Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Regeling functiewaardering Zaanstad
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling functiewaardering Zaanstad

Regeling functiewaardering

Artikel 1 Definities

Opstellen ijkfunctie

  • a.

    IJkbundel: Een bestand van gewaardeerde en door de directie vastgestelde ijkfuncties.

  • b.

    Functie: Het samenstel van de werkzaamheden waarmee de ambtenaar feitelijk wordt belast.

  • c.

    IJkfunctie : Een ijkfunctie kan representatief worden geacht voor een groep van functies binnen de gemeentelijke organisatie. De ijkfunctie is een beschrijving, bestaande uit:

  • • een functiekarakteristiek (verantwoordelijkheden);

  • • resultaatgebieden (hoofdlijnen van de functie);

  • • prestatie-indicatoren (meetbare resultaten);

  • • competenties (zie d.);

  • • beroepskwalificaties (functie-eisen, zie e.).

  • d.

    Competenties: Competenties zijn een geïntegreerd geheel van kennis en inzicht, vaardigheden en attitudes. Het is het vermogen om beroepstaken, die essentieel zijn voor een functie/rol, adequaat te verrichten.

  • e.

    Beroepskwalificaties :De kennis, (minimale) opleiding en werkervaring die nodig is voor het vervullen van een functie.

Opstellen waardering

  • f.

    MRF (methode voor het ordenen van functies): De Zaanse variant van een waarderingssysteem om te komen tot een rangordening van functies.

  • g.

    Conversietabel MRF (Zaanse variant): De tabel voor de vertaling van de rangorde van functies naar salarisschalen conform de tabelindeling in Bijlage A.

  • h.

    Functiewaardering :Het indelen van ijkfuncties in een (bestaande) rangordening, op basis van de relatieve zwaarte van de ijkfunctie ten opzichte van de bestaande ijkfuncties.

Vaststellen waardering

  • i.

    Functiewaarderingscommissie: De commissie die als taak heeft de directie te adviseren over voorstellen ter waardering van ijkfuncties.

  • j.

    Directie: De directeuren onder leiding van de gemeentesecretaris.

  • k.

    Gemeentesecretaris: De gemeentesecretaris, aangesteld door Burgemeester en Wethouders.

  • l.

    Directeur: De, vanuit het organisatieonderdeel, betrokken directeur.

Artikel 2 Uitgangspunten

  • 1. Op grond van Artikel 6 van de Bezoldigingsverordening stelt het college van burgemeester en wethouders nadere regels met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode.

  • 2. Iedere medewerker wordt aangesteld op een ijkfunctie.

  • 3. Door de waardering van de ijkfunctie komt de zwaarte van de functie tot uiting.

  • 4. Voor de waardering van de ijkfunctie wordt van de MRF-methode gebruik gemaakt. Deze methode berust op het principe van vergelijking van in de functies voorkomende aspecten. Voor het bepalen van de relatieve waarde van elk aspect wordt een naar zwaarte toenemende reeks beschrijvingen met een daaraan verbonden puntentotaal gehanteerd. Het vastgestelde puntentotaal wordt vervolgens geconverteerd naar een functionele salarisschaal (zie Bijlage A). Deze salarisschalen staan vermeld in de arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Zaanstad (AGZ).

  • 5. Nieuwe of gewijzigde ijkfuncties worden aan de functiewaarderings-commissie voorgelegd. De commissie toetst de functie op organisatiebrede bruikbaarheid, het generieke karakter en het waarderingsadvies.

Artikel 3 Procedure wijziging, vaststelling en waardering ijkfuncties

  • 1. Bij een wijziging in de ijkbundel moet met onderstaande rekening worden gehouden:

    • ·

      De functiewaarderingscommissie is het formele toetsingsorgaan dat adviseert over de ingebrachte wijzigingen;

    • ·

      De reden voor wijziging of toevoeging c.q. verwijdering van een ijkfunctie is dat de huidige ijkfunctie niet meer bruikbaar is of dat er geen passende ijkfunctie voorhanden is;

    • ·

      De wijziging van een ijkfunctie of toevoeging c.q. verwijdering van een ijkfunctie dient te gebeuren in samenhang met de andere ijkfuncties uit een functiegroep. Zo nodig dient de gehele functiegroep te worden aangepast. In dat geval dient ook in kaart te worden gebracht welke medewerkers organisatiebreed op de betreffende ijkfunctie zijn aangesteld;

    • ·

      Aangepaste en/of nieuwe ijkfuncties hebben een generiek karakter en zijn organisatiebreed inzetbaar.

