Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Beleidsregels persoonsgebonden budget (pgb) Jeugdwet en geldende Wmo
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels persoonsgebonden budget (pgb) Jeugdwet en geldende Wmo

De beleidsregels pgb zijn een aanvulling of uitwerking van hetgeen is vastgelegd in de verordening Jeugdhulp gemeente Zaanstad 2018 en de verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 en vervangt de beleidsregels pgb Wmo en de Jeugdwet gemeente Zaanstad, uit 2015.

Begripsomschrijving

Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning.

Arrangement: Vastgesteld budget per 4 weken bij zorg in natura en per maand voor pgb met een resultaatafspraak voor de inwoner/budgethouder en de zorgverlener.

Budgethouder: Degene die ondersteuning/hulp heeft vanuit de Wmo en de Jeugdwet en dit in de vorm van een pgb ontvangt.

Budgetbeheerder: Een vertegenwoordiger die ingesteld is door de budgethouder en het pgb-budget beheert en toezicht houdt op de kwaliteit van de met een pgb ingekochte ondersteuning/hulp.

Gemachtigde: Een gemachtigde is een vertegenwoordiger die wordt aangesteld door de aanvrager en zal namens de aanvrager zaken regelt. De aanvrager kan de persoon machtigen. Hiervoor dient de aanvrager een formulier van de SVB in te vullen.

Pgb: Persoonsgebonden budget in kader van de Wmo en de Jeugdwet.

Wettelijk vertegenwoordiger: Een wettelijk vertegenwoordiger is iemand die door de wet of rechter als vertegenwoordiger is aangewezen. Een wettelijk vertegenwoordiger handelt en beslist namens de inwoner. Denk daarbij aan de ouders of voogd van minderjarigen, of een curator, bewindvoerder of mentor.

De beleidsregels hebben betrekking op:

  • 1.

    De pgb-vaardigheid van de aanvrager

  • 2.

    Het beheer van het pgb

  • 3.

    De kwaliteit van de in te kopen ondersteuning

  • 4.

    Voorzieningen waarvoor geen pgb mogelijk is

  • 5.

    Duur van indicaties voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb

  • 6.

    Toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid op ondersteuning in het kader van de Wmo en Jeugdhulp die met pgb is ingekocht

  • 7.

    Combinatie pgb en zorg in natura

Artikel 1. Pgb-vaardigheid aanvrager

De Pgb vaardigheid omvat de volgende onderdelen:

  • 1.1

    Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan

  • 1.2

    Financieel beheer

  • 1.3

    Zorginhoudelijk beheer

  • 1.4

    Werkgeverschap

1.1 Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan

Een budgethouder is in staat om de doelstellingen en de resultaten, uit het ondersteuningsplan te kunnen vertalen in een persoonlijk budgetplan. De budgethouder zal voordat het pgb wordt toegekend een persoonlijk budgetplan moeten overleggen inclusief een daarbij horende zorgovereenkomst. Het invullen van het persoonlijk budgetplan en zorgovereenkomst vereist bepaalde vaardigheden.

Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee die gesteld worden aan een budgethouder of beheerder:

  • Kennis van het doel van de Wmo of Jeugdwet.

  • Kennis hebben van beperkingen en stoornissen/ de hulpvraag.

  • Kennis hebben om de juiste ondersteunende activiteiten in te zetten en hun omvang om de geformuleerde doelstellingen/resultaten te kunnen behalen.

  • Kennis hebben van kosten in relatie tot de inzet van activiteiten.

  • Zelf het pgb-plan/budgetplan hebben opgesteld/ingevuld.

  • Kennis over hoe de zorgverlening te organiseren om resultaatafspraken te behalen.

  • Beheersen van de Nederlandse taal in woord en geschrift.

1.2. Financieel beheer

Een budgethouders moet in staat zijn een administratie te kunnen voeren. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:

  • Kunnen ordenen

  • Facturen/declaraties kunnen controleren (passend binnen de zorgovereenkomst), accorderen en insturen.

  • Inzicht hebben in het beschikbare en benodigde budget.

  • Het budget voor de juiste doeleinden kunnen inzetten.

  • Acties kunnen uitzetten bij externen indien iets verandert of niet correct loopt.

