Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Beleidsregels ontheffingen artikel 87 RVV 1990 Vlaardingen 2013
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels ontheffingen artikel 87 RVV 1990 Vlaardingen 2013

Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Vlaardingen overwegende:

- dat in artikel 87 RVV de verkeersregels en verkeerstekens zijn genoemd waarvoor het college ontheffing kan verlenen;

- dat het wenselijk is beleidsregels op te stellen om te komen tot een eenduidige afhandeling van aanvragen om een dergelijke ontheffing; gelet op het bepaalde in artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) 1990 en artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de volgende: Beleidsregels ontheffingen artikel 87 RVV 1990 Vlaardingen 2013

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a. aanvraag : de aanvraag tot het verlenen van een RVV ontheffing;

b. aanvraagformulier : het aanvraagformulier ten behoeve van de aanvraag van een RVV ontheffing; 

c. aanvrager : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de aanvraag indient;

d. ambulante handel : de handel die wordt bedreven door een ondernemer die in het bezit is van een standplaatsvergunning in een autoluw gebied;

e. aslast : de som van de wiellasten van één as;

f. autoluw gebied : een voetpad, fietspad of voetgangerszone welke alleen tijdens venstertijden met een voertuig mag worden bereden om in dat gebied:

- zaken dan wel personen te laden en te lossen;

- werkzaamheden uit te voeren;

- een parkeergelegenheid op eigen terrein te bereiken;

g. bewoner : degene die volgens de in de gemeentelijke basisadministratie beschikbare persoonsgegevens woonachtig is in een autoluw gebied;

h. het college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen;

i. geldigheidsduur :  de periode waarin de ontheffing geldig is;

j. kenteken : kenteken als bedoeld in artikel 36 of artikel 37, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994;

k. onderneming : een bedrijf, al dan niet in het bezit van rechtspersoonlijkheid, dat is gevestigd op een adres in een autoluw gebied;

l. ontheffing   : de beschikking waarin staat voor welke verkeersregels en verkeerstekens van artikel 87 RVV ontheffing is verleend en de daaraan verbonden voorschriften en/of beperkingen;

m. ontheffinghouder : de natuurlijke of rechtspersoon waaraan de ontheffing is verleend;

n. ontheffingskaart :  de geplastificeerde kaart die de ontheffinghouder tezamen met de ontheffing ontvangt. Op deze kaart staat een verkorte omschrijving van hetgeen vermeld is in de ontheffing; 

o. parkeergelegenheid op eigen terrein : een parkeerplaats op eigen terrein of in een eigen garage, waarover de aanvrager kan beschikken op grond van een zakelijk recht of op grond van een huurovereenkomst;

p. RVV  : het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990;

q. tijdsduurbeperking : de uren van de dag en de dagen van de week dat de ontheffing geldig is;

r. venstertijd : een met een verkeersbesluit vastgestelde tijdsperiode waarbinnen een voetpad, fietspad of voetgangerszone zonder ontheffing mag worden bereden;

s. voertuigen : als omschreven in artikel 1 sub al. RVV 1990.

 

Artikel 2 Reikwijdte beleidsregels

1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen om een ontheffing op grond van artikel 87 RVV.

2. Bij de beoordeling van aanvragen om een ontheffing voor het berijden van de busbaan is het door de stadsregio Rotterdam opgestelde ‘Afwegingskader medegebruik busbanen’ voor het college richtinggevend.

 

Artikel 3 Aanvraagprocedure

1. Een aanvraag om ontheffing wordt uiterlijk vier weken voordat de ontheffing benodigd is schriftelijk ingediend bij het college.

2. Ten behoeve van de aanvraag vult de aanvrager een hiertoe bestemd aanvraagformulier in. Dit formulier is volledig, naar waarheid, ingevuld en voorzien van de handtekening van de aanvrager.

3. Het aanvraagformulier is altijd vergezeld van de volgende bijlagen:

a. een kopie geldig kentekenbewijs voor zover het een voertuig betreft waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven;

- bij kentekenbewijzen die vanaf 01-06-2004 zijn verstrekt: een kopie van deel 1a (voertuigbewijs) en deel 1b (tenaamstelling);

- bij kentekenbewijzen die voor 01-06-2004 zijn verstrekt: een kopie kentekenbewijs deel II;

b. indien het kenteken niet op naam van de aanvrager staat: een overeenkomst waaruit blijkt dat het voertuig door de aanvrager gebruikt mag worden.

4. In het geval van een aanvraag om een ontheffing voor het berijden van een autoluw gebied buiten de venstertijd, is het aanvraagformulier daarnaast vergezeld van de in artikel 10 vermelde bijlagen. 

5. De aanvraag kan betrekking hebben op meerdere voertuigen.

6. Het college kan besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de aanvrager de aanvraag niet binnen de in lid 1 genoemde termijn ingediend heeft.

