Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Besluit mandaat, machtiging en volmacht Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) 2017 gemeente Zaanstad
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit mandaat, machtiging en volmacht Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) 2017 gemeente Zaanstad

Besluit mandaat, machtiging en volmacht Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2017 gemeente Zaanstad

Besluit van

het college van burgemeester en wethoudersvan de gemeente Zaanstadinhoudende de verlening van mandaat, machtiging en volmacht aan de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (Besluit mandaat, machtiging en volmacht OD NZKG 2017gemeente Zaanstad).

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad;

Gelet op:

  • -

    afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    titel 3 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek;

  • -

    artikelen 2, 31 en 32 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied;

  • -

    de gemaakte afspraken in de Uitvoeringsovereenkomst (UVO);

Besluiten vast te stellen:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    burgemeester: de burgemeester van de gemeente Zaanstad;

  • b.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad;

  • c.

    regeling: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2016;

  • d.

    uitvoeringsovereenkomst (uvo): de dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 36 van de gemeenschappelijke regeling getroffen door de opdrachtgever en opdrachtnemer;

  • e.

    OD NZKG: het openbaar lichaam Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, bedoeld in artikel 3 van de regeling;

  • f.

    directeur: de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de regeling;

  • g.

    gemeente: de gemeente Zaanstad;

  • h.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders besluiten te nemen;

  • i.

    machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • j.

    volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.

Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging

  • 1.

    Aan de directeur alsmede diens plaatsvervanger wordt voor zover het bevoegdheden van het college betreft, mandaat, machtiging en volmacht verleend overeenkomstig het bij dit besluit behorende register, dat is opgenomen als bijlage II bij dit besluit.

  • 2.

    De bevoegdheden bedoeld in het eerste lid, behelzen niet de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.

    Aan de directeur alsmede diens plaatsvervanger wordt mandaat, machtiging onderscheidenlijk volmacht verleend om namens het college alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden bedoeld in lid 1.

Artikel 3. Kaders uitoefening bevoegdheden

  • 1.

    Indien het college een voor een besluit relevante beleidsregel heeft vastgesteld, verwijst de directeur dan wel diens plaatsvervanger ter motivering van een besluit naar die regel.

  • 2.

    De directeur dan wel diens plaatsvervanger aan wie bij dit besluit mandaat, machtiging en volmacht is verleend past de algemene dan wel specifieke instructies van het college als bedoeld in artikel 10:6 Algemene wet bestuursrecht toe.

  • 3.

    Het college zorgt ervoor dat de directeur dan wel diens plaatsvervanger over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde kan beschikken. Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de directeur dan wel diens plaatsvervanger over uitvoeringsaspecten, indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die namens het college worden uitgevoerd.

  • 4.

    De directeur dan wel diens plaatsvervanger treedt in overleg met het college indien hij het noodzakelijk acht af te wijken van de in de vorengaande leden bedoelde kaders of het bedoelde beleid.

Artikel 4. Informatieplicht

  • 1.

    De directeur dan wel diens plaatsvervanger verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van het bij het besluit verleende mandaat, machtiging en volmacht.

  • 2.

    In voorkomende gevallen informeert de directeur dan wel diens plaatsvervanger het college tijdig over: het nemen van beslissingen van principieel juridische aard, beleidsmatig principiële aard, of politiek- of bestuurlijk-gevoelige aard en tevens bij het nemen van beslissingen met risico’s van financiële aard, zoals een mogelijk kostenverhaal op basis van onrechtmatige daad of anderszins. De directeur alsmede diens plaatsvervanger neemt hierbij de algemene instructie uitoefening mandaat, volmacht en machtiging die als bijlage III is opgenomen bij dit besluit in acht.

  • 3.

    De directeur dan wel diens plaatsvervanger en het college overleggen regelmatig over beleidsdoelstellingen en prioriteiten ten behoeve van de beheer- en beleidscyclus van de OD NZKG, in het bijzonder over de planning, de aantallen en de kwaliteit van de in mandaat te nemen en reeds genomen besluiten.

  • 4.

    De directeur dan wel diens plaatsvervanger verstrekt elk tertaal conform de uitvoeringsovereenkomst een rapportage van de besluiten die in mandaat zijn genomen.

Artikel 5. Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover van toepassing en in verband met de activiteiten waarvoor mandaat wordt verleend, met mandaat gelijkgesteld:

  • a.

    de verlening van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, en

  • b.

    de machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 6. Ondermandaat, ondermachtiging en ondervolmacht

  • 1.

    De directeur dan wel diens plaatsvervanger kan de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, in ondermandaat, ondermachtiging en ondervolmacht opdragen aan ondergeschikten, tenzij dit is uitgesloten in het register.

  • 2.

    De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van bevoegdheden in ondermandaat, ondermachtiging en ondervolmacht.

  • 3.

    De directeur dan wel diens plaatsvervanger zorgt ervoor dat de door hem ondergemandateerden, ondergemachtigden dan wel ondergevolmachtigden tevens kunnen beschikken over de informatie zoals genoemd in artikel 4.

  • 4.

    Een besluit tot verlening van ondermandaat, ondermachtiging en ondervolmacht wordt bekend gemaakt in het publicatieblad van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en treedt in werking op de dag na publicatie.

Artikel 7. Ondertekening

  • 1.

    Indien een besluit krachtens mandaat dan wel ondermandaat wordt genomen als bedoeld in artikel 2, respectievelijk artikel 6 luidt de ondertekening:

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad,

    namens deze,

    gevolgd door:

    • -

      de functieaanduiding

    • -

      de handtekening

    • -

      de naam van de (onder)gemandateerde

  • 2.

    Indien gebruik wordt gemaakt van (onder)machtiging of (onder)volmacht overeenkomstig artikel 5, luidt deondertekening:

    De gemeente Zaanstad,

    namens deze,

    gevolgd door:

    • -

      de functieaanduiding

    • -

      de handtekening

    • -

      de naam van de (onder)gemachtigde/(onder)gevolmachtigde

Artikel 8. Slotbepalingen

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag nadat het overeenkomstig artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is bekendgemaakt.

  • 2.

