Rijksoverheid

Regelingenpocket Utrecht

Titel regeling
Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht van 16 juni 2015 nr. 8150649C houdende verlening van mandaat en machtiging aan nader aan te duiden medewerkers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Uitgever
Utrecht

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht van 16 juni 2015 nr. 8150649C houdende verlening van mandaat en machtiging aan nader aan te duiden medewerkers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht van 16 juni 2015 nr. 8150649C houdende verlening van mandaat en machtiging aan nader aan te duiden medewerkers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (Mandaat- en machtingenbesluit van de Provincie Utrecht aan RVO.NL).

GEDEPUTEERDE STATEN VAN PROVINCIE UTRECHT, hierna te noemen: Gedeputeerde Staten;

Overwegende:

- dat de Dienst Regelingen (DR) per 1 januari 2014 gefuseerd is met het Agenschap.NL tot de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl);

- dat de DR namens en in opdracht van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht werkzaamheden voor verschillende provinciale subsidieregelingen uitvoerde en dat de DR hiervoor door gedeputeerde staten mandaat- en machtiging is verleend;

- dat met de fusie de werkzaamheden voor de uitvoering van de provinciale subsidieregelingen, het verleende mandaat en de verleende machtiging aan DR in het Mandaat- en machtingenbesluit Dienst Regelingen zijn overgegaan naar RVO.nl;

- dat het gelet hierop gewenst is het Mandaat- en machtingenbesluit Dienst Regelingen van 8 oktober 2013 in te trekken en een nieuw Mandaat- en machtingenbesluit voor RVO.nl vast te stellen waarin de naamswijziging is verwerkt en de juiste functionarissen bij RVO.nl worden aangewezen;

Gelet op artikel 158 van de Provinciewet en het bepaalde in afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Besluiten:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1
  • 1 De Algemeen directeur, De directeur Kernprocessen EU en Klantcontact & Gegevens, de Afdelingsmanager Subsidies, de Afdelingsmanager Juridische Zaken van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken zijn gemachtigd om namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende de beantwoording van aan Gedeputeerde Staten gerichte individuele brieven en mondelinge verzoeken, die betrekking hebben op de in artikel 2 onderdelen a. tot en met i. genoemde regelingen, voor zover het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van de geldende wet- en regelgeving c.q. van het vigerende beleid, althans niet van zodanige beleidsmatige, politieke of financiële betekenis is, of anderszins vanwege zijn aard of inhoud zodanig is, dat deze door Gedeputeerde Staten dienen te worden afgedaan.

  • 2 De Algemeen directeur, De directeur Kernprocessen EU en Klantcontact & Gegevens, de Afdelingsmanager Juridische Zaken van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken zijn gemachtigd om namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:

    • a.

      besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover die betrekking hebben op de in artikel 2, onderdelen a. tot en met i, genoemde regelingen;

    • b.

      besluiten op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens als bedoeld in de artikelen 30, derde lid, 35, 36 en 38, tweede lid, 40 of 41 van die Wet, voor zover die betrekking hebben op de in artikel 2, onderdelen a. tot en met i, genoemde regelingen.

  • 3 De Algemeen directeur, de directeur Kernprocessen EU en Klantcontact & Gegevens, de Afdelingsmanager Juridische Zaken en de Teammanager Juridische Zaken van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken zijn gemachtigd om namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende de afhandeling van klachten en klaagschriften, als bedoeld in hoofdstuk 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover de gedragingen betrekking hebben op de in leden 2 en 4 van dit artikel, of op de in artikel 2, onderdelen a. tot en met i. genoemde regelingen en besluiten en de antwoorden zich beperken tot een beschrijving van de geldende wet- en regelgeving c.q. van het vigerende beleid.