 

Artikel 4 Beoordelingscriteria, voorschriften en beperkingen

1. De aanvrager toont de noodzaak tot verlening van een ontheffing aan.

2. De ontheffing wordt verleend voor een bepaalde, zo kort mogelijke, termijn met een maximale geldigheidsuur van één kalenderjaar. Voor de ontheffing voor autoluwe gebieden geldt de maximale geldigheidsduur genoemd in artikel 11.

3. De ontheffing wordt verleend voor een bepaald wegvak of autoluw gebied.

4. De ontheffing is voertuiggebonden, tenzij in de ontheffing anders is bepaald.

5. Het college kan voor de Holyweg, Woudweg en Breeweg een ontheffing verlenen voor de geldende aslast van maximaal 4,8 ton. Voor de Breeweg is hierbij een ontheffing mogelijk tot maximaal 6,7 ton, voor de Holyweg en Woudweg een ontheffing tot maximaal 9,6 ton. Bij meer dan 2 assen daalt de maximaal toegestane aslast waarbij het maximale voertuiggewicht leidend is.

6. De ontheffing vermeldt in ieder geval:

a. naam van de aanvrager;

b. naam en adres van de ontheffinghouder;

c. voor zover het een voertuig betreft waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven:

het kenteken van het voertuig, waarvoor de ontheffing is verleend;

d. voor zover het een voertuig betreft waarvoor geen kentekenbewijs is afgegeven:

het type, merk en kleur van het voertuig;

e. het tijdvak en (de) wegvak (ken) of het autoluwe gebied waarvoor de ontheffing is verleend;

f. de geldigheidsduur van de ontheffing;

g. voor welke verkeersregels en verkeerstekens uit artikel 87 RVV de ontheffing is verleend;

h. de bezwaar- en beroepsclausule;

i. de voorschriften en beperkingen die aan de ontheffing zijn verbonden.

7. Naast de ontheffing wordt een ontheffingskaart verstrekt. De ontheffingskaart vermeldt ten minste:

a. naam van de aanvrager;

b. naam en adres van de ontheffinghouder;

c. de datum van de ontheffing;

d. voor zover het een voertuig betreft waarvoor een ontheffing is verleend: het kenteken van het voertuig, waarvoor ontheffing is verleend;

e. voor zover het een voertuig betreft waarvoor geen kentekenbewijs is afgegeven: het type, merk en kleur van het voertuig;

f. de geldigheidsduur van de ontheffing;

g. een omschrijving van het gebied waarvoor de ontheffing is verleend;

h. voor welke verkeersregels en verkeerstekens uit artikel 87 RVV de ontheffing is verleend;

i. een verwijzing naar de voorschriften en beperkingen die vermeld staan in de ontheffing.

8. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een ontheffing ter bescherming van de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist.

9. Degene aan wie ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

10. Het college kan de ontheffing weigeren indien een eerdere ontheffing van de aanvrager in de twee jaren voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag, wegens handelen in strijd met de ontheffingsvoorschriften en- beperkingen, is ingetrokken.

 

Artikel 5 Intrekking of wijziging

Het college kan de ontheffing intrekken indien:

1. a. ter verkrijging ervan onvolledige dan wel onjuiste gegevens zijn verstrekt;

b. de aan de ontheffing verbonden voorschriften en/of beperkingen niet in acht worden genomen;

c. sprake is van oneigenlijk gebruik van de ontheffing;

d. de ontheffinghouder in gebreke blijft bij de betaling van de leges;

e. de ontheffinghouder hierom verzoekt;

f. de ontheffinghouder is overleden.

2. Het college trekt de ontheffing in ieder geval in op grond van een verandering van de

omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, indien intrekking wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist en verleend.

3. De ontheffinghouder meldt een tussentijdse wijziging van het kenteken en/of andere gegevens

waarop de ontheffing is afgegeven, aan het college, waarbij de ontheffingskaart wordt ingeleverd en de ontheffing opnieuw wordt beoordeeld.

 

Artikel 6 Gebruik van de ontheffing

1. De ontheffing en ontheffingskaart zijn niet overdraagbaar.

2. De ontheffing en ontheffingskaart worden op eerste vordering van de in artikel 159 Wegenverkeerswet 1994 bedoelde personen, ter inzage gegeven.

3. Indien de ontheffing een afgesloten voertuig betreft, is de ontheffingskaart zichtbaar achter de voorruit geplaatst tijdens het verkeersgedrag waarvoor de ontheffing is verleend.

4. Indien de ontheffing geen afgesloten voertuig betreft, is de RVV ontheffing op of aan het voertuig zichtbaar aanwezig tijdens het verkeersgedrag waarvoor de ontheffing is verleend.    

 

Artikel 7 Soorten ontheffingen autoluwe gebieden

Het college kan de volgende ontheffingen voor autoluwe gebieden verlenen:

1. a.  permanente ontheffing zonder tijdsduurbeperking: een ontheffing die wordt verleend om in een autoluw gebied te mogen rijden met een voertuig buiten de venstertijd;

b. permanente ontheffing met tijdsduurbeperking: een ontheffing als bedoeld onder a, met dien verstande dat de ontheffing alleen geldt voor een in de ontheffing vastgelegde periode van de dag, die kan verschillen per dag van de week;

c. incidentele ontheffing: een ontheffing die eenmalig en voor beperkte duur wordt verleend om een autoluw gebied te mogen berijden met een voertuig buiten de venstertijd.

