Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Gedragscode voor de burgemeester van Zaanstad
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Gedragscode voor de burgemeester van Zaanstad

Gedragscode voor de burgemeester van Zaanstad

Regels over de zuiverheid van de besluitvorming

Inhoudsopgave

Een democratisch minimum

Inleiding

  • 1.

    Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling

  • 2.

    Regels rondom (de schijn van) corruptie

  • 3.

    Regels rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteitenen financiële middelen

  • 4.

    Regels rondom informatie

  • 5.

    Regels rondom de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens de vergaderingen

  • 6.

    Regels rondom de naleving van de gedragscode

Bijlage 1 Specifiek uitgesloten combinaties van functies

Bijlage 2 Specifiek verboden overeenkomsten/handelingen

Bijlage 3 Enkele specifieke formele sancties

Bijlage 4 Verwijzingen naar de Wet per gedragscode artikel

Bijlage 5 Regels omtrent gebruik van gemeentelijke voorzieningen, vergoedingen, declaraties

Bijlage 6 Reglement van Orde

Een democratisch minimum

Geachte raadsleden en wethouders van Zaanstad,

Integriteit is voor het Zaanse gemeentebestuur belangrijk. Jaarlijks besteden we tijdens raadsconferenties uitgebreid aandacht aan dit onderwerp. Integriteitskwesties zouden nooit de inzet mogen worden van de concurrentie tussen de politieke partijen.

Het spreekt eigenlijk vanzelf dat we regelmatig naar de gedragscode kijken om te zien of die nog voldoet. Als het kan moeten we onduidelijkheden wegnemen, preciezer zijn, voorbeelden aandragen, reageren op nieuwe omstandigheden, verleidingen, gevaren. De gedragscode is het belangrijkste praktische houvast. De gedragscode helpt schendingen te voorkomen. Deze nieuwe voor raadsleden en bestuurders gedragscode is een logische volgende stap.

Deze nieuwe gedragscode biedt meer helderheid. Hij is concreter en geeft handvatten voor hoe we zaken aan de orde kunnen stellen. Hij geeft meer duidelijkheid over het grijze gebied tussen wat moet en wat niet mag of ongewenst is. En de nieuwe gedragscode zorgt ervoor dat het onderwerp hoog op de agenda blijft staan.

De integriteit van de politiek is voor een samenleving van het allergrootste belang. De beginselen van behoorlijk bestuur en de wetten en codes waarin ze nader worden uitgewerkt, beschrijven een democratisch minimum. Ze garanderen een zuivere en zorgvuldige besluitvorming en beschermen de burger daarmee tegen misbruik van de overheidsmacht.

Dat minimum moet door alle politieke partijen in eendrachtige samenwerking overeind gehouden worden. Ik zal daar als burgemeester mijn bijdrage aan leveren.

Geke Faber

Inleiding

In Nederland worden met enige regelmaat bedenkingen geuit over de integriteit van de politiek. Gemeentelijke politici worden bevraagd over hun declaratiegedrag, Tweede Kamer leden en Commissarissen van de Koning worden bevraagd over hun nevenfuncties en de inkomsten die zij daaruit genereren, incidenten begaan door politici verschijnen in de dag- en weekbladen. Opiniemakers uiten hun zorgen en oordelen.

Dit terwijl de Nederlandse politiek een hoog niveau van integriteit kent; Nederlandse politici begaan weinig schendingen in verhouding tot hun collega's in andere landen. Terwijl politici aan veel verleidingen blootstaan en zich veel kansen aan hen voordoen om op die verleidingen in te gaan. Omkoping (ofwel: corruptie) hebben we zo goed als uitgebannen.

Het grootste risico van de ongerustheid en de reactie op de incidenten die zich voordoen, is dat de geloofwaardigheid van de politiek blijvende schade oploopt. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat er onder druk van de gealarmeerde publieke opinie ondoordachte en dus onverstandige maatregelen getroffen worden - maatregelen die beogen om de geloofwaardigheid van de politiek te versterken, maar die juist het tegendeel veroorzaken. Het gevaar is aanwezig dat individuele politici hiervan slachtoffer worden. Dat er bij het sanctioneren geen verschil meer wordt gemaakt tussen een lichte overtreding en een ernstige schending en dat enkel en alleen al de verdenking het einde van een politieke carrière kan betekenen.

Doel van deze gedragscode

Deze code wil duidelijkheid geven over wat de wet vraagt van politici. Daarmee beoogt de code politici in eerste instantie te beschermen tegen onnodige misstappen. De tekst van de artikelen in de code volgt vrijwel letterlijk de wet. ‘Vrijwel’, want op enkele plekken is de code strenger dan de wet:

  • ·

    deze code draagt politici op zelfs de schijn van belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen

  • ·

    deze code draagt politici op hun financiële belangen bekend te maken (zie artikel 1.8)

  • ·

    deze code heeft een zogenaamde draaideurconstructie opgenomen voor bestuurders (zie artikel 1.10, gedragscode voor wethouders en gedragscode voor de Burgemeester).

  • ·

    deze code hanteert een zogenaamd ‘Nee, tenzij’ beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken (zie hfst 2).

In de bijlagen vindt u de specifieke verwijzingen naar de relevante wetsartikelen.

