Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Aanpakplan toerisme Zaanstad
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Aanpakplan toerisme Zaanstad

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

Zaanstad, Wormerland en Oostzaan hebben begin 2007 het initiatief genomen om een Aanpakplan Toerisme op te stellen voor de periode 2007-2010. De drie gemeenten werken samen aan de versterking van de economische structuur van de Zaanstreek. In dat kader worden toerisme en recreatie beschouwd als poteniële groeimarkten en daarmee als kansrijke sectoren

Een stevig verakerd toeristisch beleid zal zorgen voor méér bezoekers, een langere verblijfsduur, méér inkomsten en werkgelegenheid en een duidelijker imago. Daarnaast biedt het méér draagvlak voor het voorzieningenaanbod1.

Aandacht voor toerisme is niet alleen maar van de laatste tijd. In de afgelopen jaren hebben de gemeenten een aantal maatregelen genomen om de toeristische infrastructuur te verbeteren, onder andere door de aanleg van steigers in de Zaan en het creëren van nieuwe wandel- en fiets- en vaarroutes. Om ons heen zien we ondernemersinitiatieven groeien: nieuwe horeca zoals in de Chocoladefabriek en uitbreiding van hotels en nieuwe bed & breakfasts in het landelijke gebied van Wormerland. Ieder jaar melden zich nieuwe organisaties, die evenementen starten, van : 'Zingen op de Zaan' tot met 'Welcome to the Future' van ID&T, in Het Twiske. Kortom: in de Zaanstreek gebeurt het!

Er liggen kansen, die we beter kunnen benutten als we onze krachten bundelen en onze kwaliteiten op een handige manier verkopen.

In regionaal verband staat toerisme momenteel hoog op de agenda. Daar willen we vanuit de Zaanstreek actief op aansluiten. De Stadsregio Amsterdam brengt in het najaar 2007 een nieuw toeristisch actieplan uit en er liggen deelprogramma's om het regionale aanbod aan hotelaccommodaties in de komende jaren flink uit te breiden waarbij tevens wordt aangehaakt op de kansrijke zogenaamde MICE-markt2.Deze plannen maken deel uit van eeen actieplan binnen het regionale samenwerkingsverband in de Noordvleugel3., dat als doel heeft 'de unieke combinatie van dorpen en steden, waterrijk en open landschap en waardevolle natuur4.te behouden, te versterken én beter te benutten'.

In 2007 is de European Route of Industrial Heritage (ERIH-route) van start gegaan; een eerste stap in de ontwikkeling van regionaal industrieel toerisme dat kansrijk is voor de Zaanstreek, met haar potentieel aan historisch industrieel erfgoed en moderne (voedingsmiddelen) industrie (First in Food). De Zaanse Schans en de Chocoladefabriek in Zaandam (voormalige Verkadecomplex) zijn inmiddels omgedoopt tot officiële ankerpunten op de route. De pakhuizenwand aan de Zaan in Wormerland volgt in 2008 en we verwachten dat het Hembrugterrein aan het Noordzeekanaal zich op een vergelijkbare manier gaat ontwikkelen. De Zaanstreek wordt omzoomd door de groengebieden van het Nationaal Landschap Laag Holland. in 2006 kwam het fietsknooppuntenplan gereed: een netwerk van genummerde borden, waarmee het hele gebied voor fietsers is ontsloten. In juli 2007 verscheen het nieuwe Toeristische Actieprogramma Laag Holland. Kortom: beweging alom. Dit is het moment bij uitstek om als Zaangemeenten aan te haken.

Het Aanpakplan Toerisme Zaanstreek is gericht op de bijzondere kwaliteitskenmerken van de Zaanstreek. De combinatie van stedelijke en landschappelijke aspecten en het contrast tussen de vele industriële monumenten en het groene, waterrijke landschap is uniek.

De doelstellingen van het Aanpakplan Toerisme zijn voortgekomen uit de wens om deze rijkdommen te kunnen behouden, ze ook in de toekomst te laten renderen en ze ook naar 'buiten' uit te dragen, door:

  • -

    toeristische potenties in de Zaanstreek te stimuleren en economisch beter te benutten.

  • -

    toeristische ondernemers beter te faciliteren en te stimuleren tot investeringen;

  • -

    het toeristische product 'Zaanstreek' sterker te zetten binnen de regio;

  • -

    het imago en de uitstraling van de Zaanstreek herkenbaar te maken en op een positieve manier uit te dragen.

1.2 Aanpak

Méér bezoekers, méér inkomsten, méér werkgelegenheid: hoe gaan we dat doen? Er is geen behoefte aan nieuwe beleidsplannen. Zoveel is duidelijk geworden uit de gesprekken en contacten in de afgelopen maanden.

Als onderdeel van de voorbereidingen voor dit aanpakplan is een overzicht gemaakt van wat er allemaal speelt in de Zaanstreek én hoeveel organisaties en partijen hierbij zijn betrokken. Kennis met elkaar delen was al een eye-opener. Tegelijkertijd wordt ook het beeld opgeroepen van een tamelijk ongeordende, onsamenhangende lappendeken. Die versnippering werkt op den duur contraproductief. In de komende jaren gaat het dus om het aanbrengen van een sterkere focus en meer samenhang, het maken van keuzes, samen werken en samen verantwoordelijkheid nemen!

In de toeristische branche zit veel beweging. Toeristische ondernemers staan open voor nieuwe ideeën en zijn bereid om nieuwe wegen in te slaan. Gemeenten en andere overheidsorganisaties kunnen die initiatieven ondersteunen en faciliteren, bijvoorbeeld via planologische randvoorwaarden, regelgeving, vergunningenbeleid of door vormen van (co)-financiering.Het is niet alleen belangrijk om de neuzen zoveel mogelijk in één richting te krijgen, het gaat ook om concrete afspraken. ‘Niet blijven hangen in plannen en woorden’ is de veelgehoorde boodschap.

Toeristen en recreanten denken niet in gemeentegrenzen. De meeste van hen zien de Zaanstreek als één geheel. Veel toeristen beschouwen de streek als een deel van Amsterdam. “De Zaan stroomt tot aan het Centraal Station”. Als we willen werken vanuit een klantgerichte aanpak dan moeten we onze blik naar buiten richten.Voor de Zaanstreek liggen de beste kansen binnen de regio Amsterdam.Uit die richting komen de grootste bezoekersstromen onze kant op. Bovendien kan de Zaanstreek binnen de regio Amsterdam uitgroeien tot een bijzonder aantrekkelijke uitvalsbasis voor toeristen: Amsterdam om de hoek, maar ook in de buurt van uitgestrekt landelijk gebied en de kuststrook.Dit betekent wel, dat we ambtelijk en bestuurlijk een actieve rol gaan spelen in bestuurlijke samenwerkingsverbanden zoals de Stadsregio Amsterdam, de Noordvleugel, Laag Holland en de Provincie Noord-Holland.

Meer toeristen en bezoekers leveren veel extra draagvlak voor lokale voorzieningen. Zowel commerciële ondernemers als publieke voorzieningen profiteren hiervan. We willen een toeristisch-recreatief aanbod ontwikkelen, waarin ook de eigen bewoners zich kunnen herkennen en dat ook voor hen en voor mensen uit de directe omgeving aantrekkelijk is.

Ambitie kost geld. De financiële positie van de Zaangemeenten biedt weinig extra ruimte. We willen dan ook geen overspannen verwachtingen wekken. Onze eerste plannen gaan over het effectiever inzetten van bestaande middelen. In bijlage 1. is een overzicht opgenomen van de structurele en incidentele bijdragen die de drie gemeenten in 2007 op de begroting hebben staan voor toerisme gerelateerde activiteiten en voorzieningen. Gemeentelijke budgetten kunnen worden ingezet als cofinanciering om ‘geld met geld te maken’, o.a. voor het verkrijgen van subsidies5.

We gaan als gemeenten ook actief ‘de boer op’; op zoek naar samenwerkingspartners en externe subsidiebronnen. Dit betekent dat we zowel bestuurlijk als ambtelijk veel energie moeten stoppen in het leggen van contacten, in netwerken en in lobbyen.

Kleine verbeteringen en snelle acties motiveren. Ze geven rugwind om ook de langduriger en taaiere processen die nodig zijn, aan te kunnen. Daarom kiezen we voor een aantal Quick Wins; projecten, waarmee we snel aan de slag gaan.We willen hiermee draagvlak creëren en externe partijen inspireren en stimuleren.

Tenslotte willen we afspraken maken over een nieuwe werkstructuur voor toerisme. Een opzet die past bij onze ambities, het toeristische werkveld en het samenwerkingsverband van de Zaanse Economische Raad (ZER).In dit aanpakplan doen we hiervoor voorstellen.

1.3 Totstandkoming van dit aanpakplan

Gekozen is voor een snelle aanpak op basis van een ambitieus tijdschema. Dat betekent: geen uitgebreid inhoudelijk onderzoek, maar vooral gebruik maken van de kennis van (lokale) toeristische partners en van bestaande onderzoeksgegevens en -rapportages. Begin 2007 is een ‘spoorboekje’ opgesteld om rond de zomer van 2007 de hoofdlijnen voor een aanpakplan toerisme gereed te hebben. Dit boekje voorzag onder andere in een tweetal werkconferenties met externe begeleiding en ondersteuning van het Bureau Leisure Consult uit Gouda. Het bestaande Platform Toerisme Zaanstreek fungeerde gedurende het traject als klankbordgroep.

