Rijksoverheid

Regelingenpocket Zaanstad

Titel regeling
Beleidsregels gelijkwaardigheid Bouwbesluit Cacaoloodsen nieuwbouw
Uitgever
Zaanstad

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels gelijkwaardigheid Bouwbesluit Cacaoloodsen nieuwbouw

Beleidsregel gelijkwaardigheid Bouwbesluit Cacaoloodsen Zaanstad 2009

Artikel 1 Toepasselijkheid Deze beleidsregel heeft betrekking op de toepassing van het gelijkwaardigheidvoorschrift van het Bouwbesluit 2003 bij het bouwen van industriegebouwen bestemd voor de opslag van cacaobonen en de producten daarvan.

Deze beleidsregel heeft betrekking op de toepassing van het gelijkwaardigheidvoorschrift van het Bouwbesluit 2003 bij het bouwen van industriegebouwen bestemd voor de opslag van cacaobonen en de producten daarvan.

Artikel 2 Doel

  • Het doel van deze beleidsregels is te bereiken:

  • 1. dat grote brandcompartimenten die niet vallen binnen de in paragraaf 2.13.1 van het Bouwbesluit genoemde maximummaten voor de gebruiksoppervlakte zodanig zijn ingericht, dat zij een zelfde mate van brandveiligheid bieden als is beoogd door de voorschriften voor brandcompartimenten die wel voldoen aan de genoemde maximummaten;

  • 2. dat de toepassing van de bouwvoorschriften is afgestemd op de voorschriften ingevolge de Wet milieubeheer.

Artikel 3 Opslag van cacaobonen of cacaopoeder

Een groot brandcompartiment van een gebouw bestemd voor de opslag van cacaobonen of cacaopoeder beperkt de uitbreiding van brand op een wijze die wordt geacht gelijkwaardig te zijn aan hetgeen de wetgever heeft beoogd, als wordt voldaan aan het bepaalde in de bij de beleidsregel gevoegde bijlage, voor zover het daar bepaalde betrekking heeft op een scenario met een brandbestrijdingsduur van negen dagen.

Artikel 4 Opslag van overige cacaoproducten

(gereserveerd)

Artikel 5 Verwijzen in schriftelijke besluiten

Burgemeester en wethouders verwijzen in hun schriftelijke besluiten ter zake naar deze beleidsregels.

Artikel 6 Belangenafweging en gelijkwaardigheid

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 en afdeling 2.22 van het Bouwbesluit 2003 handelen Burgemeester en Wethouders overeenkomstig de beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen.

Artikel 7

  • Slotopmerkingen

  • 1. Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: beleidsregel gelijkwaardigheid Bouwbesluit Cacaoloodsen Zaanstad 2009.

  • Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad

  • mr G.H. Faber

  • burgemeester

  • drs. A.J. van den Berg

  • gemeentesecretaris

Bijlage behorend bij artikel 3

8.1 Opslag van producten

Scenario’s

Brandbestrijdingsduur 3 dagen 6 dagen 9 dagen
Compartimentgrootte 2 Vanaf 1.000 tot 2.500 m 2Vanaf 2.500 tot 10.000 m 2Vanaf 10.000 m
Maximale opslag 2.500 ton poeder 10.000 ton poeder 17.500 ton poeder
Voorzieningen 1Wand 240 min. WBDBO 2 Dak60 min. WBDBO* 3 Bmimet doormelding 1Wand 240 min. WBDBO 2 Dak60 min. WBDBO 3 Bmimet doormelding 4Gab 1Wand 240 min. WBDBO 2 Dak60 min. WBDBO 3 Bmimet doormelding 4Gab
  • 1.

    Hier worden de wanden bedoeld die branddoorslag of brandoverslag naar een ander brandcompartiment moeten voorkomen. De WBDBO (Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag) wordt niet alleen bepaald door de bouwkundige constructie, maar ook door de afstand tot een nabijgelegen brandcompartiment/ perceelsgrens.

