Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Subsidieregeling amateurkunst en culturele activiteiten Zaanstad 2015
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling amateurkunst en culturele activiteiten Zaanstad 2015

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
  • a. Adviescommissie: een vaste door het college ingestelde commissie voor advies ex artikel 84 Gemeentewet, bestaande uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van kunst en cultuur;

  • b. Amateurkunst: kunst die uit liefhebberij, dat wil zeggen niet beroepsmatig, wordt bedreven;

  • c. Amateurkunstvereniging: een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit en zich ten doel stelt om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten op het gebied van amateurkunst;

  • d. ASV: algemene subsidie verordening Zaanstad 2014;

  • e. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad;

  • f. Incidentele subsidie: de aanspraak op financiële middelen met het oog op een ad hoc activiteit van een instelling;

  • g. Instelling: een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit en zich ten doel stelt om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten op het gebied van amateurkunst of cultuur;

  • h. Jeugd: personen in de leeftijd t/m 18 jaar;

  • i. Nieuwe instelling: een instelling die is opgericht nadat de lopende vierjarenperiode van 4 jaar van de structurele subsidies, is aangevangen;

  • j. Sanctiebeleid: Algemeen (sanctie)beleid bij verstrekken subsidies Zaanstad 2014

  • k. Startsubsidie: de aanspraak op eenmalig te verstrekken financiële middelen aan nieuwe instellingen in de vorm van een stimuleringsbijdrage;

  • l. Subsidiejaar: een jaar dat begint op 1 januari en eindigt op 31 december;

  • m. Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • n. Sluitingsdatum: de datum waarop de volledige aanvraag door het college ontvangen dient te zijn.

  • o. Subsidie: de aanspraak op financiële middelen verstrekt met het oog op de activiteiten van een instelling of amateurkunstvereniging, anders dan als betaling voor geleverde diensten of goederen;

  • p. Toekomstagenda: Toekomstagenda cultuur Zaanstad 2014-2017;

  • q. De wet: de Algemene wet Bestuursrecht;

  • r. Zaanstad: de gemeente Zaanstad.

Artikel 1.2 Subsidiedoeleinden
  • 1. Door middel van deze regeling wil het college een stimulans bieden aan activiteiten van amateurkunstverenigingen en instellingen die bijdragen aan de doelstellingen zoals verwoord in de Toekomstagenda.

  • 2. Jaarsubsidies aan amateurkunstverenigingen worden verleend op basis van de subregeling zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van deze regeling.

  • 3. Jaarsubsidies aan andere culturele instellingen worden verleend op basis van de subregeling zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van deze regeling.

  • 4. Kleinschalige evenementen en incidentele culturele activiteiten die buiten de jaarsubsidies vallen kunnen gesubsidieerd worden op basis van de subregeling zoals bedoeld in hoofdstuk 4 activiteitensubsidies cultuurhoofdstuk 4 van deze regeling.

  • 5. Het college wint voor het verlenen van de subsidies advies in van de adviescommissie.

Artikel 1.3 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
  • 1. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de direct aan de culturele activiteiten verbonden kosten, die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van de gesubsidieerde activiteiten.

  • 2. Organisatiekosten van de aanvrager kunnen tot maximaal 30% deel uitmaken van de begroting. Niet voor subsidie in aanmerking komen de vaste salariskosten van derden.

Artikel 1.4 Aanvrager, aanvraag en aanvraagtermijn
  • 1. Aanvrager dient te voldoen aan redelijke eisen van goed bestuur.

  • 2. De subsidieaanvraag wordt met een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier ingediend.

  • 3. Elke subregeling kent een sluitingsdatum, waarop de volledige aanvraag ingediend moet zijn.

  • 4. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld en compleet geworden is.

  • 5. Na de sluitingsdatum ingediende aanvragen worden niet in behandeling genomen.

Artikel 1.5 Subsidieplafond

De drie subregelingen hebben elk een subsidieplafond. Deze subsidieplafonds zijn gelijk aan de bedragen die jaarlijks door de raad beschikbaar worden gesteld in de begroting.

Artikel 1.6 Eerste keer subsidie aanvragen
  • 1. Indien een instelling voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt zij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten en het jaarverslag, de jaarrekening en de balans over het voorafgaande jaar toe aan het aanvraagformulier.

  • 2. In plaats van de onder lid 1 genoemde documenten levert een nieuwe instelling een exemplaar van de oprichtingsakte en de statuten, en een overzicht van de financiële positie van de aanvrager ten tijde van de aanvraag.

Artikel 1.7 Verantwoording van subsidies tot en met € 5.000
  • 1. Subsidie tot en met € 5.000 wordt direct vastgesteld.

  • 2. Onverminderd de verplichtingen van de subsidieontvanger als bedoeld in artikel 10 van de ASV, verstrekt de subsidieontvanger op verzoek van het college inlichtingen waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 3. Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in het tweede lid, kan door het college worden gedaan tot vijf jaar na de datum van de subsidievaststelling.

  • 4. Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in het tweede lid, kan deel uitmaken van het besluit tot subsidieverstrekking.

Artikel 1.8 Verantwoording van subsidies hoger dan € 5.000
  • a. Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de activiteiten zijn verricht;

  • b. Indien van toepassing, een kopie van de publiciteit omtrent de gesubsidieerde activiteit;

  • c. Een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten, t.o.v. de oorspronkelijke begroting (financieel verslag);

  • d. Een balans zoals bedoeld in artikel 14 van de ASV. Indien het een subsidie betreft die is verleend op basis van hoofdstuk 4 in deze regeling, hoeft geen balans te worden overlegd, tenzij het college hier in de beschikking om vraagt.

Artikel 1.9 Subsidievaststelling
  • 1. Bij een subsidie tot € 5.000 kan de aanvrager worden verplicht om aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 9 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

  • 2. Bij een subsidie boven € 5.000 vindt de vaststelling van de subsidie binnen 9 weken na ontvangst van de volledige verantwoording plaats.

  • 3. De in lid 1 en 2 genoemde termijnen kunnen eenmaal met ten hoogste 9 weken worden verdaagd. Het college doet hiervan voor afloop van de eerste termijn mededeling aan de aanvrager.

  • 4. Indien de subsidieontvanger de volledige verantwoording niet tijdig indient, kan het college de subsidie lager vaststellen.

  • 5. De subsidies die worden verleend op basis van hoofdstuk 4 in deze regeling worden op basis van werkelijke kosten vastgesteld.

Artikel 1.10 Bevoorschotting
  • 1. Een subsidie tot € 5.000 wordt uiterlijk binnen 6 weken na de verstrekking volledig uitbetaald.

  • 2. Een subsidie boven € 5.000 wordt uiterlijk binnen 6 weken na verlening voor 95% uitbetaald. Bij de subsidievaststelling wordt binnen 6 weken het restant uitbetaald.

  • 3. Wanneer de subsidie na de verantwoording lager wordt vastgesteld, wordt het verschil teruggevorderd.

Hoofdstuk 2 Jaarsubsidies amateurkunst

Artikel 2.1 Begripsbepalingen
  • a. Actieve leden: contributie betalende leden van een instelling, die de activiteiten ervan mede uitvoeren. De artistieke leiders, bestuurders, commissarissen, donateurs, ereleden en dergelijke worden niet als zodanig aangemerkt;

  • b. Activiteiten: de artistiek gerichte werkzaamheden van een instelling gericht op de beoefening van amateurkunst;

  • c. Artistiek leider: een dirigent, instructeur, regisseur, tentoonstellingsmaker, choreograaf en dergelijke, die hiertoe een erkende opleiding heeft gevolgd of aantoonbare relevante ervaring heeft;

  • d. Jeugdleden: leden in de leeftijd tot en met 18 jaar;

  • e. Openbaar optreden: een door een instelling georganiseerde, voor publiek toegankelijke, activiteit waaraan door publiciteit bekendheid wordt gegeven;

  • f. Subsidiabele periode: een kalenderjaar;

  • g. Vierjarenperiode: de periode van 4 kalenderjaren waarin de amateurkunstvereniging in aanmerking komt voor subsidie.

Artikel 2.2 Doel en reikwijdte
  • 1. Door middel van de bepalingen in dit hoofdstuk wil het college een meerjarige stimulans bieden aan activiteiten op het gebied van amateurkunst die bijdragen aan een cultureel aantrekkelijke stad.

  • 2. Subsidie wordt verleend voor de uitvoering van een door de aanvrager in te dienen vierjarenplan.

  • 3. Subsidie wordt per kalenderjaar verleend voor de amateurkunstactiviteiten die ter uitvoering van het vierjarenplan zullen plaats vinden gedurende dat kalenderjaar.

Artikel 2.3 Doelgroep
  • 1. De amateurkunstvereniging verzorgt minimaal 2 openbare optredens per jaar.

  • 2. De amateurkunstvereniging heeft ten minste het hierna vermelde aantal actieve leden, waarvan ten minste tweederde woonachtig in Zaanstad, zoals hieronder aangegeven:

    • a.

      Vijftien, in geval van een toneelvereniging, theater- of dansgroep, schilderskring, literaire kring, fotografenkring of audiovisuele vereniging;

    • b.

