Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Beleidsregels Project Openbare Oplaadinfra elektrische voertuigen Vlaardingen
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels Project Openbare Oplaadinfra elektrische voertuigen Vlaardingen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen overwegende:

- dat duurzaamheid een speerpunt van het gemeentelijk beleid is waarbinnen elektrisch rijden en de facilitering daarvan goed past; - dat in het kader van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer

(BABW) het college verkeersbesluiten kan nemen op wegen die niet onder het beheer van het  

Rijk, de Provincie of Waterschap vallen en gelegen zijn binnen de gemeentegrenzen; - dat om parkeerplaatsen specifiek te bestemmen voor elektrische voertuigen die aan het opladen zijn, gebruik wordt gemaakt van verkeersbord E4 met onderbord. Dat plaatsing van een dergelijk verkeersbord met onderbord geschiedt door het nemen van een verkeersbesluit en dat op basis van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 handhaving mogelijk is. - dat het wenselijk is beleidsregels op te stellen om, binnen de gestelde kaders van het

Stadsregionale Project Openbare Oplaadinfra, te komen tot een eenduidige afhandeling van

aanvragen voor de plaatsing van oplaadinfrastructuur in de openbare ruimte voor elektrische voertuigen in de gemeente Vlaardingen en daarop afgestemde verkeersbesluiten. gelet op het bepaalde in artikel 15 en 18 van de Wegenverkeerswet (WVW), artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), artikel 24 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 en artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); besluit vast te stellen de volgende: Beleidsregels Project Openbare Oplaadinfra elektrische voertuigen Vlaardingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. aanvraag : de aanvraag voor een oplaadpunt in de openbare ruimte;

b. aanvraagformulier : het formulier ten behoeve van de aanvraag; 

c. aanvrager : de natuurlijke of rechtspersoon die een aanvraag indient;

d. elektrisch voertuig : een voertuig als bedoeld in het eerste lid van artikel 1, sub c, van de Wegenverkeerswet 1994, welk voertuig is geregistreerd bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en geheel of gedeeltelijk door een elektromotor wordt aangedreven, waarvoor de elektrische energie geleverd wordt door een batterij en waarvan deze batterij wordt opgeladen door middel van een voorziening buiten het voertuig;

e. gebruiker : de natuurlijke of rechtspersoon die zijn elektrisch voertuig oplaadt bij een oplaadpunt;

f. Greenwheels : een autodeelconcept waarbij iedereen gebruik kan maken van een arsenaal aan auto’s verspreid over onbemande uitgiftepunten die slechts bestaan uit een gereserveerde parkeerplaats.  

g. het college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen;

h. laadaanbieder : entiteit, onderdeel of onderaannemer van de marktpartij die de oplaadobjecten levert, plaatst en exploiteert;

i. marktpartij :    de marktpartij die uitvoering geeft aan de raamovereenkomst nr. 1-507-11 met de gemeente Rotterdam, op grond waarvan op afroep en naar behoefte oplaadobjecten worden geleverd en geplaatst in de openbare buitenruimte;

j. openbare ruimte : voor een ieder toegankelijke, in gemeentelijk eigendom zijnde, buitenruimte;

k. oplaadlocatie : locatie in de openbare ruimte waar een oplaadobject en in principe twee oplaadvakken aanwezig zijn;

l. oplaadobject : openbare voorziening met twee oplaadpunten waarmee een elektrisch voertuig kan worden opgeladen;

m. oplaadpunt :  op het oplaadobject aanwezige voorziening waarmee de gebruiker zijn elektrisch voertuig kan opladen;

n. oplaadvak :    een parkeerplaats uitsluitend ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen, inclusief belijning en bebording;

o. project                                                  :    het Project Openbare Oplaadinfra waarmee de uitrol van oplaadobjecten in de openbare ruimte wordt gerealiseerd in de 14 deelnemende gemeenten van de Stadsregio Rotterdam. De Stadsregio Rotterdam financiert hierbij, ten behoeve van de stadsregiogemeenten gezamenlijk (excl. Rotterdam), de aanschaf van 159 oplaadobjecten, de plaatsing ervan, alsmede de aanschaf van bijbehorend straatmeubilair (prismavormig informatieobject/toblerone te plaatsen op de paal van het verkeersbord en een tegel met oplaadsymbool) in de periode tot en met 2014 plus de instandhouding van de oplaadobjecten tot en met 2017. 

p. projectorganisatie :    onderdeel van de gemeente Rotterdam belast met de uitvoering van het project;

q. Stadsregio Rotterdam                          :   samenwerkingsverband van 15 stadsregiogemeenten. De Stadsregio voert een aantal regionale taken uit op het terrein van ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, jeugdhulpverlening, milieu en landschap;  

r. stadsregiogemeenten  : de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne.

Artikel 2 Kader beleidsregels

Deze beleidsregels hebben betrekking op het project en zijn een verdere uitwerking van het collegebesluit d.d. 16 juli 2013 om het  Bestuursconvenant Stadsregio Rotterdam Elektrisch aan te gaan met de Stadsregio Rotterdam en de stadsregiogemeenten.

 

Artikel 3 Aanvraagprocedure

1. Een aanvraag wordt digitaal ingediend bij het college via de projectorganisatie.

2. Ten behoeve van de aanvraag vult de aanvrager een hiertoe bestemd digitaal aanvraagformulier in. Dit formulier is volledig, naar waarheid, ingevuld en wordt digitaal verzonden naar de projectorganisatie.