    Vanaf het moment van inwerkingtreding komt het Mandaatbesluit Omgevingsdienst NZKG 2013 gemeente Zaanstad van 18 december 2012 (Gemeenteblad nr. 1, uitgegeven 4 januari 2013, 2013/1447) te vervallen.

  • 3.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, machtiging en volmacht Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2017 gemeente Zaanstad.

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad op 11 juli 2017

Dr. R.L. Vreeman, waarnemend burgemeester

A.J. van den Berg, gemeentesecretaris

Bijlage I Toelichting behorend bij besluit mandaat, machtiging en volmacht

1.1Inleiding

Voor Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (hierna: Omgevingsdienst NZKG) is een gemeenschappelijke regeling getroffen, genaamd Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst NZKG 2016 hierna: regeling). De regeling is per 1 januari 2016 gewijzigd, waarom het in de rede ligt om ook het mandaat aan te passen met als doel harmonisatie van de mandaten van de opdrachtgevers. Het mandaat dat bij de oprichting van de Omgevingsdienst NZKG is meegegeven is door de verschillende opdrachtgevers verschillend vastgesteld. De verschillen bestaan eruit dat niet elke opdrachtgever mandaat heeft verleend, meerdere opdrachtgevers zijn afgeweken van het meegegeven mandaat en dat er verschillende beperkingen en voorwaarden zijn toegevoegd. Van belang is om nu het mandaat te harmoniseren door alle opdrachtgevers het voorgelegde modelmandaat ongewijzigd te laten vaststellen. De enige verschillen komen voort uit de inbreng van een verschillend takenpakket door de opdrachtgevers.

1.1.1 Mandaat

Onder mandaat wordt in de Algemene wet bestuursrecht verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Met andere woorden de functionaris, dit is de gemandateerde, krijgt de bevoegdheid om een besluit te nemen dat geldt als een besluit van het bestuursorgaan dat het mandaat heeft verleend (mandaatgever). Het door de gemandateerde genomen besluit geldt derhalve als een besluit van het bestuursorgaan en heeft dezelfde juridische consequenties als een door het bestuursorgaan zelf genomen besluit. Er worden evenwel geen publiekrechtelijke bevoegdheden van het bestuursorgaan overgedragen aan de directeur van de Omgevingsdienst NZKG. Het betreft hier een vorm van publiekrechtelijke vertegenwoordiging. Bij de omschrijving van het begrip mandaat wordt uitgegaan van de bevoegdheid tot het nemen van een besluit. Met andere woorden de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden wordt zichtbaar in het nemen van besluiten (zie ondertekening). Mandaat wordt in dit besluit niet verleend aan een persoon, maar aan een functionaris, dus aan degene die een functie bekleedt. De mandaatgever kan de gemandateerde per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. Daarnaast blijft de mandaatgever ook altijd zelf bevoegd om de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen.

1.1.2 Volmacht en machtiging

Aan de directeur alsmede diens plaatsvervanger wordt ook volmacht verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Een voorbeeld van de eerste categorie is het sluiten van een overeenkomst. Voorbeelden van de tweede categorie zijn procesvertegenwoordiging, het vaststellen van brieven zonder rechtsgevolg en het feitelijk toepassen van bestuursdwang. De bepalingen in voorliggend besluit inzake mandaat moeten analoog worden toegepast op volmacht en machtiging. Dit is in lijn met de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht.

1.1.3 Relatie Gemeenschappelijke Regeling

Het besluit mandaat, machtiging en volmacht behelst de taken die in het kader van de regeling worden ingebracht en die zich richten op het in artikel 2 van de regeling genoemde belang. In artikel 31 van de regeling is aangegeven dat geen bevoegdheden worden overgedragen. In artikel 32 van de regeling is aangegeven dat de taken in mandaat worden uitgevoerd en dat de opdrachtgevers zich verplichten dat namens hun bestuur ten minste de bevoegdheden noodzakelijk voor de uitvoering van het basistakenpakket en de VTH-taken voor de BRZO en RIE 4 bedrijven in mandaat worden verleend.

1.1.4 Volledig mandaat

De effectiviteit en slagvaardigheid wordt vergroot wanneer het bestuursorgaan aan de directeur van de Omgevingsdienst NZKG alsmede diens plaatsvervanger de bevoegdheid toekent om namens hen de benodigde besluiten te nemen en handelingen te verrichten. Dit gebeurt op basis van het vertrouwen van de mandaatgever in de gemandateerde. Door vaststelling van het onderhavige besluit mandaat, machtiging en volmacht wordt aan de directeur alsmede diens plaatsvervanger deze bevoegdheid toegekend. Het volledige mandaat geldt ook voor de plustaken. Hierbij wordt aangesloten op het landelijk beleid waarin beoogd is omgevingsdiensten in het leven te roepen als professionele uitvoeringsorganisaties die met een hoge mate van zelfstandigheid moeten kunnen werken.

1.1.5 Model besluit mandaat, machtiging en volmacht

Om de opdrachtgevers te faciliteren, is een modelbesluit opgesteld. Uitgangspunt is volledig mandaat voor alle ingebrachte taken voor alle opdrachtgevers. Dit om zoveel mogelijk uniformiteit te bereiken.

Voor de Omgevingsdienst NZKG is het immers praktisch en efficiënt als de verlening van mandaat, machtiging en volmacht zo uniform mogelijk geschiedt. Een model sluit aan bij de aanbevelingen van staatssecretaris Mansveld in het ‘Rapport evaluatie van het vernieuwde VTH-stelsel waaronder het stelsel van omgevingsdiensten’ van juli 2015.

1.1.6 Inhoud besluit mandaat, machtiging en volmacht

In het besluit mandaat, machtiging en volmacht is bepaald dat de directeur van de Omgevingsdienst NZKG alsmede diens plaatsvervanger bij de aan hem in mandaat, volmacht en machtiging opgedragen bevoegdheden de algemene instructies en de instructies per geval van de gemeente Zaanstad in acht neemt.

De directeur van de Omgevingsdienst NZKG alsmede diens plaatsvervanger maakt geen gebruik van het mandaat indien hij een persoonlijk belang heeft bij het uitoefenen van de bevoegdheid.