  • Digitaal vaardig zijn.

1.3. Zorginhoudelijk beheer

In staat zijn om de doelstellingen in het ondersteuningsplan te volgen en te bewaken. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:

  • Inzicht hebben in de activiteiten/ondersteuning die worden geleverd.

  • Opzetten van een werkrooster.

  • Inzicht hebben hoe deze ondersteuningsactiviteiten bijdragen aan de doelstellingen.

  • Acties kunnen uitzetten om bij te sturen dan wel in te grijpen.

  • In staat zijn om evaluatiegesprekken te voeren en de effecten te volgen en bij te sturen indien nodig.

  • In staat zijn om de juiste hulpverleners te kiezen passend bij de doelstellingen.

  • In staat zijn om afspraken te maken met de hulpverlener(s) en zorgovereenkomsten correct te kunnen invullen en afsluiten.

  • Aansturing en inwerken van de zorgverlener.

1.4. Werkgeverschap (3 dagen ondersteuning of meer)

De budgethouder moet in staat zijn de werkgeversverplichtingen voortkomend uit het pgb te kunnen vervullen (indien van toepassing). Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:

  • Het juiste type zorgovereenkomst kunnen kiezen.

  • Het kunnen kiezen voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd.

  • Het kunnen hanteren van wel/geen proeftijd.

  • Via het portaal SVB ziekmeldingen kunnen doen en de gemeente te informeren.

  • Doorbetalen van de hulpverlener bij ziekte.

  • Overeenkomen van een correct uurtarief conform het wettelijk minimumloon.

  • Correct hanteren van de opzegtermijn.

Artikel 2. Beheer van het pgb en pgb-vaardigheid beheerder

Als de budgethouder niet zelf het pgb kan beheren is het mogelijk een vertegenwoordiger aan te stellen die het budget beheert. De vertegenwoordiger kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn of een gemachtigde. Aan de beheerder stellen we de volgende eisen:

  • In de Wmo zijn de beheerder en de persoon die de ondersteuning levert niet dezelfde. In uitzonderlijke gevallen kan de wijkteammedewerker daar specifiek toestemming voor geven.

  • De beheerder moet dezelfde pgb-vaardigheden in huis hebben als genoemd in artikel 1.

  • De beheerder toont aan dat ondanks de fysieke afstand van de budgethouder kan worden voldaan aan de taken een verantwoordelijkheden en woont op redelijke afstand.

  • Als een toekomstig budgethouder een wettelijk vertegenwoordiger heeft kan deze ook als beheerder worden aangewezen.

  • De beheerder van het pgb wordt niet uit het pgb betaald.

  • Het aanstellen van een beheerder is een vrijwillige en bewuste keuze van de aanvrager en is niet onder druk van de beheerder gebeurd.

  • De budgethouder heeft zelf de keuze gemaakt voor pgb ipv zorg in natura en niet de beheerder

  • De beheerder kennis heeft op het gebied van zowel financiën als zorgtaken

  • De beheerder mag zelf niet onder bewind staan.

  • De beheerder mag niet meer dan 3 budgethouders bedienen.

Artikel 3. Kwaliteit in te kopen of ingekochte ondersteuning

De kwaliteit van de in te kopen of ingekochte ondersteuning is belangrijk om de doelen en resultaten die in het ondersteuningsplan zijn opgesteld effectief in te zetten en uiteindelijk tot een goed eindresultaat te leiden. In de Wmo en Jeugdwet is als basiseis geformuleerd dat de ondersteuning veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht moet worden verstrekt.

  • 3.1

    De basiseis zoals geformuleerd in de Jeugdwet en Wmo behoeven vertaling naar werkbare eisen, waarover duidelijke afspraken gemaakt kunnen worden. Om te kunnen spreken van goede kwaliteit van ondersteuning worden de volgende eisen gesteld:

Basiseisen

  • Kan garanderen dat de ondersteuningscontinuïteit gewaarborgd is.

  • De ondersteuning is tijdig en conform afspraak.

  • De ondersteuning is afgestemd op de reële behoefte van de budgethouder en op andere vormen van zorg of hulp.

  • De ondersteuning wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de budgethouder.

