Rijksoverheid

Regelingenpocket Utrecht

Titel regeling
Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 12 maart 2019 nr. 81E80AA7, tot openstelling van LEADER; Voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep uit de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit LEADER Voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep Utrecht Oost en Utrecht West 2019)
Uitgever
Utrecht

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 12 maart 2019 nr. 81E80AA7, tot openstelling van LEADER; Voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep uit de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit LEADER Voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep Utrecht Oost en Utrecht West 2019)

Gedeputeerde staten van Utrecht;

Gelet op de artikelen 1.3 en 3.4.1 tot en met 3.4.6 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht;

Overwegende dat het wenselijk is om middelen beschikbaar te stellen voor samenwerkingsactiviteiten met andere LEADER-gebieden ten behoeve van de uitvoering van Lokale Ontwikkelingsstrategieën in de LEADER-gebieden Weidse Veenweiden en Utrecht-Oost.

Besluiten:

  • I.

    Open te stellen: De regeling voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de lokale groep in het kader van LEADER als bedoeld in artikel 3.4.1 tot en met 3.4.6 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht - verder te noemen de Verordening subsidies POP3 - voor de periode van 1 april 2019 tot en met 31 december 2020.

  • II.

    Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 540.000 samengesteld uit € 270.000 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 270.000 uit het provinciale Meerjarenprogramma Agenda Vitaal Platteland (AVP) en/of andere overheidssteun.

  • III.

    Dit subsidieplafond als volgt te differentiëren:

    • -

      Maximaal € 160.000 uit ELFPO en maximaal € 160.000 uit AVP en/of andere overheidssteun te bestemmen voor de voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de Lokale Actie Groep (LAG) Weidse Veenweiden;

    • -

      Maximaal € 110.000 uit ELFPO en maximaal € 110.000 uit AVP en/of andere overheidssteun te bestemmen voor de voorbereiding en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten van de Lokale Actie Groep (LAG) LEADER Utrecht Oost;

  • IV.

    De volgende regels voor de betreffende LAG’s vast te stellen:

A. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    POP3: Het derde Plattelandsontwikkelingsprogramma van Nederland in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling 2014-2020;

  • b.

    LEADER (Liaison Entre Actions de Développement de l’Économie Rurale): een vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling in het kader van POP3;

  • c.

    LAG: lokale actiegroep (LAG) als bedoeld in artikel 34 van Vo (EU) nr. 1303/2013;

  • d.

    Lokale ontwikkelingsstrategie (LOS) of strategie voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling: een coherent samenstel van op de plaatselijke doelstellingen en behoeften afgestemde concrete acties, die bijdraagt tot de verwezenlijking van de strategie van de Europese Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei en die wordt ontworpen en uitgevoerd door een lokale actiegroep.

B. Lokale Aktie Groep LEADER Weidse Veenweiden

Artikel 1 subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    de voorbereiding van samenwerkingsactiviteiten met het oog op het opstellen van een samenwerkingsproject en het zoeken van geschikte partners en gebieden daarvoor;

  • b.

    de uitvoering van samenwerkingsactiviteiten;

  • c.

    de onder a. en b. bedoelde samenwerkingsactiviteiten kunnen plaats vinden binnen Nederland (inter-territoriale samenwerking) of tussen gebieden in verschillende lidstaten of met gebieden in derde landen (transnationale samenwerking);

  • d.

    de onder a. en b. bedoelde samenwerkingsactiviteiten moeten gericht zijn op de verbetering van de eigen strategie door het inbrengen van kennis en deskundigheid van elders en/of door het vergroten van de kritische massa rond gedeelde thema’s.

C. Lokale Aktie Groep LEADER Utrecht Oost

Artikel 2 subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    de voorbereiding van samenwerkingsactiviteiten met het oog op het opstellen van een samenwerkingsproject en het zoeken van geschikte partners en gebieden daarvoor;

  • b.

    de uitvoering van samenwerkingsactiviteiten;

  • c.

    de onder a. en b. bedoelde samenwerkingsactiviteiten kunnen plaats vinden binnen Nederland (inter-territoriale samenwerking) of tussen gebieden in verschillende lidstaten of met gebieden in derde landen (transnationale samenwerking);

  • d.

    de onder a. en b. bedoelde samenwerkingsactiviteiten moeten gericht zijn op de verbetering van de eigen strategie door het inbrengen van kennis en deskundigheid van elders en/of door het vergroten van de kritische massa rond bepaalde gedeelde thema’s.

D. Algemene bepalingen

Artikel 3 Aanvrager

In afwijking van het gestelde in artikel 3.4.2 van de Verordening subsidies POP3 wordt uitsluitend subsidie verstrekt aan de aangewezen penvoerder van de LAG zijnde;

  • a.

    rechtspersonen;

  • b.

    ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid;

  • c.

    samenwerkingsverbanden van bovenstaande partijen.

Artikel 4 Indienen van een aanvraag
  • 1. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend vanaf de datum van openstelling tot de in het besluit I genoemde einddatum.

  • 2. Gedurende het jaar vergaderen de LAG’s meerdere malen, om over de ingediende subsidieaanvragen advies uit te brengen aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

Conform het gestelde in artikel 3.4.4 van de Verordening subsidies POP3 wordt:

  • a.

    Subsidie in verband met de voorbereiding van samenwerkingsactiviteiten wordt verstrekt voor:

    • i.

      de kosten van haalbaarheidsstudies voor inter-territoriale of transnationale samenwerking;

    • ii.

      de kosten voor het opstellen van een projectplan;

    • iii.

      operationele kosten voor de organisatie van een samenwerkingsproject;

    • iv.

      reis- en verblijfkosten;

    • v.

      kosten voor projectmanagement en projectadministratie;

  • b.

    Subsidie in verband met de uitvoering samenwerkingsactiviteiten wordt verstrekt voor:

    • i.

      uitvoeringskosten;

    • ii.

      operationele kosten voor de organisatie van een samenwerkingsproject;

    • iii.

      reis- en verblijfkosten;

    • iv.

      kosten voor projectmanagement en projectadministratie;

In aanvulling op het gestelde onder artikel 5 a. en b. wordt subsidie verstrekt voor:

  • i.

    niet verrekenbare of niet compensabele BTW;

  • ii.

    de kosten voor het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst;

  • iii.

    operationele kosten voor de organisatie van de voorbereiding op een samenwerkingsproject.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie
  • 1. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient, op moment van de subsidieverlening, de subsidiebijdrage per project minimaal € 25.000 te bedragen.

  • 2. De subsidie bedraagt 100% van de totale subsidiabele kosten bestaande uit 50% uit het ELFPO en 50% uit AVP en/of andere overheidssteun.

  • 3. Indien de aanvrager in het financieringsplan een subsidiebedrag aanvraagt dat lager is dan het bedrag dat verkregen wordt door de subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met het onder lid 2 genoemde percentage van de totale subsidiabele kosten, wordt dit gezien als het aangevraagde en maximaal te verlenen subsidiebedrag, met inachtneming van hetgeen onder lid 1 is bepaald.

