Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent de heffing en invordering van binnenhavengeld (Binnenhavengeldverordening 2020)
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent de heffing en invordering van binnenhavengeld (Binnenhavengeldverordening 2020)

De gemeenteraad van Vlaardingen,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 november 2019;

Gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en 229a van de Gemeentewet;

Besluit:

vast te stellen de hierna volgende

Binnenhavengeldverordening 2020

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmakende voorwerpen;

  • b.

    meetbrief: het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel in samenhang met het besluit van 24 oktober 1983 (Besluit binnenschependocumenten, Stb. 548);

  • c.

    schip: een binnenschip of een vissersschip;

  • d.

    binnenschip: een vaartuig - niet zijnde een pleziervaartuig - dat uitsluitend gebruikt wordt voor de vaart op binnenwateren;

  • e.

    vrachtschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het vervoer van goederen;

  • f.

    passagiersschip: een binnenschip dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoeren¬ van personen;

  • g.

    zeilend bedrijfsvaartuig: een vaartuig, dat overwegend of geheel met behulp van zeilen wordt voortgestuwd en dat hoofdzakelijk wordt gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van personen;

  • h.

    sleepboot: een binnenschip dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen;

  • i.

    zeevissersschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee, doch niet voor de walvisvaart;

  • j.

    laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen de zoetwaterverplaatsing van een schip bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige schip;

  • k.

    ton: een massa van 1.000 kilogram;

  • l.

    bruto-ton, BT: de eenheid voor de bruto-inhoud van een zeeschip zoals bedoeld in het Verdrag inzake de meting van schepen, Londen 1969 (Trb. 1979, nr. 122 en 194);

  • m.

    tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel;

  • n.

    termijn: een in de tabel genoemde tijdsduur waarin het gebruik van de haven plaatsvindt;

  • o.

    dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur;

  • p.

    7 en 14 dagen: een aaneengesloten tijdvak van 7, onderscheidenlijk 14 dagen;

  • q.

    maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen;

  • r.

    kwartaal: een kalenderkwartaal;

  • s.

    jaar: een kalenderjaar;

  • t.

    haven: de wateren binnen de gemeente, die voor de scheepvaart open staan en voor de openbare dienst bestemde kaden, aanlegsteigers, meerpalen, boeien en andere soortgelijke werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn;

  • u.

    belangrijke herstelwerkzaamheden: herstellingen en veranderingen aan vitale delen van een vaartuig zodanig dat tijdelijk de normale functie van het vaartuig niet kan worden vervuld en als gevolg daarvan niet als bedrijfsklaar kan worden beschouwd;

  • v.

    samenwerkingsregeling: de samenwerkingsregeling met de gemeente Rotterdam c.q. het Havenbedrijf Rotterdam NV.

Artikel 2 Aard van de heffing; belastbaar feit

Onder de naam binnenhavengeld worden rechten geheven ter zake van het gebruik met een vaartuig overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn alsmede ter zake van het genot van diensten door het gemeentebestuur met betrekking tot een vaartuig verstrekt.

Artikel 3 Belastingplicht

Het binnenhavengeld wordt geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig, degene die het vaartuig heeft gecharterd dan wel van degene die als vertegenwoordiger van een van dezen optreedt.

Artikel 4 Vrijstellingen

Geen binnenhavengeld wordt geheven ter zake van:

  • a.

    het gebruik van de haven ter zake waarvan zeehavengeld wordt geheven, waarvan havengeld pleziervaartuigen wordt geheven of waarvoor door de gemeente bij overeenkomst een vergoeding is bedongen;

  • b.

    het gebruik van de haven met een vaartuig uitsluitend voor het in de haven dokken, het op of aan een werf herstellen, het voor de eerste maal vaarklaar maken, het slopen, het wisselen van bemanning, het stellen van kompassen of het ontschepen van zieken of doden, mits:

    • -

      het gebruik niet langer duurt dan voor een en ander noodzakelijk is en de duur van twee maanden per jaar niet te boven gaat, en:

    • -

      vooraf van het voornemen tot de handelingen of de werkzaamheden aan het college van burgemeester en wethouders wordt kennis gegeven met vermelding van de vermoedelijke tijdsduur van de handelingen of de werkzaamheden;

    • -

      bij belangrijke herstelwerkzaamheden de benodigde bewijsstukken worden overgelegd;

  • c.

    het gebruik van de haven met:

    • -

      een hospitaalschip;

    • -

      een woonschip, bedoeld in de Wet op woonwagens en woonschepen (Stbl. 1918, nr. 492);

    • -

      vaartuigen van ondergeschikte betekenis, zoals roeiboten en kano's;

  • d.

    vaartuigen waarvan het gebruik van de haven zich uitsluitend beperkt tot een doorvaart tussen de Nieuwe Maas en de Vlaardingse Vaart of omgekeerd dan wel van of naar een verhuurd wateroppervlak in de haven.