      Achttien, in geval van een koor, een muziekvereniging, een majorettevereniging, een tamboerkorps, een drumfanfare, of een blazersensemble;

    • c.

      Dertig, in geval van een fanfaregezelschap, een opera- of operettevereniging, een harmoniegezelschap of een symfonieorkest.

Artikel 2.4 Hoogte subsidie
  • 1. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de toetsing aan de criteria zoals genoemd in Artikel 2.10, door de adviescommissie.

  • 2. Een subsidie bedraagt daarbij nooit meer dan het bedrag dat door de leden van de vereniging/organisatie zelf wordt ingebracht (contributie).

  • 3. De subsidie bedraagt daarbij ten hoogste een maximaal bedrag per jaar, zoals hierna aangegeven:

    • a.

      € 2.000,- per jaar in geval van een koor, een toneelvereniging, theater- of dansgroep, schilderskring, literaire kring, fotografenkring of audiovisuele vereniging

    • b.

      € 3.000,- per jaar in geval van een muziekvereniging, een majorettevereniging, een tamboerkorps, een fanfaregezelschap, een harmoniegezelschap of een symfonieorkest, een drumfanfare, of een blazersensemble

    • c.

      € 5.000,- per jaar in geval van een opera- of operettevereniging

Artikel 2.5 Subsidiabele periode
  • 1. Een vierjarenplan kan eens in de vier jaar worden ingediend.

  • 2. De eerste vierjarenperiode begint op 1 januari 2015.

  • 3. De vierjarenperiode bestaat derhalve uit 4 subsidiabele periodes, die elk samenvallen met een kalenderjaar.

  • 4. Bij aanvang van de vierjarenperiode wordt de subsidie verleend op basis van de objectieve criteria uit artikel 2.3 en het toetsingsoordeel van de adviescommissie op grond van de beoordelingscriteria uit Artikel 2.10.

  • 5. Bij het tweede, derde en vierde subsidiejaar wordt alleen getoetst aan de objectieve criteria uit artikel 2.3.

Artikel 2.6 Vierjarenplan
  • 1. Het vierjarenplan omvat een visie voor de komende vier jaar en een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager daar invulling aan wil geven.

  • 2. Het vierjarenplan bevat een globale beschrijving van de subsidiabele activiteiten die in ieder kalenderjaar zullen plaats vinden.

Artikel 2.7 Aanvraag
  • 1. De aanvraag voor het eerste kalenderjaar van het vierjarenplan omvat het vierjarenplan en een vierjarenbegroting van de uitgaven en inkomsten waaronder de eigen bijdrage aan de culturele activiteiten, een jaarprogramma (activiteitenoverzicht) en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, het aantal actieve leden ten tijde van de aanvraag, en het curriculum vitae van de artistieke leider(s).

  • 2. Voor het vierjarenplan en de begroting stelt de gemeente formats beschikbaar die door de aanvrager dienen te worden gebruikt

  • 3. De aanvraag voor het tweede, derde en vierde kalenderjaar omvat een jaarprogramma (activiteitenoverzicht) inclusief een jaarbegroting van de uitgaven en inkomsten, waaronder de eigen bijdrage aan de culturele activiteiten. Ook wordt een verantwoording over het voorgaande subsidiejaar toegevoegd door middel van een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten, t.o.v. de oorspronkelijke jaarbegroting (financieel verslag).

  • 4. Voor het jaarprogramma (activiteitenoverzicht), de jaarbegroting en de verantwoording van het voorgaande subsidiejaar stelt de gemeente formats beschikbaar die door de aanvrager dienen te worden gebruikt

Artikel 2.8 Aanvraagtermijn
  • 1. Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2. In afwijking op het eerste lid geldt voor subsidieaanvragen die betrekking hebben op 2019, 1 november 2018 als uiterste datum van indiening.

Artikel 2.9 Wijze van verdeling
  • 1. De vierjarenplannen worden door de adviescommissie beoordeeld op basis van de in Artikel 2.10 genoemde criteria. De adviescommissie kent de aanvragen op ieder criterium een aantal punten toe. Het maximum aantal te behalen punten bedraagt 20 punten per aanvraag.

  • 2. Op basis van het aantal punten dat de adviescommissie aan een vierjarenplan heeft toegekend, bepaalt het college het subsidiebedrag waarvoor de aanvrager in aanmerking komt. Indien de adviescommissie aan een vierjarenplan 20 punten heeft toegekend, komt de aanvrager in aanmerking voor het maximale subsidiebedrag. Indien de adviescommissie minder dan 20 punten heeft toegekend, wordt het subsidiebedrag waarvoor de aanvrager in aanmerking komt, naar evenredigheid verlaagd.

  • 3. De subsidiebedragen waarvoor de aanvragers in aanmerking komen ingevolge het vorige lid, worden alle met hetzelfde percentage verhoogd dan wel verlaagd totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 4. Subsidie wordt niet verleend voor een hoger bedrag dan aangevraagd.

  • 5. Indien in een subsidiejaar het subsidieplafond niet bereikt wordt, komt het surplus ten goede aan het subsidieplafond van de subsidieregeling voor culturele activiteiten van datzelfde jaar.

Artikel 2.10 Subsidiecriteria
  • 1. De vierjarenplannen worden door de adviescommissie beoordeeld op grond van de volgende criteria:

    • a.

      Artistieke begeleiding

    • b.

      Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief)

    • c.

      Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad

    • d.

      Betrokkenheid jeugd

    • e.

      Samenwerking

    • f.

      Deskundigheidsbevordering/professionalisering

    • g.

      Kwaliteit PR

    • h.

      Noodzakelijke kosten t.b.v. materialen en huisvesting

  • 2. De criteria uit lid 1 zijn uitgewerkt in een puntensysteem. Dit is opgenomen in bijlage 1.

  • 3. De aanvragen met betrekking tot het tweede, derde en vierde kalenderjaar worden door de gemeente beoordeeld op hun overeenstemming met het vierjarenplan.

  • 4. Indien de aanvraag voor een kalenderjaar afwijkt van het vierjarenplan, kan de subsidie voor dat jaar lager worden toegekend. Geen verlaging vindt plaats, indien het nader ingevulde activiteitenplan als gevolg van de afwijking naar het oordeel van het college beter voldoet aan de criteria genoemd in het eerste lid.

Artikel 2.11 Beslistermijn
  • 1. Het college beslist uiterlijk 31 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, over de verdeling van subsidies.

  • 2. De subsidies worden direct vastgesteld.

  • 3. De in het eerste lid gestelde termijn kan, met redenen omkleed, met ten hoogste 9 weken verdaagd worden.

  • 4. In afwijking van het eerste lid besluit het college uiterlijk 31 januari 2019 over de verdeling van de subsidies van de eerste subsidiabele periode.

Artikel 2.12 Weigeringsgronden
  • 1. Niet voldaan is aan de eisen en criteria genoemd in deze regeling.

  • 2. De financiële onderbouwing onduidelijk, ondeugdelijk, niet sluitend of onvoldoende is.

  • 3. De aanvrager reeds op een andere manier van de gemeente Zaanstad een jaarsubsidie ontvangt.

  • 4. De aanvraag te laat is ingediend.

  • 5. Minder dan 10 punten behaald zijn in de beoordeling op grond van artikel 2.10.

Hoofdstuk 3 Jaarsubsidies kleine culturele instellingen

Artikel 3.1 Begripsbepalingen
  • a. Culturele activiteit:

    • a.

      het leveren van een bijdrage aan de realisatie van het gemeentelijk cultuurbeleid zoals verwoord in de Toekomstagenda,

    • b.

      het creëren van een cultureel, openbaar toegankelijk, aanbod in Zaanstad, bijvoorbeeld door het organiseren van concerten, het produceren en uitvoeren van theatervoorstellingen en dergelijke,

    • c.

      het faciliteren van de onder b. genoemde activiteiten, bijvoorbeeld door het aanbieden van een podium,

    • d.

      het bevorderen van cultuurparticipatie,

    • e.

      het bevorderen van kennis, discussie en bewustwording over verschillende cultuurdisciplines, waaronder architectuur en beeldende kunst,

  • b. Subsidiabele periode: een kalenderjaar;

  • c. Vierjarenperiode: de periode van 4 kalenderjaren waarin de instelling in aanmerking komt voor subsidie, mits aan de objectieve criteria uit deze regeling wordt voldaan.

Artikel 3.2 Doel en reikwijdte van de regeling
  • 1. Door middel van de bepalingen in dit hoofdstuk wil het college een stimulans bieden aan meerjarige culturele activiteiten die bijdragen aan een cultureel aantrekkelijke stad.

  • 2. Subsidie wordt verleend aan instellingen die zich ten doel stellen activiteiten te verrichten op het gebied van cultuur, anders dan amateurkunst.

  • 3. Subsidie wordt verleend voor de uitvoering van een door de aanvrager in te dienen vierjarenplan.

  • 4. Subsidie wordt per kalenderjaar verleend voor de culturele activiteiten die ter uitvoering van het vierjarenplan zullen plaats vinden gedurende dat kalenderjaar.

  • 5. Het college wint voor het verlenen van de subsidies advies in van een adviescommissie.