Begrippen

Het gemeentebestuur bestaat uit raad, college en burgemeester. Dit zijn de drie bestuursorganen. Voor ieder van deze drie vraagt de wet een door de raad vast te stellen eigen gedragscode. Voor Zaanstad zijn de codes zoveel mogelijk vanuit hetzelfde perspectief benaderd. In de raad ligt het accent op het maken van politieke keuzes, het college is belast met het dagelijks bestuur. De burgemeester is voorzitter van beide en heeft daarnaast een aantal eigen taken. In de praktijk worden de termen ‘politiek’ en ‘bestuur’ wel eens door elkaar gehaald. In de Zaanse codes worden de termen ‘politiek’ en ‘politici’ voor (leden van) raad en college tezamen gebruikt, de term ‘bestuurders’ voor de leden van het college en de term ‘volksvertegenwoordigers’ voor de leden van de raad.

Werken aan de integriteit van de Zaanse politiek

In de bestuursperiode 2006-2010 zijn de politici van Zaanstad gestart regelmatig in hun raadsconferenties aandacht te besteden aan de politieke en bestuurlijke integriteit. Dit initiatief is voortgezet in de daarop volgende bestuursperiode en heeft onder meer geleid tot de wens een nieuwe gedragscode te ontwikkelen voor de gemeente Zaanstad. Met deze vernieuwde gedragscode beoogt de gemeente Zaanstad systematisch te bouwen aan een rechtvaardige handhavingspraktijk. Niet alleen om te voorkomen dat in de gemeente paniekmaatregelen genomen worden als een mogelijke overtreding van de gedragscode zich voordoet, maar ook om te voorkomen dat onschuldigen worden geschaad en schuldigen disproportioneel worden bestraft.

Het opstellen van deze vernieuwde gedragscode is behulpzaam bij het handhaven van de politieke en bestuurlijke integriteit, zowel preventief als repressief.

Voor wie is deze gedragscode geschreven?

De regels van deze gedragscode gelden voor de burgemeester van de gemeente Zaanstad. De wethouders en de raadsleden (inclusief steunfractieleden) van de gemeente Zaanstad hebben beiden een eigen gedragscode.

Functies van de gedragscode

De gedragscode heeft een aantal algemene functies. De code:

  • ·

    ontlast de morele oordeelsvorming van individuen;

  • ·

    stelt de norm;

  • ·

    definieert specifieke handelingen als schendingen;

  • ·

    maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk;

  • ·

    geeft richting aan de morele oordeelsvorming van individuen.

De gedragscode beschermt daarnaast specifiek de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Het gaat dan om het voorkomen van corruptie en belangenverstrengeling. Die vervalsen immers de besluitvorming en resulteren per definitie in machtsmisbruik. Politici worden zelfs opgeroepen actief de schijn van belangenverstrengeling en corruptie tegen te gaan.

Schendingen

Wet en gedragscode definiëren een reeks handelingen van politici als integriteitschendingen. Sommige schendingen zijn generiek en zijn binnen bijna alle organisaties verboden (ongewenst gedrag, fraude). Andere komen gelet op de aard van het werk vooral voor in de politiek zoals belangenverstrengeling en corruptie (of de schijn daarvan) en het lekken van informatie. Van de schendingen die voorkomen, blijken belangenverstrengeling en het lekken van informatie in de Nederlandse politiek relatief veel voor te komen. Die krijgen in deze gedragscode dan ook veel aandacht.

Belangenverstrengeling

De acceptatie van verstrengelen van belangen is afgenomen en de meldingsbereidheid is toegenomen. Het publieke debat over dit soort kwesties heeft dat nog eens versterkt. De media zijn er alert op. De kans dat een politicus ter verantwoording wordt geroepen over zijn gedrag, is toegenomen.

Het lekken van informatie

Het terugdringen van het lekken van informatie blijkt in de praktijk erg lastig te zijn. Het kan immers lonend zijn (in termen van politiek gewin) om te lekken. Ook de media kunnen ervan profiteren en kunnen politici ertoe verleiden. Dit terwijl het lekken van geheime informatie bij strafwet verboden is en dus strafrechtelijk te vervolgen.

De politiek kan onder meer door preventieve maatregelen te nemen, het per ongeluk en met opzet lekken in hoge mate zelf tegengaan.

De nieuwste gedragscode voor de Zaanse politiek

In deze nieuwe gedragscode zijn de volgende verbeteringen aangebracht:

  • ·

    in een bijlage zijn de exacte verwijzingen naar de onderliggende wetsartikelen opgenomen; 1

  • ·

    er zijn artikelen aan de gedragscode toegevoegd die met een wettelijke verplichting corresponderen, maar in de eerdere codes ontbraken;

  • ·

    formuleringen die tot misverstanden bleken te leiden zijn verhelderd;

  • ·

    de artikelen zijn op een meer inzichtelijke manier gegroepeerd;

  • ·

    er zijn enkele artikelen opgenomen die met de omgang met de gedragscode en de handhavingspraktijk te maken hebben;

  • ·

    er zijn voorbeelden toegevoegd die de werking van de artikelen duiden.

De praktijk zal leren hoe de aangebrachte verbeteringen werken in de alsmaar veranderende politieke context.

Het is dan ook voorstelbaar dat over enkele jaren ook deze gedragscode weer zal worden aangepast.

1 Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling

Artikel 1

De burgemeester mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft.

Artikel 1.1

De burgemeester moet actief en uit zichzelf de schijn vanbelangenverstrengeling tegengaan.

Toelichting: De wetgever heeft de burgemeester op drie manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan.

(1) De wetgever geeft ten eerste aan dat het college van Burgemeester & Wethouders (B&W), als bestuursorgaan, zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft het college van B&W de verantwoordelijkheid er voor te waken dat persoonlijke belangen van wethouders de besluitvorming beïnvloeden.

Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de burgemeester uit hoofde van zijn taak behoren te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling.

Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alleen om – zoals vaak door politici gedacht - ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Collegeleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden.

