Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent speelautomatenhallen Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2017
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent speelautomatenhallen Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2017

De gemeenteraad van Vlaardingen,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 augustus 2017, R.nr. 50.1;

Gelet op de uitspraak in hoger beroep van de Raad van State van 2 november 2016 en de noodzaak die daaruit voortvloeit om een gewijzigde Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen vast te stellen

Besluit:

  • 1.

    De Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2017 vast te stellen.

  • 2.

    De Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2008 in te trekken.

  • 3.

    Kennis te nemen van de 'Nadere regels beoordeling aanvraag vergunning Speelautomatenhal'.

Hoofdstuk I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    aanwezigheidsvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, van de wet;

  • b.

    beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een speelautomatenhal;

  • c.

    behendigheidsautomaat: een automaat als omschreven in artikel 30, aanhef en onder b, van de wet;

  • d.

    exploitatievergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid;

  • e.

    kansspelautomaat: een automaat als omschreven in artikel 30, aanhef en onder c, van de wet;

  • f.

    nadere regels: de door de burgemeester te stellen nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid;

  • g.

    ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

  • h.

    openbare weg: alle voor het openbare rij- en ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;

  • i.

    speelautomaat: een automaat als omschreven in artikel 30, aanhef en onder a, van de wet;

  • j.

    Speelautomatenbesluit: Speelautomatenbesluit 2000;

  • k.

    speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid aanhef en onder b, van de wet;

  • l.

    de wet: de Wet op de kansspelen;

  • m.

    Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

HOOFDSTUK II BEPALINGEN TEN AANZIEN VAN EEN SPEELAUTOMATENHAL

Artikel 2 Vergunningen algemeen
  • 1.

    • a.

      Het is verboden zonder exploitatievergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren;

    • b.

      De burgemeester is bevoegd voor maximaal één speelautomatenhal een exploitatievergunning te verlenen.

  • 2. Een exploitatievergunning kan uitsluitend worden verleend voor een speelautomatenhal, gevestigd in het gebied, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart en nadat aan potentiële gegadigden door de burgemeester gelegenheid is gegeven mee te dingen naar die vergunning.

  • 3. De burgemeester maakt, voorafgaand aan de in het tweede lid bedoelde periode, bekend op welke wijze en op welk moment de in het vorige lid bedoelde gelegenheid tot mededinging wordt geboden. De burgemeester kan daarbij verwijzen naar de nadere regels.

  • 4. De exploitatievergunning is tijdelijk en wordt voor de eerste maal verleend voor een periode van maximaal 5 jaar, met een eenmalige mogelijke verlenging van 5 jaar.

  • 5. Een exploitatievergunning kan uitsluitend worden verleend voor een speelautomatenhal die onderdeel is van een breder amusementsbedrijf, met een combinatie van ontspanningsfaciliteiten en die daaraan ondersteunend is.

  • 6. In de aanwezigheidsvergunning wordt bepaald hoeveel kansspelautomaten binnen de speelautomatenhal aanwezig mogen zijn. Het totale aantal kansspelautomaten mag niet hoger zijn dan 200.

Artikel 3 Indieningsvereisten aanvraag exploitatievergunning en nadere regels
  • 1. De ondernemer dient de exploitatievergunning aan te vragen onder overlegging van:

    • a.

      de personalia van de aanvrager tevens ondernemer en de naam, het woonadres en de geboortedatum van de beheerder(s) en de bedrijfsleider(s);

    • b.

      een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel met het Inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel;

    • c.

      een bewijs van lidmaatschap van de VAN Kansspelen-brancheorganisatie;

    • d.

      een bewijs, waaruit blijkt dat de ondernemer een KEMA-keur-certificaat heeft, of voornemens is in de eerste periode van twaalf maanden van de exploitatie van de speelautomatenhal een KEMA-keur-certificaat te verkrijgen;

    • e.

      een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt(en) en van de beheerder en de bedrijfsleider; alsmede een verklaring omtrent het gedrag van de rechtspersoon (VOG voor rechtspersonen: VOG RP);

    • f.

      een volledig ingevuld en ondertekend vragenformulier in het kader van de Wet Bibob;

    • g.

      het document ‘Conceptomschrijving speelautomatenhal’ met daarin opgenomen:

      • i)

        adres en kadastrale gegevens van de beoogde locatie, inclusief bewijs dat aanvrager kan beschikken over de voorgenomen locatie voor de speelautomatenhal;

      • ii)

        een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarop is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en hoeveel kansspelautomaten worden opgesteld;

      • iii)

        een overzicht van de aard en locatie van de overige te realiseren recreatieve functies binnen het complex of gebouw waarin de speelautomatenhal beoogd is te worden gevestigd, of een overzicht van de gevestigde recreatieve functies die de speelautomatenhal met haar functie binnen het complex of gebouw waarin de speelautomatenhal beoogd is te worden gevestigd aan zal vullen en ondersteunen;

      • iv)

        een ondernemingsplan, met inbegrip van stukken, waaruit blijkt welk bedrag met de totale investering is gemoeid en een bewijs dat dit met voldoende zekerheden is afgedekt met een financiering, dan wel uit eigen middelen kan worden gefinancierd.

    • h.

      het document ’Plan preventie gokverslaving’ met daarin een beschrijving van de wijze waarop kansspelverslaving wordt beoogd te worden voorkomen;

    • i.

      het document ‘Plan van aanpak openbare orde en bijdrage leefbaarheid’ met daarin een beschrijving van de beoogde aanpak van de leefbaarheid, veiligheid en openbare orde in de directe omgeving van de speelautomatenhal.

  • 2. De burgemeester is bevoegd nadere regels vast te stellen ten aanzien van onder andere:

    • a.

      de indieningsvereisten voor een aanvraag van een exploitatievergunning;

    • b.

      de procedure van vergunningverlening, waarmee aan gegadigden voor de exploitatievergunning ruimte wordt geboden om naar de exploitatievergunning mee te dingen, waartoe tijdig voorafgaand aan de start van de aanvraagprocedure de noodzakelijke informatie bekend wordt gemaakt met betrekking tot de beschikbaarheid van de exploitatievergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria.

Artikel 4 Beslistermijn
  • 1. De burgemeester beslist binnen twaalf weken nadat de datum waarop de burgemeester de aanvraag voor een exploitatievergunning met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen en die aanvraag volledig is. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd.

  • 2. Van het daartoe strekkend besluit doet de burgemeester voor het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn schriftelijk mededeling aan de aanvrager.

