Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland 2017
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland 2017

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

VEILIGHEIDSREGIO ZAANSTREEK-WATERLAND

2017

Deelnemende partijen

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland enZaanstad, elk voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn;

Considerans

overwegende dat

  • -

    de Wet veiligheidsregio’s bepaalt dat de colleges van burgemeester en wethouders uit een regio een gemeenschappelijke regeling treffen, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding veiligheidsregio;

  • -

    deze wet beoogt een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionale bestuurlijke regie te realiseren;

  • -

    in de wet de omvang van de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland is bepaald en deze bestaat uit het grondgebied van de acht deelnemende gemeenten;

  • -

    dat per 1 januari 2008 door de negen deelnemende gemeenten reeds – vooruitlopende op de Wet veiligheidsregio’s – een veiligheidsregio is gevormd, waarin door de verscheidene besturen en diensten wordt samengewerkt ten aanzien van de taken op het terrein van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en rampenbestrijding en;

  • -

    deze gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2011 gewijzigd is in verband met de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s;

  • -

    deze gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2014 gewijzigd is mede in verband met een wijziging van de Wet veiligheidsregio’s per 1 januari 2013 die regionalisering van de brandweer wettelijk verplicht;

  • -

    deze gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2016 opnieuw dient te worden gewijzigd in verband met een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen enerzijds en de fusie van de gemeenten Edam-Volendam en Zeevang anderzijds;

  • -

    de fusie van de gemeenten Edam-Volendam en Zeevang tot de gemeente Edam-Volendam per 1 januari 2016 betekent dat Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland met ingang van die datum bestaat uit acht gemeenten;

  • -

    per 1 januari 2013 de Nationale Politie is opgericht;

  • -

    Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland in afwijking van de Wet veiligheidsregio’s en de door het Rijk vastgestelde regio-indeling voor de Regionale Ambulance Voorziening niet voldoet aan de eis van een volledig gemeenschappelijke meldkamer voor de brandweer, ambulance en politie, maar dat het bestuur zich zal inzetten om via afspraken de samenwerking tussen de verschillende disciplines zoveel mogelijk te optimaliseren;

  • -

    deze gemeenschappelijke regeling dient te worden aangegaan ter feitelijke uitvoering van de werkzaamheden ter zake de in artikel 10 van de Wet op de veiligheidsregio’s genoemde onderwerpen;

Wettelijke basis van de regeling

gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Wet publieke gezondheidszorg, de Tijdelijke wet ambulancezorg, de Politiewet 2012, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet mede gelet op de door elk van de raden der acht gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland verleende toestemming als bedoeld in het tweede lid van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

B e s l u i t e n :

Dictum

Vast te stellen de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland 2017

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen
  • 1.

    In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen;

    • b.

      Wvr: Wet veiligheidsregio’s;

    • c.

      de regeling: de gemeenschappelijke regeling;

    • d.

      veiligheidsregio: Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland;

    • e.

      het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de veiligheidsregio;

    • f.

      het dagelijks bestuur het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio;

    • g.

      de voorzitter: de voorzitter van de veiligheidsregio;

    • h.

      brandweer: de brandweer als bedoeld in artikel 25 Wvr;

    • i.

      de GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio; dedoor het bestuur ingestelde organisatie GHOR als bedoeld in artikel 10 onder f van de Wvr, als zodanig onderdeel uitmakend van de veiligheidsregio;

    • j.

      de meldkamer: de door het bestuur ingestelde gemeenschappelijke

      meldkamer die moet voorzien in de meldkamerfunctie zoals bedoeld in artikel 10 onder g van de Wvr en als zodanig onderdeel uitmakend van de veiligheidsregio;

    • k.

      de deelnemende gemeenten: de gemeenten waarvan de organen tot het aangegaan van de regeling hebben besloten;

    • l.

      het Bestuurlijk Overleg het overleg tussen gemeenten, politie, openbaar ministerie, Veiligheid: brandweer en GGD inzake integrale veiligheid (voorheen: het regionaal college);

    • m.

      de Veiligheidsdirectie: overlegplatform tussen:

      • a.

        de directeur veiligheidsregio / commandant brandweer;

      • b.

        de districtschef politie Zaanstreek-Waterland;

      • c.

        de directeur publieke gezondheid;

      • d.

        de coördinerend functionaris.

    • n.

      Sleutelfunctionarissen: de leden van de Veiligheidsdirectie m.u.v. de districtschef;

    • o.

      RAV: Regionale Ambulance Voorziening.

    • p.

      Kaderbrief De algemene en financiële kaders als bedoeld in artikel 34b Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij gemeenten ook wel bekend als de kadernota.

  • 2.

    Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 2. Het openbaar lichaam
  • 1.

    Er is een openbaar lichaam Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland.

  • 2.

    Het openbaar lichaam is een rechtspersoon en is gevestigd in de gemeente Zaanstad.

  • 3.

    Het openbaar lichaam omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

  • 4.

    Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit:

    • a.

      het algemeen bestuur;

    • b.

      het dagelijks bestuur;

    • c.

      de voorzitter.

HOOFDSTUK 2

BELANGEN, TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

Artikel 3. Belangen

De veiligheidsregio behartigt de belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen:

  • a.

    brandweerzorg;

  • b.

    geneeskundige hulpverlening;

  • c.

    rampenbestrijding en crisisbeheersing;

  • d.

    het beheer van een gemeenschappelijke meldkamerfunctie.

Artikel 4. Taken
  • 1.

    De veiligheidsregio is belast met de uitvoering van alle taken die bij of krachtens de wet aan de

    veiligheidsregio worden opgedragen.

  • 2.

    De veiligheidsregio stimuleert de samenwerking tussen de verschillende veiligheidspartners.

  • 3.

    Indien een of meer gemeenten daarom verzoeken kan de veiligheidsregio worden belast met het verrichten van taken voor zover deze binnen het belang van de regeling vallen als bedoeld in artikel 3 en het algemeen bestuur het verzoek inwilligt.

Artikel 5. Bevoegdheden

De veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voorde uitvoering van de aan de veiligheidsregio opgedragen taken.

Artikel 6. Verplichtingen van gemeenten
  • 1.

    De gemeenten leggen ter advisering voor aan de veiligheidsregio:

    • a.

      plannen en beleidsdocumenten waarbij risicobeheersing op het gebied van veiligheid een rol kan spelen;

    • b.

      de lokale regelgeving op het gebied van risicobeheersing met betrekking tot veiligheid;

    • c.

      de vergunningaanvragen voor bouwwerken in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer en de Wet Ruimtelijke Ordening waarbij brandveiligheidsaspecten een rol spelen;

    • d.

      de vergunningaanvragen voor inrichtingen op grond van de Brandbeveiligingsverordening;

    • e.

      de vergunningaanvragen in het kader van de Algemene plaatselijke verordening, waarbij brandveiligheidsaspecten een rol spelen.

  • 2.

    Gemeenten besteden de toezichtstaken met betrekking tot de bovengenoemde geadviseerde brandveiligheidsaspecten in principe uit aan de veiligheidsregio.

HOOFDSTUK 3

HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 7. Samenstelling
  • 1.

