Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Gemeenschappelijke Regeling GGD Zaanstreek-Waterland
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Gemeenschappelijke Regeling GGD Zaanstreek-Waterland

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad, elk voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn;

gelet op de Wet publieke gezondheid en de Wet gemeenschappelijke regelingen;

gelezen het voorstel van het Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zaanstreek-Waterland tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland;

b e s l u i t e n :

de ‘Gemeenschappelijke regeling gemeenschappelijke gezondheidsdienst Zaanstreek-Waterland ’, in werking getreden op 1 januari 1999, te wijzigen in dier voege dat de regeling komt te luiden als volgt:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

ARTIKEL 1 Begripsbepalingen
  • 1.1

    Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 1.2

    De regeling: de gemeenschappelijke regeling.

  • 1.3

    Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten der Provincie Noord-Holland.

  • 1.4

    Het Algemeen bestuur: het orgaan bedoeld in hoofdstuk 5.

  • 1.5

    Het Dagelijks bestuur: het orgaan bedoeld in hoofdstuk 4.

  • 1.6

    De Voorzitter: het orgaan bedoeld in hoofdstuk 6.

  • 1.7

    De GGD: de gemeenschappelijke gezondheidsdienst Zaanstreek-Waterland.

  • 1.8

    Een deelnemende gemeente: een aan deze regeling deelnemende gemeente.

  • 1.9

    Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zaanstreek-Waterland (GGD), het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur en de Voorzitter.

  • 1.10

    Wpg: Wet publieke gezondheid.

  • 1.11

    Gemeentebestuur: de organen die bevoegd zijn de gemeente te besturen.

  • 1.12

    College: college van burgemeester en wethouders van een gemeente.

  • 1.13

    Raad: Raad van een gemeente.

HOOFDSTUK 2 HET OPENBAAR LICHAAM

ARTIKEL 2 Het openbaar lichaam
  • 2.1

    Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd: "Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zaanstreek-Waterland". Het lichaam is gevestigd te Zaanstad.

  • 2.2

    Het rechtsgebied van het openbaar lichaam omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

ARTIKEL 3 Het bestuur
  • 3.1

    Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit:

    • a.

      het Algemeen bestuur;

    • b.

      het Dagelijks bestuur;

    • c.

      de Voorzitter.

HOOFDSTUK 3 HET BELANG EN DE BEVOEGDHEDEN

ARTIKEL 4 Het belang en de bevoegdheden
  • 4.1

    Doel van de samenwerking is het gezamenlijk behartigen en bevorderen van (de samenhang) binnen de publieke gezondheidzorg, ten behoeve van de gezondheid van de bevolking in het samenwerkingsgebied. Dit betreft de volgende belangen:

    • a.

      het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het rechtsgebied van het lichaam;

    • b.

      het (doen) organiseren van preventieve zorg aan de bevolking;

    • c.

      het voorkomen en vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking;

    • d.

      alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin van het woord verband houdt.

  • 4.2

    Het openbaar lichaam is belast met:

    • a.

      het oprichten en instandhouden van een doelmatig georganiseerde GGD, als bedoeld in de Wpg;

    • b.

      het opstellen van een ( deel van het)crisisplan in het kader van een infectiecrisis welke gezamenlijk met het bestuur van de veiligheidsregio dient te worden vastgesteld;

    • c.

      de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, met inachtneming van het bepaalde in de gemeenschappelijke regeling "Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio”;

    • d.

      het uitvoeren van taken welke bij of krachtens de Wpg zijn opgedragen aan de Colleges en op grond van die wet bij de GGD dienen te worden belegd;

    • e.

      het uitvoeren van taken voortkomend uit andere wetgeving.

  • 4.3

    Het Algemeen bestuur kan besluiten of en in hoeverre wijzigingen (daaronder niet begrepen toevoeging van taken) aangebracht moeten worden in het takenpakket, binnen het kader als bedoeld in artikel 4.1. Dit besluit wordt niet genomen als niet omtrent de verwachte eenmalige en structurele financiële consequenties voldoende inzicht is verkregen. Gemeenteraden zullen voorafgaand aan de besluitvorming omtrent voorgenomen wijzigingen gehoord worden. Hun bevindingen zullen door het bestuur in de besluitvorming worden betrokken.