  • 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 5 Exploitatievergunning, voorwaarden en gebruik / convenant
  • 1. De exploitatievergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is niet overdraagbaar. Onder overdracht van de vergunning wordt in dit verband tevens begrepen een aandelenoverdracht van de rechtspersoon waaraan vergunning op grond van deze verordening is verleend, alsmede een wijziging van zeggenschap zoals in artikel 8, tweede lid bedoeld.

  • 2. In de exploitatievergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.

  • 3. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:

    • a.

      de sluitingstijden van de speelautomatenhal;

    • b.

      het toezicht in de speelautomatenhal;

    • c.

      de exploitatie van de speelautomatenhal;

    • d.

      het toegangsregime en de toegangsregistratie in de speelautomatenhal;

    • e.

      voorschriften en beperkingen ter voorkoming van overlast vanuit en rondom de speelautomatenhal;

    • f.

      het aantal en type speelautomaten, alsmede het totaal aantal spelers bij volledige bezetting van de speelautomaten;

    • g.

      de wijze waarop de ondernemer gokverslaving dient te voorkomen en bestrijden;

    • h.

      de periode waarvoor de exploitatievergunning wordt verleend en de wijze waarop deze periode eventueel verlengd kan worden, zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid;

    • i.

      het KEMA-keur-certificaat van de speelautomatenhal/ het lidmaatschap van de VAN Kansspelen-brancheorganisatie van de ondernemer.

  • 4. De burgemeester kan in aanvulling op de voorschriften en beperkingen die worden verbonden aan de exploitatievergunning, als voorwaarde stellen – deels in aanvulling op, dan wel ter vervanging van het gestelde in het eerste lid sub g. - om in aanmerking te komen voor verlening van de vergunning dat de ondernemer een door de burgemeester aan te reiken convenant ondertekent waarin nadere afspraken aangaande de exploitatie worden vastgelegd.

  • 5. Indien een exploitatievergunning is verleend en tevens een omgevingsvergunning dient te worden verkregen mag van de exploitatievergunning op basis van deze verordening geen gebruik worden gemaakt totdat de omgevingsvergunning is verleend.

Artikel 6 Weigeringsgronden exploitatievergunning
  • 1. Behoudens de in Titel VA van de wet genoemde gronden wordt de exploitatievergunning in ieder geval geweigerd, indien:

    • a.

      het maximaal aantal af te geven exploitatievergunningen is verleend;

    • b.

      de speelautomatenhal, waarop de aanvraag betrekking heeft, zal worden gevestigd buiten het op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart aangewezen gebied;

    • c.

      de speelautomatenhal niet uitsluitend vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is en naar het oordeel van de burgemeester vanaf de openbare weg niet voldoende als speelautomatenhal herkenbaar is;

    • d.

      de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt;

    • e.

      de ondernemer of de beheerder(s) van de speelautomatenhal niet voldoet (voldoen) aan de eisen gesteld in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit;

    • f.

      door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester:

      • -

        de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

      • -

        er gegronde vrees is dat het verlenen van de exploitatievergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;

    • g.

      niet wordt voldaan aan de KEMA-criteria en de erkenningsvoorwaarden van de VAN Kansspelen-brancheorganisatie;

    • h.

      de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, degene(n) die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt (vertegenwoordigen), alsmede de beheerder(s) en de bedrijfsleider(s) één of meer bepalingen uit Titel VA van de wet in de drie jaar, voorafgaande aan het moment van de aanvraag, heeft overtreden;

    • i.

      de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal geen deel uitmaakt van een breder amusementsbedrijf, met een combinatie van ontspanningsfaciliteiten en daaraan ondersteunend is.

    • j.

      een aanvraag wordt ingediend buiten het aanvraagtijdvak zoals in artikel 2, tweede lid bedoeld.

  • 2. De burgemeester kan de exploitatievergunning weigeren indien de aanvraag naar het oordeel van de burgemeester van onvoldoende niveau is.

  • 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste, gesteld in het eerste lid, onder e.

Artikel 7 Wijziging beheer
  • 1. Indien een beheerder zijn hoedanigheid heeft verloren, dient de ondernemer onder overlegging van de in artikel 3, onder e, genoemde bescheiden een aanvraag tot wijzing van de exploitatievergunning in te dienen binnen twee weken nadat de in artikel 3 bedoelde verklaring omtrent gedrag aan hem is verzonden.

  • 2. De exploitatievergunning vervalt indien geen aanvraag tot wijziging van de exploitatievergunning is ingediend binnen 26 weken na het verlies van de hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Indien de exploitatievergunning ingevolge het tweede lid vervalt, kan de burgemeester toepassing geven aan de procedure als bedoeld in artikel 2 en de nadere regels voor zover de burgemeester opnieuw tot het verlenen van een exploitatievergunning wil overgaan.

Artikel 8 Wisseling ondernemer
  • 1. Indien een ondernemer de exploitatie van zijn speelautomatenhal beëindigt, vervalt de exploitatievergunning van rechtswege.

  • 2. Indien de zeggenschap in de rechtspersoon wijzigt, kan de burgemeester de exploitatievergunning intrekken. Onder wijziging van zeggenschap wordt onder meer verstaan; een wijziging in aandeelhouderschap door overdracht van aandelen, fusie of splitsing alsmede het sluiten van overeenkomsten waarin aan een (ten tijde van de vergunningverlening) minderheidsaandeelhouder met betrekking tot bepaalde beslissingen een doorslaggevende stem wordt toegekend.

  • 3. In het geval beëindiging van de exploitatie het gevolg is van het overlijden van een ondernemer dient, indien voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, door de rechtsopvolgers onder algemene titel binnen twaalf weken een nieuwe exploitatievergunning te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie voor de nog resterende termijn zoals aan de overleden ondernemer vergund.

  • 4. Indien de exploitatievergunning ingevolge het eerste lid is vervallen of ingevolge het tweede lid is ingetrokken, geeft de burgemeester toepassing aan de procedure als bedoeld in artikel 2 en de nadere regels voor zover de burgemeester opnieuw tot het verlenen van een exploitatievergunning wil overgaan.

  • 5. In alle andere gevallen van wisseling van ondernemer dient binnen vier weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie voor de nog resterende termijn zoals aan de oorspronkelijke ondernemer vergund.

  • 6. Zolang op een tijdig ingediende aanvrage als bedoeld in het derde lid niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen exploitatievergunning.

Artikel 9 Aanwezigheidsvergunning
  • 1. De aanwezigheidsvergunning kan uitsluitend op naam worden gesteld van de ondernemer en is niet overdraagbaar.

  • 2. In de aanwezigheidsvergunning wordt het adres van de inrichting waar de speelautomaten worden geplaatst vermeld.