De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van het college van B&W als geheel om ertegen te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. 2

Politici struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van politici zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de code is opgenomen.

(2) De wetgever verbiedt de burgemeester expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In bijlage 1 en 2 van deze gedragscode treft u een opsomming aan van deze verboden combinaties en handelingen. Het wordt dringend aangeraden deze bijlagen nauwkeurig te bestuderen.

(3) De wetgever eist van de burgemeester dat hij al zijn functies, en de inkomsten uit die functies, bekend maakt. Op die manier wordt het voor raadsleden, wethouders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een wethouder te waarschuwen voor de kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen op basis daarvan hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat hij tevens al zijn substantiële financiële belangen bekendmaakt bij ondernemingen die zaken doen met de gemeente.

Artikel 1.2

De burgemeester onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming in het college als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Ook in het uitzonderlijke geval dat de stemmen in het college staken en de burgemeesters stem doorslaggevend is.

Artikel 1.3

De burgemeester onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (zie art. 1.2) maar ook van de beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces.

Artikel 1.4

De burgemeester mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen (zie bijlage 1).

Artikel 1.5

De burgemeester mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan (zie bijlage 2).

Artikel 1.6

De burgemeester maakt openbaar welke betaalde en onbetaalde functies hij vervult. De burgemeester maakt tevens de inkomsten uit die functies openbaar.

Artikel 1.7

De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met functies van de burgemeester. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en wat de inkomsten zijn uit die functies.

Artikel 1.8

De burgemeester doet er opgaaf van dat hij substantiële financiële belangen heeft - bijvoorbeeld aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden.

Artikel 1.9

De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met de op grond van 1.8 gemelde financiële belangen van de burgemeester.

Artikel 1.10

Oud-burgemeesters worden gedurende een jaar na het eind van de zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden bij de gemeente, met uitzondering van het raadslidmaatschap.

Toelichting: Deze regel is geschreven met het oog op oud-bestuurders die (gaan)ondernemen en die dus opdrachten vervullen middels een contract. Burgemeesters en wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel informatie op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode (gaan) ondernemen en contracten willen aangaan met de gemeente Zaanstad hebben zij een informatievoorsprong en treedt er dus oneerlijke concurrentie op ten aanzien van andere ondernemers; voormalig bestuursleden profiteren daardoor van hun bestuursfunctie, hetgeen nadrukkelijk niet te bedoeling is. Minstens ontstaat de schijn dat zij hun bestuurswerk hebben gebruikt om (na hun bestuursperiode) opdrachten te verkrijgen van de gemeente Zaanstad. Deze zogenaamde ‘draaideurconstructie’ betreft alleen oud-bestuurders die middels contracten een opdracht aannemen van de gemeente Zaanstad. Het betreft dus niet contracten van andere partijen binnen de gemeente Zaanstad. Een voormalig raadslid mag wel in dienst treden bij de gemeentelijke organisatie.

Vingeroefeningen

Oefening 1: De burgemeester is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van de flat waar hij woont. Mag de burgemeester zijn burgemeesterschap combineren met dit voorzitterschap?

Antwoord: De Gemeentewet artikel 68 verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 1.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De nevenfunctie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.6) en de gemeentesecretaris moet zorg dragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 1.7 code).

Let op: een burgemeester moet al zijn nevenfuncties melden.

Variant 1: De wethouder Wonen bereidt met zijn staf een bestemmingswijziging voor die een gebied betreft waar de flat staat waar de burgemeester woont.

a.Mag de burgemeester bij die besprekingen betrokken zijn?

Antwoord: Ja. In de voorgestelde bestemmingswijziging worden beslissingen voorgelegd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek zijn flat. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als deze burgemeester mee doet aan de bespreking in de staf.

b.Mag de burgemeester deelnemen aan de besluitvorming in het college?

Antwoord: Ja, dat mag hij. Er vindt a priori geen verstrengeling van belangen plaats, dus hij kan deelnemen aan de besluitvorming in het college.

Variant 2: De raad doet voorstellen om precies in het gedeelte waar de flat waar de burgemeester staat, huizen te slopen. De flat van de burgemeester zal in dat geval ook gesloopt worden. Mag de burgemeester meestemmen over dit voorstel?

Antwoord: Nee, dat mag hij op grond van art 1.3 van de gedragscode niet. De aanpassingen betreffen zijn huis, waarmee hij een direct belang heeft bij het behandelen van deze bestemmingswijziging. Als hij het dossier blijft behandelen, is hij in overtreding met artikel 1.3 van de code.

Let op: wanneer het een politiek gevoelig dossier betreft, kan het zijn dat de burgemeester beslist dat hij al in een eerder stadium niet betrokken wil zijn bij het dossier om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

2 Regels rondom (de schijn van) corruptie

Artikel 2

De burgemeester mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.

Toelichting: Het bovenstaande artikel geeft een definitie van corruptie voor burgemeesters. Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van een politicus. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen zijn regels opgenomen om de politicus te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen.

Artikel 2.1

De burgemeester moet actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegengaan.

Aannemen van geschenken.

Toelichting: Geschenken zijn een potentiële sluiproute naar corruptie. Ze kunnen gebruikt worden om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze wekken in ieder geval de schijn. De hieronder staande regels zijn geformuleerd als een ‘Nee, tenzij’ regel; een bestuurder neemt dus geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn hiervan om af te wijken. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de gemeentesecretaris, die vervolgens bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn.

Artikel 2.2

De burgemeester neemt geen geschenken aan die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij:

  • a.

    het weigeren, teruggeven of terugsturen de gever ernstig zou kwetsen of bijzonder in verlegenheid zou brengen;

  • b.

    het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;

  • c.

    het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) waarbij de schijn van corruptie minimaal is.

