Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Nadere regels bij plaatsing van objecten op openbare plaatsen (artikel 2:10, derde lid, van de Algemene plaatselijke verordening (Apv))
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Nadere regels bij plaatsing van objecten op openbare plaatsen

Bouwobjecten

Artikel 1 Definitie bouwobject

In deze nadere regels wordt verstaan onder bouwobject:

(verplaatsbaar) materiaal en/of materieel, zoals bijvoorbeeld steigers, puinbakken, containers, keetcontainers, verhuisliften, pompinstallaties, eco-toiletten, stenen, cement, zand en tegels.

Artikel 2 Criteria plaatsen van bouwobjecten

Het is toegestaan bouwobjecten te plaatsen indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

  • 1.

    Het bouwobject levert geen gevaar op voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg. Hiervan is in ieder geval sprake als:

    • a.

      Op het trottoir een vrije doorgang in een recht doorgaande lijn van ten minste 1,5 meter breed is gewaarborgd voor voetgangers en rolstoelgebruikers;

    • b.

      op de weg er altijd een vrije en onbelemmerde doorgang voor hulpdiensten is van:

      • -

        3,5 meter op de rechte weg,

      • -

        4,5 meter in de bochten en

      • -

        4,2 meter boven de weg en

    • c.

      de minimale afstand tussen een te plaatsen object en een kruispunt ten minste 15 meter is.

  • 2.

    Uitgangen en nooduitgangen moeten worden vrijgehouden.

  • 3.

    Brandkranen en aansluitingen voor blusleidingen moeten worden vrijgehouden.

  • 4.

    Het bouwobject brengt door de omvang of vormgeving, constructie, plaats van bevestiging of het beoogde gebruik geen schade toe aan de weg.

  • 5.

    Het bouwobject vormt geen belemmering voor het beheer en onderhoud van de weg.

  • 6.

    Het bouwobject levert geen overlast op voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken.

  • 7.

    Het bouwobject of het beoogde gebruik daarvan levert geen risico op voor de openbare orde en veiligheid.

  • 8.

    Objecten dienen dusdanig geplaatst te worden dat zij het zicht op verkeer, verkeersborden en andere verkeersaanwijzingen niet belemmeren. Het is niet toegestaan om objecten te bevestigen aan verkeersborden, bewegwijzeringborden, bruggen, viaducten, lichtmasten of verkeerslichten.

  • 9.

    Wortels van bomen mogen niet worden beschadigd.

  • 10.

    Materialen worden zo opgeslagen, dat ze niet in het gemeentelijk riool kunnen komen.

  • 11.

    Het is toegestaan tijdelijk maximaal 4 bouwobjecten te plaatsen indien de duur van de ingebruikname van een openbare plaats aaneensluitend niet langer dan 30 dagen bedraagt.

  • 12.

    Bouwobjecten worden volgens de richtlijnen van de CROW publicatie 130 “Richtlijnen voor het markeren van onverlichte obstakels” geplaatst.

  • 13.

    Het college wordt tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan de plaatsing van de bouwobjecten in kennis gesteld met een digitale melding .

Plantenbakken en banken

Artikel 3 Definities Plantenbakken, banken en geveltuin

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • 1.

    Plantenbakken en banken: hetgeen hieronder in het dagelijks verkeer wordt verstaan.

  • 2.

    Geveltuin: een tegen de huisgevel aangelegd tuintje en/of plantenbak.

Artikel 4 Criteria plaatsen van plantenbakken en banken

Het is toegestaan plantenbakken en banken te plaatsen op een openbare plaats indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De diepte van plantenbakken en banken bedraagt maximaal 1 meter. De toegestane diepte van een geveltuin c.q. plantenbak bedraagt maximaal 30 cm (oftewel een trottoirtegel), inclusief de opstaande rand.

  • 2.

    De plantenbakken en banken mogen enkel aanwezig zijn op de openbare plaats ter hoogte van de gevel van eigen woning of bedrijfspand.

  • 3.

    Een geveltuin is enkel toegestaan aan de voorzijde van woningen welke direct aan een openbare plaats grenzen.

  • 4.

    De plantenbakken en banken mogen uitsluitend aanwezig zijn op de voor voetgangers bestemde delen van de openbare plaats.

  • 5.

    Op het trottoir is een vrije doorgang in een recht doorgaande lijn van ten minste 1,5 meter breed gewaarborgd voor voetgangers en rolstoelgebruikers.

  • 6.

    De minimale afstand tussen een te plaatsen object en een kruispunt dient ten minste 5 meter te zijn.

  • 7.

    Uitgangen en nooduitgangen moeten worden vrijgehouden.

  • 8.

    Brandkranen en aansluitingen voor blusleidingen moeten worden vrijgehouden.

  • 9.

    Objecten dienen dusdanig geplaatst te worden dat zij het zicht op verkeer, verkeersborden en andere verkeersaanwijzingen niet belemmeren.

