Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent de heffing en invordering van precariobelasting Verordening precariobelasting Vlaardingen 2019
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent de heffing en invordering van precariobelasting Verordening precariobelasting Vlaardingen 2019

De gemeenteraad van Vlaardingen,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 november 2018, R.nr. 1682713;

Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

Besluit:

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2019

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a

    gemeentewater: een voor de openbare dienst bestemd gemeentewater;

  • b

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • c

    jaar: kalenderjaar;

  • d

    kwartaal: een tijdvak van drie achtereenvolgende kalendermaanden binnen één jaar;

  • e

    maand: een tijdvak dat aanvangt op een bepaalde datum van een maand en eindigt op de dag, voorafgaande aan diezelfde datum van de volgende maand;

  • f

    week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'precariobelasting' wordt belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of gemeentewater.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1 De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven de voor openbare dienst bestemde gemeentegrond of gemeentewater, dan wel van degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven -voor de openbare dienst bestemde- gemeentegrond of gemeentewater worden aangetroffen.

  • 2 Ingeval van vergunningverlening wordt de belasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of gemeentewater geheven van degene, aan wie de daartoe vereiste vergunning is verleend of van de opvolger in de vergunning.

  • 3 Onder de in de vorige leden bedoelde belastingplichtige wordt mede begrepen

    • a.

      degene wiens werken in, onder of op openbare grond defect zijn geraakt waardoor zonken of gaten zijn ontstaan, waardoor de bestrating of de wegbedekking hersteld moet worden, tenzij dit defect is veroorzaakt door schuld of nalatigheid van derden;

    • b.

      degene door wiens schuld of nalatigheid de onder sub a bedoelde beschadiging is ontstaan, als gevolg waarvan herstelwerkzaamheden zijn uitgevoerd.

Artikel 4 Vrijstellingen

Géén belasting wordt geheven voor:

  • a

    het gebruik of genot door de gemeente van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of gemeentewater en voor het hebben onder, op of boven die grond van voorwerpen, welke aan de gemeente in eigendom toebehoren en bij haar in feitelijk gebruik zijn;

  • b

    brievenbussen, telefooncellen en niet tot reclame dienende voorwerpen houdende aanwijzingen voor het publiek;

  • c

    het hebben van plat, niet verder dan 0,30 meter uitstekend, tegen de gevel van het perceel waar het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend aangebrachte naamborden of borden, die uitsluitend vermelden de naam, het beroep of de aard van het bedrijf en geen grotere oppervlakte hebben dan 12 dm²;

  • d
    • het hebben van straatversieringen en verlichting ter gelegenheid van speciale gelegenheden;

    • het hebben van uithangtekens ter gelegenheid van Sinterklaas en Kerstmis,wanneer hiermee geen reclame wordt gemaakt voor bepaalde winkels of artikelen;

  • e

    wegwijzers, palen, masten, verkeersaanwijzingen, verkeersspiegels en dergelijke voorwerpen;

  • f

    voorwerpen, waarvan de aanwezigheid ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens kosteloos of tegen een bij of krachtens zodanig voorschrift te bepalen vergoeding moet worden gedoogd;

  • g

    voorwerpen of inrichtingen in het belang van het reizigersverkeer binnen de gemeente Vlaardingen aangebracht of geplaatst door het rijk, de provincie of een gemeente, noch voor het hebben door die lichamen en door waterschappen, voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak noodzakelijke voorwerpen of inrichtingen;

  • h

    voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het toegankelijk maken van een eigendom;

  • i

    het met vergunning van burgemeester en wethouders hebben van voorwerpen ter aankondiging van bazars, collecten enzovoorts, uitsluitend gebezigd ten behoeve van liefdadige of daarmede gelijk te stellen doeleinden;

  • j

    lichtroosters, bordessen, stoeptreden, stoepen, pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, bloembakken, goten, regenpijpen, puilijsten, goot- of kroonlijsten, hijsbalken, lampen, dakgoten, voetschrappers en spionnetjes;

  • k

    vlaggen en vlaggenstokken zonder reclame of handelsnaam;

  • l

    het hebben van een zonnescherm of markies;

  • m

    het hebben van halteborden voor tram- en busondernemingen mits hierop geen reclameopschriften worden gevoerd;

  • n

    de belasting als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven terzake van het gebruik van een gemeentebezitting of het hebben van een voorwerp, indien en voor zover ter zake daarvan al uit hoofde van een privaatrechtelijke overeenkomst of een andere gemeentelijke belastingverordening een bedrag wordt gevorderd;

  • o

    het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of gemeentewater in het kader van:

    • activiteiten op nationale feestdagen zoals Koninginnedag en Bevrijdigingsdag;

    • niet-commerciële jeugdevenementen en jeugdactiviteiten;

    • niet-commerciële culturele evenementen;

    • niet-commerciële nautische evenementen;

    • evenementen en activiteiten voor goede doelen en niet-commerciële liefdadigheidsinstellingen;

    • plaatsgebonden niet-commerciële activiteiten ter promotie van de stad of ter bevordering van de sociale samenhang in de stad of in een wijk;

    • propaganda voor politieke partijen;

  • p

    het hebben van een balkon, erker, uitbouw of luifel e.d.