    Het algemeen bestuur wordt gevormd door de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hij vertegenwoordigt.

  • 3.

    Het lidmaatschap van de ambtsopvolger vangt aan op het moment dat een lid is benoemd als burgemeester van de gemeente die hij gaat vertegenwoordigen.

  • 4.

    Een burgemeester wordt waargenomen op de wijze zoals is bepaald in artikel 77 en 78 van de Gemeentewet.

Artikel 8. Bevoegdheden
  • 1.

    Het algemeen bestuur is bevoegd tot alle daden van regeling en bestuur nodig voor de behartiging van het belang van deze regeling en de uitoefening van de bevoegdheden van het openbaar lichaam.

  • 2.

    Alle bevoegdheden in het kader van deze regeling of de wet, die niet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen behoren toe aan het algemeen bestuur.

  • 3.

    Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

  • 4.

    Het algemeen bestuur bepaalt de omvang en de zittingsduur van het dagelijks bestuur en wijst uit zijn midden de leden van het dagelijks bestuur aan.

  • 5.

    Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten.

  • 6.

    Het algemeen bestuur is bevoegd om deel te nemen in privaatrechtelijke rechtspersonen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht. De raden wordt een ontwerpbesluit toegezonden en in de gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

  • 7.

    Het algemeen bestuur is bevoegd tot wijziging van de regeling, indien tenminste twee derde van het aantal leden van oordeel is dat het een wijziging van ondergeschikt belang is. Uitzondering hierop vormt een uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden.

  • 8.

    Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast.

Artikel 9. Vergaderingen
  • 1.

    Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar of zoveel vaker als de voorzitter nodig oordeelt, of indien tenminste twee leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoeken.

  • 2.

    De vergaderingen zijn openbaar, tenzij tenminste drie van de aanwezige leden om beslotenheid vragen of indien de voorzitter dit nodig acht.

  • 3.

    De vergaderingen van het algemeen bestuur en de daarin plaatsvindende besluitvorming vinden zoveel mogelijk plaats in samenhang met die van het Bestuurlijk Overleg Veiligheid.

  • 4.

    In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

    • a.

      de toelating van nieuw benoemde leden;

    • b.

      de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening;

    • c.

      de vaststelling, wijziging en opheffing van deze regeling.

Artikel 10. Besluitvorming
  • 1.

    Elk lid van het Algemeen Bestuur heeft in de vergadering één stem.

  • 2.

    De besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Staken de stemmen, dan wordt het agendapunt doorgeschoven naar de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur. Indien de stemmen dan opnieuw staken, dan beslist de stem van de Voorzitter.

  • 3.

    In de gevallen waarin de burgemeesters van de gemeenten Zaanstad en Purmerend overwegende bezwaren hebben tegen een besluit en met het oog daarop tegenstemmen, leiden die tegenstemmen tot verwerping van het besluit.

  • 4.

    Overwegende bezwaren kunnen uitsluitend de volgende specifieke besluiten betreffen:

    • -

      vaststellen begroting en jaarrekening;

    • -

      voorstellen met betrekking tot wijzing van de Gemeenschappelijke Regeling;

    • -

      besluiten die onderworpen zijn aan artikel 14 en 15 Wet veiligheidsregio's, dit betreft het vaststellen van beleidsplan en regionaal risicoprofiel.

Artikel 11. Genodigden vergaderingen algemeen bestuur
  • 1.

    De leden van de Veiligheidsdirectie treden op als vaste adviseur van het algemeen bestuur en worden voor alle vergaderingen uitgenodigd.

  • 2.

    De voorzitter nodigt andere functionarissen uit om als adviseur deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur, wanneer dat in het belang is van de te behandelen onderwerpen.

  • 3.

    De hoofdofficier van justitie, de voorzitter van het waterschap, de Commissaris van de Koning en het ministerie van Veiligheid & Justitie worden uitgenodigd om bij de vergaderingen van het algemeen bestuur aanwezig te zijn.

HOOFDSTUK 4

HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 12. Samenstelling
  • 1.

    Er is een dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 8 lid 4 van deze regeling.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, zijnde de voorzitter, een burgemeester uit Zaanstreek en een burgemeester uit Waterland.

  • 3.

    De leden van het dagelijks bestuur treden af op het moment dat de zittingsduur afloopt.

  • 4.

    Een lid dat ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.

  • 5.

    Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen, met dien verstande dat het lidmaatschap in dat geval eindigt op het tijdstip waarop de opvolger in functie is getreden.

  • 6.

    De aanwijzing ter aanvulling van een plaats in het dagelijks bestuur geschiedt in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur na het openvallen van die plaats.

  • 7.

    Indien een lid van het dagelijks bestuur is verhinderd vindt collegiale vervanging plaats. Ten behoeve van vervanging met een tijdelijk of incidenteel karakter wordt een interne vervangingsregeling binnen het dagelijks bestuur opgesteld. Bij langdurige ontstentenis kan een ad interim bestuurder of een opvolger worden aangewezen.

Artikel 13. Bevoegdheden
  • 1.

    Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd tot:

    • a.

      het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;

    • b.

      beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;

    • c.

      regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;

    • d.

      ambtenaren te benoemen, schorsen of ontslaan;

    • e.

      tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van besluiten tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen;

    • f.

      te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.

  • 2.

    Benoeming en ontslag van de sleutelfunctionarissen geschiedt na voorgaande instemming door het algemeen bestuur. Een besluit tot schorsing dient binnen twee maanden door het algemeen bestuur te worden bevestigd.

  • 3.

    Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur kan besluiten, dat bij overeenkomst en onder daarbij te bepalen voorwaarden:

    • a.

      door VrZW voor afzonderlijke gemeenten en andere instanties werkzaamheden worden uitgevoerd;

    • b.

      bij afzonderlijke gemeenten of andere instanties medewerkers, die in dienst zijn van VrZW, voor het uitvoeren van werkzaamheden worden gedetacheerd;

    • c.

      de uitvoering van de werkzaamheden van VrZW wordt opgedragen aan andere gemeenten of instanties.

  • 5.

    De onder het vierde lid bedoelde overeenkomsten kunnen geen wijziging aanbrengen in de bestuurlijke of ambtelijke eindverantwoordelijkheden zoals in wetten of deze regeling is bepaald.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast.

Artikel 14. Vergaderingen
  • 1.

    Het dagelijks bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar of zoveel vaker als de voorzitter nodig oordeelt, of indien tenminste twee leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoeken.

  • 2.

    Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur geldt dat elk van de leden één stem heeft

  • 3.

    De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur kan zich in een vergadering door adviseurs doen bijstaan.

HOOFDSTUK 5

DE VOORZITTER

Artikel 15. Bevoegdheden
  • 1.

    De voorzitter als bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wvr is de burgemeester die als zodanig

  • 2.

    De voorzitter is benoemd bij koninklijk besluit conform artikel 11 Wvr.

  • 3.

    De voorzitter is zowel voorzitter van het algemeen bestuur als van het dagelijks bestuur.

  • 4.

    De voorzitter oefent alle taken uit die bij of krachtens de wet of deze regeling aan hem zijn opgedragen.

