermen. De bevoegdheid van de raad om geen speelautomatenhallen in de gemeente toe te laten door het vaststellen van de onderhavige verordening achterwege te laten impliceert ook de bevoegdheid het aantal te beperken tot een maximum.

Zowel de Kansspelautoriteit als de gemeente verleent aan de exploitant van een speelautomatenhal een exploitatievergunning. Om verwarring te voorkomen welke vergunning wordt bedoeld, wordt in deze verordening telkens voluit gesproken over een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal. Wanneer het gaat om een vergunning van de Kansspelautoriteit voor het exploiteren van de automaat wordt gesproken van een exploitatievergunning.

5. Voorschriften verbonden aan vergunning

De burgemeester heeft de bevoegdheid om zowel aan de vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal als aan de aanwezigheidsvergunning voorschriften te verbinden. De raad kan in de verordening nadere regels stellen met betrekking tot de aan de vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal te verbinden voorschriften. De strekking hiervan is dat de raad, daar waar de burgemeester de bevoegdheid heeft de vergunning tot het exploiteren van een speelautomatenhal af te geven, eerst bevoegd is om voorschriften te stellen voor het beleid dat de burgemeester mag voeren.

6. Handhaving

De Kansspelautoriteit is op grond van de Wet aangewezen als toezichthouder op de kansspelsector. De Kansspelautoriteit heeft als doel kansspelverslaving te voorkomen, consumenten te beschermen en informeren en illegaliteit en criminaliteit tegen te gaan. Zij moet zorgen voor een betrouwbaar aanbod van kansspelen in een veilige omgeving. Dit doet de Kansspelautoriteit door:

  • -

    het houden van toezicht op het naleven van kansspelregelgeving en het handhaven hiervan;

  • -

    het beslissen over aanvragen om vergunningen voor kansspelen;

  • -

    het bevorderen van het voorkomen en beperken van kansspelverslaving;

  • -

    het geven van voorlichting en informatie.

De handhavingsparagraaf van de Wet (Titel VIb) geeft aan wanneer de Kansspelautoriteit bestuursdwang kan toepassen of een bestuurlijke boete kan opleggen.

Titel VA paragraaf 2 valt echter niet onder de bestuursdwangbevoegdheid van de Kansspelautoriteit maar van de burgemeester. In de Horeca sanctiestrategie (onderdeel van de Horeca sanctiestrategie en Sluitingenbeleid Zaanstad) wordt concreet aangegeven hoe deze bevoegdheid wordt ingevuld voor enkele overtredingen ten aanzien van de aanwezigheidsvergunning binnen deze paragraaf van de Wet. Dit zijn met name de overtredingen die in de reguliere horeca plaatsvinden.

De Wet geeft daarnaast in artikel 35c aan voor welke overtredingen niet de Kansspelautoriteit maar de burgemeester een bestuurlijke boete kan opleggen. In de Horeca sanctiestrategie is in principe gekozen voor andere vormen van bestuursrechtelijk handhaven door de gemeente (waarschuwing, last onder dwangsom, last onder bestuursdwang, intrekking vergunning). Dat neemt niet weg dat de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete voor bepaalde overtredingen blijft bestaan.

Voor het handhaven van overtreding van de bepalingen ten aanzien van de vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal wordt de lijn van de Horeca sanctiestrategie gevolgd waar deze ziet op gelijksoortige overtredingen van de APV-bepalingen die zich richten tot horecabedrijven.

Daarnaast zijn de bepalingen uit de APV (gebaseerd op artikel 174 Gemeentewet), die zien op het sluiten van voor publiek toegankelijke gebouwen, inrichtingen of ruimten, ook op speelautomatenhallen van toepassing. De Beleidsregels sluitingen publiek toegankelijke gebouwen (eveneens onderdeel van de Horeca sanctiestrategie en Sluitingenbeleid Zaanstad) zijn hier dan ook op van toepassing.

Tot slot is de Algemene wet bestuursrecht wat betreft het toepassen van bestuursdwang van overeenkomstige toepassing. In het kader van de vraag welk orgaan bevoegd is tot het doen uitgaan van een bestuursdwangaanschrijving tot sluiting van een speelautomatenhal en tot het verwijderen van speelautomaten, oordeelde de rechter als volgt: ‘Blijkens het bepaalde in artikel 221 (oud; tegenwoordig artikel 174) van de Gemeentewet is de burgemeester belast met de zorg voor het toezicht op onder meer alle voor het publiek openstaande gebouwen en samenkomsten alsmede op openbare vermakelijkheden.

Bedoeld toezicht strekt zich naar het oordeel van de Afdeling mede uit tot het verrichten van uitvoeringshandelingen die daarmee samenhangen. Tot die uitvoeringshandelingen kan een aanzegging van bestuursdwang als de onderhavige worden gerekend. Uit de Memorie van Toelichting komt naar voren dat ook de wetgever ervan uitgaat dat het tot de taak van de burgemeester behoort op grond van artikel 221 van de Gemeentewet toezicht uit te oefenen op plaatsen en gelegenheden waar speelautomaten staan opgesteld.