  • 2.

    Hier wordt bedoeld dat gedeelte van het dak dat brandoverslag naar een ander brandcompartiment moet voorkomen. Volgens NEN 6068 is een strook van meer dan 4 meter breedte over het algemeen voldoende.

  • 3.

    Bmi = Brandmeldinstallatie met certificaat.

  • 4.

    Gab = Gecertificeerde (adequate) automatische blusinstallatie. Deze is ontworpen voor de feitelijke situatie.

Nb Een opslagloods kan meerdere brandcompartimenten omvatten.

Met de voorgestelde voorzieningen wordt naar verwachting voldaan aan de wens om cacaoproducten brandveiliger op te slaan. Wat de economische belangen betreft, wordt opgemerkt dat de grootte van het brandcompartiment dat behoort bij het scenario van 6 dagen hinder voor de omgeving en inzet van brandweercapaciteit, gezien de grootte van de momenteel in gebruik zijnde loodsen, geen negatieve gevolgen heeft voor de uitvoering van de werkzaamheden in een dergelijk brandcompartiment.

8.2 Opslag van bonen

Scenario’s

Brandbestrijdingsduur 3 dagen 6 dagen 9 dagen
Compartimentgrootte 2 Vanaf 1.000 tot 2.000 m 2Vanaf 2.000 tot 4.000 m 2 Vanaf 4.000 tot 6000 m
Maximale opslag 6.250 ton bonen 15.000 ton bonen 25.000 ton bonen
Voorzieningen 1Wand 240 min. WBDBO 2 Dak60 min. WBDBO* ALARA: 3 4Bmimet doormelding RWA-installatie 1Wand 240 min. WBDBO 2 Dak60 min. WBDBO* ALARA: 3 4Bmimet doormelding RWA-installatie 1Wand 240 min. WBDBO 2 Dak60 min. WBDBO* ALARA: 3 4Bmimet doormelding RWA-installatie
  • 1.

    Hier worden de wanden bedoeld die branddoorslag of brandoverslag naar een ander brandcompartiment moeten voorkomen. De WBDBO (Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag) wordt niet alleen bepaald door de bouwkundige constructie, maar ook door de afstand tot een nabijgelegen brandcompartiment/ perceelsgrens.

  • 2.

    Hier wordt bedoeld dat gedeelte van het dak dat brandoverslag naar een ander brandcompartiment moet voorkomen. Volgens NEN 6068 is een strook van meer dan 4 meter breedte over het algemeen voldoende.

    • 3.

      Bmi = Brandmeldinstallatie met certificaat.

    • 4.

      Gab = Gecertificeerde (adequate) automatische blusinstallatie. Deze is ontworpen voor de feitelijke situatie.

    Nb Een opslagloods kan meerdere brandcompartimenten omvatten.

    Met de voorgestelde voorzieningen wordt naar verwachting voldaan aan de wens om cacaoproducten brandveiliger op te slaan. Wat de economische belangen betreft, wordt opgemerkt dat de grootte van het brandcompartiment dat behoort bij het scenario van 6 dagen hinder voor de omgeving en inzet van brandweercapaciteit, gezien de grootte van de momenteel in gebruik zijnde loodsen, geen negatieve gevolgen heeft voor de uitvoering van de werkzaamheden in een dergelijk brandcompartiment.

    8.2 Opslag van bonen

    Scenario’s

    Brandbestrijdingsduur

    3 dagen

    6 dagen

    9 dagen

    Compartimentgrootte

    Vanaf 1.000 tot 2.000 m2

    Vanaf 2.000 tot 4.000 m2

    Vanaf 4.000 tot 6000 m2

    Maximale opslag

    6.250 ton bonen

    15.000 ton bonen

    25.000 ton bonen

    Voorzieningen

    Wand 240 min. WBDBO1

    Dak2 60 min. WBDBO*

    ALARA:

    Bmi3 met doormelding RWA4-installatie

    Wand 240 min. WBDBO1

    Dak2 60 min. WBDBO*

    ALARA:

    Bmi3 met doormelding RWA4-installatie

    Wand 240 min. WBDBO1

    Dak2 60 min. WBDBO*

    ALARA:

    Bmi3 met doormelding RWA4-installatie

    • 1.