  • 4.4

    Taken worden naar omvang en kwaliteit voor alle gemeenten als basispakket gelijk uitgevoerd. Op verzoek van gemeenten kan de GGD tegen meerprijs extra taken(laten) verrichten. Bij de bepaling van het kwaliteitsniveau van de dienstverlening worden wettelijke uitgangspunten in acht genomen.

  • 4.5

    Op verzoek en voor rekening van derden kunnen na een daartoe door het Algemeen bestuur genomen besluit onder vaststelling van nadere voorwaarden werkzaamheden worden uitgevoerd.

  • 4.6

    De deelnemende gemeenten/derden verbinden zich voor de uitvoering van de hiervoor bedoelde taken voor eigen kosten geschikte ruimten beschikbaar te stellen.

HOOFDSTUK 4 HET DAGELIJKS BESTUUR

ARTIKEL 5 Samenstelling, aanwijzing en aftreding
  • 5.1

    Het aantal leden van het Dagelijks bestuur mag nimmer de meerderheid van het Algemeen bestuur uitmaken. Het Dagelijks bestuur bestaat uit drie door het Algemeen bestuur uit zijn midden gekozen leden, de Voorzitter en de plaatsvervangend Voorzitter inbegrepen.

  • 5.2

    De in het vorige lid bedoelde verkiezing vindt plaats in de eerste vergadering van het Algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.

  • 5.3

    De leden van Zaanstad en Purmerend hebben in elk geval zitting in het Dagelijks bestuur.

  • 5.4

    De leden treden af op de dag van aftreden van het Algemeen bestuur.

  • 5.5

    Het lid dat ophoudt lid te zijn van het Algemeen bestuur, houdt tevens op lid te zijn van het Dagelijks bestuur.

  • 5.6

    Een lid van het Dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen, met dien verstande dat het lidmaatschap eindigt op het tijdstip waarop de opvolger in functie is getreden.

  • 5.7

    De aanwijzing ter aanvulling van een plaats in het Dagelijks bestuur geschiedt in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen bestuur na het openvallen van die plaats.

ARTIKEL 6 Taken
  • 6.1

    Tot het dagelijks beheer, opgedragen aan het Dagelijks bestuur, behoort onder meer:

    • a.

      de op grond van artikel 33b van de Wgr genoemde bevoegdheden;

    • b.

      het actief inlichtingen verstrekken aan het Algemeen bestuur;

    • c.

      het voorstaan van de belangen van het samenwerkingsorgaan bij andere overheden, instellingen, diensten of personen, waarmee contact van belang is;

    • d.

      het houden van toezicht op al wat de dienst aangaat.

ARTIKEL 7 Vergaderwijze
  • 7.1

    Het Dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de Voorzitter dit nodig acht of twee zijner leden dit aan de Voorzitter verzoeken.

  • 7.2

    Voor de besluitvorming in het Dagelijks bestuur is de wijze van stemmen, zoals deze in de Gemeentewet is bepaald voor het college van burgemeester en wethouders, van overeenkomstige toepassing.

  • 7.3

    De vergaderingen van het Dagelijks bestuur zijn niet openbaar.

  • 7.4

    Het Dagelijks bestuur kan zich in een vergadering door deskundigen doen bijstaan.

HOOFDSTUK 5 HET ALGEMEEN BESTUUR

ARTIKEL 8 Samenstelling
  • 8.1

    De colleges wijzen uit hun midden ieder één lid van het Algemeen bestuur aan.

  • 8.2

    De colleges kunnen voor ieder lid tevens één plaatsvervangend lid uit hun midden aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt.

ARTIKEL 9 De zittingsduur
  • 9.1

    De zittingsperiode van de leden van het Algemeen bestuur is gelijk aan de zittingsduur van leden van een Raad.

ARTIKEL 10 Aftreden
  • 10.1

    Het lidmaatschap van het Algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de nieuw aangewezen leden van het Algemeen bestuur in functie treden.