Met deze uitspraken zijn de zelfstandige bestuursdwangbevoegdheid en de uitvoeringsbevoegdheid aan elkaar gekoppeld en bij de burgemeester neergelegd.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begripsbepalingen

Geen nadere toelichting vereist.

Artikel 2. Vergunning exploiteren speelautomatenhal

In artikel 30c lid 1 onder b van de Wok wordt bepaald dat het exploiteren van een speelautomatenhal krachtens een vergunning van de burgemeester bij gemeentelijke verordening is toegestaan.

In deze verordening wordt benadrukt dat de vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal persoons-, en locatiegebonden is, en daarmee niet overdraagbaar. Dat betekent bijvoorbeeld dat indien een speelautomatenhal wordt overgenomen of verplaatst, er altijd een nieuwe aanvraag voor een vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal gedaan dient te worden. Dit in verband met de toets die heeft plaatsgevonden met betrekking tot onder andere de persoon van de exploitant of, indien er sprake is van een locatiewijziging, het woon- en leefklimaat en de openbare orde.

Deze aanvraag zal dan niet zonder meer worden verleend, omdat de vrijgekomen vergunning conform de aanvraag- en selectieprocedure moet worden verdeeld. Dit houdt in dat elke gegadigde op dat moment middels loting in staat wordt gesteld mee te dingen naar de vrijgekomen vergunning.

De vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal valt onder het toepassingsbereik van de Wet Bibob. Dit houdt in dat een Bibob-toets onderdeel uitmaakt van de vergunningverleningsprocedure. Dit komt tevens tot uiting in de weigerings- en intrekkingsgronden.

Artikel 3. Aantal speelautomaten binnen speelautomatenhal

Op grond van artikel 30c lid 2 van de Wet dient in de verordening het maximum aantal toegestane speelautomaten in een speelautomatenhal te worden vermeld. Dit was nog niet eerder in de verordening opgenomen. Er is voor gekozen om aan te sluiten bij het huidige maximum op basis van de bestaande aanwezigheidsvergunning die de meeste automaten toestaat.

Artikel 4. Maximumstelsel

Sinds het vaststellen van de Verordening Speelautomaten in 2001 is er een maximumaantal van twee speelautomatenhallen toegestaan binnen de gemeente Zaanstad. Dit aantal blijft ongewijzigd.

Artikel 5. Verdeling schaarse vergunningen

Op grond van rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gelden voor de verdeling van schaarse vergunningen, zoals de vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal, specifieke normen. Zo dient het verdelende bestuursorgaan met het oog op het creëren van een gelijk speelveld voldoende mededingingsruimte te creëren door alle potentiële gegadigden gelijke kansen te bieden om in aanmerking te komen voor deze vergunningen. Ook is het verdelende bestuursorgaan verplicht om een passende mate van openbaarheid te verzekeren als het gaat om de wijze waarop de beschikbare schaarse vergunningen worden verdeeld en verleend. Hiertoe is de Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning speelautomatenhal - 2019 opgesteld. Deze treedt gelijktijdig met deze verordening in werking.

Artikel 6. Looptijd exploitatievergunning speelautomatenhal

De vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal wordt op grond van deze verordening verleend met een looptijd van vijftien jaar. Nadat de vergunningstermijn is verlopen zal de vrijgekomen vergunning worden verdeeld conform de aanvraag- en selectieprocedure.

Een beperkte looptijd is een eis die voortvloeit uit recente rechtspraak (o.a. ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, Speelautomatenhal Vlaardingen). In verband met het creëren van voldoende mededingingsruimte mag de looptijd van een schaarse vergunning niet buitensporig lang zijn. Met de vastgestelde termijn van vijftien jaar wordt enerzijds voldoende rekening gehouden met de hoge investeringskosten die vereist zijn voor het kunnen openen van een speelautomatenhal, het aangaan van een huurovereenkomst voor de hal en rechtszekerheid voor het personeel. Anderzijds wordt de vergunninghouder door deze looptijd niet onevenredig bevoordeeld ten opzichte van andere gegadigden.

Artikel 7. Vergunningvoorschriften

De voorschriften aan de vergunning op grond van het eerste lid zien specifiek op het exploiteren van een speelautomatenhal. Aangezien een exploitant ook altijd een aanwezigheidsvergunning voor de kansspelautomaten nodig heeft om te kunnen exploiteren, zullen voorschriften die in de aanwezigheidsvergunning worden opgenomen hier in principe niet nogmaals worden gesteld.

In het tweede lid wordt bepaald dat de burgemeester in de vergunning het aantal toegestane spelersplaatsen kan vermelden indien dit in het belang van de woon- en leefsituatie of het reguleren van bezoekersstromen nodig wordt geacht. Dit bijvoorbeeld naar aanleiding van signalen van de politie en/of de gemeentelijke handhavers. In artikel 3 van de verordening is het aantal toegestane kansspelautomaten op 375 bepaald. Kansspelautomaten zijn echter te onderscheiden in zogenoemde enkel- of meerspelers. Aan meerspelers (TS- en TK –type automaten) kunnen meerdere personen tegelijk spelen. Dit kunnen bijvoorbeeld twee spelersplaatsen, maar ook tien of meer spelersplaatsen zijn. Op deze manier is het mogelijk om een veelvoud aan bezoekers te laten spelen ten opzichte van het aantal opgestelde automaten.