Artikel 5 Tarieven

  • 1 De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2 Voor de berekening van de precariobelasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

  • 3 Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief toegepast zou kunnen worden wordt alleen het hoogste tarief daarvan geheven.

  • 4 Wanneer de berekening plaatsvindt per dag, week of maand kan nooit een hoger tarief opgelegd worden dan het maximale tarief per week, maand of jaar.

  • 5 Bij de berekening van de belasting worden waarden op hele bedragen naar boven afgerond.

  • 6 De oppervlakte ingenomen door bouwsteigers waardoor het verkeer doorgang kan blijven vinden geldt voor de berekening van de belasting als voor de helft ingenomen of aan het verkeer onttrokken.

  • 7 Bij het plaatsen op de openbare grond van voorwerpen van welke aard ook, wordt de ruimte tussen deze voorwerpen mede geacht te zijn ingenomen of aan het verkeer onttrokken met uitzondering van de bouwplaatsinrichting.

  • 8 Bij het uitspreiden, uithangen of uitstallen van goederen en bij letterreclame boven openbare grond is de ruimte tussen deze goederen en letters ook ingenomen.

Artikel 6 Belastingtijdvak

  • 1 Indien de belasting wordt geheven naar kwartaal en jaartarieven is het belastingtijdvak het kwartaal, respectievelijk het jaar waarin gemeentegrond of gemeentewater ter beschikking wordt gesteld.

  • 2 Voor de belasting die wordt geheven naar dag, week en maandtarieven is het belastingtijdvak respectievelijk een dag, een week of een maand.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1 De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2 Indien de heffing niet kan geschieden op de in het vorige lid bedoelde wijze, wordt de belasting geheven door middel van een schriftelijke, gedagtekende kennisgeving, waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

Artikel 8 Tijdstip van betaling en betaling in termijnen

  • 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moet de precariobelasting worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet of gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

  • 2 In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3 Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,00.

  • 4 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1 De precariobelasting is verschuldigd bij aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de precariobelasting verschuldigd voor zoveel 365ᵉ gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde precariobelasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven.

  • 3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend over zoveel 365ᵉ gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde precariobelasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven.

  • 4 De in dit artikel bedoelde regeling geldt voor zover de belasting wordt geheven voor een heffingstijdvak van een jaar.

Artikel 10 Niet opleggen van aanslagen

  • 1 Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.

Artikel 12 Kwijtschelding

Van de op grond van deze verordening geheven precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel

  • 1 De 'Verordening precariobelasting Vlaardingen 2018' van 21 december 2017 (R.nr. 83.9) wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van de bekendmaking.

  • 3 In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover terzake daarvan de heffing van de precariobelasting in die periode plaatsvindt.

  • 4 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 5 Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening precariobelasting Vlaardingen 2019'.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden op 29 november 2018.
De griffier, W.M. van der Vlies MMC
De voorzitter,mr. A.M.M. Jetten MSc

Bijlage 1 Tarieventabel Precariobelasting Vlaardingen 2019, als bedoeld in artikel 5 van de ‘Verordening precariobelasting Vlaardingen 2019’.

Hoofdstuk I

Reclametekens/-uitingen aan de gevel bevestigd
 
a. voor een reclameteken/-uiting met of zonder verlichting € 40,10 (2018: € 39,16) per jaar;
 
Reclamezuilen en -borden e.d.
 
b. 1. voor een reclamezuil, reclamebord met inbegrip van schoren en palen, of dergelijk voorwerp, per vierkante meter beschikbaar gestelde oppervlakte € 119,11 (2018: € 116,32) per jaar;
  2. voor een paal of mast € 58,14 (2018: € 56,78) per jaar;
  3. voor een zogenaamd sandwich- of driehoeksbord of dergelijk voorwerp per bord per tijdvak van 10 dagen € 4,68 (2018: € 4,57);
 
Leidingen
 
c. 1. voor een buis-, pijp- of andere leiding, niet dienend voor afvoer van water, vuil, afvalstoffen, fecaliën of urine en niet belast op grond van het bepaalde onder d. van dit artikel per strekkende meter € 3,51 (2018: € 3,51) per jaar met een minimum van € 64,84 ( 2018: € 64,84) per jaar;
  2. voor een hoofdleiding, hoofdbuis of een hoofdkabel ten behoeve van de distributie of het transport van gas, water of elektriciteit, per strekkende meter € 1,65 (2018: € 1,65 )per jaar;
 
Antennes, kabels e.d.
 
d. voor een kabel, draad- of andere verbinding of overspanning niet zijnde een leiding zoals bedoeld onder c. van dit artikel per strekkende meter € 0,74 ( 2018: € 0,74) per jaar met een minimum van € 29,46 (2018: € 29,46) per jaar;
 
Benzine- en andere pompinstallaties, putten, tanks e.d.
 