1.1.7 Instructie omgaan met mandaat, machtiging en volmacht

Omdat er behoefte was om duidelijkheid te geven over de wijze waarop de Omgevingsdienst NZKG de mandaatgevers in staat stelt hun verantwoordelijkheid voor de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden waar te maken, is er een notitie opgesteld met uitgangspunten over het omgaan met het mandaat in relatie tot bestuurlijke besluitvorming. Deze algemene instructie is als bijlage III bij dit besluit toegevoegd.

1.2 Artikelsgewijze toelichting

1.2.1 Artikel 1 Begripsbepalingen

Artikel 1 van het mandaatbesluit bevat een omschrijving van de belangrijkste begrippen die in het mandaatbesluit worden gebruikt. Mandaatgevend orgaan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad.

1.2.2 Artikel 2 Mandaat, volmacht en machtiging

Artikel 2, eerste lid, verwijst naar het register behorende bij het besluit mandaat, machtiging en volmacht. Hierin staan de concrete bevoegdheden opgenomen. In het tweede lid is bepaald dat van het mandaat is uitgesloten, de bevoegdheid om op bezwaar te besluiten. Deze bevoegdheid blijft bij de opdrachtgever.

Het derde lid gaat over feitelijke handelingen en rechtshandelingen ter voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden zoals genoemd in het eerste en tweede lid.

1.2.3 Artikel 3 Kaders uitoefening bevoegdheden

In artikel 3 zijn de kaders van de uitoefening van de bevoegdheden aangegeven. De Omgevingsdienst NZKG zal haar besluiten, voor zover relevant, motiveren met bestaand beleid. De opdrachtgever zal relevant beleid moeten bekendmaken aan de Omgevingsdienst NZKG. Als er sprake is van algemene en specifieke instructies zal de Omgevingsdienst NZKG deze toepassen. De Omgevingsdienst NZKG treedt, indien nodig, in overleg met de gemeente Zaanstad als afgeweken wordt van het beleid en indien nodig wordt er aandacht aan geschonken in de tertaalrapportages.

1.2.4 Artikel 4 Informatieplicht

De Omgevingsdienst NZKG informeert, gevraagd en ongevraagd, de opdrachtgever over de door haar uitgevoerde taken. Voor de politiek-bestuurlijke gevallen wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde risico- en aandachts (R&A) dossiers. Regelmatig worden deze dossiers besproken met het bestuur. Daarnaast worden de opdrachtgevers geïnformeerd in de tertaalrapportages.

1.2.5 Artikel 5 Volmacht en machtiging

In dit artikel wordt bepaald dat de privaatrechtelijke rechtshandelingen en de handelingen die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, gelijk worden gesteld met mandaat.

1.2.6 Artikel 6 Ondermandaat, ondermachtiging en ondervolmacht

Dit artikel geeft aan dat de directeur van de Omgevingsdienst NZKG bevoegdheden in ondermandaat, ondermachtiging en ondervolmacht kan opdragen aan ondergeschikten. Het is aan de directeur om dit te bepalen, en zo ja aan welke functionarissen. Tevens zijn de artikelen 2, 3 en 4 van toepassing voor ondermandaat, ondermachtiging en ondervolmacht en zal de directeur zorg dragen dat de door hem ondergemandateerden, ondergemachtigden dan wel ondergevolmachtigden over de benodigde informatie zoals genoemd in artikel 4 beschikken. Een besluit tot verlening van ondermandaat, ondermachtiging en ondervolmacht wordt bekend gemaakt in het publicatieblad van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en treedt in werking op de dag na publicatie.

1.2.7 Artikel 7 Ondertekening

In dit artikel is aangegeven hoe de ondertekening luidt bij (onder)mandaat, (onder)machtiging en (onder)volmacht.

1.2.8 Artikel 8 Slotbepalingen

In dit artikel is aangegeven dat het besluit mandaat, machtiging en volmacht in werking treedt na bekendmaking conform het gestelde in de Algemene wet bestuursrecht. Tevens wordt aangegeven dat de eerdere mandaten en de daarop volgende wijzigingsbesluiten komen te vervallen. Tot slot wordt de naamsaanduiding van het besluit aangegeven.

Bijlage II Register behorend bij besluit mandaat, machtiging en volmacht

In dit register staan de taken waarvoor mandaat is verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad aan de directeur van de OD NKZG.

Het gaat daarbij om de taken uit het basistakenpakket zoals genoemd in de Packagedeal en het Besluit omgevingsrecht verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving en daarboven taken in het kader van het SER energieakkoord, milieuregelgeving energiebesparing, gesloten bodemenergiesystemen en het geluidzonebeheer. Tevens voert de OD NZKG ten aanzien van toezicht en handhaving de activiteit brandveilig gebruik op grond van het Bouwbesluit 2012 uit bij deze inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer.

Vergunningverlenende taken uit de Wet bodembescherming en de Algemene Plaatselijke verordening (licht- en geluidontheffingen) worden door Zaanstad uitgevoerd terwijl de OD NZKG het toezicht en handhaving hierop uitvoert. De OD NZKG voert het verweer bij procedures in bezwaar, terwijl Zaanstad het verweer voert in beroep en bij voorlopige voorzieningen.