Artikel 3.3 Subsidiabele Activiteiten
  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor meerjarige culturele activiteiten die ten goede komen aan de inwoners van Zaanstad. Culturele activiteiten worden geacht ten goede te komen aan de inwoners van Zaanstad, indien de culturele activiteiten in Zaanstad plaats vinden.

  • 2. Culturele activiteiten worden geacht ten dele ten goede te komen aan de inwoners van Zaanstad, indien de inwoners van Zaanstad behoren tot de doelgroep van de aanvrager. De culturele activiteiten zijn in dat geval subsidiabel naar evenredigheid van het aandeel van de inwoners van Zaanstad in de doelgroep van de culturele activiteiten.

Artikel 3.4 Subsidiabele periode
  • 1. Een vierjarenplan kan eens in de vier jaar worden ingediend.

  • 2. De eerste vierjarenperiode begint op 1 januari 2015.

  • 3. De vierjarenperiode bestaat derhalve uit 4 subsidiabele periodes, die elk samenvallen met een kalenderjaar.

  • 4. Bij aanvang van de vierjarenperiode wordt de subsidie verleend op basis van de objectieve criteria uit artikel 3.2 en artikel 3.3 en de beoordelingscriteria uit artikel 3.10.

  • 5. Bij het tweede, derde en vierde subsidiejaar wordt alleen getoetst aan de objectieve criteria uit artikel 3.2 en artikel 3.3

Artikel 3.5 Hoogte subsidie
  • 1. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de toetsing op de criteria zoals genoemd in artikel 3.10, door de adviescommissie.

  • 2. Een subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van de in de aanvraag beschreven culturele activiteiten.

  • 3. Een subsidie bedraagt daarbij maximaal € 25.000,- per kalenderjaar per aanvrager.

Artikel 3.6 Vierjarenplan
  • 1. Het vierjarenplan omvat een visie voor de komende vier jaar en een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager daar invulling aan wil geven.

  • 2. Het vierjarenplan bevat een globale beschrijving van de subsidiabele activiteiten die in ieder kalenderjaar zullen plaats vinden.

Artikel 3.7 Aanvraag
  • 1. De subsidieaanvraag wordt met een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier ingediend.

  • 2. De aanvraag voor het eerste kalenderjaar van het vierjarenplan omvat het vierjarenplan en een vierjarenbegroting van de uitgaven en inkomsten, waaronder de eigen bijdrage aan de culturele activiteit, en een jaarprogramma (activiteitenoverzicht) met bijbehorende jaarbegroting van de uitgaven en inkomsten.

  • 3. Voor het vierjarenplan en de begroting stelt de gemeente formats beschikbaar die door de aanvrager dienen te worden gebruikt

  • 4. De aanvraag voor het tweede, derde en vierde kalenderjaar omvat een jaarprogramma (activiteitenoverzicht) inclusief een jaarbegroting van de uitgaven en inkomsten, waaronder de eigen bijdrage aan de culturele activiteiten. Ook wordt een verantwoording over het voorgaande subsidiejaar toegevoegd door middel van een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten, t.o.v. de oorspronkelijke jaarbegroting (financieel verslag).

  • 5. Voor het jaarprogramma (activiteitenoverzicht), de jaarbegroting en de verantwoording van het voorgaande subsidiejaar stelt de gemeente formats beschikbaar die door de aanvrager dienen te worden gebruikt.

Artikel 3.8 Aanvraagtermijn
  • 1. In afwijking op het eerste lid geldt voor subsidieaanvragen die betrekking hebben op 2019, 1 november 2019 als uiterste datum van indiening.

Artikel 3.9 Wijze van verdeling
  • 1. De vierjarenplannen worden door de adviescommissie beoordeeld op basis van de in artikel 3.10 genoemde criteria. De adviescommissie kent de aanvragen op ieder criterium een aantal punten toe. Het maximum aantal te behalen punten bedraagt 20 punten per aanvraag.

  • 2. Op basis van het aantal punten dat de adviescommissie aan een vierjarenplan heeft toegekend, berekent het college het subsidiebedrag waarvoor de aanvrager in aanmerking komt. Indien de adviescommissie aan een vierjarenplan 20 punten heeft toegekend, komt de aanvrager in aanmerking voor het volledige aangevraagde subsidiebedrag. Indien de adviescommissie minder dan 20 punten heeft toegekend, wordt het subsidiebedrag waarvoor de aanvrager in aanmerking komt, naar evenredigheid verlaagd.

  • 3. De subsidiebedragen waarvoor de aanvragers in aanmerking komen ingevolge het vorige lid, worden alle met hetzelfde percentage verhoogd dan wel verlaagd totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 4. Subsidie wordt niet verleend voor een hoger bedrag dan aangevraagd.

  • 5. Indien in een subsidiejaar het subsidieplafond niet bereikt wordt, komt het surplus ten goede aan het subsidieplafond van de subsidieregeling voor culturele activiteiten van datzelfde jaar.

Artikel 3.10 Subsidiecriteria
  • 1. De vierjarenplannen worden door de adviescommissie beoordeeld op grond van de volgende criteria:

    • a.

      Expertise en deskundigheid

    • b.

      Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief)

    • c.

      Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad

    • d.

      Sociaal-maatschappelijke relevantie

    • e.

      Betrokkenheid jeugd

    • f.

      Samenwerking

    • g.

      Deskundigheidsbevordering/professionalisering

    • h.

      Kwaliteit PR

  • 2. De criteria uit lid 1 zijn uitgewerkt in een puntensysteem. Dit is opgenomen in bijlage 1.

  • 3. De aanvragen met betrekking tot het tweede, derde en vierde kalenderjaar worden door de gemeente beoordeeld op hun overeenstemming met het vierjarenplan.

  • 4. Indien de aanvraag voor een kalenderjaar afwijkt van het vierjarenplan, kan de subsidie voor dat jaar lager worden toegekend. Geen verlaging vindt plaats, indien het nader ingevulde activiteitenplan als gevolg van de afwijking beter voldoet aan de criteria genoemd in het eerste lid.

Artikel 3.11 Beslistermijn
  • 1. Het college beslist uiterlijk 31 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, over de verdeling van subsidies.

  • 2. De in het eerste lid gestelde termijn kan, met redenen omkleed, met ten hoogste 9 weken verdaagd worden.

  • 3. In afwijking van het eerste lid besluit het college uiterlijk 31 januari 2019 over de verdeling van de subsidies van de eerste subsidiabele periode.

Artikel 3.12 Weigeringsgronden
  • 1. Niet is voldaan aan de eisen en criteria genoemd in deze regeling.

  • 2. De financiële onderbouwing onduidelijk, ondeugdelijk, niet sluitend of onvoldoende is

  • 3. De aanvrager reeds op een andere manier van de gemeente Zaanstad een jaarsubsidie ontvangt.

  • 4. De aanvraag te laat is ingediend.

  • 5. Minder dan 10 punten behaald zijn in de beoordeling op grond van artikel 3.10.

Hoofdstuk 4 Activiteitensubsidies cultuur

Artikel 4.1 Begripsbepalingen
  • a. Ad hoc activiteit: een activiteit die zich onderscheidt van het normale activiteitenpatroon van een instelling, zoals een evenement, een experiment, een festival of een project;

  • b. Kleinschalig evenement: een bijzondere en unieke gebeurtenis, van beperkte duur, publiek toegankelijk (betaald of vrij entree) een korte voorbereidingstijd, zoals bedoeld in de nota Zaanse Smaakmakers en de aanpak Stad aan de Zaan;

  • c. Subsidieperiode 1: de maanden januari, februari en maart van het subsidiejaar waarin de regeling geldt;

  • d. Subsidieperiode 2: de maanden april, mei en juni van het subsidiejaar waarin de regeling geldt;

  • e. Subsidieperiode 3: de maanden juli, augustus, september en oktober van het subsidiejaar waarin de regeling geldt;

  • f. Subsidieperiode 4: de maanden november en december van het subsidiejaar waarin de regeling geldt.

Artikel 4.2 Doel en reikwijdte van de regeling
  • 1. Deze regeling is van toepassing op subsidies die het college beschikbaar stelt voor ad hoc culturele activiteiten die zich onderscheiden van het normale activiteitenpatroon van amateurkunstverenigingen en andere (culturele) instellingen en bijdragen aan de culturele ontwikkeling van Zaanstad.

  • 2. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor culturele activiteiten die ten goede komen aan de inwoners van Zaanstad. Culturele activiteiten worden geacht ten goede te komen aan de inwoners van Zaanstad:

    • a.

      indien de culturele activiteiten in Zaanstad plaats vinden, of

    • b.

      indien de culturele activiteiten worden uitgevoerd door inwoners van Zaanstad .

  • 3. Culturele activiteiten worden geacht ten dele ten goede te komen aan de inwoners van Zaanstad, indien de inwoners van Zaanstad behoren tot de doelgroep van de aanvrager. De culturele activiteiten zijn in dat geval subsidiabel naar evenredigheid van het aandeel van de inwoners van Zaanstad in de doelgroep van de culturele activiteiten.

  • 4. Onder lid 1 vallen ook activiteiten die de verdere ontwikkeling, samenwerking en professionalisering van de culturele instellingen en amateurkunstverenigingen betreffen of die gericht zijn op de promotie van Zaanstad.

