Rijksoverheid

Regelingenpocket Vlaardingen

Titel regeling
Instructie voor de leerplichtambtenaar
Uitgever
Vlaardingen

Tekst van de regeling

Intitulé

Instructie voor de leerplichtambtenaar

Burgemeester en wethouders van Vlaardingen bijeen d.d. 17 april 2001, gelet op artikel 16, lid 4, van de Leerplichtwet 1969 besluiten vast te stellen de volgende instructie voor de leerplichtambtenaar.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. ambtenaar:

de leerplichtambtenaar, bedoeld in artikel 16 van de Leerplichtwet 1969 (Staatsbesluit 1994, 225);

b. directeur:

degene die met de leiding van de school of de instelling is belast;

c. leerplichtige danwel partieel leerplichtige leerling:

de leerling als bedoeld in de Leerplichtwet 1969;

d. school:

1. een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere dagschool voor basisonderwijs, een dagschool voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs;

2. een ingevolge artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs aangewezen bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs;

3. een andere dagschool, die wat de inrichting van het onderwijs en de bevoegdheden van de leraren betreft, overeenkomt met een van de onder 1. bedoelde scholen;

4. een andere krachtens artikel 1a, sub a, van de Leerplichtwet 1969 voor de toepassing van deze wet als school aangewezen onderwijsinstelling.

e. instelling:

1. een krachtens artikel 1.3.1 en 1.3.2 van de Wet Educatie en beroepsonderwijs omschreven instelling;

2. een andere krachtens artikel 1a, sub b, van de Leerplichtwet 1969 voor de toepassing van deze instelling aangewezen cursus of instelling, waar onderwijs of vorming wordt gegeven;

f. de wet:

de Leerplichtwet 1969, zoals gewijzigd is bij Staatsblad 1994, 255 en in werking is getreden bij Staadsblad 1994, 469, 1 augustus 1994;

g. leerplichtigen:

de jongere die krachtens de Leerplichtwet (partieel) leerplichtig is. De leerplicht vangt aan op de eerste maand volgend op de 5e verjaardag en eindigt op 31 juli van het jaar waarin de leerling 16 jaar is geworden. Daarna is de jongere nog één jaar partieel leerplichtig.

Artikel 2 Leerplichtadministratie

2.1 De basis voor de controle op in- en uitschrijvingen van leerplichtige leerlingen is de gemeentelijke leerplichtadministratie, welke voldoet aan de volgende punten:

2.2 Voor aanvang van het schooljaar worden de persoonsgegevens van alle (partieel) leerplichtigen in de leerplichtadministratie overgenomen;

2.3 De directeuren van scholen geven burgemeester en wethouders binnen zeven dagen kennis van de in- en afschrijving van leerlingen (artikel 18 Leerplichtwet 1969);

2.4 De ambtenaar controleert of de leerlingenlijsten van de scholen ontvangen zijn. Hij onderneemt binnen 14 dagen actie naar directeuren die in gebreke gebleven zijn;

2.5 De ambtenaar controleert of alle leerplichtigen en partieel leerplichtigen overeenkomstig de bepalingen van de wet als leerling op een school of onderwijsinstelling zijn ingeschreven;

2.6 Tegenover een bericht van afschrijving van de ene school staat een bericht van inschrijving als leerling van een andere school. Indien geen bericht van inschrijving ontvangen wordt neemt de ambtenaar contact op met ouders/verzorgers van de (partieel) leerplichtige of de directie van de “oude” school;

2.7 Bij verhuizing naar een andere gemeente worden de administratie gegevens van een leerling naar de nieuwe woongemeente gezonden (Leerplichtregeling 1995).