Artikel 7 Aanvullende vereisten aan een subsidieaanvraag

Onverminderd hetgeen bepaald is in het tweede lid van artikel 1.7, van de Verordening subsidies POP3 bevat de aanvraag om subsidie:

  • 1.

    In het geval van voorbereiding van inter-territoriale of transnationale samenwerkingsactiviteiten, een plan van aanpak van de voorbereidingsactiviteiten met daarbij de beoogde doelstellingen en een omschrijving van de beoogde samenwerkingsactiviteiten waarmee onderbouwd wordt dat de LAG van plan is een concreet project of meerder projecten uit te voeren;

  • 2.

    In het geval van uitvoering van inter-territoriale of transnationale samenwerkingsactiviteiten:

    • a.

      Een projectplan met daarin een omschrijving van de bijdrage van de samenwerkingsactiviteiten aan de verbetering van de eigen strategie op één of meer thema’s van de LOS.

    • b.

      Een samenwerkingsovereenkomst met de andere LAG(‘s) of overeenkomstig artikel 44 lid 2 van de Verordening (EU) 1305/2013 vergelijkbare plaatselijke groep(en) van publieke en private partners in een ruraal gebied die binnen of buiten de Unie een strategie voor plaatselijke ontwikkeling uitvoeren of plaatselijke groep(en) van publieke en private partners in een niet-ruraal gebied die een plaatselijke ontwikkelingsstrategie uitvoeren. In de overeenkomst worden de taken van alle partners gespecificeerd;

    • c.

      Een activiteitenplan van de in lid 2.b bedoelde samenwerkende LAG’s en/of plaatselijke groepen waarin duidelijk aangegeven wordt welke activiteiten onderdeel vormen van het samenwerkingsproject.

  • 3.

    In het geval de cofinanciering niet (geheel) afkomstig is van de provincie Utrecht maar (ook) van andere overheden, een besluit(en) over de toekenning van de cofinanciering. Het besluit(en) moet(en) het subsidiebedrag, het steunpercentage, de subsidiabele kosten, het totale bedrag aan subsidiabele kosten, de naam van het project en de naam van de begunstigden vermelden. Ook dient er een verwijzing in te staan naar de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht met een verklaring dat de subsidiebijdrage conform het bepaalde in de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht wordt verstrekt.

Artikel 8 Prioritering subsidieaanvragen
  • 1. In afwijking van artikel 1.15 van de Verordening subsidies POP3 besluiten Gedeputeerde Staten op basis van een selectieadvies van de LAG. Het advies betreft een advies tot verlening dan wel afwijzing van de subsidie.

  • 2. Het selectieadvies kan uitsluitend tot stand komen op basis van de selectiecriteria, scores en weging zoals opgenomen in een door Gedeputeerde Staten goedgekeurde LOS. Een onder het eerste lid bedoelde advies tot verlening kan uitsluitend tot stand komen nadat de LAG een score heeft vastgesteld die gelijk of hoger is dan in de LOS bepaalde minimumscore(s).

Artikel 9 Bevoorschotting
  • 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 2 keer per jaar een voorschot verleend op basis van realisatie.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening subsidies POP3 worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11 Citeerdeel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LEADER Samenwerkingsprojecten Provincie Utrecht 2019.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 12 maart 2019.

Voorzitter
Secretaris

Toelichting

Inleiding

De LEADER-aanpak stimuleert samenwerking en innovatie van onderop en draagt zo bij aan de sociaal-economische ontwikkeling van het platteland. LEADER maakt onderdeel uit van het Nederlandse Plattelandsontwikkelingsprogramma. Dit programma wordt mede gefinancierd door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). In Nederland zijn in deze programmaperiode 20 LEADER-gebieden aangewezen. Alleen in deze gebieden kan een project in aanmerking komen voor subsidie. Dit project kan wel gericht zijn op samenwerking tussen deze 20 gebieden of met vergelijkbare gebieden in Nederland en buiten Nederland.

Deze openstelling heeft betrekking op twee gebieden waarvoor Gedeputeerde Staten van Utrecht een Lokale Ontwikkelingsstrategie heeft goedgekeurd en een Lokale Actie Groep heeft ingesteld; het LEADER-gebied Weidse Veenweiden (Utrecht-West) en het LEADER-gebied Utrecht-Oost.

Het gaat om een subsidie voor samenwerkingsactiviteiten met andere gebieden en groepen binnen Nederland (inter-territoriale samenwerking) of tussen gebieden in verschillende lidstaten of met gebieden in derde landen (transnationale samenwerking).

De LEADER-subsidie wordt verstrekt aan publieke rechtspersonen zoals gemeenten en waterschappen, private rechtspersonen (zoals verenigingen, stichtingen en coöperaties) en bedrijfsvormen zonder rechtspersoonlijkheid (met name eenmanszaken, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, maatschappen) of een samenwerkingsverband hiervan. Voorwaarde is dat de LAG de aanvrager als penvoerder heeft aangewezen om een aanvraag in te dienen.

In de Verordening POP3 staan in hoofdstuk 1 alle algemene bepalingen die relevant zijn voor alle aanvragers van POP3 subsidie waaronder die voor LEADER. De Verordening POP3 is terug te vinden via http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Actueel/Utrecht/CVDR379487.html.

Daarnaast geldt specifiek voor aanvragers die een LEADER-subsidie aanvragen dat ze niet al eerder subsidie hebben aangevraagd voor dezelfde activiteit en dezelfde subsidiabele kosten op grond van andere POP3 regelingen. Het gaat om regelingen die in hoofdstuk 2 van de Verordening POP3 staan genoemd.

Tot slot wordt een aanvraag geweigerd indien het project niet past binnen een door Gedeputeerde Staten goedgekeurde Lokale ontwikkelingsstrategie van een van de twee gebieden in de provincie Utrecht. Voor vragen over deze strategie kunt u met de volgende contactpersonen opnemen:

Weidse Veenweiden: ajg@leaderweidseveenweiden.nl

of telefonisch bij de coördinatoren:

Marianne Breedijk: 06 – 225 663 81

Michelle Poort: 06 – 169 723 69

Utrecht-Oost:

Maike van der Maat: 06 – 232 852 25 of maike@consultopmaat.nl

Hans Veurink: 06 – 537 010 00 of info@valleihorstee.nl

Artikelsgewijze toelichting

B. Weidse Veenweiden

Artikel 1 Subsidiabele activiteiten

LEADER Weidse Veenweiden stimuleert een duurzame plattelandseconomie in Utrecht-West door het inzetten van tijd, kennis, netwerken en geld. Door netwerken en ideeën met elkaar te verbinden, vernieuwing aan te jagen en goede projectideeën te steunen, wil de Aanjaaggroep Weidse Veenweiden het gebied sociaal en economisch vitaal houden. Dat is de kern van de Lokale Ontwikkelingsstrategie. Hiermee draagt het bij aan de EU-prioriteit voor het bevorderen van sociale inclusie, armoedebestrijding en economische ontwikkeling in plattelandsgebieden.