Artikel 2.3

Als geschenken om een van de in artikel 2.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de wethouder, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris tenzij het gaat om het genoemde onder 2.2c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd dan wel worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.

Aannemen van faciliteiten en diensten

Toelichting: Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan een afhankelijkheid creëren, of een dankbaarheid, die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een bestuurder gecorrumpeerd raken. Het wekt in ieder geval de schijn van corruptie op.

Artikel 2.5

De burgemeester accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij:

  • a.

    het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en

  • b.

    tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is.

Artikel 2.6

De burgemeester gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.

Aannemen van lunches, diners en recepties

Toelichting: De verplichting actief het ontstaan van de schijn tegen te gaan, betekent dat het lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van art. 2.6 van toepassing zijn. Er is apart budget gereserveerd voor de burgemeester om deel te nemen aan lunches, diners, recepties en werkbezoeken die voor het bestuurswerk noodzakelijk zijn.

Artikel 2.7

De burgemeester accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, alleen als

  • a.

    dat behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk,

  • b.

    de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de gewenstheid van de aanwezigheid)

  • c.

    tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is.

Accepteren van reizen, verblijven en werkbezoeken en andere uitnodigingen

Toelichting: Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor het reizen op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter alle schijn te vermijden en hiervoor het eerder genoemde budget aan te wenden.

Artikel 2.8

De burgemeester accepteert werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen betaald worden alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken in het college. De invitatie mag alleen geaccepteerd worden als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van corruptie minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd verslag gedaan aan het college. Bij buitenlandse werkbezoeken wordt schriftelijk verslag gedaan aan het college, met afschrift naar de raad.

Vingeroefeningen

Oefening 2: Raadsleden en Collegeleden krijgen van Pathé bioscoop Zaandam een Pathé Unlimited Gold Card, geldig voor de huidige bestuursperiode, aangeboden. Mag deze kaart geaccepteerd worden?

Antwoord: Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politici van Zaanstad.

Variant 1: Alleen de wethouder Kunst en Cultuur krijgt de kaart aangeboden. Het is voor het bestuurswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij de grootste bioscoop uit de regio. Mag deze kaart geaccepteerd worden?

Antwoord: Nee, het aannemen van de kaart, is ook nu een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Het is 'om te weten hoe het reilt en zeilt' bij Pathé voor deze wethouder niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op.

De wethouder kan zich in dit geval op een andere manier op de hoogte stellen omtrent specifiek Pathé bioscoop Zaandam of de bioscoopbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd conform artikel 2.2.

Vraag: En als alleen de burgemeester de kaart krijgt aangenomen?

Antwoord: nee, ook dan geldt dat de kaart niet aangenomen kan worden. Zie het antwoord bij variant 1.

Variant 2: Een ambtenaar van de afdeling Communicatie heeft van Pathé Zaanstad 20 vrijkaartjes gekregen om een internationaal filmfestival bij te wonen dat door hen wordt georganiseerd. De gemeente Zaanstad heeft het festival gesubsidieerd. De mail die aan alle politici wordt gestuurd, eindigt met ‘Wie wil? 1 kaartje per persoon’.

a.Mag de burgemeester dit kaartje accepteren?

Antwoord: Nee, dat zou in overtreding zijn met artikel 2.2. Het kaartje is een geschenk.

b.Is dit dan geen uitnodiging voor relaties?

Antwoord: Nee, dit is geen formele uitnodiging. De redenatie om wel te accepteren zou kunnen zijn dat de gemeente financieel heeft bijgedragen aan dit festival en dat dit kaartje dus gezien kan worden als een uitnodiging van Pathé aan zijn relaties. Maar kijkend naar artikel 2.7 moet geconcludeerd worden dat een mail van een ambtenaar van de afdeling Communicatie met de afsluiting ‘Wie wil? 1 kaartje per persoon’ niet gezien kan worden als een gerichte uitnodiging van bioscoop Pathé aan haar relaties, noch van een uitnodiging van het college van B&W aan de politici. Daarbij is onvoldoende duidelijk of het ingaan op deze ‘uitnodiging’ functioneel is: heeft de burgemeester een formele rol te vervullen op het festival, opent hij het festival, overhandigt hij een boek, oorkonde, lintje?

c.Had de ambtenaar deze kaartjes mogen aannemen?

Antwoord: Nee. Het organiseren van de gemeentelijke betrokkenheid bij dit filmfestival behoort tot de normale werkzaamheden van de ambtenaren. De extra beloning in de vorm van vrijkaartjes had dus geweigerd moeten worden.

Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie wordt opgeroepen.

Verschillende argumenten worden door politici gebruikt om giften aan te nemen en in te gaan op uitnodigen. 'Het is voor het bestuurswerk of het raadswerk noodzakelijk of zeer informatief' en 'het is nodig om de relatie goed te houden' zijn de meest gehoorde. Toch blijken deze redenaties in de praktijk vrijwel nooit te kloppen, omdat er altijd andere manieren ter beschikking staan tot de raadsleden die minder de schijn van corruptie opwekken.

In de morele afweging worden deze argumenten vrijwel altijd ontmaskerd als een smoes om een 'leuk extraatje' te ontvangen.

Oefening 3: De burgemeester heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop krijgt hij een bos bloemen. Mag hij die aannemen?

Antwoord: Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt.

Let op: Oefening 3 komt regelmatig voor. Politici staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, presse papiers, koffiemokken en andere typen geschenken uit de categorie 'bagatelgiften'. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel het devies) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.

