Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Regeling subsidieverlening groot onderhoud en energiebesparing 2011
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling subsidieverlening groot onderhoud en energiebesparing 2011

Burgemeester en wethouders van Vlaardingen; overwegende dat zij krachtens de Algemene subsidieverordening Vlaardingen 2011

bevoegd zijn tot verlening van subsidies; dat het gewenst is ter uitvoering van de Algemene subsidieverordening 2011 nadere regels, en ter invulling van hun beleidsruimte beleidsregels vast te stellen betreffende de verlening en de normering van de hoogte van subsidies met betrekking tot groot onderhoud en energiebesparing bij in deze regels aangewezen projecten. Gelet op artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht en op de Algemene Subsidieverordening Vlaardingen 2011; Besluiten vast te stellen de volgende Regeling subsidieverlening groot onderhoud en energiebesparing

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. bedrijfsmatige verhuurder: eigenaar die één of meerdere woningen in bezit heeft en als zodanig ook verhuurt en die niet in één van de betreffende woningen woont;

b. bedrijfsruimte: een pand, of een gedeelte van een pand, dat niet kan worden aangemerkt als woning en dat naar de aard van de ruimtelijke indeling is bestemd voor de uitoefening van een bedrijf;

c. bouwkundig onderhoudsrapport: rapport van de bouwkundige opnamestaat van een gebouw waarbij tevens is aangegeven welk onderhoud binnen een termijn van drie jaar dient plaats te vinden en welk onderhoud binnen een termijn van vijftien jaar;

d. bouwblok: een groep woningen in een woongebouw, al dan niet in combinatie met bedrijfsruimten, met een of meer gezamenlijke bouwmuren;

e. bouwplan of werk: het totaal van het in het kader van deze regeling te treffen voorzieningen;

f. budget: het totale bedrag dat door burgemeester en wethouders ter beschikking is gesteld voor de financiering van de subsidies krachtens deze regeling;

g. eigenaar: de opstaller, de erfpachter, de gerechtigde tot een appar¬tementsrecht of degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaat¬schaps¬recht is verleend dat recht geeft op gebruik van een woning;

h. eigenaar-bewoner: de eigenaar die zelf in de woning woont;

i. eigendom:  het opstal-, het erfpacht-,  het appartementsrecht of door een rechtsper¬soon verleend deelnemings- of lidmaatschapsrecht dat recht geeft op gebruik van een woning;

j. energiebesparingsadvies: het rapport waarin een advies is opgenomen over energiebesparende maatregelen;

k. energiebesparende maatregelen: maatregelen die opgenomen zijn in een  energiebesparingsadvies en die bestaan uit bouwkundige energiebesparende maatregelen en de vervanging van de cv installatie;

l. groot onderhoud: het pakket aan te brengen voorzieningen aan categorieën woningen en bedrijfsruimten, die voortvloeien uit het bouwkundig onderhoudsrapport;

m. keuringsrapport technische installaties: het rapport waarin een keuring is opgenomen van de installaties gas, elektriciteit en centrale verwarming;

n. kosten van de voorzieningen: de door de aanvrager gestelde kosten voor de te treffen voorzieningen, goedgekeurd door burgemeester en wethouders, die worden gemaakt ter zake van:

1. inspectie- of adviesrapport voor een monument, zoals bouwhistorisch onderzoek;

2. technische onderzoeken;

3. indien noodzakelijk adviezen van deskundigen op het gebied van constructies, installaties of bouwfysica;

4. de aanneemsom;

5. de kosten van het toezicht en begeleiding bij de uitvoering;

6. de verschuldigde omzetbelasting, voor zover die door de eigenaar niet kan worden terugontvangen;

7. de financieringskosten;

8. de kosten voor een accountantsverklaring;

9. bijbehorende administratieve kosten;

10. materiaalkosten van de voorzieningen bij zelfwerkzaamheid.