Afkortingen
Awb Algemene wet bestuursrecht
Blbi Besluit lozen buiten inrichtingen
Bor Besluit omgevingsrecht
EED Europese Energie-Efficiency Richtlijn
IPPC installatie voor industriële activiteiten als bedoeld in bijlage I van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334);
OD NZKG Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
PRTR Pollutant Release and Transfer Register
Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Wet Bibob Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 
Wbb Wet bodembescherming
Who Wet hergebruik van overheidsinformatie
Wkpb Wet kenbaarheid publiekrechtelijke bepalingen onroerende zaken
Wm Wet milieubeheer
Wob Wet openbaarheid van bestuur
Nummer Verleend mandaat Toelichting
1.Algemeen 
1.1 Op grond van artikel 2 van het mandaatbesluit omvatten de bij of krachtens dit mandaatbesluit verleende mandaten, volmachten en machtigingen tevens alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen ter voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden opgenomen in dit mandaatregister Indien voor een taak of bevoegdheid mandaat, volmacht of machtiging is verleend omvat dit - voor zover relevant - onder meer: • behandelen van en voeren van correspondentie/gesprekken van uitvoerende en/of informatieve aard; • het vragen van aanvullende gegevens op grond van artikel 4:5 van de Awb; • de voorbereiding van besluiten met gebruikmaking van Afdeling 3.4 van de Awb (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) of Titel 4.1 van de Awb (reguliere / korte procedure); • het opvragen van informatie bij (overheids)instanties in het kader van de voorbereiding van besluitvorming; • opschorten beslistermijn op grond van paragraaf 4.1.3.1 van de Awb; • Het verlengen van beslistermijnen; • bekendmaking en mededeling van besluiten conform afdeling 3.6 van de Awb; • een aanvraag buiten behandeling laten op grond van artikel 4:5 van de Awb; • vereenvoudigde afdoening op grond van artikel 4:6 van de Awb; • het horen op grond van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb; • het voldoen aan publicatieverplichtingen; • alle overige procedurestappen en -besluiten.
1.2 Door- of terugzenden van stukken als bedoeld in artikel 2:3 van de Awb Als een ander bestuursorgaan bevoegd is, worden de stukken doorgezonden.
1.3 Beslissen inzake het geheel of gedeeltelijk - ambtshalve of op verzoek - intrekken, wijzigen of verlengen van de onder dit mandaatregister vallende besluiten, toestemmingen, ontheffingen of verklaringen Omvat het intrekken, wijzigen of verlengen van een besluit, toestemming, ontheffing of verklaring zoals elders in het mandaatregister is opgenoemd op grond van de geldende regelgeving.
1.4 Voeren van bestuursrechtelijke procedures Omvat het voeren van verweer ter zitting bij de bezwarencommissie. Voor vertegenwoordiging ter zitting kan de directeur medewerkers schriftelijk machtigen.
1.5 Doorzenden van een onjuist ingediend bezwaarschrift aan het bevoegde orgaan en mededelen daarvan aan de indiener Het gaat hier om het op grond van artikel 6:15 van de Awb doorzenden van een onjuist ingediend bezwaarschrift.
1.6 Instellen van bezwaar tegen een besluit van een bestuursorgaan Voor zover betrekking hebben op het omgevingsrecht in algemene zin. Daarnaast dient ingevolge artikel 160, eerste lid, onder f, van de Gemeentewet door het college van burgemeester en wethouders een procesbesluit te worden genomen.
1.7 Behandelen van een klacht op grond van titel 9.1 van de Awb Het betreft een klacht over de wijze waarop de OD NZKG, dan wel een persoon, werkzaam onder verantwoordelijkheid van de OD NZKG, zich in een bepaalde aangelegenheid heeft gedragen bij de uitoefening van een bevoegdheid die is opgenomen in dit register
1.8 Uitoefenen van de bevoegdheden als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 van de Awb (dwangsom bij niet tijdig beslissen) Het gaat hierbij over de mogelijkheid ingevolge de Awb dat een bestuursorgaan een dwangsom verbeurt bij niet tijdig beslissen op een aanvraag.
1.9 Uitoefenen van bevoegdheden als bedoeld in titel 4.4 van de Awb (bestuursrechtelijke geldschulden) met uitzondering van aanmaning en invordering bij dwangbevel (afdeling 4.4.4 van de Awb) Omvat het gehele bestuursrechtelijke traject van handhaving inclusief de invorderingsbeschikking (zie ook het hoofdstuk Toezicht en handhaving). Het daadwerkelijke financiële traject (aanmaning, invordering bij dwangbevel) wordt niet door de OD NZKG uitgevoerd.
1.10 Beslissen op verzoeken om schadevergoeding Het gaat hierbij om een vergoeding van geleden schade t.g.v. besluiten dan wel feitelijke handelingen. Opdrachtgever betaalt bij vergoeding van schade.
1.11 Overleggen en maken van afspraken waaronder het afsluiten van samenwerkingsarrangementen met andere omgevingsdiensten dan wel andere overheidsdiensten en/of organisaties die belang hebben bij het omgevingsrecht in algemene zin Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld GGD's, Veiligheidsregio's etc.
2. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken
2.1 Zorgdragen voor inschrijving van beperkingenbesluiten in het gemeentelijke beperkingenregister op grond van artikel 7 van de Wkpb, voor zover het besluiten betreft waarvoor aan de OD NZKG mandaat is verleend Gemeentelijke beperkingenbesluiten moeten worden ingeschreven in het gemeentelijke beperkingenregister. Het mandaat omvat tevens het ter inschrijving aanbieden van rechterlijke uitspraken volgend op een beperkingsbesluit, voor zover daaruit een publiekrechtelijke beperking voortvloeit dan wel deze daarbij wordt gewijzigd of komt te vervallen (een niet-ontvankelijk verklaring valt niet onder de aanwijzing). Het betreft voor gemeente Zaanstad de volgende beperkingenbesluiten; aangewezen beschikkingen Wet bodembescherming, handhavingsbesluit (milieu) op grond van de Wabo waarin is bepaald dat het besluit mede geldt jegens de rechtsopvolger van degene aan wie het besluit is opgelegd alsmede jegens iedere verdere rechtsopvolger.
3.Wet openbaarheid van bestuur en Wet hergebruik van overheidsinformatie