Oefening 4: Het college krijgt van het 'goede doelen programma' van Siemens, met veel korting een videoconferencing-systeem aangeboden. Met dit systeem kunnen collegeleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een beraadslaging. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen?

Antwoord: Nee, het aannemen van het systeem, is een overtreding van artikel 2.5 van de gedragscode. Artikel 2.5.a. is niet van toepassing; er is budget om het college te faciliteren. Mocht het noodzakelijk zijn een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen betaald worden.

Oefening 5: Het college krijgt van de directie van IKEA een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met Zaanse ondernemers. Mag het college de uitnodiging accepteren?

Antwoord: Ja, de collegeleden mogen in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk voor het bestuurswerk dat collegeleden geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden . Dergelijke uitnodigingen bieden collegeleden de mogelijkheid geïnformeerd te worden.

Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van het werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de code op. Aan de mate van luxe die nog geaccepteerd kan worden, zitten uiteraard grenzen. Alvorens op een dergelijk verzoek in te gaan, is het verstandig dat het college zich hiervan rekenschap geeft.

Oefening 6: Het college van B&W nodigt zijn relaties uit voor het bijwonen van de finish van de Dam tot Damloop. Daartoe zal hij zijn gasten ontvangen in het VIP-businessdorp waar hij een eigen tent heeft. is dit in overtreding met artikel 2.1 van de gedragscode?

Antwoord: Nee, dit is niet in overtreding met artikel 2.1. van de gedragscode. Het is voor de burgers van Zaanstad noodzakelijk dat het college van B&W zijn netwerk onderhoudt. Het college zal in het kader hiervan dan ook op gezette tijden zelf bijeenkomsten organiseren. Het organiseren van bijeenkomsten ter representatie van de stad is geen handeling die de (schijn van) corruptie oproept, in tegenstelling tot het accepteren van een uitnodiging. In ogenschouw dient genomen te worden dat de kosten daarvan (moreel) te verantwoorden zijn en dat tijdens het netwerken zelf geen valse verwachtingen of onrechtmatige beloftes worden gedaan.

3 Regels rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen

Toelichting: De burgemeester krijgt voor zijn bestuurswerk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente.

Hij beschikt veelal over voorzieningen als werkkamer, computer met toebehoren, laptop, tablet, (mobiele) telefoon, fax en dergelijke die primair voor het bestuurswerk ter beschikking zijn gesteld. Ook heeft de burgemeester de beschikking over een dienstauto met chauffeur. Het gebruik van faciliteiten voor privé doeleinden is binnen vastgestelde kaders mogelijk. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de financiële middelen worden ingezet voor privé doeleinden, voor werk elders, of voor de partij. Gebeurt dat toch dan is er sprake van fraude.

Artikel 3

De burgemeester houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen (zie bijlage 5).

Artikel 3.1

De burgemeester houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals werkkamer, computerapparatuur met toebehoren, laptop, tablet, (mobiele) telefoon, fax en dergelijke en voor het gebruik van de dienstauto met chauffeur.

Artikel 3.2

De burgemeester houdt zich aan de regelgeving en het beleid dat is vastgesteld met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties (zie bijlage 5).

Vingeroefeningen

Oefening 7: De burgemeester heeft een nevenfunctie als lid van een universitaire adviesraad voor technologieontwikkeling. De vergaderingen van deze adviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag de burgemeester een auto met chauffeur gebruiken om naar de vergadering van zijn nevenactiviteit te gaan?

Antwoord: Nee, een auto met chauffeur staan de burgemeester ter beschikking voor zijn werkzaamheden als wethouder. Het inzetten van de auto met chauffeur voor zijn nevenwerkzaamheden is in strijd met artikel 3.1. van de code. Ook eventueel gemaakte taxikosten ten behoeve van zijn nevenactiviteit mag de burgemeester niet declareren. De burgemeester kan dus het beste gebruik maken van zijn eigen auto of het openbaar vervoer om naar de vergadering van adviesraad voor technologieontwikkeling.

De redenatie dat hij gevraagd is voor de adviesraad omdat dat hij burgemeester is (dus relatie heeft met zijn functie) en hij daarom gebruik kan maken van de dienstauto met de chauffeur, is niet houdbaar. Het lidmaatschap is gekoppeld aan de persoon niet aan de functie van burgemeester van de gemeente Zaanstad. Als deze persoon geen burgemeester meer is, vervalt niet automatisch zijn lidmaatschap van de adviesraad. Het betreft hier dus een echte nevenfunctie waar de gemeentemiddelen niet voor ingezet kunnen worden. Overigens betekent dit ook dat de burgemeester eventuele financiële vergoeding mag accepteren en houden.

4 Regels rondom informatie

Toelichting: Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dat bij elkaar opgeteld schept de verplichting voor ambtenarenapparaat, college en raad om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd.

Dat neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers, of schade aan collectieve belangen.

Het college dient zeer prudent om te gaan met het geheim verklaren van stukken. En de raad moet hier op toezien.

Een ander punt rond informatie is het informatierecht van de raad. Het college verstrekt de raad alle inlichtingen die hij nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad is dus genoemd: het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van de taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is. Daar moeten politici samen uitkomen. Ook rond het vragen van informatie speelt het risico op belangenverstrengeling of corruptie.

Artikel 4

De burgemeester verstrekt alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De burgemeester kan geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.

Artikel 4.1

De burgemeester betracht maximale openheid als het gaat om beleid en beslissingen en om de beweegredenen daarvoor. Hij handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet openbaarheid van bestuur.

Artikel 4.2

De burgemeester die de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime of vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht.

