Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Uitwerkingsbesluit voor het gebruik van bodycams door buitengewoon opsporingsambtenaren en (fiscale) toezichthouders gemeente
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Uitwerkingsbesluit voor het gebruik van bodycams door buitengewoon opsporingsambtenaren en (fiscale) toezichthouders gemeente

Hoofdstuk 1 Inleiding

De buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s) en (fiscale) toezichthouders van de afdeling Straattoezicht krijgen tijdens hun werk regelmatig te maken met incidenten. Dit varieert van verbaal geweld tot soms fysiek geweld. De werkomgeving en de werkzaamheden van de boa’s verschuiven steeds meer naar situaties die meer spanning op kunnen leveren. Zo zijn ook aan openbare orde gelieerde overtredingen onderdeel geworden van het takenpakket. De gemeente zet de boa’s ook probleemgericht in. Daarbij treden zij op bij problemen overdag, ’s avonds en in het weekend. Het kan gaan om overlast (Algemene plaatselijke verordening), vernielingen, alcoholgebruik, drugsgebruik en verbaal geweld. Ook wordt er steeds meer beroep op de boa’s gedaan aan de rand van en in het horecaconcentratiegebied. Dit is een omgeving waar de gemoederen hoog op kunnen lopen. Het vergroten van de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de boa’s worden alleen maar crucialer.

Om erachter te komen of het dragen van een bodycam een extra middel is voor de boa’s en (fiscale) toezichthouders waarmee het geweld en agressief gedrag tegen hen terug wordt gedrongen, is er in Zaanstad een pilot uitgevoerd. Een bodycam is een kleine draagbare camera die aan het uniform vastzit. De pilot heeft uitgewezen dat het dragen van een bodycam een de-escalerend effect en het veiligheidsgevoel van de boa’s wordt hierdoor werd vergroot. Het college van burgemeester en wethouders heeft om die reden besloten de boa’s en (fiscale) toezichthouders definitief gebruik te maken van de bodycams. Hiermee wordt de bodycam onderdeel van de standaarduitrusting van het boa-uniform.

Hoofdstuk 2 Juridisch kader

Op het gebruik van de bodycam zijn de Gemeentewet, Ambtenarenwet en de Algemene Verordening Gegevensbescherming van toepassing.

De boa’s oefenen op basis van artikel 6:2 van de Algemene plaatselijke verordening (hierna te noemen: APV) toezicht uit op de naleving van het bepaalde bij of krachtens die verordening. De uitoefening van dit toezicht is een publiekrechtelijke taak. De vaststelling van de APV is gebaseerd op artikel 149 van de Gemeentewet, die de verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad bepaalt.

Gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet mag van de gemeente Zaanstad als goed werkgever worden verwacht dat zij de noodzakelijke voorzieningen treft om elke medewerker zo goed en veilig als mogelijk kan functioneren. Het uitrusten van de boa’s met een bodycam vanuit het oogpunt van veiligheid en goed werkgeverschap past hier dan ook bij.

Hoofdstuk 3 Privacy in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming

Op het gebruik van bodycams is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna te noemen: AVG), aangezien het gaat om de verwerking van beeld- en geluidsmateriaal persoonsgegevens. De verwerking van beeld- en geluidsmateriaal persoonsgegevens via de bodycam is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting. Hiervoor is artikel 6 lid 1 sub c van de AVG van toepassing als grondslag.

Hoofdstuk 4 (Uitlees)protocol

Ter waarborging van de privacy van de betrokkene is een (uitlees)protocol opgesteld.

4.1 Gebruik van de bodycam

De bodycam wordt duidelijk en herkenbaar gedragen. De opnames vinden alleen plaats in de openbare ruimte en openbare gebouwen. Wanneer de boa bij een escalerende situatie beslist om de bodycam in te schakelen, geeft hij vooraf aan betrokkene aan dat de hij de bodycam aan gaat zetten. Indien de situatie na aankondiging niet de-escaleert, wordt de bodycam aangezet. Nadat de dreigende situatie voorbij is of geen sprake is van escalatie, zet de boa de bodycam uit. De betrokkene krijgt, indien de situatie het toe laat, een flyer aangeboden met relevante informatie over de gegevensverwerking.

Indien minderjarigen onbedoeld gefilmd worden, bijvoorbeeld als passant of toeschouwer van het incident, wordt aan deze minderjarige, indien mogelijk, een flyer meegegeven met relevante informatie over de gegevensverwerking.