o. kwaliteits- en uitvoeringseisen: eisen Bouwbesluit 2003 (niveau bestaande bouw);

p. particuliere woningvoorraad (of woningen): woningen die niet in eigendom zijn van de gemeente of een toegelaten instelling krachtens artikel 70 van de Woningwet;

q. schil of casco bij gesplitst bezit: alles wat binnen Verenigingen van Eigenaren tot de gemeenschappelijke delen wordt gerekend zoals omschreven in de splitsingsakte en bijbehorend reglement;

r. schil of casco bij ongesplitst bezit: waaronder met name wordt verstaan:

o de fundering;

o dragende muren, gevels, buitenkozijnen met ramen en deuren;

o balkons en woningscheidende vloerconstructies;

o dakconstructies, inclusief dakbedekkingen en dakkapellen;

o rook- en ventilatiekanalen;

o riolering;

o trappenhuizen;

s. stichtingskosten: alle noodzakelijke kosten die gemaakt worden om het bouwplan te kunnen realiseren;

t. SVn: de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten  te Hoevelaken;

u. stimuleringslening: een laagrentende lening voor doeleinden zoals omschreven in deze regeling, die door het SVn - middels toewijzing door burgemeester en wethouders - wordt verstrekt;

v. subsidie: de investeringssubsidie als bedoeld in paragraaf 12 van de Algemene subsidieverordening Vlaardingen 2011, bestaande uit een aanspraak op financiële middelen in de vorm van stimuleringsleningen voor woningen;

w. verbetering uitstraling: het optimaliseren van de beeldkwaliteit van een bouwblok;

x. woning: iedere woonruimte bestemd voor en in gebruik als zelfstandige permanente bewoning;

y. woonruimte: besloten ruimte met zelfstandige toegang, die al dan niet tezamen met één of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor zelfstandige bewoning door een huishouden waarbij de bewoner(s) niet afhankelijk zijn van wezenlijke voorzieningen, die buiten de woning gelegen zijn.

Artikel 1.2 Doel van de subsidie (laagrentende lening)

Doel van de subsidie op grond van deze regeling is primair om particuliere eigenaren of Verenigingen van Eigenaren (VvE’en) in de gelegenheid te stellen groot onderhoud te (laten) verrichten aan de schil van hun woning of het complex, te weten die delen die behoren tot de gemeenschappelijke eigendom, waarbij het uitgangspunt is om het groot onderhoud per bouwblok uit te voeren, en secundair om energiebesparing te realiseren.

Artikel 1.3 Doelgroep

1. Op  subsidie op grond van deze regeling kan een beroep worden gedaan door:

a. natuurlijke personen die eigenaar zijn van een woning;

b. Verenigingen van Eigenaren.

2. Geen beroep op deze regeling kan worden gedaan door toegelaten instellingen als bedoeld in art. 70 van de Woningwet. Artikel  1.4 Subsidieplafond

1    Op grond van art. 26 van de Algemene subsidieverordening Vlaardingen 2011 wordt het

      maximale subsidiebedrag dat in het kader van deze regeling kan worden verkregen per project bepaald.

2. Het totaal beschikbare subsidiebedrag voor het eerste project is € 2,17 miljoen en wordt  verdeeld over het aantal in artikel 2.4 geselecteerde  bouwblokken aanwezige woningen (217), met een gemiddeld bedrag van € 10.000,- per woning en een maximaal bedrag van € 20.000,-..

3. Indien de werkelijke kosten lager uitvallen dan dit bedrag of nieuw budget beschikbaar komt kan het college besluiten tot het aanwijzen van een nieuw project of het huidige project uit te breiden.

Hoofdstuk 2 Groot onderhoud en energiebesparing

Artikel 2.1 Voorzieningen

Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van een project subsidie verlenen voor:

1. het treffen van voorzieningen aan woningen;

2. het treffen van voorzieningen aan niet voor bewoning bestemde ruimte(n), boven, onder, naast of anderszins onlosmakelijk verbonden met een woning.

Artikel 2.2 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen voor de uitvoering van deze regeling nadere eisen stellen met betrekking tot:

1. de normering van de in art. 1.1, eerste lid onder n. genoemde kostensoorten;

2. de wijze van specificatie van elk van die kostensoorten;

3. de wijze waarop, bij een gemeenschappelijke aanpak, de uitvoering van de werkzaamheden juridisch en financieel wordt georganiseerd.