  • 10.2

    Het Algemeen bestuur komt zo spoedig mogelijk bijeen na benoeming van de nieuwe leden, doch uiterlijk binnen twee maanden.

  • 10.3

    Onverminderd het bepaalde onder 5.4 eindigt het lidmaatschap van het Algemeen bestuur eveneens op het moment van de uittreding uit deze gemeenschappelijke regeling.

ARTIKEL 11 Bevoegdheden
  • 11.1

    De bevoegdheden die bij de regeling worden overgedragen, berusten bij het Algemeen bestuur, tenzij bij wet of in de regeling anders is bepaald.

  • 11.2

    Het Algemeen bestuur stelt een reglement voor de orde en de huishouding van het openbaar lichaam vast voor zover daarvan bij de regeling niet is afgeweken.

  • 11.3

    Het Algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen in het kader van het daarbij te behartigen openbaar belang.

  • 11.4

    Het besluit genoemd in artikel 11.3 wordt niet opgenomen dan nadat de raden een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het Algemeen bestuur.

  • 11.5

    Het Algemeen bestuur kan een lid van het Dagelijks bestuur ontslag verlenen indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen bestuur niet meer bezit.

ARTIKEL 12 Vergaderingen
  • 12.1

    Het Algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo dikwijls de Voorzitter dit nodig oordeelt dan wel tenminste drie leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoeken.

  • 12.2

    De artikelen 19 en 20 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 12.3

    Een lid van het Algemeen bestuur heeft in de vergadering van het Algemeen bestuur één stem. Bij een gelijk aantal stemmen beslist de Voorzitter.

  • 12.4

    In die gevallen waarin Zaanstad en/of Purmerend zwaarwegende bezwaren hebben tegen een voorstel en met het oog daarop aangeven tegen te willen stemmen, geschiedt die tegenstem uitsluitend op verzoek van het College van respectievelijk Zaanstad en/of Purmerend. Vervolgens wordt een nieuwe vergadering van het Algemeen bestuur uitgeschreven, waarin het verzoek van het College tot tegenstem, dan wel tegenstemmen aan de orde komt. Deze tegenstem, dan wel tegenstemmen leidt, dan wel leiden tot verwerping van het voorstel. Het voorgaande is niet van toepassing op het voorstel tot vaststelling van de begroting respectievelijk de jaarrekening van de GGD.

  • 12.5

    Het Algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast; dit reglement, alsmede de daarin aangebrachte wijzigingen, wordt aan Gedeputeerde Staten meegedeeld.

ARTIKEL 13 Openbaarheid
  • 13.1

    Met betrekking tot de openbaarheid, beslotenheid en het opleggen van geheimhouding zijn de artikelen 22 en 23 van de Wgr van toepassing.

  • 13.2

    Inzake de beraadslaging en besluitvorming in een besloten vergadering is artikel 24 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 6 DE VOORZITTER

ARTIKEL 14 Bevoegdheden en werkwijze
  • 14.1

    De Voorzitter van het Algemeen bestuur is tevens Voorzitter van het Dagelijks bestuur.

  • 14.2

    De leden van Zaanstad en Purmerend bekleden bij toerbeurt na elke gemeenteraadsverkiezing het voorzitterschap en het plaatsvervangend voorzitterschap.

  • 14.3

    De Voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen bestuur en van het Dagelijks bestuur.

  • 14.4

    De Voorzitter ondertekent de stukken die van het Algemeen en Dagelijks bestuur uitgaan.

  • 14.5

    De Voorzitter of bij diens ontstentenis de plaatsvervangend Voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam GGD in en buiten rechte.

  • 14.6

    Indien de Voorzitter c.q. de plaatsvervangend Voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een rechtsgeding waarbij het openbaar lichaam GGD is betrokken, wordt het openbaar lichaam GGD door een ander, door het Dagelijks bestuur aan te wijzen, lid van dat bestuur vertegenwoordigd.

  • 14.7

    De Voorzitter resp. plaatsvervangend Voorzitter kan de vertegenwoordiging, onder goedkeuring van het Dagelijks bestuur, overdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.

