Rijksoverheid

Regelingenpocket Utrecht

Titel regeling
Openstellingsbesluit LEADER Uitvoering van LEADER-projecten
Uitgever
Utrecht

Tekst van de regeling

Intitulé

Openstellingsbesluit LEADER Uitvoering van LEADER-projecten

Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 23 augustus 2016 nr. 818868E7, tot openstelling van LEADER; Uitvoering van LEADER-projecten uit de Verordening subsidies POP3 2014–2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit LEADER Uitvoering van LEADER-projecten)

Gedeputeerde staten van Utrecht;

Gelet op de artikelen 1.3 en 3.3.1 tot en met 3.3.6 van de Verordening subsidies POP3 2014–2020 Provincie Utrecht;

Overwegende dat het wenselijk is om middelen beschikbaar te stellen voor concrete acties ten behoeve van de uitvoering van Lokale Ontwikkelingsstrategieën in de LEADER-gebieden Weidse Veenweiden en Utrecht-Oost.

Besluiten:

  • I.

    Open te stellen: De regeling Uitvoering van LEADER-projecten voor de uitvoering van Lokale Ontwikkelingsstrategieën in het kader van LEADER als bedoeld in artikel 3.3.1 tot en met 3.3.6 van de Verordening subsidies POP3 2014–2020 Provincie Utrecht – verder te noemen de Verordening subsidies POP3 – voor de periode van 1 september 2016 tot en met 31 augustus 2018.

  • II.

    Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 2.387.500 samengesteld uit € 1.925.000 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 462.500 uit het provinciale Meerjarenprogramma Agenda Vitaal Platteland (AVP).

  • III.

    Dit subsidieplafond als volgt te differentiëren:

    • Maximaal € 937.500 uit ELFPO en maximaal € 162.500 uit AVP te bestemmen voor de Lokale Actie Groep (LAG) Weidse Veenweiden

    • Maximaal € 987.500 uit ELFPO en maximaal € 300.000 uit AVP te bestemmen voor de Lokale Actie Groep (LAG) Utrecht Oost

  • IV.

    De volgende regels voor de betreffende LAG’s vast te stellen:

A. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. POP3: Het derde Plattelandsontwikkelingsprogramma van Nederland in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling 2014–2020;
b. LEADER (Liaison Entre Actions de Développement de l’Économie Rurale): een vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling in het kader van POP3;
c. LAG: lokale actiegroep (LAG) als bedoeld in artikel 34 van Vo (EU) nr. 1303/2013;
d. Lokale ontwikkelingsstrategie (LOS) of strategie voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling: een coherent samenstel van op de plaatselijke doelstellingen en behoeften afgestemde concrete acties, die bijdraagt tot de verwezenlijking van de strategie van de Europese Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei en die wordt ontworpen en uitgevoerd door een lokale actiegroep.

B. Lokale Aktie Groep LEADER Weidse Veenweiden

Artikel 1 subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van concrete acties die passen binnen de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS), binnen het hoofdthema ‘Het verstevigen van de relaties tussen stad, dorp en platteland’ en binnen minimaal één van de volgende thema’s:

  • 1.

    Plek voor pioniers, sociale innovatie

  • 2.

    Korte ketens en kringlopen

  • 3.

    Voedsel van dichtbij.

C. Lokale Aktie Groep LEADER Utrecht Oost

Artikel 2 subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van concrete acties die passen binnen de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS), binnen het hoofdthema ‘Het versterken van de gebiedsgerichte economie en het ontwikkelen van het platteland en een duurzame landbouw, in samenhang met de omliggende stedelijke gebieden’ en binnen minimaal één van de volgende thema’s:

  • 1.

    Platteland en ommestad

  • 2.

    Innovatie.

D. Algemene bepalingen

Artikel 3 Indienen van een aanvraag
  • 1. Subsidieaanvragen kunnen binnen door de LAG bepaalde en gepubliceerde data, worden ingediend.