LEADER Weidse Veenweiden wil vooral bijdragen aan het verbinden van initiatieven en in gang zetten van processen met lange termijnperspectief (duurzaam), groot bereik en brede uitstraling. Denk hierbij aan samenwerking, organisatie en netwerkopbouw.

Subsidie kan worden verstrekt aan een samenwerkingsproject of activiteit dat gericht is op het verbeteren van de strategie op een of meer thema’s van de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) LEADER Weidse Veenweiden.

Het hoofdthema is "Het verstevigen van de relaties tussen stad, dorp en platteland". Hier dient de verbetering van de strategie (het samenwerkingsproject) zich in ieder geval op te richten. Meer specifiek dient een project zich te richten op de verbetering van de strategie op één of meer van de volgende thema’s:

  • 1.

    Plek voor pioniers, sociale innovatie

    Het westelijk deel van Utrecht is een broedplaats voor ondernemende inwoners. De rust en ruimte van het platteland bieden de juiste voedingsbodem waarin de mooiste ideeën kunnen ontkiemen tot concrete uitvoering. We verwachten van initiatiefnemers dat ze op een originele wijze de kracht van de streek zichtbaar maken en in beweging zetten. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de maakindustrie en innovatieve technieken, gezondheid en dorpsvernieuwing, erfgoedlijnen, agrotoerisme en waterbeheer. Beproefde concepten krijgen de ruimte om te groeien, nieuwe initiatieven worden uitgeprobeerd.

    Doelstelling is om de realisatie van een aantal vernieuwende broedplaatsen verspreid door het gebied te ondersteunen.

  • 2.

    Korte ketens en kringlopen en verduurzaming dorp of streek

    In deze route richten we ons op de realisatie van korte, integrale kringlopen en ketens waar mensen zelf op kunnen sturen en op (gezamenlijke) initiatieven gericht op verduurzaming van dorp of streek. De keuze komt voort uit de urgentie om te schakelen van een consumptie economie naar een circulaire economie: verbruik is ‘uit’, hergebruik is ‘in’. Naast een gepast LEADER-thema is het verduurzamen van kringlopen en ketens ook nog steeds een grote maatschappelijke uitdaging. Concrete toepassingen zijn bijvoorbeeld te vinden in wonen, werken, gezondheid, landschap, water en recreëren.

    Doelstelling is om een aantal ondernemende en vernieuwende initiatieven in ketens en/of kringlopen en/of verduurzaming voor dorp of streek te ondersteunen.

  • 3.

    Voedsel van dichtbij

    Voedsel is bij uitstek geschikt om stad, dorp en land met elkaar te verbinden. Immers, steeds meer mensen zoeken in hun omgeving etenswaren die duurzaam en met een verhaal zijn geproduceerd. Ze willen eten dat ‘smaakt naar meer’, bijvoorbeeld streekproducten of voedsel afkomstig van stadslandbouw. Op hun beurt zijn aanbieders op het platteland op zoek naar manieren om hun voedselproducten met meerwaarde op de markt te zetten, professioneel en vraaggericht. In deze hoek passen ook nieuwe initiatieven voor een betere logistiek in voedselproductie en distributie.

    Doelstelling: het realiseren van een aantal vernieuwende initiatieven, gericht op het (door)ontwikkelen van voedselproducten, het verbeteren van de logistiek tussen consument, handel/horeca en voedselproducent, of kennisuitwisseling.

De Lokale Ontwikkelingsstrategie is te vinden op: www.leaderweidseveenweiden.nl

C. Utrecht-Oost

LEADER Utrecht-Oost wil vooral bijdragen aan het verbinden van initiatieven en in gang zetten van processen met lange termijnperspectief (duurzaam), groot bereik en brede uitstraling. Denk hierbij aan samenwerking, organisatie en netwerkopbouw.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt aan een samenwerkingsproject of activiteit dat gericht is op het verbeteren van de strategie en uitgangspunten van de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) LEADER Utrecht-Oost. Hiermee draagt het bij aan de EU-prioriteit voor het bevorderen van sociale inclusie, armoedebestrijding en economische ontwikkeling in plattelandsgebieden.

Het hoofdthema is "Het versterken van de gebiedsgerichte economie en het ontwikkelen van het platteland en een duurzame landbouw, in samenhang met de omliggende stedelijke gebieden". Hier dient een samenwerkingsproject zich in ieder geval op te richten. Meer specifiek dient een samenwerkingsproject zich te richten op de verbetering van de strategie op één of meer van de volgende thema’s:

  • 1.

    Platteland en ommestad. Afstemmen vraag uit stedelijke gebieden en het aanbod vanuit het platteland, op het gebied van voedsel, recreatie en educatie.

  • 2.

    Innovatie. Ontplooien van innovatieve activiteiten, concepten en samenwerkingsvormen op het gebied van zelforganisatie, oplossen van maatschappelijke vraagstukken en duurzame energie.

De Lokale Ontwikkelingsstrategie is te vinden op: www.o-gen.nl/leader

D. Algemene bepalingen

Artikel 3 Aanvraag

De LAG’s maken op onderstaande websites bekend in welke periodes aanvragen kunnen worden ingediend:

LAG Weidse Veenweiden: www.leaderweidseveenweiden.nl

LAG Utrecht-Oost: www.o-gen.nl/leader

Artikel 4 Indienen van de aanvraag

De LAG geeft zelf aan wanneer de aanvragen door de penvoerder(s) kunnen worden ingediend. Na beoordeling door de LAG wordt een zwaarwegend advies afgegeven aan GS.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

In dit artikel staan de kostensoorten vermeld, die voor een Leaderbijdrage in aanmerking komen. De beide LAG’s hanteren een uniforme lijst van subsidiabele kosten voor de ingediende aanvragen. Het gaat hierbij om de volgende kostensoorten:

  • a.

    Voor wat betreft de fase van voorbereiding van de samenwerkingsactiviteiten (of een project met samenwerkingsactiviteiten) gaat het om:

    • i.

      De kosten van haalbaarheidsstudies voor inter-territoriale of transnationale samenwerking;

      Het kan hier gaan om bijvoorbeeld een onderzoek naar de haalbaarheid van een inter-territoriale of transnationale samenwerking. Bij projecten in andere taalgebieden kan het daarbij nodig zijn tolken of vertaalbureaus in te schakelen.

    • ii.

      De kosten voor het opstellen van een projectplan;

      Voor het leggen van contacten, zoeken van partners en schrijven van een project- en/of activiteitenplan en/of samenwerkingsovereenkomst kan de aanvrager loonkosten en/of kosten derden verantwoorden. Bij projecten in andere taalgebieden kan het daarbij nodig zijn tolken of vertaalbureaus in te schakelen.

    • iii.

      Operationele kosten voor de organisatie van een samenwerkingsproject;

      Kosten voor de inzet van medewerkers en andere middelen die noodzakelijk zijn voor de organisatie van de voorbereiding op een samenwerkingsproject. De aanvrager kan tevens externe adviseurs en projectleiders (kosten derden) inschakelen. Ook vergaderkosten zijn subsidiabel.

    • iv.

      Reis- en verblijfkosten;

      Deze kosten zijn subsidiabel als ze noodzakelijk zijn voor het ontmoeten van andere partners. Het gaat bijvoorbeeld om kosten openbaar vervoer, kilometervergoeding van maximaal € 0,19 per km en verblijfkosten.