  • 5.

    De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte.

  • 6.

    De voorzitter kan de in lid 4 bedoelde vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

  • 7.

    Het algemeen bestuur wijst een lid uit het dagelijks bestuur aan als plaatsvervangend voorzitter van de veiligheidsregio.

HOOFDSTUK 6

INFORMATIE, VERANTWOORDING EN ONTSLAG

Artikel 16. Interne inlichtingen- en verantwoordingsverplichtingen
  • 1.

    De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door hen gevoerde beleid.

  • 2.

    Zij geven, gezamenlijk of ieder afzonderlijk, uit eigen beweging dan wel op verzoek van het algemeen bestuur of een of meer leden daarvan, aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid.

  • 3.

    De aflegging van verantwoording als bedoeld in het eerste lid, alsmede het na voorafgaand verzoek verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het tweede lid geschieden op de wijze zoals is aangegeven in het reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur.

  • 4.

    De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorzitter.

Artikel 17. Externe inlichtingen- en verantwoordingsverplichtingen
  • 1.

    Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden of één of meer van hun leden uit eigen beweging of op hun verzoek alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde beleid.

  • 2.

    Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van de eigen gemeente alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd.

  • 3.

    De leden van het algemeen bestuur zijn aan de colleges van burgemeester en wethouders die hen hebben aangewezen verantwoording schuldig voor het door hen in dat bestuur gevoerde beleid.

  • 4.

    Het op verzoek verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid alsmede het afleggen van verantwoording als bedoeld in het derde lid geschiedt op de wijze zoals door de betrokken raad is bepaald.

  • 5.

    Het dagelijks bestuur zendt het besluit tot wijziging van de regeling mede aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten in gevallen zoals bedoeld in artikel 8 lid 7.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur voorziet onze minister en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad. Het dagelijks bestuur doet mededeling van het verzoek en de inhoud daarvan aan de deelnemers.

HOOFDSTUK 7

INSTELLEN ADVIES- EN BESTUURSCOMMISSIES

Artikel 18. Instellen advies- en bestuurscommissies
  • 1.

    Het algemeen bestuur kan bij instellingsbesluit adviescommissies voor het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter instellen, onverminderd het bepaalde in artikel 24 Wgr.

  • 2.

    Het algemeen bestuur kan bij instellingsbesluit bestuurscommissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen van de veiligheidsregio, onverminderd het bepaalde in artikel 25 Wgr.

HOOFDSTUK 8

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 19. Vaststelling regels betreffende administratie
  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van de geldmiddelen van de veiligheidsregio, met inachtneming van de wettelijke bepalingen.

  • 2.

    Het algemeen bestuur stelt regels vast omtrent de verzekering van eigendommen en gelden van de veiligheidsregio tegen schade of benadeling.

Artikel 20. Het boekjaar

Het boekjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 21. Kaderbrief
  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt de kaderbrief vóór 1 januari vooruitlopend op het jaar waarvoor de begroting dient vast.

  • 2.

    Het dagelijks bestuur zendt de kaderbrief binnen twee weken na vaststelling ter kennisname aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 22. Begrotingsprocedure
  • 1.

    Het dagelijks bestuur zendt acht weken voor vaststelling door het Algemeen Bestuur een ontwerpbegroting van de veiligheidsregio voor het komende kalenderjaar, vergezeld met een toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Deze ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De raden van de deelnemende gemeenten worden in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van acht weken na toezending bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 4.

    Het algemeen bestuur stelt de begroting op baten- en lastenniveau per programma en indien van toepassing op baten- en lastenniveau per product vast vóór 15 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet dienen.

  • 5.

    Binnen twee weken na de vaststelling zendt het dagelijks bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval vóór 1 augustus aan Gedeputeerde Staten.

  • 7.

    Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de vastgestelde begroting met uitzondering van wijzigingen die geen negatieve invloed hebben op de bijdragen van de deelnemende gemeenten.

Artikel 23. Bijdragen van de gemeenten
  • 1.

    In de begroting wordt de door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft naar raming aangegeven.

  • 2.

    Voor de financiële verdeelsleutel wordt vanaf 2017 uitgegaan van een bijdrage conform de verhouding van de bijdragen die gemeenten ontvangen in het gemeentefonds voor brandweer en rampenbestrijding. Voor de periode 2014-2017 geldt een overgangsregeling.

  • 3.

    De financiële verdeelsleutel wordt uitgewerkt in een financiële verordening, waarin nadere bepalingen zijn vastgelegd.

  • 4.

    Het algemeen bestuur stelt de financiële verordening vast.

  • 5.

    De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.

  • 6.

    De gemeenten zullen er conform de verdeelsleutel steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

  • 7.

    De deelnemende gemeenten waarborgen de betaling van rente en aflossing van de geldleningen aan te gaan door de veiligheidsregio voor de uitvoering van zijn taak, in verhouding tot de verdeelsleutel, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel.

  • 8.

    Indien gemeenten fungeren als geldgever mogen geldleningen geen rendement geven, dat hoger is dan het rendement van de geldleningen, welke tegelijkertijd worden aangeboden door de N.V. Bank van Nederlandsche Gemeenten.

  • 9.

    De gemeenten blijven verantwoordelijk voor de door hen ten tijde van de regionalisering van de brandweer verstrekte feitelijke gegevens, financiële opstellingen, personeelsgegevens of anderszins. In geval blijkt dat sprake is van onverwachte gebreken of andere tekortkomingen in het kader van huisvesting, materiaal, materieel, personeel of anderszins, zullen de hieraan verbonden kosten voor rekening komen van de gemeente waar dit betrekking op heeft.

Artikel 24. Aanbieding rekening en jaarverslag aan de raden
  • 1.

    Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening vóór 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, ter kennisname aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2.

    Voorafgaand aan de toezending als bedoeld in lid 1 stelt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening vast.

  • 3.

    Het algemeen bestuur onderzoekt jaarlijks de rekening over het afgelopen jaar zonder uitstel en stelt haar vast vóór 1 juli.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur zendt de rekening binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar volgende waarop de jaarrekening betrekking heeft, ter kennisname aan het college van Gedeputeerde Staten. Tevens doet het dagelijks bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 5.

    De vaststelling strekt de ambtenaren, belast met het doen van ontvangsten en uitgaven, alsmede het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

Artikel 25. Vaststelling rekening
  • 1.

    In de rekening wordt de door elk van de deelnemende gemeenten en de door derden over het desbetreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.

  • 2.

    Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 23 van deze regeling betaalde voorschot en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling van de rekening.

  • 3.

    Onverminderd het tweede lid kan het dagelijks bestuur een voorstel doen voor het bestemmen van het resultaat.

  • 4.

    Het algemeen bestuur bepaalt in de verordening als bedoeld in artikel 23 lid 4 van deze regeling op welke wijze de resultaten van de jaarrekening over de deelnemende gemeenten zullen worden verdeeld.