  • 4 De Afdelingsmanager Juridische Zaken en de Teammanager Juridische Zaken van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken zijn gemachtigd om, voor zover verband houdende met de uitvoering van de regelingen genoemd in artikel 2 de onderdelen a. tot en met i., namens Gedeputeerde Staten van de provincie te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende de afwijzing van verzoeken om schadevergoeding en de toekenning tot bedragen van ten hoogste € 5.000,-, alsmede de met de toekenning samenhangende besluiten bedoeld in de afdelingen 4.4.1 en 4.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 5 De uit dit besluit voor de genoemde functionarissen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken voortvloeiende bevoegdheden kunnen ook worden uitgeoefend door de voor hen daartoe aangewezen plaatsvervangers.

Paragraaf 2. Primaire besluiten

Artikel 2
  • 1

    De Afdelingsmanager Subsidies en de teammanagers van de afdeling Subsidies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken zijn gemandateerd om namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:

    • a.

      beschikkingen inzake de Subsidieregeling natuurbeheer van de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit;

    • b.

      beschikkingen inzake de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit;

    • c.

      beschikkingen inzake de Subsidieregeling natuurbeheer Utrecht;

    • d.

      beschikkingen inzake de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Utrecht;

    • e.

      beschikkingen inzake de eerste bebossing van landbouwgronden met blijvend bos (EBL);

    • f.

      beschikkingen inzake de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht, met uitzondering van:

      • -

        beschikkingen tot verlening, intrekking of wijziging van de toeslagen als bedoeld in artikel 4.1.2.4;

      • -

        beschikkingen tot verlening, vaststelling, intrekking of wijziging van een subsidie als bedoeld in de artikelen 6.1, 6.10 en 7.9 alsmede tot het verstrekken, intrekken of wijzigen van een voorschot als bedoeld in artikel 6.8;

      • -

        besluiten als bedoeld in artikel 9.1;

      • -

        beschikkingen tot verlening, schorsing en intrekking als bedoeld in de artikelen 8.1.1. en 8.1.5;

    • g.

      beschikkingen inzake de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap provincie Utrecht;

    • h.

      beschikkingen inzake het Experiment Groenblauwe Diensten Utrecht West, die worden afgegeven op basis van de door Gedeputeerde Staten van Utrecht op 11 november 2008 vastgestelde subsidiabele groenblauwe diensten, zoals verwoord in het stuk ‘Diensten te leveren in het experiment Groenblauwe Diensten Utrecht West’, waarvoor de juridische basis is vastgelegd in Artikel 3.2 van de Uitvoeringsverordening Subsidie Inrichting Landelijk Gebied provincie Utrecht;

    • i.

      beschikkingen inzake POP2-subsidies als bedoeld in de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied provincie Utrecht 2006, de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht en de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht met uitzondering van besluiten tot subsidieverlening.

  • Dit

    betreft:

    wijzigingen van ondergeschikte aard van verstrekte subsidies, voor zover het betreft de projectbegroting, de kasplanning, de uitvoeringstermijn en voortgangsrapportages;

    • i.

      beoordelen van voortgangsrapportages;

    • ii.

      bevoorschotten van begunstigden;

    • iii.

      termijnbetalingen verrichten aan begunstigden;

    • iv.

      beoordelen van eindrapportages;

    • v.

      uitvoeren van controlebezoeken op locatie;

    • vi.

      (lager) vaststellen van subsidies;

    • vii.

      het uitdoen van dwangbevelen;

    • viii.

      het verrichten van eindbetalingen;

    • ix.

      eventueel terugvorderen van subsidiebetalingen;

    • x.

      voorbereiding en advisering in het kader van bezwaar- en beroepprocedures;

    • j.

      beschikkingen inzake de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig beslissen en de terugvordering van dergelijke dwangsommen bij onverschuldigde betaling, verband houdende met de uitvoering van de regelingen, genoemd in de onderdelen a. tot en met i., van het eerste lid;

    • k.

      beschikkingen op basis van de afdelingen 4.4.1., 4.4.2. en 4.4.4 en artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover die verband houden met de uitvoering van de regelingen, genoemd in de onderdelen a. tot en met i. van het eerste lid.