Het was van meet af aan de bedoeling, dat het aanpakplan samen met de belangrijkste toeristische ‘spelers’ tot stand zou komen. Op 4 april jongstleden vond een gezamenlijke aftrap plaats met een veertigtal toeristische organisaties, overheden en ondernemers waarbij de huidige situatie kritisch onder de loep werd genomen. Duidelijk werd wat sterke en zwakke punten zijn. Ook kwamen nieuwe ambities en plannen op tafel. De conferentie bracht partijen (opnieuw) bij elkaar en dat feit alleen, bleek al effect te hebben. Het enthousiasme van de deelnemers maakte duidelijk, dat de wil aanwezig is om samen de schouders eronder te zetten.

Op 7 juni volgde de tweede conferentie. De deelnemers waren het snel met elkaar eens over de hoofdlijnen, maar ze vroegen zich vooral af hoe er daadwerkelijk kan worden dóórgepakt.Deze zorg werd vertaald in een voorstel om een toeristische ‘aanjager’ aan te stellen, die ideeën daadwerkelijk gaat omzetten in acties en resultaten.

Tijdens de zomerperiode werd alle input uit de conferenties verwerkt. De analyse van de huidige situatie, algemene trends, ontwikkelingen en doelgroepen, heeft geresulteerd in een geactualiseerd toeristisch Zaanstreek-profiel en tot de keuze voor een aantal prioriteiten binnen dit profiel, de zogenaamde toeristische dragers. De Zaangemeenten laten hiermee zien wat zij willen en kunnen bijdragen aan het bevorderen van toerisme en recreatie. Dit betekent voor een deel werk aan de winkel ‘binnen de eigen gelederen’, maar voor een belangrijk deel ook ‘buiten de deur’. Binnen regionaal verband staat dit najaar veel op stapel dat toeristische kansen biedt voor de Zaanstreek. Nu is het moment aangebroken om hier op aan te haken. In de afgelopen maanden zijn we al op aan aantal fronten ambtelijk en bestuurlijk actief aan de slag gegaan ‘in de geest van’ dit aanpakplan. De laatste stand van zaken is nog zoveel mogelijk in dit aanpakplan verwerkt. In die zin komt dit document letterlijk ‘vers van de pers’.

2. Toerisme in de Zaanstreek

2.1 Stand van zaken

Hoe staat het toerisme in de Zaanstreek er voor? Is er sprake van groei en zo ja, waar en in welke mate?

Deze vragen zijn lastig te beantwoorden, omdat in de afgelopen jaren toeristische Zaanstreek-gegevens (bijvoorbeeld bezoekersgroepen, -aantallen en -bestedingen) niet systematisch zijn gemonitord. Het laatste onderzoek naar toerisme in de Zaanstreek dateert uit 19996.. De huidige cijfermatige gegevens zijn afkomstig uit rapportages van de regio Amsterdam, de Provincie NH en monitors van brancheorganisaties.

2.1.1 Bezoekersaantallen

Er zijn weinig gegevens voorhanden over bezoekersaantallen. Bekend is, dat de Zaanse Schans jaarlijks een vrij constante stroom van zo’n 900.000 bezoekers telt, waarmee ze nog steeds behoort tot de top-20 van grootste

toeristische attracties in Nederland. Ook de recreatiegebieden scoren flink. Zo telt ’t Twiske’ ruim 1,2 miljoen bezoekers per jaar. In de ontwikkelingsvisie van het recreatieschap wordt gesproken over een mogelijke groei naar 2 tot 2,5 miljoen bezoekers.

Het grootste Zaanstreek evenement -De Dam tot Damloop- telde in 2007 ca. 35.000 deelnemers en zo’n 100.000 toeschouwers.

2.2.2 Hotels, horeca, restaurants

Zaanstad beschikte in 2007 over 268 hotelkamers met in totaal 611 bedden; Het Productschap Horeca en Catering brengt de ontwikkeling tussen 1999 en 2007 als volgt in beeld:

Zaanstad

1999

2007

Totaal aantal horeca en cateringbedrijven

294

313

Restaurantsector, totaal

55

66

Totaal aantal bedrijven hotelsector

7

6

Totaal aantal kamers

248

268

Totaal aantal bedden

488

611

In Zaanstad staat in ieder geval een uitbreiding gepland van hotel Inntel Zaandam met 70 extra kamers (140 bedden). Wormerland heeft 3 bedrijven met in totaal 13 kamers en 26 bedden en Oostzaan heeft een bed & breakfast met 4 bedden.7.

2.2.3 Werkgelegenheid

Op basis van het vestigingsregister van de gemeente Zaanstad kunnen we de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de horeca en recreatie sinds 1980 in beeld brengen:

Horeca en recreatie

1980

1985

1990

1995

2000

2006

Werkzame personen 12 uur en meer

762

800

738

1.096

1.186

1.290

   

+ 38

-62

+ 358

+90

+104

Uit gegevens van Wormerland blijkt, dat per 1 januari 2006 84 mensen werkzaam waren in de horeca en recreatie. Voor Oostzaan zijn geen specifieke cijfers beschikbaar.

2.2 SWOT-analyse

Er kunnen geen harde conclusies worden getrokken over de effecten van het toeristische beleid in de afgelopen jaren. De cijfers tonen wel aan, dat extra inspanning nodig is om de sector op peil te houden en om meer te profiteren van de kansen die zich aandienen.

Het is lastig om daar nu al cijfermatige doelstellingen voor de komende jaren aan te verbinden, bijvoorbeeld over toeristische bestedingen of toename van werkgelegenheid. Dit vraagt om een betere analyse en voortdurende monitoring van toeristische gegevens.

We kunnen wel in kwalitatieve zin evalueren. Op basis van opmerkingen van de conferentiedeelnemers, aangevuld met informatie uit diverse onderzoeken en rapportages is daarom (opnieuw) een sterkte/zwakte analyse (SWOT) opgesteld:

Sterke punten

·Zaanse Schans als landelijke ‘must see’- trekpleister;

·De Zaanstreek is het metropolitane landschap bij uitstek;

·Markant cultuurhistorisch/industrieel erfgoed;

·Veenweideparadijs voor flora- en faunaliefhebbers;

·Actief (historisch) verenigingsleven

·Pittoreske dorpen

·De Zaan als verbindingsader

·Veel groen en water in en om de stad

·Aanwezigheid van aantrekkelijke

wandel- fiets- en kanoroutes

·Ligging in de nabijheid van Amsterdam

·Goede bereikbaarheid per trein

·Regionale aantrekkingskracht van Recreatiegebied Het Twiske (ruim 1 miljoen bezoekers)

Zwakke punten

·De meeste bezoekers komen niet verder dan de Zaanse Schans; biedt onvoldoende spin-off voor de streek;

·Onaantrekkelijke stadsentree station Koog-Zaandijk;

·Bezienswaardigheden liggen verspreid en (deels) verstopt;

·Versnipperd toeristisch aanbod;

·Onvoldoende verandering/dynamiek in het toeristische aanbod;

·Onduidelijk imago van de Zaanstreek;

·(Psychologische) barrière van het IJ en het Noordzeekanaal

·Geen eigen VVV-functie

·Onduidelijke positionering van de Zaanstreek, ingeklemd tussen Amsterdam (ATCB) en de rest van Noord-Holland (TNH)

·Fragmentarische en onvolledige pr en informatie over de toeristische en recreatieve mogelijkheden

·Gebrekkige monitoring.

Kansen

·Steeds meer toeristen stellen zelf hun programma samen;

·Bewoners zijn te betrekken/in te schakelen als ambassadeurs van de streek

·Aandacht voor historisch erfgoed/ ontwikkeling industrieel toerisme

·Benutten wandel- fiets- en vaarroutes in samenhang met aantrekkelijke arrangementen

·Nieuw stadshart Inverdan

·Toeristische verbindingen over het water

·Door vergrijzing en toenemende welvaart wordt water(sport) steeds meer een lifestyle

·Aansluiting op ontwikkeling A’dam/ noordelijke IJ-oevers

·Draagvlak/aansluiting toerisme op ontwikkeling First in Food/ Zaanse Economische Raad (ZER)

·Slim combineren van plannen/acties/budgetten.

Bedreigingen

·Concurrentie van (deels) vergelijkbare producten in de regio

·Risico van economische fluctuaties

·Afnemend enthousiasme van toeristische partners bij gebrek aan concrete afspraken en resultaten

·Geen structurele samenwerking tussen gemeenten en toeristische ondernemers

·Onvoldoende profijt van kansen ogv. toerisme door onduidelijke positionering van de Zaanstreek tussen Amsterdam en de rest van Noord-Holland

·Oplopende spanning tussen belangen beroepsvaart/waterrecreatie op de Zaan

2.3 Conclusies

Vergelijken we de huidige SWOT-analyse met de analyse van het onderzoek uit 1999, dan stellen we vast dat:

  • ·

    het Zaanse aanbod nog steeds te veel versnipperd is;

  • ·

    de (toeristische) uitstraling en het imago van de Zaanstreek nog steeds verbetering behoeft;

  • ·

    de opvattingen over de toeristische troeven van de Zaanstreek grotendeels hetzelfde zijn gebleven;

  • ·

    er (nog) meer aandacht is gekomen voor de betekenis van het water en cultuurhistorie/industrieel erfgoed;

  • ·

    de concurrentiepositie van Amsterdam op de internationale toeristische markt sinds 1999 is verbeterd;

  • ·

    de bereidheid tot samenwerking met het (toeristische) bedrijfsleven en met regionale partners is toegenomen.

2.4 Trends en ontwikkelingen

De SWOT-analyse zoomt vooral in op het Zaanse toeristische product en op de directe (regionale) omgeving. Daarnaast is er sprake van een groot aantal trends -nationaal en internationaal- die van belang zijn voor toerisme.