Artikel 3 Verlof wegens bijzondere omstandigheden (artikel 14, derde lid, van de Leerplichtwet 1969)

3.1 Indien verlof als bedoeld in artikel 14 wordt gevraagd voor meer dan 10 schooldagen per schooljaar, beslist de ambtenaar van de woongemeente van de jongere;

3.2 Alvorens te beslissen op de aanvang stelt de ambtenaar de directeur van de school, waarbij de jongere staat ingeschreven, in de gelegenheid om zijn zienswijze kenbaar te maken;

3.3 Alvorens negatief te beslissen stelt de ambtenaar de ouders/verzorgers van de leerling in de gelegenheid om hun aanvraag toe te lichten;

3.4 Voor het aanvragen van verlof wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier welke is ontworpen in samenwerking met de gemeenten Schiedam en Maassluis;

3.5 De ambtenaar houdt bij de beslissing omtrent het verlenen van verlof rekening met het individuele belang;

3.6 De door de ambtenaar genomen besluiten inzake het verlenen van verlof als bedoeld in artikel 14 van de wet zijn beschikkingen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4 Relatief schoolverzuim (artikel 19 en artikel 22 van de Leerplichtwet 1969)

4.1 Indien een kennisgeving van (ongeoorloofd) schoolverzuim is ontvangen, stelt de ambtenaar vanwege burgemeester en wethouders een onderzoek in en legt hiervan een dossier aan. Ouders/verzorgers worden gehoord en in de gelegenheid gesteld om nadere uitleg over het verzuim te geven. De ambtenaar tracht hen er toe te bewegen hun verplichtingen na te komen. Van het onderhoud met de in artikel 2, lid 1 Leerplichtwet bedoelde personen maakt de ambtenaar een verslag.

4.2 Indien het verzuim een jongere van 12 jaar of ouder betreft, kan de jongere ook persoonlijk op het schoolverzuim aangesproken worden. De ambtenaar stelt de jongere in de gelegenheid om nader uitleg over het verzuim te geven en tracht hem ertoe te bewegen zijn verplichtingen na te komen. Van het onderhoud met de jongere maakt de ambtenaar een verslag.

4.3 Elk verzuim dient schriftelijk afgehandeld te worden binnen een redelijke termijn. Deze ‘redelijke’ termijn wordt bepaald door de aard van de problematiek.

4.4 In de door hem te bepalen gevallen wordt door de ambtenaar huisbezoek afgelegd.

4.5 Zonodig raadpleegt de ambtenaar één of meer aangewezen diensten of instellingen als genoemd in artikel 11 van deze instructie.

4.6 Blijkt aan de ambtenaar dat de in artikel 2, lid 1, van de wet bedoelde ouders/verzorgers niet zorgen dat de leerplichtige jongere de school geregeld bezoekt, zonder dat de jongere op grond van een vrijstellingsartikel van deze verplichting is vrijgesteld, dan zendt hij proces-verbaal (van bevindingen) aan de Officier van Justitie.

4.7 In, door de ambtenaar te bepalen, lichtere gevallen kan de ambtenaar besluiten tot het geven van één of meerdere waarschuwingen alvorens proces-verbaal wordt opgemaakt.

4.8 Indien blijkt dat de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, weigert de verplichting als bedoeld in artikel 22, lid 3 van de wet na te komen, zendt de ambtenaar het proces-verbaal van zijn bevindingen aan de Officier van Justitie.

4.9 Indien naar het oordeel van de ambtenaar de jongere in aanmerking komt voor een Halt-afdoening, wordt na overleg met de Officier van Justitie de jongere naar bureau Halt verwezen. Wanneer naar het oordeel van de ambtenaar de jongere onvoldoende heeft meegewerkt aan de Halt-afdoening, wordt het proces-verbaal alsnog naar de Officier van Justitie verzonden.

4.10 Over de afwikkeling van de verzuimkwestie worden de ouders/verzorgers en de betrokken school of instelling schriftelijk door de ambtenaar geïnformeerd.

4.11 In het kader van artikel 21 van de wet dient de directeur van de school de ambtenaar in de woongemeente van de jongere in kennis te stellen in geval er sprake is van verzuim van drie opeenvolgende schooldagen of indien dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken van meer dan 1/8 deel van de les- of praktijktijd is geweest.

