Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in of op openbare gronden
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Telecommunicatieverordening Vlaardingen 2010

De gemeenteraad van Vlaardingen,

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 december 2009, R.nr. 4.1;

 

Gelet op artikel 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 149 van de Gemeentewet;

 

Overwegende dat op grond van de Telecommunicatiewet uitvoeringsregels dienen te worden gesteld met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden in of op openbare gronden ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk;

 

Besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in of op openbare gronden (Telecommunicatieverordening Vlaardingen 2010) en de daarbij behorende toelichting:

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. wet: Telecommunicatiewet;

b. college: college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen;

c. elektronisch communicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de wet;

d. openbaar elektronisch communicatienetwerk: elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de wet;

e. openbare elektronische communicatiedienst: elektronische communicatiedienst als bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de wet;

f. kabels: kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de wet ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk;

g. niet-openbare kabels: kabels, als bedoeld in artikel 1.1.onder z, van de wet ten dienste van een niet-openbaar elektronisch communicatienetwerk;

h. voorzieningen: ondergrondse ondersteuningswerken als bedoeld in artikel 5.15 van de wet, en kabels;

i. openbare gronden: openbare wegen en wateren als bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de wet;

j. aanbieder: aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, waaronder mede wordt verstaan degene die in eigen naam en voor eigen rekening kabels ten dienste van een dergelijk netwerk aanlegt, in stand houdt en opruimt, als bedoeld in artikel 5.1, van de wet;

k. gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de wet;

l. aanmelder: aanbieder, als bedoeld in artikel 1, onder j, van de verordening, die met inachtneming van het bepaalde in deze verordening melding doet van werkzaamheden als bedoeld in deze verordening;

m. melding: melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a, van de wet;

n. instemmingsbesluit: besluit van het college op een melding van voorgenomen werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4 eerste lid, van de wet;

o. werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk in of op openbare gronden;

p. werkzaamheden van niet ingrijpende aard:

- het aanbrengen of verwijderen van kabels in reeds aangebrachte voorzieningen met een lengte van minder dan 10 m;

- reparaties aan het openbaar elektronisch communicatienetwerk met een lengte van minder dan 3 m en niet vallend onder artikel 6, eerste lid;

- het maken van huisaansluitingen;

q. huisaansluiting: het gedeelte van een kabel van minder dan 10 m in openbare gronden binnen de bebouwde kom of het gedeelte van een kabel van minder dan 25 m in openbare gronden buiten de bebouwde kom dat een openbaar elektronisch communicatienetwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt als bedoeld onder artikel 1.1, onder k, van de wet:

r. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen, waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet;

s. Handboek Leidingen: door het college vastgestelde of nader vast te stellen regels betreffende ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen.

Artikel 2 Toepasselijkheid

Deze verordening is van toepassing op het aanleggen, in stand houden en opruimen van kabels en leidingen in openbare gronden voor zover de gemeente deze gronden beheert dan wel daarover coördinatieverplichtingen heeft conform de Telecommunicatiewet, waarvan de bepalingen onverkort van toepassing zijn op het in deze verordening bepaalde.

Artikel 3 Nadere regels

Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.

Paragraaf 2 Het aanvragen en verlenen van een instemmingsbesluit

Artikel 4 Instemmingsvereisten

1. Het is verboden zonder, of in afwijking van een voorafgaand door het college verleend instemmingsbesluit omtrent de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden in of op openbare gronden werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels.

2. Voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard is geen instemming van het college nodig, als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5 Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden

1. Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen ten minste acht weken voor de aanvang aan het college met een door het college vastgesteld formulier.

2. Wanneer sprake is van een werk van complexe aard of van een tracé lengte groter dan 5000 meter, dan geldt in afwijking van de in het eerste lid genoemde termijn, een termijn voor melding van ten minste dertien weken voor de aanvang van de werkzaamheden.

3. Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg voeren met het college ten einde de melding, bedoeld in het eerste lid en tweede lid van dit artikel voor te bereiden.

4. Naar aanleiding van een melding kan het college een overleg entameren met de aanbieder.

5. Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk vier weken na ontvangst van de melding schriftelijk in kennis gesteld van de resultaten van het overleg tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige.

6. Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan de aanbieder volstaan met een melding aan het college van minimaal vijf werkdagen voorafgaande aan de werkzaamheden met een daarvoor door het college vastgesteld formulier.