  • 3. In de aanwezigheidsvergunning wordt de naam van de ondernemer en beheerder(s) vermeld. Bij wijziging dient zulks onverwijld te worden gemeld waarna de aanwezigheidsvergunning wordt aangepast.

  • 4. De aanwezigheidsvergunning wordt uitsluitend verleend ten behoeve van de plaatsing van speelautomaten die in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van een vergunning als bedoeld in artikel 30h van de wet en die voorzien zijn van een merkteken als bedoeld in artikel 30r van de wet.

Artikel 10 Voorwaarden aanwezigheidsvergunning
  • 1. Aan een aanwezigheidsvergunning worden onder meer de volgende voorschriften verbonden:

    • a.

      dat de beheerder beschikt over een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij beschikt over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving;

    • b.

      dat het de vergunninghouder verboden is personen beneden de 21 jaar toe te laten;

    • c.

      dat personen ten aanzien waarvan sprake is of kan zijn van overmatig gokgedrag dienen te worden gewezen op de gevaren daarvan en dat ten behoeve daarvan voorlichtingsmateriaal beschikbaar dient te zijn;

    • d.

      dat het verboden is over te gaan tot het uitkeren van geld (middellijke betaling) bij het spelen op een behendigheidsautomaat;

    • e.

      dat alleen speelautomaten mogen worden opgesteld, die in eigendom toebehoren aan (rechts)personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h, eerste lid van de wet bedoelde vergunning en die voorzien zijn van een merkteken als bedoeld in artikel 30r van de wet.

  • 2. De burgemeester kan nadere voorwaarden stellen.

Artikel 11 Intrekkingsgronden

De burgemeester kan, behoudens de in Titel VA van de wet genoemde gronden, de aanwezigheids- en exploitatievergunningen intrekken:

  • a.

    indien blijkt dat de vergunningen ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave zijn verleend;

  • b.

    indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunningen zijn afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6 eerste lid, onder f;

  • c.

    gehandeld wordt in strijd met deze verordening;

  • d.

    indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;

  • e.

    indien de exploitatie van een speelautomatenhal door een besluit van de ondernemer voor een periode van langer dan zesentwintig weken wordt onderbroken dan wel de exploitatie niet wordt gevoerd;

  • f.

    indien naar het oordeel van de burgemeester aannemelijk is, dat de ondernemer of de beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal dan wel indien de exploitatie van de speelautomatenhal omstandigheden oplevert, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal;

  • g.

    indien de ondernemer of beheerder van de speelautomatenhal strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd;

  • h.

    indien zich anderszins in de hal feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat geopend blijven van de speelautomatenhal ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde;

  • i.

    indien niet of niet meer wordt voldaan aan de KEMA-criteria en de erkenningsvoorwaarden van de VAN Kansspelen-brancheorganisatie;

  • j.

    indien de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan en naar het oordeel van de burgemeester voldoende aannemelijk is dat die strijdigheid niet zal worden opgeheven.

  • 2.

    Indien en voor zover de burgemeester de exploitatievergunning intrekt, kan hij gevolg geven aan het gestelde in aan de procedure als bedoeld in artikel 2 en de nadere regels.

HOOFDSTUK III STRAFBEPALINGEN

Artikel 12

Overtreding van enig artikel van deze verordening en van de krachtens deze verordening gegeven voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 13

De opsporing van de in artikel 12 strafbaar gestelde feiten is, behalve aan de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.

Artikel 14

De ambtenaren genoemd in artikel 13 van deze verordening zijn bevoegd tot het verlangen van de noodzakelijke inlichtingen en inzage van stukken voorzover zulks redelijkerwijs voor de vervulling van de taak nodig is.

Artikel 15

Zo dikwijls de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde dit vereist, wordt de bevoegdheid te allen tijde de speelautomatenhal, desnoods tegen de wil van de rechthebbende of gebruiker, te betreden verleend aan de ambtenaren:

  • a.

    voor zover zij door het bevoegde bestuursorgaan belast zijn met de uitvoering van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening;

  • b.

    voor zover zij door het bevoegde bestuursorgaan belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening;

  • c.

    voor zover zij belast zijn met de opsporing van overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN

Artikel 16

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2017.

Artikel 17

Deze verordening treedt in werking op een nader door de gemeenteraad te bepalen tijdstip.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden op 14 september 2017.

De griffier, drs. E.W.K.MeursDe voorzitter, mr. A.M.M.Jetten MSc

Toelichting op de Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2017

Algemene toelichting

Hoofdlijnen van de gewijzigde Wet op de kansspelen

Inleiding

Op 1 juni 2000 is de gewijzigde titel VA (Speelautomaten) van de Wet op de kansspelen en het gewijzigde Speelautomatenbesluit in werking getreden (Stb. 2000, 224). Het betreft wijziging van de op 1 december 1986 in werking getreden wet van 13 november 1985, inhoudende de herziening van de Wet op de kansspelen. Door het invoegen van een nieuwe titel VA werd in 1986, zij het gereguleerd, de gelduitkerende speelautomaat (kansspelautomaat) mogelijk gemaakt.

Al vrij snel na de herziening in 1986 is geconstateerd dat het nagestreefde evenwicht tussen het belang van de bescherming van de kwetsbaren en het belang van voorkoming van de illegaliteit steeds meer onder druk is komen te staan. In december 1993 heeft de minister van Economische Zaken de Notitie Speelautomatenbeleid uitgebracht. Een van de conclusies was dat de regelgeving moest worden aangepast. Bij een aantal uitwerkingen van deze notitie werd vermeld dat er advies diende te worden gevraagd aan de in te stellen Commissie kansspelautomaten. In maart 1994 werd de commissie geïnstalleerd en in maart 1995 heeft ze een veertiental concrete aanbevelingen gedaan. Vervolgens heeft het kabinet met de Nota “Kansspelen herijkt” een beleidsnota aan de Tweede Kamer voorgelegd waarin de toekomst van het kansspelbeleid werd vastgelegd. Naar aanleiding van zowel de notitie als de nota ontstond de noodzaak de Wet op de kansspelen ingrijpend te wijzigen. De belangrijkste redenen voor deze wijziging zijn het voorkomen en tegengaan van illegaliteit en criminaliteit.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • onderscheid tussen hoog- en laagdrempelige inrichtingen vastgelegd in de wet;

  • begrip samengestelde inrichting vastgelegd in de wet;

  • opstelplaatsenbeleid kansspelautomaten (max. 2) vastgelegd in de wet;

  • verplichting gemeentelijke verordening waarin bepaalde zaken moeten (en andere kunnen) worden geregeld;

  • productdifferentiatie in speelautomatenhallen;

  • leeftijdsgrens voor spelen op kansspelautomaten verhoogd naar 18 jaar;

  • zedelijkheidseisen en kennis van de gokverslaving vereist (bij hoogdrempelige inrichtingen en speelautomatenhallen).

