Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Individueel Keuzebudget (IKB) Gemeente Zaanstad
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Individueel Keuzebudget (IKB) Gemeente Zaanstad

Paragraaf 1 Algemene bepalingen Zaans IKB

Artikel 1:1 Aanspraak

Collegeleden, raadsleden, extern ingehuurde medewerkers en stagiairs van de gemeente Zaanstad kunnen geen aanspraak maken op deze regeling.

Artikel 1:2 Aanvulling op CAO

Deze regeling is in aanvulling op de CAO Gemeenten (CAR-UWO). Bij strijdigheid met de CAO Gemeenten dient overleg plaats te vinden in het Georganiseerd overleg.

Artikel 1:3 Fiscale wet- en regelgeving

De bepalingen in deze regeling gelden zolang de fiscale wet- en regelgeving hierin voorzien. De belastingdienst bepaalt mede de financiële grenzen en daarmee de duur van deze regeling. Fiscale maatregelen kunnen de hoogte van de in deze regeling genoemde bedragen beïnvloeden.

Artikel 1:4 Medewerker

De medewerker is de ambtenaar die is aangesteld bij de gemeente Zaanstad evenals de medewerker met wie de gemeente Zaanstad een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan.

Artikel 1:5 IKB

IKB betekent het Individueel KeuzeBudget zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van de AGZ.

Artikel 1:6 Gevolgen uitruilen

De uitruil bedoeld in paragraaf 2, 3 en 4 werkt door naar het fiscaal loon, opbouw IKB, het sociale verzekeringsloon, de (eventuele) overlijdensuitkering, toekomstige pensioenuitkeringen en de (eventuele) jubileumgratificatie.

Artikel 1:7 Citeer

Deze regeling kan worden aangehaald als “IKB Gemeente Zaanstad” en treedt in werking op 1 januari 2017.

Paragraaf 2 Regeling woon-werkverkeer

Artikel 2:1 Algemeen woon-werkverkeer

Deze paragraaf is van toepassing op medewerkers in dienst van de gemeente Zaanstad, die van huis, binnen Nederland, naar en van het werk reizen, ongeacht het vervoermiddel.

Artikel 2:2 De uitruil woon-werkverkeer

Lid 1

Voor de medewerker die naar het werk reist wordt op aanvraag een bruto salarisbestanddeel verlaagd in ruil voor een onbelaste vergoeding woon-werkverkeer (hierna: de uitruil woon-werkverkeer). De hoogte van de uitruil is 2 keer enkele reisafstand huis – werklocatie, vermenigvuldigd met het aantal reisdagen per jaar en de uitkomst daarvan vermenigvuldigd met een bedrag. Hierbij geldt het volgende:

  • a.

    Voor de bepaling van de reisafstand huis - werklocatie geldt een nader voorschrift dat apart wordt bekendgemaakt.

  • b.

    Voor de bepaling van het aantal reisdagen per jaar en van het maximale bedrag onbelaste vergoeding per kilometer geldt wat hierover in fiscale wet- en regelgeving is vastgelegd.

  • c.

    De uitruil woon-werkverkeer vindt plaats op het IKB.

Artikel 2:3 Parkeerplaats

De medewerker die:

  • a.

    minder valide is en aan wie hierom een parkeervergunning is verleend;

  • b.

    die incidenteel en in opdracht van de leidinggevende:

    • I.

      moet werken op een werkdag tot na 22.00 uur;

    • II.

      met het OV reist maar zo vroeg moet beginnen dat de werkplek niet op tijd met het OV kan worden bereikt;

    • IJ.

      moet werken in het weekeinde;

wordt, indien noodzakelijk, voor die dag een parkeerplaats ter beschikking gesteld.

Artikel 2:4 Geen aanvullende vergoeding

Een aanvullende vergoeding op de regeling woon-werkverkeer of toekenning van een hogere salarisinschaling vanwege de kosten van woon-werkverkeer, is niet toegestaan.

Artikel 2:5 Uitvoering

Voor het aanvragen van uitruil op basis van de regeling woon-werkverkeer is een uitvoeringsprocedure van toepassing die intern wordt gecommuniceerd.

Artikel 2:6 Algemene hardheidsclausule woon-werkverkeer

Als in een individueel geval, door persoonlijke omstandigheden een situatie ontstaat die, gelet op doel en strekking van de regeling woon-werkverkeer, leidt tot onbillijkheden, dan kan de gemeentesecretaris besluiten om van de regeling woon-werkverkeer af te wijken.