3.1 Beslissen omtrent verzoeken om informatie alsmede het actief openbaar maken van informatie op grond van de Wob Het gaat om het beslissen op een verzoek om informatie of het actief openbaar maken van informatie op grond van de Wob, met betrekking tot informatie die de ODNZKG al onder zich heeft in het kader van de uitoefening van een gemandateerde taak / bevoegdheid.
3.2 Behandelen van en beslissen op verzoeken om hergebruik van informatie als bedoeld in artikel 3 en 4 van de Who Het gaat om het behandelen van en beslissen op een verzoek om hergebruik van informatie op grond van de Who, met betrekking tot informatie die de ODNZKG al onder zich heeft in het kader van de uitoefening van een gemandateerde taak/bevoegdheid.
4.Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
4.1 Opvragen van Bibob-gegevens en bescheiden Het gaat om het opvragen van de gegevens als bedoeld in artikel 30 van de Wet Bibob die nodig zijn voor het verrichten van een Bibob-onderzoek.
4.2 Verrichten van een eerste onderzoek op grond van artikel 28, derde lid, onder f, van de Handelsregisterwet 2007, artikel 15, eerste lid, onder b, van het Besluit justiële en strafvorderlijke gegevens, artikel 11a van de Wet Bibob en artikel 6, onder g, van het Besluit controle rechtspersonen Het gaat om het opvragen van de eerste gegevens voordat een verzoek wordt verzonden naar het Bureau Bibob. Het gaat hierbij om het 'zoeken op natuurlijk persoon'in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, het bevragen van Justiële Informatie Dienst (Justid), het navragen bij het Bureau Bibob of eerder adviezen zijn verstrekt en het opvragen van een netwerkoverzicht (bij de afdeling TRACK van Justis, screeningsautoriteit van het Ministerie van Veiligheid en Justitie)
4.3 Inwinnen van een advies op grond van artikel 9 van de Wet Bibob bij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Het gaat om het vragen om advies inzake de Bibob bij het landelijk Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
4.4 Informeren van een betrokkene dat advies is gevraagd bij het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur overeenkomstig artikel 32 van de Wet Bibob De betrokkenen worden geïnformeerd dat een advies is aangevraagd.
4.5 Nemen van besluiten tot buiten behandeling laten van een aanvraag wegens het niet of onvoldoende aanleveren van in het kader van een Bibob-onderzoek gevraagde gegevens ingevolge artikel 4:5, eerste lid, onder a en c, van de Awb Een aanvraag wordt buiten behandeling gelaten omdat er geen/onvoldoende gegevens zijn aangeleverd voor een Bibob-onderzoek.
4.6 Betrokkene in de gelegenheid stellen een zienswijze naar voren te brengen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Wet Bibob naar aanleiding van het voornemen om voorschriften aan een beschikking te verbinden of een voor de betrokkene negatieve beslissing te nemen Het gaat hierbij om het bieden van de mogelijkheid tot zienswijze voordat een bestuursorgaan aan een beschikking voorschriften verbindt als bedoeld in artikel 3, zevende lid, van de Wet Bibob en voordat een bestuursorgaan een voor de betrokkene negatieve beslissing neemt op grond van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dan wel op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet Bibob.
4.7 Verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning indien sprake is van mindere mate van gevaar op grond van artikel 3, zevende lid, van de Wet Bibob Als geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob, kunnen er bij mindere mate van gevaar voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden. Deze zijn erop gericht om het bedoelde gevaar weg te nemen of te beperken.
4.8 Weigeren van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.20 van de Wabo in het geval en onder voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob Het gaat hierbij om het weigeren van een omgevingsvergunning indien sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
4.9 Intrekken van een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.19, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wabo in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob Het gaat hierbij om het intrekken van (een deel van) een omgevingsvergunning indien sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
5.Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
5.1 Beslissen op aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2, 2.6 en 2.25 van de Wabo Het gaat om een omgevingsvergunning voor de verschillende aspecten. Naast milieu gaat het om alle andere aspecten genoemd in deze artikelen, te weten bouw, aanleg, gebruik, brandveilig gebruik, sloop, aanleg weg, uitweg, alarminstallatie, kap, reclame, opslag, monumenten. Verder gaat het ook om een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (obm). Indien sprake is van een meervoudige omgevingsvergunning levert Zaanstad de andere delen dan milieu (in advies) aan bij de OD NZKG.
5.2 Beslissen op aanvragen om een beschikking met betrekking tot de eerste of tweede fase als bedoeld in artikel 2.5 van de Wabo Op verzoek van de aanvrager kan de omgevingsvergunning in twee fasen worden verleend. Er wordt dan er eerst een beschikking voor de eerste fase en daarna voor de tweede fase verleend. De aanvrager moet wel bij de eerste fase al aangegeven waar de 2e fase betrekking op heeft. Indien sprake is van een meervoudige omgevingsvergunning levert Zaanstad de andere delen dan milieu (in advies) aan bij de OD NZKG.
5.3 Wijzigen, ambtshalve of op verzoek, van (de voorschriften van) een eerder verleende omgevingsvergunning, als bedoeld in de artikelen 2.31, 2.31a en 2.32 van de Wabo Het bevoegd gezag is verplicht om aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften te wijzigen in de in artikel 2.31, eerste lid, van de Wabo genoemde gevallen. In de gevallen genoemd in het tweede lid van dat artikel is het een bevoegdheid. Artikel 2.32 bevat een wijzigingsbevoegdheid bij ongewone voorvallen of gebeurtenissen. Indien sprake is van een meervoudige omgevingsvergunning levert Zaanstad de andere delen dan milieu (in advies) aan bij de OD NZKG.
