Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Coördinatieverordening gemeente Zaanstad 2019
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Coördinatieverordening gemeente Zaanstad 2019

De raad van de gemeente Zaanstad

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 december 2018, met het onderwerp Coördinatieverordening gemeente Zaanstad 2019;

overwegende dat

  • 1.

    Het op grond van ‘Samen verder met Zaans Mozaïek- Actualisatie Woonvisie 2015’ en de daarbij horende uitvoeringsagenda’s zo snel mogelijk realiseren van voldoende en kwalitatief goede woningen tot de pijlers van het gemeentelijk beleid behoort;

  • 2.

    het noodzakelijk is om de woningbouwproductie te versnellen om te voldoen aan de vraag naar nieuwe woningen;

  • 3.

    initiatiefnemers zo goed mogelijk bij de uitvoering van hun plannen gefaciliteerd moeten worden door een versnelling van het vergunningenproces te bewerkstelligen;

  • 4.

    het mogelijk is besluiten die samenhangen met de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen die bijdragen aan de gewenste woningbouwversnelling te coördineren om zodoende een kortere proceduretijd te bewerkstelligen;

  • 5.

    belanghebbenden baat hebben bij gecoördineerde ruimtelijke besluiten omdat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van meet af aan tot in detail bekend is en gecoördineerde besluiten niet leiden tot vermindering van rechtsbescherming;

  • 6.

    de raad bevoegd is om per ruimtelijk project vooraf te besluiten tot coördinatie;

  • 7.

    de raad ook bevoegd is om de coördinatie van ruimtelijke projecten bij verordening te regelen;

  • 8.

    het uit een oogpunt van efficiëntie wenselijk is om een coördinatieverordening vast te stellen;

  • 9.

    gelet op het bepaalde in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening en in de artikelen 108, lid 1, en 147, lid 1, van de Gemeentewet;

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende Coördinatieverordening gemeente Zaanstad 2019

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

De verordening verstaat onder:

  • a.

    besluit: besluit als bedoeld in artikel 3.30 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening;

  • b.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad;

  • c.

    coördineren: het gelijktijdig en in samenhang voorbereiden van besluiten in één gezamenlijke procedure volgens de coördinatieregeling van afdeling 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening;

  • d.

    bouwen: bouwen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • e.

    omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • f.

    projectafwijkingsbesluit: een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken;

  • g.

    bestemmingsplan: een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening;

  • h.

    uitwerkingsplan: een uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening;

  • i.

    wijzigingsplan: een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening;

  • j.

    structuurvisie: een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening;

  • k.

    aanvrager: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend.

Artikel 2 Reikwijdte van de coördinatieverordening

Deze coördinatieverordening, gebaseerd op artikel 3.30 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening, is alleen van toepassing op het coördineren van de voorbereiding van een besluit om een bestemmingsplan, een uitwerkingsplan, een wijzigingsplan, een structuurvisie of een projectafwijkingsbesluit vast te stellen c.q. te verlenen, in samenhang met een besluit omtrent de verlening van een enkelvoudige of meervoudige vergunning in de zin van de artikelen 2.1 en 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en overige besluiten die verband houden met het bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan, waaronder in ieder geval begrepen besluiten op grond van de Wet geluidhinder, een en ander in ieder geval – maar niet uitsluitend- ter bevordering van woningbouwversnelling zoals bedoeld in de overwegingen bij deze verordening.

Artikel 3 Gevallen waarin besluiten worden gecoördineerd

In de volgende gevallen en onder de volgende voorwaarden kan het college ambtshalve of op aanvraag besluiten gecoördineerd voorbereiden:

  • a.

    besluiten over een bestemmingsplan, uitwerkingsplan, wijzigingsplan of projectafwijkingsbesluit en over een omgevingsvergunning waarbij genoemde besluiten in ieder geval deel uitmaken van de te coördineren besluiten, en/of;

  • b.

    een ander besluit, dat bij de coördinatie wordt betrokken en dat verband houdt met het bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan als bedoeld onder a, en;

  • c.

    door of namens het college is vastgesteld dat het besluit als bedoeld onder b gecoördineerd kan worden voorbereid, en

  • d.

    door of namens het college is vastgesteld dat zich geen belemmeringen voordoen die coördinatie in de weg staan, en

  • e.

    de aanvrager zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de gecoördineerde voorbereiding en met de gevolgen die die voor de aanvrager heeft.