7. Het college kan op grond van de belangen, zoals genoemd in artikel 10, eerste lid, bepalen dat de werkzaamheden van niet ingrijpende aard op een later tijdstip dienen plaats te vinden.

Artikel 6 Ernstige belemmeringen en storingen

1. Ingeval in of op openbare gronden spoedeisende werkzaamheden in de zin van artikel 5.6, tweede lid van de wet dienen te worden verricht ten gevolge van een ernstige belemmering of storing van de communicatie, meldt de aanbieder dit voorafgaand aan de start van de werkzaamheden aan de burgemeester of bij een daartoe door hem gemachtigde ambtenaar. Ingeval de melding bij de gemachtigde heeft plaatsgevonden stelt de gemachtigde de burgemeester zo spoedig mogelijk daarvan in kennis.

2. Binnen 48 uur na de start van de werkzaamheden meldt de aanbieder aan het college de verrichte werkzaamheden via een door het college vastgesteld formulier.

Artikel 7 Gegevensverstrekking

1. Bij de melding als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van deze verordening verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende gegevens:

a. een afschrift van registratie door OPTA;

b. debiteurnummer als grondroerder, zoals geregistreerd bij het Kadaster;

c. een uittreksel van de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel dat op het tijdstip van melding niet ouder mag zijn dan een jaar;

d. naam, adres, telefoon- en faxnummer en e-mailadres van degene die de kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert of exploiteert;

e. een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het aantal buizen dat leeg wordt aangebracht;

f. een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en de aard van de werkzaamheden;

g. een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:

1e een opgave van het gewenste tracé met daarbij duidelijke (digitale) tekeningen en daarop aangegeven wat de te verbinden locaties zijn;

2e de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek (ondermeer middels proefsleuven) inzake de beschikbare ruimte;

3e een opgave van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de gewenste situering daarvan;

4e een omschrijving van de opbrekingen van de verharding;

5e de doorsnede van de kabel en indien van toepassing de kabelgoot;

6e de lengte en breedte van de kabelsleuf;

7e de opgave van ondergrondse (handholes en dergelijke) of bovengrondse kasten waarvoor geen bouwvergunning noodzakelijk is, alsmede de situering en afmetingen daarvan;

8e voorgenomen datum en tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden;

9e naam, adres, telefoon- en faxnummer en e-mailadres van de contactpersoon, aannemers of onderaannemers die belast zijn met de werkzaamheden en van een door hen aangewezen contactpersoon die ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden vierentwintig uur per dag bereikbaar is in verband met mogelijke calamiteiten;

10e de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de openbare grond aanwezige kabels en leidingen waarborgen;

11e de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid van de uit te voeren werkzaamheden;

12e alle overige van belang zijnde feiten en omstandigheden gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3 van de wet genoemde belangen;

2. Het college kan nadere regels stellen inzake de gegevens die bij de melding worden verstrekt als ook over de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt.

Artikel 8 Aanvullende verplichtingen

1. De aanbieder is verplicht omwonenden en bedrijven ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden op de hoogte te stellen conform de in het Handboek Leidingen opgenomen wijze.

2. De aanbieder stelt het college in de gelegenheid de gelegde kabels te doen inmeten ter controle of de kabels zijn gelegd overeenkomstig het instemmingsbesluit.

3. Op het moment van de oplevering van de werkzaamheden is de aanbieder verplicht gegevens omtrent de ligging van zijn kabels te verstrekken en een overzicht te geven van de niet in gebruik zijnde kabels.

Artikel 9 Beslistermijn en aanhouding

1. Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding.

2. Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van deze verordening wordt genomen uiterlijk dertien weken na ontvangst van de melding.

3. Indien een beschikking niet binnen de in het eerste of tweede lid gegeven termijn kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en tweede lid van dit artikel kan het college de beslissing aanhouden, indien er in verband met werkzaamheden ten behoeve van het openbaar elektronische communicatienetwerk een vergunning is vereist op grond van onder andere de Woningwet, de Wet milieubeheer, de Bomenverordening of de Keur van het Hoogheemraadschap.

 

Artikel 10 Voorschriften en beperkingen bij instemming

1. Het college kan met inachtneming van artikel 5.4, tweede lid juncto derde lid van de wet aan het instemmingsbesluit voorschriften verbinden in het belang van de openbare orde, de veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen dan wel de ondergrondse ordening.