  • De zorgverlener, budgethouder of budgetbeheerder heeft een actieve signaleringsplicht ten aanzien van veranderingen in de gezondheid (fysiek en psychisch), de sociale situatie en de behoefte van de budgethouder aan meer of andere zorg.

  • De te leveren ondersteuning is afgesteld op het ondersteuningsplan van de Sociale Wijkteam/ Jeugdteammedewerker.

  • De zorg of hulp leidt tot het behalen van de doelen en resultaten die beschreven staan in het ondersteuningsplan.

  • De zorgverlener spreekt de taal van de budgethouder en er is een gelijkwaardige, volwassen relatie.

  • De budgethouder heeft vertrouwen in de zorgverlener.

  • De budgethouder kan zijn verhaal goed kwijt, de zorgverlener luistert en sluit aan bij de behoeften van de budgethouder.

  • Er is ook oog voor alle levensgebieden, zoals de woon-, werk- en leefomgeving van de budgethouder.

  • De budgethouder kan zijn familie en mantelzorger betrekken in de zorg, de zorgverlener houdt daar rekening mee.

  • De budgethouder kan erop vertrouwen dat de zorgverlener de juiste expertise en ervaring heeft.

  • Iedere zorgverlener heeft een Verklaring omtrent gedrag (VOG).

Kwaliteitseisen professionele ondersteuning

  • De zorgverlener voldoet aan de basiseisen.

  • Is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Jeugdhulpaanbieder is ingeschreven bij het inspectieloket Jeugd.

  • Jeugdwet: registratie in kwaliteitsregister Jeugd en/of BIG bij ondersteuning op HBO en WO niveau.

  • De ondersteuning wordt geleverd met gekwalificeerd personeel, passend bij de behoeften en persoonskenmerken van de budgethouder.

  • De zorgverlener draagt zorg voor scholing om medewerkers over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde kunnen (blijven) beschikken. In geval van een zzp-er draagt deze zelf de verantwoordelijkheid voor de hierboven geformuleerde eis.

  • Medewerkers, indien van toepassing, zijn geregistreerd volgens de geldende beroepsregistratie.

  • De zorgverlener draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes door de medewerkers.

  • De zorgverlener heeft een systematische kwaliteitsbewaking.

  • De zorgverlener voldoet aan de landelijke kwaliteitscriteria ingekochte zorg.

  • De zorgverlener heeft de meldplicht om calamiteiten en geweld te melden aan gemeenten of inspectie voor gezondheidszorg.

  • De zorgverlener heeft de verplichting om een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.

  • Stelt een plan van aanpak op hoe het resultaat gehaald gaat worden.

Kwaliteitseisen niet professionele ondersteuning

  • De zorgverlener is op de hoogte van de omgevingsfactoren.

  • De zorgverlener voldoet aan de basiseisen.

  • De zorgverlener heeft de juiste inzet of deskundigheid die verlangd wordt bij de zorgvraag.

  • 3.2

    Invoeren van het pgb-toetsgesprek en een (tussentijdse) evaluatiegesprek door de Jeugd- en de Sociale Wijkteams

Het pgb-toetsgesprek:

Het pgb-toetsgesprek is een goed middel om vooraf te beoordelen of de budgethouder en/of budgetbeheerder pgb-vaardig zijn en of het pgb juist besteed gaat worden. Een toekomstig budgethouder kan zich door de wijk- of jeugdteammedewerker laten informeren over de taken en verantwoordelijkheden als budgethouder. Alleen als de toekomstig budgethouder en de budgetbeheerder, als er sprake is van een vertegenwoordiger of gemachtigde, aanwezig zijn kan een pgb-toetsgesprek plaatsvinden.

De eisen die gesteld worden voor een effectief pgb-toetsgesprek zijn:

  • De toekomstig budgethouder mag altijd een onafhankelijk cliëntondersteuner meenemen.

  • Voorafgaand aan het pgb-toetsgesprek ontvangt de toekomstig budgethouder of budgetbeheerder een checklist van de pgb-vaardigheden en van de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de zorgverlener.

  • Voorafgaand aan het pgb-toetsgesprek ontvangt de toekomstig budgethouder of budgetbeheerder een persoonlijk budgetplan om op aan te geven hoe het pgb budget ingezet gaat worden door vermelding van de activiteiten en resultaten.