Artikel 4.3

De burgemeester maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

Artikel 4.4

De burgemeester maakt brieven niet openbaar en stuurt e-mails niet door zonder

instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij hier eerst naar.

Vingeroefeningen

Oefening 8: De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren en de raad heeft dit bekrachtigd. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. De burgemeester is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. 'Alles ligt toch al op straat'. Mag hij ingaan op het verzoek van een journalist om met hem over het dossier te spreken?

Antwoord: Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het wetboek van strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 4.2 van de gedragscode. Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college), of het orgaan dat de geheimhouding heeft bekrachtigd (de raad) kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht wat zelfs strafbaar kan zijn.

Oefening 9: (Twitterbericht) '@toneelgroepdeblauwemaandag. Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk'

Antwoord: Niet doen. In een besloten vergadering worden zaken vertrouwelijk besproken. Een twitterbericht als dit is dus een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode.

Oefening 10: Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. De burgemeester schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij dit waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van de burgemeester wil graag wonen in dat gebied. Mag hij zijn zus waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven?

Antwoord: Nee, het waarschuwen van zijn zus is in overtreding met artikel 4.3. Deze inschatting kan alleen gemaakt worden door een persoon die veel voorkennis heeft. De burgemeester heeft beschikking over informatie die andere burgers niet hebben wat hem een informatievoorsprong geeft. Dit aanwenden ten bate van zijn zus is dus in overtreding met artikel 4.3 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen.

5 Regels rondom de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens de vergaderingen

Toelichting: Elk raadslid, elke wethouder en elke burgemeester is een medemens, medeburger en mede politicus en verdient op basis hiervan respect. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop de raad en het college met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.

Artikel 5

Politici gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om.

Artikel 5.1

  • a.

    Politici bejegenen elkaar correct in woord, gebaar en geschrift.

  • b.

    Politici bejegenen de griffie en andere ambtenaren correct in woord, gebaar en geschrift.

Artikel 5.2

Politici houdt zich tijdens de college- en raadsvergadering aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op (zie bijlage 6).

Artikel 5.3

Politici onthouden zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief elektronische berichten, van persoonlijke aanvallen op individuele ambtenaren in raads- en collegevergaderingen en in het openbaar.

Vingeroefeningen

Oefening 11: Op de Nieuwjaarsborrel zijn de burgemeester en een wethouder met elkaar in gesprek. Het gesprek wordt allengs een discussie. De discussie loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een goed moment horen de andere aanwezigen de burgemeester tegen de wethouder schreeuwen: ‘Dat dossier is een puinhoop niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste wethouder die Zaanstad ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’. Is dit aanvaardbaar gedrag?

Antwoord: Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 5.1.a. Een wethouder diskwalificeren op deze manier in het openbaar, is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat de burgemeester zegt, is hierbij mede van belang.

6 Regels rondom de naleving van de gedragscode

Toelichting: Naast het vaststellen van een gedragscode met daarin heldere gedragsregels is het van groot belang dat er op wordt toegezien dat de gedragscode ook daadwerkelijk wordt nageleefd. In de gedragscode zijn immers de regels opgenomen voor politici die zijn gebaseerd op de wet. Ze leggen de voorwaarden vast waaraan het handelen van politici minimaal moet voldoen. Als politici zich niet aan deze regels houden, komen zij daarmee als het ware onder het morele minimum dat zij met elkaar hebben afgesproken.

Het toezien op de naleving van de gedragscode is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor de voorzitters van college en raad, voor het presidium, voor de fractievoorzitters, voor een eventuele specifieke commissie van de raad, voor de gemeentesecretaris en de griffier, voor de besturen van partijen en afdelingen.

Artikel 6

De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen: de raad, het college en de burgemeester.

Toelichting:

Het toezicht op de naleving van de verschillende gedragscodes betreft een gedeelde verantwoordelijkheid. In de gedragscodes van raadsleden, wethouders en burgemeester, wordt ieders taak hierbij apart genoemd. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek.

Artikel 6.1

De raad ziet erop toe dat de gedragscodes worden nageleefd.

Artikel 6.2

De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de eigen gedragscode van de raad naleven. De griffier ondersteunt de raad hierbij.

Artikel 6.3

Het college ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de gedragscode van de wethouders naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij.

Artikel 6.4

De burgemeester ziet er in het bijzonder op toe dat hij de gedragscode van de burgemeester naleeft. De gemeentesecretaris en de griffier ondersteunen de burgemeester hierbij.

Artikel 6.5

De raad, het college en de burgemeester leggen jaarlijks een gezamenlijke verklaring af over het functioneren van de drie gedragscodes. De griffier en de gemeentesecretaris ondersteunen hen hierbij.

Toelichting:

Er zijn verschillende fasen te onderscheiden die spelen bij het toezien op de naleving van de code, te weten:

  • ·

    het bespreken van lastige integriteitkwesties;

  • ·

    het signaleren van vermoedens van schendingen van de code;

  • ·

    het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de code;

  • ·

    het eventueel sanctioneren van schendingen van de code.

In iedere fase is het van belang om ‘onpartijdig’, ‘terughoudend met publiciteit’ en ‘zorgvuldig’ te zijn. Alleen dan kan een rechtvaardige manier van handhaven van de gedragscode worden gegarandeerd.

Het bespreken van lastige integriteitkwesties

Artikel 6.6

Als de burgemeester twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de code zou kunnen zijn, wint hij hierover advies inbij de gemeentesecretaris.

Het signaleren van vermoedens van schendingen van de code

Artikel 6.7

Als de burgemeester vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een raadslid of een wethouder, dan rust op hem de verplichting hier nader vooronderzoek naar te verrichten.