5.4 Beslissen op verzoeken om goedkeuring/instemming die benodigd is op grond van een vergunningvoorschrift In een vergunningvoorschrift kan een bepaald onderzoek, plan, melding of een rapportage (energieverbruik; VOS uitstoot; bodemonderzoek, vervoersplan, afvalpreventieplan, etc) zijn voorgeschreven. Vervolgens moeten wij beslissen of het ingediende stuk aan de gestelde normen in de vergunning voldoet.
5.5 Beslissen over het verlenen van toestemming om de omgevingsvergunning over te dragen als bedoeld in artikel 2.25, derde lid, onder b, van de Wabo Het gaat om het overdragen op naam van een omgevingsvergunning van de ene vergunninghouder naar de ander.
5.6 Intrekken, ambtshalve of op verzoek, van omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.33 van de Wabo Het bevoegd gezag is verplicht om de omgevingsvergunning in te trekken in de in artikel 2.33, eerste lid, van de Wabo genoemde gevallen. In de gevallen genoemd in het tweede lid van dat artikel (onder andere: intrekking op verzoek van de vergunninghouder en intrekking indien geen gebruik wordt gemaakt van een omgevingsvergunning) is het een bevoegdheid.
5.7 Adviseren van andere bestuursorganen inzake een omgevingsvergunning In sommige gevallen dient een advies te worden gevraagd aan een ander bestuursorgaan voordat een vergunning kan worden verleend. Dit kan ook een verklaring van geen bedenkingen zijn.
5.8 Indienen van zienswijzen tegen een ontwerp van een omgevingsvergunning In sommige gevallen kan het noodzakelijk zijn om zienswijzen in te dienen tegen een ontwerp omgevingsvergunning van een ander bestuursorgaan.
6.Coördinatie besluitvorming Waterwet - Wabo
6.1 Uitbrengen of vragen van advies aan de waterkwaliteitsbeheerder ten behoeve van de samenhang tussen de omgevingsvergunning en de Waterwetvergunning Het betreft het uitbrengen van advies namens het bevoegd gezag (Wabo) aan de waterkwaliteitsbeheerder die de Waterwetvergunning afgeeft.
6.2 Coördineren van de voorbereiding van een beschikking krachtens artikel 6.2 van de Waterwet en omgevingsvergunningen zoals bedoeld in paragraaf 3.5 van de Wabo Het gecoördineerd behandelen watervergunning en omgevingsvergunning milieu bij een IPPC bedrijf.
7.Wet Milieubeheer 
7.1 Uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 8, 9, 10, 11a, 17, 19 en 20 en titel 12.3 van de Wm gestelde regels Algemene regels, die niet in de omgevingsvergunning worden geregeld (bv gelijkwaardigheid/ maatwerkvoorschrift/meldingen etc conform het Activiteitenbesluit en de rechtstreeks werkende EED-richtlijn o.g.v. H8 Wm; toepassing afvalstoffen en verlenen ontheffing als bedoeld in hoofdstuk 10 Wm; PRTR-verslag conform PRTR-Verordening als genoemd in titel 12.3 van de Wm; ongewoon voorval als bedoeld in H17; openbaar maken van milieugegevens op verzoek als opgenomen in H19) en beroepsprocedures. Vuurwerkbesluit (opslag), Besluit lozen buiten inrichtingen (tevens gebaseerd op Wbb), Besluit bodemkwaliteit (tevens gebaseerd op Wbb), BRZO, Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval, Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen etc. Het gaat bij deze mandaatbevoegdheid niet om het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften.
7.2 Uitoefenen van bevoegdheden en het uitvoeren van taken op grond van bij of krachtens hoofdstuk 7 van de Wm gestelde regels Het gaat hier om besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben. Voor sommige activiteiten is het verplicht om een m.e.r. uit te voeren. En voor sommige activiteiten moet het bevoegd gezag beoordelen of een milieueffect-rapport moet worden opgesteld.
7.3 Verstrekken van gegevens over externe veiligheid op grond van artikel 12.13 van de Wm ten behoeve van het openbare register als bedoeld in artikel 12.12 van de Wm Het gaat hierbij om gegevens van inrichtingen zoals aangegeven Registratiebesluit Externe Veiligheid.
8.Wet geluidhinder 
8.1 Uitvoeren van zonebeheer zoals bedoeld in artikel 163, het opstellen van een zonebeheerplan zoals bedoeld in artikel 164 en het verlangen van gegevens zoals bedoeld in 165 van de Wet geluidhinder Het betreft het zorgdragen dat er voldoende informatie beschikbaar is over de geluidsruimte binnen zones van industrieterreinen en het opstellen van een zonebeheerplan ter vervulling van deze taak. Het omvat niet industrieterreinen waarop zich inrichtingen bevinden als bedoeld in artikel 170, eerste lid, van de Wet geluidhinder. Voor die industrieterreinen draagt de Minister voor genoemde taken zorg.
9.Wet bodembescherming
9.1 Uitoefenen bevoegdheden en uitvoeren taken bij of krachtens hoofdstuk III van de Wet bodembescherming Het gaat om de zorg- en herstelplicht bodem van artikel 13 van de Wbb. Daarnaast het Besluit bodemkwaliteit. Dit besluit is tevens gebaseerd op de Wet milieubeheer.
9.2 Uitoefenen bevoegdheden en uitvoeren taken bij of krachtens hoofdstuk IV paragrafen 1 t/m 3a Wet bodembescherming (oude en nieuwe gevallen van bodemverontreiniging) en artikel 63c Wbb (samenloopgevallen landbodemverontreiniging met verontreiniging bodem of oever oppervlaktewaterlichaam) Betreft de volgende 'bevoegd gezag Wbb'-taken: - beschikking evaluatieverslag - beschikking nazorgplan (en beoordeling monitoringsrapportages) - melding kleinschalig grondverzet - melding artikel 28 Wbb (niet ernstig geval) - toezicht en handhaving - aanwijzingsbeschikking nieuw geval - onderzoeks- en saneringsbevelen Zaanstad voert de overige taken zelf uit.
10.Besluit lozen buiten inrichtingen
10.1 Uitoefenen bevoegdheden en uitvoeren taken bij of krachtens Besluit lozen buiteninrichtingen Het besluit lozen buiten inrichtingen is gebaseerd op zowel de Wm als de Wbb. Het gaat hier om het lozen van grondwater vanuit een proefbronnering in het kader van een saneringsonderzoek of vanuit een bodemsanering voor zover dat plaatsvindt buiten een inrichting. Daarnaast gaat het ook nog om het installeren en in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem.
11.Toezicht en handhaving 