 

Artikel 8 Permanente ontheffingen autoluwe gebieden

1. Permanente ontheffing ten behoeve van taxi’s, WMO vervoer, schoolbus en collectief vervoer dagbesteding/dagbehandeling (Awbz)

a. Een permanente ontheffing zonder tijdsduurbeperking voor het berijden van het autoluwe gebied met een voertuig buiten de venstertijd, kan worden verleend aan een ondernemer van een taxi, van WMO vervoer, een schoolbus en collectief vervoer/dagbehandeling (Awbz), voor zover deze voertuigen als zodanig herkenbaar zijn.

b. De ontheffing wordt op bedrijfsnaam en op kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing wordt verleend, gesteld.

2. Permanente ontheffing voor concessiehouders personenvervoer

a.  Een permanente ontheffing zonder tijdsduurbeperking voor het berijden van bepaalde routes in het autoluwe gebied met een voertuig ingericht voor het vervoer van personen, kan worden verleend aan concessiehouders.

b. De ontheffing wordt op bedrijfsnaam en adres van de aanvrager gesteld. 

3. Permanente ontheffing voor bewoners

a. Aan een bewoner die woont binnen een autoluw gebied en die aantoonbaar zijn woning en/of parkeergelegenheid op eigen terrein niet op een andere manier kan bereiken dan via het autoluwe gebied, kan een permanente ontheffing met of zonder tijdsduurbeperking worden verleend voor het berijden van dat autoluwe gebied buiten de venstertijd.

b. Het maximale aantal ontheffingen dat aan een bewoner kan worden verleend, is gelijk aan het aantal aantoonbaar door de bewoner in gebruik zijnde voertuigen.

c. De ontheffing als bedoeld in dit lid wordt op naam en adres van de bewoner en op kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing wordt verleend, gesteld.

4. Permanente ontheffing voor ondernemingen 

a. Aan een onderneming die gevestigd is binnen een autoluw gebied en die aantoonbaar zijn bedrijfspand en/of parkeergelegenheid op eigen terrein niet op een andere manier kan bereiken dan via het autoluwe gebied, kan een permanente ontheffing met tijdsduurbeperking voor het berijden van dat autoluwe gebied buiten de venstertijd worden verleend.

b. Het maximale aantal ontheffingen dat aan een onderneming kan worden verleend, is gelijk aan het aantal aantoonbaar beschikbare parkeerplaatsen op eigen terrein binnen het autoluwe gebied  waarover de aanvrager beschikt.

c. Indien er geen sprake is van aantoonbare parkeergelegenheid op eigen terrein in het autoluwe gebied  bedraagt het aantal ontheffingen dat aan een onderneming kan worden verleend maximaal 1.

d. De ontheffing als bedoeld in dit lid wordt op naam en adres van de onderneming en op kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing wordt verleend, gesteld.

5. Permanente ontheffing ten behoeve van het beheer van de openbare ruimte

a. Een permanente ontheffing met of zonder tijdsduurbeperking voor het berijden van het autoluwe gebied met een voertuig buiten de venstertijd ten behoeve van het uitvoeren van een werkzaamheid, mits die aantoonbaar niet binnen de venstertijd kan worden verricht, kan worden verleend aan een onderneming die is belast met:

- het inzamelen van afval;

- het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte.

b. De ontheffing wordt op naam en adres van de onderneming en op kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing wordt verleend, gesteld.

6. Permanente ontheffing ten behoeve van de ambulante handel

a. Een permanente ontheffing met tijdsduurbeperking voor het berijden van het autoluwe gebied, met een voertuig, buiten de venstertijd, kan worden verleend aan een ondernemer in de ambulante handel die beschikt over een standplaatsvergunning binnen het autoluwe gebied, en aan een ondernemer belast met de op- en afbouw van de dagmarkt.

b. De ontheffing houdt niet in de toestemming om voertuigen aanwezig te hebben gedurende de periode dat de markt plaatsvindt.

c. De ontheffing wordt op naam en adres van de aanvrager en op kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend, gesteld.

 

Artikel 9 Incidentele ontheffingen autoluwe gebieden

1. Een incidentele ontheffing voor het berijden van een autoluw gebied met een motorvoertuig buiten de venstertijd kan worden verleend aan:

a. een bouw-, installatie- en reparatiebedrijf;

b. een uitvaartvoertuig met maximaal vijf volgvoertuigen;

c. een bruidsvoertuig met maximaal vijf volgvoertuigen;

d. een anoniem waardetransport;

e. een evenemententransport;

f. een schoonmaakbedrijf;

g. een storingsdienst;

h. een beveiligingsdienst;

i. een verhuisbedrijf;

j. een bewoner van een autoluw gebied voor het door hem zelf uitvoeren van een verhuizing naar zijn eigen woonadres;

k. een decorwagen ten behoeve van de schouwburg;

l. een zendwagen van radio en tv;

m. hoogwaardigheidsbekleders;

n. hiermee gelijk te stellen ondernemingen, personen of gevallen.