  • 2. Gedurende het jaar vergaderen de LAG’s aansluitend aan de periode van indiening, om over de ingediende subsidieaanvragen advies uit te brengen aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 4 Subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.12 van de Verordening subsidies POP3 kan subsidie worden verstrekt voor de onderstaande kosten, gemaakt ter voorbereiding of uitvoering van projecten die passen binnen een LOS:

  • a.

    de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken;

  • b.

    de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

  • c.

    personeelskosten;

  • d.

    de kosten van architecten en ingenieurs;

  • e.

    de kosten van externe adviseurs;

  • f.

    de kosten van haalbaarheidsstudies;

  • g.

    de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

  • h.

    de kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;

  • i.

    bijdragen in natura; (zie art 1.11 van de Verordening subsidies POP3);

  • j.

    niet verrekenbare of niet compensabele BTW;

  • k.

    voorbereidingskosten;

  • l.

    de kosten van roerende zaken;

  • m.

    reis en verblijfkosten;

  • n.

    de kosten voor promotie en publiciteit.

  • o.

    kosten van koop van tweedehands machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa.

Artikel 5 Hoogte van de subsidie
  • 1. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient, op moment van de subsidieverlening, de subsidiebijdrage per project minimaal € 25.000,– te bedragen en en indien meer dan € 200.000,– wordt aangevraagd, bedraagt de subsidie maximaal € 200.000,–.

  • 2. De subsidie bedraagt 50% van de totale subsidiabele kosten bestaande uit 25% uit het ELFPO en 25% uit AVP of andere overheidssteun.

  • 3. Indien de aanvrager in het financieringsplan een subsidiebedrag aanvraagt dat lager is dan het bedrag dat verkregen wordt door de subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met het onder lid 2 genoemde percentage van de totale subsidiabele kosten, wordt dit gezien als het aangevraagde en maximaal te verlenen subsidiebedrag, met inachtneming van hetgeen onder lid 1 is bepaald.

Artikel 6 Aanvullende vereisten aan een subsidieaanvraag

Onverminderd hetgeen bepaald is in het tweede lid van artikel 1.7, van de Verordening subsidies POP3 bevat de aanvraag om subsidie:

  • 1.

    Een projectplan met daarin een omschrijving van de bijdrage van het project aan de thema’s van de LOS. Voor het projectplan moet het format projectplan worden gebruikt dat bij de LAG kan worden opgevraagd.

  • 2.

    In het geval de cofinanciering niet afkomstig is van de provincie Utrecht maar van andere overheden, een besluit(en) over de toekenning van de cofinanciering. Het besluit(en) moet(en) het subsidiebedrag, het steunpercentage, de subsidiabele kosten, het totale bedrag aan subsidiabele kosten, de naam van het project en de naam van de begunstigden vermelden. Ook dient er een verwijzing in te staan naar de Verordening subsidies POP3 2014–2020 Provincie Utrecht met een verklaring dat de subsidiebijdrage conform het bepaalde in de Verordening subsidies POP3 2014–2020 Provincie Utrecht wordt verstrekt.

Artikel 7 Prioritering subsidieaanvragen
  • 1. In afwijking van artikel 1.15 van de Verordening subsidies POP3 besluiten Gedeputeerde Staten op basis van een selectieadvies van de LAG. Het advies betreft een advies tot verlening dan wel afwijzing van de subsidie.

  • 2. Het selectieadvies kan uitsluitend tot stand komen op basis van de selectiecriteria, scores en weging zoals opgenomen in een door Gedeputeerde Staten goedgekeurde LOS. Een onder het eerste lid bedoelde advies tot verlening kan uitsluitend tot stand komen nadat de LAG een score heeft vastgesteld die gelijk of hoger is dan in de LOS bepaalde minimumscore(s).

Artikel 8 Bevoorschotting
  • 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.23 van de Verordening subsidies POP3 wordt maximaal 2 keer per jaar een voorshot verleend op basis van realisatie.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1.25 van de Verordening subsidies POP3 worden geen voorschotten verleend vooruitlopend op de realisatie.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10 Citeerdeel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LEADER Uitvoering van LEADER-projecten Provincie Utrecht 2016.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 23 augustus 2016.

Gedeputeerde staten van Utrecht,Voorzitter
Secretaris

Toelichting

Inleiding

De LEADER aanpak stimuleert samenwerking en innovatie van onderop en draagt zo bij aan de sociaal-economische ontwikkeling van het platteland. LEADER maakt onderdeel uit van het Nederlandse Plattelandsontwikkelingsprogramma. Dit programma wordt mede gefinancierd door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). In Nederland zijn in deze programmaperiode 20 LEADER-gebieden aangewezen. Alleen in deze gebieden kan een project in aanmerking komen voor subsidie.