Het onderzoeken van vermoedens van schendingen van de code

Artikel 6.8

In het geval er een concreet vermoeden is dat een wethouder, raadslid of de burgemeester een regel van de gedragscode heeft overtreden, kan er opdracht gegeven worden een onderzoek hiernaar te verrichten.

Toelichting:

Als is komen vast te staan dat een politicus een regel van de gedragscode heeft overtreden dan kan dit tot een sanctie leiden. Deze sanctie dient proportioneel te zijn.

Bij het bepalen van de sanctie spelen de aard van de schending en de context waarbinnen de schending heeft plaatsgevonden, een belangrijke rol.

Niet alle schendingen zijn even zwaar en moeten of kunnen op dezelfde manier worden gesanctioneerd.

Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming raken, zoals belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rondom het gebruik van informatie, raken aan de kerntaak van politici en zijn om die reden het ernstigst. Hier zijn de gevolgen voor burgers en het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur het meest in het geding. Bij dergelijke schendingen passen in de regel dan ook de zwaarste sancties. Een te lichte sanctie die volgt op een ernstige schending kweekt onbegrip en tast de geloofwaardigheid aan; hetzelfde geldt voor een te zware sanctie op een lichte schending.

Van belang is vervolgens om zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart te brengen. Was er sprake van opzet? Van naïviteit? Is de politicus onder druk gezet van zijn partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker de regel is die is overtreden, hoe minder snel er een verzachtende omstandigheid zal worden aangenomen.

Er zijn verschillende ‘sancties’ die aan de orde kunnen zijn voor gekozen dan wel benoemde politici.

  • ·

    aanspreken

  • ·

    publiek excuus

  • ·

    afkeuring door partijen

  • ·

    motie van treurnis

  • ·

    motie van wantrouwen

  • ·

    schorsing en ontslag bestuurder

  • ·

    raadslidmaatschap houdt op te bestaan of wordt vervallen verklaard (artikel X8 Kieswet, zie gedragscode voor de gemeenteraad van Zaanstad)

  • ·

    uit de fractie verwijderen door de eigen partij

  • ·

    royement van het lidmaatschap van de eigen partij

  • ·

    strafrechtelijke vervolging

  • ·

    negatieve media-aandacht

De wet biedt de mogelijkheid tot het toepassen van verschillende formele sancties (zie bijlage 3). Sommige overtredingen van de gedragscode leveren daarnaast ook een strafbaar feit op waarvan aangifte kan of moet worden gedaan en die kunnen leiden tot strafrechtelijke vervolging.

Het sanctioneren van schendingen van de code

Artikel 6.9

Als is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van een regel van de gedragscode dan kan dit leiden tot een sanctie.

Bijlage 1 Specifiek uitgesloten combinaties van functies

Burgemeester (Gemeentewet artikel 68)

  • 1.

    De burgemeester is niet tevens:

    • a.

      minister;

    • b.

      staatssecretaris;

    • c.

      lid van de Raad van State;

    • d.

      lid van de Algemene Rekenkamer;

    • e.

      Nationale ombudsman;

    • f.

      substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

    • g.

      commissaris van de Koning;

    • h.

      gedeputeerde;

    • i.

      secretaris van de provincie;

    • j.

      griffier van de provincie;

    • k.

      lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij burgemeester is, is gelegen;

    • l.

      lid van een raad;

    • m.

      wethouder;

    • n.

      lid van de rekenkamer;

    • o.

      ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;

    • p.

      lid van een deelraad;

    • q.

      lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente;

    • r.

      ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt;

    • s.

      ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente;

    • t.

      functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder r, kan een burgemeester tevens ambtenaar van de burgerlijke stand zijn.

Bijlage 2 Specifiek verboden overeenkomsten/handelingen

Burgemeester (Gemeentewet artikel 69)

  • 1.

    Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester met dien verstande dat de ontheffing, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, wordt verleend door de commissaris van de Koning.

  • 2.

    De raad stelt voor de burgemeester een gedragscode vast.

Ergo: Artikel 15, eerste en tweede lid, vertaald naar de situatie van de burgemeester:

  • 1.

    De burgemeester’ mag niet:

    • a.

      als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

    • b.

      als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

    • c.

      als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:

      • 1e.

        overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

      • 2e.

        overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;

    • d.

      rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

      • 1e.

        het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;

      • 2e.

        het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;

      • 3e.

        het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;

      • 4e.

        het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;

      • 5e.

        het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;

      • 6e.

        het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

      • 7e.

        het onderhands huren of pachten van de gemeente.

  • 2.

    Van het eerste lid, aanhef en onder d, kan ‘de commissaris van de Koning’ ontheffing verlenen.

Bijlage 3 Enkele specifieke formele sancties

Kieswet, artikel X1

  • 1.

    Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn.

  • 2.

    De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.

  • 3.

    Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het overlijden van een lid een plaats in het vertegenwoordigend orgaan is opengevallen.

Gemeentewet, artikel 61b

  • 1.

    De burgemeester kan te allen tijde bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister worden ontslagen.

  • 2.

    Indien sprake is van een verstoorde verhouding tussen de burgemeester en de raad, kan de raad, door tussenkomst van de commissaris van de Koning, een aanbeveling tot ontslag zenden aan Onze Minister.

  • 3.

    Voordat de raad verklaart dat van een verstoorde verhouding tussen de burgemeester en de raad sprake is, overlegt hij met de commissaris over de aanleiding tot die verklaring.

  • 4.