4. de wijze waarop bij een VvE de subsidieaanvraag voor zowel het appartement als voor de gemeenschappelijke onderdelen van het casco wordt ingediend.

Artikel 2.3 Het treffen van voorzieningen aan woningen

1. Subsidie wordt slechts verleend voor woningen die ouder zijn dan dertig jaar.

2. Een subsidie in de vorm van een laagrentende lening kan worden toegekend ten behoeve van het treffen van voorzieningen zoals deze zijn opgenomen in het bouwkundig onderhoudsrapport , in het energiebesparingsadvies en het plan van de architect voor verbetering van de uitstraling en overigens voldoen aan het gestelde hierover in deze regeling.

3. De kosten van het opstellen van een bouwkundig onderhoudsrapport als bedoeld in art. 1.1, eerste lid onder c.; van een energiebesparingsadvies als bedoeld in art. 1.1, eerste lid onder j, en van een keuringsrapport technische installaties als bedoeld in art. 1.1, eerste lid onder m. komen voor rekening van de gemeente en worden niet betrokken in de verdeling van de subsidie.

Artikel 2.4 Selectie van projecten

Voor de eerste ronde komen de volgende blokken in de Spoorbuurt in aanmerking

a. Van Hogendorplaan 1601 tot en met 1679;

b. Van der Duijn van Maasdamlaan 88 tot en met 136;

c. Van Hoornbeekstraat 1 tot en met 21; en

d. Van Slingelandstraat 1 tot en met 23.

Hoofdstuk 3 Subsidieverlening

Artikel 3.1 Toepassingsbereik

In dit hoofdstuk wordt onder woning tevens verstaan een niet voor bewoning bestemde ruimte.

Artikel 3.2 Wijze van subsidieverlening

1. De subsidie wordt verleend in de vorm van een laagrentende lening die door de aanvrager wordt aangegaan door middel van een overeenkomst met de SVn.

2. Voor de te betalen financieringsrente wordt een rentekorting toegepast van 5% op de vijftienjaars vaste rente (marktrente) van SVn, met een minimale rente van 1,5 %;

3. De looptijd van de lening bedraagt maximaal 20 jaar;

4. Bij leningen anders dan aan een VvE, die een bedrag van € 15.000,-- te boven gaan wordt een hypothecaire zekerheid gesteld middels een notariële akte;

5. Een laagrentende lening bedraagt minstens €1.000;

6. De toekenning van een laagrentende lening vindt uitsluitend plaats na een positieve kredietbeoordeling door SVn;

7. De laagrentende lening wordt gestort in een bij SVn te openen bouwkrediet;

8. De uit het bouwkrediet te betalen declaraties worden uitsluitend betaald na goedkeuring door of namens burgemeester en wethouders;

9. Nadat het project is afgerond sluit SVn het bouwkrediet en wordt de subsidie definitief vastgesteld.

Artikel 3.3 Aanvraag subsidieverlening

De aanvraag om verlening van subsidie houdt in:

a. een bewijs van eigendom door middel van een authentiek afschrift van het eigendomsbewijs dat is ingeschreven in het kadaster;

b. voor zover van toepassing een afschrift van de akte van splitsing;

c. voor zover van toepassing een verklaring van de VvE welke bouwdelen gemeenschappelijk, dan wel niet gemeenschappelijk zijn, alsmede een afschrift van het besluit van de VvE tot het treffen van voorzieningen;

d. een bestek en tekeningen van de bestaande en de te maken toestand van de woning (schaal 1:100), zodanig dat de werkzaamheden per woning zijn te herleiden;

e. een gespecificeerde begroting van de kosten van de voorzieningen uitgesplitst in lonen en materiaalkosten per te treffen voorziening, alsmede een reservering voor kostenverhogingen;

f. de naam en het adres van de aannemer met inschrijvingsnummer van de Kamer van Koophandel en het Sociaal Fonds Bouwnijverheid;

g. indien gelijktijdig met het treffen van de voorzieningen ook niet gesubsidieerde voorzieningen worden getroffen: een uitsplitsing van de gesubsidieerde en niet gesubsidieerde kosten;

h. alle overige bescheiden en gegevens die naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig zijn voor een juiste beoordeling van de aanvraag;.