2. De aanvrager van de ontheffing, niet zijnde een bewoner, overlegt een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring.

3. De ontheffing kan alleen worden verleend indien de aanvrager aantoont dat:

a. de uit te voeren werkzaamheid of de uit te voeren activiteit in het autoluwe gebied niet kan worden uitgevoerd tijdens de venstertijd;

b. de goederen, gereedschappen of materialen niet op een andere wijze of op andere tijden kunnen worden afgeleverd of afgehaald;

4. In bijzondere omstandigheden kan het college ambtshalve een ontheffing verlenen.

5. Indien de noodzaak daartoe aanwezig wordt geacht, kan het college afwijken van de geldigheidsduur;

6. Een incidentele ontheffing wordt niet vaker aan één en dezelfde onderneming verleend dan zes keer per half jaar, uitgezonderd de onderneming van het uitvaart- en trouwvoertuig met maximaal vijf volgvoertuigen.

7. De ontheffing wordt op naam en adres van de ontheffinghouder en op kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing wordt verleend, gesteld.

 

Artikel 10 Bijlagen aanvraag ontheffingen autoluwe gebieden

1. Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 8, lid 1 overlegt de aanvrager, naast de al in  artikel 3 vermelde bescheiden:

a. een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring;

2. Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 8, lid 2 overlegt de aanvrager, naast de al in artikel 3 vermelde bescheiden:

a. een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring;

b. een kopie van de verleende concessie.

3. Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 8, lid 3 voor het berijden van het autoluwe gebied om parkeergelegenheid op eigen terrein in het autoluwe gebied te bereiken, overlegt de aanvrager, naast de al in artikel 3 vermelde bescheiden:

a. een bewijs van een zakelijk recht op de parkeergelegenheid op eigen terrein waarvoor ontheffing wordt aangevraagd;

4. Bij de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 8 lid 4 voor het berijden van het autoluwe gebied om parkeergelegenheid op eigen terrein in het autoluwe gebied te bereiken, overlegt de aanvrager, naast de al in artikel 3 vermelde bescheiden:

a. een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring;

b. een bewijs van een zakelijk recht op de parkeergelegenheid op eigen terrein;

 

Artikel 11 Geldigheidsduur ontheffingen autoluwe gebieden

1. Een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8, leden 1, 3 en 4 wordt verleend voor onbepaalde tijd.

2. Een ontheffing als bedoeld in artikel 8, lid 2 wordt verleend voor de duur van de concessie.

3. Een ontheffing  als bedoeld in artikel 8, lid 5 wordt verleend voor een kalenderjaar.

4. Een ontheffing als bedoeld in artikel 8 lid 6, betreffende de ondernemer in de ambulante handel met een standplaatsvergunning in het autoluwe gebied, wordt verleend voor de duur van de standplaatsvergunning.

5. Een ontheffing als bedoeld in artikel 8 lid 6, betreffende de ondernemer belast met de op- en afbouw van de dagmarkt, wordt verleend voor de duur van zijn overeenkomst. 

6. Een ontheffing als bedoeld in artikel 9 lid 1 wordt verleend voor een periode van maximaal 24 uur.

 

Artikel 12 Kosten van de ontheffing

1. Voor de behandeling van een aanvraag om een ontheffing worden leges geheven conform de legesverordening van de gemeente Vlaardingen.

2. De leges worden geheven per kenteken.

 

Artikel 13 Inwerkingtreding

1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

2. Met de vaststelling van deze beleidsregels vervallen de ‘Richtlijnen bij afgifte RVV- ontheffing houders Landelijke Perskaart 2004’.

 

Artikel 14 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels ontheffingen artikel 87 RVV 1990 Vlaardingen 2013”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen op 5 maart 2013
de secretaris,  de burgemeester,
ir. C. Kruijt  mr. T.P.J. Bruinsma

Nota-toelichting Toelichting Beleidsregels ontheffingen artikel 87 RVV 1990 Vlaardingen 2013

Algemeen

RVV staat voor ‘Reglement verkeersregels en verkeerstekens’ en is een uitvoeringsbesluit van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), die de basis is van de verkeerswetgeving. In het RVV 1990 zijn alle verkeersregels en verkeerstekens te vinden die in Nederland van toepassing zijn.  Een RVV ontheffing is nodig wanneer er met een voertuig gereden of geparkeerd moet worden op een plek waar dat niet mag, of wanneer op een andere manier bepaalde verkeerstekens of verkeersregels die een gebod of een verbod inhouden, overtreden moeten worden. Het college kan als wegbeheerder in Vlaardingen een RVV ontheffing verlenen. De RVV ontheffing geldt alleen voor verkeerstekens en verkeersregels die genoemd zijn in artikel 87 van het RVV. Alle andere verkeerstekens en verkeersregels vallen buiten de ontheffing. Er kan bijvoorbeeld geen ontheffing van de betaalplicht voor parkeren worden verleend. In artikel 87 RVV staat niet aangegeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden het college een ontheffing verleent. Dat is in deze beleidsregels vastgelegd. Toepassing van de  beleidsregels zorgt voor een eenduidige afhandeling van de aanvragen om een RVV ontheffing. Artikel 1 Begripsbepalingen