2. De in het vorige lid bedoelde voorschriften kunnen slechts betrekking hebben op:

a. de plaats van de werkzaamheden;

b. het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het eerste lid, niet later mag liggen dan twaalf maanden na de datum van afgifte van het instemmingsbesluit;

c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;

d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;

e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken;

f. als ook over de afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren, behorende bij een openbaar elektronisch communicatienetwerk.

3. De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en medegebruik van voorzieningen geschiedt conform het Handboek Leidingen.

4. Degene aan wie op grond van deze verordening een instemmingsbesluit is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

5. Indien de werkzaamheden niet zijn gestart binnen twaalf maanden nadat het instemmingsbesluit is verleend, vervalt de verleende instemming tenzij aantoonbaar sprake is van overmacht, zulks ter beoordeling van het college.

6. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang van de werkzaamheden, tenzij in het instemmingsbesluit anders is bepaald.

7. De aanbieder is verplicht het college zo spoedig mogelijk te informeren over eventuele vertragingen.

8. Indien binnen drie jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de aanbieder.

9. Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden stellen.

Artikel 11 Intrekking of wijziging van het instemmingsbesluit

1. Het instemmingsbesluit kan door het college worden gewijzigd of ingetrokken:

a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b. indien de aan het instemmingsbesluit verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

c. indien het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet wordt nageleefd;

d. indien na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen;

e. indien dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken;

f. indien degene aan wie het instemmingsbesluit is verleend dit verzoekt.

2. Het college kan bij het besluit tot intrekking bepalen dat de oorspronkelijke situatie wordt hersteld door en voor rekening van de aanbieder.

Artikel 12 (Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg

1. Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen.

2. Het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, derde lid, dan wel een door het college geëntameerd overleg naar aanleiding van een melding als bedoeld in artikel 5, vierde lid, is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen.

3. Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van de vooraangelegde voorzieningen zoals buizen bedoeld voor het inblazen van kabels, mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken.

4. Indien de openbare gronden naar het oordeel van het college onvoldoende ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen, of aan andere aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik van kabels te doen, op grond van artikel 5.12 van de wet.

Artikel 13 Melding wijziging voorzieningen

De aanbieder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis van het feit dat de eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk in of op openbare gronden.

Artikel 14 Zakelijk karakter instemmingsbesluit

Indien een openbaar elektronisch communicatienetwerk wordt overgedragen aan een nieuwe aanbieder, is de nieuwe aanbieder verplicht binnen twee weken een verzoek tot wijziging tenaamstelling van een instemmingsbesluit in te dienen.

Artikel 15 Bevoegdheid tot stilleggen werk

Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien er wordt gewerkt:

a. zonder voorafgaande melding als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van deze verordening;

b. in strijd met het in het instemmingsbesluit opgenomen tijdstippen van aanvang of voltooiing en de wijze van uitvoering.

Paragraaf 3 Overige en slotbepalingen

Artikel 16 Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college of de burgemeester aan te wijzen personen.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

Artikel 18 Overgangsbepaling

1. Instemmingsbesluiten die zijn verleend en van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, zijn en blijven van kracht.

2. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een melding is gedaan en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de melding is beslist, is deze verordening van toepassing op de melding.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Telecommunicatieverordening Vlaardingen 2010”.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden op
(datum voluit) De griffier, De voorzitter, drs. W.G. Amesz mr. T.P.J. Bruinsma

Nota-toelichting Toelichting op de Telecommunicatieverordening Vlaardingen 2010

Algemeen

In de Vlaardingse ondergrond liggen telecommunicatiekabels en buizen voor onder andere datatransport. De gemeente Vlaardingen is bij deze ondergrondse infrastructuur betrokken als eigenaar van de openbare gronden. Daarnaast dient de gemeente publieke belangen te behartigen, zoals veiligheid en ondergrondse ordening.

 

Juridische basis

Voor gemeenten is hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet “Aanleg, instandhouding en opruiming van kabels” van belang. In dit hoofdstuk is ondermeer geregeld de gedoogplicht van de gemeente voor telecommunicatiekabels in de openbare gronden met het adagium “leggen om niet, verleggen om niet”.

Daarnaast is in dit hoofdstuk (artikel 5.4, eerste lid) bepaald dat voorafgaand aan de start van de werkzaamheden voor het leggen, in stand houden of verwijderen van kabels in de openbare grond een instemmingsbesluit nodig is van het college van burgemeester en wethouders. De wet bepaalt welke voorschriften hieraan kunnen worden verbonden (artikel 5.4, tweede en derde lid).