Speelautomatenhal

Algemeen

De gemeentelijke wetgever bezit op grond van artikel 30c, tweede lid van de wet de vrijheid om bij verordening te bepalen of, en zo ja hoeveel, speelautomatenhallen krachtens een exploitatievergunning van de burgemeester in een inrichting zoals bedoeld in het eerste lid onder b van dat artikel zijn toegelaten. Zou de gemeenteraad geen gebruik wensen te maken van de verordenende bevoegdheid dan heeft dit tot gevolg dat de burgemeester voor de vestiging en exploitatie van een speelautomatenhal geen vergunning kan verlenen. Deze beslissing komt in feite neer op een algeheel verbod tot het exploiteren van speelautomatenhallen. De hogere wetgever laat de gemeenteraad hierin geheel vrij. In de gemeente Vlaardingen is er voor gekozen om maximaal één speelautomatenhal toe te staan.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de vergunning die noodzakelijk is om een speelautomatenhal te mogen vestigen en exploiteren (exploitatievergunning) en de vergunning die noodzakelijk is om een of meer speelautomaten in een inrichting aanwezig te mogen hebben (de aanwezigheidsvergunning).

De exploitant van een speelautomatenhal dient over beide vergunningen te beschikken. De Verordening Speelautomatenhal 2017 ziet dan ook zowel op de exploitatievergunning als op de aanwezigheidsvergunning en bevat zo ook bepalingen die van toepassing zijn op beide vergunningen. In het geval van een speelautomatenhal wordt doorgaans één besluit genomen waarbij zowel een exploitatievergunning als een aanwezigheidsvergunning wordt verleend.

Sinds een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927), is geldende jurisprudenite dat het bestuur om gelijke kansen te realiseren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot de beschikbaarheid van de exploitatievergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria. Het bestuur moet hierover tijdig voorafgaand aan de start van de aanvraagprocedure duidelijkheid scheppen, door informatie over deze aspecten bekend te maken via een zodanig medium dat potentiële gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. De verordening is aan die jurisprudentie aangepast.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsbepalingen

Toelichting

Verwezen wordt naar omschrijvingen uit de Wet op de kansspelen. De omschrijving van het begrip speelautomaat wordt gegeven in artikel 30 van de wet en wordt alleen duidelijkheidshalve in deze verordening opgenomen. Aan de omschrijvingen is toegevoegd het begrip ‘nadere regels’. Daaraan is behoefte omdat gezien voornoemde jurisprudentie een procedure moet worden ingericht om mededinging mogelijk te maken voor een beschikbaar gekomen exploitatievergunning. Een dergelijke procedure is bedoeld voor de uiteindelijk te verlenen beschikking en die kan afhankelijk van de omstandigheden van dat moment verschillen, terwijl een verordening een regeling voor herhaalde toepassing is. Bovendien gaat het om voorschriften die van een meer gedetailleerd niveau zijn dan voorschriften in een verordening. Om de kaderstellende bevoegdheid van de gemeenteraad zo veel als mogelijk tot uitdrukking te laten komen zijn de kaders in de verordening gevormd. Ook andere aspecten kunnen door de burgemeester in nadere regels worden gevat, voor zover dit binnen het kader van deze verordening past.

Artikel 2 Vergunningen algemeen

Toelichting

De burgemeester kan volgens de Wet op de kansspelen slechts een vergunning voor de vestiging en exploitatie van een speelautomatenhal afgeven indien daartoe door de gemeenteraad een verordening is vastgesteld. Dit impliceert ook de bevoegdheid het aantal te beperken tot een bepaald maximum. Het motief dat aan het vergunningvereiste ten grondslag ligt is de openbare orde, meer in het bijzonder de leef- en woonsituatie, te beschermen. Bij de weigeringsgronden wordt hierop nader ingegaan. Bij de vaststelling van de verordening kan de gemeenteraad niet concreet benoemen voor welk pand vergunning kan worden verleend. Dit is een exclusieve bevoegdheid van de burgemeester en bovendien moet worden geborgd dat door geïnteresseerden kan worden meegedongen naar de beschikbaar gekomen exploitatievergunning. Ook dit is thans opgenomen in het artikel 2. Wel kan de gemeenteraad een gebied aangeven waarbinnen vervolgens de burgemeester een vergunning afgeeft. Om er zeker van te zijn dat er voldoende mogelijkheden zijn voor gegadigden voor de exploitatievergunning, is de kaart ruim opgezet, grofweg aan te duiden als de binnenstad. Daarbij wordt een speelautomatenhal vooral van belang geacht in combinatie met andere recreatieve functies en moet die daaraan ondersteunend zijn, zodat de speelautomatenhal zal zijn ingebed in een breder amusementsbedrijf, met een combinatie van ontspanningsfaciliteiten. Het doel is dat de aantrekkelijkheid van de binnenstad met in die binnenstad passende recreatieve functies in bredere zin wordt vergroot, waarbij een op zichzelf staande speelautomatenhal niet passend is.

Uit de jurisprudentie blijkt dat bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal acht mag worden geslagen op de mogelijke gevolgen voor het leefklimaat. In dat kader kan rekening worden gehouden met het karakter van de wijk waarin de speelautomatenhal zal komen te liggen. Gezien het karakter van de binnenstad is een speelautomatenhal in combinatie met andere recreatieve functies 1 het meest gepast. Een optimale locatie trekt het juiste publiek en beperkt de risico’s op verslaving en problemen op het gebied van veiligheid en openbare orde.

In ruimtelijk opzicht moet voorkomen worden dat de speelautomatenhalfunctie de overige gewenste functies in het gebied gaat overheersen. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat een speelautomatenhal, en dan met name een daarin gevestigde kansspelafdeling, een hoofdattractie wordt op een locatie in de binnenstad. Hiermee gaat het synergievoordeel ten opzichte van andere functies verloren. Daarom moet de speelautomatenhal aan de andere ontspanningsfaciliteiten ondersteunend zijn. Artikel 2, vijfde lid is geformuleerd als een uitgangspunt, waaraan de inbedding van de speelautomatenhal moet voldoen. Het laat ruimte voor verschillen aangaande de aard en omvang van de andere ontspanningsfaciliteiten, zij het dat artikel 3 een omschrijving als indieningsvereiste voorschrijft en de burgemeester in het kader van de beoordelende toets de verschillende aanvragen op dit punt van de samenhang van de beoogde speelautomatenhalexploitatie met andere ontspanningsfaciliteiten en de aard en omvang van die andere ontspanningsfaciliteiten kan vergelijken.