  • 2

    De Afdelingsmanager Subsidies en de teammanagers van de afdeling Subsidies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zijn gemandateerd om namens Gedeputeerde Staten te beschikken en stukken te ondertekenen betreffende de kortingen en uitsluitingen die verband houden met de uitvoering van de regelingen in de onderdelen a. tot en met i. van het eerste lid, alsmede met de rechtstreekse toepassing van de Verordeningen van het Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid.

Paragraaf 3. Bezwaar en beroep

Artikel 3

De Algemeen directeur, de directeur Kernprocessen EU en Klantcontact & Gegevens, de Afdelingsmanager Juridische Zaken en de Teammanager Juridische Zaken van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken, zijn gemandateerd en gemachtigd namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen voor zover die verband houden met de uitvoering van de regelingen, genoemd in de onderdelen a. tot en met h. van artikel 2 betreffende:

  • a.

    beschikkingen op bezwaarschriften tegen besluiten van artikel 1, tweede en vierde lid, alsmede van artikel 2 van dit besluit en daarmee samenhangende beslissingen tot verdaging van beslissingen;

  • b.

    het horen in het openbaar, bedoeld in artikel 7:5, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    beschikkingen op verzoeken tot vergoeding van de kosten van het voeren van een bezwaarprocedure, voor zover de verzoeken hiertoe hangende de bezwaarprocedure worden gedaan;

  • d.

    beschikkingen die tijdens de bezwaarprocedure worden genomen op basis van de afdelingen 4.4.1., 4.4.2. en 4.4.4 en artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • e.

    beschikkingen inzake de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig beslissen en de terugvordering van dwangsommen bij onverschuldigde betaling, voor zover de verzoeken hiertoe hangende de bezwaarprocedure worden gedaan;

  • f.

    verweerschriften en andere schrifturen in gedingen aanhangig bij de bestuursrechter;

  • g.

    beschikkingen op bezwaarschriften tegen besluiten van paragraaf 8.1. van de Subsidieregeling Natuur- en landschapsbeheer Provincie Utrecht en daarmee samenhangende beslissingen tot verdaging van beslissingen, op welke beschikkingen hetgeen in de onderdelen b, c, d, e en f van dit artikel is bepaald van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 4

De functionarissen bedoeld in artikel 1, 2 en 3 alsmede de onder hen ressorterende medewerkers van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zijn gemachtigd om ter voorbereiding van de in artikel 2 en 3 bedoelde besluiten en handelingen alle nodige werkzaamheden te verrichten.

Artikel 5

De Algemeen directeur, de directeur Kernprocessen EU en Klantcontact & Gegevens, de Afdelingsmanager Juridische Zaken van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, zijn gemachtigd om namens Gedeputeerde Staten te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende het instellen van hoger beroep of verzet, het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, of een verzoek om opheffing of schorsing van een voorlopige voorziening, of het instellen van een ander rechtsmiddel, in gedingen en tegen rechterlijke uitspraken, die het gevolg zijn van de in artikel 2 en 3 genoemde beschikkingen voor zover die verband houden met de uitvoering van de regelingen, genoemd in de onderdelen a. tot en met h. van artikel 2, waarbij Gedeputeerde Staten partij zijn, na voorafgaand overleg met Gedeputeerde Staten.

Paragraaf 4. Procesmachtiging

Artikel 6

Met betrekking tot de machtiging van juristen werkzaam bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland om Gedeputeerde Staten te vertegenwoordigen bij de bestuursrechter met betrekking tot (hoger) beroepen inzake besluiten genomen namens Gedeputeerde Staten met betrekking tot de in de artikelen 2 en 3 genoemde beschikkingen, zijn de machtigingen die op grond van het Besluit mandaat volmacht en machtiging RVO 2015 aan de betrokken juristen zijn verstrekt van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 5. Instructies

Artikel 7

De gemandateerde oefent zijn bevoegdheid niet uit indien hij bij de te nemen beslissing een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8

De gemandateerde stelt de provincie in kennis van krachtens mandaat te nemen of reeds genomen besluiten waarvan zij moeten aannemen dat kennisneming door het college van Gedeputeerde Staten gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van indien:

  • a.

    de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven

  • b.

    advies nodig is van anderen dan de gemandateerde of onder hem ressorterende medewerkers en het advies niet aansluit op het eigen standpunt van de gemandateerde dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt.

