Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent schuldhulpverlening Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeenten Maassluis Vlaardingen Schiedam 2018
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent schuldhulpverlening Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeenten Maassluis Vlaardingen Schiedam 2018

Het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts, namens de colleges van burgemeester en wethouders van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam,

overwegende:

  • -

    dat de gemeenteraden van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam het beleidsplan Aanpak schulden MVS 2016 t/m 2019 hebben vastgesteld;

  • -

    dat dit plan het kader vormt voor de schuldhulpverlening in de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam;

  • -

    dat het wenselijk is regels te stellen over de toelating tot schuldhulpverlening, de verplichtingen en de weigerings- en beëindigingsgronden;

gelet op artikel 2 en artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en artikel 4:81 en volgende van de Algemene wet bestuursrecht,

besluit vast te stellen de volgende:

Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeenten Maassluis Vlaardingen Schiedam 2018

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 - Begripsbepalingen
  • 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

  • 2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a)

      aanvraag: een verzoek van de aanvrager voor schuldhulpverlening om een besluit te nemen.

    • b)

      informatie en advies bijeenkomst: de bijeenkomst na de melding waarin voorlichting wordt gegeven aan de verzoeker;

    • c)

      melding: het moment dat een verzoeker zich wendt tot het college voor schuldhulpverlening;

    • d)

      problematische schuldsituatie: de situatie waarin van een natuurlijk persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of waarin hij heeft opgehouden te betalen;

    • e)

      wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

    • f)

      Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen;

    • g)

      zelfredzaam: de verzoeker die, naar het oordeel van het college, in staat is om zelf een betalingsregeling met schuldeisers te treffen.

Hoofdstuk 2 Toelating schuldhulpverlening

Artikel 2.1 – Doelgroep
  • 1. Inwoners van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam van 18 jaar en ouder met problematische schulden.

  • 2. Zelfstandigen die de onderneming nog niet hebben beëindigd worden uitgesloten van schuldhulpverlening. Zij worden doorverwezen naar het Regionaal Bureau Zelfstandigen te Rotterdam.

Artikel 2.2 – Melding

Na de melding moet de verzoeker de informatie- en adviesbijeenkomst volgen. Indien nodig ontvangt de verzoeker van de preventiemedewerkers een aanvraagformulier schuldhulpverlening.

Artikel 2.3 – Aanvraag
  • 1. Voor de aanvraag maakt verzoeker gebruik van een daartoe bestemd aanvraagformulier schuldhulpverlening.

  • 2. Op schriftelijke aanvraag conform het eerste lid neemt het college binnen 8 weken een besluit over de toelating tot de schuldhulpverlening.

Artikel 2.4 – Wacht- en doorlooptijden
  • 1. Na ontvangst van het aanvraagformulier vindt binnen 4 weken een intake met de consulent schuldhulpverlening plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld.

  • 2. Indien sprake is van bedreigende schulden, vindt binnen 3 werkdagen een gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld.

Artikel 2.5 – Aanbod
  • 1. Indien het college het noodzakelijk acht wordt aan verzoeker schuldhulpverlening aangeboden.

  • 2. De vorm waarin schuldhulpverlening wordt aangeboden is van meerdere factoren afhankelijk en afgestemd op het individuele geval. Bij de afweging worden in ieder geval de volgende factoren meegenomen:

    • a)

      de doelmatigheid van de ondersteuning gelet op enerzijds de aard en hoogte van het inkomen en anderzijds de aard, omvang, zwaarte en regelbaarheid van de schulden;

    • b)

      de mate van zelfredzaamheid van de verzoeker;

    • c)

      de mate van medewerking van de verzoeker;

    • d)

      een eerder gebruik van schuldhulpverlening of een schuldregeling ingevolge de Wsnp.

  • 3. Het aanbod wordt vastgelegd in een plan van aanpak.

Hoofdstuk 3 Verplichtingen

Artikel 3.1 - Verplichtingen
  • 1. De inlichtingen- en medewerkingsplicht ingevolge respectievelijk artikel 6 en artikel 7 van de wet zijn onverkort van toepassing.