Artikel 5 Heffingsmaatstaf

  • 1. Het binnenhavengeld wordt geheven naar:

    • a.

      het laadvermogen van het vaartuig, uitgedrukt in tonnen;

    • b.

      de oppervlakte van het vaartuig, uitgedrukt in vierkante meters;

    • c.

      de bruto-inhoud van het schip uitgedrukt in brutotonnen.

  • 2. In de tabel is per soort van vaartuigen aangegeven welke heffingsmaatstaf van toepassing is.

Artikel 6 Tarief

Het binnenhavengeld wordt berekend aan de hand van de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van de in deze tabel gegeven aanwijzingen en van het bepaalde in artikel 7.

Artikel 7 Tarieftoepassing

  • 1. Voor de toepassing van de tarieven:

    • a.

      geldt als laadvermogen in tonnen van een vaartuig het aantal tonnen;

    • b.

      wordt de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het produkt van lengte over alles en de grootste breedte;

    • c.

      geldt als bruto-inhoud van een vaartuig het aantal bruto-tonnen;

    • d.

      wordt een gedeelte van een ton, van een bruto-ton of van een vierkante meter niet in aanmerking genomen;

    • e.

      wordt de termijn steeds op de kortste van de in de tabel voor het betreffende soort van vaartuigen genoemde termijnen gesteld tenzij voor een langere termijn aangifte is gedaan.

  • 2. Voor de toepassing van de tarieven en vrijstellingen wordt een binnenschip of vissersschip geacht in de haven te verblijven tijdens het direkt voorafgaand verblijf in een haven van een partij bij de samenwerkingsregeling.

Artikel 8 Wijze van heffing en tijdvak van betaling

  • 1. Het binnenhavengeld wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

  • 2. Het binnenhavengeld wordt verschuldigd op het tijdstip waarop het gebruik van de haven een aanvang neemt.

Artikel 9 Betaling

Het op het in artikel 8 bedoelde tijdstip verschuldigd geworden binnenhavengeld moet binnen 14 dagen na dit tijdstip worden betaald.

Artikel 10 Herhaald gebruik binnen termijn; verlenging termijn

  • 1. Indien met een vaartuig binnen de termijn meer dan een maal gebruik van de haven wordt gemaakt geldt als tijdstip, bedoeld in artikel 8, uitsluitend het tijdstip waarop het eerste gebruik van de haven binnen de termijn een aanvang neemt.

  • 2. Indien het gebruik van de haven met een vaartuig wordt voortgezet nadat de termijn is verstreken, vangt een nieuwe termijn aan en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van de haven opnieuw een aanvang. Het in de vorige volzin bepaalde vindt geen toepassing ingeval het gebruik van de haven wordt beëindigd voor desmiddags twaalf uur op de dag, volgende op de laatste volle dag van de verstreken termijn.

  • 3. In afwijking in zoverre van het tweede lid kan op verzoek van de belastingplichtige een termijn van 7 dagen worden verlengd tot 14 dagen. Alsdan is binnenhavengeld verschuldigd tot het bedrag waarmede het voor een termijn van 14 dagen verschuldigde bedrag het voor de termijn van 7 dagen verschuldigde bedrag overtreft. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek moet binnen 14 dagen na de aanvang van het gebruik van de haven bij het college van burgemeester en wethouders worden ingediend. Gelijktijdig met het verzoek moet het in de tweede volzin bedoelde binnenhavengeld overeenkomstig de aangifte worden betaald.

Artikel 11 Restitutie en overschrijving

  • 1. Van het binnenhavengeld dat is betaald naar een termijn van een jaar wordt indien het gebruik van de haven is geëindigd voor het verstrijken van die termijn, op verzoek van de belastingplichtige restitutie verleend voor zoveel vierden van het betaalde bedrag als er in dat jaar na de beëindiging van het gebruik van de haven nog volle kwartalen overblijven.

  • 2. Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig wordt het voor het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijn betaalde binnenhavengeld op verzoek van de belastingplichtige verrekend met het verschuldigde binnenhavengeld over die maanden voor het vervangende vaartuig met dien verstande dat, indien het laatstgenoemde binnenhavengeld lager is dan het betaalde, teruggaaf van het verschil niet plaatsvindt.

  • 3. Het na toepassing van de in het tweede lid bedoelde verrekening verschuldigde bedrag moet binnen 14 dagen na de vervanging overeenkomstig de aangifte worden voldaan.

Artikel 12 Kwijtschelding

Van het binnenhavengeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Inwerkingtreding, citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De 'Binnenhavengeldverordening Vlaardingen 2019' van 29 november 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als ’Binnenhavengeldverordening Vlaardingen 2020’.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden op 19 december 2019.
De griffier,drs. J. Mimpen
De voorzitter,drs. H.B. Eenhoorn

Bijlage 1 Tarieventabel Binnenhavengeld Vlaardingen 2020, als bedoeld in artikel 6 van de ‘Binnenhavengeldverordening Vlaardingen 2020’

Voor de tarieven wordt aangesloten bij de tarieven vermeld in ‘General Terms and Conditions’, including renewed port tariffs die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Mij bekend,

De griffier,