Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Beleidsregels reclame- en standplaatsenbeleid (Apv) Inverdan 2015
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Zaanstad

Gelezen het voorstel nr. 2015/161787;

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,

Gelet op het beeldkwaliteitsplan Inverdan en de welstandsnota 2013,

Overwegende dat het wenselijk is regels te stellen met betrekking tot het gebruik van de openbare ruimte in Inverdan, met name ten aanzien van het uitdelen van folders, flyers en monsters, het plaatsen van uitstallingen,

reclameborden en andere objecten en het innemen van standplaatsen,

besluit vast te stellen de volgende regeling:

Beleidsregels reclame- en standplaatsenbeleid (Apv) Inverdan 2015

Titel 1.Toepassingsbereik

Deze beleidsregels hebben betrekking op de uitoefening binnen Inverdan van de bevoegdheden van het college ingevolge de artikelen 2:6, 2:10, 4:15 en 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Artikel APV Beleidsregel
Artikel 2:6, eerste lid 2
Artikel 2:6, tweede en vijfde lid 1
Artikel 2:10, eerste lid 3
Artikel 2:10, vierde lid 3
Artikel 4:15 4
Artikel 5:18, eerste lid 5, 6

Titel 2. Beleidsregels

Onderstaand worden de (onderdelen van) artikelen van de APV weergegeven met daaronder de beleidsregel/beleidsregels die daarop betrekking heeft/hebben.

Artikel 2:6 Verspreiden van stukken en aanbieden van andere activiteiten op de openbare weg.(z)

  • 1.

    Ieder, die op of aan de weg reclamebiljetten, promotiemateriaal of andere geschriften onder het publiek verspreidt, is verplicht deze, voorzover zij in de omgeving op de weg of op een ander voor het publiek toegankelijke plaats worden achtergelaten, terstond te verwijderen.

  • 2.

    Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen reclamebiljetten, promotiemateriaal of andere geschriften aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken, leden, donateurs of klanten te werven, producten of monsters van producten uit te delen dan wel personen staande te houden ten behoeve van het uitvoeren van een enquête of een onderzoek.

  • 3.

    Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.

  • 4.

    Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.

  • 5.

    Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

  • 6.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing

Beleidsregel 1

Het college heeft een aanwijsbesluit genomen voor het voetgangersgebied en gemengd gebied binnen de bestemmingsplan begrenzing van Inverdan zoals aangegeven in bijlage 1 bij deze beleidsregels, met uitzondering van de in de bijlage aangegeven locaties.Binnen het aangewezen gebied verleent het college geen ontheffing voor het verspreiden van stukken en aanbieden van andere activiteiten,behoudens voor het verspreiden dan wel aanbieden van promotiemateriaal van politieke partijen op de dag dat er politiekeverkiezingen worden gehouden en in de periode van drie weken daaraan voorafgaand.

Beleidsregel 2

Bij overtreding van het gebod verbod van artikel 2:6, eerste lid, van de APV kiest het college voor toepassing van artikel 5:31 Awb. Dit betekent dat het college terstond bestuursdwang toepast, zonder voorafgaande last.

Zonder voorafgaande last houdt in dat de gemeente ervan afziet de overtreder schriftelijk een termijn te geven om achtergelaten flyers en promotiemateriaal zelf op te ruimen. Het college streeft ernaar dat Inverdan te allen tijde vrij is van rondzwervend afval. Als de gemeente constateert dat de openbare ruimte is vervuild door achtergelaten flyers en promotiemateriaal, worden deze direct verwijderd. De kosten van bestuursdwang worden ten laste van de overtreder gebracht.

Artikel 2:10 Bruikbaarheid en aanzien van de weg (z)

  • 1.

    Het is verboden de weg, een weggedeelte of een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:

    • a)

      het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of

    • b)

      het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

    • c)

      door het plaatsen van een voorwerp hierop, dit gevaar of schade voor personen of zaken kan opleveren (z)

    • d)

      het college de weg, een weggedeelte of een openbare plaats heeft aangewezen als gebied waarin geen voorwerpen geplaatst mogen worden (z)

  • 2.

    Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer:

    • a)

      op voetpaden niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 m wordt gelaten

    • b)

      op de rijbaan niet tenminste een vrije doorgang van 3,5 m op de rechte weg en 4,5 m in de bochten en 4,2 m boven de kruin van de weg wordt gelaten voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

  • 3.

    Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van voorwerpen op of aan de weg (z).

  • 4.

    Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

  • 5.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a)

      evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

    • b)

      standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en

    • c)

      overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

  • 6.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening.