  • 2. De in artikel 7 van de wet bedoelde medewerking bestaat in ieder geval uit:

    • a)

      het nakomen van gemaakte afspraken en opgelegde individuele verplichtingen;

    • b)

      het op tijd verschijnen op afspraken;

    • c)

      het binnen de gestelde termijnen inleveren van de noodzakelijke bewijsstukken en documenten in het kader van schuldhulpverlening;

    • d)

      er alles aan te doen om meer inkomen te verdienen en om niet-noodzakelijke uitgaven te verminderen;

    • e)

      het niet aangaan en laten ontstaan van nieuwe schulden;

    • f)

      het op tijd betalen van de vaste lasten zoals huur, energie en zorgpremie;

    • g)

      het meewerken aan het oplossen van onderliggende problematiek als dat nodig is voor het slagen van het schuldhulpverleningstraject;

    • h)

      het nalaten van handelingen en activiteiten die van nadelige invloed zijn op het schuldhulpverleningstraject;

    • i)

      het actief deelnemen aan bijeenkomsten, trainingen en workshops in het kader van schuldhulpverlening.

Artikel 3.2 – Hersteltermijn

Een besluit tot weigering of beëindiging van schuldhulpverlening als gevolg van het niet nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 6 en artikel 7 van de wet wordt genomen pas nadat verzoeker in de gelegenheid is gesteld om binnen een redelijke hersteltermijn alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen en hij geen gebruik heeft gemaakt van deze gelegenheid.

Hoofdstuk 4 Weigering en beëindiging

Artikel 4.1 - Gronden voor weigering of beëindiging
  • 1. Het college kan besluiten de aanvraag voor schuldhulpverlening te weigeren of de geboden schuldhulpverlening te beëindigen. Weigering of beëindiging vindt in ieder geval plaats indien de verzoeker:

    • a)

      de inlichtingen- en medewerkingsverplichting zoals vermeld in artikel 3.1 niet of niet behoorlijk nakomt;

    • b)

      niet (langer) tot de doelgroep behoort;

    • c)

      geen inkomen heeft of uitsluitend inkomen heeft op grond van de Wet studiefinanciering 2000;

    • d)

      niet (meer) is aangewezen op de gevraagde of geboden schuldhulpverlening omdat de noodzaak hiertoe ontbreekt of de voorziening niet langer toereikend is;

    • e)

      zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van zijn schulden;

    • f)

      het traject schuldhulpverlening succesvol heeft afgerond of te kennen heeft gegeven dat hij niet verder wil met het schuldhulpverleningstraject;

    • g)

      zich misdraagt jegens medewerkers en eventuele derden die namens het college belast zijn met werkzaamheden die voortkomen uit de schuldhulpverlening;

  • 2. De toegang tot een schuldregeling wordt geweigerd indien:

    • a)

      een schuldregeling redelijkerwijs niet kan slagen vanwege de schulden die wettelijk niet geheel of gedeeltelijk kwijtgescholden kunnen worden en waarvan aflossing niet kan worden uitgesteld tot na afloop van een te treffen schuldregeling;

    • b)

      de verzoeker is veroordeeld voor fraude of daarvoor een onherroepelijke bestuurlijke sanctie opgelegd heeft gekregen tenzij de fraudegedraging meer dan 3 jaar geleden heeft plaatsgevonden of tenzij de schuldregeling in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers.

Artikel 4.2 - Herhaalde aanvraag
  • 1. De toegang tot schuldhulpverlening wordt geweigerd indien minder dan 12 maanden voorafgaande de datum waarop de aanvraag is ingediend, eerder schuldhulpverlening is geweigerd of beëindigd wegens schending van de verplichtingen als bedoeld in artikel 6 en artikel 7 van de wet.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt de toegang tot schuldhulpverlening geweigerd indien minder dan 10 jaar voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag is ingediend, door verzoeker een traject schuldregeling of het wettelijke traject ingevolge de Wsnp succesvol is doorlopen of is beëindigd wegens schending van verplichtingen als bedoeld in artikel 6 en artikel 7 van de wet.

  • 3. Indien toepassing van het tweede lid voor verzoeker zou leiden tot zeer nadelige gevolgen wegens bijzondere persoonlijke omstandigheden kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten, zulks ter beoordeling van het college.

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen

Artikel 5.1 - Vervanging

Deze beleidsregels vervangen de:

  • a.

    Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Maassluis 2012;

  • b.

    Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Vlaardingen 2012;

  • c.

    Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Schiedam 2012.

Artikel 5.2 - Inwerkingtreding en citeertitel

Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na bekendmaking en worden aangehaald als ‘Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2018’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in het Dagelijks Bestuur Stroomopwaarts van 5 februari 2018,
de voorzitter, C. Oosterom
de secretaris,S. Duijmear van Twist