Een korte, niet limitatieve opsomming8.:

  • ·

    huishoudens worden kleiner en het aantal singles neemt nog steeds toe;

  • ·

    er komt een grijze golf aan van ouderen. Zij blijven tot op steeds hogere leeftijd fit en mobiel, ze beschikken over veel vrije tijd en een flinke beurs;

  • ·

    een groeiende groep allochtonen maakt gebruik van recreatieve voorzieningen;

  • ·

    de economische vooruitzichten zijn gunstig;

  • ·

    het gemiddelde Nederlandse huishouden besteedt een kwart van het inkomen aan vrijetijdsbesteding;

  • ·

    consumenten worden steeds kritischer en meer veeleisend. Ze willen maatwerk (Hierdoor komt de touroperatormarkt onder druk te staan);

  • ·

    mensen willen steeds iets nieuws, spanning meemaken, iets authentieks ontdekken, (beleveniseconomie), buiten de platgetreden paden treden en mooie herinneringen meenemen (storytelling). Eén van de gevolgen hiervan is bijvoorbeeld de groeiende belangstelling voor streekeigen producten;

  • ·

    de aandacht voor het milieu en voor duurzaamheid neemt sterk toe;

  • ·

    er bestaat een steeds grotere behoefte aan comfort en ’wellness’;

  • ·

    het aanbod moet direct beschikbaar zijn, gebruiksvriendelijk en zonder al te veel tijdsverlies;

  • ·

    informatiestromen lopen steeds meer via internet;

  • ·

    items die ontspanning, genot en een goed gevoel, vertegenwoordigen zijn ‘in’;

  • ·

    er is sprake van een zapp-cultuur; vervangingscycli gaan steeds sneller, er moet voortdurend vernieuwd worden;

  • ·

    mensen zijn in toenemende mate geïnteresseerd in hun gezondheid, meer bewegen, maar ook wandelen, fietsen en varen (in de natuur) worden steeds populairder.

2.5 Doelgroepen

Er bestaat niet zoiets als ‘de toerist’ of ‘de bezoeker’. Wie zijn ze? Waar komen ze vandaan? Wat spreekt hen aan?

Op basis van marktonderzoek en ervaringsgegevens onderscheiden we vier, voor de Zaanstreek relevante, doelgroepen:

2.5.1 Buitenlandse en Nederlandse toeristen, die in de regio verblijven

De meeste van hen verblijven in Amsterdam, in andere delen van de Randstad en in het Noord-Hollandse kustgebied. Zo’n 50% van de buitenlandse verblijfstoeristen in Amsterdam reist in georganiseerd verband (doorgaans binnen een straal van maximaal 20 km.). Dit is onder andere de groep, die via touroperators de Zaanse Schans bezoekt. De laatste jaren groeit het aantal buitenlandse toeristen, dat zelfstandig reist. Deze groep zoekt doorgaans bestemmingen binnen een grotere straal (bereik maximaal 70 km.).

Vooral toeristen uit Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Frankrijk, Azië en in toenemende mate Oost-Europa, bezoeken de Zaanstreek. Een deel hiervan heeft méér dan gemiddelde interesse voor historie/erfgoed/techniek.

Van de binnenlandse toeristen organiseert 57% hun vakantietrips zelf. Ook voor deze groep geldt, dat de Zaanse Schans doorgaans de eerste bestemming is in de Zaanstreek.

2.5.2 Zakelijke markt

De Zaanstreek profiteert tot nu toe veel te weinig van de stevige positie van Amsterdam op de zakelijke markt. Toch kunnen we diverse (kleinschalige) voorzieningen en arrangementen bieden voor bedrijven en zakelijke bezoekers. Dit is een goede aanvulling op het al bekende, grootstedelijke aanbod van overnachtingen, vergaderlocaties en groepsactiviteiten (ook wel de MICE-markt genoemd), op bijzondere, landelijke en cultuur-historische locaties.

Amsterdam voert acquisitie en promotie in de richting van Aziatische bedrijven. In het kielzog hiervan zien we een toename van toeristen uit Azië met specifieke wensen en interesses, bijvoorbeeld voor techniek. Een aantal bedrijven in Noord-Holland organiseert zogenaamde ‘technical visits’. De Zaanstreek heeft echter maar een zeer beperkt aanbod op dit gebied. Dit is op zijn minst vreemd voor een streek met zo’n uitgesproken ambachtelijke en industriële achtergrond.

2.5.3 Bewoners

De eigen bewoners zijn zelf ook gebruikers en consumenten van toeristische en recreatieve activiteiten en voorzieningen.

Toerisme levert weliswaar extra draagvlak op voor lokale voorzieningen en méér inkomsten voor de streek, maar het kan soms ook voor overlast zorgen. Het is belangrijk hier een goede balans in te vinden, waardoor het zo noodzakelijke draagvlak wordt gecreëerd en waardoor gerekend kan worden op medewerking en inzet van de bevolking. Bewoners zijn belangrijke ‘ambassadeurs’ van de streek. Zij moeten zich kunnen herkennen in het toeristische profiel.

2.5.4 Nederlandse dagrecreanten

De landelijke toeristische markt is goed voor zo’n 12 miljoen bezoekdagen per jaar. Dagrecreanten, die de Zaanstreek bezoeken, zijn te verdelen in twee groepen. Een deel komt uit de directe omgeving (binnen een straal van 15 km./‘klein-regionaal’: Waterland; Amsterdam-Noord/West/Centrum). Zij bezoeken de recreatiegebieden, doorkruisen het veenweidegebied, maken gebruik van wandel- fiets- en kanoroutes, of bezoeken Zaanse evenementen. Daarnaast zijn er dagrecreanten, die binnen een straal van maximaal 70 km. wonen (‘groot-regionaal’: Noord-Holland; (deel van) Utrecht; Flevoland; Zuid-Holland). De meeste van hen beginnen hun bezoek aan de Zaanstreek bij de Zaanse Schans.

2.6 Seizoenen

Het seizoen van de Zaanse Schans loopt vanaf april tot eind oktober. Een aanzienlijk deel van het overige Zaanse toeristisch/recreatieve aanbod speelt zich af in de openlucht. Dit betekent automatisch, dat de planning en programmering hiervan zich vooral concentreert in het hoogseizoen en een deel van het voor- en naseizoen. Voor de riviercruisevaart moet rekening worden gehouden met een grotere seizoensspreiding. Dit geldt ook voor de zakelijke markt. Voor de eigen bewoners zijn buiten het seizoen vooral de periodes van de schoolvakanties van belang.

3. Aanpak

3.1 Toeristische profilering van de Zaanstreek

3.3.1 Zaanstreek profilering

3.Toerisme en recreatie vormen een markt met vele spelers die om de gunsten dingen van de klant. Gemeenten in Nederland profileren zich steeds sterker op dit vlak. Het is daarom belangrijk om het toeristische profiel zo scherp en onderscheidend mogelijk te definiëren. Het Zaanstreek profiel moet tevens aansluiten op de bredere context, die wordt uitgedragen in het kader van city-/streekmarketing. De Zaanstreek is bovendien onderdeel van een breder regionaal profiel. Het concept Toeristisch Actieplan Stadsregio Amsterdam/Noordvleugel beschouwt de Zaanstreek als een apart deelgebied met zowel typisch stedelijke als landelijke kwaliteiten. De Zaanstreek verbindt in die zin ‘the best of both worlds’. Deze typering sluit aan op de beelden, die in de werkconferenties naar voren zijn gebracht.

We willen de Zaanstrekk toeristisch promoten als een streek van sterke contrasten, die twee kernkwaliteiten verbindt:

- de (voedings-)industrie: oudste industriegebied van Europa en historisch erfgoed gecombineerd met moderne (voedings-)industrie en -technologie;

- water en groen: de Zaan en het Noordzeekanaal; het veenweidegebied.

3.2 Toeristische dragers

Gerichte promotie en marketing zijn onontbeerlijk, maar vragen om een kwalitatief goed product. De Zaanstreek heeft veel kwaliteiten, maar we kunnen op een aantal fronten nog veel beter presteren. Dit aanpakplan wil economische doelstellingen verbinden met toeristische kwaliteiten en kansen. Uitgaande van deze doelstellingen, kiezen we voor zes toeristisch-recreatieve ‘dragers’.

Het zijn de prioriteiten waarop we ons in het beleid voor de komende twee jaar gaan concentreren:

  • ·

    promotie en marketing

  • ·

    industrieel toerisme

  • ·

    groen- en (vooral) waterrecreatie

  • ·

    verblijfsaccommodaties

  • ·

    evenementen

  • ·

    de Zaanse Schans

De uitwerking en uitvoering van deze prioriteiten vraagt om positieve inzet en goed samenspel tussen gemeenten, regionale en provinciale (semi-)overheden en toeristisch-recreatieve ondernemers.

3.2.1 Promotie en marketing

Verbetering van promotie en marketing is een basisvoorwaarde om toerisme en recreatie in de Zaanstreek te versterken. Hierover zijn alle partijen het eens!

Er is relatief weinig specifiek promotiemateriaal over de Zaanstreek voorhanden9..

Grotere organisaties en ondernemers in de Zaanstreek verzorgen hun eigen pr en marketing. De Zaangemeenten hebben in de loop der tijd ook zélf activiteiten opgepakt zoals het uitgeven van monumentenroutes en het plaatsen van promotie-banieren en info-zuilen, waarvan voorbeelden te zien zijn in Zaandijk. Om alle toeristische informatie te bundelen en beter toegankelijker te maken is begin 2007 de website www.ontdekdezaanstreek.nu van start gegaan. Deze website is weliswaar een stap in de goede richting, maar lang niet alle organisaties en evenementen zijn aangesloten. Verder ontbreekt de Zaanstreek nog te vaak op andere regionale en landelijke websites. Het aanbieden van digitale informatie vraagt om kennis van de markt, adequaat onderhoud en permanente alertheid; zaken die we binnen de gemeentelijke organisatie onvoldoende kunnen leveren.