11.1 Aanwijzen van toezichthouders in de zin van artikel 5.11 van de Awb, voor zover de OD NZKG belast is met de uitvoering van een wettelijke regeling op grond waarvan toezichthouders kunnen worden aangewezen Geen ondermandaat mogelijk. Het aanwijzen van toezichthouders betekent dat deze medewerkers gebruik mogen maken van de bevoegdheden voor toezichthouders als bedoeld in titel 5.2 van de Awb. Het geldt onder meer voor artikel 5.10, derde lid, van de Wabo, artikel 6:2, tweede lid, van de APV.
11.2 Het ambtshalve of naar aanleiding van een verzoek uitvoeren van toezicht en het opleggen van een last onder bestuursdwang op grond van artikel 125 van de Gemeentewet / artikel 122 Provinciewet juncto afdeling 5.3.1 van de Awb, of het opleggen van een last onder dwangsom op grond van afdeling 5.3.2 van de Awb, wegens overtreding van een verbod of plicht gesteld bij of krachtens de in de voorgaande hoofdstukken 5, 7, 9, 10, genoemde (onderdelen van) wet- en regelgeving waarvoor bevoegdheden zijn gemandateerd. Het uitvoeren van toezicht betreft onder meer het uitvoeren van een opleveringscontrole, een controle n.a.v. klachten/incidenten, ambtshalve controle, themacontrole. Het opleggen van een last onder bestuursdwang en dwangsom vanwege niet naleving van onder meer de volgende wetten: Wabo, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming, Wet geluidhinder, en de daarop gebaseerde regelgeving, voor zover de OD NZKG belast is met de uitvoering hiervan. Het mandaat omvat daarnaast onder meer waarschuwingsbrieven, brieven waarin wordt bevestigd dat de overtredingen ongedaan zijn gemaakt, concept-handhavingsbesluiten en het horen voorafgaand aan het opleggen van een handhavingsbesluit.
11.3 Het mandaat onder 11.2 omvat tevens handhaving van op grond van artikel 27 lid 2 Wbb (door het bevoegd gezag Wbb) gegeven aanwijzingen voor de aanpak van een nieuw geval van bodemverontreiniging binnen een inrichting ten aanzien waarvan de OD NZKG namens opdrachtgever milieutoezicht en handhaving uitvoert.  
11.4 Het mandaat onder 11.2 omvat tevens handhaving op grond van artikel 4.3 van de APV Het gaat hier om handhaving van geluid- en lichtontheffingen type B inrichtingen ingevolge het Activiteitenbesluit op grond van de APV. Het Activiteitenbesluit biedt de mogelijkheid om dit plaatselijk bij verordening te regelen.
11.5 Het mandaat onder 11.2 omvat tevens handhaving brandveiligheid op grond van het Bouwbesluit 2012 Bij milieucontroles wordt gecontroleerd op brandveiligheid. Met dit artikel kan ook worden gehandhaafd op grond van het Bouwbesluit 2012 naast de Wet milieubeheer.
11.6 Uitoefen van bevoegdheden op grond van paragraaf 5.4 van de Wabo Het betreft de specifieke toezichts- en handhavingsbevoegdheden die in de Wabo zijn opgenomen, waaronder: bestuursdwang bij niet meewerken aan toezicht, verruiming reikwijdte bestuursdwang, zakelijke werking sanctiebesluiten en intrekking van een verleende vergunning of ontheffing als sanctie.
11.7 Nemen van een invorderingsbeschikking zoals geregeld in de artikelen 5:37 en 5:38 van de Awb. Het gehele bestuursrechtelijke traject van handhaving inclusief de invorderingsbeschikking wordt door de ODNZKG uitgevoerd. Het daadwerkelijke financiële traject (aanmaning, invordering bij dwangbevel) wordt door opdrachtgever uitgevoerd.
11.8 Uitoefenen van overige bevoegdheden op grond van titel 5.3 van de Awb in het kader van de last onder bestuursdwang of last onder dwangsom In het kader van toepassen bestuursdwang: o.a. het aanwijzen van personen voor het betreden van een plaats, afgeven machtiging binnentreden woning. In het kader van last onder dwangsom: o.a. opheffen, looptijd opschorten of dwangsom verminderen. Het kan ook betreffen het opleggen van een bouwstop.
11.9 Beslissen op een verzoek om handhavend op te treden Elke belanghebbende en sommige bestuursorganen kunnen een verzoek om handhaving indienen.
11.10 Beslissen op een gedoogverzoek Het gaat hier om het beslissen op een verzoek om af te zien van handhavend optreden.
11.11 Intrekken van een vergunning als bedoeld in artikel 5.19 van de Wabo Het gaat hier om het intrekken van (een deel van) de omgevingsvergunning als sanctie
11.12 Feitelijk effectueren van bestuursdwang Het gaat hier om de feitelijke uitvoering van bestuursdwang na het opleggen van een last onder bestuursdwang. Het daadwerkelijke financiële traject (aanmaning, invordering bij dwangbevel van de gemaakte kosten) wordt door opdrachtgever uitgevoerd.
11.13 Nemen van een toepassingsbeschikking als bedoeld in artikel 5:31a van de Awb Het gaat hier om een beslissing van het bestuursorgaan om al dan niet tot toepassing van de reeds aangezegde bestuursdwang over te gaan. Een dergelijke beschikking kan slechts op verzoek worden gegeven.
11.13 Nemen van een kostenverhaalbeschikking als bedoeld in artikel 5:25, zesde lid, van de Awb Het gaat om het nemen van een besluit waarin de hoogte van de kosten van het uitvoeren van bestuursdwang is vastgesteld. Het daadwerkelijke financiële traject (aanmaning, invordering bij dwangbevel) wordt door gemeente Zaanstad uitgevoerd.
11.14 Indienen van een verzoek om handhaving Het als OD NZKG indienen van een verzoek om handhaving bij een bestuursorgaan (niet zijnde één van de opdrachtgevers). Voor zover betrekking hebbend op het omgevingsrecht in algemene zin.
11.15 Overleggen en maken van afspraken met OM, politie en landelijke inspectie - en opsporingsdiensten, waaronder het periodiek afsluiten van handhavingsarrangementen met het OM en de politie  
11.16 Maken van afspraken met de politie c.q. de korpschef en het functioneel parket over het gebruik van opsporingsbevoegdheid door en de kwaliteit van de bij de OD werkzame BOA's.  
11.17 Samenwerken met de landelijke opererende handhavingsorganisaties, zoals de rijksinspecties, en de hiervoor als het aanspreekpunt voor die organisaties aan te wijzen OD.  
11.18 Opvragen en delen van informatie met instanties als politie Uitwisselen van informatie t.b.v. strafrechtelijk dan wel bestuursrechtelijk onderzoek