Dit artikel bevat een omschrijving van de begrippen die in de beleidsregels worden gebruikt. Onder f

Een autoluw gebied is een gebied waarin alleen op bepaalde tijden van de dag en/of bepaalde dagen van de week- tijdens de zogenaamde venstertijden- met voertuigen gereden mag worden om te laden en te lossen. Meestal zijn het voetgangersgebieden dan wel fietspaden in het centrum die in minder drukke uren gebruikt worden voor bevoorrading. Op www.vlaardingen.nl onder digitaal loket/verkeer en vervoer/ RVV ontheffing berijden autoluw gebied buiten de venstertijd, staat een link naar het overzicht van de voet- en fietspaden en voetgangerszones in Vlaardingen die alleen tijdens de venstertijden met een voertuig mogen worden bereden. Onder o

Hier wordt het begrip ‘parkeergelegenheid op eigen terrein’ omschreven. In deze begripsbepaling wordt gesproken van een zakelijk recht. Hieronder vallen onder meer: eigendom en erfpacht. Om ook huurders van parkeergelegenheid in de gelegenheid te stellen hun gehuurde parkeerplaats in een autoluw gebied te bereiken is tevens toegevoegd ‘op grond van een huurovereenkomst’. Artikel 2 Reikwijdte beleidsregels

Dit artikel geeft de reikwijdte van deze beleidsregels aan. Tweede lid

Er is in Vlaardingen één busbaan aanwezig, gelegen langs de Mr. L.A. Kesperweg en de Schiedamsedijk tussen station Vlaardingen- Oost en metrostation Vijfsluizen. Deze busbaan is aangelegd met subsidie van de stadsregio Rotterdam die geconsulteerd dient te worden over het toestaan van medegebruik van de busbaan. De stadsregio heeft hiertoe in oktober 2010 het ‘Afwegingskader medegebruik busbanen’ opgesteld (intern registratienummer VLD/201/42182). De uiteindelijke bevoegdheid voor het al dan niet verlenen van ontheffingen voor medegebruik blijft in handen van de wegbeheerder. Dit afwegingskader legt dan ook geen voorschriften op maar is voor het college wel richtinggevend bij de beslissing op een aanvraag. 

Het hierop afgestemde uitgangspunt van het college is dat er geen ontheffingen worden verstrekt voor het berijden van de busbaan. De beperkte rijtijdwinst weegt niet op tegen het creëren van mogelijke verkeersonveilige situaties door het toestaan van extra verkeer op de busbaan waar het overige verkeer niet op bedacht is. Tevens dient precedentwerking voorkomen te worden.  

Artikel 3 Aanvraagprocedure

Onder meer de beslis- en hersteltermijnen zijn geregeld in de Algemene wet Bestuursrecht (Awb) die het bestuursrechterlijk kader vormt van deze beleidsregels.  Het aanvraagformulier RVV ontheffing (pdf) is beschikbaar via de gemeentelijke website, www.vlaardingen.nl onder digitaal loket/verkeer en vervoer/ RVV ontheffing of is telefonisch op te vragen bij de gemeente via telefoonnummer (010) 248 4000. Derde lid onder b

Als het gaat om een overeenkomst waaruit blijkt dat het voertuig voor de aanvrager bestemd is, kan het gaan om een huurovereenkomst of in geval van een lease auto, een werkgeversverklaring waarin staat dat het voertuig door de aanvrager gebruikt mag worden. Artikel 4 Beoordelingscriteria, voorschriften en beperkingen

Eerste lid

Het college is uiterst terughoudend met het verlenen van ontheffingen en zal deze slechts verlenen na een zorgvuldige belangenafweging. Belangrijk punt bij de beoordeling is dat de uit te voeren activiteit en de verboden handeling die daarmee gepaard gaat, noodzakelijk en onvermijdelijk moet zijn. Daarmee wordt bedoeld dat er geen redelijk alternatief is om de activiteit binnen de toegestane juridische randvoorwaarden uit te voeren.

Artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 is het toetsingskader voor de beoordeling van aanvragen. Dit artikel heeft onder meer betrekking op de veiligheid op de weg, de bescherming van weggebruikers en passagiers, het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu. 