e. 1. voor een installatie voor afgifte van brandstof voor bromfietsen en motorvoertuigen, met inbegrip van leidingen en niet vallende onder 3, per aftappunt € 405,27 (2018: € 395,77) per jaar;
  2. voor een verplaatsbare mengsmeerpomp € 133,35 (2018: € 130,22) per jaar;
  3. voor een lucht- en/of waterpompinstallatie met inbegrip van leidingen € 133,35 (2018: € 130,22) per jaar;
  4. voor een brandstoftank van 6000 liter inhoud of minder met inbegrip van leidingen € 405,27 (2018: € 395,77) per jaar;
    voor elke 1000 liter inhoud of voor een gedeelte daarvan meer € 76,08 (2018: € 74,30) per jaar;
  5. voor een pompperron per vierkante meter € 49,92 (2018: € 48,75) per jaar;
  6. voor een bij een brandstofverkoopplaats behorende kiosk per vierkante meter € 76,08 (2018: € 74,30) per jaar;
 
Bouwplaatsinrichting, bouwmaterialen en andere voorwerpen
Van toepassing is het door het college vastgestelde Uitvoeringsbesluit Meetinstructie bouwplaatsinrichting en bouwmaterialen.
f. 1. Bouwplaatsinrichtingen Een bouwplaatsinrichting is een bouwterrein op de voor de openbare dienst bestemde grond, omsloten met hekken waarbinnen bouwmaterialen en andere voorwerpen staan.
     
    - voor 0 - 50 m2 € 212,35 per maand (2018: € 207,35)
    - voor iedere volgende 50 m2 € 212,35 per maand (2018: € 207,35)
     
  2. Bouwmaterialen en andere voorwerpen (niet zijnde bouwplaatsinrichting) Berekening tarief conform het door het college vastgestelde Uitvoeringsbesluit Meetinstructie bouwplaatsinrichting en bouwmaterialen.  
    - voor 0 – 10 m2 € 12,10 per week (2018: € 11,80)
    - voor iedere volgende volle 10 m2 € 12,10 per week (2018: € 11,80);
 
Voertuigen
 
g. voor een voertuig (3 of meer), dat wordt gestald in het kader van bedrijfsuitoefening (herstellen, slopen, verhuren, verhandelen) per vierkante meter beschikbaar gestelde oppervlakte voor een geheel jaar of een gedeelte ervan
  1. tot en met 60 vierkante meter € 24,07 (2018: € 23,51);
  2. boven 60 vierkante meter € 48,15 (2018: € 47,02);
 
Kramen, uitstallingen, terrassen enz.
 
h. 1. voor een voertuig, tafel, kraam of enig ander voorwerp tot verkoop van goederen of waren en niet zijnde een terras als bedoeld onder 2. anders dan op de daarvoor aangewezen markten:
    tijdelijke standplaatsen
  a. voor 0 – 10 m2 € 10,95 (2018: € 10,70) per dag
    voor iedere volle 10 m2 € 10,95 (2018: € 10,70) per dag
  b. voor 0 – 10 m2 € 21,85 (2018: € 21,35) per week
    voor iedere volle 10 m2 € 21,85 (2018: € 21,35) per week
    vaste standplaatsen
    - voor 0 – 10 m2 € 794,75 (2018: € 776,10) per jaar
    - voor 11 – 20 m2 € 1.748,45 (2018: € 1.707,45) per jaar
    - voor 21 – 30 m2 € 3.846,25 (2018: € 3.756,10) per jaar
    - voor meer dan 31 m2 € 8.461,70 (2018: € 8.263,40) per jaar
  2. voor een terras bij een café, restaurant, lunchroom en derge­lijke inrichting per 10 vierkante meter beschikbaar gestelde oppervlakte of gedeelte daarvan € 134,00 (2017: € 129,80) per jaar (zomer- en winterterras);  
  3. voor een winkeluitstalling  
    - voor 0 – 5 m2 € 86,90 (2018: € 84,85) per jaar
    - voor 6 – 15 m2 € 521,75 (2018: € 509,50) per jaar
    - voor 16 - 40 m2 € 1.391,25 (2018: € 1.358,65) per jaar;
 
Aanlegsteigers, vlonders enz.
 
i. voor een aanlegsteiger, vlonder, plankier, brug, trap, perron of dergelijk voorwerp per vierkante meter beschikbaar gestelde oppervlakte € 2,54 (2018: € 2,48) per jaar met een minimum van € 12,93 (2018: € 12,63) per jaar;
 
Kadegeld
 
j. voor goederen of voorwerpen welke gelost zijn uit of bestemd zijn om te worden geladen in schepen en waarvoor oppervlakte beschikbaar is gesteld in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van hun lossing of lading, per vierkante meter beschikbaar gestelde oppervlakte, gedurende elk tijdvak van 7 dagen € 0,82 (2018: € 0,80);
 
Circussen
 
k. voor het houden van een circus € 83,97 (2018: € 82,00) per speeldag;
 
Overige voorwerpen
 
l. voor voorwerpen, waarvoor elders in deze verordening geen tarief is voorzien, per vierkante meter beschikbaar gestelde oppervlakte € 48,68 (2018: € 47,54) per jaar.

Mij bekend,

de griffier,