Artikel 26. Kostendekkendheid

De geldmiddelen van de veiligheidsregio bestaan uit:

  • a.

    de bijdragen van de deelnemende gemeenten, ingevolge artikel 23 van deze regeling;

  • b.

    de bijdragen van derden, ingevolge op verzoek of volgens overeenkomst geleverde diensten,

  • c.

    hieronder ook begrepen bijdragen van het College Tarieven Gezondheidszorg voor de CPA;

  • d.

    subsidies en rijksbijdragen;

  • e.

    renten en opbrengsten van bezittingen;

  • f.

    onvoorziene ontvangsten;

  • g.

    bestemmingsreserve;

  • h.

    geldleningen.

HOOFDSTUK 9

GESCHILLEN

Artikel 27. Bemiddeling door gedeputeerde staten
  • 1.

    Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wgr de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie.

  • 2.

    De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, aangewezen door elk der bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter.

  • 3.

    De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.

  • 4.

    De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

HOOFDSTUK 10

HET ARCHIEF

Artikel 28. Het archief
  • 1.

    Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de veiligheidsregio.

  • 2.

    Ten aanzien van de archiefbescheiden van de veiligheidsregio zijn de voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer daarvan, zoals vastgelegd in de Archiefverordening VrZW, van toepassing.

HOOFDSTUK 11

TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING.

Artikel 29. Toetreding en uittreding
  • 1.

    Toetreding van gemeenten tot deze regeling of uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s zoals vastgelegd in de bijlage bij artikel 9 van de Wvr of na gemeentelijke herindeling op basis van de Wet algemene herindeling (Arhi).

  • 2.

    Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding of uittreding.

Artikel 30. Wijziging, bekendmaking en inwerkingtreding
  • 1.

    Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door het algemeen bestuur dan wel door een aantal leden van het algemeen bestuur wanneer zij gezamenlijk tenminste eenderde van de stemmen vertegenwoordigen, al dan niet op initiatief van de raad of een college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente.

  • 2.

    Voor een wijziging van de regeling is nodig dat door de colleges van burgemeester en wethouders van tenminste tweederde van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste tweederde van het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten op 1 januari van dat jaar, tegen deze wijziging geen bezwaar is kenbaar gemaakt.

  • 3.

    De wijziging komt tot stand zodra blijkt dat in ieder geval de colleges van burgemeester en wethouders van tweederde van de deelnemende gemeenten daartoe met toestemming van hun raden hebben besloten en het algemeen bestuur dit heeft vastgesteld in haar vergadering.

  • 4.

    Bij de wijziging kan worden bepaald dat deze op een ander tijdstip van kracht wordt.

  • 5.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad draagt zorg voor de toezending van de regeling aan Gedeputeerde Staten.

  • 6.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad draagt zorg voor het tijdig bekendmaken van de regeling in alle deelnemende gemeenten door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant.

  • 7.

    Het college van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten dragen zorg voor de bekendmaking van besluiten van het bestuur van de veiligheidsregio op de in betreffende gemeente gebruikelijke wijze, tenzij de veiligheidsregio in haar eigen publicatieblad voorziet.

Artikel 31. Opheffing
  • 1.

    Deze regeling kan alleen worden opgeheven, indien in plaats hiervan een nieuwe regeling in werking treedt die voldoet aan de eisen van de Wvr.

  • 2.

    Een besluit als bedoeld in het eerste lid kan niet eerder worden genomen dan nadat het algemeen bestuur daarover zijn mening heeft kenbaar gemaakt.

  • 3.

    De gemeenschappelijke regeling is niet eerder opgeheven, dan nadat het besluit tot opheffing is opgenomen in de registers, als bedoeld in artikel 27 van de Wgr, tenzij een latere datum is bepaald.

  • 4.

    Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

  • 5.

    Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.

  • 6.

    Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

  • 7.

    Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel.

  • 8.

    Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

  • 9.

    Zo nodig blijven de organen van het samenwerkingsverband ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

HOOFDSTUK 12

SLOTBEPALINGEN

Artikel 32. Duur regeling

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 33. Inwerkingtreding

De gewijzigde regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2016.

Artikel 34. Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland 2017.

Vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Beemster op ……………. , burgemeester , secretaris Vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam op ……………… , burgemeester , secretaris Vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Landsmeer op …………….. , burgemeester , secretaris
Vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Oostzaan op ……………… , burgemeester , secretaris Vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend op …………………. , burgemeester , secretaris Vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland op ……………….. , burgemeester , secretaris
Vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Wormerland op ……………. , burgemeester , secretaris Vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad op ………………. , burgemeester , secretaris Vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Zeevang op ………………. , burgemeester , secretaris

TOELICHTING

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Deelnemende partijen

Artikel 9 van de Wvr bepaalt dat de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio een gemeenschappelijke regeling treffen voor het instellen van een openbaar lichaam met de aanduiding veiligheidsregio.

De rol van de gemeenteraden is volgens de Memorie van Toelichting van de Wgr voor de herziening als volgt weergegeven. Allereerst dienen de gemeenteraden van de verschillende gemeenten op grond van artikel 1, tweede lid Wgr toestemming te geven voor het treffen van een gemeenschappelijke regeling. Daarnaast kan de raad kaders stellen, die de burgemeester mee kan nemen naar de bestuursvergadering. De burgemeester legt vervolgens verantwoording af aan de raad. De controlerende taak van de raad is geborgd via de planning en controlcyclus.

Met de herziening van de Wgr per 1 januari 2015 is beoogd de rol van de gemeenteraden verder te versterken. Zo is de termijn voor het geven van zienswijze op de begroting verlengd met twee weken en dient de gemeenschappelijke regeling de voorlopige jaarrekening en de kadernota toe te zenden aan de gemeenteraden.

Considerans

De Wet veiligheidsregio’s beoogt een integrale wettelijke regeling te bieden voor de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing evenals de kwalitatieve borging daarvan.

Artikel 2 van de Wvr bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders is belast met de organisatie van:

  • a.

    de brandweerzorg;

  • b.

    de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;

  • c.

    de geneeskundige hulpverlening.

Dictum

De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland is in werking getreden op 1 januari 2008 en laatstelijk gewijzigd per 1 januari 2011. De regeling is is per 1 januari 2014 opnieuw gewijzigd vanwege aanpassingen in de Wet veiligheidsregio’s. De huidige wijziging vloeit voort uit de per 1 januari 2015 in werking getreden wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 1

Begripsbepalingen

Ad e tot en met h: De verdeling in een algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter is conform artikel 12 van de Wgr.

Ad h: Artikel 10 onder e van de Wvr stelt dat aan het bestuur van de veiligheidsregio de taken en bevoegdheden tot het instellen en in standhouden van een brandweer wordt opgedragen.

Ad i: : Artikel 10 onder f van de Wvr stelt dat aan het bestuur van de veiligheidsregio de taken en bevoegdheden tot het instellen en in standhouden van een GHOR wordt opgedragen.

Ad j: Artikel 10 onder g van de Wvr stelt dat het bestuur van de veiligheidsregio moet voorzien in een meldkamerfunctie. Artikel 35 van de Wvr bepaalt dat het bestuur de beschikking heeft over een gemeenschappelijke meldkamer die is ingesteld en in stand wordt gehouden door het bestuur of door het bestuur van een andere veiligheidsregio ten behoeve van de brandweertaak, de geneeskundige hulpverlening, het ambulancevervoer en de politietaak. Naar verwachting zal in 2020 de meldkamer worden overgedragen aan de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO).