Deze openstelling heeft betrekking op de twee gebieden waarvoor Gedeputeerde Staten van Utrecht een Lokale Ontwikkelingsstrategie heeft goedgekeurd en een Lokale Actie Groep heeft ingesteld.

Het gaat om een subsidie op grond van artikel 3.3.1. tot en met 3.3.6. van de Verordening subsidies POP3 2014–2020 Provincie Utrecht (afgekort Verordening POP3).

Deze openstelling is gericht op projecten die in het LEADER-gebied Weidse Veenweiden (Utrecht-West) en/of het LEADER-gebied Utrecht-Oost plaatsvinden. In het besluit staan de voorwaarden voor het verstrekken van een LEADER-subsidie. Het is daarmee een uitwerking van de artikelen 3.3.1. tot en met 3.3.6. van de POP3 Verordening.

LEADER-subsidie wordt verstrekt aan publieke rechtspersonen zoals gemeenten en waterschappen, private rechtspersonen (zoals verenigingen, stichtingen en coöperaties) en bedrijfsvormen zonder rechtspersoonlijkheid (met name eenmanszaken, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, maatschappen),

Ook de LAG zelf kan een initiatief nemen voor een project en via een penvoerder een aanvraag indienen.

In de Verordening POP3 staan in hoofdstuk 1 alle algemene bepalingen die relevant zijn voor alle aanvragers van POP3 subsidie waaronder die voor LEADER. De Verordening POP3 is terug te vinden via https://www.provincie-utrecht.nl/loket/regelgeving-0/

Daarnaast geldt specifiek voor aanvragers die een LEADER-subsidie aanvragen dat ze niet al eerder subsidie hebben aangevraagd voor dezelfde activiteit en dezelfde subsidiabele kosten op grond van andere POP3 regelingen. Het gaat om regelingen die in hoofdstuk 2 van de Verordening POP3 staan genoemd.

Tot slot wordt een aanvraag geweigerd indien het project niet past binnen een door Gedeputeerde Staten goedgekeurde Lokale ontwikkelingsstrategie van een van de twee gebieden in de provincie Utrecht. Voor vragen over deze strategie kunt u met de volgende contactpersonen opnemen:

Weidse Veenweiden: ajg@leaderweidseveenweiden.nl

of telefonisch bij de coördinatoren:

Michelle Poort: 030 – 293 64 01 of 06 – 169 723 69

Klaas-Hemke van Meekeren: 06 – 249 116 46

Marianne Breedijk: 06 – 225 663 81

Utrecht-Oost:

Maike van der Maat: 06 – 232 852 25 of maike@consultopmaat.nl

Hans Veurink: 06 – 537 010 00 of info@valleihorstee.nl

Artikelsgewijze toelichting

B. Weidse Veenweiden

Artikel 1 Subsidiabele activiteiten

LEADER Weidse Veenweiden stimuleert een duurzame plattelandseconomie in Utrecht-West door het inzetten van tijd, kennis, netwerken en geld. Door netwerken en ideeën met elkaar te verbinden, vernieuwing aan te jagen en goede projectideeën te steunen, wil de Aanjaaggroep Weidse Veenweiden het gebied sociaal en economisch vitaal houden. Dat is de kern van de Lokale Ontwikkelingsstrategie.

LEADER Weidse Veenweiden wil vooral bijdragen aan het verbinden van initiatieven en in gang zetten van processen met lange termijn perspectief (duurzaam), groot bereik en brede uitstraling. Denk hierbij aan samenwerking, organisatie en netwerkopbouw.

Subsidie kan worden verstrekt aan een project of activiteit dat past binnen de thema’s van de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) LEADER Weidse Veenweiden.

Het hoofdthema is ‘Het verstevigen van de relaties tussen stad, dorp en platteland’. Hier dient een project in ieder geval aan bij te dragen. Meer specifiek dient een project zich te richten op één of meer van de volgende thema’s:

  • 1.

    Plek voor pioniers, sociale innovatie

    Het westelijk deel van Utrecht is een broedplaats voor ondernemende inwoners. De rust en ruimte van het platteland bieden de juiste voedingsbodem waarin de mooiste ideeën kunnen ontkiemen tot concrete uitvoering. We verwachten van initiatiefnemers dat ze op een originele wijze de kracht van de streek zichtbaar maken en in beweging zetten. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de maakindustrie en innovatieve technieken, gezondheid en dorpsvernieuwing, erfgoedlijnen, agrotoerisme en waterbeheer. Beproefde concepten krijgen de ruimte om te groeien, nieuwe initiatieven worden uitgeprobeerd.

