Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Subsidieregeling Jongerenvoucher Zaanstad 2015
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling Jongerenvoucher Zaanstad 2015

De raad van de gemeente Zaanstad;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 december 2014, nr 262683

gezien het advies van de Cliëntenraad Werk en Inkomen Zaanstad-Oostzaan

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Jongerenvoucher Zaanstad 2015.

Tekst van de regeling

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Social return on investment Een principe dat de gemeente hanteert bij de inkoop van producten en diensten. Dit houdt in dat opdrachtnemers voor een percentage van de omvang van de opdracht, werkloze werkzoekenden, mensen met een SW-indicatie, en leerlingen aan een (leer)werkplek helpen.
Uitzendbeding Bepaling dat een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt wanneer de inlener van de werknemer afziet van de diensten van de werknemer.

Artikel 2 Doel

  • 1. Het doel van de jongerenvoucher is om werkgevers te stimuleren werkplekken aan te bieden en de doelgroep een kans te bieden in hun bedrijf. Het kan een reguliere baan zijn of een baan in het kader van een leerwerktraject.

  • 2. De subsidie wordt verstrekt als tegemoetkoming in de salariskosten of als een bijdrage aan opleidings en/of begeleidingskosten.

  • 3. Door het verrichten van de werkzaamheden in loondienst, doet de doelgroep werkervaring op.

  • 4. Hiermee wordt uitstroom uit de uitkering gerealiseerd, er wordt leerwerkplek gerealiseerd om een opleiding te volgen of af te maken, of een aanvraag WWB wordt voorkomen.

Artikel 3 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.

De jongerenvoucher wordt generiek toegepast. Voor deze vouchers kan elke werkgever in aanmerking komen. Alle werkgevers, in alle sectoren van de economie, kunnen in aanmerking komen voor de voucher.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

  • 1. Een werkgever komt in aanmerking voor de jongerenvoucher indien de werkgever een jongere uit de doelgroep in dienst neemt, een leerwerkbaan bij een opleiding aanbiedt.

  • 2. De werkgever komt in aanmerking voor de subsidie indien aan de subsidieregels wordt voldaan.

Artikel 5 Doelgroep

  • Subsidie wordt verstrekt voor

  • 1. Jongeren die nog geen baan hebben van minimaal 32 uur per week of nog geen leerwerkplek hebben.

  • 2. Jongeren waarvoor het college het aanbieden van deze voorziening gericht op arbeidsinschakeling noodzakelijk acht.

  • 3. Jongeren met enige afstand tot de arbeidsmarkt, die zonder deze voorziening moeilijk aan het werk komen of geen leerwerkplek voor een opleiding vinden.

  • 4. Jongeren tussen 16 en 27 jaar oud.

  • 5. Jongeren wonend in de gemeente Zaanstad.

Artikel 6 Hoogte en duur van de subsidie

  • 1. De hoogte van de voucher is maximaal € 2.500,-, bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst van minimaal 6 maanden en 32 uur.

  • 2. De subsidie wordt naar rato verlaagd bij een dienstverband van minder dan 32 uur.

Artikel 7 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het college verdeelt het beschikbare subsidiebudget in de volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen tot het maximum van het van toepassing zijnde subsidie plafond is bereikt.

Artikel 8 Aanvraag

  • 1. De subsidieaanvraag wordt met een aanvraagformulier ingediend

  • 2. De aanvraag bevat in ieder geval de via het aanvraagformulier voorgeschreven gegevens, waaronder

    • a.

      Naam en adresgegevens van de aanvrager

    • b.

      Een kopie van de door beide partijen getekende (leer) arbeidsovereenkomst of stageovereenkomst.

    • c.

      Datum

    • d.

      Ondertekening

  • 3. Het college kan aanvullend op de aanvraag om extra inlichtingen vragen.

Artikel 9 Aanvraagtermijn

  • 1. Een aanvraag om een subsidie wordt, conform artikel 7, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014

    • a.

      Ingediend binnen 1 maand na het ingaan van de arbeidsovereenkomst.

Artikel 10 Subsidiecriteria

  • De subsidie wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria

  • 1. De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor minimaal 6 maanden en minimaal 24 uur.

  • 2. De werkgever betaalt het rechtens geldende loon inclusief de daaruit voortvloeiende afdrachten.

  • 3. Vanuit goed werkgeverschap verklaart de werkgever begeleiding te bieden.