De veiligheidsregio is gebaseerd op de monistische verdeling van de bevoegdheden tussen bestuursorganen, zoals deze gold voor de dualisering van het gemeentebestuur in 2002. Tot aan de herziening van de Wgr vormde artikel 33 Wgr de schakelbepaling naar de Gemeentewet van voor de dualisering (Gemeenwet oud). De wetgever heeft belangrijke bepalingen over de verdeling van de bevoegdheden opgenomen in de Wgr zelf. De schakelbepaling is daarmee per 1 januari 2015 komen te vervallen.

Artikel 2

Het openbaar lichaam

Artikel 9 van de Wvr bepaalt dat een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio. In artikel 8 lid 1 van de Wgr is vervolgens bepaald dat dit openbaar lichaam rechtspersoonlijkheid geniet, waardoor het zelfstandig kan deelnemen aan het rechtsverkeer en bijvoorbeeld overeenkomsten kan aangaan. Voor de duidelijkheid is in deze regeling uitdrukkelijk opgenomen dat de veiligheidsregio een rechtspersoon is. Artikel 10 derde lid van de Wgr bepaalt dat een plaats van vestiging en de inrichting en samenstelling van het bestuur in de regeling wordt opgenomen. De genoemde bestuursorganen maken op grond van artikel 12 van de Wgr verplicht deel uit van elke gemeenschappelijke regeling.

Met de herziening van deze regeling blijft het huidige openbaar lichaam veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland bestaan en wordt alleen de regeling zelf gewijzigd. Derhalve is het niet nodig om een artikel over de rechtsopvolging op te nemen.

HOOFDSTUK 2

BELANGEN TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

Artikel 3

Belangen

Op grond van artikel 10 van de Wgr vermeldt de regeling het belang of de belangen ter behartiging waarvan de regeling is getroffen. Onder belang kan worden verstaan het beleidsterrein waarop wordt samen gewerkt, waardoor het werkgebied van de gemeenschappelijke regeling wordt afgebakend.

De omschrijving van de eerste drie werkgebieden haakt aan bij artikel 2 van de Wvr, waarin is vastgelegd waarvoor het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijkheid draagt. Door middel van de gemeenschappelijke regeling dragen ze de organisatie omtrent deze belangen over aan de veiligheidsregio.

Sub d is apart toegevoegd. De behartiging van dit belang is bij wet direct neergelegd bij de veiligheidsregio. Het college van burgemeester en wethouders heeft in deze geen eigenstandige verantwoordelijkheid.

Artikel 4

Taken

Volgens artikel 10 Wet veiligheidsregio’s dragen de gemeenten aan het bestuur van de Veiligheidsregio de volgende taken en bevoegdheden over:

  • a.

    het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;

  • b.

    het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen encrises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;

  • c.

    het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet;

  • d.

    het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van derampenbestrijding en de crisisbeheersing;

  • e.

    het instellen en in stand houden van een brandweer;

  • f.

    het instellen en in stand houden van een GHOR;

  • g.

    het voorzien in de meldkamerfunctie;

  • h.

    het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;

  • i.

    het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen dediensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.

De onder c benoemde taak (artikel 3 eerste lid Wvr) luidt:

Tot de brandweerzorg behoort:

  • a.

    het voorkomen, beperken en bestrijding van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en

  • b.

    beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;

  • c.

    het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand.

In aansluiting daarop noemen de volgende artikelen specifieke taken en bevoegdheden:

  • a.

    – artikel 14: vaststelling beleidsplan;

  • b.

    – artikel 16: vaststelling crisisplan;

  • c.

    – artikel 17: vaststelling rampbestrijdingsplan;

  • d.

    – artikel 19: sluiting samenwerkingsconvenant met politie en minister;

  • e.

    – artikel 22: zorg voor uniforme informatie- en communicatievoorziening;

  • f.

    – artikel 31: aanwijzing inrichtingen als bedrijfsbrandweerplichtig;

  • g.

    – artikel 35: instelling en instandhouding meldkamer;

  • h.

    – artikel 36: aanwijzing coördinerend functionaris voor de gemeenten;

  • i.

    – artikel 39: bevoegdheden voorzitter bij bovenlokale rampen en crises;

  • j.

    – artikel 46: verschaffing informatie over rampen en crises die de regio kunnen treffen;

    – artikel 51: aanvraag bijstand bij ramp of crisis;

  • k.

    – artikel 63: oplegging bestuursdwang.

De Tijdelijke Wet Ambulance Zorg bevat als taken en bevoegdheden voor het Dagelijks Bestuur:

– Artikel 7 lid 2: vaststelling van eisen waaraan de vergunninghouder dient te voldoen ten aanzien van de meldkamer ambulancezorg;

– Artikel 8 lid 4: advies -onder intrekking van de aanwijzing regionale ambulancevoorziening- inzake de aanwijzing van een aan de regio grenzende regionale ambulancevoorziening dan wel dan een daartoe door de Minister opgerichte rechtspersoon.

De Wet publieke gezondheid draagt de volgende taken en bevoegdheden op:

– Artikel 6, lid 2: het bestuur van de veiligheidsregio draagt voor de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorende tot groep A, alsmede op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij een ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat;

– Artikel 6 lid 4: de voorzitter van de veiligheidsregio draagt zorg voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A , of een directe dreiging daarvan, en is dan ten behoeve van deze bestrijding bij uitsluiting bevoegd om toepassing te geven aan de artikelen 34, vierde lid, 47, 51, 54, 55 of 56 van de wet.

– Artikel 8 lid 2: het bestuur van de veiligheidsregio beschrijft in het crisisplan, bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s, de organisatie, de taken en bevoegdheden in het kader van de bestrijding van en ter voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, alsmede de voorbereiding op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat.

Dit in overeenstemming met het algemeen bestuur van de GGD, die verantwoordelijk is voor de uitvoerende GGD-organisatie.

Artikel 5

Gebleken is dat de veiligheidsregio geen algemeen verordenende bevoegdheid heeft. Dit maakt dat de veiligheidsregio geen verordening met betrekking tot het Openbaar Meld Systeem (OMS) of leges kan vaststellen. De eerdere bepalingen met betrekking tot deze bevoegdheid zijn dan ook niet meer opgenomen.

Artikel 6

Verplichtingen van gemeenten

De gemeenten maken in het kader van de omgevingsvergunning op het onderdeel risicobeheersing in principe gebruik van de advisering  en toezicht van de veiligheidsregio. Ter invulling van de wettelijke en niet-wettelijke adviestaak wordt op grond van het beleidsplan VrZW en het gemeentelijk vastgestelde beleid een uitvoeringsprogramma opgesteld, dat is afgestemd met gemeenten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor bereikbare en bruikbare bluswatervoorzieningen. De veiligheidsregio is verantwoordelijk voor het onderhoud van de brandkranen en controleert en rapporteert over de bereikbaarheid en de bruikbaarheid van de bluswatervoorzieningen.

