Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Beleidsregels ontheffing inburgeringsplicht gemeente Vlaardingen 2011
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels ontheffing inburgeringsplicht gemeente Vlaardingen 2011

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen; overwegende dat het college in beleidsregels wil vastleggen hoe het zijn bevoegdheid om ontheffing te verlenen van de inburgeringsplicht, zal uitoefenen; gelet op de artikelen 6, tweede lid, onder a en 31 tweede lid, onder c van de Wet inburgering en de artikelen 2.8a en 5.5 van het Besluit inburgering; besluit vast te stellen de volgende Beleidsregels ontheffing inburgeringsplicht gemeente Vlaardingen 2011

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

a. de inburgeringsplichtige: de persoon die op grond van de artikelen 3, 5 en 6 van de Wet inburgering inburgeringsplichtig is.

b. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen.

Artikel 2 Ontheffingen

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 en artikel 31, tweede lid onder c van de Wet inburgering en artikel 2.8a en artikel 5.5, derde lid van het Besluit inburgering, verleent het college op aanvraag ontheffing van de inburgeringsplicht, met in achtneming van de leden 2 tot en met 6 van artikel 2, als:

a. het college van oordeel is dat door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen zijn geleverd, en

b. het college tot het oordeel komt dat het voor de inburgeringsplichtige redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen, of

c. het college van oordeel is dat de inburgeringsplichtige aantoonbaar voldoende is ingeburgerd. 2. Bij het vaststellen van het bepaalde in lid 2, onder a en b wordt onderscheid gemaakt tussen inburgeringsplichtigen en alfabetiserende inburgeringsplichtigen. 3. Een inburgeringsplichtige heeft voldoende aantoonbare inspanningen geleverd als hij:

a. deelneemt of heeft deelgenomen aan een inburgeringscursus die de inburgeringsplichtige zelf heeft gekocht bij een taalaanbieder, bij voorkeur met een Keurmerk Inburgering, óf deelneemt of heeft deelgenomen aan een inburgeringscursus die het college heeft aangeboden en opleidt naar het vereiste niveau, en

b. daadwerkelijk minimaal 12 maanden aan de cursus heeft deelgenomen na het in werking treden van de Wet Inburgering, en

c. minimaal 65% van de lessen heeft bijgewoond, en

d. minimaal 2 keer aan het examen heeft deelgenomen. 4. Het college beoordeelt of een inburgeringsplichtige redelijkerwijs niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen aan de hand van de volgende gegevens:

a. een verklaring van de taalinstelling, waarin is aangegeven dat de inburgeringsplichtige het leervermogen ontbeert om ooit het inburgeringsexamen te behalen, óf

b. de (slechte) resultaten van het afgelegde inburgeringsexamen waaruit blijkt dat de inburgeringsplichtige blijvend niet in staat zal zijn het inburgeringsexamen te behalen, waarbij:

- de inburgeringsplichtige in ieder geval tenminste één keer is opgegaan voor het onderdeel Toets Gesproken Nederlands, en

- een verklaring van de taalinstelling wordt overgelegd. 5. Een alfabetiserende inburgeringsplichtige heeft voldoende aantoonbare inspanningen geleverd, als hij:

a. deelneemt of heeft deelgenomen aan een alfabetiseringstraject (voortraject WI) dat opleidt naar het vereiste niveau, en

b. daadwerkelijk minimaal 24 maanden aan de cursus heeft deelgenomen, en

c. minimaal 65% van de lessen heeft bijgewoond, en

d. een toetsing alfabetisering heeft afgelegd die aantoont dat er geen hoger taalniveau bereikt kan worden binnen de gestelde termijn, en

e. de portfolio-opdrachten van de alfabetisering heeft afgerond. 6. Het college beoordeelt of een alfabetiserende inburgeringsplichtige redelijkerwijs niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen aan de hand van een verklaring van de taalinstelling, waarin is aangegeven dat de alfabetiserende inburgeringsplichtige het leervermogen ontbeert om het inburgeringsexamen te behalen en op te gaan voor de Toets Gesproken Nederlands. 7. De inburgeringsplichtige is voldoende ingeburgerd als hij:

a. op het moment van de aanvraag aantoonbaar minimaal 5 jaar rechtmatig in Nederland verblijft, en

b. verklaart duurzaam, minimaal vijf jaar, in Nederland te participeren of te hebben geparticipeerd. Participatie kan bestaan uit werk, gemiddeld 3 uur per week structureel vrijwilligerswerk en/of (bedrijfs)opleiding die niet in het opleidingenoverzicht van DUO is opgenomen en vrijstelling geeft, en

c. naar het oordeel van het college beschikt over minimaal taalniveau A2 voor alle vaardigheden en dit aantoonbaar in het dagelijkse leven gebruikt.

Artikel 3 Bewijsstukken

Het college beoordeelt het verzoek om ontheffing op basis van bewijsstukken die door de inburgeringsplichtige worden aangeleverd. Deze bewijsstukken dienen aantoonbaar te maken dat aan de in artikel 2 gestelde criteria is voldaan.

Artikel 4 Afwijkingsbevoegdheid

Het college handelt overeenkomstig de beleidsregels, tenzij dat voor een of meer inburgeringsplichtigen gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

Artikel 5 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als “Beleidsregels ontheffing inburgeringsplicht gemeente Vlaardingen 2011”.

Artikel 6 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente Vlaardingen van 22 maart 2011. De secretaris,        De burgemeester,
ir. C. Kruyt                mr. T.P.J. Bruinsma

Nota-toelichting Artikelsgewijze toelichting

In deze beleidsregels wordt uitgewerkt op welke wijze het college omgaat met het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht en welke overwegingen daarbij een rol spelen. Ook wordt beschreven welke stappen worden doorlopen om te bepalen of een inburgeringsplichtige ontheven wordt van de inburgeringsplicht op grond van voldoende geleverde aantoonbare inspanningen of het voldoende ingeburgerd zijn.