De Wet op de kansspelen schrijft voor dat bij verordening het aantal kansspelautomaten dat per speelautomatenhal geplaatst mag worden moet worden vastgelegd. Gezien de jurisprudentie mag een vergunning alleen voor bepaalde tijd worden afgegeven. De vergunning wordt daarom voor ten hoogste vijf jaar verleend. Na afloop van de termijn kan de vergunning eventueel met nog eens vijf jaar worden verlengd, mits de omstandigheden niet tot een andere conclusie aanleiding geven. Dit betreft een beslissing van de burgemeester.

Artikel 3 Indieningsvereisten aanvraag exploitatievergunning en nadere regels

Toelichting

Op het indienen van een aanvraag voor een vergunning voor de exploitatie van een speelautomatenhal zijn de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Een aanvraag moet vergezeld gaan van alle gegevens die nodig zijn om een aanvraag te kunnen beoordelen. De burgemeester kan nadere eisen stellen omtrent deze gegevens en kan ook nadere regels stellen. Hieromtrent zij verwezen naar de toelichting op artikel 2.

Artikel 3, eerste lid benoemt de indieningsvereisten voor de aanvraag van de exploitatievergunning. Al de genoemde informatie en de bijbehorende documenten moeten worden gevoegd bij de aanvraag om tot een complete aanvraag te komen. De indieningsvereisten sub a. tot en met f. betreffen de persoon van de ondernemer. De ondernemer kan tevens eigenaar en beheerder zijn, maar het is ook mogelijk dat deze hoedanigheden niet samenvallen. Het indieningsvereiste sub d. heeft een bredere strekking dan alleen de persoon van de aanvrager. Door het vereiste van een KEMA-keur-certificaat op te nemen, worden de criteria in beeld gebracht die door de VAN Kansspelen-brancheorganisatie, de Ministeries van Economische Zaken en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de directie Criminaliteitspreventie van het Ministerie van Justitie in onderling overleg zijn opgesteld. Zij hebben betrekking op kwaliteitsbeleid, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, bezoekersservice, uitvoering van het bedrijfsproces, registratie, documentenbeheer, keuring van de speelautomaten, een correct bedrijfsproces, opleidingen/personeel en klachtenbehandeling. De KEMA voert halfjaarlijks audits uit om te bezien of de ondernemers aan de afgesproken criteria voldoen en blijven voldoen. Slaagt de ondernemer daar, ook na een herstelkans, niet in, dan zal het KEMA-certificaat worden ingetrokken. Dit is voor de burgemeester een reden om de speelautomatenhalvergunning in te trekken (zie artikel 11 lid 1 sub i).

Sub g. ziet op de gegevens die nodig zijn om de bedrijfsvoering in het bredere amusementsbedrijf te kunnen beoordelen; het document ‘Conceptomschrijving speelautomatenhal’ Het betreft de beoogde locatie en de inrichting waar de speelautomatenhal onderdeel van uitmaakt. Dat betreft feitelijke gegevens over de locatie, waarbij van belang is dat de aanvrager over de beoogde locatie voor de exploitatie kan beschikken. De bescheiden die moeten worden overgelegd zijn afhankelijk van de concrete situatie die zich voordoet. De bedoelde verklaring kan bijvoorbeeld een huurcontract zijn, waaruit de beschikkingsbevoegdheid blijkt. Het kan ook een recht van koop voor een bepaald pand zijn, bijvoorbeeld onder de voorwaarde dat een exploitatievergunning wordt verkregen. Voorts betreft het de locatie van de inrichting als geheel (blijkens artikel 2, vijfde lid moet de speelautomatenhal onderdeel uitmaken van een breder amusementsbedrijf, met een combinatie van ontspanningsfaciliteiten en daaraan ondersteunend zijn), en de inrichting van de speelautomatenhal zelf. De plattegrond van de totale inrichting van de speelautomatenhal zal deel uitmaken van de vergunning. Tevens betreft het een beschrijving van de andere faciliteiten in het bredere amusementsbedrijf waar de speelautomatenhal deel van uit maakt en waaraan het ondersteunend is. In de toelichting op artikel 2 is gewezen op het belang van de combinatie met andere recreatieve functies. Om reden van het daar gestelde wordt ook bij de aanvraag een overzicht van de aard en locatie van de overige te realiseren recreatieve functies binnen het complex of gebouw waarin de speelautomatenhal beoogd is te worden gevestigd, of een overzicht van de gevestigde recreatieve functies die de speelautomatenhal met haar functie binnen het complex of gebouw waarin de speelautomatenhal beoogd is te worden gevestigd aan zal vullen en ondersteunen verlangd. Het kan immers gaan om hetzij aanvulling aan een in een gebouw of complex bestaande recreatieve functies, of om in combinatie met de speelautomatenhal te combineren nieuwe recreatieve functies, waaraan de speelautomatenhal ondersteunend is. Tot slot betreft het een ondernemingsplan, met inbegrip van stukken, waaruit blijkt welk bedrag met de totale investering is gemoeid en een bewijs dat dit met voldoende zekerheden is afgedekt met een financiering, dan wel uit eigen middelen kan worden gefinancierd. Dit is passend gezien de doelstelling dat bij wordt gedragen aan de aantrekkelijkheid en de leefbaarheid van de wijk, hetgeen een bestendige exploitatie vergt.

Sub h. is het document ’Plan preventie gokverslaving’ bedoeld met daarin een beschrijving van de wijze waarop kansspelverslaving wordt beoogd te worden voorkomen;

Sub i. is het document ‘Plan van aanpak openbare orde en bijdrage leefbaarheid’ bedoeld met daarin een beschrijving van de beoogde aanpak van de leefbaarheid, veiligheid en openbare orde in de directe omgeving van de speelautomatenhal.

De indieningsvereisten sub g., h., en i. kunnen door de burgemeester tevens worden gebruikt voor de vergelijking van de aanvragen. In de nadere regels zoals bedoeld in het tweede lid kan de burgemeester te dien aanzien nadere regels stellen met het oog op bijvoorbeeld die vergelijking.

Artikel 4 Beslistermijn

Toelichting

In dit artikel wordt afgeweken van de beslistermijn van acht weken die de Algemene wet bestuursrecht stelt. In praktijk blijkt dat de procedure tot verlening van dit soort vergunningen in de meeste gevallen niet kan worden afgerond binnen acht weken. Dat is temeer het gevoel nu in de jurisprudentie is voorgeschreven dat er een procedure moet worden gevoerd waarmee mededinging naar de exploitatievergunning mogelijk wordt gemaakt. Teneinde het gebruik van verdagingsbesluiten zoveel mogelijk te voorkomen, is hier gekozen voor een beslistermijn van 12 weken.