Sinds het verdwijnen van de zelfstandige VVV-functie valt de Zaanstreek ‘buiten de boot’ op het gebeid van toeristische promotie. Het huidige VVV-steunpunt bij de balie van het gemeentelijke Rail Point Office (RPO) in Zaandam is bescheiden van opzet en wordt vooral gebruikt door Zaanse inwoners. Er is beperkte informatie beschikbaar op de Zaanse Schans in het Zaans Museum.

De huidige situatie is voor alle betrokkenen ‘een doorn in het oog’. Er kan veel méér worden bereikt, als gemeenten en ondernemers de handen ineen slaan.

Ook binnen de Stadsregio Amsterdam wordt gepleit voor méér samenwerking op het gebied van toeristische promotie en marketing en voor een sterkere regionale functie van de huidige Amsterdam Tourist and Congres Board (ATCB). De Zaangemeenten zijn een groot voorstander hiervan en ze zien dit als de mogelijkheid bij uitstek, voor een meer effectieve en duurzame aanpak. Uit de conferenties is naar voren gekomen, dat de Zaanstreek beschikt over een aantal goede producten, die buiten het gebied echter veel te weinig bekend zijn. Dit vraagt om gezamenlijke promotie en marketing, die minder versnipperd en meer doel(groep-)gericht wordt aangeboden. De Zaanstreek is klaar voor een inhaalslag!

Van alle kanten is gepleit voor een volwaardige VVV-functie voor de Zaanstreek. We willen met het ATCB onderzoeken hoe we verbeteringen kunnen aanbrengen en hoe we het VVV kunnen ontwikkelen tot de gewenste situatie. We streven naar een VVV-vestiging op de Zaanse Schans: een plek, centraal gelegen in de streek, waar al sprake is van een toeristische infrastructuur én van een grote toeloop van bezoekers. Hier ligt bovendien een fysieke verbinding met het groene buitengebied van Laag Holland10.. Ook sluiten we hiermee aan op ambities over de toekomst óp en rond de Schans (zie par. 2.3.6).

Bij de inrichting van de publiekshal in het nieuwe stadhuis van Zaanstad wordt rekening gehouden een (beperkte) nevenfunctie ter ondersteuning. Na voltooiing van de bouw- kan de huidige vestiging van RPO -al dan niet met aanpassingen- inschuiven. Daarnaast willen we het aantal toeristische informatiezuilen uitbreiden van in Zaandam-Centrum, Zaanstreek-Noord/Wormerland en Oostzaan11..

De Zaangemeenten willen op korte termijn het initiatief nemen om met het ATCB te starten met de verbetering van de toeristische promotie van de Zaanstreek en met het versterken en uitbreiden van toeristisch-recreatieve arrangementen. De gemeenten stellen hiervoor financiële middelen beschikbaar en doen een appèl op de ondernemers om zich hierbij aan te sluiten. Het is belangrijk, dat ideeën en plannen goed worden afgestemd met het Nationaal Landschap Noord Holland

- de Zaangemeenten stellen vanuit de begroting 2007 financiële middelen beschikbaar om in samenwerking met het ATCB en de toeristische ondernemers, activiteiten te starten ter verbetering van de promotie en marketing van de Zaanstreek;

- in samenwerking met het ATCB wordt onderzocht hoe op korte termijn de VVV-functie in de Zaanstreek kan worden verbeterd;

-de gemeenten streven naar een Zaanstreek hoofdvestiging-VVV op de Zaanse Schans

- bij de inrichting van het nieuwe stadhuis in Inverdan/Zaandam wordt rekening gehouden met een (bescheiden en ondersteunende ) nevenvestiging;

-de gemeenten streven naar uitbreiding van het aantal toeristische informatiezuilen.

3.2.2 Erfgoed en industrieel toerisme

De Zaanstreek is befaamd om haar industriële karakter. Veel mensen kennen de Zaanse molens, maar het is nog te weinig bekend, dat deze feitelijk de bakermat vormen van de moderne industrie in West-Europa. Na de molens kwamen de fabrieken en de pakhuizen. De Zaangemeenten werken mee aan behoud, restauratie en herbestemming van het industriële erfgoed (zoals de pakhuizen in Wormerland, het voormalige Verkadecomplex en De Adelaar). Soms wordt de historie zelfs geheel nieuw leven ingeblazen (de herbouw van de beschuittoren in Wormer en molen ’t Jonge Schaap).

Op het uitgestrekte Hembrugterrein liggen de monumentale herinneringen aan de voormalige artillerie-inrichting. Meerdere partijen zijn bezig hun krachten te bundelen, zodat dit bijzondere gebied een aansprekende nieuwe bestemming kan krijgen. De provincie NH is bovendien druk bezig om forten binnen de Stelling van Amsterdam (waarvan ook het Hembrugterrein deel uitmaakt) verder te ontsluiten.

De Zaankanters zélf zijn trots op hun industriële verleden. De vele erfgoedorganisaties in de streek getuigen hiervan. Zij beschikken met elkaar over een schat aan kennis en materiaal. Hier kunnen en willen we méér mee doen!

Zaanstad is in 2006 gestart met het project Parels Rijgen, onder andere bedoeld om het rijke erfgoed van de Zaanstreek toeristisch beter ‘op de kaart te zetten’12..

In het afgelopen jaar is de Holland Route van start gegaan, als onderdeel van de European Route of Industrial Heritage (ERIH). Deze route, die een aantal belangrijke industriële erfgoedlocaties (ankerpunten) in het Noordzeekanaalgebied met elkaar verbindt, is bedoeld als ‘een ontdekkingsreis naar de mijlpalen van de Europese industriële geschiedenis’. Begin 2008 is de basisinfrastructuur gereed (waaronder bebording van de route en de website). De Zaangemeenten willen méér doen met het industrieel erfgoed. Alleen een bord tonen op de gevel is niet voldoende.

Het industriële erfgoed vormt een bron van inspiratie voor beeldende kunstenaars. Het biedt karakteristieke locaties voor creatieve en culturele activiteiten en evenementen. In de Zaanstreek hebben we hier al diverse voorproefjes van gehad: Locatietheater zoals De Spaanse Schans en Droomzomernacht, maar ook muziekfestivals als Midzomerzaan.

Dit smaakt naar méér. Op dit moment dienen zich steeds meer aansprekende nieuwe initiatieven aan13.. Een voorbeeld is het veelomvattende plan voor een grootschalige internationale Waterexpo in 2010 waarin ook Zaanse erfgoedlocaties zoals het Hembrugterrein worden meegenomen.

Ook willen we het voortouw nemen om -samen met de gemeenten in het Noordzeekanaal-gebied en de Provincie NH- een regionaal programma rond industrieel erfgoed en industrieel toerisme te ontwikkelen. We beschouwen de vestiging van het ERIH-informatiecentrum in de Zaanstreek als een belangrijke eerste stap in deze richting.

In september 2007 is in de Zaanstreek de Stichting First in Food opgericht. Gemeenten, bedrijfsleven, Kamer van Koophandel en onderwijsorganisaties presenteren de Zaanstreek als modern en innovatief voedingsindustriegebied14.. Binnen dit samenwerkingsverband willen we mogelijkheden bespreken om het Zaanse aanbod op het gebied van industrieel toerisme te versterken en uit te breiden.

Op de Zaanse Schans wordt de collectie van het Zaans Museum uitgebreid met de Verkadevleugel. Het museum grijpt hiermee de kans aan om vanuit het thema ‘industrie’ een sterkere link te leggen met moderne technologie, kennis en innovatie.

- de Zaangemeenten nemen het voortouw om afspraken te maken over ontwikkeling van een regionaal programma rond industrieel toerisme en erfgoed, inclusief vestiging van het ERIH- infocentrum in de Zaanstreek;

- de gemeenten overleggen met de Zaanse Economische Raad en de Stichting First in Food, hoe het aanbod vanuit het Zaanse bedrijfsleven op het gebied van industrieel toerisme kan worden uitgebreid (bijvoorbeeld. op de Zaanse Schans, uitbreiding van ‘technical visits’ (bedrijfsbezoeken), toeristische stages/werkervaringsprojecten);

- de gemeenten gaan met de Zaanse erfgoedorganisaties de mogelijkheden verkennen voor toeristische samenwerking.

3.2.3 Verblijfsaccommodaties en MICE-markt

Uit recent onderzoek van de Stadsregio Amsterdam blijkt, dat de regio een enorm tekort heeft aan hotelaccommodaties. Becijferd is, dat de vraag t/m 2015 stijgt tot 9,1 miljoen overnachtingen. Dit betekent, dat het aantal hotelkamers tussen 2005 en 2015 met bijna 50 % (!) moet groeien tot 13.000 kamers, om in de behoefte te kunnen voorzien. Amsterdam heeft de regio hierbij hard nodig. Als Zaangemeenten nemen we deze uitdaging natuurlijk graag aan. Een belangrijk deel van de Zaanstreek ligt op de gewenste korte reisafstand (maximaal 15 minuten) van Amsterdam. Bovendien beschikt de streek over diverse karakteristieke locaties en een authentieke uitstraling. Hierdoor biedt de Zaanstreek bepaalde groepen toeristen dé ideale uitvalsbasis: Zowel stedelijk karakter als platteland óm de hoek’, in het kielzog van de internationale trekker Amsterdam en ook nog eens niet al te ver van de kust.