Artikel 4.3 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan instellingen zonder winstoogmerk, die culturele activiteiten uitvoeren binnen Zaanstad.

Artikel 4.4 Hoogte subsidie
  • 1. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de toetsing op de criteria zoals genoemd in artikel 4.9, door de adviescommissie.

  • 2. Een subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van de aangevraagde ad hoc activiteit.

  • 3. Een aanvrager kan per kalenderjaar maximaal € 10.000 aan subsidie ontvangen ingevolge deze regeling, ongeacht het aantal aanvragen.

  • 4. Een startsubsidie bedraagt maximaal € 4.000.

Artikel 4.5 Subsidiabele periode
  • 1. Elk kalenderjaar kent 4 subsidieperiodes, zoals opgenomen in artikel 4.1.

  • 2. Het eerste subsidiejaar en de eerste subsidiabele periode beginnen op 1 januari 2015.

  • 3. De adviescommissie komt elke subsidieperiode bijeen om de gedane aanvragen van de daarop volgende subsidieperiode te beoordelen.

  • 4. Activiteiten die zich over meerdere subsidieperiodes uitstrekken, worden beoordeeld alsof zij plaatsvinden in de subsidieperiode waarin de activiteit start. Dit geldt ook voor startsubsidies.

Artikel 4.6 Subsidieplafond en wijze van verdeling
  • 1. Voor subsidieperiode 1 is 25% van het subsidieplafond beschikbaar. Voor subsidieperiode 2 ook 25%. Voor subsidieperiode 3 is het 35% en voor subsidieperiode 4 is het 15%.

  • 2. Door de adviescommissie worden de aanvragen per subsidieperiode kwalitatief en ten opzichte van elkaar gewogen, op basis van de in deze regeling genoemde doelen en de in Artikel 4.9 genoemde criteria en het puntensysteem.

  • 3. Het puntensysteem leidt tot een percentage, welke wordt gebruikt om de hoogte van de subsidie te bepalen. Op basis van deze weging wordt subsidie toegekend door het college. Hierbij wordt het subsidieplafond voor de betreffende subsidieperiode in acht genomen. De weging kan er toe leiden dat een lagere subsidie wordt toegekend dan is aangevraagd.

  • 4. Indien in een subsidieperiode het subsidieplafond niet bereikt wordt, komt het surplus ten goede aan de volgende subsidieperiode, met dien verstande dat hierbij geen kalenderjaarwisseling overschreden wordt.

Artikel 4.7 Aanvraagformulier
  • 1. De subsidieaanvraag wordt met een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier ingediend.

  • 2. De aanvraag betreft in ieder geval een activiteitenplan en een begroting van de uitgaven en inkomsten waaronder de eigen bijdrage aan de activiteit.

  • 3. Indien de activiteit eerder heeft plaatsgevonden wordt een verslag van die eerdere editie samen met de verbeterpunten die op grond van een vorige editie zijn vastgesteld opgenomen in het activiteitenplan.

  • 4. In het geval dat de activiteiten deels in Zaanstad plaatsvinden (artikel 4.2 lid 3) dient door de aanvrager duidelijk worden aangegeven welk onderdeel in Zaanstad plaatsvindt en welke kosten en inkomsten daar mee gepaard gaan

  • 5. Voor het activiteitenplan en de begroting stelt de gemeente formats beschikbaar die door de aanvrager dienen te worden gebruikt

Artikel 4.8 Aanvraagtermijn
  • 1. Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend uiterlijk op de vijftiende dag van de eerste maand van de subsidieperiode die voorafgaat aan de subsidieperiode waarin de aangevraagde activiteit plaatsvindt.

  • 2. Te vroeg ingediende aanvragen worden opgeschort tot de sluitingsdatum van de betreffende subsidieperiode.

Artikel 4.9 Subsidiecriteria
  • 1. De aanvragen voor culturele activiteiten worden per subsidieperiode beoordeeld op grond van de volgende criteria:

    • a.

      Inhoudelijke kwaliteit

    • b.

      Professionaliteit

    • c.

      Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief)

    • d.

      Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad

    • e.

      Sociaal maatschappelijke relevantie

    • f.

      Betrokkenheid jeugd

    • g.

      Samenwerking

    • h.

      Deskundigheidsbevordering/professionalisering

    • i.

      Kwaliteit PR

  • 2. De aanvragen voor kleinschalige evenementen worden per subsidieperiode beoordeeld op grond van de volgende criteria:

    • a.

      Professionaliteit

    • b.

      Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief)

    • c.

      Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad

    • d.

      Sociaal maatschappelijke relevantie/bijzondere doelgroepen

    • e.

      Samenwerking

    • f.

      Aansluiting bij hotspot

    • g.

      Duurzaamheid

    • h.

      Kwaliteit PR

  • 3. De criteria uit lid 1 en 2 zijn uitgewerkt in een puntensysteem. Deze is opgenomen in bijlage 1.

  • 4. Een aanvraag voor een culturele activiteit dient ‘gemiddeld’ of ‘hoger’ te scoren op criterium a.

  • 5. Indien een aanvrager meerdere aanvragen heeft ingediend voor dezelfde subsidieperiode en het subsidieplafond met minimaal 50% overschreden wordt, kan het college besluiten om niet alle aanvragen te honoreren. Tenzij in overleg met de aanvrager tot een andere keuze wordt gekomen, komt de hoogste aanvraag in aanmerking voor subsidie.

Artikel 4.10 Beslistermijn
  • 1. Het college beslist binnen 6 weken na de sluitingsdatum voor de aanvragen van de betreffende subsidieperiode.

  • 2. In afwijking op lid 1 geldt voor subsidieperiode 1 van het jaar 2015 een beslistermijn van 9 weken na de sluitingsdatum.

  • 3. De in het eerste lid gestelde termijn kan, met redenen omkleed, met ten hoogste 9 weken verdaagd worden.

Artikel 4.11 Weigeringsgronden
  • 1. Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 en in het sanctiebeleid, wordt de subsidie niet verleend indien:

    • a.

      Niet voldaan is aan de eisen en criteria genoemd in deze regeling.

    • b.

      De aanvraag te laat is ingediend.

    • c.

      Het een evenement betreft dat in aanmerking komt voor de Subsidieregeling evenementen Zaanstad of diens opvolger, tenzij daarbij het subsidieplafond is bereikt.

    • d.

      De financiële onderbouwing onduidelijk, ondeugdelijk, niet sluitend of onvoldoende is

    • e.

      Minder dan 10 punten behaald zijn op grond van artikel 4.9.

  • 2. Het college kan de subsidie daarnaast weigeren indien:

    • a.

      De activiteit al anderszins van gemeentewege wordt gesubsidieerd

    • b.

      Aanvrager meer dan 1 activiteitensubsidie per subsidieperiode aanvraagt.

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 5.1 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, afwijken van het bepaalde in deze regeling, indien een strikte toepassing daarvan zal leiden tot een onevenredige benadeling van de aanvrager of subsidieontvanger.

Artikel 5.2 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het college.

Artikel 5.3 Slotbepalingen
  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

  • 2. De subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling amateurkunst en culturele activiteiten Zaanstad 2015.

  • 3. De Subsidieregeling culturele activiteiten Zaanstad en de Subsidieregeling amateurkunst Zaanstad worden ingetrokken per 1 januari 2015.

  • 4. Aanvragen om incidentele subsidies, welke het jaar 2014 betreffen, worden afgedaan op grond van de Subsidieregeling culturele activiteiten Zaanstad of de Subsidieregeling amateurkunst Zaanstad.

Ondertekening

Bijlage 1 Toelichting criteria en puntensysteem

Gedeelde criteria

Geografische spreiding binnen Zaanstad

Bij dit criterium wordt gekeken naar de locaties waar de activiteiten van aanvrager plaatsvinden. Hier kan een punt worden behaald indien er sprake is van spreiding ten opzichte van de activiteiten van soortgelijke aanvragers/aanvragen. Doel hierachter is dat de activiteiten zich niet concentreren op een bepaald gedeelte van de gemeente. Spreiding buiten de gemeentegrenzen telt niet mee. Ze zijn wel toegestaan, maar aanvrager behaalt er geen extra punten mee.

Sociaal-maatschappelijke relevantie

Zaanstad acht culturele activiteiten op zichzelf waardevol. Meerwaarde kan gevonden worden als de activiteiten samenhangen met actuele maatschappelijke thema’s en /of verbinding leggen tussen verschillende doelgroepen (sociale cohesie). Cultuur biedt kansen om deze thema’s en verbinding in een nieuw licht te plaatsen en breder onder de aandacht te brengen.

Kwalitatief publiekbereik

Bij dit criterium geldt niet het aantal bezoekers, maar de aard ervan. Als de activiteit plaatsvindt op een locatie waar ook toevallige voorbijgangers worden bereikt wordt 1 punt toegekend. De aanvrager kan 2 punten behalen indien een optreden naast vaste bezoekers bewust gericht wordt op een bijzondere doelgroep, die normaal gesproken niet bereikt wordt met amateurkunstactiviteiten en/of culturele activiteiten. In het activiteitenplan geeft aanvrager een duidelijke toelichting hoe die doelgroep wordt benaderd en uitgenodigd/betrokken.

