Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Tijdelijke subsidieverordening peuteropvang en VVE gemeente Zaanstad 2019
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Tijdelijke subsidieverordening peuteropvang en VVE gemeente Zaanstad 2019

De raad van de gemeente Zaanstad,

Gelet op de Wet Kinderopvang,

Gelet op artikel 2, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Zaanstad,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van (28-8-2018/29461)

Overwegende dat:

  • op 1 januari 2018 de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzalen en de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang in werking is getreden;

  • op grond van bestuurlijke afspraken tussen VNG en het Rijk de gemeente verantwoordelijk is voor de organisatie van peuteropvang voor de groep ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag;

  • het college aan ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag een aanbod wil doen voor een peuterplaats van maximaal 240 uur per jaar;

  • het college aan ouders in 2019 een aanbod wil doen voor een VVE plaats van maximaal 480 uur per jaar;

  • het college aan ouders vanaf 2020 een aanbod wil doen voor een VVE plaats van maximaal 640 uur per jaar;

Besluit vast te stellen:

De “Tijdelijke subsidieverordening Peuteropvang en VVE gemeente Zaanstad 2019”

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • -

      geregistreerd kindercentrum;

    • -

      kinderopvangtoeslag;

    • -

      ouder;

  • .

    dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet Kinderopvang.

  • 2.

    In deze verordening wordt verder verstaan onder:

    • brede voorschoolse voorziening: Een voorziening voor alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar van werkende en niet werkende ouders in de gemeente Zaanstad waar opvang, ontwikkelingsstimulering en samen spelen centraal staan, waarbij kinderen die het nodig hebben, extra ondersteuning wordt geboden om een achterstand te voorkomen of in te lopen. De voorziening is gevestigd in of nabij een basisschool.

    • Centrum Jong: Het Centrum voor jeugd en gezin in Zaandam.

    • Dagdeel VVE: VVE dat gedurende 40 weken per jaar elke week een dagdeel van minimaal 3 uur en maximaal 6 uur wordt aangeboden

    • Doelgroepkinderen: Kinderen van 2,5 – 4 jaar die in aanmerking komen voor deelname aan een voorschools VVE-programma, op indicatie van een door het college aan te wijzen instantie. Kinderen uit de wijken Poelenburg en Peldersveld behoren vanaf de leeftijd van 2 jaar tot de doelgroepkinderen.

    • IKC: Integraal kindcentrum. Een netwerk voor kinderen en hun ouders dat bestaat uit verschillende basisvoorzieningen waaronder in ieder geval onderwijs voorschoolse educatie, opvang en welzijn. Doorgaande lijnen in educatie, ontwikkeling en opvang en zorg zijn kenmerken van de samenwerking.

    • Werkende ouders: ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.

    • Niet-werkende ouders: ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag

    • Wet: Wet kinderopvang 

Artikel 2 Doelstelling en reikwijdte

  • 1.

    Het doel van deze subsidieverordening is ouders te stimuleren tot het laten bezoeken van een gecertificeerde brede voorschoolse voorziening door hun peuters.

  • 2.

    Deze verordening is van toepassing op subsidieverstrekking aan ouders voor peuter- en VVE-plaatsen voor kinderen die staan ingeschreven in Zaanstad.

Artikel 3 Bevoegdheden college.

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober de normtarieven voor het volgende kalenderjaar vast voor peuter- en VVE-plaatsen na overleg met de betrokken uitvoerende kinderopvangaanbieders.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober de ouderbijdragentabel vast voor een gesubsidieerde peuter-of VVE-plaats die door de kinderopvangaanbieders het volgende jaar toegepast moet worden.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten.

  • 1.

    Voor een peuterplaats kan aan een niet werkende ouder een subsidie worden verstrekt van maximaal 2 dagdelen van 3 uur per week, gedurende 40 weken per jaar, zijnde in totaal 240 uur per jaar.

  • 2.

    Voor een VVE plaats kan voor 2019 aan een niet-werkende ouder een subsidie worden verstrekt van maximaal 4 dagdelen van 3 uur per week, gedurende 40 weken per jaar, zijnde in totaal 480 uur per jaar.

  • 3.

    Voor een VVE plaats kan voor 2019 aan een werkende ouder een subsidie worden verstrekt van maximaal 2 dagdelen van 3 uur per week, gedurende 40 weken per jaar, zijnde in totaal 240 uur per jaar

  • 4.