3. Het digitale aanvraagformulier is vergezeld van de volgende bijlagen:

a. een digitale kopie geldig kentekenbewijs;

- bij kentekenbewijzen die vanaf 01-06-2004 zijn verstrekt: een digitale kopie van deel 1a (voertuigbewijs) en deel 1b (tenaamstelling);

- bij kentekenbewijzen die voor 01-06-2004 zijn verstrekt: een digitale kopie kentekenbewijs deel II;

b. indien het kenteken niet op naam van de aanvrager staat: een digitale kopie van de overeenkomst waaruit blijkt dat het elektrisch voertuig door de aanvrager gebruikt mag worden.

c. indien de aanvrager nog niet in het bezit is van het elektrische voertuig: een digitale kopie van het aankoopbewijs.

d. indien de aanvrager een rechtspersoon betreft: een bewijs van vestiging in Vlaardingen middels  een digitale kopie van een recent uittreksel uit de Kamer van Koophandel;

e. indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Vlaardingen maar minimaal 18 uur per week in de gemeente Vlaardingen werkt: een digitale kopie van de arbeidsovereenkomst waaruit dit blijkt. 

4. Per natuurlijke of rechtspersoon kan maximaal één oplaadpunt in de openbare ruimte van Vlaardingen worden aangevraagd.

 

Artikel 4 Beoordelingscriteria en geldende voorwaarden

1. De aanvrager woont in de gemeente Vlaardingen blijkens registratie in de gemeentelijke basisadministratie (GBA), of is daar gevestigd blijkens een recent uittreksel uit de Kamer van Koophandel indien het een rechtspersoon betreft, of de aanvrager werkt minimaal 18 uur per week in de gemeente Vlaardingen blijkens een arbeidsovereenkomst.

2. De aanvrager is aantoonbaar in het bezit van een elektrisch voertuig of heeft aantoonbaar een elektrisch voertuig aangekocht, dan wel heeft een elektrisch voertuig in gebruik conform een overeenkomst hiertoe.

3. Indien de aanvrager beschikt of kan beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein, of op het terrein van de werkgever indien de aanvrager niet in Vlaardingen woont, wordt er geen oplaadpunt in de openbare ruimte gerealiseerd.

4. Per oplaadlocatie zijn er in principe twee oplaadvakken zodat beide oplaadpunten van het oplaadobject voor het opladen van elektrische voertuigen gebruikt kunnen worden.

5. Indien binnen een straal van 150 meter rondom de beoogde locatie van het oplaadobject de toekomstige parkeerdruk op piekmomenten in de nacht gelijk aan of hoger is dan 90% of overdag gelijk aan of hoger is dan 80%, wordt per oplaadobject slechts één parkeervak bestemd tot oplaadvak. De toekomstige parkeerdruk wordt berekend door het huidige parkeeraanbod te verminderen met 1 en dan te delen door de huidige parkeercapaciteit die is verminderd met 2.  

6. Indien binnen een straal van 200 meter van het (bedrijfs)adres van de aanvrager al een oplaadobject met twee oplaadpunten aanwezig is en hiervan één oplaadpunt nog niet is gekoppeld aan de aanvraag van een gebruiker, wordt deze aanvraag gekoppeld aan dat oplaadpunt. Indien bij één van de twee oplaadpunten nog geen oplaadvak is gerealiseerd, wordt daartoe overgegaan.

7. Het oplaadobject met bijbehorend(e) oplaadvak(ken) is openbaar, voor alle elektrische voertuigen  en is niet gereserveerd op kenteken.

8. Oplaadvakken mogen alleen worden gebruikt door elektrische voertuigen en alleen als de stekker in het oplaadpunt en in het voertuig zit.

 

Artikel 5 Locatiebepaling

1. Het college bepaalt de oplaadlocatie, binnen bij voorkeur een afstand van 150 meter dan wel maximaal een afstand van 300 meter van het (bedrijfs)adres van de aanvrager.

2. De laadaanbieder beoordeelt vervolgens de oplaadlocatie op de technische uitvoerbaarheid van de netaansluiting.

3. Bij voorkeur wordt het oplaadobject geplaatst direct na een kruising in verband met de zichtbaarheid en het openbare karakter van het oplaadobject. 

4. Indien de aanvrager beschikt over een parkeerplaats in de openbare ruimte zoals een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken of een Greenwheels parkeerplaats, wordt het

oplaadobject geplaatst bij deze parkeerplaats, zo mogelijk in combinatie met een openbaar oplaadvak.

5. In blauwe zones, waarbinnen een maximum parkeertijd geldt, worden geen oplaadobjecten geplaatst.

Artikel 6 Aanwijzing, realisatie en inrichting van de oplaadlocatie

1. Het college neemt voor de plaatsing van het verkeersbord E4 met het onderbord ‘opladen elektrische voertuigen’ ten behoeve van de oplaadlocatie een verkeersbesluit, als bedoeld in artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.

2. Realisatie van de oplaadlocatie geschiedt binnen een termijn van maximaal 6 weken na de dag waarop het verkeersbesluit genomen is.

3. Indien de oplaadlocatie niet binnen de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn kan worden gerealiseerd, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de oplaadlocatie wel gerealiseerd kan worden. 

4. Voor de inrichting van de oplaadlocaties in de openbare ruimte geldt een standaard inrichting die is opgenomen in de Standaard Uitvoeringseisen Vlaardingen (SUV). 

5. De laadaanbieder plaatst het oplaadobject op de definitieve locatie.

 

Artikel 7 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze beleidsregels, indien toepassing van de beleidsregels leidt tot onredelijke besluitvorming.

Artikel 8 Inwerkingtreding

1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

2. De beleidsregels vervallen na afloop van het project.

 

Artikel 9 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels Project Openbare Oplaadinfra elektrische voertuigen Vlaardingen”. 

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen op 8 oktober 2013
de secretaris,  de burgemeester,
ir. C. Kruijt  mr. T.P.J. Bruinsma