Deskundigheidsbevordering/professionalisering

Bij dit criterium wordt beoordeeld hoe de aanvrager zich inzet om de kwaliteit van de eigen culturele activiteiten te verbeteren, dan wel die van anderen. Deskundigheidsbevordering en professionalisering is relevant voor het voortbestaan van een organisatie. Als dit onderdeel uitmaakt van het vierjarenplan, wordt hier een punt behaald. Een ad-hoc-activiteit mag hier op gericht zijn, bijvoorbeeld een amateurkunstvereniging die gedurende een jaar workshops volgt die gegeven worden door professionals, investeren in een beter bestuur of professionele begeleiding.

Kwaliteit PR

Bij dit criterium wordt gekeken naar de manieren waarop de aanvrager publiciteit inzet om de optredens aan te kondigen en de vereniging te promoten. Of er sprake is van basale of extra publiciteit is ter beoordeling van de adviescommissie en zal mede worden bepaald op basis van de andere aanvragen.

Criteria voor jaarsubsidies amateurkunst

Artistiek leider

Een dirigent, instructeur, regisseur, tentoonstellingsmaker, choreograaf en dergelijke, die hiertoe een erkende opleiding heeft gevolgd of beschikt over een consistente en aantoonbare relevante ervaring.

Kwantitatief publieksbereik

De omvang van het publiek dat redelijkerwijs bereikt zal worden met de drie vereiste openbare optredens van de amateurkunstvereniging. Het aantal bezoekers dat in het puntensysteem genoemd wordt, geldt per optreden. Dit criterium kan onderbouwd worden door ervaringen uit het verleden van aanvrager. Indien er meer dan de verplichte 2 optredens verzorgd worden, draagt ook dit bij aan het publieksbereik. Bij dit criterium wordt ook gekeken naar het ledenaantal van de aanvrager, omdat leden over het algemeen ook eigen publiek aantrekken.

Inhoudelijke spreiding binnen Zaanstad

Zaanstad streeft naar grote diversiteit in het aanbod van amateurkunstverenigingen en stimuleert creativiteit en inhoudelijke vernieuwing. Amateurkunstverenigingen die zich weten te onderscheiden van anderen door de inhoud van hun activiteiten, scoren punten bij dit criterium. Of hier sprake van is, is ter beoordeling van de adviescommissie en zal mede worden bepaald op basis van de andere aanvragen.

Betrokkenheid jeugd

Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de jeugd onderdeel uitmaakt van de organisatie en activiteiten van de aanvrager. Er is sprake van een jeugdafdeling als de jeugdleden een eigen afdeling vormen binnen de vereniging en door de vereniging opgeleid worden.

Indien de aanvrager geen jeugdleden heeft, maar zich in haar activiteiten wel richt op jeugd, worden er op dit criterium geen punten gescoord. Aanvrager scoort in dat geval punten op het kwalitatieve publieksbereik.

Samenwerking

Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre er sprake is van samenwerking met andere instellingen binnen of buiten de amateurkunst. Met de eigen discipline wordt het type amateurkunst bedoeld. Een koor dat samenwerkt met bijvoorbeeld een toneelvereniging is een voorbeeld van samenwerking buiten de eigen discipline. Samenwerking buiten de amateurkunst komt hier ook voor in aanmerking, bijvoorbeeld met een sportvereniging of een winkeliersvereniging, etc. De samenwerkingspartner(s) moeten een inhoudelijk toegevoegde waarde hebben. Commerciële inhuur voor bijvoorbeeld de uitvoering van een onderdeel van de activiteit of huur van locatie of materialen wordt niet gezien als samenwerking.

Noodzakelijke kosten t.b.v. materialen en huisvesting

Sommige verenigingen hebben te maken met hogere noodzakelijke kosten, bijvoorbeeld voor het onderhouden of aanschaffen van het materieel (zoals kostuums, decors en muziekinstrumenten). Of omdat de huisvesting speciale vereisten met zich meebrengt, bijvoorbeeld vanwege akoestiek, beperking van geluidsoverlast, etc. Of er sprake is van normale kosten of van bijzondere kosten is ter beoordeling van de adviescommissie en zal mede worden bepaald op basis van de andere aanvragen.

Puntensysteem amateurkunstverenigingen

Criterium score

Artistieke begeleiding

Geen gediplomeerde artistiek leider en/of relevante ervaring 0

Wel gediplomeerde artistiek leider en/ofrelevante ervaring 1

Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief)

Ledenaantal

o Tot 5 leden boven minimale grens 0

o 5 tot 15 leden boven minimale grens 1

o Meer dan 15 leden boven minimale grens 2

Aantal optredens

o 2 optredens 0

o 3 tot 6 optredens 1

o 6 of meer optredens 2

Verwacht gemiddeld publiek

o Tot 25 bezoekers 0

o Tussen 25 en 100 bezoekers 1

o Meer dan 100 bezoekers 2

Verbreding publieksbereik

o Vaste doelgroep en toevallig publiek 1

o Nieuw publiek (inzet op bijzondere doelgroepen) 2

Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad

Uniciteit/originaliteit ten opzichte van andere aanvragers

Geen 0

Gemiddeld 1

Hoog 2

Spreiding ten opzichte van de andere aanvragen in dezelfde discipline

Geen 0

Wel 1

Betrokkenheid jeugd

Geen jeugdleden 0

Enkele jeugdleden (tot 5)2

Complete jeugdafdeling vanaf 6 jeugdleden 3

Samenwerking

Geen samenwerking 0

Binnen of buiten eigen discipline 1

Binnen en buiten eigen discipline 2

Deskundigheidsbevordering/professionalisering

Geen deskundigheidsbevordering 0

Wel deskundigheidsbevordering 1

Kwaliteit PR

Basale publiciteit 0

Extra publiciteit 1

Noodzakelijke kosten t.b.v. materialen en huisvesting

Normale kosten 0

Bijzondere kosten 1

Maximaal te behalen score: 20 punten

Criteria voor jaarsubsidies kleine culturele instellingen

Expertise en deskundigheid

Bij dit criterium wordt gekeken naar of de activiteiten dan wel de programmering van de instelling deskundig opgezet zijn, en in hoeverre het programma en/of het thema is/zijn uitgewerkt en onderling samenhangen. Het verschil tussen basale en uitgebreide uitwerking is ter beoordeling van de adviescommissie en zal mede worden bepaald op basis van de andere aanvragen.

Kwantitatief publieksbereik

De omvang van het publiek dat redelijkerwijs bereikt zal worden met de culturele activiteiten die aanvrager ontwikkelt. Het aantal bezoekers dat in het puntensysteem genoemd wordt, geldt per activiteit. Dit criterium kan onderbouwd worden door eerdere ervaringen van aanvrager.

Inhoudelijke spreiding binnen Zaanstad

Zaanstad streeft naar grote diversiteit in het aanbod van culturele activiteiten en stimuleert creativiteit en inhoudelijke vernieuwing. Instellingen die zich weten te onderscheiden van andere aanvragen door de inhoud van hun activiteiten, scoren punten bij dit criterium. Of hier sprake van is, is ter beoordeling van de adviescommissie en zal mede worden bepaald op basis van de andere aanvragen.

Betrokkenheid jeugd

Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de jeugd bereikt wordt met de activiteiten die aanvrager uitvoert. Onderscheid wordt gemaakt in passieve en actieve deelname van de jeugd. Passieve deelname houdt in dat de jeugd beoogd onderdeel uitmaakt van het publiek. Bij actieve deelname zijn de activiteiten specifiek op jongeren gericht en voeren zij zelf de culturele activiteit uit. Bijvoorbeeld een jongerenpodium, dat door aanvrager georganiseerd wordt.

Samenwerking

Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre er sprake is van samenwerking met andere instellingen binnen of buiten de culturele sector. Met de eigen discipline wordt een instelling bedoeld die inhoudelijk dezelfde doelen nastreeft en soortgelijke activiteiten ontwikkelt. Buiten de eigen discipline kan ook betekenen dat er wordt samengewerkt met een niet-culturele instelling, bijvoorbeeld met een sportvereniging of een winkeliersvereniging, etc. Bij dit criterium kan ook gekeken worden naar regionale samenwerking, niet alleen naar Zaanse instellingen. De samenwerkingspartner(s) moeten een inhoudelijk toegevoegde waarde hebben. Commerciële inhuur voor bijvoorbeeld de uitvoering van een onderdeel van de activiteit of huur van locatie of materialen wordt niet gezien als samenwerking.

.