(nb. aan een kansspelautomaat bestemd voor de horeca (TH-type) kan maar één speler tegelijk aan het spel deelnemen. Hier is dus altijd sprake van één spelersplaats.)

Artikel 8. Weigeringsgronden

De weigeringsgronden in het eerste lid zien specifiek op het exploiteren van een speelautomatenhal. Aangezien onder sub c als weigeringsgrond is opgenomen dat een exploitant ook altijd een aanwezigheidsvergunning voor de kansspelautomaten nodig heeft om te kunnen exploiteren zullen de weigeringsgronden die in de aanwezigheidsvergunning worden opgenomen hier niet nogmaals worden gesteld. De weigering op grond van openbare orde is om die reden bijvoorbeeld niet opgenomen in de verordening. De Wet noemt dit criterium namelijk al als weigeringsgronden voor een aanwezigheidsvergunning van kansspelautomaten.

Indien de burgemeester een vergunning weigert op grond van sub g van het eerste lid van dit artikel dan zal de burgemeester moeten motiveren dat hierbij rekening is gehouden met:

  • a.

    het karakter van de straat en de wijk, waarin de speelautomatenhal zal zijn gelegen;

  • b.

    de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de speelautomatenhal.

Artikel 9. Wijziging beheerder

Indien de exploitant een beheerder verliest, hetzij door overlijden, hetzij door vertrek, hoeft de exploitant niet te stoppen met de bedrijfsuitoefening, indien binnen de aangegeven termijn en op de juiste wijze een aanvraag wordt ingediend tot wijziging van het beheer.

Artikel 10. Intrekkingsgronden

In het eerste lid worden de gevallen vermeldt waarbij de burgemeester tot intrekking van de vergunning moet overgaan en hem dus geen beleidsvrijheid toekomt. Het tweede lid vermeldt de gevallen waarin de burgemeester kan beslissen om de vergunning in te trekken, hier is wel sprake van beleidsvrijheid.

Artikel 11. Strafbepaling en handhaving

Op de overtreding van een verbodsbepaling uit een gemeentelijke verordening is in de Wet geen directe strafsanctie gesteld zodat de raad op grond van artikel 154 Gemeentewet op overtreding van zijn verordening zelf een strafsanctie kan stellen. Deze strafbaarstelling kan ook worden opgenomen indien het een medebewindsverordening betreft. Artikel 154 bepaalt dat de raad op grond van haar verordende bevoegdheid bij overtreding van wat bij verordening is geregeld, geen andere of zwaardere straffen kan stellen dan een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Dit is in de verordening opgenomen voor wat betreft de overtreding van artikel 2.

Voor het overige wat in de verordening is bepaald bestaat bij overtreding de mogelijkheid tot bestuursrechtelijke handhaving.

Krachtens artikel 125 van de Gemeentewet juncto de artikelen 5.21 en 5.32 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bevoegd gezag de in deze verordening gestelde bepalingen en voorschriften handhaven. Er kan hierbij bestuursdwang worden toegepast dan wel een dwangsom worden opgelegd.

Titel VA paragraaf 2 van de Wet, waar deze verordening op gebaseerd is, valt onder de bestuursdwangbevoegdheid van de burgemeester.

De Wet geeft daarnaast in artikel 35c aan voor welke overtredingen de burgemeester een bestuurlijke boete kan opleggen.

Artikel 12. Toezicht

Artikel 34 van de wet bepaalt dat met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij (rechtstreeks in de wet) of krachtens (in deze verordening) titel VA, paragraaf 2, van de wet de bij besluit van de burgemeester aangewezen ambtenaren en personen zijn belast. Van dit besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 13. Overgangsbepaling

De vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal wordt na inwerkingtreding van dit beleid verstrekt voor een periode van vijftien jaar.

De huidige exploitanten exploiteren echter al jaren hun bedrijf in Zaanstad. Voor de overgang naar de vereisten die voortvloeien uit dit nieuwe beleid, wordt hen een redelijke overgangstermijn geboden.

Voor deze exploitanten geldt daarom de volgende regeling:

  • na inwerkingtreding van deze verordening worden de bestaande vergunningen voor de exploitatie van een speelautomatenhal, verleend voor onbepaalde tijd, ingetrokken;

  • gelijktijdig wordt aan deze exploitanten een vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal verleend met een looptijd van vijftien jaar. Hierbij zal artikel 5 van deze verordening eenmalig buiten toepassing worden gelaten;

  • de vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal vervalt van rechtswege na het verstrijken van deze termijn.

Artikel 13. Citeertitel

Geen nadere toelichting vereist.

Artikel 14. Bekendmaking

Geen nadere toelichting vereist.

Artikel 15. Inwerkingtreding

Geen nadere toelichting vereist.

Ondertekening