  • 10.

    Plantenbakken en banken mogen niet worden verankerd in de grond of worden vastgemaakt aan gemeentelijke eigendommen.

  • 11.

    Het college wordt tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan de plaatsing van de plantenbak, bank of geveltuin in kennis gesteld met een digitale melding

Uitstallingen

Artikel 5 Definitie uitstalling

In deze nadere regels wordt verstaan onder uitstalling:

een los voorwerp, geplaatst voor een pand op een openbare plaats, dat een onmiskenbare relatie heeft met de bedrijfsactiviteiten van de in dat pand gevestigde onderneming, waaronder tevens wordt verstaan:

  • 1.

    reclame-uiting;

  • 2.

    voorwerpen en stoffen die behoren tot het reguliere assortiment van een winkel;

  • 3.

    uitstallingsmaterialen;

  • 4.

    speelattracties.

Artikel 6 Criteria plaatsen van uitstallingen

Voor criteria bij het plaatsen van uitstallingen worden de volgende gebieden onderscheiden 1 :

Voetgangersgebied Zaandam Centrum

Het is niet toegestaan uitstallingen te plaatsen in het voetgangersgebied Zaandam Centrum. Dit is vastgelegd in het Aanwijzingsbesluit (art. 2:10 lid 1 onder d, van de Apv), van openbare plaatsen als een gebied waarin geen voorwerpen geplaatst mogen worden (Reclame-uitingen Inverdan).

Gemengd gebied Zaandam Centrum

Het is toegestaan een uitstalling te plaatsen indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De uitstalling mag uitsluitend aanwezig zijn ter hoogte van de eigen onderneming op voor voetgangers bestemde delen van de openbare plaats.

  • 2.

    De uitstalling mag een strook van maximaal 1 meter langs en tegen de gevel in beslag nemen

  • 3.

    Op het trottoir is een vrije doorgang in een recht doorgaande lijn van ten minste 1,5 meter breed gewaarborgd voor voetgangers en rolstoelgebruikers.

  • 4.

    Per onderneming mag 1 reclame-uiting van maximaal 1 m2 worden geplaatst.

  • 5.

    De uitstalling is enkel aanwezig op de openbare plaats op tijden dat de in dat pand gevestigde onderneming voor het publiek geopend is.

  • 6.

    Brandkranen en aansluitingen voor blusleidingen moeten worden vrijgehouden.

  • 7.

    Het college wordt tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan de plaatsing van de uitstalling in kennis gesteld met een digitale melding.

Overige gebieden Zaanstad

Het is toegestaan een uitstalling te plaatsen indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De uitstalling mag uitsluitend aanwezig zijn ter hoogte van de eigen onderneming op voor voetgangers bestemde delen van de openbare plaats.

  • 2.

    Op het trottoir is een vrije doorgang in een recht doorgaande lijn van ten minste 1,5 meter breed gewaarborgd voor voetgangers en rolstoelgebruikers.

  • 3.

    De uitstalling is enkel aanwezig op de openbare plaats op tijden dat de in dat pand gevestigde onderneming voor het publiek geopend is.

  • 4.

    Brandkranen en aansluitingen voor blusleidingen moeten worden vrijgehouden.

  • 5.

    Het college wordt tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan de plaatsing van de uitstalling in kennis gesteld met een digitale melding.

Algemeen

Artikel 7 Opvolgen aanwijzingen

Door of namens het bestuursorgaan gegeven aanwijzingen in het kader van het algemene belang, de openbare orde of veiligheid dienen strikt te worden opgevolgd. Deze aanwijzingen kunnen onder ander betrekking hebben op het geheel of gedeeltelijk verplaatsen dan wel verwijderen van de geplaatste objecten zonder dat de initiatiefnemer aanspraak kan maken op schadevergoeding.

Artikel 8 Overtreding van de nadere regels

Bij overtreding treedt het college op door het opleggen van een last onder bestuursdwang met een uiterst korte begunstigingstermijn. De begunstigingstermijn bedraagt maximaal 24 uur vanaf het moment dat de overtreder over het voornemen tot handhaving is geïnformeerd. Indien de overtreder bij machte is de overtreding te beëindigen binnen een kortere termijn dan 24 uur, zal een navenant kortere begunstigingstermijn worden gegeven. De kosten van bestuursdwang worden ten laste van de overtreder gebracht.

Artikel 9 Schade

Schade die is toegebracht aan gemeentelijke eigendommen als gevolg van de objecten zal door de gemeente voor rekening van de initiatiefnemer worden hersteld.


Noot
1

Indeling van gebieden zoals de kaart in het Aanwijzingsbesluit (art. 2:10 lid 1 onder d, van de Apv), van openbare plaatsen als een gebied waarin geen voorwerpen geplaatst mogen worden (Reclame-uitingen Inverdan).