  • 4. De vacature is niet ontstaan door reorganisatie of afvloeiing, tot een half jaar voorafgaand aan het verzoek tot de subsidie. Er mag geen sprake zijn van verdringing op de arbeidsmarkt.

  • 5. Er is geen uitstel (surseance) van betaling of faillissement voor het bedrijf aangevraagd.

  • 6. De werkgever staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

  • 7. De arbeidsovereenkomst mag geen uitzendbeding bevatten.

  • 8. Bij ontslag in de proeftijd is er geen aanspraak op subsidie.

  • 9. De werkgever verklaart geen andere subsidie(s) te (hebben) ontvangen voor dezelfde kosten.

  • 10. Indien een tussentijdse beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan de werkgever te wijten is, kan de subsidie worden teruggevorderd.

  • 11. Subsidies of voorschotten waarop de werkgever ten tijde van de verlening of naderhand geen recht had, kan het college terugvorderen, dan wel verrekenen met nog te betalen subsidies.

  • 12. Bedrijven die, op basis van ”Social return on investment” (SROI), een percentage van de loon/aanneemsom in moeten zetten voor het in dienst nemen van mensen uit de doelgroep, worden uitgesloten van de jongerenvoucher.

  • 13. Indien aan de SROI verplichting is voldaan komt de werkgever, bedoeld in het vorige lid, weer in aanmerking voor de subsidie.

  • 14. Bij de verlening van de subsidie kan het college aanvullende voorwaarden opleggen.

Artikel 11 Beslistermijn

  • 1. Conform artikel 8 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 wordt op basis van volgorde van indiening, door of namens het college beslist binnen negen weken na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

  • 2. De in het eerste lid gestelde termijn kan, met redenen omkleed, met ten hoogste dertien weken verdaagd worden.

Artikel 12 Weigeringsgronden

  • Naast de in artikel 9 van de Algemene Subsidieverordening Zaanstad 2014 genoemde weigeringsgronden wordt de subsidie niet verleend indien:

  • 1. Niet is voldaan aan de eisen en criteria in deze regeling.

  • 2. Het subsidieplafond is bereikt.

  • 3. De subsidieaanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang.

  • 4. Subsidieaanvragers waarvan is aangetoond dat ze oneigenlijk gebruik maken van subsidies, worden voor de duur van 3 jaar uitgesloten van subsidies.

Artikel 13 Verplichtingen

Naast de in de artikelen 10, 11 en 12 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 genoemde verplichtingen gelden de volgende verplichtingen:

  • 1.

    De werkgever is verplicht per ommegaande wijzigingen door te geven aan de gemeente, die gevolgen hebben voor de aanvang, duur en hoogte van de subsidieverlening.

Artikel 14 Verantwoording

  • 1. De subsidieverlening kan o.g.v. artikel 13 van de Algemene Subsidieverordening worden gecontroleerd. De subsidieontvanger is verplicht hieraan medewerking te verlenen.

  • 2. De subsidieontvanger verleent de gemeente Zaanstad desgevraagd inzage in zijn administratie zodat de gemeente kan nagaan of de werkgever heeft voldaan aan zijn verplichtingen van uit de subsidiebeschikking. Dit recht op inzage heeft ook betrekking op een door de gemeente aan te wijzen registeraccountant.

Artikel 15 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, afwijken van het bepaalde in deze regeling, indien een strikte toepassing daarvan zal leiden tot een onevenredige benadeling van de aanvrager of subsidieontvanger.

Artikel 16 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het college.

Artikel 17 Slotbepalingen

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.

  • 2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Jongerenvoucher Zaanstad 2015

  • 3. De inhoud van artikel 9.2.3 Jongerenvoucher in de ‘beleidsregels werk- en inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015’ wordt gewijzigd. In de nieuwe inhoud van dit artikel wordt verwezen naar de Subsidieregeling Jongerenvoucher Zaanstad 2015.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 januari 2015.

De voorzitter,

De griffier,

Toelichting

  • Algemeen

    Om de jeugdwerkloosheid tegen te gaan heeft de arbeidsmarktregio Zaanstreek-Waterland het plan ‘Van school naar werk’ gemaakt. Het wordt deels gefinancierd door het ministerie van SZW, die voor de periode 2013-2014 middelen beschikbaar heeft gesteld aan alle 35 arbeidsregio’s.Sinds 2008 is een duidelijke stijging te zien in het percentage jeugdwerkloosheid op zowel nationaal als regionaal niveau.