    • v.

      Kosten voor projectmanagement en projectadministratie;

      Dit zijn kosten voor de projectbeheersing. Het gaat om alle werkzaamheden die met de coördinatie van de uitvoering en afronding van het project te maken hebben. Ook de uren voor het bijhouden van de projectadministratie, het opstellen van voortgangsverslagen en declaraties vallen hier onder.

  • b.

    Voor wat betreft de fase van uitvoering van de samenwerkingsactiviteiten (of een project met samenwerkingsactiviteiten) gaat het om:

    • i.

      Uitvoeringskosten;

      Daarbij kan het gaan om de volgende kostensoorten:

      • -

        Coördinatie- en uitvoeringskosten van projectactiviteiten:

        Kosten voor de inzet van medewerkers en andere middelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een samenwerkingsproject. De aanvrager kan tevens externe adviseurs en projectleiders (kosten derden) inschakelen. Hieronder vallen bijvoorbeeld kosten voor financiële of technische expertise en juridisch advies maar ook kosten voor het tolken en het vertalen in het geval van samenwerkingsactiviteiten met (LEADER)groepen in andere lidstaten of buiten de Europese Unie.

      • -

        De kosten van architecten en ingenieurs;

        Deze regeling sluit niet uit dat meerdere groepen samenwerken aan een product-, methode- of procesinnovatie. De inhuur van architecten en ingenieurs zijn hiervoor subsidiabel.

      • -

        De kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

      • -

        De kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

        Bedrijfsmiddelen (o.a. machines, inventaris, computers, etc.) komen alleen voor subsidie in aanmerking als deze uitsluitend en blijvend worden gebruikt door de eindbegunstigde ten behoeve van de projectactiviteiten bijvoorbeeld voor demonstratiedoeleinden. Wanneer bedrijfsmiddelen langer dan de duur van het project kunnen worden gebruikt zijn de afschrijvingskosten van bedrijfsmiddelen voor de duur van het project subsidiabel. De aankoop of huurkoop van nieuwe machines en bedrijfsuitrusting, met inbegrip van hardware zijn subsidiabel tot ten hoogte de marktwaarde van het bedrijfsmiddel.

      • -

        De kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;

        Het gaat bijvoorbeeld om uitgaven die onderdeel uitmaken van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties waarvoor het verwerven van het recht van gebruik in verband met octrooien, licenties, auteursrechten en merken noodzakelijk zijn.

      • -

        De kosten van roerende zaken;

        Kosten voor aanschaf van materialen, apparatuur, meubilair die niet vastzitten aan een onroerend goed.

      • -

        De kosten voor promotie en publiciteit;

        Deze kosten zijn subsidiabel als ze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project.

        Kosten voor het bouwen van een website, het maken van folders en flyers of andere publicaties zijn subsidiabel. Daarnaast kan het gaan om een promotieactiviteit zoals een opening of ander evenement dat onderdeel is van het project.

      • -

        kosten voor deelname aan evenementen/bijeenkomsten;

        Voor het gezamenlijk met andere gebieden presenteren en promoten van het samenwerkingsproject zijn kosten voor deelname aan evenementen en bijeenkomsten in binnen- of buitenland subsidiabel;

    • ii.

      Operationele kosten voor de organisatie van een samenwerkingsverband;

      Kosten voor de inzet van medewerkers en andere middelen die noodzakelijk zijn voor de organisatie van een samenwerkingsproject. De aanvrager kan tevens externe adviseurs en projectleiders (kosten derden) inschakelen. Ook vergaderkosten zijn subsidiabel.

    • iii.

      Reis- en verblijfkosten;

      Deze kosten zijn subsidiabel als ze noodzakelijk zijn voor het ontmoeten van andere partners. Het gaat bijvoorbeeld om kosten openbaar vervoer, kilometervergoeding van maximaal € 0,19 per km en verblijfkosten.

    • iv.

      Kosten voor projectmanagement en projectadministratie;

      Dit zijn kosten voor de projectbeheersing. Het gaat om alle werkzaamheden die met de coördinatie van de uitvoering en afronding van het project te maken hebben. Ook de uren voor het bijhouden van de projectadministratie, het opstellen van voortgangsverslagen en declaraties vallen hier onder.

Niet verrekenbare of niet compensabele BTW;

BTW die vanuit een fonds van gemeente of provincie aan de aanvrager kan worden gecompenseerd is niet subsidiabel. Ook BTW die als voorbelasting kan worden afgetrokken bij de belastingdienst of die via een regeling van de belastingdienst geen last vormt voor de aanvrager, is niet subsidiabel. Als u BTW vergoed wilt krijgen, moet u in uw aanvraag aangeven dat BTW niet verrekenbaar en compensabel is voor uzelf en eventuele medeaanvrager(s). U dient in dat geval ook aan te tonen dat u/uw medeaanvragers geen BTW kunt of kunnen verrekenen of compenseren. U dient dit aan te tonen door hierover een recente verklaring(en) van de belastingdienst te overleggen

Subsidiabele kosten kunnen slechts bestaan uit de volgende kostentypen:

Waar subsidiabele kosten een weerspiegeling zijn van de activiteiten en onderdeel vormen van de begroting bestaan de kostentypen uit verschillende berekeningswijze die noodzakelijk zijn voor de onderbouwing. Als de projectactiviteiten voor een deel worden uitgevoerd door eigen personeel dan geldt de berekeningswijze van artikel 1.9 van de Verordening POP3. In het geval de activiteiten door externen wordt uitgevoerd dan is het van belang daarvoor de offertes, gunningsbrieven, facturen en betaalbewijzen bij te houden.

Personeelskosten voor zover zij zijn berekend overeenkomstig artikel 1.9 van de Verordening (zie kader);

Artikel 1.9 personeelskosten
  • 1.

    Loonkosten worden berekend door het aantal aan het project of de investering bestede uren te vermenigvuldigen met een volgens één van de volgende methodieken berekend tarief:

    • a.

      een per medewerker bepaald individueel uurtarief, berekend op basis van bruto jaarloon, vermeerderd met een opslag van 43,5% voor werkgeverslasten, waarna over dat bedrag 15% aan overheadkosten wordt berekend en dat bedrag vervolgens door 1.720 uur op basis van een 40-urige werkweek wordt gedeeld;

    • b.

      een door de minister goedgekeurde integrale kostensystematiek als bedoeld in artikel 12 van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies.

  • 2.

    Personeelskosten zijn subsidiabel tot maximaal 1.720 uur per persoon per jaar bij een 40-urig dienstverband.

  • 3.

    In geval van een parttime dienstverband, worden de personeelskosten per uur en het maximale aantal uur per persoon per jaar waarvoor personeelskosten subsidiabel zijn naar rato berekend.