HOOFDSTUK 7 INFORMATIE EN VERANTWOORDING

ARTIKEL 15 Van bestuur naar gemeenten
  • 15.1

    Het Dagelijks bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle informatie die door een of meer leden van die raden, de Voorzitter inbegrepen, wordt verlangd, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 15.2

    Het jaarverslag wordt door of vanwege de Voorzitter ter kennisneming toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten.

ARTIKEL 16 Van AB-lid aan gemeenteraad
  • 16.1

    Een lid van het Algemeen bestuur geeft de gemeenteraad, alle inlichtingen die door de raad, of een of meer leden daarvan wordt verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.

  • 16.2

    Een lid van het Algemeen bestuur is aan de gemeenteraad, door wie hij of zij als vertegenwoordiger is aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door hem of haar in het Algemeen bestuur gevoerde beleid.

  • 16.3

    Het afleggen van verantwoording gebeurt op de in die gemeente gebruikelijke wijze.

ARTIKEL 17 Verantwoording DB/Voorzitter aan AB
  • 17.1

    De leden van het Dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen bestuur mondeling dan wel schriftelijk verantwoording verschuldigd voor het door het Dagelijks bestuur gevoerde beleid en de door hem uitgeoefende bevoegdheden en geven ten aanzien daarvan alle, tezamen en ieder afzonderlijk door het Algemeen bestuur of door een of meer leden daarvan, gevraagde inlichtingen.

  • 17.2

    Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op de verantwoordingsplicht van de Voorzitter aan het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur voor het door hem/haar gevoerde bestuur en de door hem uitgeoefende bevoegdheden.

  • 17.3

    In het reglement van orde bedoeld in artikel 11.2 van de regeling, worden nadere regels gesteld omtrent de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de voorgaande leden.

HOOFDSTUK 8 HET AMBTELIJK APPARAAT

ARTIKEL 18 De secretaris
  • 18.1

    De directeur van de GGD is de secretaris van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur.

  • 18.2

    De secretaris staat het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur en de Voorzitter met raad en daad bij in de vervulling van hun functie.

  • 18.3

    De secretaris ondertekent mede de stukken die van het algemeen en Dagelijks bestuur uitgaan.

ARTIKEL 19 De directeur publieke gezondheid
  • 19.1

    De directeur van de GGD wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het Algemeen bestuur in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio. De directeur geeft zowel leiding aan de GGD-organisatie als aan de GHOR-organisatie. Het Dagelijks bestuur dient voor elke benoeming een aanbeveling in van zo mogelijk twee personen.

  • 19.2

    Ter zake de verantwoordelijkheid voor medisch-inhoudelijke zaken zal het Dagelijks bestuur afzonderlijke voorzieningen treffen.

  • 19.3

    De eindverantwoordelijkheid over het beheer van de dienst berust bij de directeur, die daaromtrent verantwoording schuldig is aan het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur.

  • 19.4

    Bij (langdurige) afwezigheid van de directeur wordt diens functie waargenomen door de plaatsvervangend directeur.

  • 19.5

    Onverminderd het bepaalde in de vorige leden van dit artikel, benoemt, schorst en ontslaat het Dagelijks bestuur het personeel van de GGD, de directeur gehoord.

ARTIKEL 20 Rechtspositie
  • 20.1

    Op het personeel van het openbaar lichaam GGD is de rechtspositieregeling van de gemeente Purmerend van toepassing, zoals die dan luidt of in de toekomst zal komen te luiden, voor zover door het Algemeen bestuur niet anders wordt bepaald. De regelingen voortvloeiend uit eerder vastgestelde sociale plannen zijn in de organisatie geïmplementeerd..

  • 20.2

    Het Dagelijks bestuur kan voor het personeel van het openbaar lichaam GGD regelingen vaststellen ter aanvulling of ter vervanging van de regelingen, bedoeld in het 20.1. In dit geval wordt vooraf overleg gepleegd met vertegenwoordigers van relevante werknemersorganisaties.

HOOFDSTUK 9 OVERIGE BEVOEGDHEDEN

ARTIKEL 21 Overige bevoegdheden
  • 21.1

    Het Algemeen bestuur kan commissies instellen als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Wgr.