      Hier worden de wanden bedoeld die branddoorslag of brandoverslag naar een ander brandcompartiment moeten voorkomen. De WBDBO (Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag) wordt niet alleen bepaald door de bouwkundige constructie, maar ook door de afstand tot een nabijgelegen brandcompartiment/ perceelsgrens.

    • 2.

      Hier wordt bedoeld dat gedeelte van het dak dat brandoverslag naar een ander brandcompartiment moet voorkomen. Volgens NEN 6068 is een strook van meer dan 4 meter breedte over het algemeen voldoende.

    • 3.

      Bmi = Brandmeldinstallatie met certificaat.

    • 4.

      RWA = Rook-warmte-afvoer volgens de geldende norm.

    Nb Een opslagloods kan meerdere brandcompartimenten omvatten.

    Met de voorgestelde voorzieningen wordt naar verwachting voldaan aan de wens om cacaobonen brandveiliger op te slaan. Wat de economische belangen betreft, wordt opgemerkt dat de grootte van het brandcompartiment dat behoort bij een scenario gelegen tussen 6 en 9 dagen hinder voor de omgeving en inzet van brandweercapaciteit, gezien de grootte van de momenteel in gebruik zijnde loodsen van recentere datum, naar verwachting geen negatieve gevolgen heeft voor de uitvoering van de werkzaamheden in een dergelijk brandcompartiment (5.000 m2, 20.000 ton bonen en 7,5 dagen hinder/inzet).

    Het scenario met de door het bedrijfsleven gewenste opslag van totaal 30.000 ton bonen, blijkt niet te vallen binnen de scenario’s tot 9 dagen hinder voor de omgeving en inzet van brandweercapaciteit.

    Een aparte uitwerking is derhalve nodig en deze leert dat dan tot11 dagen hinder voor de omgeving en inzet van brandweercapaciteit is te verwachten.

    Essentiële voorwaarden en voorschriften:

    • a)

      De brand moet kunnen worden bestreden. Dit betekent dat:

    • 1.

      Het terrein bij het brandcompartiment zodanig bereikbaar is voor brandweervoertuigen dat elk punt van het oppervlak van het brandcompartiment tot op 35 meter afstand, horizontaal gemeten, door een brandweervoertuig kan worden bereikt. Deze opstelplaats van het brandweervoertuig moet veilig zijn voor te voorziene instortingen van constructies van het brandcompartiment. Een rijpad is over een breedte van ten minste 4,5 meter vrij en geschikt voor voertuigen met een asbelasting van 100 kN.

    In de bijgevoegde modellen A en B zijn als voorbeeld voor het scenario van 7,5 dagen hinder voor de omgeving, mogelijk plaatsingen van brandcompartimenten met bonenopslag ten opzichte van elkaar geschetst. Er is hierbij verondersteld dat de noodzakelijke opstelplaats van een brandweervoertuig niet wordt bedreigd door instortende constructiedelen.

    Bij een breedte van 20 meter van de transportstraat (de straat waaraan de overheaddeuren zijn gesitueerd) worden aan de gevels geen brandwerendheidseisen gesteld. Overige vrije ruimte tussen de loodsen moet, in verband met het veilig kunnen bestrijden van de brand, ten minste 12,5 meter breed zijn. Bij deze breedte moeten de aangrenzende gevels een brandwerendheid bezitten van 120 minuten.

    • 2.

      Rondom de loods zijn op een afstand van 80 meter onderling bovengrondse brandkranen aanwezig die een capaciteit hebben van 90 m3/uur bij gelijktijdig gebruik van twee naast elkaar gelegen brandkranen (dus 180m3/uur totaal).