4.2 Opslaan en beveiligen van beeld- en geluidsmateriaal

De opnames van de bodycam zijn versleuteld. Bij ontvreemding van de bodycam kunnen de opnames niet worden uitgelezen. Het bekijken van de opnames kan via de daartoe ingerichte omgeving. Om de privacy van betrokkene te waarborgen worden de opnames van de bodycam rechtstreeks opgeslagen in een database. Vier medewerkers van de afdeling Straattoezicht, die tevens boa zijn, zijn geautoriseerd om de opnames van de database te downloaden.

4.3 Bewaartermijn

De Gemeentewet en de Selectielijst voor archiefbescheiden van gemeenten geven een bewaartermijn van maximaal vier weken aan voor cameratoezicht t.b.v. handhaving van de openbare orde. Dit zijn de camera’s die door de burgemeester geplaatst zijn in de openbare ruimte. Voor het bewaren van opnames van de bodycam houdt de gemeente ook een bewaartermijn vier weken aan. Als er in die periode geen uitleesverzoek ontvangen is, worden de opnames na vier weken definitief vernietigd. Het vernietigen van de opnames wordt geautomatiseerd uitgevoerd.

Indien er een uitleesverzoek is ontvangen, worden de opnames pas vernietigd nadat de procedure is afgerond. De beelden kunnen dan langer dan 4 weken worden bewaard. Dit geldt ook voor beelden waarvan het vermoeden bestaat dat deze nodig kunnen zijn bij een zaak.

Van de database, waarin de beelden zijn opgeslagen wordt dagelijks automatisch een back-up gemaakt. Deze back-up zal wekelijks automatisch worden overschreven. Zo is altijd de laatste back-up versie van de database beschikbaar.

4.4 Uitlezen van de opnames

Een verzoek tot uitlezing van de opnames kan gedaan worden door:

  • de politie of het Openbaar Ministerie in geval van opsporing en vervolging van strafbare feiten op grond van artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering

De opnames worden digitaal verstrekt aan de aanvrager. De aanvrager is na verstrekking verantwoordelijk voor de opnames. De bewaartermijn van 4 weken blijft gelden.

  • de betrokkene die een uitleesverzoek indient

Een betrokkene die is gefilmd kan een schriftelijk verzoek om inzage van opnames indienen. Hierbij geldt de voorwaarde dat de verzoeker een aantoonbaar belang heeft bij inzage van de beelden. Inzage wordt verleend door samen met de boa naar de beelden te kijken.

  • de betrokkene die een officiële klacht indient over het optreden van een boa

Indien het uitleesverzoek van een betrokkene wordt gehonoreerd, worden de opnames bekeken in het kader van klachtenafhandeling door betrokkene, boa en teamleider/afdelingshoofd van de afdeling Straattoezicht. Alleen de betrokkene of een gemachtigde persoon mag de beelden bekijken. Vooraf aan het bekijken van de beelden moet de betrokkene of gemachtigde een geldig identiteitsbewijs tonen. Om te borgen dat de boa de bodycam zo optimaal mogelijk in kan zetten worden de opnames niet gebruikt voor functioneringsgesprekken van de boa.

Een uitleesverzoek dient binnen 4 weken schriftelijk per brief (Gemeente Zaanstad, t.a.v. afdeling Straattoezicht betreft uitleesverzoek bodycam, postbus 2000, 1500 GA Zaandam), digitaal via een melding op www.zaanstad.nl of e-mail (straattoezicht@zaanstad.nl) te worden gedaan. Het uitleesverzoek bestaat minimaal het volgende:

  • naam of organisatie, adres, telefoonnummer en/of emailadres;

  • een aantoonbaar belang voor het uitkijken van de beelden;

  • datum, tijdstip en plaats waar de beelden zijn opgenomen.

Alle verzoeken tot uitlezen en de afhandeling ervan worden apart geregistreerd. Hierbij wordt het volgende geregistreerd:

  • datum, tijdstip en plaats de bodycams zijn ingezet en met welk doel;

  • van welke bodycam de opnames afkomstig zijn;

  • welke boa de opnames heeft gemaakt;

  • wie de opnames heeft ingezien

  • eventueel: wie de opnames heeft overgedragen en aan wie de opnames zijn verstrekt

Het uitlezen van opnames wordt goedgekeurd door het afdelingshoofd of teamleider van de afdeling Straattoezicht. Deze zal de noodzaak beoordelen van het ter beschikking stellen of verstrekken van de opnamen. Tegen het besluit om niet te voldoen aan het verzoek kan een verzoeker bezwaar en beroep instellen. Aan uitleesverzoeken die na 4 weken binnenkomen kan niet meer worden voldaan omdat de bewaartermijn van de beelden dan is verstreken en de beelden dan zijn vernietigd.

De opnames worden, afgezien van deze doeleinden, niet voor andere (commerciële) doeleinden gebruikt. De opnames worden ook niet verder verspreid op onder andere social media.

Ondertekening