  • 21.2

    Het Algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van verordeningen in het kader van de uitvoering van zijn taak, als bedoeld in hoofdstuk 3.

HOOFDSTUK 10 FINANCIËLE BEPALINGEN

ARTIKEL 22 Financiële administratie en beheer geldmiddelen
  • 22.1

    Het Algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van de geldmiddelen van het samenwerkingsorgaan.

  • 22.2

    Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding zijn de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL 23 Het begrotingsjaar
  • 23.1

    Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

ARTIKEL 24 De kadernota
  • 24.1

    Het Dagelijks bestuur stelt de algemene financiële kaders en beleidsmatige kaders voor het daaropvolgende jaar op conform artikel 34b van de Wgr.

  • 24.2

    Voorafgaand aan de behandeling in het Algemeen bestuur wordt de kadernota door het Dagelijks bestuur voor 15 april aan de Raden toegezonden. Deze kunnen schriftelijk hun zienswijze binnen acht weken ter kennis brengen aan het Dagelijks bestuur. Het Dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de kadernota, zoals deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 24.3

    Het Algemeen bestuur stelt de kadernota vast.

ARTIKEL 25 Begroting
  • 25.1

    Het Dagelijks bestuur stelt de ontwerpbegroting op in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient conform artikel 35 van de Wgr.

  • 25.2

    Voorafgaand aan de behandeling in het Algemeen bestuur wordt de begroting, door het Dagelijks bestuur aan de Raden toegezonden. Deze kunnen schriftelijk hun zienswijze binnen acht weken ter kennis brengen aan het Dagelijks bestuur. Het Dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de begroting, zoals deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 25.3

    Het Algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient.

ARTIKEL 26 Bijdragen van de gemeenten
  • 26.1

    In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft.

  • 26.2

    Bij de opstelling van de begroting wordt rekening gehouden met de bij deze regeling behorende verdeelsleutelbijlage, welke als aanhangsel aan deze regeling is toegevoegd.

  • 26.3

    Voor de vaststelling van de inwonertallen worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek laatst vastgestelde bevolkingscijfers.

  • 26.4

    De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.

  • 26.5

    De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen, in verhouding tot de verdeelsleutel als bedoeld in artikel 26.2, dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

ARTIKEL 27 Toezenden aan gemeenten/GS
  • 27.1

    Van de vaststelling van de begroting wordt terstond mededeling gedaan aan de besturen van de deelnemende gemeenten, die ervoor zorgdragen dat het in deze begroting voor de deelnemende gemeente als bijdrage in de kosten van de GGD geraamde bedrag, in hun begroting wordt opgenomen.

  • 27.2

    Het Dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 1 augustus, aan Gedeputeerde Staten ter kennisname.

ARTIKEL 28 Wijziging begroting
  • 28.1

    Met betrekking tot wijziging van de begroting kan van het bepaalde in artikel 35 Wgr worden afgeweken ten aanzien van wijzigingen die geen invloed hebben op de bijdragen van de deelnemende gemeenten.

ARTIKEL 29 Jaarrekening
  • 29.1

    De jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar wordt voor 15 april aangeboden aan de raden.

  • 29.2

    Het Dagelijks bestuur stelt een rekening van baten en lasten op. De rekening vermeldt alle baten en lasten van de GGD, van welke aard ook, over het jaar waarop zij betrekking hebben en is vergezeld van een verklaring ter zake van de rechtmatigheid en betrouwbaarheid daarvan, afgegeven door de persoon of de instelling die door het Algemeen bestuur belast is met de controle als bedoeld in artikel 22.