    • 3.

      De zogeheten tertiaire bluswatervoorziening voldoet aan de handleiding “Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid” van de NVBR. Hieruit volgt dat er binnen een afstand van 1 km onbeperkte hoeveelheden bluswater gehaald kunnen worden.

    • b)

      Bij de opslag van product moet een binnenaanval mogelijk zijn. Dit betekent dat:

    • 1.

      Het gebruik van stellingen zodanig is dat deze bij een brand óf niet bezwijken, óf bij bezwijken niet tot gevolg hebben dat brandwerende scheidingen worden beschadigd waardoor de benodigde brandwerendheid verloren gaat. Dit kan bij voorbeeld bereikt worden op de volgende manieren:

      • -

        Het maken van een wand die bij bezwijken van de stellingen zo sterk is dat voorkomen wordt dat de vereiste brandwerendheid van 4 uur wordt aangetast,

      • -

        Met een gecertificeerde automatische blusinstallatie er zorg voor dragen dat de stelling bij brand overeind blijft. (Bij het dimensioneren van de stellingen moet er rekening mee worden gehouden dat bij het inkomen van een sprinklerinstallatie verpakkingsmateriaal en/of product zwaarder wordt).

    • 2.

      Er voldoende zicht is. Daartoe wordt normaliter een rookwarmte-afvoer-installatie (RWA) aangebracht conform NEN 6093. Bijkomend voordeel is dat de rook, die sowieso ontstaat en bij het uitrijden en eventueel bestrijden door de deuropening zou komen, naar een vooraf bepaalde richting in het dak wordt gestuurd. De afvoer van niet brandende delen in het beginstadium en een eventuele latere bestrijding wordt hiermee ook vergemakkelijkt.

    • c)

      Broeiachtige verschijnselen in de opslag van bonen moeten in de gaten worden gehouden. In de milieuvergunning/ gebruiksvergunning wordt een voorschrift met de volgende strekking gegeven:

    “In de inrichting moet een inspectieschema aanwezig zijn voor de controle van de opslagcondities (temperatuurmetingen) van de bulkopslag van cacao. Deze controle dient ten minste een keer per week te worden uitgevoerd. Wanneer de condities aanleiding kunnen geven tot broeiachtige verschijnselen dienen afdoende maatregelen te worden getroffen. Ten behoeve van deze controles is in de inrichting is een logboek aanwezig waarin ten minste wordt geregistreerd:

    - datum en tijdstip van de controle;

    - temperatuur;

    - luchtvochtigheid;

    - bijzonderheden (o.a. genomen maatregelen bij waarnemingen van verhoogde temperatuur).

    Het logboek wordt op het eerste verzoek van een daartoe bevoegd ambtenaar ter inzage overgelegd.”

    Het inspectieschema behoeft de instemming van het bevoegd gezag.

Nota-toelichting Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Toepasselijkheid

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 2 Doel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 3 Opslag van cacaobonen of cacaopoeder

Zie bijlage.

Artikel 4 Opslag van overige cacaoproducten

Dit artikel is gereserveerd voor een later vast te stellen beleidsregel over de opslag van andere cacaoproducten dan cacaopoeder. Artikel 5 en 6 sluiten aan bij de Algemene wet bestuursrecht en geven aan dat het hier niet om algemeen verbindende voorschriften gaat, maar om beleidregels met een inherente afwijkingsbevoegdheid. In artikel 6 is tevens tot uitdrukking gebracht, dat de mogelijkheid aanwezig blijft om op een andere gelijkwaardige wijze af te wijken van de in het Bouwbesluit 2003 gestelde prestatie-eisen. De aanvrager die een beroep op het gelijkwaardigheidsartikel doet moet dan wel ten genoegen van burgemeester en wethouders aantonen dat zijn bouwplan tenminste eenzelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu biedt als is beoogd met de prestatie voorschriften waarvan hij wil afwijken.