Kosten derden: kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd, met betaalbewijs, conform de regels van de Belastingdienst;

Afschrijvingskosten

Afschrijvingskosten zijn kosten van het gebruik van activa (machines, installaties, goederen) binnen het project. De toerekening van het gebruik vindt plaats, omdat de activa een levensduur hebben van meerdere jaren en vaak langer meegaan dan de duur van het project. Ook kunnen activa in een project ingezet worden, maar daarnaast soms ook voor andere – niet project gerelateerde – werkzaamheden gebruikt worden. Daarom is het reëel aan het project alleen de kosten toe te rekenen naar het gebruik van de goederen binnen het project.

Artikel 6 Hoogte subsidie

Om voor subsidie in aanmerking te komen moet er sprake zijn van een bepaalde omvang van het project. Een aanvrager komt voor subsidie in aanmerking als na de beoordeling van de aanvraag de subsidiabele kosten op minimaal € 25.000 uitkomen.

De hoogte van de subsidie is samengesteld uit financiële bijdragen van meerdere overheden. De Europese Unie draagt 50% van de subsidie bij. De overige 50% van de subsidie dient te worden bijgedragen door de provincie en/of een derde overheid. Aan de subsidie-aanvrager de taak ervoor zorg te dragen dat de bijdrage van de derde overheid is gegarandeerd. Dit moet blijken uit een besluit van de betreffende overheidsdienst waarin wordt verklaard dat zij het subsidiebedrag verstrekken op basis van dezelfde regels van de Verordening POP3 provincie Utrecht 2014-2016. Dit betekent dat het besluit in ieder geval het subsidiebedrag, het steunpercentage, de subsidiabele kosten, het totale bedrag aan subsidiabele kosten, de naam van het project en de naam van de begunstigden moet vermelden.

De coördinatoren van de LAG kunnen u op weg helpen met het verkrijgen van de bijdrage van de provincie en/of een derde overheid.

Artikel 7 Projectplan – omschrijving bijdrage aan de LOS

Voor de verkenningsfase (voorbereiding van de samenwerkingsactiviteiten) volstaat een plan van aanpak met de geplande activiteiten (bezoeken van evenementen, afspraken met potentiële partners etc.). Van belang is wel dat de LAG de samenwerkingsactiviteiten kan verbinden aan de verbetering van de strategie op haar eigen doelen op basis van de LOS en dat er ook concrete samenwerkingsactiviteiten in een samenwerkingsproject worden beoogd. Het is geen voorwaarde binnen deze regeling dat het samenwerkingsproject ook daadwerkelijk gestalte krijgt. Daarvoor is men te veel afhankelijk van de situatie in andere provincies of regio’s in Europa of elders.

Voor het opstellen van een projectplan voor de uitvoering van een samenwerkingsproject dient u het format van de LAG in uw gebied te hanteren. Deze is op te vragen bij de coördinator van de LAG (zie contactgegevens). In dit projectplan dient u onder andere een omschrijving te geven wat de bijdrage van het project is aan de verbetering van de eigen strategie op één of meer thema’s van de LOS. Ook verzoeken wij u een samenwerkingsovereenkomst bij te voegen met de andere partner gebied(en) waarin de taken van de verschillende partners worden vastgelegd. Het kan daarbij handig zijn een leadpartner aan te wijzen met bepaalde bevoegdheden. Met het activiteitenplan wordt inzichtelijk gemaakt waar- en wanneer de projectactiviteiten worden uitgevoerd. Het kan daarbij ook van belang zijn vooraf duidelijk af te spreken met de andere partners welke activiteiten binnen of buiten het bereik van het project liggen.

Artikel 8 Beoordeling projectvoorstellen/selectiecriteria/puntenmethodiek

De LAG bepaalt tijdens de eerstvolgende vergadering van de LAG na de indieningsperiode, of en in welke mate uw aanvraag bijdraagt aan de LEADER-ontwikkelingsstrategieën (LOS). De LAG’s hebben in de desbetreffende LOS een omschrijving van de doelen voor samenwerking opgenomen. Ter beoordeling van de projecten worden de selectiecriteria die in de LOS omschreven staan toegepast met het oog op het doel van samenwerking: het verbeteren van de eigen strategie door het inbrengen van kennis en deskundigheid van elders en/of door het vergroten van de kritische massa rond een thema of thema’s uit de LOS. Op basis daarvan worden punten aan een project toegekend. De criteria, de weging en de minimumscores die daarbij worden gehanteerd zijn per gebied verschillend en staan in de LOS beschreven die door Gedeputeerde Staten van Utrecht is goedgekeurd. Omdat de LAG zelf partner is in de samenwerkingsprojecten, vindt er eveneens een ambtelijke toets plaats.

Een aanvraagprocedure voor beide gebieden van het begin tot het einde bestaat in ieder geval uit de volgende fases:

Stap Wie Termijn
Ontwikkeltraject: Aanvrager, LAG (WVW) PG’s (Utrecht-Oost) en Coördinator Doorlopend, bespreking op een van de vooraf kenbaar gemaakte vergaderdata van de LAG (WVW) en PG’s (Utrecht-Oost)
1. Aanvrager legt idee voor aan LEADER-coördinator door middel van een startformulier. Deze zal worden voorgelegd aan de LAG (WVW) respectievelijk PG’s (Utrecht-Oost) voor een eerste advies over de kans rijkheid van het project.
2. Als het initiatief kansrijk lijkt, werkt de aanvrager het idee verder uit tot een voldragen voorstel ten behoeve van de formele procedure. Leden van de LAG (WVW) respectievelijk PG’s (Utrecht-Oost) en LEADER-coördinator kunnen meedenken en begeleiden. Aanvragers dienen het format projectplan te gebruiken dat bij de LEADER-coördinator te verkrijgen is.
Formeel traject:    
3. Indienen van de definitieve aanvraag bij de LAG. Hiervoor maakt u gebruik van het digitaal loket van RVO. De LEADER-coördinator kan hierbij begeleiden. Coördinator/ aanvrager Perioden van indiening worden vermeld op de website van de LAG
4. Provinciale beleidstoets, beoordeling op ontvankelijkheid en opstellen concept-beschikking Provincie/RVO Uiterlijk 6 weken na uiterste indieningsdatum.
5. Inhoudelijke beoordeling aanvraag door LAG LAG Tijdens eerstvolgende vergadering na de indieningsperiode, uiterlijk 1 maand na de uiterste indieningsdatum
6. Het positief of negatief advies van de LAG wordt bij de provincie ingediend. Coördinator Uiterlijk 6 weken na uiterste indieningsdatum
7. Afgeven beschikking, na financiële toets door Provincie Utrecht. Provincie Maximaal 22 weken na stap 3

Procedure en selectiecriteria Weidse Veenweiden

1. Ontwikkelen van idee tot project

De eerste stap is dat de initiatiefnemer contact opneemt met de LAG. De initiatiefnemer vult vervolgens het format startformulier in en geeft aan wat de vraag aan de LAG is.

De LAG adviseert op basis van het idee, aan de hand van een ingevuld startformulier en de specifieke vraag of behoeften van de aanvrager of het projectidee zou kunnen passen bij de Ontwikkelingsstrategie en zou kunnen voldoen aan de LEADER-criteria.