2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid worden door de aanvrager in tweevoud geleverd te worden.

Artikel 3.4 Aanvullende voorwaarden

Indien de subsidieaanvrager een VvE is, zijn de volgende aanvullende voorwaarden van toepassing:

a. de VvE is geactiveerd (bestuurder,maandelijkse bijdrage, gez. WA verzekering);

b. de VvE heeft een verenigingsrekening voor het ontvangen van maandelijkse betalingen van leden en voor reserveren van gelden voor onderhoud;

c. er is een rechtsgeldig VvE besluit te zijn genomen inzake de uit te voeren werkzaamheden conform de splitsingsakte en –reglement;

d. de bestuurder heeft van de vergadering bij besluit een incassomandaat gekregen;

e. de bijbehorende subsidie kan worden aangevraagd per woning of per VvE;

f. de VvE is ingeschreven in het verenigingsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken;

g. per VvE wordt een planning vastgesteld waarbinnen de leningaanvraag moet worden ingediend. Na de in de planning genoemde indieningsdatum is geen aanvraag meer mogelijk;

h. de aanvrager voldoet aan de toetsingscriteria van de SVn. 2.       burgemeester en wethouders zijn bevoegd om van de in het eerste lid onder f bedoelde indieningsdatum eenmalig drie maanden uitstel te verlenen, mits daartoe een gemotiveerd verzoek wordt ingediend;

Artikel 3.5 Aanvraag voor huurwoning

Indien de aanvraag betrekking heeft op een huurwoning gaat de aanvraag tevens vergezeld van een door de huurder mede ondertekend contract waarin tenminste is vastgelegd:

a. een verklaring dat de huurder instemt met de te treffen voorzieningen;

b. de nieuwe huurprijs na het treffen van de voorzieningen en berekend overeenkomstig de Huurprijzenwet;

c. een opgaaf van de verwachte woningkwaliteit na het treffen van de voorzieningen, uitgedrukt in punten volgens het Besluit huurprijzen woonruimte.

Artikel 3.6 Subsidieverlening

1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen indien:

a. met het treffen van voorzieningen het belang van de volkshuisvesting naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt gediend;

b. de voorzieningen naar het oordeel van burgemeester en wethouders minimaal sober en doelmatig worden uitgevoerd;

c. het bouwplan voldoet aan het bouwkundig onderhoudsrapport; het plan van de architect en het energiebesparingsadvies en het Bouwbesluit 2003;

d. het bouwblok c.q. de woningen na het aanbrengen van de verbeteringen tenminste gedurende een periode van 15 jaar weinig onderhoud behoeven;

e. de verdeling van de kosten van de voorzieningen, conform de in de betreffende akte van splitsing opgenomen kostenverdeelsleutel, niet leidt tot een onredelijk resultaat en hiervan niet wordt, of kan worden afgeweken;

f. de voorzieningen op de woningen of het gebouw betrekking hebben;

g. de woning of bedrijfsruimte waaraan de voorzieningen worden getroffen niet bestemd is om binnen een periode van tien jaar te worden afgebroken;

h. de te treffen voorzieningen aan woningen gelijktijdig met eventueel te treffen voorzieningen voor de bedrijfsmatige te gebruiken delen van het gebouw worden uitgevoerd;

i. de aanvraag om subsidie het subsidieplafond als bedoeld in art. 1.4 niet overschrijdt.

2. Bij de beoordeling van de redelijkheid van de verdeling van de kosten van de voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder e wordt tenminste rekening gehouden met de functie en de gebruiksoppervlakte van die gedeelten van het gebouw, die bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan volgens de akte van splitsing het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht is begrepen, alsmede met alle overige factoren die naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor deze beoordeling relevant zijn.