Uitvoeringsregels bij verordening vastleggen

 

Telecommunicatieverordening

De Telecommunicatiewet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening uitvoeringsregels stelt over:

1. het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden, waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;

2. de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het uitvoeringsplan;

3. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg, instandhouding en opruiming;

4. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;

5. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken;

6. de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in verband met ernstige belemmeringen of storing van de communicatie.

Doel van de verordening is het nader procedureel en formeel invullen van de aan de gemeente toegekende rol van coördinator.

Tot nu toe zijn bovengenoemde uitvoeringsregels opgenomen in de voorschriften bij de verleende instemmingsbesluiten. De Telecommunicatieverordening Vlaardingen 2010 betreft in feite een formele vastlegging van onder andere deze uitvoeringsregels die tot nu toe in de voorschriften van het instemmingsbesluit terecht kwamen.

Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten - in werking 1 juli 2008

De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (hierna: Wion), ook wel genoemd de grondroerdersregeling is per 1 juli 2008 in werking getreden. Deze wet voorziet in een verplichte registratie van kabels en buizen en een verplichte informatie-uitwisseling bij graafwerkzaamheden om op deze wijze schade aan kabels en buizen te voorkomen bij de uitvoering van de werkzaamheden. De gemeente Vlaardingen is als eigenaar van onder andere riolering op basis van de Wion verplicht tot het verstrekken van digitale informatie over de ligging van deze leidingen.

Hieronder volgt – voor zover nodig – per artikel een toelichting.

 

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit artikel wordt een aantal begrippen gedefinieerd. De begripsomschrijvingen maken integraal deel uit van de verordening. Dit betekent dat de uitleg die gegeven wordt aan een begrip doorwerking heeft in de gehele verordening. Indien op een bepaalde plaats in de verordening bijvoorbeeld het begrip “aanbieder” staat, wordt hieronder verstaan het geen in de begripsomschrijvingen staat omschreven.

- Openbaar elektronisch communicatienetwerk

De gedoogplicht van de gemeente geldt slechts voor openbaar elektronische communicatienetwerken, in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet gedefinieerd als “een elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan te bieden, waaronder mede wordt begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van programma’s voor zover dit aan het publiek geschiedt”.

- Kabels en voorzieningen

Onder kabels verstaat de Telecommunicatiewet het geheel van voorzieningen ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, dus de ondersteuningswerken (buizen), maar ook de benodigde kasten en dergelijke. “Kabels” is gedefinieerd in artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet.

In de begripsomschrijving zijn de voorzieningen apart genoemd.

Voorzieningen, niet in gebruik voor een openbaar elektronisch communicatienetwerk, vallen volgens artikel 5.15 van de wet ook onder de gedoogplicht met dien verstande dat de gedoogplicht eindigt, indien niet na 10 jaar de ondersteuningswerken deel zijn gaan uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk (artikel 5.2, achtste lid van de wet).

- Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard

Met het apart definiëren van dergelijke werkzaamheden wordt gevolg gegeven aan artikel 5.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet. Binnen de begripsbepaling zijn enige voorbeelden opgenomen van niet ingrijpende werkzaamheden. Het staat de gemeente vrij de omschrijving van werkzaamheden van niet ingrijpende aard zelf in te vullen. Het is immers een uitzondering op de standaardmeldplicht van artikel 5 en kent daarom een limitatieve opsomming.

 

Artikel 3 Nadere regels

Het college is op grond van dit artikel bevoegd nadere regels te stellen. Het college kan er ook voor kiezen beleidsregels in plaats van nadere regels vast te stellen. Het college kan beleidsregels opstellen ten aanzien van de gekregen bevoegdheden. Beleidsregels zijn algemene regels omtrent de toepassing van bevoegdheden. Nadere regels zijn algemene regels die te karakteriseren zijn als algemeen verbindende voorschriften. Beleidsregels kennen een inherente afwijkingsbevoegdheid in tegenstelling tot nadere regels. Op grond van artikel 4: 84 van de Algemene wet bestuursrecht dient een bestuursorgaan een uitzondering op een beleidsregel te maken indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen. Dit wordt de inherente afwijkingsbevoegdheid van de beleidsregel genoemd. Hierdoor zijn beleidsregels flexibeler dan nadere regels (algemeen verbindende voorschriften). Immers van de nadere regels is geen afwijking mogelijk tenzij uiteraard een afwijking al zelf in de nadere regel is opgenomen.

