Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Verordening procedure overleg locaal onderwijs gemeente Zaanstad
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening procedure overleg lokaal onderwijsbeleid

Hoofdstuk 1 Inleidende Bepalingen

Paragraaf 1
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder
a. schoolbestuur. het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet Educatie en Beroepsonderwijs bekostigde openbare of bijzondere school voor basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal voortgezet onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs of (voorbereidend) beroepsonderwijs, die gelegen is op het grondgebied van de gemeente;
b. bestuurlijk overleg: het op overeenstemming gericht overleg tussen het gemeentebestuur en de bevoegde gezagsorganen als bedoeld in artikel 76, vijfde lid van de Wet op het primair onderwijs, artikel 84, vijfde lid van de Wet op de expertisecentra en artikel 76m, vijfde lid van de Wet op het voortgezet onderwijs;
c. advies: het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs;
d. raad: college: de raad der gemeente Zaanstad; het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad.

Hoofdstuk 2 Overleg

Paragraaf 2.1. Overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid
Artikel 2 Functie overlegorgaan
  • 1. Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin het college met de vertegenwoordigers van alle schoolbesturen overleg voert over de voorbereiding en uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid.

  • 2. In het overlegorgaan komen aan de orde:

    • a.

      de onderwerpen waarop het wettelijk voorgeschreven op overeenstemming gericht overleg van toepassing is als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de3 expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs;

    • b.

      overige onderwerpen op het gebied van het lokaal onderwijsbeleid, waarvoor bij de wet overleg is voorgeschreven.

    Op de onderwerpen genoemd in het tweede lid onder b, is artikel 9 niet van toepassing.

Artikel 3 Samenstelling overlegorgaan
  • 1. Het bestuurrijk overleg bestaat uit vertegenwoordigers vanuit de sectoren openbaar primair onderwijs, bijzonder primair onderwijs, openbaar voortgezet onderwijs, bijzonder voortgezet onderwijs, bijzonder neutraal onderwijs en educatie en beroepsonderwijs. Elke sector wijst daartoe in onderling overleg twee vertegenwoordigers aan.

  • 2. Elke sector in het bestuurlijk overleg kan zich voor elk onderwerp laten bijstaan door een adviseur.

  • 3. Van het overleg over onderwerpen als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder a, welke betrekking hebben op onderwijshuisvesting, zijn de vertegenwoordigers van de sector “educatie en beroepsonderwijs”van deelneming uitgesloten.

  • 4. Het college wordt in het overleg vertegenwoordigd door de wethouder die onderwijs in zijn portefeuille heeft, of, bij afwezigheid, diens plaatsvervanger. De wethouder kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs.

  • 5. De wethouder is voorzitter van het bestuurlijk overleg.

Artikel 4 Derden

Indien de voorzitter van het bestuurlijk overleg dit wenst of tenminste twee vertegenwoordigers van de sectoren, genoemd in artikel 3, dit wensen, kunnen derden worden uitgenodigd deel te nemen aan het overleg.

Paragraaf 2.2. Voorbereiding overleg
Artikel 5 Uitnodiging
  • 1. Alvorens het college een voorstel aan de raad doet over een onderwerp, zendt het de voorgenomen inhoud van dit voorstel met een toelichting daarop en de inventarisatie als bedoeld in artikel 7 toe aan alle schoolbesturen.

  • 2. De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het voorstel en de datum van het overleg liggen tenminste twee weken.

  • 3. De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan dit overleg hiervan in kennis.

Artikel 6 Secretariaat

Het college voert het secretariaat van het bestuurlijk overleg.

Artikel 7 Voorbereiding

Het college kan een voorbereidend overleg met vertegenwoordigers van de schoolbesturen instellen dat voorafgaat aan het overleg in het bestuurlijk overleg. Dit voorbereidend overleg wordt afgerond met een inventarisatie van de onderwerpen waarover al dan niet overeenstemming is bereikt. Per onderwerp wordt aangegeven of het gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a.

Artikel 8 Agendaoverleg
  • 1. Het college houdt een agendaoverleg. Hierin wordt nagegaan welke onderwerpen op welk tijdstip in het bestuurlijk overleg aan de orde kunnen komen. Op grand hiervan stelt het college de agenda op.

  • 2. Aan het agendaoverleg nemen de portefeuillehouder onderwijs en twee vertegenwoordigers van de schoolbesturen deel.

Paragraaf 2.3. Uitvoering overleg
Artikel 9 Advies Onderwijsraad
  • 1. Indien een of meer schoolbesturen of het college een advies wensen over een onderwerp waarop het bestuurlijk overleg van toepassing is, maken ze dit uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp in finale zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van het onderwerp waarover het advies wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen het onderwerp en de vrijheid van richting en de vrijheid van indenting van het onderwijs.