Puntensysteem kleine culturele instellingen

Criteriumscore

Expertise en deskundigheid

Thema/programma

Basale uitwerking 0

Uitgebreide uitwerking 1

Gediplomeerde /professionele begeleiding / programmering

Geen 0

Wel 1

Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief)

Verwacht publiek

Tot 25 bezoekers 0

Tussen 25 en 100 bezoekers 1

Meer dan 100 bezoekers 2

Verbreding publieksbereik

Vaste doelgroep 1

Nieuw publiek (inzet op bijzondere doelgroepen) 2

Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad

Uniciteit/originaliteit ten opzichte van andere activiteiten

Geen 0

Wel 2

Spreiding ten opzichte van de andere aanvragen

Geen 0

Wel 1

Activiteit binnen Zaanstad

Nee 0

Ja 2

Sociaal maatschappelijke relevantie

Alleen culturele waarde 1

Cultuur overstijgende waarde 2

Betrokkenheid jeugd

Geen jeugd 0

Passieve deelname jeugd 1

Actieve deelname jeugd 2

Passieve en actieve deelname jeugd 3

Samenwerking

Geen samenwerking 0

Binnen of buiten eigen discipline 1

Binnen en buiten eigen discipline 2

Deskundigheidsbevordering/professionalisering

Geen deskundigheidsbevordering 0

Wel deskundigheidsbevordering 1

Kwaliteit PR

Basale publiciteit 0

Extra publiciteit 1

Maximaal te behalen score: 20 punten

Criteria voor activiteitensubsidies

Artistiek Inhoudelijke kwaliteit

De leden van de adviescommissie kijken naar eerdere projecten/resultaten van de aanvrager en naar de wijze hoe wordt gestreefd de gestelde doelen van het voorgelegde project te behalen. Indicatoren zijn dan ook de kwaliteit van eerdere projecten, ontwikkeling van de aanvrager, de beschreven inspanning bij de onderliggende aanvraag. Idealiter zijn deze terug te vinden in een heldere, volledige, maar wel beknopte aanvraag.

Kernwaarden bij de beoordeling van de artistiek inhoudelijke kwaliteit zijn:

Vakmanschap

Er is een duidelijke/heldere artistiek-inhoudelijke doelstelling en een concrete uitwerking van het streven hoe deze te bereiken.

Oorspronkelijkheid/vernieuwing

Uit de aanvraag blijkt dat deze een voor de aanvrager bijzonder, niet-regulier project betreft, dat tevens een aanvulling vormt op het (amateurkunst)aanbod in de stad.

Een eigen visie, originele invalshoek, eigen ‘signatuur’ gelden als een pre bij de beoordeling.

Zeggingskracht

Zeggingskracht betreft de impact van de activiteit(en) op het publiek. Dat wil zeggen dat de activiteit(en) de publieksgroepen die de instelling wil bereiken, aanspreekt/aanspreken. Is de aanvrager in staat het beoogde publiek te prikkelen, te ontroeren of aan het denken te zetten?

Professionaliteit

Bij dit criterium wordt gekeken naar of de activiteiten dan wel de programmering van de instelling professioneel opgezet zijn, en in hoeverre het programma en/of het thema zijn uitgewerkt en onderling samenhangen. Het verschil tussen basale en uitgebreide uitwerking is ter beoordeling van de adviescommissie en zal mede worden bepaald op basis van de andere aanvragen.

Kwantitatief publieksbereik

De omvang van het publiek dat redelijkerwijs bereikt zal worden met de aangevraagde culturele activiteit(en). Het aantal bezoekers dat in het puntensysteem genoemd wordt, geldt per activiteit. Dit criterium kan onderbouwd worden door eerdere ervaringen van aanvrager.

Inhoudelijke spreiding binnen Zaanstad

Zaanstad streeft naar grote diversiteit in het aanbod van culturele activiteiten en stimuleert creativiteit en inhoudelijke vernieuwing. Instellingen die zich weten te onderscheiden van anderen door de inhoud van hun activiteiten, scoren punten bij dit criterium. Of hier sprake van is, is ter beoordeling van de adviescommissie en zal mede worden bepaald op basis van de andere aanvragen.

Betrokkenheid jeugd

Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de jeugd bereikt wordt met de aangevraagde activiteit. Onderscheid wordt gemaakt in passieve en actieve deelname van de jeugd. Passieve deelname houdt in dat de jeugd beoogd onderdeel uitmaakt van het publiek. Bij actieve deelname zijn de activiteiten specifiek op jongeren gericht en voeren zij zelf de culturele activiteit uit. Bijvoorbeeld een jongerenpodium, dat door aanvrager georganiseerd wordt.

Samenwerking

Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre er sprake is van samenwerking met andere instellingen binnen of buiten de culturele sector. Met de eigen discipline wordt een instelling bedoeld die inhoudelijk dezelfde doelen nastreeft en soortgelijke activiteiten ontwikkelt. Buiten de eigen discipline kan ook betekenen dat er wordt samengewerkt met een niet-culturele instelling, bijvoorbeeld met een sportvereniging of een winkeliersvereniging, etc. Commerciële inhuur voor bijvoorbeeld de uitvoering van een onderdeel van de activiteit of huur van locatie of materialen wordt niet gezien als samenwerking.

Puntensysteem activiteitensubsidies

Criteriumscore

Artistiek-inhoudelijke kwaliteit

Vakmanschap1

Oorspronkelijkheid/vernieuwing 1

Zeggingskracht 1

Professionele begeleiding

Gediplomeerde /professionele begeleiding / programmering

Geen 0

Wel 1

Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief)

Verwacht publiek

Tot 25 bezoekers 0

Tussen 25 en 100 bezoekers 1

Meer dan 100 bezoekers 2

Verbreding publieksbereik

Vaste doelgroep 1

Nieuw publiek (bijzondere doelgroepen) 2

Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad

Uniciteit/originaliteit ten opzichte van andere activiteiten van het kwartaal

Geen 0

Wel 2

Spreiding ten opzichte van de andere aanvragen

Geen 0

Wel 1

Sociaal maatschappelijke relevantie

Alleen culturele waarde 1

Cultuur overstijgende waarde 2

Betrokkenheid jeugd

Geen jeugd 0

Passieve deelname jeugd 1

Actieve deelname jeugd 2

Passieve en actieve deelname jeugd 3

Samenwerking

Geen samenwerking 0

Binnen of buiten eigen discipline 1

Binnen en buiten eigen discipline 2

Deskundigheidsbevordering/professionalisering

Geen 0

Wel 1

Kwaliteit PR

Basale publiciteit 0

Extra publiciteit 1

Maximaal te behalen score: 20 punten

Criteria voor kleinschalige evenementen

Professionaliteit

Bij dit criterium wordt gekeken of de voorbereiding, de activiteiten en de programmering van het evenement professioneel zijn opgezet en in hoeverre het programma en/of het thema zijn uitgewerkt en onderling samenhangen. De kwaliteit van dit criterium zal mede worden bepaald op basis van de andere aanvragen.

Kwantitatief publieksbereik

De omvang van het publiek dat redelijkerwijs bereikt zal worden met het aangevraagde evenement. In het geval dat een evenement meerdere dagen duurt, geldt het totaal aantal bezoekers wordt verwacht. Indien de gegevens beschikbaar zijn moet dit criterium worden onderbouwd door eerdere ervaringen van aanvrager.

Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad

Zaanstad streeft naar grote diversiteit in het aanbod van evenementen en stimuleert creativiteit en inhoudelijke vernieuwing. Evenementen die zich weten te onderscheiden van anderen door de inhoud van hun activiteiten of locatie, scoren punten bij dit criterium. Of hier sprake van is, is ter beoordeling van de adviescommissie en zal mede worden bepaald in vergelijking tot de andere aanvragen.

Sociaal-maatschappelijke relevantie/bijzondere doelgroepen

Hoewel evenementen op zichzelf waardevol zijn hecht Zaanstad groot belang aan evenementen die meer zijn dan slechts een vertoning of gebeurtenis . Meerwaarde kan gevonden worden als de activiteiten samenhangen met actuele maatschappelijke thema’s en /of verbinding leggen tussen verschillende doelgroepen (sociale cohesie). Een evenement kansen om deze thema’s en verbinding in een nieuw licht te plaatsen, breder onder de aandacht te brengen en specifieke doelgroepen zoals jongeren, ouderen, vluchtelingen, etc. te bereiken en te stimuleren.

Samenwerking

Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre er sprake is van samenwerking met andere instellingen binnen of buiten de evenementen of culturele sector. Er kan worden samengewerkt met andere evenementenorganisator(en) of bijvoorbeeld culturele, maatschappelijke, commerciële of sportinstellingen. Commerciële inhuur voor bijvoorbeeld de uitvoering van een onderdeel van de activiteit of huur van locatie of materialen wordt niet gezien als samenwerking.Verbinding met 1 van de 4 hotspots of de Zaan

Het evenement vindt plaats in de directe nabijheid van één van de aangewezen toeristische ankerpunten zoals aangewezen in het evenementenbeleid of op/in de Zaan. De vier hotspots zijn Hembrugterrein, centrum Zaandam, Zaanse Schans en Zaanbocht Wormerveer met als verbindend element de Zaan.

Duurzaamheid

Het evenement is bewust bezig met duurzaamheid en formuleert doelstellingen ten aanzien van preventie van milieubelasting, treft maatregelen en communiceert dedoelstellingen en maatregelen ook naar de bezoekers. Voor meer informatie over mogelijkheden tot verduurzaming van een evenement wordt verwezen naar de barometer duurzame evenementen.