    Doelstelling is om de realisatie van een aantal vernieuwende broedplaatsen verspreid door het gebied te ondersteunen.

  • 2.

    Korte ketens en kringlopen

    In deze route richten we ons op de realisatie van korte, integrale kringlopen en ketens waar mensen zelf op kunnen sturen. De keuze komt voort uit de urgentie om te schakelen van een consumptie economie naar een circulaire economie: verbruik is ‘uit’, hergebruik is ‘in’. Naast een gepast LEADER-thema is het verduurzamen van kringlopen en ketens ook nog steeds een grote maatschappelijke uitdaging. Concrete toepassingen zijn bijvoorbeeld te vinden in wonen, werken, gezondheid, landschap, water en recreëren.

    Doelstelling is om een aantal ondernemende en vernieuwende initiatieven in ketens en/of kringlopen te ondersteunen.

  • 3.

    Voedsel van dichtbij

    Voedsel is bij uitstek geschikt om stad, dorp en land met elkaar te verbinden. Immers, steeds meer mensen zoeken in hun omgeving etenswaren die duurzaam en met een verhaal zijn geproduceerd. Ze willen eten dat ‘smaakt naar meer’, bijvoorbeeld streekproducten of voedsel afkomstig van stadslandbouw. Op hun beurt zijn aanbieders op het platteland op zoek naar manieren om hun voedselproducten met meerwaarde op de markt te zetten, professioneel en vraaggericht. In deze hoek passen ook nieuwe initiatieven voor een betere logistiek in voedselproductie en distributie.

    Doelstelling: het realiseren van een aantal vernieuwende initiatieven, gericht op het (door)ontwikkelen van voedselproducten, het verbeteren van de logistiek tussen consument, handel/horeca en voedselproducent, of kennisuitwisseling.

De Lokale Ontwikkelingsstrategie is te vinden op: www.leaderweidseveenweiden.nl

C. Utrecht-Oost

LEADER Utrecht-Oost wil vooral bijdragen aan het verbinden van initiatieven en in gang zetten van processen met lange termijn perspectief (duurzaam), groot bereik en brede uitstraling. Denk hierbij aan samenwerking, organisatie en netwerkopbouw.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt aan een project of activiteit dat voldoet aan de uitgangspunten van de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) LEADER Utrecht-Oost.

Het hoofdthema is ‘Het versterken van de gebiedsgerichte economie en het ontwikkelen van het platteland en een duurzame landbouw, in samenhang met de omliggende stedelijke gebieden’. Hier dient een project in ieder geval aan bij te dragen. Meer specifiek dient zich te richten op één of meer van de volgende thema’s:

  • 1.

    Platteland en ommestad. Afstemmen vraag uit stedelijke gebieden en het aanbod vanuit het platteland, op het gebied van voedsel, recreatie en educatie.

  • 2.

    Innovatie. Ontplooien van innovatieve activiteiten, concepten en samenwerkingsvormen op het gebied van zelforganisatie, oplossen van maatschappelijke vraagstukken en duurzame energie.

De Lokale Ontwikkelingsstrategie is te vinden op: www.o-gen.nl/leader

D. Algemene bepalingen

Artikel 3 Aanvraag

De LAG’s maken op onderstaande websites bekend in welke periodes aanvragen kunnen worden ingediend:

LAG Weidse Veenweiden: www.leaderweidseveenweiden.nl

LAG Utrecht-Oost: www.o-gen.nl/leader

Artikel 4 Subsidiabele kosten

In dit artikel staan de kostensoorten vermeld, die voor een Leaderbijdrage in aanmerking komen. De beide LAG’s hanteren een uniforme lijst van subsidiabele kosten voor de ingediende aanvragen. Het gaat hierbij om de volgende kostensoorten:

  • a.

    De kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken;

    • °

      Kosten van de aankoop van bebouwde en niet bebouwde gronden zijn subsidiabel tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten.

    • °

      Indien de bebouwde of onbebouwde gronden zijn gelegen in verwaarloosde gebieden of voormalige industriezones, zijn de kosten van de aankoop de gronden subsidiabel tot maximaal 15% van de totale subsidiabele kosten, indien dit in een openstellingsbesluit is bepaald.