HOOFDSTUK 3

HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 7

Samenstelling

Artikel 11 eerste lid van de Wvr schrijft in afwijking van de Wgr voor dat het bestuur van de veiligheidsregio bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Omdat het lidmaatschap van het algemeen bestuur is gekoppeld aan de functie van burgemeester, is de zittingstermijn niet gebonden aan een termijn. Het lidmaatschap eindigt bij beëindiging van het burgemeesterschap.

Vervanging van leden van het algemeen bestuur vindt, gelet op de gedachte van verlengd lokaal bestuur, plaats conform de vervangingsregels in artikel 77 en 78 van de Gemeentewet. Artikel 77 stelt dat:

  • 1.

    Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt zijn ambt waargenomen door een

    door het college aan te wijzen wethouder (…).

  • 2.

    Bij verhindering of ontstentenis van alle wethouders wordt het ambt waargenomen door het

    langstzittende lid van de raad (…).

Artikel 8

Bevoegdheden

Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de veiligheidsregio. Vanuit deze positie neemt het algemeen bestuur alle besluiten die betrekking hebben op de behartiging van het belang van de regeling en de uitoefening van de bevoegdheden van het openbaar lichaam, tenzij deze bij wet of deze regeling aan een ander orgaan (dagelijks bestuur of voorzitter) zijn toegekend.

Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot: het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34 en het vaststellen van verordeningen door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven.

In afwijking van de algemene bepalingen met betrekking tot delegatie is het mogelijk om bindende voorwaarden te stellen.

Het is op grond van artikel 10 lid 2 Wgr niet langer mogelijk om als gemeenschappelijke regeling zelf te besluiten tot uitbreiding van de overgedragen bevoegdheid. Dit heeft geleid tot de toevoeging in dit artikel dat de gemeenschappelijke regeling hierover zelf niet mag besluiten.

Het reglement van orde bevat in ieder geval bepalingen omtrent:

  • ·

    de toezending c.q. tervisielegging ten behoeve van de leden van de raden van de gemeenten van aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden stukken;

  • ·

    het horen van de gemeenten ten aanzien van door het algemeen bestuur te nemen besluiten;

  • ·

    toezending aan de gemeenten van de agenda met de daarbij behorende stukken voor de vergaderingen van het algemeen bestuur tenminste 10 werkdagen voordat de vergadering plaatsvindt;

  • ·

    de wijze waarop door het dagelijks bestuur dan wel de leden daarvan inlichtingen dienen te worden verschaft respectievelijk verantwoording dient te worden afgelegd.

Voorbeelden van ondergeschikte wijzigingen zijn een naamswijziging of een wijziging als gevolg van veranderingen in wet- en regelgeving.

Artikel 9

Vergaderingen

Op basis van artikel 22 tweede lid van de Wgr vergadert het algemeen bestuur minimaal twee maal per jaar, waarbij bij voorkeur de eerste vergadering in de eerste helft en de tweede vergadering in de tweede helft van het jaar zal plaatsvinden. In de eerste vergadering zullen vanwege de planning en controlcyclus het jaarverslag, de jaarrekening en de begroting op de agenda staan. De voorzitter kan naar eigen oordeel of op verzoek van twee leden van het algemeen bestuur extra vergaderingen inlassen.

Vergaderingen van het algemeen bestuur zijn in openbaar. Het algemeen bestuur heeft de mogelijkheid om achter gesloten deuren te vergaderen. De procedure staat beschreven in artikel 22 vierde en vijfde lid van de Wgr. Verder is in deze regeling opgenomen over welke onderwerpen in het belang van de openbaarheid nooit achter besloten deuren beraadslaagd en besloten kan worden. Vierde lid sub a en sub b zijn overgenomen uit artikel 24 van de Gemeentewet Daarnaast zijn onderwerpen met betrekking tot de inhoud van deze regeling opgenomen, zodat de openbaarheid van deze regeling gewaarborgd blijft.

Artikel 10

Besluitvorming

Overwegende bezwaren kunnen uitsluitend worden beargumenteerd vanuit de volgende aspecten:

  • ·

    Het risico van het belemmeren van de lange termijn doorontwikkeling van VrZW;

  • ·

    Een onverantwoorde impact op de samenleving;

  • ·

    Het aantasten van de gezamenlijkheid van de in VrZW verbonden partijen.

Artikel 11

Genodigden vergaderingen algemeen bestuur

De hoofdofficier van justitie, de voorzitter van het waterschap, de Commissaris van de Koning en het ministerie van Veiligheid & Justitie treden op als waarnemer, tenzij zij gevraagd worden als adviseur deel te nemen aan de vergadering.

HOOFDSTUK 4

HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 12

Samenstelling

Artikel 12 eerste lid van de Wgr regelt dat het bestuur van een openbaar lichaam bestaat uit een algemeen bestuur, dagelijks bestuur en een voorzitter. De Wgr bepaalt in artikel 14 eerste lid dat het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee of meer andere leden. Aan artikel 14 Wgr is met de herziening een derde lid toegevoegd, waarin is bepaald dat de leden van het dagelijks bestuur nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur mogen uitmaken, tenzij sprake is van een regeling als bedoeld in artikel 13, zevende lid Wgr met minder dan zes deelnemende gemeenten.

Artikel 13

Bevoegdheden

In artikel 33b Wgr is bepaald welke bevoegdheden het dagelijks bestuur in ieder geval heeft. Artikel 33 c Wgr bepaalt dat het dagelijks bestuur een of meer van zijn leden kan machtigen tot uitoefening van een of meer bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.

Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het benoemen, schorsen ontslaan van personeel. Voor wat betreft de sleutelfunctionarissen geldt dat het algemeen bestuur voorafgaand instemmingsrecht heeft.

Het derde lid van dit artikel schept de mogelijkheid voor onder meer gemeenten taken op het gebied van de lokale veiligheidszorg door de regio te laten uitvoeren. Ook kan regionaal personeel bij gemeenten worden gedetacheerd voor de uitvoering van deze gemeentelijke taken. Daarnaast is het ook mogelijk dat de uitvoering van regionale taken – bijvoorbeeld GHOR taken – bij andere regio’s worden belegd.

Het vierde lid geeft uitdrukkelijk aan, dat de overeenkomsten geen enkele wijziging kunnen brengen in lokale en regionale verantwoordelijkheden met betrekking tot veiligheidstaken. De burgemeester van een gemeente blijft verantwoordelijkheid voor openbare orde en veiligheid in zijn gemeente, ook al is de uitvoering van deze taken op contractbasis niet bij instanties van deze gemeente belegd.

Hetzelfde geldt met betrekking tot het dagelijks bestuur op het gebied van regionale taken die door een andere regio worden uitgevoerd.

Artikel 14

Vergaderingen

De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn in tegenstelling tot het algemeen bestuur niet openbaar. Vanuit deze optiek kunnen in het dagelijks bestuur alleen besluiten worden genomen, die te maken hebben met beheer van de organisatie. In het dagelijks bestuur gaat het niet om behartiging van de belangen van gemeenten, maar om de belangen van de veiligheidsregio. Visies, beleidsvraagstukken, convenanten e.d. dienen om deze reden altijd in het algemeen bestuur besloten te worden. Vanwege de bevoegdheden van het dagelijks bestuur krijgt ieder lid één stem.

Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door adviseurs. Hierbij kan gedacht worden aan de leden van de veiligheidsdirectie als mede aan de hoofdofficier van justitie, de voorzitter van het waterschap en het ministerie van Veiligheid & Justitie.

HOOFDSTUK 5

DE VOORZITTER

Artikel 15

Bevoegdheden

Op de voorzitter is het Besluit rechtspositie voorzitters veiligheidsregio’s van toepassing.

De voorzitter krijgt in de Wvr meer bevoegdheden toegekend, dan op basis van de Wgr mogelijk zou zijn. Het eerste lid verwijst nadrukkelijk naar de bevoegdheden uit de Wvr. De volgende bevoegdheden zijn in de Wvr in ieder geval aan de voorzitter toegekend:

  • -

    doorslaggevende stem bij het staken van stemmen (artikel 11 lid 5);

  • -

    het uitnodigen van adviseurs voor vergaderingen van het bestuur (artikel 12);

  • -

    het verstrekken van informatie aan de minister over de wijze waarop de veiligheidsregio haar taken uitvoert (artikel 24 lid 1);

  • -

    het jaarlijks rapporteren aan de minister over de uitvoering van de landelijke doelstellingen door de veiligheidsregio (artikel 24 lid 2);

  • -

    het geven van aanwijzingen aan een zorginstelling en het indienen van een verzoek bij de minister van VWS wanneer een instelling in gebreke blijft (artikel 34 lid 2 en 3);

  • -

    in geval van ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan bij uitsluiting bevoegd tot toepassing van artikelen 4 tot en met 7 Wvr, artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet met uitzondering van artikel 11, 14 eerste lid, 56 eerste en vierde lid en 62 Politiewet 2012 en artikel 5 tot en met 9 van de Wet openbare manifestaties (artikel 39 lid 1);

  • -

    het bijeenroepen en ontbinden van het regionaal beleidsteam (artikel 39 lid 2 en 6);

  • -

    het aanwijzen van een operationeel leider en het geven van alle bevelen die nodig zijn aan de operationeel leider (artikel 39 lid 3en 5);

  • -

    het uitnodigen van functionarissen waarvan de aanwezigheid in de vergaderingen in verband met de omstandigheden van belang is(artikel 39 lid 3);

  • -

    het nemen van besluiten bij vereiste spoed (artikel 39 lid 4);

  • -

    het uitbrengen van een schriftelijk verslag aan de raden van de getroffen gemeenten na afloopt van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis (artikel 40 lid 1);

  • -

    het schriftelijk beantwoorden van vragen die de raden na ontvangst van het verslag stellen (artikel 40 lid 2);

  • -

    het op verzoek van de raad verstrekken van een mondelinge toelichting (artikel 40 lid 3);

  • -

    het verstrekken van informatie aan de Commissaris van de Koning en de minister over de toepassing van de artikelen 41 en 42 Wvr (artikel 43);

  • -

    het indienen van een verzoek om bijstand bij de minister of de voorzitter van een aangrenzende regio indien daarover afspraken bestaan (artikel 51 lid 1 en 5).

HOOFDSTUK 6

INFORMATIE, VERANTWOORDING EN ONTSLAG

Artikel 16

Interne inlichtingen- en verantwoordingsverplichtingen

Het gevolg van het feit dat het algemeen bestuur het hoogste bestuursorgaan is, maakt dat andere bestuursorganen, het dagelijks bestuur en de voorzitter, inlichtingen dienen te verstrekken en verantwoording schuldig zijn aan algemeen bestuur. Voor het dagelijks bestuur is deze verantwoordingsrelatie neergelegd in het nieuwe artikel 19a Wgr.

Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden

geweigerd op de gronden vermeld in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.

Artikel 17

Externe inlichtingen- en verantwoordings-verplichtingen

Teneinde te waarborgen dat er een nauwe bestuurlijke band tussen gemeenschappelijke regelingen en gemeenten zal bestaan is in de artikelen 18 juncto 16 en artikel 17 Wgr de verplichting opgenomen om bepalingen in een gemeenschappelijke regeling op te nemen over het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording aan de gemeentelijke achterban.

HOOFDSTUK 7

INSTELLEN ADVIES- EN BESTUURSCOMMISSIES

Artikel 18

Instellen advies- en bestuurscommissies

Artikel 24 van de Wgr regelt in het eerste lid dat het algemeen bestuur van een openbaar lichaam commissies van advies kan instellen.

In het tweede lid van artikel 24 Wgr is neergelegd dat vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter eveneens geschieden door het algemeen bestuur, maar dan op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter.

Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of de voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld.

Op grond van artikel 25 van de Wgr kan het algemeen bestuur ook commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, indien althans de regeling in deze mogelijkheid voorziet. Dit zijn de zogenaamde bestuurscommissies. Indien het algemeen bestuur van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken is daarvoor (per in te stellen bestuurscommissie) voorafgaande toestemming van de raden van elk der deelnemende gemeenten vereist. In voorkomend geval dient het algemeen bestuur de bevoegdheden en de samenstelling van een dergelijke commissie te regelen.

In het nieuwe lid 8 van artikel 25 Wgr is bepaald dat het algemeen bestuur besluiten en andere, niet-schriftelijke beslissingen gericht op enig rechtsgevolg van een door hem ingestelde commissie kan vernietigen. Het algemeen bestuur kan zijn bevoegdheid tot schorsing overdragen aan het dagelijks bestuur. Ten aanzien van de vernietiging van niet-schriftelijke beslissingen gericht op enig rechtsgevolg zijn de afdelingen 10.2.2. en 10.2.3. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Verder is in het nieuwe artikel 32a Wgr bepaald dat wanneer aan een commissie als bedoeld in artikel 25 bevoegdheden van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur zijn overgedragen en deze commissie een bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt, het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur daarin voorziet.

HOOFDSTUK 8

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 19

Vaststelling regels betreffende administratie

VrZW is verplicht gelet op de schakelbepaling artikel 35 lid 6 Wgr met de Gemeentewet om een aantal verordeningen omtrent de administratie en de controle op te stellen. Het betreft de volgende verordeningen:

  • -

    het financiële beleid, financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie (artikel 212);

  • -

    de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie (artikel 213);

  • -

    de door het college uitgevoerde periodieke onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem gevoerde beleid (artikel 213a).

Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor dat eenmaal in de drie jaar een kostenevaluatie wordt verricht en dat eenmaal in de vijf jaar een visitatie door een visitatiecommissie wordt verricht (artikel 56 lid 1 Wvr).

Artikel 21

Ter versterking van de positie van raden zijn twee instrumenten toegevoegd aan de P&C-cyclus, te weten de kaderbrief en de voorlopige jaarrekening.