  • Tijdens het pgb-toets gesprek neemt de toekomstig budgethouder een ingevulde zorgovereenkomst mee.

  • Het pgb-toets gesprek wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan.

  • De Sociale Wijk/Jeugdteammedewerker mag besluiten een pgb-toets gesprek te houden in aanwezigheid van een tweede collega of een medewerker van de afdeling naleving.

Het evaluatiegesprek:

Wmo: Een evaluatiegesprek is noodzakelijk om te onderzoeken hoe de budgethouder en de zorgverlener werken aan de doelstelling. Tijdens een evaluatiegesprek kunnen de doelen bijgesteld worden en zo ook het budget. Uitgaande van een indicatietermijn van één jaar zou op de helft van de termijn een evaluatiegesprek moeten plaatsvinden teneinde nog te kunnen bijsturen op de doelen die gesteld zijn.

Als na het eerste jaar blijkt dat ondersteuning nog nodig is kan het pgb gecontinueerd worden. Dit kan pas als vastgesteld is dat het pgb effectief is ingezet, de zorgverlener de juiste activiteiten levert en er geen budgetoverschrijding is. Pas dan kan een tweede indicatietermijn worden afgegeven voor twee jaar.

Voor alle termijnen geldt:

  • Op de helft van het indicatietermijn wordt door de wijkteammedewerker een evaluatiegesprek afgesproken met de budgethouder/budgetbeheerder.

  • Aan het eind van het indicatietermijn wordt er een evaluatiegesprek gehouden om vast te stellen over of de te leveren ondersteuning voortgezet dient te worden, afgeschaald, opgehoogd of stopgezet moet worden.

Jeugdwet: Er zijn geen indicatietermijnen ingesteld voor een pgb in de Jeugdwet en de Verordening. De aanvrager en Jeugdteam stellen samen een termijn op, die mede afhankelijk is van het te verwachten resultaat binnen een bepaalde periode of dat de inzet duurzaam is. Bij een indicatietermijn van een jaar wordt na een half jaar geëvalueerd. Bij een duurzaam traject van twee of meer jaren is dat jaarlijks. Als meerdere kinderen uit één gezin onder de Jeugdwet vallen zal er getracht worden om de evaluatiegesprekken samen te laten vallen.

Artikel 4. Voorzieningen en onkosten waarvoor geen pgb mogelijk is

Voor Wmo als voor Jeugdwet:

  • Geen vergoeding voor vooraf gemaakte kosten uit pgb.

  • Zorg die direct ingezet moet worden (crisishulp).

  • Als de zorg vanuit een algemene of een collectieve voorziening komt.

  • Ondersteuning die niet of niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het beoogde resultaat.

  • Geen administratie-, beheer- en bemiddelingskosten.

  • Geen feestdagenvergoeding.

  • Geen vrij besteedbaar c.q. verantwoordingsvrij bedrag.

  • Geen onkosten zoals postzegels, cadeautjes, telefoonkosten.

  • Geen eenmalige uitkering.

  • Geen onkosten voor een cursus pgb of cursusmateriaal.

  • Geen onkosten voor aanvraag VOG.

  • Geen tijd declareren voor het deelnemen overleg ter afstemming met andere hulpverleners of instanties.

Wmo:

  • Geen pgb voor Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV).

  • Geen pgb voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.

  • Doorbetaling in het buitenland is alleen mogelijk voor persoonlijke begeleiding (Wmo).

  • De budgethouder meldt als meer dan 2 maanden aaneengesloten geen zorg wordt ontvangen vanwege verblijf in het buitenland, opname in een instelling of een andere reden. Met de periode dat de budgethouder afwezig is wordt het budget verlaagd.

  • Geen eigen bijdrage mag betaald worden uit het pgb budget.

  • Geen reiskosten, buiten Zaanstreek/Waterland

Jeugdwet:

  • Pleegzorg

Artikel 5. Duur van indicaties voor een pgb

De ondersteuning die wordt verstrekt in diensten (verblijf, begeleiding, respijtzorg en huishoudelijke ondersteuning) is gehouden aan een termijn waarin de ondersteuning wordt geleverd (Wmo) en is verbonden aan een resultaat. Materiele Wmo-voorzieningen (zoals hulpmiddelen en woonvoorzieningen) worden afgegeven voor een periode die rekening houdt met het reële afschrijvingstermijn.