Als het projectidee Leaderwaardig is, gaat een lid van de LAG samen met de LEADER-coördinator een of twee gesprekken met de initiatiefnemer aan om een scherp beeld te krijgen van doel, resultaten, organisatie. Als het initiatief kansrijk lijkt en goed zou kunnen scoren, werkt de initiatiefnemer het plan verder uit tot een voldragen aanvraag die kan worden voorgelegd aan de LAG. De coördinator kan hierin begeleiden.

2. Beoordeling van de definitieve aanvraag

Tenminste vier keer per jaar worden er aanvragen beoordeeld door de LAG. Wanneer de LAG vergadert, wordt bekend gemaakt op hun website. Uiterlijk een maand voor de besluitvormende vergadering van de LAG moet een complete aanvraag zijn ingediend.

Voorafgaande aan een vergadering van de LAG vult ieder lid van de LAG een toetsingsformulier in. Op basis van een samenvatting van de toetsing waarin alle scores en onderwerpen waarover de LAG-leden van elkaar verschillen in hun oordeel staan, wordt tijdens de vergadering een besluit genomen. Als er in eerste instantie geen overeenstemming bereikt wordt over de toe te kennen score, volgt er een stemming, waarin de coördinator(en) niet meestemmen. De uiteindelijke score leidt tot een ‘positief’ (subsidie verlenen) of ‘negatief’ (subsidie afwijzen) besluit.

Het toetsingsformulier wordt definitief ingevuld met de scores en de onderbouwing van de scores en informatie over de omstandigheden van de stemming (aantal aanwezigen, verhouding publiek-privaat en bijzonderheden ten aanzien van eventuele belanghebbende LAG-leden).

Aan het eind van de vergadering wordt een lijst vastgesteld van aanvragen met een positief advies. Dit zijn de aanvragen die de minimale score hebben bereikt. Wanneer er meer subsidie wordt aangevraagd dan nog beschikbaar is op basis van het subsidieplafond, worden de aanvragen met de hoogste scores gehonoreerd. De aanvraag die niet volledig kan worden gehonoreerd op basis van het beschikbare subsidieplafond komt op een reservelijst. Ook van de aanvragen met een negatief besluit wordt een lijst vastgesteld. Deze lijsten worden samen met de toetsingsformulieren toegestuurd aan GS.

De aanvrager krijgt onderbouwd bericht over de uitkomst van de vergadering van de LAG en de vervolgstappen. Het verslag van de vergadering is openbaar en op te vragen bij de coördinator of te downloaden vanaf de website.

Selectiecriteria voorbereiding van een samenwerkingsproject LOS Weidse Veenweiden Score 1 = niet/onduidelijk 2 = enigszins 3 = voldoende 4 = ruim voldoende 5 = helemaal weging  
1. De mate waarin voorbereidingsactiviteiten zich richten op (een samenwerkingsproject ter) verbetering van de strategie op het hoofdthema en aan minimaal één van de sub thema’s in de LOS, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de beoogde verbetering van de strategie op:
a) Het verstevigen van de relaties tussen stad, dorp en land EN aan 1-5 3 Maximale score 30, minimaal benodigde score is 18
b) Het realiseren van broedplaatsen: het concreet plek geven aan pioniers in fysieke of digitale zin dan wel door een samenwerkingsverband van/voor "pioniers" OF aan 1-5
c) Het vormgeven en opzetten van korte, integrale kringlopen en ketens OF aan
d) Het vormgeven aan voedsel van dichtbij (product, logistiek en kennis).
2. De mate waarin de voorbereidingsactiviteiten passen bij/zich richten op de werkwijze van LEADER, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de wijze waarop de voorbereidingsactiviteiten beogen de volgende LEADER-kenmerken te integreren in het samenwerkingsproject:
a) Bottom-up waarde: het project is een initiatief van, voor en door ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties waarbij draagvlak, eigenaarschap en reikwijdte voor het gebied wordt beoogd. 1-5 1,6 Maximale score 40, minimaal benodigde score is 20
b) Vernieuwingswaarde: het project brengt vernieuwing in het gebied op gang, in de vorm van een experiment/innovatie/nieuwe doelgroep die aangesproken wordt. 1-5
c) Samenwerking: het project legt nieuwe (soorten) verbindingen tussen ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties. 1-5
d) Overdraagbaarheid: het project heeft een interessante aanpak en/of resultaten en de aanvrager toont bereidheid om kennis en ervaringen te delen. 1-5
e) Integraliteit: het project draagt bij aan meerdere doelen en/of verbindt meerdere sectoren (cross-overs). 1-5
3. De mate waarin de voorbereidingsactiviteiten haalbaar zijn (vanuit financieel en organisatorisch oogpunt), hetgeen blijkt uit een omschrijving van:
Het eigenaarschap en/of partnerschap: de verantwoordelijkheid, deskundigheid en organisatiestructuur van de aanvrager en betrokken partners. 1-5 3 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 10
4. De mate waarin de voorbereidingsactiviteiten doelmatig en doeltreffend zijn, hetgeen blijkt uit een omschrijving van de wijze waarop er sprake is van:
a) Continuïteit (doorwerking en impact voor huidige en eventuele (nieuwe) strategie) 1-5 1 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 7
b) Waar voor je geld ("value for money"): de goede balans tussen de investeringen en verwachte opbrengst in brede zin. 1-5
c) Eventuele private bijdrage en/of mate waarin er commitment/betrokkenheid is van doelgroepen van het project en/of de LOS 1-5
Totaal Totaalscore is maximaal 100. Een project moet minimaal 55 punten scoren om voor subsidie in aanmerking te komen

Selectiecriteria uitvoering van samenwerkings-activiteiten LOS Weidse Veenweiden Score 1 = niet/onduidelijk 2 = enigszins 3 = voldoende 4 = ruim voldoende 5 = helemaal weging  
1. De mate waarin het samenwerkingsproject zich richt op de verbetering van de strategie op het hoofdthema en op minimaal één van de sub thema’s in de LOS, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de verbetering van de strategie op:
a) Het verstevigen van de relaties tussen stad, dorp en land EN aan 1-5 3 Maximale score 30, minimaal benodigde score is 18
b) Het realiseren van broedplaatsen: het concreet plek geven aan pioniers in fysieke of digitale zin dan wel door een samenwerkingsverband van/voor "pioniers" OF aan 1-5
c) Het vormgeven en opzetten van korte, integrale kringlopen en ketens OF aan
d) Het vormgeven aan voedsel van dichtbij (product, logistiek en kennis).
2. De mate waarin het samenwerkingsproject past bij de werkwijze van LEADER, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de wijze waarop het project voldoet aan de volgende LEADER-kenmerken:
a) Bottom-up waarde: het project is een initiatief van, voor en door ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties waarbij draagvlak, eigenaarschap en reikwijdte voor het gebied wordt beoogd. 1-5 1,6 Maximale score 40, minimaal benodigde score is 20
b) Vernieuwingswaarde: het project brengt vernieuwing in het gebied op gang, in de vorm van een experiment/innovatie/nieuwe doelgroep die aangesproken wordt. 1-5
c) Samenwerking: het project legt nieuwe (soorten) verbindingen tussen ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties. 1-5
d) Overdraagbaarheid: het project heeft een interessante aanpak en/of resultaten en de aanvrager toont bereidheid om kennis en ervaringen te delen. 1-5
e) Integraliteit: het project draagt bij aan meerdere doelen en/of verbindt meerdere sectoren (cross-overs). 1-5
3. De mate waarin het samenwerkingsproject haalbaar is (vanuit financieel en organisatorisch oogpunt), hetgeen blijkt uit een omschrijving van:
a) Het eigenaarschap en/of partnerschap: de verantwoordelijkheid, deskundigheid en organisatiestructuur van de aanvrager en betrokken partners. 1-5 1 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 10
b) De uitvoerbaarheid van het project ten aanzien van het bereiken van de beoogde resultaten, de gekozen aanpak en de benodigde randvoorwaarden. 1-5
c) De (organisatorische en eventuele financiële) risico's en de aanpak waarmee deze risico's tegemoet worden getreden 1-5
4. De mate waarin het samenwerkingsproject doelmatig en doeltreffend is, hetgeen blijkt uit een omschrijving van de wijze waarop het project voldoet aan:
a) Continuïteit (doorwerking en impact voor huidige en eventuele (nieuwe) strategie) 1-5 1 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 7
b) Waar voor je geld ("value for money"): de goede balans tussen de investeringen en verwachte opbrengst in brede zin. 1-5
c) Eventuele private bijdrage en/of mate waarin er commitment/betrokkenheid is van doelgroepen van het project en/of de LOS 1-5
Totaal Totaalscore is maximaal 100. Een project moet minimaal 55 punten scoren om voor subsidie in aanmerking te komen