 

Artikel 4 Instemmingsvereisten

Dit artikel geeft aan in welke gevallen een instemmingsbesluit is vereist op grond van artikel 5.4, eerste lid, onder a, van de Telecommunicatiewet.

 

Artikel 5 Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden

De algemene melding voor de uitvoering van werkzaamheden dient te geschieden acht weken voor de aanvang van de werkzaamheden. Sommige meldingen hebben betrekking op tracés van langer dan 5000 meter. Het college beoordeelt de plaats van de te leggen kabel en heeft bij deze tracés meer tijd nodig. Wanneer een melding complex wordt door bijvoorbeeld de aanwezigheid van een kunstwerk of waterpartij die gepasseerd wordt, kan het college een langere tijd nodig hebben om het verzoek te beoordelen en instemming te verlenen.

In het derde lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen voor de aanbieder om voorafgaand aan de melding overleg te voeren met de gemeente. Het initiatief voor een overleg kan ook door de gemeente worden genomen (vierde lid). Dit kan echter pas nadat de melding is gedaan. In dit overleg kan onder meer medegebruik van voorzieningen als bedoeld in artikel 12 en het splitsen van de werkzaamheden bij omvangrijke projecten aan de orde komen.

 

Artikel 6 Ernstige belemmeringen en storingen

In dit artikel wordt aan artikel 5.4, vierde lid, sub f en artikel 5.6 van de Telecommunicatiewet voldaan.

In dit geval kan worden volstaan met een melding aan de burgemeester of aan een door hem gemachtigde ambtenaar. Ernstige belemmeringen of storingen in de communicatie zijn niet nader omschreven, wel wordt in de toelichting op de wet als voorbeeld gegeven de situatie van een kabelbreuk. Het kan voorkomen dat bijvoorbeeld beoordeeld moet worden of een ernstige belemmering of storing in de communicatie voor één individuele aansluiting voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt.

Op grond van artikel 5.6, derde lid, van de Telecommunicatiewet heeft de burgemeester de bevoegdheid ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden te besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden.

 

Artikel 7 Gegevensverstrekkinig

Dit artikel is een invulling van artikel 5.4, vierde lid van de Telecommunicatiewet.

 

Artikel 9 Beslistermijn en aanhouding

De beslistermijnen worden aangegeven in het eerste en tweede lid. De mogelijkheid tot afwijking van deze beslistermijnen is opgenomen in het derde lid.

Het vierde lid regelt het geval dat een te verlenen instemmingsbesluit samenhang heeft met bijvoorbeeld een te verlenen bouwvergunning en/of een kapvergunning.

 

Artikel 10 Voorschriften en beperkingen bij instemming

Deze bepalingen dient het college in acht te nemen bij het geven van voorschriften bij het instemmingsbesluit. Hierbij moet worden bedacht dat het instemmingsbesluit een beschikking is in het kader van de Algemene wet bestuursrecht. Indien de aanbieder het niet eens is met bijvoorbeeld de gegeven voorschriften bij het instemmingsbesluit kan hij in bezwaar en beroep. In artikel 17.1, tweede lid van de Telecommunicatiewet geeft aan dat de rechtbank Rotterdam bevoegd is in deze gevallen.

Lid 1 en lid 2 geven aan vanuit welke belangen het college voorschriften en beperkingen aan het instemmingsbesluit kunnen verbinden. Verder dienen bij de aanleg van de telecommunicatievoorzieningen de voorschriften van het Handboek Leidingen in acht te worden genomen.

Lid 5 bepaalt dat de werkzaamheden moeten starten binnen twaalf maanden (op grond van artikel 5.4, derde lid, onder b van de Telecommunicatiewet) na afgifte van het instemmingsbesluit anders vervalt de verleende instemming tenzij aantoonbaar sprake is van overmacht.

Lid 6 bepaalt vervolgens dat binnen zes maanden na de aanvang van de werkzaamheden de werkzaamheden dienen te zijn voltooid tenzij anders is bepaald in het instemmingsbesluit.

Lid 8 heeft betrekking op het geval dat binnen drie jaar na groot onderhoud of herinrichting van een openbaar gebied dan wel in een bijzondere bestrating een aanbieder opnieuw kabelwerkzaamheden wenst uit te voeren. Er kunnen dan bijzondere voorwaarden worden gesteld aan het herstel van de straat.