  • 29.3

    De jaarrekening wordt binnen twee weken, doch uiterlijk acht weken voorafgaand aan de behandeling in het Algemeen bestuur, door het Dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden. Deze kunnen schriftelijk hun zienswijze binnen acht weken ter kennis brengen aan het Dagelijks bestuur. Het Dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de rekening, zoals deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 29.4

    De jaarrekening wordt door het Dagelijks bestuur binnen veertien dagen na vaststelling, doch in elk geval vóór 15 juli met alle bijbehorende stukken ter kennisname aan Gedeputeerde Staten aangeboden. Tevens doet het Dagelijks bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 29.5

    De vaststelling strekt de ambtenaren, belast met het doen van ontvangsten en uitgaven, alsmede het Dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

ARTIKEL 30 Werkelijk verschuldigde bijdrage
  • 30.1

    In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten, over het desbetreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. Voor de vaststelling van de inwoneraantallen worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor dat jaar vastgestelde bevolkingscijfers.

  • 30.2

    Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 26 bepaalde en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de deelnemende ge- meenten van de vaststelling van de rekening.

ARTIKEL 31 Bijdragen gemeenten
  • 31.1

    De kosten van de GGD worden na aftrek van de per kostenplaats/functiegebied op grond van artikel 32 onder b tot en met f verworven geldmiddelen, omgeslagen over de deelnemende gemeenten volgens de bij deze regeling behorende verdeelsleutelbijlage.

ARTIKEL 32 Geldmiddelen
  • 32.1

    De geldmiddelen van de GGD bestaan uit:

    • a.

      de bijdragen van de deelnemende gemeenten, ingevolge artikel 26 van de regeling;

    • b.

      de leges en rechten, te heffen op grond van daarvoor in aanmerking komende verordeningen;

    • c.

      de bijdragen van derden, ingevolge op verzoek of volgens overeenkomst geleverde diensten;

    • d.

      subsidies;

    • e.

      renten en opbrengsten van bezittingen;

    • f.

      onvoorziene omstandigheden;

    • g.

      bestemmingsreserves;

    • h.

      geldleningen.

ARTIKEL 33 Kostendekkend
  • 33.1

    Bij de vaststelling van de in het voorgaande artikel onder c bedoelde bijdragen zal het Algemeen bestuur ervan uitgaan dat deze bijdragen voor verrichte diensten tenminste kostendekkend moeten zijn. Het Algemeen bestuur kan daarbij aangeven dat een bepaald deel van de kosten ten laste van de GGD blijft.

HOOFDSTUK 11 GESCHILLEN

ARTIKEL 34 Bemiddeling door GS
  • 34.1

    Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wgr de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het Algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen onafhankelijke geschillencommissie.

  • 34.2

    De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen en brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

HOOFDSTUK 12 HET ARCHIEF

ARTIKEL 35 Het archief
  • 35.1

    Ten aanzien van de archiefbescheiden van de GGD zijn de voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer daarvan, alsmede die omtrent het toezicht daarop, zoals deze voor de gemeenten zijn of nader zullen worden vastgesteld, van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 13 TOETREDING, DE GEVOLGEN VAN DE UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

ARTIKEL 36 Toetreding
  • 36.1

    De colleges van de gemeenten kunnen niet overgaan tot toetreding tot de regeling dan na verkregen toestemming van de Raden.

  • 36.2

    Aan de toetreding kunnen door het Algemeen bestuur voorwaarden worden verbonden.

  • 36.3

    Het college van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige aanwijzingen overeenkomstig hoofdstuk 5 e.v. van deze regeling. Behoudens eerdere beëindiging van het lidmaatschap, treden de aangewezenen af op het tijdstip waarop de dan zitting hebbende leden van het Algemeen bestuur aftreden.

ARTIKEL 37 Uittreding
  • 37.1

    Uittreding uit de regeling vindt plaats met inachtneming van artikel 1 van de Wgr.

  • 37.2

    Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van het college van die gemeente aan het Algemeen bestuur.

  • 37.3

    De colleges kunnen niet overgaan tot uittreding dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden.

  • 37.4

    Tenzij het Algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgende op dat waarin de goedkeuring van het besluit tot uittreding heeft plaatsgevonden.

  • 37.5

    Het Algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding, de financiële gevolgen daaronder begrepen.

ARTIKEL 38 Wijziging
  • 38.1

    Wijziging van de regeling vindt plaats met inachtneming van artikel 1 van de Wgr.

  • 38.2

    De colleges kunnen niet overgaan tot wijziging van de regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden.