    Aan een kinderopvangaanbieder kan subsidie worden verstrekt voor een dagdeel VVE. De subsidie is bedoeld voor de volgende VVE-activiteiten:

    • Alle vereiste scholing en bijscholing personeel voor VVE, inclusief vervanging/verlet uren;

    • Aanschaf en onderhoud van kindvolgsysteem;

    • HBO coaching op groepen conform afspraken in de VVE beleidsgroep;

    • Taakuren waaronder gebruik kindvolgsysteem, registratie, warme overdracht;

    • Voorbereiding programma;

    • VVE materiaal.

  • 5.

    Voor de jaren 2020 en verder kan in afwijking van het tweede en derde lid voor een VVE plaats een maximale subsidie worden verstrekt van maximaal 4 dagdelen van 4 uur per week, zijnde in totaal 640 uur per week.

  • 6.

    In overleg met het college kan de kinderopvangaanbieder afwijken van de verdeling van het aantal uren VVE over een dagdeel, met inachtneming van het totaal aantal uur waarvoor subsidie is verleend.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten pilot Poelenburg/Peldersveld

  • 1.

    Voor een peuterplaats kan voor peuters vanaf 2 jaar aan een niet-werkende ouder een subsidie worden verstrekt van maximaal 4 dagdelen van 3 uur per week, gedurende 40 weken per jaar, zijnde in totaal 480 uur per jaar.

  • 2.

    Voor een peuterplaats kan voor peuters vanaf 2 jaar aan een werkende ouder een subsidie worden verstrekt van maximaal 2 dagdelen van 3 uur per week, gedurende 40 weken per jaar, zijnde in totaal 240 uur per jaar.

Artikel 6 Aanvraag

  • 1.

    Een subsidie voor het realiseren van peuterplaatsen of VVE-plaatsen in een brede voorschoolse voorziening kan voor de ouder aangevraagd worden door een kinderopvangaanbieder.

  • 2.

    Een subsidie voor een dagdeel VVE kan worden aangevraagd door een kinderopvangaanbieder.

  • 3.

    De aanvraag bevat de naam en het adres van de kinderopvangaanbieder, de locatie waar de opvang plaatsvindt, de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, de wijze waarop de opvang is vermeld in het LRKP met het bijbehorende registratienummer en het bankrekeningnummer van aanvrager;

  • 4.

    Onverminderd artikel 6, tweede lid van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 overlegt de aanvrager bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens:

    • a.

      actuele inkomensgegevens van de ouders van het kind dat de kindplaats bezet waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      het nummer waaronder het kindercentrum in het landelijk register kindercentra geregistreerd staat;

    • c.

      een gedagtekende offerte of overeenkomst tussen de aanvrager en de [houder van het geregistreerde kindercentrum OF ouder van het kind];

    • d.

      een prognose van het aantal bezette kindplaatsen in het volgend kalenderjaar;

    • e.

      een beleidsplan dat een beschrijving bevat van de:

      • 1.

        omvang en samenstelling van de groep waarvan de kindplaats waarvoor subsidie wordt aangevraagd deel uitmaakt;

      • 2.

        wijze waarop de brede ontwikkeling van het kind gevolgd wordt;

      • 3.

        wijze van evaluatie van begeleiding, kwaliteit en resultaten;

      • 4.

        wijze waarop gericht ouderbeleid gevoerd wordt;

      • 5.

        informatieoverdracht bij overgang van kindercentrum naar basisschool, en

      • 6.

        samenwerking met andere organisaties.

  • 5.

    De aanvrager beschikt over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij om:

    • a.

      een door de ouder(s) ondertekende aanvraag waarin vermeld staan de naam en adres en bsn-nummer van de ouder(s);

    • b.

      indien van toepassing: de naam en het bsn-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder, het adres van de partner. De aanvraag is dan ook mede ondertekend door de partner;

    • c.

      naam en bsn-nummer en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • d.

      inkomensgegevens van de ouder(s) en, indien van toepassing, van de partner waarmee de ouderbijdrage wordt bepaald. De ouder en diens partner die tevens ouder is worden voor de toepassing van deze verordening geacht gezamenlijk één aanspraak te hebben. Voor de inkomensgegevens dient een kopie van de definitieve aangifte van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar of een recente aanslag inkomstenbelasting van de belastingdienst te worden overlegd.

    • e.

      de wijze waarop de ouderbijdragentabel is toegepast;

    • f.

      een plaatsingsovereenkomst van de kinderopvangaanbieder dat de opvang gaat verzorgen waarin wordt aangegeven: de naam en adres van de brede voorschoolse voorziening waar de opvang plaatsvindt, de soort opvang, het aantal uren opvang per kind, de kostprijs per uur, de aanvangsdatum en (verwachte) einddatum van de opvang;

    • g.

      indien het gaat om VVE-plaats een bewijs van indicatiestelling voor VVE door het consultatiebureau of een andere door het college daartoe aangewezen organisatie met daarin een opgave van de geldigheidsduur.