Procedure en selectiecriteria Utrecht Oost

1. Ontwikkelen van idee tot project

Initiatiefnemers kunnen informatie over de mogelijkheden voor ondersteuning vinden op de website www.o-gen.nl/leader.

Een projectidee kan worden voorgelegd aan de LEADER-coördinatoren. Zij kunnen inschatten hoe kansrijk het idee is. Als het idee kansrijk wordt geacht, kan het worden uitgewerkt in een “startformulier”. Dit startformulier wordt voorgelegd aan de Plaatselijke Groep (PG) in de Vallei of de Heuvelrug/Kromme Rijnstreek (en indien het een gebiedsbreed project betreft, aan beide PG’s). Plaatselijke Groepen bestaan uit inwoners van het gebied die deskundig zijn op één of meerdere thema’s van LEADER Utrecht-Oost en een groot netwerk hebben hieromtrent. Hierdoor zijn zij in staat om project ideeën op te sporen en waar mogelijk ook met elkaar te verbinden. De Plaatselijke Groepen zullen vooral een schakelende en verbindende functie hebben, in interactie met de lokale bevolking, ondernemers en overheid, terwijl de LAG met name een toetsende en besluitvormende rol heeft bij het beoordelen van formele aanvragen.

Deadlines voor het indienen van een startformulier staan vermeld op de website. De PG zorgt op basis van het startformulier voor een informele screening, waarbij gekeken wordt naar bijdrage aan de LEADER-doelstellingen (die in de LOS staan beschreven) en de LEADER-kenmerken (zie Selectiecriteria). Bij een positieve uitkomst van de screening, zal de PG samen met de LEADER-coördinator de initiatiefnemer begeleiden bij het uitwerken van idee naar plan. Ook kunnen ze initiatiefnemers in contact brengen met andere partners in het netwerk en meedenken over de benodigde cofinanciering. Vervolgens kan het idee worden uitgewerkt tot een officiële aanvraag.

2. Beoordeling van de definitieve aanvraag

Tenminste vier keer per jaar worden er aanvragen beoordeeld door de LAG. Wanneer de LAG vergadert, wordt bekend gemaakt op hun website. Uiterlijk een maand voor de besluitvormende vergadering van de LAG moet een complete aanvraag zijn ingediend.

Tenminste drie leden van de LAG toetsen het project voorafgaand aan de vergadering van de LAG. De samenvatting van de toetsing waarin alle scores en eventuele opmerkingen en toelichtingen staan, wordt tijdens de vergadering besproken. De overige leden van de LAG krijgen de mogelijkheid om vragen te stellen en opmerkingen te plaatsen. Op basis hiervan kan de score eventueel nog worden bijgesteld. Als er tijdens de vergadering geen overeenstemming bereikt wordt over de toe te kennen score, volgt er een stemming, waarin de coördinator(en) niet meestemmen. De uiteindelijke score leidt tot een ‘positief’ (subsidie verlenen) of ‘negatief’ (subsidie afwijzen) besluit.

Het toetsingsformulier wordt definitief ingevuld met de scores en de onderbouwing van de scores en informatie over de omstandigheden van de stemming (aantal aanwezigen, verhouding publiek-privaat en bijzonderheden ten aanzien van eventuele belanghebbende LAG-leden).

Aan het eind van de vergadering wordt een lijst vastgesteld van aanvragen met een positief advies. Dit zijn de aanvragen die de minimale score hebben bereikt. Wanneer er meer subsidie wordt aangevraagd dan nog beschikbaar is op basis van het subsidieplafond, worden de aanvragen met de hoogste scores gehonoreerd. De aanvraag die niet volledig kan worden gehonoreerd op basis van het beschikbare subsidieplafond komt op een reservelijst. Ook van aanvragen met een negatief besluit wordt een lijst vastgesteld. Deze lijsten worden samen met de toetsingsformulieren besluit toegestuurd aan GS.

De aanvrager krijgt onderbouwd bericht over de uitkomst van de vergadering van de LAG en de vervolgstappen. Het verslag van de vergadering is openbaar en op te vragen bij de coördinator of te downloaden vanaf de website.