Wmo en Jeugdwet:

De indicatie voor ondersteuning in de vorm van een pgb stopt als de ondersteuning wordt verkregen vanuit een algemene voorziening.

Wmo:

  • Het indicatietermijn voor de eerste indicatie pgb in diensten is maximaal één jaar.

  • Als na het eerste jaar blijkt dat ondersteuning nog nodig is kan het pgb gecontinueerd worden. Dit kan pas als vastgesteld is dat het pgb effectief is ingezet, de zorgverlener de juiste activiteiten levert en er geen budgetoverschrijding is. Pas dan kan een tweede indicatietermijn worden afgegeven voor twee jaar.

  • De gemiddelde levensduur van een hulpmiddel is door de VNG vastgesteld op 7 jaar. Voorzieningen met een afwijkende afschrijvingstermijn zijn:

Woonvoorzieningen (bouwkundig) 10 jaar
Kinderhulpmiddelen Tussen 3 - 5 jaar
Kinderwandelwagens Tussen 3 - 5 jaar
Kinderfietsen Tussen 3 - 5 jaar
Tillift 5 jaar
Douchetoilethulpmiddel 5 jaar
Aankoppelbaar fietsdeel 5 jaar
Actieve rolstoel 5 jaar

De pgb-bedragen voor Wmo diensten als fysieke voorzieningen worden jaarlijks vastgesteld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Bmo).

Jeugdwet:

Er zijn geen indicatietermijnen ingesteld voor een pgb in de Jeugdwet en de Verordening. De aanvrager en Jeugdteam stellen samen een termijn op, die mede afhankelijk is van het te verwachten resultaat binnen een bepaalde periode of dat de inzet duurzaam is. Bij een indicatietermijn van een jaar wordt na een half jaar geëvalueerd. Bij een duurzaam traject van twee of meer jaren is dat jaarlijks.

Artikel 6. Toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid op ondersteuning

Vanuit de Wmo is de gemeente toezichthouder op de kwaliteit en de rechtmatigheid van de ingezette ondersteuning.

In de Jeugdwet is toezicht op kwaliteit bij instellingen en zorgprofessionals wettelijk neergelegd bij de Rijksinspecties. Desalniettemin heeft de gemeente ook vanuit de Jeugdwet een rol bij het toezien op en het controleren van de kwaliteit als het gaat over signalen die voorkomen uit de praktijk. Het toezicht op de rechtmatigheid Jeugdwet is een gemeentelijke verantwoordelijkheid.

Het toezicht op kwaliteit en/of rechtmatigheid van de ondersteuning in pgb wordt in onderstaande cyclus bewaakt:

  • Per kwartaal worden 5 tot 10 dossiers (de Jeugdwet én de Wmo) middels een aselecte steekproef onderzocht door de gemeentelijke toezichthouder.

  • Bij twijfel over de kwaliteit van de zorgverlener kan een check worden gedaan bij de afdeling naleving.

  • In het evaluatiegesprek wordt met de budgethouder en/of budgetbeheerder de kwaliteit getoetst van de ingezette ondersteuning aan de hand van de kwaliteitseisen vanuit de wet en vanuit deze beleidsregels.

Artikel 7. Combinatie pgb en zorg in natura Wmo

Vanuit de Wmo wordt gewerkt met resultaatafspraken. Om een goede sturing te houden op een afgegeven arrangement, kan het arrangement in de volgende vorm worden afgegeven:

  • Als op meerdere resultaatgebieden één arrangement voor diensten (begeleiding, dagbesteding, respijtzorg en huishoudelijke ondersteuning) wordt samengesteld, kan dit maar in één vorm worden verstrekt.

Dit kan zijn of zorg in natura of in pgb.

  • Een fysieke voorziening zoals een hulpmiddel of woonvoorziening kan in een andere vorm worden verstrekt naast het hierboven genoemde arrangement van diensten.

Artikelsgewijze toelichting op de beleidsregels pgb Jeugdwet en geldende Wmo

Artikel 1.