    Een aanbeveling vormt geen onderwerp van beraadslagingen en wordt niet vastgesteld dan nadat de raad tenminste twee weken en ten hoogste drie maanden tevoren heeft verklaard, dat tussen de burgemeester en de raad sprake is van een verstoorde verhouding.

  • 5.

    De oproeping tot de vergadering waarin over de aanbeveling wordt beraadslaagd of besloten, wordt tenminste achtenveertig uur voor de aanvang of zoveel eerder als de raad heeft bepaald, bij de leden van de raad bezorgd. Zij vermeldt het voorstel tot de aanbeveling.

  • 6.

    De commissaris brengt advies uit aan Onze Minister over de aanbeveling.

  • 7.

    Onze Minister wijkt in zijn voordracht slechts af van de aanbeveling op gronden ontleend aan het advies van de commissaris dan wel op andere zwaarwegende gronden.

Gemeentewet, artikel 62

  • 1.

    De burgemeester kan bij koninklijk besluit worden geschorst.

  • 2.

    Onze Minister kan, in afwachting van een besluit omtrent schorsing, bepalen dat de burgemeester zijn functie niet uitoefent.

  • 3.

    Een besluit als bedoeld in het tweede lid vervalt, indien niet binnen een maand een besluit omtrent de schorsing is genomen.

Bijlage 4 Verwijzingen naar de Wet per gedragscode artikel

Over zuiverheid van besluitvorming

Inleiding

  • -

    Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

Over belangenverstrengeling

Artikel 1.4 (verboden combinaties van functies)

  • -

    Gemeentewet artikel 68 (zie bijlage 1)

Artikel 1.5 (verboden overeenkomsten/handelingen)

  • -

    Gemeentewet artikel 69 (zie bijlage 2)

Artikel 1.6 (over nevenfuncties)

  • -

    Gemeentewet artikel 67

Artikel 1.8 (over financiële belangen)

  • -

    Basisnorm 14, Modelaanpak basisnormen integriteit openbaar bestuur en politie

Over corruptie

Artikel 2 (tekst van de eed)

  • -

    Gemeentewet artikel 65

Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen

Artikel 3, 3.1 en 3.2

  • -

    zie ook Bijlage 5

  • -

    Burgemeester, wethouders: ‘De rechtspositie van gemeentelijke ambtsdragers, burgemeesters en wethouders’, editie 2010, SdU uitgevers 2010, Gerard J.J.J. Heetman

Over informatie

Artikel 4 (informatieverstrekking door bestuur)

  • -

    Gemeentewet artikel 169

  • -

    Gemeentewet artikel 180

Artikel 4.2 (geheimhouding)

  • -

    Algemene wet bestuursrecht artikel 2:5

    • 1.

      Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

    • 2.

      Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen.

  • -

    Gemeentewet artikel 25, 55, 86

  • -

    Wetboek van Strafrecht artikel 272

Over respectvolle omgang met elkaar

Artikel 5.2 (gedrag tijdens de college- en de raadsvergadering)

  • -

    Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het college van burgemeester en wethouders (zie bijlage 6a)

  • -

    Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en het Zaanstad Beraad van de gemeente Zaanstad (zie bijlage 6b)

Over de vaststelling van de gedragscode

Artikel 6 (vaststellen voor een gedragscode voor de raad, de wethouders en de burgemeester)

  • -

    Raad: Gemeentewet artikel 15, lid 3

  • -

    Wethouders: Gemeentewet artikel 41 C, lid 2

  • -

    Burgemeester: Gemeentewet artikel 69, lid 2

Artikel 6.1, 6.2 (naleving van de code)

  • -

    Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

Artikel 6.5 (melden)

  • -

    Wetboek van strafvordering artikel 162

Artikel 6.7 (sanctioneren)

  • -

    Kieswet artikel X1

  • -

    Gemeentewet artikel 61b

  • -

    Gemeentewet artikel 62

Schending van de gedragscode kan een strafbaar feit opleveren (bijvoorbeeld het schenden van de geheimhoudingsplicht; artikel 272 Wetboek van strafrecht). Als de schending een misdrijf is, geldt een aangifteplicht (artikel 162 Wvs).

Bijlage 5 Regels omtrent gebruik van gemeentelijke voorzieningen, vergoedingen en declaraties

De regels omtrent het gebruik van gemeentelijke voorzieningen, vergoedingen en declaraties zijn vastgelegd in:

centraal:

  • -

    Rechtspositiebesluit burgemeesters

  • -

    Regeling rechtspositie burgemeesters

decentraal:

  • -

    Verordening Rechtspositie Wethouders

  • -

    Richtlijnen werkbezoeken aan het buitenland door het college van de gemeente Zaanstad

Bijlage 6 Reglement van orde

  • A.

    College

    Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het college van burgemeester en wethouders, gepubliceerd op:

    • -

      decentrale.regelgeving.overheid.nl

  • B.

    Raad

    Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en het Zaanstad Beraad van de gemeente Zaanstad, gepubliceerd op:

    • -

      decentrale.regelgeving.overheid.nl

    • -

      Zaanstad.nl. gemeenteraad, informatie over vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad.


Noot
1

Deze code is een vertaling van de wetgeving en regelgeving zoals deze zijn geformuleerd d.d. 29 augustus 2013 (zie bijlagen). Wijzigingen in onderliggende wet- en regelgeving kunnen dus gevolgen hebben voor de gedragscode. Wetgeving is altijd leidend.

Noot
2

Agressie of geweld van burgers tegen politici kunnen de besluitvorming beïnvloeden. Een politicus mag zich ook door agressie en geweld niet laten beïnvloeden. In voorkomende gevallen wordt aangeraden contact op te nemen met de griffier of de gemeentesecretaris.