Hotels zorgen voor méér werkgelegenheid en méér toeristische bestedingen en inkomsten. Hier ligt voor de Zaanstreek een niet te versmaden groeimarkt.

In stadsregioverband worden per deelgebied potentiële vestigingslocaties voor hotels in beeld gebracht waardoor investeerders snel en adequaat een overzicht wordt geboden van de mogelijkheden. Voor de Zaanstreek gaat het zowel om grotere hotels op goed bereikbare locaties nabij spoor- en snelwegen, als om kleinschaliger voorzieningen op karakteristieke locaties en plekken in landelijk gebied (klein bungalowpark in Zaanse stijl, bed & breakfast, enz.). Ook willen we de mogelijkheden voor andere vormen van verblijf uitbreiden, zoals camperplekken, kamperen bij de boer en een (natuur?)camping in Het Twiske en/of in Wormerland

In de Zaanstreek komen steeds méér mogelijkheden voor het houden van conferenties, ontvangsten, recepties etcetera. Bij meetingplanners en intermediairs in Amsterdam -die gespecialiseerd zijn in het organiseren van programma’s voor opdrachtgevers/bedrijven- is het regionale aanbod nog onvoldoende bekend. De kans is dus groot, dat onze Zaanse aanbieders potentiële omzet mislopen. Hier willen we in regionaal verband actie op ondernemen. Het project ’MICE Meets Metropolis’ wil ondernemers in de regio bekend maken met de MICE-markt en hen begeleiden bij de ontwikkeling van hun product, hun specifieke aanbod introduceren bij meetingplanners en intermediairs en zorgen voor gezamenlijke marketing en promotie. Het streven is, dat de omzet van de regionale MICE-markt (waaronder de deelnemende Zaanstreek ondernemers) binnen vijf jaar groeit van 8 naar 16%.15.

- de Zaangemeenten brengen in kaart wáár potentiële vestigingslocaties voor hotels liggen;

- in aansluiting hierop leveren de gemeenten adequate dienstverlening en service aan hotelondernemers (planologische procedures, vergunningenverlening);

- de gemeenten willen bovendien de vestigingsmogelijkheden voor andere verblijfsaccommodaties stimuleren en faciliteren;

- de Zaangemeenten nemen deel aan de Samenwerkingsovereenkomst ‘MICE Meets Metropolis’, bedoeld om in regioverband de internationale zakelijke bezoekersmarkt te versterken.

3.2.4 Water- en groenrecreatie

De Zaangemeenten werken in de komende jaren verder aan de plannen voor verbetering van de toegankelijkheid van het groene buitengebied door de aanleg van recreatieve routes en arrangementen en verruiming van planologische mogelijkheden16. voor toeristische voorzieningen. Dat geldt tevens voor de versterking van de recreatieve voorzieningen in het Wormer- en Jisperveld en in de recreatiegebieden Het Twiske en het Alkmaarder/ Uitgeestermeer.17.

Water is een kernkwaliteit!

Het vormt een toegangspoort voor de Zaanstreek vanuit de kop van Noord Holland en de regio Amsterdam en het verbindt toeristisch interessante locaties in zowel stedelijk gebied als het groene ommeland. Steeds meer toeristen en recreanten maken vanaf het water kennis met de Zaanstreek. Jaarlijks passeren zo’n 10.000 recreatieschepen de Wilhelminasluis in Zaandam.18.

De watersport wordt als gevolg van de vergrijzing en economische welvaart steeds populairder. Water is meer en meer een lifestyle aan het worden.

Ook de Noordvleugel en Laag Holland kiezen voor water als speerpunt. Hier liggen kansen om samen op te trekken en sterk in te zetten op dit thema!

Passagiersvervoer

De laatste jaren zien we steeds vaker riviercruiseschepen over de Zaan varen. De riviercruisevaart is een forse groeimarkt.

Cijfers van het Havenbedrijf Amsterdam laten zien, dat het aantal passagiers in één jaar tijd steeg met maar liefst 65% (van 96.600 in 2005 naar 160.000 in 2006). De perspectieven zijn gunstig. Om deze niet te onderschatten markt te bedienen, worden provinciaal en regionaal specifieke projecten ontwikkeld, in combinatie met marketing & promotie-activiteiten.

Omdat de riviercruisevaart een zeer aantrekkelijke markt vormt voor de Zaanstreek, willen ook de Zaangemeenten participeren in deze projecten. De cruisepassagiers hebben -in tegenstelling tot de bustoeristen- doorgaans meer tijd tot hun beschikking, ze hebben meestal ook meer te besteden.

Met behulp van provinciale subsidie wordt in 2007 gestart met de bouw van een aanlegsteiger voor riviercruiseschepen bij de Zaanse Schans19..

Tijdens de bouw van de Julianabrug vaart een tijdelijke pont vanaf Koog a/d Zaan richting Zaanse Schans. Om deze reden is het voor bezoekers niet meer goed mogelijk om een ‘toeristisch rondje oud Zaandijk’ te doen. Dit probleem wordt gedeeltelijk opgelost door het aanbieden van een folder bij station Koog-Zaandijk met alternatieve wandelroutes. Er ligt ook een initiatief vanuit de Zaandijker bevolking voor een tijdelijke bootverbinding vanaf de Zaandijker sluis.

De Zaanstreek heeft een grote oppervlakte waarbij de diverse toeristische attracties ook nog eens vér uit elkaar liggen. Daarom is betere bereikbaarheid van groot belang. We willen ons inzetten om ook de verbindingen over het water te verbeteren. Tijdens de conferenties is het idee geopperd voor een recreatieve bootverbinding door de Zaanstreek -de Zaanhopper/Museumboot- die de verschillende toeristische attracties en bezienswaardigheden met elkaar verbindt. In samenwerking met marktpartijen willen we het idee voor deze Zaanhopper verder uitwerken. Een combinatie van boat & bike maakt het mogelijk om de Zaanstreek en het landelijke gebied verder in te trekken en te ontdekken. In aansluiting hierop willen we de mogelijkheden onderzoeken van het ontwikkelen van een rendabel systeem voor verhuur met flexibele inleverpunten voor fietsen en/of boten. Op deze manier kunnen toeristen en recreanten op meerdere locaties in de Zaanstreek fietsen huren en weer inleveren.20.. Ook een combinatie met leer/werkervaringsplaatsen van regionale opleidingen behoort tot de mogelijkheden. We vragen de Stadsregio om ondersteuning bij de uitwerking van onze ideeën.

Pleziervaart (motorboten/zeilboten)

Het aantal waterrecreanten, dat over een eigen boot beschikt, groeit gestaag. We willen de pleziervaart verleiden om méér tijd in de streek door te brengen (is méér bestedingen).

De Zaanstreek beschikt over acht jachthavens met in totaal 1.515 ligplaatsen. Bij het schiereiland De Hemmes worden 20 aanlegplaatsen gebouwd, geschikt voor bruine vlootschepen, Op deze manier wordt een Museumhaven gecreëerd. Aan de noordkant van de Zaan liggen bij West-Knollendam mogelijkheden voor uitbreiding van voorzieningen voor recreatie en watersport. Eind 2007 wordt een ontwikkelingsprofiel voor dit gebied gepresenteerd, dat in overleg met belanghebbende partijen is opgesteld21..

De afmeermogelijkheden langs de Zaan zijn beperkt vanwege de zorg voor snelle en veilige afhandeling van het beroepsscheepvaartverkeer. De Zaan is immers ook een belangrijke route voor aan- en afvoer van goederen. De gemeente Zaanstad is van plan om vanaf 2008 de mogelijkheden voor tijdelijk afmeren van boten, bijvoorbeeld bij horecavoorzieningen, te vergroten. Tijdens de werkconferenties kregen we signalen over gebrek aan ligplaatsen, klachten over tarieven, wachttijden bij de bruggen, etcetera. We gaan deze problemen inventariseren en we willen onderzoeken welke verbeteringen mogelijk zijn.

Bij de belangrijkste toegangspoorten over het water is het voor de watersporter niet zichtbaar, dat hij de Zaanstreek binnen vaart. (in het zuiden vanaf het Noordzeekanaal en in het noorden bij West-Knollendam) Er is nog geen overzichtelijke toeristische informatie over plekken, bezienswaardigheden, horeca, terrassen etc., die vanaf het water goed zichtbaar en bereikbaar zijn.

Dit zijn wat ons betreft verbeterpunten voor promotie (zie par. 3.2.1)

Dagrecreanten en kleine pleziervaart (kano/surf/boot)

Veel mensen vinden varen een aantrekkelijke vrijetijdsbesteding. De Zaanstreek is uitgestrekt en de bezienswaardigheden in de streek liggen vaak op flinke afstand van elkaar. De Zaan is een belangrijke en aantrekkelijke verbindingsroute. De Nauernasche Vaart biedt als staande mast-route een alternatief om de drukte en het oponthoud bij de bruggen te ontlopen.

Ook de waterlopen door de Zaanse veenweidegebieden zijn aantrekkelijk voor waterrecreanten. Extra voorzieningen zoals aanlegsteigers, ankerplaatsen, bewegwijzering, maar ook horeca, helpen om de mogelijkheden voor bijvoorbeeld kano/surf/boot(ver)huur en/of (‘wet-safari’)-arrangementen te versterken en uit te breiden. Uitbreiding van recreatieve routes (vaarroutes, wandel- en fietspaden) en voorzieningen zijn opgenomen in het Waterplan Zaans Blauw en het Strategisch Groenproject van Zaanstad, het Waterplan Oostzaan en in het Bestemmingsplan Buitengebied van Wormerland.