  • 7.

    Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  • 8.

    De verantwoordelijke voor het voorwerp dient voorafgaand aan het op of aan de weg plaatsen van een voorwerp daarvan digitaal melding te doen aan het college. (z)

Beleidsregel 3

Het college heeft een aanwijsbesluit genomen voor het voetgangersgebied, inhoudende dat in dit gebied geen objecten geplaatst mogen worden (2014/141249). Het college heeft ontheffing verleend van dit verbod indien wordt voldaan aan de volgende criteria:

  • -

    Het reclamebord heeft de uiterlijke verschijningsvorm als een van de drie borden in de bijlage van dit document opgenomen.

  • -

    Het reclamebord kent de volgende afmetingen:

- een hoogte van 1492 mm

- een breedte van 800 mm

-Per winkelfront is één bord mogelijk.

Het bord staat geplaatst tegen de gevel van de winkel (binnen gele straatstrook van 1 meter diep). Indien het reclamebord overeenkomstig deze criteria is, kan worden volstaan met een melding via de website van de gemeente Zaanstad.

Artikel 4:15 Verbod ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke reclame

  • 1.

    In dit artikel wordt onder reclame verstaan: het aanprijzen van of de aandacht vestigen op diensten, goederen, activiteiten, doelstellingen of namen.

  • 2.

    Het is verboden op of aan een roerende of een onroerende zaak reclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding, indien daardoor:

    • a.

      het verkeer in gevaar wordt gebracht,

    • b.

      ernstige hinder ontstaat voor de omgeving,

    • c.

      het stadsbeeld ernstig wordt ontsierd, of

    • d.

      afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de openbare ruimte.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen voor reclame in bepaalde gebieden en aangeven wanneer reclame niet toelaatbaar is, omdat deze naar het oordeel van het college ernstig ontsierend is voor het stadsbeeld of afbreuk doet aan de kwaliteit van de openbare ruimte,

Beleidsregel 4

Om te bepalen of reclame niet toelaatbaar is gelden de criteria als opgenomen in de Welstandsnota 2013 van de gemeente Zaanstad.

Bij overtreding van het verbod op hinderlijke of gevaarlijke reclame treedt het college op door het opleggen van een last onder bestuursdwang met een begunstigingstermijn van 24 uur vanaf het moment dat de overtreder over het voornemen tot handhaving is geïnformeerd.

Indien reclameborden aan straatmeubilair ernstige hinder opleveren voor de omgeving of het verkeer in gevaar brengen, kiest het college voor toepassing van artikel 5:31 Awb. Dit betekent dat het college terstond bestuursdwang toepast, zonder voorafgaande last.

Zonder voorafgaande last houdt in dat de gemeente ervan afziet de overtreder schriftelijk een termijn te geven om zelf de reclame te verwijderen. Reclame die ernstige hinder voor de omgeving oplevert of het verkeer in gevaar brengt, dient immers zo snel mogelijk te worden verwijderd. De kosten van bestuursdwang worden ten laste van de overtreder gebracht.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

1.Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

Beleidsregel 5

De inrichting van Inverdan voorziet niet in de benodigde ruimte voor standplaatsen. In het belang van de openbare orde en veiligheid verstrekt het college geen vergunningen voor een standplaats in Inverdan, behoudens de volgende uitzonderingen.

  • ·

    Op de vijf locaties zoals aangegeven in de bijlage bij deze beleidsregels is voldoende ruimte voor een tijdelijke standplaats. Het college verstrekt uitsluitend een vergunning voor een standplaats op een van deze locaties, indien het een tijdelijke standplaats betreft die aan het eind van de dag wordt afgebroken en opgeruimd. Per locatie wordt niet meer dan één standplaats vergund, behoudens in het geval van een verkiezingsbijeenkomst van politieke partijen.

  • ·

    Voor de locatie op de Gedempte Gracht geldt de restrictie dat verkoop niet is toegestaan. Deze locatie is alleen bedoeld voor promotionele activiteiten.

  • ·

    Voor de locaties Gedempte Gracht en Rozengracht is het verplicht gebruik te maken van de aanwezige elektriciteitsvoorzieningen.

  • ·

    Per kalenderjaar wordt per winkel maximaal één vergunning verstrekt voor een tijdelijke standplaats voor de voorgevel van de winkel, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a)

    zowel de winkel als de kraam zijn gericht op de verkoop van voor directe consumptie geschikte levensmiddelen (food);

  • b)

    de kraam wordt geëxploiteerd door de exploitant van de winkel.