Wanneer de mate van verzuim zorgwekkend lijkt te zijn/worden (bijv. onduidelijk, regelmatig ziekteverzuim) wordt dit eveneens gemeld aan de ambtenaar, dit in het kader van de maatschappelijke zorgtaak.

4.12 Met de directies van scholen in de regio zijn/worden afspraken gemaakt over de wettelijke verplichte aanmeldingen van in- en afschrijvingen.

4.13 Zodra de ambtenaar kennis neemt van schoolverzuim dat niet door de school gemeld is, stelt hij een onderzoek in naar de reden waarom de school het verzuim niet heeft gemeld. Blijkt een directeur van een school onwillig of nalatig in het nakomen van de verplichting genoemd in artikel 4.11 van deze instructie, dan zendt de ambtenaar proces-verbaal (van bevindingen) naar de Officier van Justitie.

4.14 In, door de ambtenaar te bepalen, lichtere gevallen kan de ambtenaar besluiten tot het geven van een waarschuwing alvorens proces-verbaal op te maken.

Artikel 5 Absoluut schoolverzuim (artikel 4 van de Leerplichtwet 1969)

5.1 Indien blijkt dat een leerplichtige of partieel leerplichtige jongere niet als leerling is ingeschreven zonder dat een grond voor vrijstelling aanwezig is, stelt de ambtenaar vanwege burgemeester en wethouders een onderzoek in en legt hiervan een dossier aan. Hij hoort de ouders/verzorgers van de jongere en tracht hen te bewegen hun verplichtingen na te komen. Van het onderhoud met de in artikel 2, lid 1 Leerplichtwet bedoelde personen maakt de ambtenaar een verslag.

5.2 In door de ambtenaar te bepalen gevallen wordt een huisbezoek afgelegd.

5.3 Zo nodig raadpleegt de ambtenaar één of meerdere aangewezen diensten of instellingen als genoemd in artikel 11 van deze instructie.

5.4 Indien is komen vast te staan dat de ouders/verzorgers weigeren de jongere als leerling van een school of onderwijsinstelling te laten inschrijven, zonder dat de jongere op grond van artikel 5, 5a of 15 van de wet van deze verplichting is vrijgesteld, dan zendt hij proces-verbaal van zijn bevindingen aan de Officier van Justitie.

5.5 In, de door de ambtenaar te bepalen, lichtere gevallen kan de ambtenaar besluiten tot het geven van een waarschuwing alvorens proces-verbaal op te maken.

Artikel 6 Vervangende leerplicht en volledige vrijstelling van de leerplicht (artikel a, 3b en 15 van de Leerplichtwet 1969)

6.1 De ambtenaar is gemandateerd de verzoeken inzake vrijstelling van de leerplicht en volledige vrijstelling leerplicht af te doen.

6.2 Indien ouders/verzorgers een verzoek indienen tot vervangende leerplicht van hun (partieel) leerplichtig kind, hoort de ambtenaar de ouders, de jongere en de directeur van de school. Bij vervangende leerplicht, gevraagd voor het eerste schooljaar, wordt ook een vertegenwoordiger van de instelling waar de jongere geplaatst wenst te worden gehoord. Indien een instelling van maatschappelijke zorg bij de begeleiding van de jongere is betrokken, wordt ook die gehoord.

6.3 Bij aanvragen voor vrijstelling voor het volgen van ander onderwijs kan de vrijstelling worden verleend indien aangetoond wordt dat de jongere op een andere wijze voldoende onderwijs geniet.

6.4 Indien aan de ambtenaar blijkt dat een jongere in strijd met de voorschriften van de Arbeidswet 1919 arbeid verricht, geeft hij hiervan terstond schriftelijk kennis aan het districthoofd van de Arbeidsinspectie.

Artikel 7 Gronden voor vrijstelling van de leerplicht (artikel 5a en 5b van de Leerplichtwet 1969)

7.1 De ambtenaar neemt verzoeken voor volledige vrijstelling van de leerplicht, artikel 5, in behandeling. Alvorens te beslissen vraagt hij advies aan deskundigen. Op grond van artikel 7 van de wet is de GGD NWN aangewezen als instelling om de verzoeken tot vrijstelling op grond van artikel 5, sub a Leerplichtwet te beoordelen.