- gemeente Zaanstad wil de mogelijkheden voor tijdelijk afmeren langs de Zaan uitbreiden;

- de Zaangemeenten werken samen met Laag Holland, de stadsregio/Noordvleugel, het Hoogheemraadschap Noorderkwartier en de Provincie NH aan verbetering en uitbreiding van de mogelijkheden en het wegnemen van knelpunten voor de pleziervaart;

- i.v.m. herbouw van de Julianabrug onderzoekt de gemeente Zaanstad de mogelijkheid voor een tijdelijke toeristische bootverbinding vanaf de Zaandijker sluis;

- de Provincie Noord Holland laat een tijdelijke pontverbinding varen, vanaf het Gemeente archief Zaanstad naar het Duyvis terrein, nabij de Zaanse Schans;

- de gemeenten onderzoeken hoe zij de pleziervaart nog beter kunnen faciliteren;

- toeristische promotie wordt beter afgestemd op de waterrecreant;

- de gemeenten dienen een verzoek in bij de Stadsregio Amsterdam voor ondersteuning bij de uitwerking van ideeën / initiatieven rond de Zaanhopper en flexibele fietsenverhuur.

3.2.5 Evenementen

Het aantal evenementen in de Zaanstreek breidt zich nog ieder jaar uit. Dit toont aan dat het gebied bruist van energie en inspiratie, dat bewoners trots zijn op hun streek en dat ze zich ermee verbonden voelen. Zo is de Dam tot Damloop -nu een evenement

met een internationale uitstraling (35.000 deelnemers en ruim 100.000 bezoekers)- ooit ook klein begonnen.

Van meer recente datum zijn evenementen als De Bruine Vlootdagen, Zingen op de Zaan en Midzomerzaan. Evenementen zijn niet alleen belangrijke sfeermakers, ze zijn tevens een instrument om de streek ‘naar buiten’ op de kaart zetten en het imago van de Zaanstreek te versterken. De Zaangemeenten willen onder het motto ‘Zomer aan de Zaan’ een aansprekend evenementenbeleid ontwikkelen. Dat wil zeggen: duidelijke profilering en goede samenwerking, subsidiëring én stevige regie als het gaat om praktische ondersteuning en facilitering, (bijvoorbeeld vergunningen). De Zaanstreek wil bovendien deelnemen aan grote regionale projecten, zoals de Waterexpo 2010. Op deze wijze vormen evenementen als het ware een rijgsnoer voor onze bijzondere Zaanse erfgoed-‘parels’. Daarom wordt vanuit het project Parels Rijgen een budget vrijgemaakt voor de uitwerking van evenementenbeleid.

- de Zaangemeenten starten eind 2007 met de uitwerking van een gezamenlijke aanpak ten aanzien van evenementenbeleid.

3.2.6 Zaanse Schans

De Zaanse Schans is al jaren een grote publiekstrekker en appelleert vooral aan het traditionele beeld dat de meeste (buitenlandse) toeristen hebben van Nederland (klompen, molens, kaas en Zaanse huisjes). Maar er kan zoveel méér. De Schans vormt voor de meeste bezoekers dé toegangspoort tot de Zaanstreek. Alles wat in het voorafgaande is gezegd over de Zaanse ambities komt hier samen. Met de Zaanse Schans als één van de toeristische dragers, willen we haar spin-off vergroten: als (inter-)nationale toeristisch-recreatieve bestemming, als aantrekkelijke MICE-markt voorziening, als ‘visitekaartje van de Zaanstreek’ en -last but not least- als plek waar bewoners van de streek de Zaanse historie en identiteit kunnen beleven. Om deze redenen is de Zaanse Schans wat ons betreft dé plek bij uitstek voor het VVV-Zaanstreek.

Het aantal toeristen, dat op eigen gelegenheid de Schans bezoekt, groeit. Ook de bouw van de riviercruisesteiger betekent méér bezoekers, die méér tijd (en geld!) te besteden hebben.

De Zaanse Schans wil ook in de toekomst een toeristische attractie van formaat blijven en als zodanig kunnen voldoen aan de (steeds hogere) verwachtingen van de bezoeker. Stilstand betekent achteruitgang!

De Zaanse Schans is in 2006 door de European Routes of Industrial Heritage (ERIH) aangewezen als ankerpunt. Hiermee wordt een sterker accent gelegd op het industriële karakter van de Zaanstreek. De komst van de Verkade-collectie is aanleiding voor het Zaans Museum om een sprong voorwaarts te maken. Het museum wil niet alleen het industriële verleden sterker profileren, maar ook inspelen op nieuwe technologieën en de huidige industriële ontwikkeling. Dit betekent: aandacht voor moderne productie en technologie. Niet alleen om naar te kijken, maar vooral ook om te beleven22..

Het Zaans Museum bewandelt hiermee een nieuwe weg en geeft het historische verhaal van de Zaanstreek: First in Food, een nieuwe betekenis.

De molens en de typisch Zaanse houtbouw van de Zaanse Schans blijven de unieke traditionele woon/werkomgeving in een pré-industrieel landschapspark tonen.

Gemeente Zaanstad en Stichting Zaanse Schans zijn gestart met een meerjaren verbeter- en ontwikkelingstraject. Dit is bedoeld om een einde te maken aan de huidige beheer- en onderhoudsproblematiek en te zorgen voor duurzaam behoud van het aanwezige erfgoed. Fase1 is inmiddels gestart: het inhalen van achterstallig onderhoud en de verkoop van de panden.

In 2007 is met de nieuwbouw van molen ’t Jonge Schaap weer een blikvanger toegevoegd. Momenteel loopt een onderzoek naar verdere mogelijkheden voor functie-uitbreiding op het huidige terrein van de Schans.

Gemeente Zaanstad is tevens gestart met de ontwikkeling van een Integraal Ontwikkelings- en Beheerplan voor de aan de Zaanse Schans grenzende Kalverpolder. Het is de bedoeling, dat ook hier rekening wordt gehouden met de voordelen en kansen, die de nabijheid van een toeristisch-recreatief centrum biedt. Ook andere deelgebieden rond de Zaanse Schans kunnen in de toekomst deel uitmaken van een breed toeristisch-recreatief gebiedsprofiel23..

De Zaanse Schans is niet alleen belangrijk voor de Zaanstreek. Het is ook een internationale attractie van formaat voor de regio en de provincie NH. De beoogde functie-uitbreiding en programmatische ontwikkeling,vragen om brede samenwerking en een krachtdadige ontwikkelingsorganisatie. (Zie fase 2 van het meerjarentraject, zoals hierboven is geschetst)

- gemeente Zaanstad en Stichting Zaanse Schans werken aan de uitvoering van fase 1 van het ontwikkeltraject (overdracht eigendom panden; opheffen onderhoudachterstanden);

- VVV-steunpunt (zie par. 3.2.1);

- aanvraag Pieken in de Delta-subsidie voor nieuwe opzet Zaans Museum;

- gemeente Zaanstad ontwikkelt samen met externe partners en belanghebbende partijen een nieuw ontwikkelings- en beheerplan voor de Kalverpolder, inclusief een uitvoeringsprogramma en financieringsstrategie;

- gemeente Zaanstad en directie Zaanse Schans maken een opzet voor de uitwerking van fase 2 van het meerjaren ontwikkelingstraject Zaanse Schans.

4.Organisatie

De ervaringen van de afgelopen jaren hebben duidelijk gemaakt, dat er behoefte is aan een organisatiestructuur met daadkracht. Het bestaande Platform Toerisme heeft geleid tot betere onderlinge contacten en méér informatie-uitwisseling, maar te weinig tot een doelgerichte strategie en concrete actie en resultaten. Deze conclusie wordt onderschreven door de platformleden. Daarom wordt voorgesteld het huidige platform op te heffen en nieuwe afspraken te maken over organisatievorm en werkwijze.

4.1 Sturen op ontwikkeling en realisatie

Toerisme wordt gezien als een instrument om de economische structuur van de Zaanstreek te versterken en het vormt daarmee één van de pijlers van de Zaanse Economische Raad (ZER): het platform van bedrijfsleven en overheid in de Zaanstreek.

Als Zaangemeenten stellen we voor om voor deze ZER-pijler een kleine slagvaardige stuurgroep samen te stellen die bestaat uit: bestuurders van de drie gemeenten, Kamer van Koophandel en de belangrijkste toeristische spelers (Zaanse Schans, ATCB en Laag Holland). Partners, die zowel bij hun eigen achterban als bij andere organisaties en overheden invloed kunnen aanwenden om medewerking, capaciteit en middelen beschikbaar te krijgen en die kunnen zorgen voor snelle en zichtbare resultaten.

De stuurgroep is daarnaast verantwoordelijk voor een goede regionale afstemming; vooral met het Platform Regionale Economische Structuurversterking (PRES), c.q. de verantwoordelijke bestuurder voor toerisme in de Noordvleugel. Voorgesteld wordt, om minimaal vier keer per jaar bij elkaar te komen, om de ontwikkelingen en vorderingen uit het aanpakplan te volgen, de strategie te bepalen en vooral te sturen op resultaten.

Voorgesteld wordt bovendien om het voorzitterschap neer te leggen bij de portefeuillehouder Toerisme van Zaanstad. Ambtelijke ondersteuning wordt geleverd vanuit de Dienst Stad van de gemeente Zaanstad.

Tijdens de werkconferenties is gebleken, hoe belangrijk en inspirerend het is om momenten te organiseren, waarop gemeenten, toeristische ondernemers en andere partners elkaar kunnen ontmoeten om informatie, ervaringen en ideeën uit te wisselen.

Vooralsnog zijn we van plan om jaarlijks zo’n netwerkbijeenkomst te organiseren.