Paragraaf 3 Fietsregeling

Artikel 3:1 Algemene bepalingen fietsregeling

De medewerker ontvangt een renteloze lening voor de aanschaf van een fiets tot een maximum van € 1.000,-.

De medewerker kiest tussen een uitruilmogelijkheid en aflossing van de lening van het salaris (“salaris-fiets”) of een uitruilmogelijkheid met het IKB (“IKB-fiets”).

De medewerker moet (voor beide mogelijkheden) aannemelijk maken dat de fiets wordt gebruikt voor minimaal 50% van de dagen dat de medewerker reist in het kader van woon-werkverkeer.

Deelname aan de fietsregeling is eenmaal per 3 jaar mogelijk.

De medewerker draagt de originele aankoopnota over aan de gemeente Zaanstad

In de fietsregeling is in het begrip 'fiets' mede begrepen een fiets met elektronische trapondersteuning, de z.g. e-bike en / of een (losse) accu voor de e-bike.

Er is een standaard overeenkomst op basis van de fietsregeling die door beide partijen geaccordeerd moet worden.

Artikel 3:2 Salaris-fiets

De medewerker ontvangt een (netto)vergoeding voor de aanschafprijs van de fiets tot een maximum van € 1.000,-.

Tegenover de vergoeding staat een tijdelijke verlaging van het brutosalaris. Gedurende een looptijd van een door de medewerker te bepalen aantal maanden, doch maximaal 36, wordt het brutosalaris van de medewerker verlaagd met een bedrag dat overeenkomt met de totale vergoeding gedeeld door het aantal maanden van de looptijd.

Het resterende salaris mag door de verlaging niet lager worden dan het wettelijk minimumloon.

De salarisverlagingen worden kenbaar gemaakt aan de medewerker.

Artikel 3:3 IKB-fiets

De medewerker verlaagt het IKB in ruil voor een onbelaste vergoeding voor de fiets voor een maximum bedrag van € 1.000. De verlaging van het totale bedrag dient in 1 maand plaats te vinden.

Artikel 3:4 Oude regelingen

Die overeenkomsten die zijn afgesloten op basis van de Fietsregeling 2007 en die doorlopen na 1 januari 2017, worden gerespecteerd. Die overeenkomsten worden voortgezet onder de regels van de Fietsregeling 2007.

Paragraaf 4 Regeling vakbondscontributie

Artikel 4:1 Algemene bepalingen regeling vakbondscontributie

De medewerker verlaagt zijn IKB met het bedrag dat de medewerker dat lopende kalenderjaar heeft betaald aan vakbondscontributie. In ruil hiervoor ontvangt de medewerker van de werkgever een fiscaal onbelaste vergoeding ter hoogte van de vakbondscontributie (hierna: contributie-uitruil).

De medewerker voldoet zelf de vakbondscontributie aan de desbetreffende vakorganisatie.

De medewerker dient zijn vakbondslidmaatschap en de door hem betaalde vakbondscontributie aan te tonen door zijn bewijs van lidmaatschap en een kopie betalingsbewijs (bank -of giroafschrift) van de contributie te overleggen aan de gemeente Zaanstad.

Artikel 4:2 Wet Bescherming Persoonsgegevens

Met de aanvraag voor de vergoeding vakbondscontributie geeft de medewerker toestemming tot het registreren van gegevens van de medewerker die betrekking hebben op het lidmaatschap van de betreffende vakorganisatie.

Toelichting Zaans IKB

Zaans IKB bevat 3 regelingen die voor de ingangsdatum separaat waren vastgesteld, te weten Regeling woon-werkverkeer, Fietsregeling en de Regeling Vakbondscontributie. Door de invoering van het IKB per 1 januari 2017 zijn dit doelen geworden in het Zaanse IKB en in daarom in 1 regeling opgenomen. In paragraaf 1 zijn de algemene bepalingen opgenomen die voor alle paragrafen van het Zaans IKB gelden. Voorts zijn in de paragrafen zelf de separate voorwaarden opgenomen die alleen op die paragraaf van toepassing zijn.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Zaanstad d.d. 13 december 2016.

De burgemeester,

De gemeentesecretaris,