  • 6.

    In aanvulling op lid 3, 4 en 5 kan het college overige gegevens opvragen die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag.

  • 7.

    Het college kan bepalen dat de subsidieaanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • 8.

    Het college kan bepalen dat bij een vervolgaanvraag de gegevens bedoeld onder lid 3 sub c, d, en e niet opnieuw hoeven te worden overgelegd.

Artikel 7 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een subsidie voor het jaar 2019 wordt uiterlijk voor 1 november 2018 ingediend.

  • 2.

    Een aanvraag voor een subsidie voor 2020 en verder wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 8 Subsidiecriteria peuterplaatsen

De subsidie wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria:

  • a.

    de ouders van de peuter komen niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. Dit criterium geldt niet voor subsidieverlening in het kader van de pilot Poelenburg/Peldersveld (art. 5);

  • b.

    de brede voorschoolse voorziening beschikt over een beleidsplan waarbij naast aandacht voor pedagogische kwaliteit er aandacht is voor ouderbetrokkenheid, de doorlopende leerlijn in het IKC en de samenwerking met instellingen op het terrein van de zorg voor jeugd;

  • c.

    de peuterplaatsen waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden gerealiseerd binnen één locatie waar kinderen van werkende en niet werkende ouders gezamenlijk opgevangen worden en een ontwikkelingsgericht aanbod krijgen;

  • d.

    de brede voorschoolse voorziening handelt in voorkomende gevallen volgens de meldcode kindermishandeling;

  • e.

    De kinderopvangaanbieders van de voorschoolse educatie treffen met de ouders de volgende regeling:

    • de eigen bijdrage wordt conform de ouderbijdragetabel voor twee dagdelen (6 uur) in rekening gebracht bij de ouders.

Artikel 9 Subsidiecriteria VVE-plaatsen

De subsidie wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria:

  • a.

    een kind neemt deel aan 4 dagdelen VVE per week.

  • b.

    de inrichting, samenstelling en begeleiding van de VVE-plaatsen voldoet aan alle wettelijke verplichtingen en aan de eisen van de Belastingdienst ten aanzien van het toekennen van een toeslag voor de groep van werkende ouders;

  • c.

    de kinderopvangaanbieder dient bij de uitvoering van het VVE-programma samen te werken met een IKC in een brede voorschoolse voorziening in het kader van de doorgaande ontwikkelingslijn;

  • d.

    er wordt gewerkt met een door de VVE beleidsgroep erkend VVE-programma;

  • e.

    de uitvoerende kinderopvangaanbieder subsidieaanvrager komt alle door de VVE-beleidsgroep gemaakte afspraken na over toeleiding, overdacht en doorverwijzing;

  • f.

    er wordt gewerkt met een kindvolgsysteem dat wordt geselecteerd in overleg met de samenwerkende school;

  • g.

    de uitvoerende kinderopvangaanbieder is vertegenwoordigd in of maakt deel uit van de VVE-beleidsgroep;

  • h.

    de uitvoerende kinderopvangaanbieder voldoet aan de meldcode kindermishandeling;

  • i.

    de uitvoerende kinderopvangaanbieder heeft een actieve rol bij de werving van doelgroepkinderen VVE en het voorkomen van wachtlijsten;

  • j.

    de subsidieaanvrager heeft afspraken over de zorgstructuur jeugd met het Centrum Jong.

  • k.

    de kinderopvangaanbieders van de voorschoolse educatie treffen met de ouders de volgende verordening:

    • niet-werkende ouders betalen voor twee van de vier dagdelen VVE een eigen bijdrage conform de ouderbijdragetabel. Voor de andere twee van de vier dagdelen (6 uur) wordt geen eigen bijdrage betaald.

    • werkende ouders betalen geen eigen inkomensafhankelijke bijdrage aan de kinderopvangaanbieder voor de twee dagdelen VVE waarvoor zij op grond van deze verordening subsidie ontvangen.

Artikel 10 Subsidiecriteria VVE dagdeel

De subsidie voor een dagdeel VVE wordt slechts verleend bij een bezetting van minimaal 2 doelgroepkinderen.

Artikel 11 Subsidiebedragen

Peuterplaatsen

  • 1.

    Het subsidiebedrag per peuterplaats ingevuld door een kind van niet-werkende ouders bedraagt het vastgestelde uurtarief minus voor 2 dagdelen de inkomensafhankelijke ouderbijdrage die jaarlijks door het college wordt vastgesteld.

  • 2.