 

Artikel 11 Intrekking en wijziging van het instemmingsbesluit

De in artikel 11 opgesomde gronden kunnen leiden tot intrekking van het instemmingsbesluit. Het hangt van de omstandigheden af of tot intrekking wordt overgegaan. Niet iedere overtreding van voorschriften leidt tot toepassing van de administratieve sanctie van intrekking van het instemmingsbesluit. Vooral het rechtszekerheid- en het vertrouwensbeginsel beperken nogal eens de bevoegdheid tot intrekking. Indien het bestuursorgaan overweegt om de vergunning in te trekken, dient het de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun bedenkingen in te dienen zodat wordt voldaan aan artikel 4: 8 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Artikel 12 (Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg

Artikel 5.2, zevende lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening in ieder geval regels vaststelt onder andere over het medegebruik van voorzieningen. Dit artikel is verder in de Telecommunicatiewet niet uitgewerkt. Artikel 5.12 van deze wet bepaalt dat aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken over en weer verplicht zijn te voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik. Dit artikel handelt over de verhouding tussen de aanbieders, waar de gemeente buiten staat.

In het eerste lid van artikel 8 is als algemeen uitgangspunt gehanteerd dat zoveel mogelijk gebruik moet worden gemaakt van reeds aangelegde voorzieningen, hetzij door aanbieders hetzij door of vanwege de gemeente. Het medegebruik beperkt het graven in de openbare gronden en strekt daarmee tot voordeel van de gemeente. Het medegebruik kan aan de orde komen in het vooroverleg over het af te geven instemmingsbesluit. In lid 2 is bepaald dat het onderwerp “medegebruik” ter sprake kan komen in het vooroverleg.

In het derde lid is de verplichting voor de aanbieder opgenomen van vooraangelegde voorzieningen, indien daartoe een redelijk aanbod wordt gedaan. De vraag wat een redelijk aanbod is kan als volgt worden beantwoord: de aanwezige voorziening is zowel in kwaliteit als in kosten een volwaardig alternatief voor het eigen graafrecht van de aanbieder.

Het college kan nadere regels stellen omtrent de plaats en de wijze van uitvoering. Het vierde lid behandelt de situatie indien de gemeentelijke leidingprofielen geen ruimte bieden voor de aanleg van kabels.

Een verplichting tot medegebruik of tot het kiezen van een alternatief tracé zal worden opgenomen in het instemmingsbesluit. Dit instemmingsbesluit is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen dit besluit kan bezwaar worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen. Volgens de Telecommunicatiewet is de rechtbank Rotterdam vervolgens aangewezen het beroep tegen het instemmingsbesluit te behandelen. De rechtbank zal dus het laatste woord hebben of een medegebruik terecht is voorgeschreven.

 

Artikel 13 Melding wijziging voorzieningen

De rechter heeft uitgesproken dat de werking van het instemmingsbesluit eindigt zodra de werkzaamheden waarvoor instemming is gevraagd, zijn beëindigd. Dit betekent dat het college geen verplichtingen op basis van het instemmingsbesluit aan de aanbieder kan opleggen nadat deze zijn werkzaamheden heeft beëindigd. Echter het instemmingsbesluit dient voor de gemeente ook om een registratie up-to-date te houden van de in het openbaar gebied liggende kabels en de beheerders/eigenaren daarvan.

 

Artikel 14 Zakelijk karakter instemmingsbesluit

Dit artikel is opgenomen om helderheid te verschaffen en actie aan een nieuwe aanbieder op te leggen.

 

Artikel 15 Bevoegdheid tot stilleggen werk

Geen nadere toelichting.

 

Artikel 16 Toezicht

Op de naleving van de verordening dien te worden toegezien en bij overtreding dient te worden opgetreden. Toezicht is een bestuurlijke activiteit. De basis voor deze bevoegdheid is neergelegd in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht. In dit hoofdstuk zijn algemene regels gegeven voor de bestuursrechtelijke handhaving van algemeen geldende rechtsregels en individueel geldende voorschriften. Bestuursrechtelijke handhaving kan plaatsvinden door ander andere het toepassen van bestuursdwang dan wel het opleggen van een dwangsom.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Geen nadere toelichting.

 

Artikel 18 Overgangsbepaling

Van belang is in de overgangsbepaling aan te geven of bestaande instemmingsbesluiten al dan niet hun rechtskracht blijven behouden na de inwerkingtreding van deze verordening.

Op meldingen waarop nog niet is beslist op het moment dat de verordening in werking is getreden, wordt beslist overeenkomstig de nieuwe verordening.

 

Artikel 19 Citeertitel

Geen nadere toelichting.