  • 2. De leidinggevende stelt in samenspraak met de P&O-adviseur de concept-ijkfunctie met een waarderingsadvies op. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de (externe) expertise van een functiewaarderingsspecialist.

  • 3. De directeur legt de concept-ijkfunctie en een gemotiveerd waarderingadvies voor aan de functiewaarderingscommissie en geeft een persoonlijke toelichting. Bij de concept-ijkfunctie en waardering wordt een schriftelijke motivering aangeleverd waarin in ieder geval is opgenomen:

    • ·

      De huidige ijkfunctie en, indien niet aanwezig, dan het huidige functieprofiel;

    • ·

      De reden voor de nieuwe c.q. gewijzigde ijkfunctie;

    • ·

      De reden waarom een bestaande ijkfunctie niet (meer) bruikbaar is indien van toepassing;

    • ·

      De samenhang met andere ijkfuncties binnen de volledige reeks (functiegroep) bij een wijziging en/of aanpassing;

    • ·

      Een overzicht (= was/wordt-lijst) om de verschillen inzichtelijk te maken tussen de nieuwe en bestaande ijkfunctie indien van toepassing.

    • ·

      Een overzicht van alle medewerkers die organisatiebreed op de te wijzigen ijkfunctie zijn aangesteld.

  • 4. Na advies van de functiewaarderingscommissie stelt de directeur ingevolge het Organisatiebesluit de ijkfunctie vast, alsmede de waardering daarvan. De directie let op een evenwichtige spreiding van de ijkfuncties over de diverse schalen.

  • 5. Namens de directie is de functiewaarderingscommissie belast met de bewaking van genoemde spreiding, zoals genoemd in artikel 3, lid 4.

  • 6. De gemeentesecretaris neemt namens het college besluiten over niet eensluidende functiewaarderingsadviezen en stelt functiegroepen vast.

  • 7. De medewerker die de betreffende functie uitoefent, wordt schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomst van de functiewaardering en ontvangt de ijkfunctie.

Artikel 4 De functiewaarderingscommissie

  • 1. Taken functiewaarderingscommissie:

    • ·

      Het adviseren aan het college van burgemeester en wethouders over de ijkfunctie en het waarderingsvoorstel dat door de directie wordt voorgelegd. De commissie streeft bij het uitbrengen van advies naar consensus tussen de commissieleden. Indien geen consensus wordt bereikt, wordt het advies uitgebracht op basis van meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag;

    • ·

      Het bewaken van een evenwichtige balans in de gemeentebrede beloningsstructuur;

    • ·

      Het adviseren aan het college van burgemeester en wethouders over het actueel houden van de ijkbundel;

    • ·

      Het doen van voorstellen ten aanzien van nieuw beleid aan het college van burgemeester en wethouders inzake functiewaardering;

    • ·

      Het centraal verzamelen en toegankelijk maken van ijkfuncties ten behoeve van periodieke evaluatie en herijking van de ijkbundel;

    • ·

      Het toegankelijk maken van vastgestelde ijkfuncties.

  • 2. De functiewaarderingscommissie is als volgt samengesteld:

    • ·

      Externe onafhankelijke functiewaarderingsdeskundige en tevens voorzitter (= 1 lid)

    • ·

      Adviseur van de afdeling P&O (=1 lid)

    • ·

      Twee afgevaardigden vanuit de Ondernemingsraad (= gezamenlijk 1 lid)

    1 Lid heeft 1 stem.

    De afdeling P&O draagt zorgt voor secretariële ondersteuning.

Artikel 5 Inwerkingtreding

De regeling treedt in werking per 1 januari 2014.

BIJLAGE A

Conversietabel MRF (Zaanse variant)

Puntentotaal Schaal
5 t/m 7 1
8 t/m 10 2
11 t/m 14 3
15 t/m 18 4
19 t/m 23 5
24 t/m 28 6
29 t/m 34 7
35 t/m 40 8
41 t/m 47 9
48 t/m 54 10
55 t/m 62 10a
63 t/m 66 11
67 t/m 70 12
71 t/m 79 13
80 t/m 88 14
89 15