Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent parkeerbelasting (Verordening parkeerbelastingen Vlaardingen 2020-1)
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent parkeerbelasting (Verordening parkeerbelastingen Vlaardingen 2020-1)

De gemeenteraad van Vlaardingen,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van

Gelet op de artikelen 225, 234 en 235 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2009;

Besluit vast te stellen de:

Verordening parkeerbelastingen Vlaardingen 2020-1

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uit laten stappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • b.

    motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

  • c.

    houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;

  • d.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • e.

    centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de Gemeente Vlaardingen een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon;

  • f.

    autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;

  • g.

    Stop&Shop-parkeerplaatsen: speciale parkeerplaatsen nabij winkels, waar op basis van een gereduceerd tarief 30 minuten kan worden geparkeerd. Van deze mogelijkheid kan 1 keer per 4 uur gebruik worden gemaakt.

  • h.

    Digitale visiteregeling: regeling op basis waarvan bezoekers van huishoudens gelegen binnen het betaaldparkerengebied voor het parkeren van een voertuig tegen een gereduceerd tarief kunnen parkeren;

  • i.

    Bewonersvergunning: een vergunning op basis waarvan geparkeerd mag worden door de persoon die blijkens de basisregistratie personen ingeschreven staat op een adres gelegen binnen een parkeerzone van het betaaldparkerengebied waar op grond van deze verordening slechts tegen betaling geparkeerd mag worden;

  • j.

    Bestelbusvergunning: vergunning voor bewoners woonachtig binnen het betaaldparkerengebied die gebruik maken van de speciaal daartoe aangewezen terreinen voor bestelbussen;

  • k.

    Bedrijfsvergunning: vergunning voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel of volgens opgave van de Kamer van Koophandel behoort tot de vrije beroepsbeoefenaren, waarvoor geldt dat de natuurlijke persoon blijkens de basisregistratie personen niet ingeschreven staat op een adres in het gebied waar slechts tegen betaling mag worden geparkeerd;

  • l.

    Bedrijfsvergunning markt: een vergunning om tijdens 1 of 2 marktdagen per week te mogen parkeren binnen het betaaldparkerengebied, voor marktkooplieden die vanuit hun motorvoertuig koopwaar moeten verkopen en in bezit zijn van een geldige standplaatsvergunning warenmarkt(en) Vlaardingen;

  • m.

    Dienstvergunning: een vergunning voor instellingen die een overheidstaak uitvoeren (bijvoorbeeld de gemeente, brandweer en politie) om te mogen parkeren binnen het betaaldparkerengebied.

  • n.

    Zorgverlenersvergunning: een vergunning die verleend wordt aan een beperkte groep van geregistreerde zorginstellingen op basis waarvan geparkeerd mag worden in het betaaldparkerengebied;

  • o.

    Mantelzorgvergunning: een vergunning op basis waarvan een mantelzorgverlener in het betaaldparkerengebied mag parkeren zodat hij of zij de mantelzorg kan verlenen aan een bewoner woonachtig binnen dit gebied;

  • p.

    Campervergunning: een vergunning om te mogen parkeren met een camper op het terrein voor bestelauto’s in de periode vanaf 1 april tot en met 30 september.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een door de gemeente verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:

      • 1e.

        als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

      • 2e.

        als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

  • 1. De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

  • 2. Indien de vergunning in de loop van het kalenderjaar wordt verleend is de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de vergunning in de loop van het kalenderjaar wordt ingeleverd, bestaat er aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 5 Wijze van heffing

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

  • 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.

    In het geval dat het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer is de parkeerbelasting verschuldigd in een tijdvak, waarbij de hoogte van de belastingschuld oploopt tot het einde van het parkeren.

  • 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.

  • 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

  • 1. De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

  • 2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid, dat op het moment van het in werking treden van de onderhavige verordening reeds rechtskracht heeft, wordt geacht op deze verordening te berusten.

Artikel 9 Bevoegdheid tot het gebruik wielklem en wegsleepregeling

  • 1. Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig een wielklem worden aangebracht.

  • 2. Het college wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.

  • 3. Als na het aanbrengen van de wielklem 48 uren zijn verstreken is de in artikel 231, tweede lid onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar bevoegd het voertuig naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen.

Artikel 10 Kosten

  • 1. De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 64,50.

  • 2. De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem bedragen € 329,00.