Artikel 5 Voorwaarden en gebruik exploitatievergunning / convenant

Toelichting

Aangegeven wordt over welke onderwerpen er in ieder geval voorschriften aan de vergunning verbonden worden. De burgemeester kan bepalen welke voorschriften daar in een concreet geval aan worden toegevoegd. Deze moeten passen binnen het kader en de doelstellingen van de wet en de verordening. De kaderstelling van de verordening mag wel aanvullend zijn aan de Wet op de kansspelen gezien artikel 121 Gemeentewet, maar mag niet met de hogere wet in strijd zijn gezien artikel 122 Gemeentewet.

Hierbij kan tevens worden opgemerkt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de hiervoor genoemde uitspraak van 2 november 2016 heeft overwogen: ‘De Wok en de daarop gebaseerde regelgeving, zoals de gemeentelijke verordening, strekken mede tot regulering van de markt voor kansspelen. Die regelgeving beoogt daarom niet alleen de consumenten te beschermen en gokverslaving tegen te gaan en daartoe beperkingen te stellen aan de mogelijkheid het publiek gelegenheid tot het kansspel te bieden, maar, in het verlengde daarvan, ook om ondernemingen die actief zijn op de markt voor kansspelen een gelijke uitgangspositie te bieden bij de transparante verdeling van de aldus beperkte ruimte om deel te nemen aan die markt.’

In algemene plaatselijke verordeningen is over het algemeen een openings- en sluitingstijdregime opgenomen voor vermakelijkheidsinrichtingen. Indien dit het geval is, dienen de speelautomatenhallen in verband met vorenstaande bepaling hiervan te worden uitgezonderd. Het is niet geoorloofd een voorwaarde op te nemen, inhoudende dat voorafgaande aan de aanvraag voor een speelautomaten-halvergunning, beschikt wordt over een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten. Een voorwaarde van die strekking verdraagt zich namelijk niet met artikel 30c, eerste lid, onder c en artikel 30f, eerste lid, onder b, van de wet. Het is wel mogelijk beide vergunningaanvragen gelijktijdig in behandeling te nemen.

Voorschriften en beperkingen met betrekking tot het aantal en het type kansspelautomaten zijn niet alleen te verbinden aan de aanwezigheidsvergunning. In beginsel kunnen deze voorschriften en beperkingen ook worden gekoppeld aan de exploitatievergunning. Met het oog daarop is onderdeel f in het derde lid opgenomen. Bij de vaststelling van het aantal toe te laten automaten is gewicht toe te kennen aan de plaats en de wijze van exploitatie. Bij de vaststelling van de verhouding tussen kansspelautomaten zou ook hieraan betekenis kunnen worden toegekend aan de mogelijkheid van een rendabele exploitatie.

In de praktijk wordt vaak naast een vergunning, met de ondernemer een convenant gesloten. Het belang van een dergelijk convenant is groter geworden, gezien de noodzaak een mededingingsprocedure te voeren waarin aanvragen van ondernemers van elkaar verschillen en vergeleken moeten worden. Er kunnen aspecten zijn die in de aanvraag worden genoemd (dan wel aangeboden) die beter in een convenant kunnen worden vastgelegd, zodat de ondernemer aan die aspecten kan worden gehouden. Het is de bedoeling dat de ondernemer accepteert gehouden te zijn aan hetgene dat hij in het kader van de vergunningsaanvraag weergeeft. Ook andere afspraken aangaande de exploitatie kunnen worden vastgelegd. De burgemeester kan hier ook in de nadere regels eisen over formuleren, die dan voor de ondernemer bindend zijn.

Op het moment van de behandeling in de gemeenteraad van deze verordening is slechts op één locatie expliciet een speelautomatenhal bestemmingsplantechnisch toegestaan. Er moet dus rekening mee worden gehouden dat een aanvraag wordt ingediend voor een locatie waarop geen positieve bestemming voor een speelautomatenhal rust. Hierbij geldt dat het bevoegde gezag in het kader van de exploitatie- en aanwezigheidsvergunning, niet het bevoegde gezag is in het kader van de ruimtelijke ordening en dat de verschillende bevoegde gezagen ieder hun eigen inschatting dienen te maken binnen het betreffende kader van het geldende wettelijke regiem. De verschillende wettelijke regimes van de ruimtelijke ordening (de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet ruimtelijke ordening) en de Wet op de kansspelen kruisen hier elkaar. De realiteit van de noodzaak van andere vergunningen die nodig zijn om de exploitatie mogelijk te maken – in dit geval de positieve bestemming die nodig is voor de exploitatie van de speelautomatenhal – mag de mededingingsruimte niet volledig uitsluiten. Immers, in de meergenoemde uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak aangegeven (r.o. 8): ‘De verplichting om mededingingsruimte te bieden, kan worden beperkt door het wettelijk voorschrift dat in de schaarse vergunning voorziet, in dit geval de gemeentelijke verordening, of door de besluitvorming over andere vergunningen die op grond van wettelijke voorschriften voor het realiseren van de te vergunnen activiteit zijn vereist. Een zodanige beperking kan evenwel niet zover gaan dat iedere mededingingsruimte volledig wordt uitgesloten. Een eis die in ieder geval geldt, is dat het wettelijk voorschrift dat de mededingingsruimte beperkt, althans de geschiedenis van de totstandkoming daarvan, er blijk van geeft dat het belang van het bieden van mededingingsruimte is meegewogen.’ Daarom is een positieve bestemming geen voorwaarde voor het kunnen indienen van een ontvankelijke aanvraag, maar zal de ondernemer bij het betreffende bevoegde gezag voor de door hem beoogde locatie zo nodig wel een verzoek moeten indienen bij het wel bevoegde gezag. Het is de verantwoordelijkheid van de ondernemer om een positieve bestemming op de door hem beoogde locatie te verkrijgen bij het in het kader van de omgevingsvergunning bevoegde gezag. Om die reden is in het vijfde lid bepaald dat indien een exploitatievergunning is verleend en tevens een omgevingsvergunning dient te worden verkregen van de exploitatievergunning op basis van deze verordening geen gebruik mag worden gemaakt totdat de omgevingsvergunning is verleend. In dit verband dient gewezen te worden op de mogelijkheden van ontheffing die het bestemmingsplan nogal eens biedt en de mogelijke gebruikmaking van bijvoorbeeld artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in overweging te nemen. Voor het geval aannemelijk wordt dat de strijdigheid met het bestemmingsplan niet zal kunnen worden opgeheven of indien achteraf de omgevingsvergunning vernietigd wordt, geldt het bepaalde in artikel 11, eerste lid sub j. (alsnog optreden van strijdigheid met het bestemmingsplan of het geval dat naar het oordeel van de burgemeester voldoende aannemelijk is dat de strijdigheid niet zal worden opgeheven). Ook dit is een risico dat de ondernemer zal hebben te accepteren en dat inherent is aan de eisen die in de jurisprudentie in meergenoemde uitspraak worden gesteld. Is de omgevingsvergunning wel verleend, maar is die nog niet onherroepelijk, dan mag de ondernemer dus wel gebruik maken van de exploitatievergunning, maar dan geldt dat de ondernemer met het deel nemen aan de procedure tot het indienen van aanvragen, aanvaardt dat dit (het gebruik maken van de exploitatievergunning) volledig voor eigen rekening en risico is.