Externe link

Puntensysteem kleinschalige evenementensubsidies

Criterium score

Professionaliteit

Onvoldoende 0

Voldoende 1

Hoog 2

Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief)

Verwacht publiek

Tot 25 bezoekers 0

Tussen 25 en 100 bezoekers 1

Tussen 100 en 500 bezoekers 2

Meer dan 500 bezoekers 3

Verbreding publieksbereik

Vaste doelgroep en toevallig publiek 1

Nieuw publiek (bijzondere doelgroepen) 2

Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad

Uniciteit/originaliteit ten opzichte van andere activiteiten

Geen 0

Enigszins 1

Wel 2

Spreiding binnen Zaanstad ten opzichte van de andere aanvragen

Geen 0

Wel 1

Sociaal maatschappelijke relevantie/verbinding doelgroepen

Geen 0

Gemiddeld 1

Hoog 2

Aansluiting bij hotspot

Nee 0

Ja 3

Samenwerking

Geen samenwerking 0

Met andere evenementenorganisator of 1 andersoortige partij 1

Met andere evenementenorganisaties of meerdere andere partijen 2

Duurzaamheid

onvoldoende 0

gemiddeld 1

bovengemiddeld 2

Kwaliteit PR

Basale publiciteit 0

Extra publiciteit 1

Maximaal te behalen score: 20 punten

Bijlage II Toelichting op de regeling

Algemeen

Deze subsidieregeling is opgesteld naar aanleiding van de Toekomstagenda Cultuur 2014-2017. Hierin is besloten dat er bij een gelijkblijvend totaalbudget, meer subsidie beschikbaar moest komen voor incidentele activiteiten, en minder voor jaarsubsidies. Beide typen subsidie zijn in deze regeling vervat. Daarbij is het voor de beoordeling van de aanvragen irrelevant of een instelling al een subsidie van het andere soort ontvangt. Een instelling kan dus voor beide vormen van subsidie tegelijkertijd in aanmerking komen, maar alleen voor verschillende activiteiten.

Een belangrijke wens achter de nieuwe regeling is om subsidie niet meer automatisch te verstrekken, maar subsidie daar terecht te laten komen waar de meeste kwaliteit geboden wordt. In het oude subsidiesysteem werden aanvragen beoordeeld op volgorde van binnenkomst. In de nieuwe regeling is dit vervangen door een kwalitatieve toets op basis van een puntensysteem. Hiermee wordt bepaald welke instellingen het meest bijdragen aan de culturele doelstellingen van de gemeente. Deze instellingen komen in aanmerking voor hogere subsidie dan anderen.

Andere drijfveren achter de regeling zijn de wens tot meer flexibiliteit en deregulering. Door met een vierjarig systeem voor jaarsubsidies te werken, wordt vorm gegeven aan beide wensen. Na 4 jaar kunnen er weer nieuwe of andere instellingen gebruik maken van de jaarsubsidies. De ‘zittende’ instellingen hebben daarmee zekerheid voor een wat langere periode, maar blijft het voor de instellingen die nog geen jaarsubsidie ontvangen toch een afzienbare periode. Deregulering krijgt vooral vorm doordat er nog maar 1 keer per 4 jaar een uitgebreide toets plaatsvindt. Ook worden voor alle formulieren die gevraagd worden formats opgesteld, om het voor de aanvragers zo simpel mogelijk te houden. Activiteitensubsidies kunnen voortaan vier keer per jaar worden aangevraagd.

Artikel 1.2 Subsidiedoeleinden

Deze subsidieregeling is bedoeld om culturele activiteiten te ondersteunen die bijdragen aan de culturele ontwikkeling van Zaanstad. In 2013 heeft de gemeenteraad de Toekomstagenda vastgesteld, waarin doelen zijn geformuleerd. Zaanstad heeft de ambitie om een cultureel veelzijdige en aantrekkelijke stad te zijn. Allerlei instellingen dragen daar op verschillende wijze aan bij.

De regeling biedt ruimte voor zowel jaarsubsidies als incidentele subsidies. Onderscheid wordt gemaakt tussen amateurkunstverenigingen en andere instellingen die culturele activiteiten ontplooien.

Voor de inhoudelijke beoordeling van aanvragen vraagt het college advies aan een adviescommissie, waarin onafhankelijke deskundigen op het gebied van cultuur zitting hebben. Via een apart besluit kan de samenstelling van de commissie veranderd worden. Het betreft nadrukkelijk een adviescommissie. Het college kan ervoor kiezen (gemotiveerd) af te wijken van het advies.

Artikel 1.3 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Dit artikel geeft aan dat alleen begrotingstekorten in aanmerking komen voor subsidie. Winstgevende culturele activiteiten komen daarom niet in aanmerking voor subsidie. Ook salariskosten voor de aanvrager persoonlijk kunnen niet gesubsidieerd worden. Op die manier zou immers sprake zijn van een inkoop-situatie. Eventuele honoraria voor bijvoorbeeld de artistiek begeleider of gastspelers komen wel in aanmerking voor subsidie.

Artikel 1.4 Aanvrager, aanvraag en aanvraagtermijn

Onder redelijke eisen van goed bestuur wordt in deze regeling verstaan dat het bestuur breed moet zijn samengesteld en niet gericht mag zijn op de belangen van een of enkele personen. Uit de statuten moet blijken dat de aanvragende organisatie actief is op het gebied van amateurkunst en/of cultuur.

De gemeente stelt een digitaal aanvraagformulier ter beschikking. Alleen volledige aanvragen kunnen beoordeeld worden. Een aanvraag is pas volledig indien ook alle gevraagde bijlagen bijgevoegd zijn.

Alle aanvragen worden gelijktijdig beoordeeld en moeten daarom volledig zijn ingediend op de in de regeling genoemde datum. Er geldt geen volgorde van binnenkomst bij de beoordeling van de subsidies.

Artikel 1.7 en 1.6 Verantwoording

Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de ASV. Subsidies tot € 5.000 worden direct verstrekt. Aanvrager hoeft geen verantwoording af te leggen, tenzij hier expliciet om gevraagd wordt. De gegevens moeten hiertoe vijf jaar bewaard worden na afloop van de activiteit.

Subsidies boven € 5.000 dienen wel verantwoord te worden. Verantwoording vindt plaats door een inhoudelijk en een financieel verslag. Een kopie van de publiciteit wordt verwacht indien het een activiteit heeft betroffen met publiek.

Artikel 2.2 Doel en reikwijdte

De gemeente is van mening dat de amateurkunstverenigingen een belangrijk onderdeel zijn van de cultuur van Zaanstad. De subsidieregeling voorziet in een steuntje in de rug van deze verenigingen. Door met periodes van 4 jaar te werken heeft een vereniging voor een langere periode dan een jaar zekerheid over de subsidie (bij gelijkblijvende omstandigheden). Tevens betekent dit dat er elke 4 jaar weer nieuwe verenigingen kunnen instromen en in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Om subsidie voor 4 jaar te kunnen toezeggen wordt gevraagd om een vierjarenplan.

Artikel 2.3 Doelgroep

Om er zeker van te zijn dat de subsidie ten goede komt aan de inwoners van Zaanstad moet twee derde van de actieve leden woonachtig zijn in Zaanstad. Hiervan uitgezonderd zijn leden tussen de 18 en 25 jaar die tijdens hun studie niet in Zaanstad wonen maar nog wel actief lid zijn van de vereniging.

Artikel 2.4 Hoogte subsidie

De gestelde maximale bedragen per type vereniging zijn gebaseerd op de subsidiebedragen uit de voorgaande subsidieregeling. Hiermee wordt scheefgroei voorkomen en hebben verenigingen vooraf enig richtsnoer voor de aanvraag. Gezien het subsidieplafond en het aantal verwachte aanvragen, is het onwaarschijnlijk dat verenigingen deze bedragen ook volledig zullen ontvangen.

Artikel 2.5 Subsidiabele periode

De regeling werkt volgens een 4-jarig systeem. In het eerste jaar wordt de aanvraag/het vierjarenplan uitvoerig beoordeeld. Bij gelijkblijvende omstandigheden zal de aanvrager in de 3 jaren daarna eenzelfde subsidie mogen verwachten. Verenigingen kunnen niet halverwege instromen, omdat het budget voor 4 jaar vast ligt. Na 4 jaar begint een nieuw vierjarenperiode van 4 jaar, waarin elke vereniging opnieuw uitvoering beoordeeld wordt en er weer ruimte is voor nieuwe instromers.

Artikel 2.6 Vierjarenplan

De gemeente stelt een formulier ter beschikking, zodat aanvragers weten welke informatie van hen verwacht wordt. Het betreft een plan op hoofdlijnen, dat in de navolgende jaren door de organisatie wordt geconcretiseerd in jaarlijkse activiteitenoverzichten en jaarbegrotingen.

Artikel 2.7 Aanvraag

Indien een aanvrager niet in staat is de aanvraag digitaal te doen, kan via het telefoonnummer 14 075 geïnformeerd worden naar de mogelijkheden om schriftelijk subsidie aan te vragen.