Het college is verantwoordelijk dat de ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet van goede kwaliteit is. Dit geldt zowel voor pgb als voor zorg in natura. Voor zorg in natura zijn er contractafspraken met zorgaanbieders. Bij ondersteuning in de vorm van pgb is het de budgethouder (of budgetbeheerder) die de contracten afsluit. Om de toezichthoudende rol goed uit te kunnen voeren is het noodzakelijk te onderzoeken of degene die het pgb beheert ook de juiste vaardigheden in huis heeft en dat de zorgverlener over de juiste kwaliteitseisen beschikt. Als een budgethouder niet handelingsbekwaam is vanwege verstandelijk/psychische beperking of verslaving geeft het onderzoek naar de pgb-vaardigheden daar uitsluitsel over. Mocht een budgethouder zelf het pgb niet kunnen beheren kan er een budgetbeheerder aangesteld worden. Met de beleidsregels pgb kan de budgethouder een duidelijk profiel van de toekomstig budgetbeheerder vormen. Daarnaast geeft het een medewerker van het Jeugd- of Sociale Wijkteam een instrument om te toetsen of de budgethouder/budgetbeheerder de juiste vaardigheden in huis heeft. Een goed beheer van het pgb biedt uiteindelijk een kwalitatief goede ondersteuning die leidt tot een doeltreffend resultaat.

Artikel 2.

Als de aanvrager op basis van artikel 1 niet beschikt over de gevraagde pgb-vaardigheden, kan een vertegenwoordiger of gemachtigde worden aangewezen. Dit wordt een budgetbeheerder genoemd. De budgetbeheerder kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn of iemand uit het eigen netwerk. Om belangenverstrengeling tegen te gaan mag de zorgverlener niet ook de beheerder zijn. Dit om te voorkomen dat mensen zorgovereenkomsten met zichzelf gaan afsluiten en de eigen facturen gaan controleren en betalen. Een budgetbeheerder woont op korte afstand van de budgethouder om de regie die nodig is op het sturen van de ondersteunings- en zorgvraagstukken ook daadwerkelijk te kunnen organiseren. Het beheren van het budget kost inzet en daardoor tijd. Om dit goed te doen kan een budgetbeheerder niet meer dan 3 budgethouders bedienen. Uit onderzoek blijkt dat het beheer van het pgb gemiddeld 2 uur per week kost.

Artikel 3.1

In dit artikel zijn de kwaliteitseisen opgenomen die de kwaliteit van de ondersteuning/zorg waarborgen. Deze kwaliteitseisen zijn samen met inwoners opgesteld en vastgelegd in de kwaliteitskaart. Verder zijn de kwaliteitseisen die we stellen aan onze gecontracteerde zorgaanbieders overgenomen als kwaliteitseisen voor deze beleidsregels. Zorginstellingen leveren zorg die voldoen aan bepaalde landelijke kwaliteitseisen. Zo moeten zij bijvoorbeeld het zorgplan met cliënten bespreken, medezeggenschap regelen en een klachtenregeling hebben.

Artikel 3.2.

Om duidelijk te krijgen of de aanvrager of potentiele budgetbeheerder de juiste vaardigheden in huis heeft om de kwaliteit van de hulp of ondersteuning te waarborgen is een pgb-toetsgesprek noodzakelijk.

Een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb kan ingezet worden als ondersteuning niet uit het eigen netwerk kan komen of vanuit de (algemene) voorzieningen in de wijk. De ondersteuning geleverd met pgb beoogd een specifiek doel en resultaat. Een doel is de reden waar de hulp en ondersteuning voor ingezet wordt (bijvoorbeeld zinvolle dagbesteding). Een resultaat is wat er bereikt wordt met de ondersteuning (zinvolle dagbesteding ter ontlasting van de mantelzorger). In de Wmo en Jeugdwet is de ondersteuning in arrangementen/producten vormgegeven. In een arrangement/producten werken zorgverlener en inwoner samen om het resultaat te behalen. Om vast te stellen of de ingezette hulp en ondersteuning ook tot het beoogde resultaat leidt is een evaluatiegesprek noodzakelijk.

Artikel 4.