Artikel 8 Melding aan de Raad voor de Kinderbescherming

8.1 Indien de in artikel 2, lid 1 van de wet bedoelde ouders/verzorgers reeds eerder zijn veroordeeld wegens het niet nakomen van de verplichtingen, opgelegd in artikel 2, lid 1 of artikel 4a van de wet, zendt de ambtenaar een afschrift van het proces-verbaal naar de Raad voor de Kinderbescherming (artikel 22, lid 4 van de Leerplichtwet).

8.2 Op grond van zijn in de Leerplichtwet genoemde maatschappelijke zorgtaak, kan een leerplichtambtenaar bij vermeende geconstateerde verwaarlozing van het kind besluiten een rapport van zijn bevindingen naar de Raad voor de Kinderbescherming te sturen met het verzoek om een onderzoek in te stellen naar de vermeende constatering van gebrek aan zorg. Een rapport kan niet verzonden worden alvorens de betrokken ouders/verzorgers daarvan in kennis zijn gesteld.

Artikel 9 Jaarverslag (artikel 25 van de Leerplichtwet 1969)

9.1 De ambtenaar levert de noodzakelijke gegevens aan burgemeester en wethouders in verband met het jaarlijks vóór 1 oktober uit te brengen verslag aan de gemeenteraad over het laatst afgesloten schooljaar.

9.2 De ambtenaar levert de noodzakelijke gegevens aan burgemeester en wethouders in verband met het jaarlijks aan de minister uit te brengen verslag inzake de omvang en behandeling van het schoolverzuim.

Artikel 10 Samenwerking met ambtgenoten

10.1 De ambtenaar werkt, bij het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet, samen met ambtgenoten uit Schiedam en Maassluis. De samenwerking strekt zich in ieder geval uit tot het maken van afspraken over: - de toepassing van artikel 14, van de wet (vrijstellingsgronden);

- de richtlijnen die op regionaal niveau zijn gemaakt inzake het verlenen van verlof op grond van artikel 11f en 11g van de wet (extra vakantieverlof)

- de wijze waarop contact wordt gehouden met de Officier van Justitie in het kader van de toepassing van artikel 22 van de wet (onderzoek door de ambtenaar);

- uitvoering van en doorverwijzing naar het spijbelproject HALT10.2 De ambtenaar pleegt zo vaak als noodzakelijk is overleg met ambtsgenoten uit ander gemeenten.

10.3 De gemeente is lid van de Landelijke Vereniging van Leerplichtambtenaren (LVLA).

Artikel 11 Samenwerking met diensten en instellingen

10.4 De ambtenaar voert zo vaak als hij dit voor het uitoefenen van zijn taak noodzakelijk acht overleg met: de Raad voor de Kinderbescherming het Advies Meldpunt Kindermishandeling de GGD-NWN de Politie de Officier van Justitie de Arbeidsinspectie het bureau Jeugdzorg het Algemeen Maatschappelijk Werk de Onderwijsbegeleidingsdienst het Bureau HALT het Steunpunt Onderwijs het RIAGG de voogdijinstellingen de scholingsvormen waar jongeren in het kader van de partiële leerplicht of de vervangende leerplicht aan kunnen deelnemen alle overige instellingen die zich op het onderwijsterrein en de jeugdzorg bewegen. 11. 2 De Ambtenaar neemt, op verzoek, deel aan de bijeenkomsten van de Plaatsingsadviescommissie voortgezet onderwijs en de Social teams in het voortgezet onderwijs.

Artikel 12 Slotbepalingen

12.1 Deze regeling treedt in werking 14 dagen na de dag van bekendmaking in de regionale dagbladen.

12.2 De regeling wordt aangehaald als: Instructie voor de leerplichtambtenaar

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen van 17 april 2001.
 
Burgemeester en wethouders van Vlaardingen,
de secretaris,                          de burgemeester,