Artikel 3.7 Weigeringsgronden

Burgemeester en wethouders weigeren in aanvulling van art. 4:35 Awb de subsidie indien:

a. het (deel)budget niet toereikend is;

b. de geraamde kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te bereiken resultaat;

c. aan de woning, dezelfde of vergelijkbare voorzieningen binnen 15 jaar voor het tijdstip van de aanvraag met geldelijke steun van overheidswege zijn aangebracht;

d. de bouwvergunning, voor zover die is vereist, niet is of zal worden verleend;

e. de voorzieningen niet sober en doelmatig worden uitgevoerd;

f. met het treffen van voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een besluit tot het verlenen van subsidie heeft ontvangen;

g. de aanvrager is aangeschreven krachtens de Woningwet tot het treffen van voorzieningen aan het pand waarvoor subsidie wordt aangevraagd krachtens deze regeling en welke aanschrijving ook is vermeld in het openbare register in het kader van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen;

h. het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 3.8 Verplichtingen

Aan de subsidieverlening kunnen de volgende verplichtingen verbonden worden:

a. van de aanvang van de werkzaamhe¬den wordt tenminste drie weken van tevoren schriftelijk melding gedaan te worden bij de sectie Bouwen en Milieu;

b. met de uitvoering van de werkzaamheden wordt een aanvang gemaakt binnen 26 weken na de dag waarop het besluit tot verlening van de subsidie aan de aanvrager is verzonden;

c. binnen drie weken na de dag waarop het totale werk is opgele¬verd, wordt de voltooiing van de werkzaamheden schriftelijk gemeld, onder vermelding van de werkzaamheden, die wel passen binnen de verleningsbeschikking, maar die niet of niet geheel conform het goedgekeurde plan zijn verricht;

d. de melding voltooiing vindt plaats binnen drie jaar nadat de de subsidie is verleend;

e. uiterlijk binnen dertien weken na de dag waarop de melding voltooiing heeft plaatsgevonden en nadat de werkzaamheden door of namens burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden, worden de werkzaamheden gereedge¬meld bij de sectie Bouwen en Milieu van de gemeente Vlaardingen, met dien verstande, dat de gereedmelding, na gemeentelijke controle en goedkeuring van de werkzaamheden genoemd onder het derde en vierde lid van dit artikel, in ieder geval volledig dient plaats te vinden binnen drie jaar nadat het besluit tot het verlenen van de subsidie aan de aanvrager is verzonden. De bouwkundige gereedmelding is tevens het verzoek tot vaststelling van de definitieve stichtingskosten;

f. de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen, wordt binnen een periode van vijftien jaar na het onherroepelijk worden van de subsidievaststellingsbeschikking niet aan de woningvoorraad onttrokken;

g. aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen op door hen te bepalen tijdstippen:

1. wordt toegang verleend tot de gebouwde onroerende zaak;

2. wordt inzage verleend in de op het treffen van de voorzieningen betreffende bescheiden en tekeningen;

3. wordt gelegenheid gegeven tot het controleren van de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebben¬de gegevens;

4. worden bescheiden en gegevens overgelegd die naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig zijn voor de juiste toepassing van deze regeling.

2. Het treffen van de voorzieningen, zonder het besluit dat subsidie verleend zal worden, alsmede het zonder schriftelijke toestemming afwijken van het goedgekeurde plan en de goedgekeurde raming van de kosten van het treffen van voorzieningen, is voor eigen rekening en risico van de aanvrager.

3. Controle van de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onder e, vindt plaats binnen drie weken na de dag waarop de melding voltooiing van alle in het plan begrepen werkzaamheden, overeenkomstig het eerste lid, onder d, heeft plaatsgevon¬den.

4. Binnen zeven werkdagen na de dag waarop de werkzaamheden overeenkomstig het derde lid zijn gecontroleerd, wordt de beslissing omtrent de goedkeuring van deze werkzaamhe¬den, aan de subsidieontvanger gezonden.