Artikel 6 Weigeringsgronden exploitatievergunning

Toelichting

Artikel 6 bevat de weigeringsgronden die in ieder geval tot weigering van de aangevraagde exploitatievergunning moeten leiden. De toets door de burgemeester aan deze weigeringsgronden gaat vooraf aan de vergelijkende toets, voor het geval er meerdere aanvragen zijn ingediend en die voldoen aan de vereisten uit de verordening en die geen aanleiding tot weigering op grond van artikel 6 opleveren.

Het vereiste onder c. dient om een speelautomatenhal duidelijk van de openbare weg af voor een ieder herkenbaar te maken. Het vereiste dient tevens om te voorkomen dat in een achteraf lokaal van een gebouw, dan wel van het bredere amusementsbedrijf zoals sub j van het eerste lid van dit artikel 6 bedoeld, een speelautomatenhal wordt geëxploiteerd en deze automatenhal mede of uitsluitend via het andere bedrijf bereikbaar zou zijn. Verwezen zij voorts naar de toegangseisen van het Speelautomatenbesluit (artikel 15).

Het criterium openbare orde wordt niet opgenomen in de verordening voor de exploitatie van speelautomatenhallen. De wet noemt dit criterium reeds in verband met de weigeringsgronden voor een aanwezigheidsvergunning van kansspelautomaten, zodat de burgemeester op die grond al de toets dient uit te voeren. De strekking van de weigeringsgrond in het eerste lid sub f. is het afwenden van een ontoelaatbare nadelige beïnvloeding van de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving van de hal.

De jurisprudentie op artikel 30 van de Wet op de kansspelen wijst uit dat bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal acht mag worden geslagen op de mogelijke gevolgen voor het leefklimaat (de leefbaarheid). Daarbij vormt de burgemeester geen oordeel over de inpasbaarheid van de speelautomatenhal vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Dat oordeel is in beginsel voorbehouden aan de raad. De burgemeester is tevens bevoegd in het kader van de vergelijkende toets de mate van inpasbaarheid vanuit het oogpunt van de leefbaarheid mee te wegen. Dit kan aan de orde komen in door de burgemeester te hanteren nadere regels

Over de aspecten van leefbaarheid (het bepaalde onder f. van het eerste lid) en de combinatie met andere recreatieve functies (het bepaalde onder j. van het eerste lid) is reeds in het kader van de toelichting op artikel 2 ingegaan. In aanvulling daarop geldt nog het volgende. In het bepaalde onder f. van het eerste lid komt tot uiting dat de vergunning dient te worden geweigerd, wanneer gevreesd moet worden dat de woon- en leefsituatie door de vestiging van (nog) een hal op ontoelaatbare wijze zal worden aangetast. De burgemeester heeft ten aanzien van de weigeringsgrond onder artikel 6, eerste lid sub f. een beoordelingsbevoegdheid. Daarbij houdt de burgemeester onder meer rekening met het karakter van de straat, het winkelniveau aldaar en van de wijk waarin de speelautomatenhal is gelegen of zal komen te liggen. In de beoordeling van de aanvraag wordt de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan betrokken. Het is ook mogelijk om een vergunning te weigeren, wanneer er sprake is van een op ontoelaatbare wijze aantasten van het karakter van een (deel van) winkelstraat/-buurt/-centrum. Dit kan bij voorbeeld het geval zijn in een winkelstraat met winkels van een 'exclusief' karakter. Door de vestiging van een automatenhal zal er sprake (kunnen) zijn van een ontoelaatbaar spanningsveld, waardoor een te grote inbreuk mag worden gevreesd op de bestaande functie van de winkelstraat. Ook ten aanzien van dit criterium vormt de burgemeester geen oordeel over de inpasbaarheid van de speelautomatenhal vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Dat oordeel is in beginsel voorbehouden aan de raad. De burgemeester kan in het kader van de oordeelsvorming over de leefbaarheid met mogelijkheden en onmogelijkheden in dat kader rekening houden.

De burgemeester zal gemotiveerd een afweging maken indien deze weigeringsgrond zich naar het oordeel van de burgemeester voordoet. De weigeringsgrond ziet op de vraag of de leef- en woonsituatie op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Indien deze weigeringsgrond niet van toepassing wordt geoordeeld door de burgemeester, kan nog steeds sprake zijn van een nadelige beïnvloeding van de leef- en woonsituatie, hetgeen tevens een onvoldoende positieve bijdrage kan behelzen waarmee (tevens) in min of meer relatieve zin sprake is van nadelige beïnvloeding. Dit kan door de burgemeester worden meegewogen bij de vergelijking van de aanvragen, hetgeen in de nadere regels kan worden bepaald.

In aanvulling op de toelichting op dit onderwerp bij artikel 2, geldt de toelichting op de weigeringsgrond sub j dat bepaalt dat als weigeringsgrond geldt dat de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal geen deel uitmaakt van een breder amusementsbedrijf, met een combinatie van ontspanningsfaciliteiten. Het wordt niet wenselijk geacht dat een speelautomatenhal zonder dat die onderdeel uitmaakt van een breder amusementsbedrijf met een combinatie van ontspanningsfaciliteiten en daaraan ondersteunend is, te Vlaardingen wordt gevestigd. Dat de speelautomatenhal ondersteunend dient te zijn, betekent tevens dat naar het oordeel van de burgemeester, de speelautomatenhal niet een te overwegende uitstraling heeft maar daadwerkelijk ondersteunend aan de overige faciliteiten is. De burgemeester heeft hierbij een beoordelingsvrijheid. De weigeringsgrond ziet slechts op de vraag of de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal deel uitmaakt van een breder amusementsbedrijf, met een combinatie van ontspanningsfaciliteiten en daaraan ondersteunend is. De aard en omvang van de overige ontspanningsfaciliteiten in het totale amusementsbedrijf kunnen verschillen al naar gelang de ondernemer hier invulling aan geeft. Indien de burgemeester eenmaal heeft vastgesteld dat de weigeringsgrond zich niet voordoet, kunnen de aard en omvang van de overige ontspanningsfaciliteiten in het totale amusementsbedrijf bij een vergelijkende toets op basis van de nadere regels aan de orde komen.