4.2 Uitwerking en uitvoering per toeristische drager

Uit de werkconferenties is naar voren gekomen, dat er behoefte bestaat aan een aanspreekpunt (aanjager), dat de uitvoering van het aanpakplan ter hand neemt en zorgt voor actie en resultaten. Bij de uitwerking bleken de meningen over taken, organisatorische aanhaking en financiering wat uiteen te lopen. Niettemin was de boodschap helder: ‘Maak concrete afspraken over uitwerking en uitvoering’.

We denken, dat één aanjager onmogelijk het totale aanpakplan kan ‘aanpakken’. Daarom stellen we voor om per drager afspraken te maken. Van de gemeenten mag op ieder onderdeel een actieve rol worden verwacht, maar dat hoeft niet te betekenen dat we voor alles zélf aan het roer staan. Waar mogelijk sluiten we ons aan en/of maken we gebruik van initiatieven en trekkracht die al door andere partijen en/of overheden worden georganiseerd. Dit lijkt ons de meest pragmatische en realistische weg.

Regionale samenwerking speelt in dit aanpakplan een sleutelrol, maar moet op een aantal onderdelen nog concreter worden ingevuld. We kunnen nog niet op alle fronten een kant-en-klaar recept aanbieden. Deze onderdelen zullen we in de komende periode verder uitwerken.

4.2.1 Promotie en marketing

Vooruitlopend op een meer duurzame, regionale samenwerking in Noordvleugel-verband willen we op korte termijn afspraken maken met het ATCB om samen met gemeenten, ondernemers en organisaties op korte termijn de toeristische promotie en marketing van de Zaanstreek te versterken. Wij beschouwen dit als het begin van een duurzame en structurele samenwerking. Vooruitlopend op de deelname vanuit ondernemers en andere toeristische organisaties stellen de Zaangemeenten hier € 55.000 (incidenteel) voor beschikbaar.

4.2.2 Industrieel toerisme

Gemeente Zaanstad en de Provincie NH nemen het voortouw om in Noordvleugel-verband te werken aan de ontwikkeling van regionaal cultuurhistorisch toerisme, waarbij het met name gaat om erfgoed in relatie met bijvoorbeeld industrie, infrastructuur, waterbeheersing en techniek. Vanuit ERIH is hiervoor de eerste basis gelegd. In fase 2, die in 2008 start, betreft het de bewegwijzering van de routes en de vestiging van het regionale informatiecentrum -het HollandCentre- in Zaanstad. De Stichting Industriecultuur Nederland heeft hiervoor een aanvraag ingediend bij het Ministerie van EZ24..

4.2.3 Water- en groen en waterrecreatie

De introductie van een museumboot/Zaanhopper kan voor de Zaanstreek een toonaangevend project worden. De Zaanstreek maakt deel uit van een regionaal waternetwerk. Het belang van dat netwerk voor toeristisch-recreatieve doeleinden en de mogelijkheden en kansen voor versterking en verbetering worden breed onderschreven. We verwachten dat op regionale schaal intensieve samenwerkingsverbanden rond waterrecreatie gaan ontstaan. (Op dit moment zijn vergelijkbare samenwerkingsverbanden gerealiseerd voor projecten die gerelateerd zijn aan de riviercruisevaart). Om deze reden dienen we bij de Stadsregio een verzoek in, om ondersteuning te verlenen bij de uitwerking van de Zaanstreek-projecten ten aanzien van Zaanhopper en flexibele fietsenverhuur.

4.2.4 Verblijfsaccommodaties en MICE-markt

Voor beide onderdelen worden -onder regie van de stadsregio/Noordvleugel- deelprogramma’s uitgevoerd. De Zaangemeenten hebben zich bij beide initiatieven aangesloten en leveren hiervoor ambtelijke én financiële bijdragen26..

Marktpartijen, die zich naar aanleiding van deze programma’s bij het bedrijvenloket van de afzonderlijke gemeenten melden, mogen rekenen op adequate informatie en dienstverlening.

4.2.5 Evenementen

Dit onderwerp staat in Zaanstad al langer op de bestuurlijke wensenlijst. De gemeente Zaanstad stelt € 25.000 beschikbaar vanuit het project Parels Rijgen26., om een opdracht te kunnen verstrekken voor ontwikkeling van evenementenbeleid c.q. uitwerking van het concept van ‘Zomer aan de Zaan’.

4.2.6 Zaanse Schans

In dit aanpakplan wordt slechts een globale strategie geschetst, die het mogelijk maakt dat de Zaanse Schans ook in de toekomst haar toppositie als toeristische trekpleister kan voortzetten. Ook wordt bekeken op welke wijze de spin-off voor de streek kan worden vergroot . De aanjagersrol voor deze ontwikkeling ligt in eerste instantie bij de directie van de Zaanse Schans, maar uiteraard hebben ook de Zaangemeenten, regio en provincie hierin een belang. Op basis van een uitgewerkt plan van aanpak worden afspraken gemaakt en taken verder verdeeld.

4.3 Gemeentelijke coördinatie en inzet

De voorafgaande opsomming zou onbedoeld het beeld kunnen oproepen, dat de gemeenten het feitelijke werk zoveel mogelijk afschuiven en ‘buiten de deur’ zetten. Niets is minder waar. Het aanpakplan vraagt een forse inzet. Van de Zaangemeenten -en met name van Zaanstad als grootste gemeente- zowel ambtelijk als bestuurlijk.

Bij de afdeling Cultuur, Monumenten en Toerisme (CMT) van de Dienst Stad ligt een belangrijke taak als het gaat om:

  • ·

    het extern ambtelijke aanspreekpunt zijn voor toerisme op Zaanstreekniveau;

  • ·

    ondersteuning van de verantwoordelijke portefeuillehouder(s);

  • ·

    ondersteuning ten aanzien van de op te richten Stuurgroep Toerisme;

  • ·

    interne coördinatie en afstemming, voortgangsbewaking en evaluatie;

  • ·

    afstemming met ambtelijke vertegenwoordigers vanWormerland en Oostzaan;

  • ·

    ad-hoc ondersteuning bij Quick Wins.

De afdeling CMT is ambtelijk verantwoordelijk voor de ontwikkeling van evenementenbeleid en monumenten/erfgoed.

Ook de gemeenten Wormerland en Oostzaan zullen zorg dragen voor een ambtelijk coördinatiepunt.

Andere diensten en afdelingen leveren een aandeel in acties binnen de afzonderlijke dragers:

  • ·

    Concernstaf: externe subsidieverwerving, First in Food, strategische ondersteuning, statistiek & onderzoek;

  • ·

    Concerncommunicatie: city-/streekmarketing, promotie;

  • ·

    Economische Zaken: bedrijvenaccount voor toeristische ondernemers, MICE-markt, horecabeleid;

  • ·

    Ruimtelijke Ontwikkeling: ruimtelijke condities -vooral groen en water- voor toeristische activiteiten;

  • ·

    Realisatie & Beheer/Havens &Vaarwegen: waterrecreatie;

  • ·

    Vergunningen en Handhaving: horeca, evenementen.

Deze medewerking is nodig; niet alleen om de Quick Wins mogelijk te maken, maar ook om op langere termijn doelen te bereiken. Per afdeling wordt een aanspreekpunt voor toerisme aangewezen.

Met de betrokken afdelingen/disciplines vindt periodiek, gezamenlijk overleg plaats over voortgang, samenhang en afstemming. (In ieder geval voorafgaand aan vergaderingen van de stuurgroep). Hieraan nemen ook ambtelijke vertegenwoordigers vanuit Wormerland en Oostzaan deel.

5.Overzicht Quick Wins

We willen de Zaanstreek duurzaam op de toeristische kaart zetten. Dat vergt doorgaans processen van lange adem. We willen echter niet uit het oog verliezen, dat het uiteindelijk gaat om resultaten.

Op basis van het voorafgaande hebben we een lijstje samengesteld van concrete projecten waarvan nu al duidelijk is, dat er in brede kring belang aan wordt gehecht. Hier willen we ons als gemeenten in ieder geval tot 2010 ‘hard voor maken’. Soms zijn we zélf aan zet. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van de VVV-functie en bij het evenementenbeleid. In de meeste gevallen gaat het echter juist om initiatieven vanuit marktpartijen waarbij de gemeenten stimulerend en faciliterend zullen handelen. In dit stadium kunnen nog geen toezeggingen worden gedaan over extra financiële bijdragen die bovenop de bestaande budgetten komen in de gemeentebegrotingen van 2007 en 2008.

  • ·

    VVV-functie op de Zaanse Schans met infopunt in het nieuwe stadshuis Inverdan

  • ·

    uitbreiding toeristische promotie informatiezuilen

  • ·

    uitbreiding toeristische arrangementen (o.a. technical visits; riviercruisevaart)

  • ·

    uitbreiding hotelaccommodaties

  • ·

    (natuur)camping in ‘t Twiske

  • ·

    tenminste één camperlocatie

  • ·

    vestiging van het ERIH infocentrum

  • ·

    afspraken over samenhangend evenementenaanbod in het kader van Zomer aan de Zaan

  • ·

    Zaanhopper/museumboot

  • uitbreiding fietsenverhuur27.