Artikel 3.9 Gereedmelding

1. De gereedmelding als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid onder e bevat:

a. een volledig ingevuld en ondertekend gereedmeldingsformulier waarvan het model door burgemeester en wethouders is vastgesteld;

b. een kostenoverzicht volgens een door burgemeester en wethouders vastgesteld model;

c. alle rekeningen die per kostencomponent, als in het kostenoverzicht aangegeven, zijn gerangschikt en waarbij het totaal van deze kostencomponent afzonderlijk is aangegeven;

d. alle betalingsbewijzen gerangschikt op datum van betaling;

e. indien de kosten van het meer- en minderwerk nog niet door burgemeester en wethouders zijn vastgesteld, een gespecificeerde begroting van de kosten die verband houden met de goedgekeurde planafwijkingen;

f. een opgave van de gereedkomingsdatum;

g. een overzicht van de door SVn betaalde declaraties uit het bouwkrediet.

2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de aard en de omvang van de in artikel 3.8, eerste lid onder e bedoelde verklaring;

3. Burgemeester en wethouders bevestigen binnen acht weken de ontvangst van de gereedmelding, inclusief de financiële eindverantwoording, aan de subsidieontvanger.

Artikel 3.10 Intrekking of wijziging van de subsidie

1. Onverminderd het bepaalde in art. 4:48 Awb kunnen burgemeester en wethouders een besluit tot verlening van subsidie intrekken indien de subsidieontvanger meldt dat de bouw geen doorgang zal vinden.

Hoofdstuk 4 Subsidievaststelling

Artikel 4.1 Subsidievaststelling

1. Vaststelling van de subsidie vindt plaats wanneer de op de gereedmelding aangegeven werkzaamheden door of vanwege burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden;

2. Burgemeester en wethouders geven opdracht aan SVn het bouwkrediet te sluiten;

3. In aanvulling op art. 4:46 lid 2 Awb stellen burgemeester en wethouders de subsidie lager vast indien de hoogte van de op grond van deze regeling te verlenen subsidie, afhankelijk van de hoogte van de door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten, en de werkelijk gemaakte kosten lager zijn. In dat geval wordt de subsidie vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte goedgekeurde kosten;

Hoofdstuk 5 Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 5.1 Toestemming bij afwijkingen

Indien gedurende het treffen van voorzieningen, zich de noodzaak voordoet, om van het goedgekeurde onderhoudsplan af te wijken, behoeft die afwijking de voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders.

2. De in het eerste lid genoemde toestemming wordt slechts verleend indien:

a. genoegzaam is aangegeven om welke redenen de afwijking noodzakelijk is;

b. een gespecificeerde begroting is overgelegd van de kosten van de voorzieningen die verband houden met de afwijking;

c. opgegeven is tot welke andere wijzigingen de afwijking leidt in de gegevens, vermeld in de aanvraag;

d. door de afwijking geen strijd ontstaat met enige bepaling in deze regeling.

Artikel 5.2 Hardheidsclausule

1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze regeling naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken.

2. Een van de mogelijkheden hiertoe is het toepassen van de zogenaamde vangnetregeling als beschreven door de SVn in de meest recente SVn informatiemap.

Artikel 5.3 Verslag

Het college doet ieder kalenderjaar verslag aan de raad over het verstrekken van subsidies overeenkomstig de Algemene subsidieverordening Vlaardingen 2011 in combinatie met deze regeling.

Artikel 5.4 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidieverstrekking groot onderhoud en energiebesparing 2011.

Artikel 5.5 Bekendmaking en inwerkingtreding

1. Deze regeling wordt bekendgemaakt door middel van publicatie in het Gemeenteblad.

2. Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van publicatie.

3. Voor de bouwblokken die zijn aangewezen op grond van de Regeling subsidieverstrekking groot onderhoud en energiebesparing 2010, blijft die regeling van kracht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 22 november 2011. Burgemeester en wethouders van Vlaardingen, de secretaris,             de burgemeester,
ir. C. Kruyt                    mr. T.P.J. Bruinsma

Nota-toelichting

Algemeen

De gemeenteraad van Vlaardingen heeft een Stimuleringsfonds Particuliere Woningverbetering ingericht, waaruit aan eigenaren en Verenigingen van Eigenaren (VvE’en) leningen met een lage rente kunnen worden toegekend, ter verbetering van hun woningen en woongebouwen, op een zodanige wijze dat de verbetering duurzaam bijdraagt aan de vitalisering van de wijk. Het Stimuleringsfonds Particuliere Woningverbetering is ondergebracht bij SVn en past binnen de deelnemingsovereenkomst tussen de gemeente en de SVn.