Selectiecriteria voorbereiding van samenwerkings-activiteiten LOS Utrecht Oost score weging  
1. De mate waarin voorbereidingsactiviteiten (op een samenwerkingsproject) zich richten op de verbetering van de strategie als het gaat om de doelstellingen van de LOS binnen minimaal één van de volgende thema’s:
a. Platteland en ommestad. Om de vraag uit stedelijke gebieden en het aanbod vanuit het platteland beter op elkaar af te laten stemmen, wordt de aanvraag beoordeeld op: 1 Maximale score 30, minimaal benodigde score is 9
i. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan (kennis over?) de afstemming van de vraag naar lokaal voedsel van de ommestad met het aanbod van het platteland; 1-5
ii. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan (kennis over?) de afstemming van het recreatieaanbod op het platteland op de vraag vanuit de ommestad en/of aan het zichtbaar maken van het aanbod; of 1-5
iii. de mate waarin het initiatief bijdraagt bij aan (kennis over?) het overbrengen van informatie over de productie van voedsel en natuur & landschap. 1-5
b. Innovatie. Om innovatieve activiteiten, concepten en samenwerkingsvormen te ontplooien, wordt de aanvraag beoordeeld op:
i. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan (kennis over?) een vernieuwende vorm van zelforganisatie van boeren, burgers en bedrijven op het platteland; 1-5
ii. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan (kennis over?) het op vernieuwende wijze oplossen van maatschappelijke vraagstukken en het vinden van innovatieve financieringsvormen voor maatschappelijke functies; of 1-5
iii. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan (kennis over?) innovatieve methoden voor het opwekken, opslaan en gebruik van duurzame energie 1-5
2. De mate waarin de voorbereidingsactiviteiten passen bij/zich richten op de werkwijze van LEADER, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de wijze waarop de voorbereidingsactiviteiten beogen de volgende LEADER-kenmerken te integreren in het samenwerkingsproject:
a) Bottom-up waarde: Het project is een initiatief van, voor en door ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties, waarbij draagvlak, eigenaarschap en reikwijdte voor het gebied wordt beoogd. 1-5 2 Maximale score 40, minimaal benodigde score is 24
b) Vernieuwingswaarde: het project brengt vernieuwing in het gebied op gang, in de vorm van een experiment/innovatie/nieuwe doelgroep die aangesproken wordt. 1-5
c) Samenwerking: het project legt nieuwe (soorten) verbindingen tussen ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties. 1-5
d) Overdraagbaarheid: het project heeft een interessante aanpak en/of resultaten en de aanvrager toont bereidheid om kennis en ervaringen te delen. 1-5
3. De mate waarin de voorbereidingsactiviteiten haalbaar zijn (vanuit financieel en organisatorisch oogpunt), hetgeen blijkt uit een omschrijving van:
Het eigenaarschap en/of partnerschap: de verantwoordelijkheid, deskundigheid en organisatiestructuur van de aanvrager en betrokken partners. 1-5 3 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 9
4. De mate waarin de voorbereidingsactiviteiten doelmatig en doeltreffend zijn, hetgeen blijkt uit een omschrijving van de wijze waarop het project voldoet aan:
a) Continuïteit (doorwerking en impact voor huidige en eventuele (nieuwe) strategie) 1-5 1 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 9
b) Waar voor je geld ("value for money"): de goede balans tussen de investeringen en verwachte opbrengst in brede zin. 1-5
c) Eventuele private bijdrage en/of mate waarin er commitment/betrokkenheid is van doelgroepen van het project en/of de LOS 1-5
Totaal Totaalscore is maximaal 100. Een project moet minimaal 51 punten scoren om voor subsidie in aanmerking te komen

Selectiecriteria uitvoering van samenwerkingsactiviteiten LOS Utrecht Oost score weging  
1. De mate waarin het samenwerkingsproject zich richt op de verbetering van de strategie als het gaat om de doelstellingen van de LOS binnen minimaal één van de volgende thema’s:
a. Platteland en ommestad. Om de vraag uit stedelijke gebieden en het aanbod vanuit het platteland beter op elkaar af te laten stemmen, wordt de aanvraag beoordeeld op: 1 Maximale score 30, minimaal benodigde score is 9
i. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan (kennis over?) de afstemming van de vraag naar lokaal voedsel van de ommestad met het aanbod van het platteland; 1-5
ii. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan (kennis over?) de afstemming van het recreatieaanbod op het platteland op de vraag vanuit de ommestad en/of aan het zichtbaar maken van het aanbod; of 1-5
iii. de mate waarin het initiatief bijdraagt bij aan (kennis over?) het overbrengen van informatie over de productie van voedsel en natuur & landschap. 1-5
b. Innovatie. Om innovatieve activiteiten, concepten en samenwerkingsvormen te ontplooien, wordt de aanvraag beoordeeld op:
i. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan (kennis over?) een vernieuwende vorm van zelforganisatie van boeren, burgers en bedrijven op het platteland; 1-5
ii. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan (kennis over?) het op vernieuwende wijze oplossen van maatschappelijke vraagstukken en het vinden van innovatieve financieringsvormen voor maatschappelijke functies; of 1-5
iii.de mate waarin het initiatief bijdraagt aan (kennis over?) innovatieve methoden voor het opwekken, opslaan en gebruik van duurzame energie 1-5
2. De mate waarin het project past bij de werkwijze van LEADER, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de wijze waarop het project voldoet aan de volgende kenmerken:
a) Bottom-up waarde: Het project is een initiatief van, voor en door ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties, waarbij draagvlak, eigenaarschap en reikwijdte voor het gebied wordt beoogd. 1-5 2 Maximale score 40, minimaal benodigde score is 24
b) Vernieuwingswaarde: het project brengt vernieuwing in het gebied op gang, in de vorm van een experiment/innovatie/nieuwe doelgroep die aangesproken wordt. 1-5
c) Samenwerking: het project legt nieuwe (soorten) verbindingen tussen ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties. 1-5
d) Overdraagbaarheid: het project heeft een interessante aanpak en/of resultaten en de aanvrager toont bereidheid om kennis en ervaringen te delen. 1-5
3. De mate waarin het project haalbaar is (vanuit financieel en organisatorisch oogpunt), hetgeen blijkt uit een omschrijving van:
a) Het eigenaarschap en/of partnerschap: de verantwoordelijkheid, deskundigheid en organisatiestructuur van de aanvrager en betrokken partners. 1-5 1 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 9
b) De uitvoerbaarheid van het project ten aanzien van het bereiken van de beoogde resultaten, de gekozen aanpak en de benodigde randvoorwaarden. 1-5
c) De (organisatorische en financiële) risico's en de aanpak waarmee deze risico's tegemoet worden getreden 1-5
4. De mate waarin het project doelmatig en doeltreffend is, hetgeen blijkt uit een omschrijving van de wijze waarop het project voldoet aan:
a) De continuïteit: 1-5 1 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 9
b) Waar voor je geld/ value for money: de balans tussen de investeringen en verwachte opbrengst in brede zin; 1-5
c) Private bijdrage: 1-5
Totaal Totaalscore is maximaal 100. Een project moet minimaal 51 punten scoren om voor subsidie in aanmerking te komen

Artikel 8 Bevoorschotting

De aanvrager mag maximaal 2 keer per jaar een betalingsverzoek indienen (aanvraag voorschot op basis van realisatie). Omdat de aanvrager al verplicht is, op basis van artikel 1.17 van de Verordening subsidies POP3, 1 keer per jaar een voortgangsverslag in te dienen is het aan te bevelen om dit te combineren. Een aanvraag om een voorschot voorafgaand aan de realisatie is in ieder geval niet mogelijk. Met realisatie wordt bedoeld dat de kosten ook daadwerkelijk gemaakt zijn en dit aangetoond kan worden met facturen en betaalbewijzen.

Aanvraagprocedure

Onverminderd het gesteld onder artikel 1.7 van de Verordenig subsidies POP3 geldt dat:

  • -

    aanvragen kunnen worden ingediend via een digitaal loket bij POP3 (https://www.pop3-webportal.nl/). De link is terug te vinden in de samenvatting van deze regeling via https://www.provincie-utrecht.nl/loket/subsidie/;

  • -

    Aanvragen worden ingediend met gebruikmaking van een volledig ingevuld format projectplan, vergezeld van de van toepassing zijnde bijlagen. Hiervoor dienen door de LAG’s verstrekte formats te worden gebruikt.

  • -

    Alle aanvragers ontvangen binnen 22 weken na indiening van de definitieve aanvraag een beschikkingsbrief.