In artikel 34b Wgr is bepaald dat het dagelijks bestuur de algemene en financiële kaders vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aanbiedt aan de raden van de deelnemende gemeenten. Hierdoor is de financiële meerjarenplanning van gemeenschappelijke regelingen beschikbaar tijdens de behandeling van de gemeentelijke voorjaarsnota’s. VrZW stelt de financiële meerjarenplanning vóór 1 januari van het jaar vooruitlopend op het jaar waarvoor de begroting dient vast en stuurt deze binnen twee weken na vaststelling ter kennisname aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Bij gemeenten krijgt deze financiële raming zijn beslag in een kadernota. VrZW heeft in tegenstelling tot gemeenten echter geen eigen inkomsten en voert daarnaast hoofdzakelijk wettelijke taken uit. De beleidskeuze is derhalve beperkt. Dit maakt dat een lichtere variant van de kadernota, zijnde een kaderbrief, de lading van deze meerjarenplanning beter dekt.

Artikel 22

Begrotingsprocedure

In dit artikel is de begrotingsprocedure vastgelegd. De wettelijke termijn voor het aanbieden van zienswijzen is verlengd van zes naar acht weken om deelnemende gemeenten in de gelegenheid te stellen om onderling overleg te plegen. Op grond van artikel 35 van de Wgr wordt het ontwerp nu achtweken voordat dit aan het algemeen bestuur wordt aangeboden aan de raden der deelnemende gemeenten wordt toegezonden. De raden kunnen hun zienswijze met betrekking tot de begroting kenbaar maken aan het dagelijks bestuur, Deze voegt de zienswijze(-n) ter informatie van het algemeen bestuur toe bij de ontwerpbegroting. Wanneer de raad zich niet kan vinden in de vastgestelde begroting dan heeft de raad op grond van het vierde lid van artikel 35 van de Wgr nog de mogelijkheid om een zienswijze over de vastgestelde begroting aan gedeputeerde staten te zenden.

De wetgever heeft met de verlenging van de termijn tevens de datum waarop de vastgestelde begroting dient te worden aangeleverd bij de gedeputeerde staten verlengd. Deze dient nu uiterlijk 1 augustus in plaats van vóór 15 juli naar de provincie te worden gestuurd. VrZW ging in de planning reeds uit van acht weken. De verlenging van de termijn voor indiening bij Gedeputeerde Staten leidt evenmin tot een aanpassing van de begrotingscyclus.

Artikel 23

Bijdragen van de gemeenten

Ingeval een deelnemende gemeente lokale taken wil laten uitvoeren door de veiligheidsregio is dat mogelijk op basis van een besluit van het dagelijks bestuur. De dienstverlening wordt geregeld in een daartoe op te stellen contract, waarbij als uitgangspunt geldt dat de vergoeding tenminste kostendekkend moet zijn.

De circulaire ‘Peper schrijft drie model-bepalingen voor die een explicitering zijn van reeds bestaande bepalingen uit de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen om kredietinstellingen het vertrouwen te geven dat een openbaar lichaam op grond van de Wgr net zo kredietwaardig is als haar deelnemers.

Artikel 24

Aanbieding rekening en jaarverslag aan de raden

Ingevolge artikel 34, derde lid Wgr dient de jaarrekening door het algemeen bestuur te worden vastgesteld in het jaar volgende op het jaar waarop het betrekking heeft. Ingevolge het derde lid wordt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling en in elk geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop het betrekking heeft aan gedeputeerde staten toegezonden.

Artikel 25

Vaststelling rekening

Uitgangspunt in de verordening is dat de jaarlijks de voorschotten die op basis van de begroting door de deelnemende gemeenten zijn betaald worden verrekend met de daadwerkelijk verschuldigde bijdrage. Het dagelijks bestuur kan aan het algemeen bestuur een voorstel doen om een positief of negatief resultaat op een andere manier te bestemmen. Hierbij kan zowel gedacht worden aan dekking van projecten die dienen te worden uitgevoerd of het dekken van een tekort uit de reserves.

Artikel 26

Geldmiddelen

De genoemde geldmiddelen betreffen de normale middelen die de regio ieder jaar ter beschikking heeft. In artikel 50 van de Wvr is tevens een bijstandsregeling opgenomen voor gemeenten en veiligheidsregio’s die daadwerkelijk te maken krijgen met de bestrijding van een ramp. De minister kan daarvoor een extra bijdrage leveren.

HOOFDSTUK 9

GESCHILLEN

Artikel 27

Bedoeling van dit artikel is om een geschil eerst op intergemeentelijk niveau te doen beslechten. Mocht men er op dit niveau niet uitkomen, dan staat de weg naar Gedeputeerde Staten ex artikel 28 van de Wgr weer volledig open.

HOOFDSTUK 10

HET ARCHIEF

Artikel 28

Het archief

Op grond van artikel 40, derde lid, van de Archiefwet 1995 gelden voor een gemeenschappelijke regeling de bepalingen omtrent de zorg voor de archiefbescheiden zoals die ter zake gelden voor de gemeente waar de gemeenschappelijke regeling is gevestigd, zolang althans in die gemeenschappelijke regeling niet een afzonderlijke voorziening is getroffen. VrZW stelt een eigen Archiefverordening vast. Tot aan dat moment is de Archiefverordening van gemeente Zaanstad van toepassing.

HOOFDSTUK 11

TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING.

Artikel 29

Toetreding en uittreding

Een gemeenschappelijke regeling dient een regeling te bevatten omtrent de toetreding en uittreding (artikel 9 Wgr). Op basis van artikel 10 van de Wvr moeten de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten behoren tot een regio als bedoeld in artikel 9 van die wet een gemeenschappelijke regeling treffen. Dit betekent dat een gemeente alleen kan toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling als de verdeling van de gemeenten in regio’s wordt gewijzigd. In dat geval zijn de gemeenten waarop de wijziging betrekking heeft zelfs verplicht om over te gaan naar een andere regeling.

Artikel 30

Wijziging, bekendmaking en inwerkingtreding

De Wgr schrijft voor dat de regeling een gemeente moet aanwijzen voor het contact met de provincie. In de regeling is gekozen voor de vestigingsgemeente Zaanstad. Deze keuze ligt voor de hand omdat de burgemeester van de gemeente Zaanstad als voorzitter van de Veiligheidsregio al de contactpersoon is voor de Commissaris van de Koning. Gemeente Zaanstad draagt tevens zorg voor publicatie van de (gewijzigde) gemeenschappelijke regeling.

Op grond van 3:41 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten besluiten die vallen binnen het kader van de Awb worden bekendgemaakt. In eerste instantie dragen de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten de zorg voor de bekendmaking van de besluiten van de veiligheidsregio, tenzij de veiligheidsregio in haar eigen publicatieblad voorziet.

Artikel 31

Opheffing

Op basis van artikel 10 van de Wvr moeten de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten behoren tot een regio als bedoeld in artikel 9 van de Wvr een gemeenschappelijke regeling treffen. Dit betekent dat een regeling alleen kan worden opgeheven als daarmee een nieuwe regeling in werking treedt die voldoet aan de eis in de Wvr.

HOOFDSTUK 12

SLOTBEPALINGEN

Artikel 33

Inwerkingtreding

De gemeenschappelijke regeling van 1 januari 2008 blijft van kracht, maar heeft vanwege de inwerkingtreding aanpassing van de Wvr een aantal wijzigingen ondergaan.