In deze regeling is nader uitgewerkt wanneer een eigenaar of VvE in aanmerking komt voor een laagrentende lening. Voor alle duidelijkheid moet worden opgemerkt dat een lening met een rente die lager is dan wat in de markt gangbaar is, wordt gezien als een vorm van subsidie. Daar waar in deze regeling wordt gesproken over subsidie wordt een laagrentende lening bedoeld.

De subsidievorm waarop deze regeling betrekking heeft, is de investeringssubsidie als bedoeld in paragraaf 12 van de Algemene subsidieverordening Vlaardingen 2011. De gemeente biedt deskundige begeleiding en advisering aan. Uit de voorstellen voor groot onderhoud, verbetering van de uitstraling en energiebesparing maken de eigenaren keuzen. Eigenaren bepalen zelf waar ze in investeren en hoe hoog ze de lat leggen. Wel geldt als ondergrens dat aanschrijvenswaardig onderhoud (conform de eisen uit de Woningwet en het Bouwbesluit 2003) in alle gevallen moet worden uitgevoerd. De plannen worden vastgelegd in rechtsgeldige VvE besluiten en de VvE’en vragen leningen aan. Samenwerking met VvE bestuurders stelt de gemeente zeer op prijs. Verbetering van de uitstraling  

Deze regeling heeft ten doel uitvoering te geven aan een stimuleringsregeling waarbij verbetering van de uitstraling van wooncomplexen op de omgeving van groot belang is.

Om die reden neemt de gemeente het ook op zich om door deskundigen (o.a. architect, bouwkundigen) voorstellen te laten doen voor verbetering van de uitstraling van het gebouw. Daarbij kan gedacht worden aan de aanpak van de entrees, galerijen en balkons. De voorstellen dienen realistisch te zijn in relatie tot het beschikbare budget.

De voorstellen zullen worden gepresenteerd aan en besproken met de eigenaren. Energiebesparing

Een ander doel van deze regeling is het leveren van een bijdrage aan de beperking van de belasting van het milieu. Om die reden ontvangen eigenaren voor iedere woning gratis een rapportage over de energieprestatie van de woning en het woongebouw, de mogelijke energiebesparingen, alsmede de terugverdientijd van investeringen op het gebied van energiebesparingen.

Bouwkundige energiebesparende maatregelen en de vervanging van de cv installatie door een zuinige installatie kunnen eigenaren meefinancieren in de laagrentende lening. Mocht een eigenaar gebruik willen maken van mogelijke rijksregelingen op het gebied van energiebesparing, dan zal de gemeente hulp bieden bij de aanvraag daarvoor. Keuring technische installaties

Tevens krijgen eigenaren een gratis keuring van de installaties van gas, elektriciteit en centrale verwarming aangeboden. Daarbij gelden de NEN normen voor bestaande installaties. Het wegwerken van gebreken aan deze installaties kan de eigenaar meefinancieren in de laagrentende lening. Het project

Ter verduidelijking van de aanpak wordt hieronder in vogelvlucht het proces geschetst Het project particuliere woningverbetering omvat per VvE de volgende stappen:

• Voorlichting over het project.

• Vervolgens wordt een plan gemaakt waarin voorstellen zitten voor groot onderhoud, verbetering van de uitstraling en energiebesparing. De kosten van die plannen zijn voor de rekening van de gemeente. Over de plannen wordt uitgebreid met alle eigenaren gecommuniceerd op huiskameravonden. In een enquête maken alle eigenaren hun wensen kenbaar. Aan iedere maatregel hangt een prijskaartje. De gemeente zorgt voor deskundige begeleiding van de eigenaren en betaalt de kosten daarvan. De VvE beslist vervolgens over wat ze wel en niet wil uitvoeren en vraagt een goedkope lening aan. Nadat de aanvraag is beoordeeld en toegekend geeft de VvE een aannemer opdracht tot uitvoering van de werkzaamheden. Na uitvoering vindt een eindcontrole plaats en wordt de lening in 20 jaar terugbetaald.