De aanvrager dient de noodzaak tot ontheffing aan te tonen. Een ontheffing kan aangevraagd worden voor een dag, dagdeel of een aaneengesloten periode met een maximum van één kalenderjaar voor alle locaties binnen de gemeente Vlaardingen. Dit geldt niet voor een ontheffing voor het berijden van autoluwe gebieden buiten de venstertijd. De geldigheidsduur voor deze ontheffingen staat genoemd in artikel 11. Vijfde lid

Op de Holyweg, Breeweg en Woudweg in Vlaardingen geldt een maximale aslast van 4,8 ton. Voor de Breeweg is hierbij een ontheffing mogelijk tot maximaal 6,7 ton, voor de Holyweg en Woudweg een ontheffing tot maximaal 9,6 ton.

Als de ontheffing wordt aangevraagd voor een route waarin de Breeweg gecombineerd wordt met de Holyweg en/of Breeweg geldt de maximale aslast van de Breeweg, namelijk 6,7 ton. Bij meer dan 2 assen daalt de maximaal toegestane aslast waarbij het maximale voertuiggewicht leidend is. Zie onderstaande tabel.  

i222907ib0328334-7309-4f6e-88b7-f99a9b5ed76e.png
Wanneer de bestemming via de Holyweg en Breeweg ligt in de gemeente Midden- Delfland (Schipluiden) zal de aanvrager tevens bij de gemeente Midden- Delfland een ontheffing moeten aanvragen voor het berijden van de wegen onder haar beheer. Wanneer de bestemming via de Holyweg en Woudweg ligt in de gemeente Schiedam zal de aanvrager tevens een ontheffing moeten vragen bij de gemeente Schiedam voor het berijden van de wegen onder haar beheer. De beoordeling van de aanvragen wordt in dit geval tussen de gemeenten afgestemd om zo tot een eensluidend besluit te komen. Een ontheffing van de gemeente Vlaardingen is in dit geval pas geldig in combinatie met een ontheffing van de gemeente Midden- Delfland of de gemeente Schiedam. Artikel 5 Intrekking of wijziging

In het eerste lid is bepaald om welke redenen het college een eenmaal verleende ontheffing kan intrekken (‘kan- bepaling’). Is er sprake van de situatie genoemd in het tweede lid dan moet het college de ontheffing intrekken (‘trekt in’). De woorden ‘in ieder geval’ geven aan dat de genoemde intrekkingsgrond niet limitatief is.   Artikel 6 Gebruik van de ontheffing

In dit artikel worden regels gegeven voor het gebruik van de ontheffing. Artikel 7 Soorten ontheffingen autoluwe gebieden

Eerste lid

Er kunnen drie soorten ontheffingen voor autoluwe gebieden worden verleend:

1. een permanente ontheffing zonder tijdsduurbeperking. Deze ontheffing kan worden verleend aan:

a. taxi’s, WMO vervoer, schoolbus en collectief vervoer dagbesteding/dagbehandeling (Awbz);

b. concessiehouders personenvervoer;

c. bewoners al dan niet met een aantoonbare parkeergelegenheid op eigen terrein of;

d. ondernemingen belast met het beheer van de openbare ruimte;

2. een permanente ontheffing met tijdsduurbeperking. Voor deze ontheffing komen in aanmerking:

a. bewoners al dan niet met aantoonbare parkeergelegenheid op eigen terrein;

b. ondernemingen, al dan niet met aantoonbare parkeergelegenheid op eigen terrein;

c. ondernemingen belast met het beheer van de openbare ruimte;

d. ondernemers in de ambulante handel die in het bezit zijn van een standplaatsvergunning binnen het autoluwe gebied, en aan ondernemers die belast zijn met de op- en afbouw van de dagmarkt.

De tijdzone in de ontheffing voor het berijden van het autoluwe gebied wordt voor ondernemingen zo kort mogelijk gehouden en zoveel mogelijk afgestemd op het bedrijfsproces teneinde teveel verkeer in het autoluwe gebied te voorkomen.

Opmerking

Aan de beheerder van de openbare ruimte of aan de onderneming hiermee belast, kan zowel een permanente ontheffing zonder als met tijdsduurbeperking worden verleend. Dit geldt ook voor bewoners. In sommige autoluwe gebieden is namelijk op bepaalde tijdstippen geen enkel verkeer van voertuigen mogelijk. Bij de beheerder van de openbare ruimte of de onderneming hiermee belast, speelt daarnaast het type werkzaamheden ook een rol. 3. een incidentele ontheffing. Hiervoor komen de in artikel 9, lid 1 genoemde ondernemingen en personen in aanmerking. Deze ontheffing geldt maximaal 24 uur. Artikel 8 Permanente ontheffingen autoluwe gebieden Algemeen

In artikel 91 RVV staat geschreven dat bestuurders van een voorrangsvoertuig mogen afwijken van de voorschriften van het RVV voor zover de uitoefening van hun taak dit vereist. Zij zijn automatisch ontheven voor onder andere het berijden van autoluwe gebieden.  Artikel 29 RVV geeft een nadere toelichting op de in artikel 91 genoemde voorrangsvoertuigen:  1. Bestuurders van motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, motorvoertuigen in gebruik bij diensten voor spoedeisende medische hulpverlening, en motorvoertuigen van andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten voeren blauw zwaai-, flits- of knipperlicht en een tweetonige hoorn om kenbaar te maken dat zij een dringende taak vervullen.

