Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Beleidsregels verblijfsontzegging Zaanstad op grond van artikel 2:76a, Algemene plaatselijke verordening (Apv)
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

De burgemeester van Zaanstad,

Gelet op artikel 2:76a van de Algemene plaatselijke verordening Zaanstad 2013 (Apv),

artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en

artikel 172 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen:

Beleidsregels verblijfsontzeggingen Zaanstad

Artikel 1 Opleggen verblijfsontzegging bij tweede overtreding

  • 1. Een verblijfsontzegging kan alleen worden opgelegd aan de betrokkene, voor een gebied waar sprake is van structurele overlast en waar de openbare orde wordt verstoord.

  • 2. Een besluit tot het opleggen van verblijfsontzegging wordt niet eerder genomen dan na de tweede geconstateerde overtreding van de strafbepalingen zoals opgenomen in artikel 4 van dit beleid, blijkend uit de omstandigheid dat tegen de betrokkene voor de tweede keer

    proces-verbaal is opgemaakt, binnen een periode van twaalf maanden.

  • 3. De duur van de verblijfsontzegging is gebaseerd op de zwaarste overtreding.

Artikel 2 Waarschuwing

  • 1. Na de eerste overtreding van de in artikel 4 genoemde strafbepalingen krijgt de betrokkene een schriftelijke waarschuwing waarin wordt vermeld dat bij een tweede overtreding aan betrokkene een verblijfsontzegging kan worden opgelegd.

  • 2. De waarschuwing wordt door de politie zo spoedig mogelijk na constatering van de overtreding van in het eerste lid bedoelde strafbepalingen aan betrokkene uitgereikt en, indien dat niet mogelijk is, per post verstuurd.

  • 3. De politie licht de werkdag na de eerste constatering van de in het eerste lid bedoelde strafbepaling de burgemeester in.

Artikel 3 Voornemen en zienswijze

  • 1. Alvorens de burgemeester bij de tweede geconstateerde overtreding van de in artikel 4 genoemde bepalingen overgaat tot het opleggen van een verblijfsontzegging, wordt de betrokkene eerst in kennis gesteld van dit voornemen.

  • 2. Dit voornemen wordt door de politie mondeling aan betrokkenen meegedeeld.

  • 3. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om binnen drie dagen na deze bekendmaking van het voornemen tot het opleggen van een verblijfsontzegging zijn zienswijze schriftelijk of mondeling naar voren te brengen.

Artikel 4 Strafbepalingen

Overtreding van de volgende strafbepalingen kan leiden tot het opleggen van een verblijfsontzegging met bijbehorende duur:

Categorie 1 (drie weken)  
artikel 2:1 Apv samenscholing en ongeregeldheden
artikel 2:47, 2:49, 2:50, 2:51, 2:52 Apv verboden hinderlijk gedrag
artikel 2:26b Apv ordeverstoring bij evenementen
artikel 2:48 Apv verboden drankgebruik
artikel 4:8 Apv natuurlijk behoefte doen
artikel 426 en 453 Sr openbare dronkenschap en het verstoren van de openbare orde in staat van dronkenschap
artikel 242 Sr straatschenderij
   
Categorie 2 (6 weken)  
artikel 2:74 Apv drugshandel op straat
Wet wapens en munitie traangas, boksbeugels, wapenstokken, steekwapens e.d.
artikel 350 Sr vernieling of beschadiging
artikel 141 Sr openlijke geweldpleging uitsluitend tegen goederen
artikel 138 Sr huisvredebreuk besloten lokaal
artikel 300 Sr eenvoudige mishandeling
artikelen 2 en 3 Opiumwet bezit van meer dan gebruikershoeveelheid drugs, verkopen of verstrekken van softdrugs
artikel 285 Sr bedreiging
artikel 267 Sr belediging van een ambtenaar in functie
artikel 184 Sr negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel
artikelen 180 t/m 182 Sr wederspannigheid
   
Categorie 3 (twaalf weken)  
Wet wapens en munitie vuurwapens/schietwapens
artikel 141 Sr openlijke geweldpleging uitsluitend tegen personen
artikelen 302 en 287 juncto 45 Sr (zware mishandeling en - poging tot - doodslag
artikel 2 Opiumwet verkopen en verstrekken van harddrugs
artikel 312 Sr diefstal met geweld
artikelen 317 en 318 Sr resp. afpersing en afdreiging
artikel 2:76a Apv overtreding van een eerder gegeven verblijfsontzegging

Artikel 5 Recidive

Begaat degene die een verblijfontzegging heeft gekregen binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarbij de verblijfsontzegging is opgelegd, een overtreding van een strafbepaling zoals opgenomen in artikel 4, dan kan in verband met recidive wederom en direct een verblijfsontzegging worden opgelegd.

Artikel 6 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels verblijfsontzegging Zaanstad.

Toelichting

Algemeen

Instrument van verblijfsontzegging

Een verblijfsontzegging is een besluit in de zin van de Awb en de burgemeester dient dan ook de eisen die de Awb stelt aan een zorgvuldige besluitvorming in acht te nemen. Dat betekent dat degene aan wie de burgemeester een verblijfsontzegging wil geven eerst in staat gesteld wordt zijn of haar zienswijze kenbaar te maken (artikel 4:8 Awb). De burgemeester dient het besluit zorgvuldig voor te bereiden, deugdelijk te motiveren, tot een proportionele maatregel te besluiten en rekening te houden met de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Aan de verblijfsontzegging moet een concreet incident (en) ten grondslag

gelegd worden. Het incident behoort de rechtvaardiging te zijn voor de duur van de ontzegging en de omvang van het gebied waarvoor de ontzegging geldt.

Het opleggen van een verblijfsontzegging is een herstelsanctie, bedoeld om een einde te maken aan een onrechtmatige overlastveroorzakende situatie en uitdrukkelijk niet bedoeld om leed toe te voegen. Het is een bewegingsbeperkende maatregel en de nadelige gevolgen daarvan voor betrokkene moeten in verhouding staan tot het te dienen doel. Bij het opleggen van een herstelsanctie past dat de betrokkene eerst zelf de kans krijgt om zijn gedrag te veranderen. Vandaar dat in Zaanstad aan het opleggen van een verblijfsontzegging een waarschuwing vooraf gaat.

Doel

Het doel van de beleidsregels is om gebruiksinstructies vast te stellen voor het instrument verblijfsontzegging. De instructies gelden voor de burgemeester en eventueel voor de politiefunctionarissen die verblijfsontzeggingen in (onder)mandaat namens de burgemeester

gaan opleggen.