Ten overvloede wordt opgemerkt dat de weigering van de aanvraag ook mogelijk is op basis van de Wet Bibob.

Het tweede lid bepaalt dat de burgemeester de exploitatievergunning kan weigeren indien de aanvraag naar het oordeel van de burgemeester van onvoldoende niveau is. Deze bepaling biedt de burgemeester de mogelijkheid een aanvraag te weigeren als naar het oordeel van de burgemeester het niveau van de ingediende aanvraag en de bijbehorende informatie van zodanig niveau is dat de burgemeester vergunning niet aanvaardbaar acht. In de nadere regels kan de burgemeester hier nadere eisen over stellen ter verduidelijking.

Artikel 7 Wijziging beheer

Toelichting

Het is voor de burgemeester en voor de toezichthoudende ambtenaren niet alleen belangrijk om steeds te weten wie de ondernemer is, maar ook wie de (dagelijks aanspreekbare) beheerder is. Vandaar dat in artikel 6 is bepaald, dat de ondernemer bij wijziging van de beheerdersfunctie een nieuwe vergunning moet aanvragen. De burgemeester kan dan beoordelen of de nieuwe beheerder aan alle eisen voldoet, qua opleiding en levenswandel. Ook dienen zij te beschikken over het nodige “gezag” om baas in eigen inrichting te kunnen blijven. Ondernemers van inrichtingen waarvan de beheerder in gebreke blijft, lopen het ernstige risico, dat hun vergunning door de burgemeester wordt ingetrokken.

Indien de beheerder zijn hoedanigheid verliest, hetzij door overlijden, hetzij door vertrek, behoeft de ondernemer de bedrijfsuitoefening niet te staken, indien binnen de aangegeven termijn een nieuwe exploitatievergunning wordt aangevraagd. Het verdient aanbeveling schriftelijk mededeling te doen van de constatering, dat niet meer wordt voldaan aan de eisen die aan een beheerder worden gesteld. Daarbij kan er op gewezen worden dat een situatie dreigt waardoor de exploitatievergunning kan vervallen.

Artikel 8 Wisseling ondernemer

Toelichting

Deze bepaling heeft tot doel om automatische voortzetting van exploitatie van een hal te voorkomen. Bij tussentijds “openvallen” van de exploitatie kan worden bepaald in hoeverre voor de betreffende locatie opnieuw vergunning kan/zal worden verleend. Daartoe moet eerst overwogen worden of handhaving van de locatie gewenst is.

Artikel 9 Aanwezigheidsvergunning

Toelichting

Artikel 9 biedt een aantal waarborgen met betrekking tot de uit te geven vergunning en het gebruik van de speelautomaten. De ondernemer kan de vergunning niet overdragen aan een ander en wordt op zijn naam gesteld, terwijl eventuele beheerder(s) in de vergunning dien(en) te worden vermeld.

Als de inrichting overgaat op een andere ondernemer dan dient deze een nieuwe vergunning aan te vragen. Bij het veranderen van de beheerder(s) van de inrichting moet dit zo snel mogelijk worden gemeld en lijdt dit tot aanpassing van de vergunning. Lid 4 heeft betrekking op de op te stellen automaten. Deze moeten van een erkend exploitant komen en goedgekeurd zijn.

Artikel 10 Voorwaarden aanwezigheidsvergunning

Toelichting

De voorschriften in artikel 10 hebben betrekking op de aanwezigheidsvergunning. De voorschriften dienen ter bescherming van de speler.

Artikel 11 Intrekkingsgronden

Toelichting

Sub a tot en met d spreken voor zich. Onderbreking van de exploitatie (e.) voor een periode langer dan in de bepaling genoemd, behoeft niet in alle gevallen aanleiding te geven om de vergunning in te trekken. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan verbouwingen die langere tijd blijken te vergen. Met betrekking tot de in lid b, genoemde intrekkingsgrond (intrekking in verband met gewijzigde omstandigheden of inzichten) zij opgemerkt, dat bij gebruikmaking daarvan de motivering aan zware eisen dient te voldoen. Het betreft immers omstandigheden waarop de betrokken ondernemer doorgaans geen invloed kan uitoefenen. Voorts mag hij er op vertrouwen dat een aan hem verleende vergunning normaal gesproken in stand blijft temeer gelet op de financiële consequenties. De laatste drie voorwaarden hebben betrekking op het voorkomen van (criminele) gedragingen van zowel personen in de hal als diegene die de leiding hebben die een gevaar op kunnen leveren voor de openbare orde en veiligheid of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de hal. Dit artikel ziet op de exploitatie- en aanwezigheidsvergunning. Voor wat betreft het bepaalde in artikel 11, eerste lid sub j., wordt verwezen naar de toelichting op artikel 5.

Artikel 12 Strafbepaling

Toelichting

Overtreding van enig artikel van deze verordening en van de krachtens deze verordening gegeven voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 14 Strafbepaling

Toelichting

De ambtenaren genoemd in artikel 13 van deze verordening zijn bevoegd tot het verlangen van de noodzakelijke inlichtingen en inzage van stukken voorzover zulks redelijkerwijs voor de vervulling van de taak nodig is.

Artikel 15

Toelichting

Ambtenaren die belast zijn met handhaving, toezicht en/ of opsporing van overtredingen in verband met deze verordening zijn bevoegd om de speelautomatenhal te betreden. Het artikel bevat de verplichting voor de ondernemer om betreding van de speelautomatenhal door deze ambtenaren toe te staan.

Artikel 16

Toelichting

Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2017’.

Artikel 17

Toelichting

Deze verordening treedt in werking op een nader door de gemeenteraad te bepalen tijdstip.

Bijlage 1 Kaart

Zoekgebiedspeelautomatenhalnaderaad_001i26762d49-f615-4cab-86fe-1d677840b9a3.png


Noot
1

De duiding van de combinatie met recreatieve functies wordt ook wel aangeduid als ‘Leisureconcept’. De aard en samenstelling van de recreatieve functies kan echter verschillen en zal moeten worden afgewogen in het kader van de beslissing op de vergunningaanvraag.