2. De in het eerste lid genoemde bestuurders mogen aanvullend op de in dat lid bedoelde verlichting overdag knipperende koplampen voeren.

3. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende het blauwe zwaai-, flits- of knipperlicht, de tweetonige hoorn en de knipperende koplampen.

De in artikel 29 lid 1 RVV genoemde hulpverleningsdiensten zijn nader toegelicht in de ministeriële Regeling optische en geluidssignalen 2009. In artikel 1 lid 2 van deze regeling wordt een opsomming gegeven van de diensten die als hulpverleningsdienst worden beschouwd: a. de door de directie van het Rode Kruis aangewezen onderdelen van Noodhulp Nationaal;

b. de Stichting Sanquin voor een spoedtransport van bloed of bloedproducten;

c. Prorail voor de inzet van hulpverleningsvoertuigen ten behoeve van ongevallen op het spoor;

d. de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Defensie, van Justitie, van Verkeer en Waterstaat, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen, onder zijn verantwoordelijkheid vallende diensten ten behoeve van crisisbeheersing of rampenbestrijding;

e. de Stafafdeling Beveiliging, Bewaking & Vervoer van de Arrondissementale Stafdienst Amsterdam;

f.  de Milieudienst Zuid-Holland Zuid;

g. de DCMR Milieudienst Rijnmond;

h. de divisie Rotterdam Port Authority van Havenbedrijf Rotterdam N.V. ten behoeve van het gebruik van uitrukwagens;

i. de door de minister van Justitie aangewezen functionarissen van de Landelijke Vervoersdienst Justitie of de Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening van de Dienst Justitiële Inrichtingen;

j. het door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen orgaancentrum, bedoeld in artikel 24 van de Wet op de orgaandonatie, ten behoeve van het spoedeisende vervoer van transplantatieorganen en het spoedeisende vervoer van transplantatieteams;

k. de door de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen aangewezen reddingsbrigades;

l. het wapen der Koninklijke Marechaussee, alsmede andere door de Minister van Defensie aangewezen bijstandseenheden;

m. de militair geneeskundige dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Militaire Ambtenarenwet 1931. Eerste lid

Permanente ontheffing ten behoeve van taxi’s, WMO vervoer, schoolbus en collectief vervoer dagbesteding/dagbehandeling (Awbz)

Een ondernemer van een taxi, WMO vervoer, een schoolbus en collectief vervoer dagbesteding/dagbehandeling (Awbz) kan een permanente ontheffing zonder tijdsduurbeperking aanvragen voor zijn voertuig(en). Deze voertuigen moeten wel als zodanig herkenbaar zijn. De te overleggen gegevens staan vermeld in artikel 10, lid 1. Tweede lid

Permanente ontheffing voor concessiehouders personenvervoer

Ook concessiehouders personenvervoer komen in aanmerking voor een permanente ontheffing met onbeperkte geldigheidsduur. De te overleggen gegevens staan genoemd in artikel 10, lid 2.

De te overleggen ontheffing is even lang geldig als de concessie. Derde lid

Permanente ontheffing voor bewoners al dan niet met parkeergelegenheid op eigen terrein

In artikel 10, lid 3 staan de gegevens en bescheiden genoemd die een aanvrager van deze permanente ontheffing bij zijn aanvraag moet overleggen. Vierde lid

Permanente ontheffing voor ondernemingen al dan niet met eigen parkeergelegenheid

In artikel 10, lid 4 staan de gegevens en bescheiden genoemd die een aanvrager van deze permanente ontheffing bij zijn aanvraag moet overleggen. Vijfde lid

Permanente ontheffing ten behoeve van het beheer van de openbare ruimte

Een onderneming die is belast met het inzamelen van afval of het beheer en onderhoud van de openbare ruimte kan een permanente ontheffing, al dan niet met tijdsduurbeperking, aanvragen om buiten de venstertijd een werkzaamheid te kunnen uitvoeren. Wel  moet de aanvrager aantonen dat de werkzaamheid niet binnen de venstertijd kan worden verricht. In artikel 3, lid 3 staan de gegevens genoemd die bij de aanvraag moeten worden overgelegd.