Beleidsregel 6

Indien een standplaats wordt gebruikt voor het uitdelen van monsters en andere reclameobjecten, is de kans groot dat dit leidt tot vervuiling van het openbaar gebied in Inverdan. In het belang van de openbare orde en de bescherming van het milieu dient een vergunning in beginsel te worden geweigerd.

Teneinde het verlenen van een vergunning toch mogelijk te maken, verbindt het college aan een vergunning het voorschrift dat de vergunninghouder de uitgedeelde reclameobjecten, voor zover zij in de omgeving op de weg of op een ander voor het publiek toegankelijke plaats worden achtergelaten, terstond verwijdert.Bij overtreding van dit vergunningsvoorschrift kiest het college voor toepassing van artikel 5:31 Awb. Dit betekent dat het college terstond bestuursdwang toepast, zonder voorafgaande last. De kosten van bestuursdwang worden ten laste van de overtreder gebracht.

Zonder voorafgaande last houdt in dat de gemeente ervan afziet de overtreder schriftelijk een termijn te geven om achtergelaten monsters en andere reclameobjecten zelf op te ruimen. Het college streeft ernaar dat Inverdan te allen tijde vrij is van rondzwervend afval. Als de gemeente constateert dat de openbare ruimte vervuild is door achtergelaten reclameobjecten, worden deze direct verwijderd. De kosten van bestuursdwang worden ten laste van de overtreder gebracht.

Titel 3. Slotbepalingen

Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na datum van bekendmaking.

Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: reclame- en standplaatsenbeleid Inverdan 2015.

Bijlage I: Aanwijsbesluit verbod verspreiden van stukken en aanbieden van andere activiteiten incl. gebiedsindeling Inverdan

Aanwijsbesluit als bedoeld in artikel 2.6 lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening, van openbare plaatsen waar het verboden is reclamebiljetten, promotiemateriaal of andere geschriften aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken, leden, donateurs of klanten te werven, producten of monsters van producten uit te delen dan wel personen staande te houden ten behoeve van het uitvoeren van een enquête of een onderzoek op door het college aangewezen openbare plaatsen.

Burgemeester en wethouders van Zaanstad,

besluiten:

op grond van artikel 2.6, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening in Inverdan aan te wijzen als openbare plaatsen waar het verboden is reclamebiljetten, promotiemateriaal, of andere geschriften aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken, leden, donateurs of klanten te werven, producten of monsters van producten uit te delen dan wel personen staande te houden ten behoeve van het uitvoeren van een enquête of een onderzoek: het voetgangersgebied en het gemengd gebied binnen de bestemmingsplan begrenzing van Inverdan, met uitzondering van een vijftal plaatsen, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende kaart ‘Gebiedsindeling Inverdan reclame-uitingen’.

i261213i19fe5363-d14e-4a8b-9653-d766668b9d57.jpg

Bijlage 1 Gebiedsindeling Inverdan reclame uitingen

 

Inverdan kent verschillen soorten openbare ruimte, ruimtes met ieder zijn eigen betekenis en functie voor het gebied. Binnen een drukke winkelstraat zijn andere vormen van reclame gewenst dan langs een doorgaande ontsluitingsweg. Voor deze verschillende gebiedstypes zijn er verschillende regimes voor reclame uitingen in de openbare ruimte beschreven. Dat zijn het voetgangersgebied, het gemengd gebied, het verkeersgebied, het woongebied en het overig gebied. De Westzijde (na huisnummers 20 en 9 richting het noorden) valt buiten de begrenzing van het bestemmingsplan Inverdan.

Het voetgangersgebied vormt de ruggengraat van Inverdan en bestaat van west naar oost uit, de Slinger, het Stationsplein, de Spooroverbouwing, het Stadhuisplein, de Buiging, de Gedempte Gracht, de Dam en directe omgeving, het Krimp, het Sluizencomplex en de Klauwershoek.

Het gemengd gebied is divers, het bestaat uit de gebieden rond de verkeersaders, maar ook uit de Kennisboulevard, de Vinkenstraat, de Westzijde en de Rozengracht. Er is voor gekozen om de ventwegen rond bijvoorbeeld de Houtveldweg en de Provincialeweg ook binnen dit regiem te laten vallen daar deze wegen van een andere orde en sfeer zijn dan deze twee grote doorgaande structuren zelf.

De grote doorgaande wegen in de stad kennen een dynamisch beeld. Dit zijn binnen Inverdan, de Provincialeweg en de Houtveldweg.

Bijlage II Maatvoering reclamebord voetgangersgebied

i261212ia4b44b0e-5393-4b05-8a66-01658db9242c.jpg