Bijlage III Algemene instructie uitoefening mandaat, volmacht en machtiging Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Artikel 1 Bemoeienis van het bevoegd gezag

In voorkomende gevallen informeert de directeur de wethouder/ gedeputeerde tijdig over het nemen van beslissingen van:

• principieel juridische aard;

• beleidsmatig principiële aard;

• politiek- of bestuurlijk-gevoelige aard;

Tevens stelt hij het bevoegd gezag in de gelegenheid hem aanwijzingen te geven. Zo nodig treedt de directeur met de wethouder/ gedeputeerde in overleg. Hieraan voorafgaand stemt de directeur ambtelijk af. Het bevoegd gezag kan in deze gevallen in lijn met artikelen 10:6 en 10:7 van de Awb de aanvraag zelf afhandelen, of een bijzonder mandaat aan de directeur verlenen voor verdere behandeling van de zaak onder voorwaarde van naleving van de voor de afhandeling door de het bevoegd gezag gegeven instructies. Afhandeling van deze gevallen geschiedt bij voorkeur door de directeur, niet door het bevoegd gezag zelf.

Artikel 2 Verstrekken van inlichtingen

Gemandateerden, gevolmachtigden en gemachtigden verstrekken desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van het bij het mandaatsbesluit verleende mandaat, volmacht en machtiging.

Artikel 3 Bekendmaking van besluiten

Het in een document vastleggen van een besluit of handeling, genomen respectievelijk verricht op grond van het mandaatsbesluit geschiedt op briefpapier van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.

Artikel 4 Beleidsregels

  • a.

    Indien de mandaatgever een voor een besluit relevante beleidsregel heeft vastgesteld, verwijst de directeur ter motivering van een besluit naar die regel.

  • b.

    Wanneer de directeur vermoedt dat er zodanig tegenstellingen (dreigen) te ontstaan in het beleid van een of meer van de deelnemers, dat het functioneren van de dienst als gemeenschappelijke dienst daardoor zou kunnen worden bemoeilijkt, meldt hij dit aan het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling en aan het bestuur van de betreffende deelnemers.

  • c.

    De directeur kan bij tegenstellingen in het beleid tussen de mandaatgevers voorstellen voor uitvoeringsbeleidin het verzorgingsgebied doen ter opheffing van deze tegenstellingen.

Toelichting Algemene instructie

Algemeen

Uitgangspunt is een verantwoord gebruik van het mandaat binnen de grenzen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) maakt voortdurend afwegingen over een verantwoord gebruik van de gemandateerde bevoegdheden. De directeur ODNZKG dient immers de uitoefening van het mandaat te weigeren, indien hij van de mandaatgever instructies ontvangt die de grenzen van het mandaat te buiten gaan. Anderzijds is hij zich ervan bewust dat hij op grond van de Awb de uitvoering van het mandaat niet kan weigeren, indien hij met de opdrachtgever binnen de sfeer van het mandaat van mening verschilt over de toepassing van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid waarvoor mandaat is verleend. De zeggenschap over de in mandaat uitgeoefende bevoegdheden ligt immers bij het bevoegd gezag. Kern van de instructie is het benoemen van de situaties waarin de directeur het initiatief neemt om bij individuele besluiten het bevoegd gezag in de gelegenheid te stellen hem aanwijzingen te geven.

Artikel 1

Dit artikel geeft duidelijkheid over de gevallen waarbij bemoeienis van het bevoegd gezag met individuele besluiten in beginsel aan de orde is. De ODNZKG is onder meer ingesteld om een level playing field voor bedrijven te realiseren. Dit vraagt een uniformering van optreden en zo weinig mogelijk bemoeienis van het bevoegd gezag met individuele besluiten. Dat is ook in het belang van een doortastend optreden bij overtredingen. De bemoeienis van het bevoegd gezag met individuele besluiten blijft daarom in beginsel beperkt tot kwesties van principieel juridische aard, beleidsmatig principiële aard, of politiek- of bestuurlijk- gevoelige aard. Een tweede element is het op tijd informeren van de mandaatgever. De professionaliteit, deskundigheid, integriteit en gezaghebbendheid van de ODNZKG kunnen alleen goed naar voren komen, als dedirecteur in voorkomende gevallen de mandaatgever tijdig informeert. Zo vroeg mogelijk in het proces, dus niet pas op het moment dat het besluit op een aanvraag aanstaande is.

Artikel 2

Volgens artikel 10:6 onder b van de Awb verschaft de gemandateerde de mandaatgever op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid. In deze instructie wordt duidelijk dat dit ook betrekking heeft op houders van een ondermandaat. Daarnaast wordt hiermee tot uitdrukking gebracht dat het bevoegd gezag in overeenstemming met de Awb ook de volledige zeggenschap houdt over zaken die op grond van artikel 1 niet door directeur bij het bevoegd gezag zijn aangemeld.

Artikel 3

Dit is een bevestiging van de bestaande praktijk. Hiermee wordt ook in de communicatie met de burgers en bedrijven eenheid van optreden in het verzorgingsgebied bevorderd.

Artikel 4

Dit artikel is gericht op het uitvoeringsbeleid. Harmonisering van uitvoeringsbeleid en uniformering van optreden in het verzorgingsgebied is gewenst. Het is een voorwaarde voor een level playing field en een doortastende handhaving. Ook moet worden voorkomen dat grote verschillen in uitvoeringsbeleid van de deelnemers het functioneren van de dienst bemoeilijken.

  • -

    Onderdeel a volgt het uitgangspunt van de Awb, dat het bevoegd gezag bij mandaat ook de zeggenschap over het uitvoeringsbeleid behoudt.

  • -

    Onderdeel b is overgenomen uit de bestaande instructieregeling voor de directeur van het algemeen bestuur van de ODNZKG . Het is gemotiveerd vanuit de zorg voor het doelmatig functioneren van de dienst.

  • -

    Onderdeel c volgt uit de wens tot harmonisering. Daarnaast is de deskundigheid rond de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in de ODNZKG geconcentreerd, zodat het voor de hand ligt dat deze dienst ook voorstellen doet tot (voor het verzorgingsgebied geharmoniseerde) beleidsregels.