  • 38.3

    De wijziging treedt in werking op de dag na bekendmaking conform artikel 26, lid 3 van de Wgr.

ARTIKEL 39 Opheffing
  • 39.1

    Voorstellen tot opheffing van de regeling kunnen worden gedaan door de bestuursorganen van twee of meer van de deelnemende gemeenten afzonderlijk of tezamen.

  • 39.2

    De bestuursorganen kunnen niet overgaan tot opheffing van de regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden.

  • 39.3

    Ingeval van opheffing van de regeling besluit het Algemeen bestuur tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling, met uitzondering van het bepaalde in artikel 26, lid 5, worden afgeweken.

  • 39.4

    Het liquidatieplan wordt door het Algemeen bestuur, de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld en voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

  • 39.5

    Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft.

  • 39.6

    Zo nodig blijven de bestuursorganen van de GGD ook na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd.

HOOFDSTUK 14 SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL 40 Inwerkingtreding
  • 40.1

    Het gemeentebestuur van Zaanstad draagt zorg voor de bekendmaking en de toezending van de regeling als bedoeld in artikel 26 van de Wgr.

  • 40.2

    De regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking conform artikel 26, lid 3 van de Wgr.

ARTIKEL 41 Citeertitel

  • 41.1

    De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 41.2

    De regeling kan worden aangehaald onder de titel "Gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland".

BIJLAGE VERDEELSLEUTEL

behorende bij artikel 26.2 van de gemeenschappelijke regeling GGD Zaanstreek-Waterland.

Ten behoeve van de begroting en de rekening van de GGD wordt een verdeelsleutel gehanteerd, volgens welke de kosten per onderscheiden functiegebied/kostenplaats over de gemeenten en/of derden worden omgeslagen.

Programma’s Verdeelsleutel
I Epidemiologie, Beleid en Gezondheidsbevordering (EBG) aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaar t-1.
II Algemene gezondheidszorg (AGZ) aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaar t-1.
III Maatschappelijke gezondheidszorg (MGZ) aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaar t-1
IV Jeugdgezondheidszorg (JGZ) aantal inwoners 0-18 op 1 januari van het dienstjaar t-1
V Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaar t-1

PROJECTEN

Projecten in opdracht van gemeenten worden uitgevoerd op basis van (afzonderlijke) subsidiebeschikking of opdrachtverlening. De kosten worden op kostendekkende basis doorberekend aan de opdrachtgever.

Vanaf 1 januari 2019 wordt ten behoeve van de begroting en de rekening van GGD Zaanstreek-Waterland de navolgende verdeelsleutel gehanteerd, volgens welke de kosten per onderscheiden functiegebied/kostenplaats over de gemeenten en/of derden worden omgeslagen.

Programma’s Verdeelsleutel
I Epidemiologie, Beleid en Gezondheidsbevordering (EBG) aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaar t-2.
II Algemene gezondheidszorg (AGZ) aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaar t-2.
III Maatschappelijke gezondheidszorg (MGZ) aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaar t-2
IV Jeugdgezondheidszorg (JGZ) aantal inwoners 0-18 op 1 januari van het dienstjaar t-2
V Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio aantal inwoners op 1 januari van het dienstjaar t-2

PROJECTEN

Projecten in opdracht van gemeenten worden uitgevoerd op basis van (afzonderlijke) subsidiebeschikking of opdrachtverlening. De kosten worden op kostendekkende basis doorberekend aan de opdrachtgever.

Ondertekening

Vastgesteld door burgemeester en wethouders van ZaanstadburgemeestersecretarisVastgesteld door burgemeester en wethouders van PurmerendburgemeestersecretarisVastgesteld door burgemeester en wethouders van LandsmeerburgemeestersecretarisVastgesteld door burgemeester en wethouders van OostzaanburgemeestersecretarisVastgesteld door burgemeester en wethouders van WaterlandburgemeestersecretarisVastgesteld door burgemeester en wethouders van WormerlandburgemeestersecretarisVastgesteld door burgemeester en wethouders van BeemsterburgemeestersecretarisVastgesteld door burgemeester en wethouders van Edam-Volendamburgemeestersecretaris