  • 3. De kosten voor de overbrenging en bewaring van het voertuig worden als volgt berekend:

    • a.

      van het overbrengen van een voertuig naar het bewaarterrein van de gemeente en Logicx bedragen € 145,- en naar het bewaarterrein van de politie € 211,-;

    • b.

      voor het bewaren van een voertuig op het bewaarterrein van de gemeente en Logicx bedragen € 12,50 per dag na de eerste 48 uur en op het bewaarterrein van de politie € 44,- voor de eerste 24 uur en € 24,- voor elke 12 uur daarna;

    • c.

      In geval het voertuig niet naar de plaats van bewaring is overgebracht, worden de volgende werkzaamheden onderscheiden, waarvoor de volgende tarieven gelden:

      • i.

        als de sleepwagen reeds onderweg is en kan worden afgebeld: € 95,- bij een voertuig van minder dan 3.500 kg en € 145,- bij een voertuig van meer dan 3.500 kg;

      • ii.

        als de sleepwagen is gearriveerd op de plaats van de overtreding en het voertuig nog niet is opgetakeld: € 95,- bij een voertuig van minder dan 3.500 kg en € 145,- bij een voertuig van meer dan 3.500 kg;

      • iii.

        als de sleepwagen is gearriveerd en het optakelen van het voertuig al in gang is gezet: € 145,-

    • d.

      Alle in dit artikel genoemde bedragen zijn exclusief BTW en worden conform de door Logicx gehanteerde tariefstelling door burgemeester en wethouders vastgesteld.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De ‘Verordening parkeerbelastingen Vlaardingen 2019 van 29 november 2018 (R.nr. 76.2) laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van (R.nr. ) wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen Vlaardingen 2020-1.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehoudenop 7 november 2019
De griffier, drs. J. Mimpen
De voorzitter,mr. A.M.M. Jetten MSc

Bijlage 1, tarieventabel deel uitmakend van de Verordening parkeerbelastingen Vlaardingen 2020-1

Tarieventabel
1 Het reguliere tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:    
1.1 In de parkeersector Centrum (CNW) Per uur € 2,20
    Dagtarief € 12,50
1.2 In de parkeersector Oostwijk (OW) Per uur € 2,20
    Dagtarief € 12,50
1.3 Stop&Shop-parkeerplaatsen Per 30 minuten € 0,10
1.4 In beide sectoren, indien het een voertuig betreft dat wordt gebruikt voor het vervoer van een gehandicapte en een gehandicaptenparkeerkaart op zodanige wijze achter de voorruit wordt aangebracht dat zij van buiten duidelijk leesbaar is. Een gehandicaptenkaart is in ieder geval niet goed leesbaar indien de vervaldatum van buiten het voertuig niet behoorlijk leesbaar is. Daarnaast dient er gebruik te worden gemaakt van een parkeerschijf. Per 3 uur € 0,00
1.5 In de onder 1.1 en 1.2 genoemde parkeersectoren op basis van de digitale visiteregeling    
  De eerste 25 uur per kalenderkwartaal. Per uur € 0,00
  De daarop volgende 300 uur per jaar. Per uur € 1,10
  Daarna wordt tegen het reguliere tarief geparkeerd    
       
2 Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van deze verordening, bedraagt:    
2.1 Voor een 1e bewonersvergunning Per jaar € 48,00
2.2 Voor een 2e bewonersvergunning Per jaar € 144,00
2.3 Voor een 3e bewonersvergunning Per jaar € 146,00
2.4 Voor een bestelbusvergunning Per jaar € 48,00
2.5 Voor een bedrijfsvergunning voor één sector (CNW of OW) Per jaar € 370,00
2.6 Voor een bedrijfsvergunning voor beide sectoren Per jaar € 670,00
2.7 Voor een zorgverlenersvergunning voor beide sectoren Per jaar € 48,00
2.8 Voor een bedrijfsvergunning markt voor maximaal 1 dag per week voor beide sectoren Per jaar 1 dag/week € 91,00
2.9 Voor een bedrijfsvergunning markt voor maximaal 2 dagen per week voor beide sectoren Per jaar 2 dagen/week € 162,00
2.10 Voor een dienstvergunning voor beide sectoren Per jaar € 0,00
2.11 Voor een mantelzorgvergunning voor WMO-geïndiceerde bewoners geldig voor sector CNW of OW (maximaal 1 per adres) Per jaar € 0,00
2.12 Voor een campervergunning Per jaar € 24,00

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden

op 7 november 2019

De griffier,

drs. J. Mimpen

De voorzitter,

mr. A.M.M. Jetten MSc