    Deelnemende partijen binnen het regionale plan zijn alle gemeenten binnen de regio, het UWV, het Regio College, de Stichting Talent voor Techniek, S-BB (overkoepelende organisatie kenniscentra), het Horizon College, de Jongerenloketten Zaanstreek en Purmerend en het servicepunt Leren en Werken.De nadruk ligt op het ondersteunen van jongeren naar een opleiding, werk of combinatie hiervan voor diegenen die dit op eigen kracht niet redden. Als een van de maatregelen in het kader van de aanpak Jeugdwerkloosheid zet de arbeidsmarktregio jongerenvouchers in, een stimuleringssubsidie voor werkgevers.

    Deze regeling beschrijft de subsidieregels voor deze jongerenvoucher.

    Artikelsgewijs

    Niet genoemde artikelen behoeven geen toelichting

    Artikel 2 Doel

    De gemeente wil, in samenwerking met partners, jongeren op weg helpen met het vinden van hun plek op de arbeidsmarkt. Daarom is er in de regio een aanpak Jeugdwerkloosheid ontwikkeld. D.m.v. een integrale intake vindt een afweging plaats of 1. de jongere zo mogelijk terug naar school kan 2. regulier aan het werk kan of 3. dat er inzet van andere instrumenten nodig is. Een van de instrumenten van de aanpak is de jongerenvoucher.

    Het doel is werkgevers te stimuleren jongeren aan te nemen in een reguliere baan of in een baan in het kader van een leerwerktraject.

    Artikel 5, lid 2 Doelgroep

    Het college levert maatwerk bij het bepalen welke re-integratie voorziening voor een kandidaat nodig is. De voorziening is het resultaat van een zorgvuldige, op de persoon toegesneden, afweging. In het kader van deze regeling is het resultaat van de afweging of de jongerenvoucher een noodzakelijke voorziening is i.v.m. de kansen op de arbeidsmarkt. Van belang is de koppeling met de bevordering van de arbeidsmarktpositie van de kandidaat.

    Bij deze afweging zijn de volgende aspecten van belang: de mogelijkheden, werkervaring (in kansrijke sectoren), opleiding (gericht op kansrijke sectoren), gezinssituatie, werkloosheidsduur. Deze opsomming is niet limitatief. De aspecten leiden in onderling verband tot een oordeel over de voorziening c.q. het traject voor de kandidaat.

    Een voorbeeld: Een werkgever wil voor een net afgestudeerde HBO-er, in een opleiding gericht op een kansrijke sector, voor een kandidaat zonder verdere belemmeringen, gebruik maken van de jongerenvoucher. Hier ontbreekt de koppeling met de bevordering van de arbeidsmarktpositie van de kandidaat en daarmee ontbreekt de noodzakelijkheid van de voorziening. In een dergelijk geval is het niet noodzakelijk/doelmatig om meteen een re-integratie instrument in te zetten.

    Artikel 5 lid 5

    De centrumgemeente Zaanstad is samen met haar samenwerkingspartners verantwoordelijk voor de uitvoering van het regionale plan van aanpak voor jeugdwerkloosheid. Alle gemeenten in de arbeidsmarktregio zetten de jongerenvoucher in.

    Artikel 8, lid 3 Aanvraag

    De werkgever levert desgevraagd gegevens aan m.b.t. de solvabiliteit.

    Artikel 10 Subsidiecriteria

    lid1

    De subsidie wordt verstrekt als er loon wordt betaald voor werk of voor de leerwerkplek.

    lid 4

    Er mag geen sprake zijn van verdringing op de arbeidsmarkt. De werkgever verklaart, dat in de periode tot een half jaar voorafgaand aan het verzoek tot de subsidie, niet een of meer overeenkomsten of aanstellingen tot het verrichten van vergelijkbare arbeid beëindigd zijn op bedrijfseconomische gronden, dan wel er is geen ontslagprocedure om bedrijfseconomische redenen in behandeling.

    Een subsidieverzoek van de werkgever wordt niet gehonoreerd indien de werkgever korter dan 6 maanden voorafgaand aan de aanvraag, een andere medewerker die met een tijdelijke loonkostensubsidie bij hem in dienst was en naar behoren functioneerde, geen contractverlenging heeft aangeboden.