Artikel 9

De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, verleende (onder)volmachten of machtigingen geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht, specifiek met inachtneming van artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht, alsmede de geldende beleids- en uitvoeringsregels. Gedeputeerde Staten kunnen aan de in de artikelen 1, 2 en 3 genoemde functionarissen, naar aanleiding van door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken verstrekte inlichtingen in een specifiek geval of de door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het ministerie van Economische Zaken uitgebrachte rapportages, in aanvulling op hetgeen is vermeld in paragraaf 5 van dit besluit, nadere instructies geven omtrent de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden.

Artikel 10

Op een bezwaarschrift wordt niet besloten door degene die het primaire besluit in mandaat heeft genomen of bij de voorbereiding van het primaire besluit betrokken is geweest.

Artikel 11
  • 1 Na ontvangst van een bezwaarschrift wordt, alvorens een beslissing op het bezwaar wordt genomen, getracht het geschil op te lossen met toepassing van mediationvaardigheden.

  • 2 Indien de toepassing van mediationvaardigheden niet leidt tot een oplossing van het geschil, wordt de afhandeling van het bezwaar door een andere functionaris voortgezet.

  • 3 Een onder een gemandateerde functionaris ressorterende medewerker die in het betreffende geval betrokken is geweest bij mediation of de “andere aanpak”, verricht in die zaak geen werkzaamheden ter voorbereiding van de beslissing op bezwaar.

  • 4 Alvorens een beslissing wordt genomen op een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel g, wordt advies gevraagd aan de Stichting Certificering Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer. Indien conform het eerste lid wordt getracht het geschil op te lossen met toepassing van mediationvaardigheden wordt dit advies in het kader van dat traject gevraagd.

Artikel 12

Voor zover uit deze instructie een inlichtingenplicht of een instructiebevoegdheid voortvloeien, lichten partijen elkaar over en weer op een zodanig tijdstip in dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Artikel 13

De ondertekening van beslissingen in mandaat, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 5, luidt:

HET COLLEGE VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN UTRECHT, voor dezen:’

Gevolgd door

DE ALGEMEEN DIRECTEUR RIJKSDIENST VOOR ONDERNEMEND NEDERLAND,’

Onderscheidenlijk,

DE DIRECTEUR KERNPROCESSEN EU en KLANTCONTACT & GEGEVENS,’

Onderscheidenlijk,

DE AFDELINGSMANAGER SUBSIDIES,’

Onderscheidenlijk,

DE TEAMMANAGER SUBSIDIES,’

DE AFDELINGSMANAGER JURIDISCHE ZAKEN,’

Onderscheidenlijk,

DE TEAMMANAGER JURIDISCHE ZAKEN’.

Artikel 14

Dit besluit kan worden aangehaald als: Mandaat- en machtingenbesluit van de Provincie Utrecht aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 15
  • 1 Dit besluit treedt in werking de dag na publicatie in het Provinciaal Blad.

  • 2 Het Mandaat- en machtingenbesluit Programma Beheer, Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht, Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap en Experiment Groenblauwe Diensten Utrecht West (Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 8 oktober 2013 nr. 80EC5DF7wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding ingetrokken.

Artikel 16

Gedeputeerde Staten kunnen aan de in artikel 1, 2 en 3 genoemde functionarissen, naar aanleiding van door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland verstrekte inlichtingen in een specifiek geval of de door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland uitgebrachte rapportages, in aanvulling op hetgeen is vermeld in paragraaf 5 van dit besluit, nadere instructies geven omtrent de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 16 juni 2015.
Gedeputeerde staten van Utrecht,
Voorzitter,
Secretaris,