Artikel 4 Gevallen waarin geen coördinatie op grond van deze verordening plaatsvindt

In de volgende gevallen is een gecoördineerde voorbereiding op grond van deze verordening niet mogelijk:

  • a.

    indien op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan moet worden opgesteld en er geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 6.12, tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening;

  • b.

    indien uit onderzoek blijkt dat een besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1 schade kan veroorzaken als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en de aanvrager is niet bereid is deze schade voor zijn rekening te nemen;

Artikel 5 Procedureregeling

  • 1.

    Alvorens wordt besloten om besluiten gecoördineerd voor te bereiden als bedoeld in artikel 3, maakt het college afspraken met de aanvrager over:

    • a.

      de wijze waarop participatie met de omgeving waar het project waarover besluiten als bedoeld in artikel 2 worden genomen, plaatsvindt;

    • b.

      de informatievoorziening door de aanvrager aan belanghebbenden in de nabije omgeving;

    • c.

      de in te dienen stukken;

    • d.

      welke besluiten gecoördineerd worden voorbereid.

  • 2.

    De stukken die benodigd zijn voor de besluiten worden zoveel mogelijk gelijktijdig bij het college ingediend, met dien verstande dat de laatste aanvraag niet later wordt ingediend dan zes weken na ontvangst van de eerste aanvraag.

  • 3.

    Indien een aanvraag niet volledig is, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de ontbrekende stukken binnen zes weken dan wel binnen een nader te bepalen redelijke termijn in te dienen.

  • 4.

    Op de voorbereiding van besluiten als bedoeld in deze verordening zijn artikelen 3:24, derde en vierde lid, en 3:26 en 3:27 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

  • 5.

    Onverminderd artikel 3:24, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het nemen van de besluiten aan met ingang van de dag waarop de laatste volledige aanvraag door het college is ontvangen.

Artikel 6 Onvolledige aanvragen

  • 1.

    Als een termijn wordt gesteld voor het aanvullen van een aanvraag, als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid Algemene wet bestuursrecht, worden alle beslissingen op de te coördineren aanvragen opgeschort tot het moment waarop de aanvullende gegevens zijn verstrekt.

  • 2.

    Als een aanvraag om een besluit waarop het verzoek tot coördinatie betrekking heeft buiten behandeling wordt gelaten met toepassing van artikel 4:5, vierde lid Algemene wet bestuursrecht kan het college ook ten aanzien van andere samenhangende besluiten afzien van de gecoördineerde behandeling.

Artikel 7 Verzoek tot beëindiging

  • 1.

    De aanvrager kan bij het college een verzoek indienen om geheel of gedeeltelijk van een verdere gecoördineerde behandeling van besluiten als bedoeld in artikel 3 af te zien.

  • 2.

    Het college beslist binnen vier weken op het onder a. bedoelde verzoek.

  • 3.

    Indien het college beslist dat behandeling van een besluit buiten de gecoördineerde behandeling mogelijk is, zoals verzocht in het eerste lid, wordt de aanvraag behandeld overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften voor de behandeling van deze aanvraag, met inachtneming van artikel 9.

Artikel 8 Beëindiging door bevoegd gezag

  • 1.

    Het college kan de gecoördineerde voorbereiding van besluiten zoals genoemd in artikel 3 op eigen initiatief geheel of gedeeltelijk beëindigen indien een meer uitgebreide voorbereiding van een besluit is vereist en deze zich verzet tegen de voortgang van de gecoördineerde voorbereiding van de andere besluiten.

  • 2.

    Indien het college beslist dat een bepaald besluit buiten de gecoördineerde voorbereiding wordt gelaten, wordt de desbetreffende aanvraag van dit besluit behandeld overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften voor de behandeling van deze aanvraag, met inachtneming van artikel 9.

Artikel 9 Algemene terugvalregeling

Als een aanvraag van een besluit uit de gecoördineerde voorbereiding wordt gehaald, wordt het tijdstip waarop deze aanvraag uit de gecoördineerde behandeling wordt gehaald, geacht het tijdstip te zijn waarop de aanvraag is ingediend. De voor deze aanvraag gebruikelijke wettelijke procedures en termijnen beginnen op dit tijdstip.

Artikel 10 Verslaglegging

Het college brengt jaarlijks verslag uit aan de Gemeenteraad over de projecten welke met toepassing van artikel 3 gecoördineerd zijn voorbereid. Het jaarlijkse verslag bevat in elk geval:

  • a.

    een overzicht en een omschrijving van de projecten welke gecoördineerd zijn voorbereid;

  • b.

    een overzicht van de termijnen waarbinnen de besluitvorming heeft plaatsgevonden.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt de dag na de dag van bekendmaking in werking.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Coördinatieverordening gemeente Zaanstad 2019.

Ondertekening