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               

Zesde lid

Permanente ontheffing ten behoeve van de ambulante handel

Een ondernemer die werkzaam is in de ambulante handel en die in het bezit is van een standplaatsvergunning binnen het autoluwe gebied, en een ondernemer die belast is met de op- en afbouw van de dagmarkt kunnen een aanvraag om ontheffing indienen. In artikel 3, lid 3 staan de gegevens genoemd die bij de aanvraag moeten worden overgelegd. De marktmeester of medewerkers van de sectie Stadsbedrijven stellen op marktdagen voor de ondernemers in de ambulante handel de fysieke afsluiting van het gebied open tussen 06.00 en 9.00 uur en tussen 16.00 en 17.30 uur. De betreffende ondernemers kunnen op die tijden met voertuigen die zij redelijkerwijs nodig hebben voor de aan- en afvoer van hun waren, het autoluwe gebied berijden. Gedurende de tijden van de markt mogen deze voertuigen niet in het autoluwe gebied geparkeerd staan. Autoluwe gebieden met pollers en handpaaltjes

Wanneer de ontheffing is verleend ontvangt de ontheffinghouder, indien er sprake is van pollers in het autoluwe gebied (bijvoorbeeld op het Veerplein) een toegangspas die hem toegang geeft tot het autoluwe gebied. Hiertoe sluit de gemeente een overeenkomst met de ontheffinghouder af. Voor de toegangspas dient een waarborgsom te worden betaald. Bij verlies of diefstal van de toegangspas dient de ontheffinghouder direct aangifte te doen bij de politie. Het afschrift van het proces-verbaal wordt direct overgelegd door de ontheffinghouder aan de gemeente waarna de toegangspas wordt gedeactiveerd, dat wil zeggen op elektronische wijze onbruikbaar wordt gemaakt. De ontheffinghouder ontvangt pas een nieuwe toegangspas als hij de kosten die verbonden zijn aan verlies of diefstal van de toegangspas, heeft voldaan.

De ontheffing is niet overdraagbaar en wordt ingetrokken bij overlijden van de ontheffinghouder, waarna de toegangspas wordt gedeactiveerd. In plaats van een toegangspas kan ook een transponder verstrekt worden, bijvoorbeeld in het geval van concessiehouders personenvervoer. Een transponder is een elektronisch apparaat dat automatisch de afsluiting en toegang verleent tot het autoluwe gebied. Ook hiervoor wordt een overeenkomst tussen de gemeente en de ontheffinghouder afgesloten en gelden dezelfde regels als bij de verstrekking van een toegangspas. Indien er sprake is van beweegbare handpaaltjes in het autoluwe gebied dan kan de aanvrager, na verlening van de ontheffing, tegen betaling van een waarborgsom, een sleutel afhalen bij de gemeentelijk beheerder waarmee de paaltjes bediend kunnen worden. Ook hiertoe wordt een overeenkomst afgesloten tussen de gemeente en de ontheffinghouder en gelden dezelfde regels als bij de verstrekking van een toegangspas of transponder. Artikel 9 Incidentele ontheffingen autoluwe gebieden

In incidentele gevallen kan het college een ontheffing voor het berijden van een autoluw gebied buiten de venstertijd verlenen. In het eerste lid staat vermeld wie een dergelijke ontheffing kan aanvragen. In het derde lid wordt opgesomd aan welke eisen de aanvrager moet voldoen om voor een ontheffing in aanmerking te komen. Er kunnen zich gevallen voordoen waarin het niet mogelijk is om de aanvraagprocedure voor een ontheffing te volgen. In die gevallen kan het college besluiten een ontheffing ambtshalve d.w.z. zonder voorafgaande aanvraag, te verlenen. Gedacht kan worden aan een bezoek van een hoogwaardigheidsbekleder waarbij het kenteken van het voertuig van te voren nog niet bekend is. Artikel 10 Bijlagen aanvraag ontheffingen autoluwe gebieden

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 11 Geldigheidsduur ontheffingen autoluwe gebieden

De permanente ontheffingen autoluwe gebieden hebben een verschillende geldigheidsduur.

De ontheffing voor taxi’s, WMO vervoer, schoolbussen en collectief vervoer dagbesteding/dagbehandeling (Awbz), bewoners en ondernemers in het autoluwe gebied is onbeperkt geldig.

De ontheffing voor concessiehouders personenvervoer is net zo lang geldig als de concessie.

De ontheffing ten behoeve van het beheer van de openbare ruimte heeft een geldigheidsduur van één kalenderjaar. Een ontheffing ten behoeve van de ondernemer in de ambulante handel met een standplaatsvergunning in het autoluwe gebied, wordt verleend voor de duur van de standplaatsvergunning.

Een ontheffing ten behoeve van de ondernemer belast met de op- en afbouw van de dagmarkt, wordt verleend voor de duur van zijn overeenkomst.  Een incidentele ontheffing is maximaal 24 uur geldig. Indien de noodzaak daartoe aanwezig wordt geacht, kan het college afwijken van de geldigheidsduur. Artikel 12 Kosten van de ontheffing

Voor de behandeling van alle aanvragen om een RVV ontheffing worden leges geheven conform de legesverordening van de gemeente Vlaardingen, die jaarlijks wordt vastgesteld. Deze leges, €  7,20 per kenteken (prijspeil 2013), kunnen worden voldaan via een acceptgirokaart die, apart van de ontheffing, op een later tijdstip, wordt toegezonden door de afdeling Middelen van de gemeente. Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit artikel regelt wanneer de beleidsregels in werking treden en dus rechtskracht krijgen. Artikel 14 Citeertitel

Dit artikel geeft de naam aan waaronder de beleidsregels worden aangehaald.