  • 2. Alle vertegenwoordigers worden in het bestuurlijk overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen over het verzoek om advies.

  • 3. Het college is belast met de indiening van een verzoek om advies. Het doet dit uiterlijk twee weken na afloop van het overleg. Daarbij informeert het tevens de Onderwijs raad over de in het tweede lid bedoelde zienswijzen.

  • 4. De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Onderwijsraad het college uitnodigt het verzoek voor het uitbrengen van het advies aan te vullen met de gegevens die hij nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak, tot de dag waarop het verzoek is aangevuld.

  • 5. De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van het advies geen besluit over het onderwerp waarover advies is gevraagd.

  • 6. Het college zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van het uitgebrachte advies toe aan alle schoolbesturen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van het voorstel over een onderwerp waarover advies is gevraagd, worden de schoolbesturen bij de toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader overleg over het advies wenselijk is. Het geeft dit aan bij de toezending van het afschrift van het advies.

  • 7. Het overleg, als bedoeld in het vorige lid, vindt binnen twee weken plaats nadat het advies is uitgebracht. Het college informeert de raad over dit overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10

Artikel 10 Verslaglegging; informeren raad
  • 1. Van het bestuurlijk overleg wordt door het college binnen 14 dagen na het overleg een verslag gemaakt.

  • 2. Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen , waarbij per onderwerp wordt aangegeven:

    • a.

      of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a. of b. van toepassing is;

    • b.

      of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is bereikt;

    • c.

      de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte zienswijzen en - indien van toepassing- de zienswijzen als bedoeld in artikel 5, derde lid.

    • d.

      de door de wethouder onderwijs in het overleg toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel.

  • 3. Indien toepassing wordt gegeven aan het gestelde in artikel 9, eerste lid, dan wordt hiervan eveneens een weergave opgenomen in het verslag.

  • 4. Het college zendt het concept van het verslag binnen twee weken na de bijeenkomst van het bestuurlijk overleg ter commentaar toe aan de vertegenwoordigers van de schoolbesturen die hebben deelgenomen aan het bestuurlijk overleg. De schoolbesturen die niet hebben deelgenomen aan het bestuurlijk overleg ontvangen het concept van het verslag ter kennisneming. Binnen twee weken na de dag waarop het concept van het eindverslag is toegezonden maken de schoolbesturen die deel hebben genomen aan het bestuurlijk overleg schriftelijk hun opmerkingen over het concept van het verslag kenbaar. Vervolgens stelt het college, met inachtneming van de opmerkingen, het verslag definitief vast

    Het college brengt het verslag gelijktijdig met het voorstel over het onderwerp ter kennis van de raad. Voor zover het college afwijkt van de tijdens het overleg naar voren gebrachte zienswijzen, wordt dit gemeld in het voorstel aan de raad. Daarbij geeft het de redenen aan van het niet geheel overnemen van deze zienswijzen.

Artikel 11 Heropening overleg
  • 1. Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie over het voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp blijkt dat de meerderheid van de raadscommissie of een deel van de raadscommissie dat volgens het college geacht wordt een meerderheid in de raad te vertegenwoordigen, van oordeel is dat het voorstel inhoudelijk bijstelling behoeft, dan kan heropening van het bestuurlijk overleg plaatsvinden. Het college beslist daarover. Het heropent het overleg in ieder geval indien de inhoudelijke bijstelling betrekking heeft op een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, waarover overeenstemming in het bestuurlijk overleg was bereikt

  • 2. Indien het college beslist het bestuurlijk overleg te heropenen dan roept het bestuurlijk overleg zo spoedig mogelijk bijeen, doch uiterlijk v66r het moment waarop de raad een definitief besluit neemt over het onderwerp. In dit overleg hebben de vertegenwoordigers de gelegenheid om hun zienswijze te geven over het oordeel van de raadscommissie. Het college informeert de raad over het resultaat van dit overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10. De raad betrekt de in dit aanvullend verslag neergelegde zienswijzen bij zijn definitieve besluitvorming over het onderwerp.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 12 Beslissing het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college gehoord de vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het bestuurlijk overleg.

Artikel 13 Citeertitel; inwerkingtreding
  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening procedure overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Zaanstad.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de 'Verordening procedure overleg huisvesting onderwijs" vastgesteld bij raadsbesluit van 12 decernber 1996, nummer 210.

Artikel 14 Bekendmaking

Deze verordening zal worden bekendgemaakt door middel van plaatsing in het Gemeenteblad. Tevens zal deze verordening worden opgenomen in de algemeen verkrijgbare uitgave die is getiteld Verzameling gemeentelijke verordeningen, besluiten en beleidsregels Zaanstad.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 juli 1998.

gewijzigd in de openbare raadsvergadering van 18 februari 1999

voorzitter
secretaris