    Het subsidiebedrag per peuterplaats plaats in het kader van de pilot Poelenburg/Peldersveld ingevuld door een kind van niet-werkende ouders bedraagt:

    • Voor dagdelen één en twee het vastgestelde uurtarief minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage die jaarlijks door het college wordt vastgesteld.

    • Voor dagdelen drie en vier het vastgestelde uurtarief.

  • 3.

    Het subsidiebedrag per peuterplaats in het kader van de pilot Poelenburg/Peldersveld ingevuld door een kind van werkende ouders (2 dagdelen) bedraagt het vastgestelde uurtarief.

VVE-plaatsen

  • 4.

    Het subsidiebedrag per VVE plaats ingevuld door een kind van niet-werkende ouders bedraagt:

    • Voor dagdelen één en twee het vastgestelde uurtarief minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage die jaarlijks door het college wordt vastgesteld.

    • Voor dagdelen drie en vier het vastgestelde uurtarief.

  • 5.

    Het subsidiebedrag per VVE plaats ingevuld door een kind van werkende ouders (2 dagdelen) bedraagt het vastgestelde uurtarief.

  • 6.

    Het subsidiebedrag per VVE dagdeel bedraagt € 5000,- per jaar.

  • 7.

    Het subsidiebedrag per peuterplaats (in 2019 max. 2 dagdelen van 3 uur en VVE-plaats (max. 4 dagdelen van 3 uur) bedraagt € 8,70 per uur dat een kind deelneemt aan peuteropvang of VVE.

Artikel 12 Weigeringsgronden

Naast de in artikel 9 van de Algemene Subsidie Verordening Zaanstad 2014 genoemde weigeringsgronden wordt de subsidie niet verleend indien:

  • a.

    Niet voldaan is aan de eisen en criteria genoemd in deze verordening;

  • b.

    Het subsidieplafond is bereikt.

  • c.

    De subsidie in strijd is met Europese regels in het kader van staatssteun.

Artikel 13 Doorverwijsplicht / wachtlijst

Indien geen peuterplaats of VVE plaats beschikbaar is bij kinderopvangaanbieder, verwijst deze de ouder door naar een andere kinderopvangaanbieder met een beschikbare plaats. De kinderopvangaanbieder spant zich in om het ontstaan van een wachtlijst te voorkomen.

Artikel 14 Tussenrapportages

  • 1.

    Per kwartaal dient kinderopvangaanbieder een rapportage in over het aantal geplaatste kinderen peuteropvang en VVE.

  • 2.

    In de tussenrapportages wordt expliciet melding gemaakt van eventuele wachtlijsten en de toedracht hiervan.

Artikel 15 Verantwoording

  • 1.

    De kinderopvangaanbieder dient een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    De aanvraag bevat naast de genoemde bepalingen in artikel 13, 14 en 15 van de Algemene Subsidie Verordening Zaanstad 2014 een registratie van het aantal gerealiseerde peuterplaatsen en/of VVE-plaatsen in de brede voorschoolse voorziening.

  • 3.

    De kinderopvangaanbieder maakt in de verantwoording inzichtelijk dat er sprake is van een volledig gescheiden financiële administratie van publieke en private middelen.

Artikel 16 Subsidievaststelling

De vaststelling van de subsidie voor peuterplaatsen, VVE-plaatsen en VVE-dagdelen vindt plaats op grond van het aantal bezette kindplaatsen en het werkelijk gemiddelde gezinsinkomen van de ouder(s) wiens/wier kind een kindplaats heeft bezet.

Artikel 17 Betaling

De subsidie, toegekend aan de ouders, wordt rechtstreeks uitgekeerd aan de kinderopvangaanbieder.

Artikel 18 Verdeling van middelen

Indien gelijktijdig meerdere subsidieaanvragen worden ontvangen, en verstrekking van meerdere subsidies zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, krijgen aanvragen van kinderopvangaanbieders met de meeste doelgroepkinderen voorrang.

Artikel 19 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, afwijken van het bepaalde in deze verordening, indien een strikte toepassing daarvan zal leiden tot een onevenredige behandeling van de aanvrager of kinderopvangaanbieder.

Artikel 20 Onvoorziene gevallen

In de gevallen waarin in deze verordening niet voorziet beslist het college.

Artikel 21 Overgangsrecht

De subsidieverordening geharmoniseerde voorschoolse voorzieningen Zaanstad 2015-2018 blijft van kracht voor subsidies die op basis van die subsidieverordening zijn verleend.

Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De subsidieverordening treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan.

  • 2.

    De subsidieverordening kan worden aangehaald als: “Tijdelijke subsidieverordening peuteropvang en VVE Zaanstad 2019”.

Ondertekening