Het pgb-budget is primair bedoeld voor de inkoop van de ondersteuning dus loonkosten en werkgeverslasten. Uit het budget kunnen bijkomende kosten betaald worden zoals reiskosten en administratiekosten die niet door de SVB uitgevoerd kunnen worden. Voor reiskosten, het vervoer van de zorgverlener naar de zorgvrager en andersom, kan maximaal 19 cent per kilometer worden berekend. Een hogere reiskosten per kilometer wordt door de belastingdienst gezien als loon. Bij een overeenkomst met een zorginstelling worden reiskosten niet apart berekend. De reiskosten maken dan onderdeel uit van de prijs van de opdracht. Om te voorkomen dat het pgb budget opgaat aan bijkomende kosten zijn een aantal bestedingen uitgesloten. Zo komen bijvoorbeeld de kosten die een budgetbeheerder uitvoert voor het pgb niet voor vergoeding in aanmerking. Het budgetbeheer is op vrijwillige basis. In de Wmo wordt altijd uitgegaan van het hoofdverblijf. Als de budgethouder tijdelijk niet woonachtig is op het hoofdverblijf is het niet mogelijk de Wmo maatwerk voort te zetten. Uitzondering hierbij is persoonlijke begeleiding met de voorwaarde dat de vaste persoonlijk begeleider de ondersteuning blijft leveren.

Artikel 5.

In het eerste gesprek is vastgesteld dat de ondersteuning of hulp van goede kwaliteit is en de verwachting is uitgesproken dat door de ingezette ondersteuning of hulp het resultaat gehaald wordt. Het is belangrijk het vertrouwen te geven aan de budgethouder of beheerder als het pgb is toegekend. Periodieke evaluatiemomenten zijn nodig om te onderzoeken of de hulp of ondersteuning bijgesteld moet worden. Aan het eind van de indicatieperiode is een evaluatie nodig om vast te stellen of het eindresultaat is gehaald of dat voortzetting van de ondersteuning of hulp noodzakelijk is. Als blijkt dat de ondersteuning of hulp voortgezet wordt en deze van goede kwaliteit is kan voor de Wmo een indicatie voor een termijn van 2 jaar worden afgegeven. In de Jeugdwet zijn geen indicatietermijnen meer gesteld en is het evaluatiegesprek van essentieel belang om te toetsen of de hulp effectief is. Voor fysieke voorzieningen (scootmobiel, woningaanpassing of rolstoel) vanuit de Wmo gelden geen indicatietermijnen maar afschrijftermijnen. De reële afschrijvingstermijnen komen voort uit het hulpmiddelencontract die de gemeente heeft met een hulpmiddelenaanbieder.

Artikel 6.

Het college is verantwoordelijk dat de ondersteuning vanuit de Wmo van goede kwaliteit is. Het college heeft een toezichthouder in de Wmo aangesteld. In de Jeugdwet heeft het college een verantwoordelijkheid om binnengekomen meldingen inzake kwaliteit af te stemmen met de landelijke inspectie. De wetten spreken over grote begrippen als veilig, cliëntgericht en doeltreffend. Om meer houvast te geven aan deze begrippen zijn specifiekere kwaliteitseisen opgesteld voor de zorgverlening (zie bij artikel 3). De toezichthouder zal op basis van de opgestelde kwaliteitseisen onderzoek doen.

Artikel 7.

De ondersteuning op het gebied van begeleiding, respijtzorg en huishoudelijke ondersteuning wordt in Zaanstad in de vorm van een arrangement met een resultaatafspraak aangeboden. De onderdelen van het arrangement zijn in samenhang met elkaar afgesproken. In het toezien tot het behalen van het resultaat is één zorgverlener (hoofdaannemer) verantwoordelijk. Deze kan meerdere zorgverleners (onderaannemer) aanstellen. De hoofdaannemer is eindverantwoordelijk voor het halen van het resultaat in het arrangement. Een combinatie van zorg in natura en pgb door elkaar maakt dat de samenhang tussen de ingezette ondersteuning vertroebelt. Alleen in uitzonderlijke situaties waarbij een overgang van ondersteuning in pgb naar zorg in natura is georganiseerd zou een combinatie van pgb en zorg in natura mogelijk zijn.

Ondertekening