  • ·

    tijdelijke bootverbinding vanaf Zaandijkersluis naar Zaanse Schans

Bijlage 1

Raming

Toerisme / recreatie gerelateerde uitgaven Zaangemeenten

GEMEENTE ZAANSTAD:

Structurele bijdragen gerelateerd aan toerisme:

Budget 2007

Totaal Toerisme algemeen

€ 76.908

Totaal Manifestaties en Evenementen

€ 292.375

Totaal Subsidies Musea

€ 295.116

Totaal Zaanse Schans / Zaans museum

€ 1.067.181

Totaal Recreatieschappen

€ 348.094

Totaal toerisme gerelateerde uitgaven structureel:

2.079.674

   
   

Incidentele bijdragen gerelateerd aan toerisme

Budget 2007

Zaans Museum / Zaanse Schans Inhaalslag onderhoud

 

Z’MOP / Parels Rijgen (tm 2007)

 

Uitvoering gebiedsplan buitengebied (belegd bij RO)

 

Uitvoering waterplan (belegd bij RO)

 

Evenementen Inverdan

 

Stadspromotie (belegd bij Concerncommunicatie)

 

Ontwikkeling gebiedsprofiel Zaan Noord (belegd bij Zaanoevers)

 

Totaal toerisme gerelateerde uitgaven incidenteel:

863.00028.

   
   

Gemeentelijke inkomsten gerelateerd aan toerisme:

Budget 2007

Toeristenbelasting

167.000

Totaal gemeentelijke inkomsten gerelateerd aan toerisme

167.000

GEMEENTE WORMERLAND

Structurele bijdragen gerelateerd aan toerisme:

Budget 2007

Bijdrage Ponten

 

Bijdrage RES

 

Diverse bijdragen, o.a. landschapsbeheer

 

Ambtelijke kosten VROM en AJZ

 

Totaal toerisme gerelateerde uitgaven structureel:

74.500

   
   

Incidentele bijdragen gerelateerd aan toerisme

Budget 2007

Bijdrage aan toeristische promotie / marketing

 

Maatregelen verbetering toeristische infrastructuur

 

Bijdrage recreatief baggeren

 

Totaal toerisme gerelateerde uitgaven incidenteel:

€ 130.000

   
   

Totaal gemeentelijke inkomsten gerelateerd aan toerisme

€ 204.500

GEMEENTE OOSTZAAN

Structurele bijdragen gerelateerd aan toerisme:

Budget 2007

Bijdrage recreatieschappen / landschap

 

Bijdrage Landschap Waterland

 

Bijdrage Laag Holland

 

Bijdrage RES

 

Totaal toerisme gerelateerde uitgaven structureel:

€ 24.800

   
   

Totaal toerisme gerelateerde bijdragen incidenteel:29.

Budget 2007

Totaal gemeentelijke inkomsten gerelateerd aan toerisme

€ 24.800

Bijlage 2

Literatuurlijst

  • ·

    Samenwerkingsproject Amsterdam Plus / technical visits; ATCB en Toerisme Noord Holland (2005)

  • ·

    Aktiviteitenplan toerisme 2006-2007; Toerisme Noord-Holland

  • ·

    Onderzoeksrapport Toeristische Verblijfsaccommodaties; Stadsregio Amsterdam (december 2006)

  • ·

    Nieuwe kansen voor toerisme in Amsterdam-Noord; Stadsdeelraad Noord (april 2007)

  • ·

    Verleiding van het Metropolitane Landschap; 6e Noordvleugelconferentie (2007)

  • ·

    Strategisch Uitvoeringsprogramma Marketing & Promotie toerisme Noord-Holland 2007-2011; Provincie Noord-Holland / Toerisme Noord Holland (juni 2007)

  • ·

    Toeristisch Actieplan Laag-Holland; Nationaal Landschap Laag Holland (juli 2007)

  • ·

    MICE Meets Metropolis/Pieken in de Delta-aanvraag; Stadsregio Amsterdam (november 2007)

  • ·

    Strategisch Marketing & Communicatieplan 2000-2004voor toerisme in de Zaanstreek; ATCB (1999)

  • ·

    Nota Buitengebied; gemeente Zaanstad (2006)

  • ·

    Zaans Waterplan; gemeente Zaanstad (2006)

  • ·

    Waterplan Oostzaan 2007-2016 (2007)

  • ·

    Bestemmingsplan Landelijk Gebied; gemeente Wormerland (2006)

  • ·

    Startnotitie Fase 1 Integraal Ontwikkelings- en Beheerplan Kalverpolder; gemeente Zaanstad (januari 2006)

  • ·

    Visie op de verdere ontwikkeling in recreatiegebied Het Twiske; Recreatieschap Het Twiske (december 2006)

  • ·

    Jaarverslag 2006; Recreatie Noord-Holland NV (juni 2007)

  • ·

    Jaarverslag 2006; Stichting Zaanse Schans (2007)

  • ·

    Verkenning Inrichtingsplan Wijde Wormer; Hoogheemraadschap/ Laag Holland (2007)

  • ·

    Havenvisie; gemeente Zaanstad (2007)

Naast de vermelde rapporten en beleidsplannen is voor de realisatie van dit aanpakplan een breed scala aan andere documenten en websites geraadpleegd. Voor zover relevant wordt hiernaar verwezen in de voetnoten.


Noot
1.

Het grootste deel van de toeristische toegevoegde waarde wordt gegenereerd in de karakteristieke bedrijfsklassen van het toerisme. Dat zijn restaurants en café's, vervoersbedrijven, cultuur- sport- en recreatie-instellingen (musea, theaters, amusementsparken), accommodatiebedrijven (hotels, kampeerterreinen) en reisbemiddelaars (reisbureaus, touroperators); de horeca neemt het leeuwendeel van de toeristische bestedingen voor zijn rekening (in 2006: 38%); bron: CBS

Noot
2.

MICE staat voor: bezoek aan vergaderingen (Meetings), incentive reizen naar Nederland (Incentives), bezoek aan congressen (Conventions) en bezoek aan beurzen en evenementen (Exhibitions/ Events)

Noot
3.

Actieprogramma Metropolitane Landschap Noordvleugel; 2007

Noot
4.

In de terminologie van de Noordvleugel ook wel het 'metropolitane landschap' genoemd.

Noot
5.

O.a. vanuit de provincie NH (Stimulering Regionale Economische Structuur- RES), Ministerie EZ (Pieken in de Delta), EU-fondsen.

Noot
6.

Strategisch Marketing & Communicatieplan 2000-2004 voor Toerisme in de Zaanstreek (1999; ATCB)

Noot
7.

Bron: www.hinc.nl

Noot
8.

Het voert hier te vre om trends heel uitgebreid in beeld te brengen. Zie o.a. Trendrapportage Toerisme, recreatie en vrije tijd 2006-2007; NRIT (2007)

Noot
9.

Het ATCB biedt voor een bedrag van € 15.000 op jaarbasis een servicepakket aan de gemeente Zaanstad.

Noot
10.

Zie Toeristisch Actieprogramma Laag Holland (juli 2007);Plan van Aanpak toeristische branding Laag Holland (oktober 2007)

Noot
11.

Uitbreiding is alleen mogelijk met co-financiering van ondernemers (vergelijkbare opzet met de infozuil Zaandijk)

Noot
12.

Naast het benutten van erfgoed voor toerisme en evenementen worden monumentale en karakteristieke bedrijfspanden ook ingezet voor creatieve bedrijvigheid.

Noot
13.

Voorbeeld hiervan is de pas opgerichte Maatschappij Noordzeekanaal

Noot
14.

Binnen "First in Food" werken de betrokken organisaties samen, aan onder andere. innovatieprojecten, kennisuitwisseling, aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, imago en dienstverlening

Noot
15.

voor het projectplan 'MICE Meets Metropolis' is een Pieken in de Delta-aanvraag ingediend bij het ministerie van EZ

Noot
16.

maatregelen Nota Buitengebied, gemeente Zaanstad; Bestemmingsplan Buitengebied, gemeente Wormerland; herziening bestemmingsplan Buitengebied, gemeente Oostzaan

Noot
17.

voor beide gebieden zijn door de Recreatieschappen ontwikkelingsvisies opgesteld

Noot
18.

in de conceptnota Havenvisie wordt ingegeaan op de toeristisch/recreatieve functie van o.a. de Zaan.

Noot
19.

In het kader van het Programma Water als Economische Drager (WED) heeft de gemeente Zaanstad in 2006 €1,65 miljoen beschikbaar gekregen voor de aanleg van een riviercruisesteiger en centrale afstandsbediening van bruggen; de steiger bij de Zaanse Schans zal naar verwachting in het voorjaar 2009 gereed zijn

Noot
20.

In het buitenland zijn enkele succesvolle voorbeeldprojecten bekend, zoals Call-a-bike in Duitsland, maar ook Finland en Frankrijk ontwikkelen interessante initiatieven. Wellicht zijn er mogelijkheden in regioverband.

Noot
21.

Het gaat hierbij om het Brokking-terrein, het sportcomplex Blauw-Wit en het eiland Bloemendaal

Noot
22.

Hiervoor wordt o.a. subsidie aangevraagd bij het Ministerie van EZ (Pieken in de Delta)

Noot
23.

een aanzet voor zo'n gebiedsprofiel wordt gegeven in de brochure "de Zaan treedt buiten haar oevers" (2006), die het resultaat beschrijft van een aantal in- en externe workshops over de toekomst van de Zaan (-oevers)

Noot
24.

In het kader van de subsidieregeling Pieken in de Delta; de provincie NH draagt hier € 159.800 aan bij; Zaanstad levert een bijdrage vanuit het project Parels Rijgen;

Noot
26.

voor het MICE-markt programma is subsidiebij het Ministerie van EZ in het kader van Pieken in de Delta en wordt er voor dire jaar een gemeentelijke bijdrage gevraagd; de hoogte hiervan moet nog worden vastgesteld.

Noot
26.

idem

Noot
27.

inspelend op de vraag

Noot
28.

Hiervan is €500.000 voor inhaalslag Zaanse Schans

Noot
29.

voor 2008 wordt €10.000 extra in de begroting van Oostzaan uitgetrokken voor een kano-route