De jaarsubsidie wordt in principe voor 4 jaar toegekend. Artikel 4:34 lid 1 Awb biedt de mogelijkheid om subsidie meerjarig toe te kennen onder voorbehoud van de vaststelling van de begroting door de raad. Het is echter om financieel-technische redenen niet mogelijk om dit uit te voeren. Om deze reden moet de jaarsubsidie elk jaar worden aangevraagd. De aanvraag in het eerste jaar is omvangrijk vanwege het vierjarenplan en de inhoudelijke toetsing daarvan. In de 3 jaren daarna verantwoordt de aanvrager de besteding van de subsidie in het voorgaande jaar en geeft een prognose voor het voorliggende jaar. Het jaarprogramma (activiteitenoverzicht) is daarmee een verdere invulling van het vierjarenplan, indien nodig. Aanvrager laat hiermee zien of er wordt afgeweken van het vierjarenplan.

Gemeente Zaanstad stelt formats voor het vierjarenplan, en de begroting beschikbaar via de website. Aanvragers dienen deze formats te gebruiken bij het aanvragen van de subsidie.

Artikel 2.9 Wijze van verdeling

Onderstaand rekenvoorbeeld toont de verdeling van subsidies op basis van het puntensysteem. Het voorbeeld betreft een subsidieperiode van de activiteitensubsidies. Voor de jaarsubsidies wordt hetzelfde schema gehanteerd, alleen geldt daarbij een hoger subsidieplafond. Indien nodig worden de maximale subsidiebedragen gehanteerd die de regeling stelt.

Artikel 2.10 Subsidiecriteria

De uitwerking van de criteria is samen met het uitgewerkte puntensysteem opgenomen in bijlage 1 van de regeling.

Artikel 3.2 Doel en reikwijdte van de regeling

Deze regeling is bedoeld voor kleine culturele instellingen, die gedurende 4 jaar culturele activiteiten in Zaanstad ontwikkelen.

Artikel 3.4 Subsidiabele periode

De regeling werkt volgens een 4-jarig systeem. In het eerste jaar wordt de aanvraag/het vierjarenplan uitvoering beoordeeld. Bij gelijkblijvende omstandigheden zal de aanvrager in de 3 jaren daarna eenzelfde subsidie mogen verwachten. Instellingen kunnen niet halverwege instromen, omdat het budget voor 4 jaar vast ligt. Ze kunnen wel aanspraak maken op activiteitensubsidies. Na 4 jaar begint een nieuw vierjarenperiode van 4 jaar, waarin elke aanvraag opnieuw uitvoering beoordeeld wordt en er weer ruimte is voor nieuwe instromers.

Artikel 3.5 Hoogte subsidie

Van aanvrager wordt verwacht dat hij ook zelf bijdraagt aan de activiteiten, dan wel financiering van derden ontvangt.

Grote culturele instellingen zoals het Zaantheater vallen buiten deze regeling en kunnen rechtstreeks op de ASV aanvragen.

Artikel 3.6 Vierjarenplan

De gemeente stelt een formulier ter beschikking, zodat aanvragers weten welke informatie van hen verwacht wordt. Het betreft een plan op hoofdlijnen, dat in de navolgende jaren door de organisatie wordt geconcretiseerd in jaarlijkse activiteitenoverzichten en jaarbegrotingen.

Artikel 3.7 Aanvraag

Zie de toelichting op artikel 2.7

Artikel 3.9 Wijze van verdeling

Zie de toelichting op artikel 2.9

Artikel 3.10 Subsidiecriteria

Zie de toelichting op artikel 2.10

Artikel 4.2 Doel en reikwijdte van de regeling

Vanwege de diversiteit van de denkbare activiteiten, is het doel breed gedefinieerd. Als voorbeelden in de begrippen zijn een evenement, een experiment, een festival en een project genoemd (dit is geen limitatieve opsomming). Van belang is dat de activiteit afwijkt van het normale activiteitenpatroon van de instelling. De bedoeling van deze subregeling is het stimuleren van vernieuwing en creativiteit. Indien de instelling ook een jaarsubsidie ontvangt, komen de activiteiten die bij de jaarsubsidie zijn voorgedragen in ieder geval niet in aanmerking voor de activiteitensubsidie.

Ook een startsubsidie voor nieuwe instellingen is mogelijk, als stimuleringsbijdrage. Er is daarbij geen strijdigheid met lid 1, omdat hierbij nog geen sprake is van een normaal activiteitenpatroon. Door middel van de startsubsidie wordt dit juist ontwikkeld. De jaarsubsidies die de gemeente verstrekt via de eerdere hoofdstukken, gelden voor een periode van 4 jaar. Nieuwe instellingen die in die periode worden opgericht, kunnen een eenmalige startsubsidie aanvragen. In de eerstvolgende subsidieperiode van 4 jaar kunnen zij een aanvraag indienen voor de jaarsubsidies of verder gaan op eigen benen.

Artikel 4.4 Hoogte subsidie

Van aanvrager wordt verwacht dat hij ook zelf bijdraagt aan de activiteiten, dan wel financiering van derden (waaronder ook inbegrepen sponsoring in natura) ontvangt. Het maximale subsidiebedrag op jaarbasis is opgenomen om te voorkomen dat de subsidie naar slechts enkele instellingen zal gaan. Instellingen kunnen meerdere projecten per jaar of ook per subsidieperiode aanvragen.

Artikel 4.5 Subsidiabele periode

De subsidieperiodes komen niet geheel overeen met de jaarkwartalen, vanwege het zomerreces. De derde periode is daarom een maand langer en de vierde een maand korter. In de toelichting op artikel 10 is een tabel opgenomen die de planning van de aanvragen en de beoordeling bevat.

Ook activiteiten die zich over een langere periode uitstrekken komen in aanmerking voor deze subsidieregeling. Om hen mee te kunnen nemen in de beoordeling worden zij gezien als plaatsvindend in het kwartaal waarin de activiteit wordt gestart. Bijvoorbeeld: een amateurkunstvereniging die een jaar lang workshops volgt om zich verder te professionaliseren. De activiteit loopt van januari t/m december. De aanvraag dient dan in oktober van het voorafgaande jaar binnen te zijn.

Artikel 4.6 Subsidieplafond en wijze van verdeling

Het subsidieplafond wordt volgens de genoemde percentages verdeeld over de subsidiabele periodes. De derde periode heeft een hoger percentage omdat deze een maand meer heeft.

Indien het beschikbare bedrag in een subsidieperiode niet geheel uitgenut wordt, schuift het restbedrag door naar de volgende subsidieperiode. Vanwege boekhoudkundige redenen kan hierbij geen kalenderjaarwisseling overschreden worden. Mocht er na subsidieperiode 4 budget overblijven, dan vloeit dit terug naar de algemene middelen van de gemeente.

Ervaringen met dit nieuwe systeem kunnen na evaluatie leiden tot aanpassingen, waaronder inbegrepen de verdeling van het subsidieplafond over de subsidieperiodes.

Er geldt geen volgorde van binnenkomst bij de beoordeling van de subsidies.

Zie verder de toelichting op artikel 2.9.

Artikel 4.7 Aanvraagformulier

Zie de toelichting op artikel 2.7

Artikel 4.8 Aanvraagtermijn

Hier wordt afgeweken van de standaard zoals deze in de ASV opgenomen. Dit heeft te maken met de kwalitatieve beoordeling door de adviescommissie, van alle aanvragen die in dezelfde subsidieperiode plaatsvinden. De indiening, beoordeling en het resultaat zullen onderstaand schema volgen. De betreffende subsidieperiode wordt bepaald door de datum waarop de activiteit plaatsvindt danwel start.

De gekozen termijnen zullen niet voor elke aanvrager optimaal zijn. Er zullen situaties zijn waarvoor de termijnen te kort zijn (bijvoorbeeld bij de organisatie van een lustrum) of juist te lang (bijvoorbeeld pop-up activiteit). Er is gezocht naar een compromis dat voor de meeste aanvragers werkbaar is.

Om te kunnen worden beoordeeld dient de aanvraag volledig te zijn op de hieronder vermelde sluitingsdatum. Ervaring leert dat veel aanvragen in eerste instantie onvolledig zijn. Aanvragers doen er daarom verstandig aan de aanvraag eerder in te dienen, zodat er waar nodig aanvullende informatie kan worden gevraagd.

  Subsidieperiode 1: januari, februari, maart Subsidieperiode 2: april, mei, juni Subsidieperiode 3: juli, augustus, september, oktober Subsidieperiode 4: november, december
Sluitingsdatum indienen aanvraag 15 oktober 15 januari 15 april 15 augustus
Beoordeling van de aanvragen Eerste week van november Eerste week van februari Eerste week van mei Eerste week van september
Besluit college Eerste week december Eerste week maart Eerste week juni Eerste week oktober

Artikel 4.9 Subsidiecriteria

Zie de toelichting op artikel 2.10

Artikel 4.11 Weigeringsgronden

Er zijn in deze subregeling 2 weigeringsgronden met een kan-bepaling. Of de subsidie op deze gronden geweigerd wordt hangt af van het subsidieplafond. Indien het subsidieplafond voldoende is om alle aanvragen te honoreren in die mate die volgt op de kwalitatieve beoordeling, zullen deze niet gebruikt worden. Is het subsidieplafond daartoe ontoereikend, dan kan de subsidie geweigerd worden. De gemeente treedt in overleg met de aanvrager over welke aanvraag of aanvragen in aanmerking komen voor subsidie. Indien het overleg niet tot stand komt, zal de hoogste aanvraag van de aanvrager beoordeeld worden voor subsidie.