    • °

      Gedeputeerde staten kunnen in uitzonderlijke gevallen in een openstellingsbesluit een hoger percentage vaststellen voor de aankoop van bebouwde en niet bebouwde gronden in het kader van activiteiten ten behoeve van milieubehoud. Indien de bebouwde of niet bebouwde grondenzijn gelegen in Natura 2000 gebieden of onderdeel uit maken van Kader Richtlijn Water opgavenbuiten de EHS én in het concrete geval ontbreken redelijke alternatieven om de milieudoelen te behalen, kan het subsidiepercentage, mits onderbouwd in de toekenningsbeschikking, verhoogd worden tot 30% van de totale subsidiabele kosten.

  • b.

    De kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa met een maximum van 5% van de totale projectkosten;

    Bedrijfsmiddelen (o.a. machines, inventaris, computers, etc.) komen alleen voor subsidie in aanmerking als deze uitsluitend en blijvend worden gebruikt door de eindbegunstigde als onderdeel van de project-investeringen. Wanneer bedrijfsmiddelen langer dan de duur van het project kunnen worden gebruikt zijn de afschrijvingskosten van bedrijfsmiddelen voor de duur van het project subsidiabel.

    De aankoop of huurkoop van nieuwe machines en bedrijfsuitrusting, met inbegrip van hardware zijn subsidiabel tot ten hoogte de marktwaarde van het bedrijfsmiddel. Deze kosten mogen maximaal 5% van de totale projectkosten bedragen.

  • c.

    Personeelskosten;

    Deze kosten zijn subsidiabel maar maken onderdeel uit van de bijdrage in natura voor het project. Het gaat om werkzaamheden die ook door externen worden uitgevoerd. Het gaat dan om architecten, ingenieurs, adviseurs (financieel, technisch of juridisch) en projectleiders.

  • d.

    De kosten van architecten en ingenieurs;

    Deze kosten zijn subsidiabel.

  • e.

    De kosten van externe adviseurs;

    Deze kosten zijn subsidiabel. Hieronder vallen bijvoorbeeld kosten voor financiële of technische expertise en juridisch advies.

  • f.

    De kosten van haalbaarheidsstudies;

    De kosten voor haalbaarheidsstudies zijn subsidiabel. Vaak gaat het om kosten om de haalbaarheid van een investering te onderzoek. Het kan bijvoorbeeld om de terugverdientijd van een investering te bepalen of om de vraag of het rendeert om de investering uit te voeren.

  • g.

    De kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

    Deze kosten zijn subsidiabel. Het gaat om uitgaven die onderdeel uitmaken van een fysieke investering waarvoor bepaalde software nodig is.

  • h.

    De kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;

    Deze kosten zijn subsidiabel. Het gaat om uitgaven die onderdeel uitmaken van een fysieke investering waarvoor het verwerven van het recht van gebruik in verband met octrooien, licenties, auteursrechten en merken noodzakelijk zijn.

  • i.

    Bijdragen in natura;

    • 1.

      Bijdragen in natura kunnen bestaan uit werken, goederen, diensten, grond en onroerend goed waarvoor geen door facturen of documenten met gelijkwaardige bewijskracht gestaafde contante betalingen zijn verricht.

    • 2.

      Bijdragen in natura zijn subsidiabel:

      • a.

        voor zover de te verlenen subsidie niet meer bedraagt dan de totale subsidiabele kosten in het project exclusief de bijdragen in natura;

      • b.

        indien de aan de bijdrage in natura toegekende waarde niet hoger is dan de waarde die gewoonlijk op de desbetreffende markt wordt aanvaard;

      • c.

        indien er een onafhankelijke beoordeling en verificatie van de waarde van de bijdragen in natura mogelijk is.

    • 3.

      Indien de bijdrage in natura bestaat uit de verstrekking van gronden of onroerende goederen is de bijdrage, in afwijking van het tweede lid, onderdeel c, slechts subsidiabel indien de waarde is getaxeerd en gecertificeerd door een onafhankelijke gekwalificeerde deskundige of een hiertoe gemachtigde officiële instantie.

    • 4.

      Bijdragen in natura in de vorm van verstrekking van gronden is subsidiabel tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten.

    • 5.

      Indien de bijdrage in natura bestaat uit gronden of onroerende goederen kan een contante betaling worden gedaan met het oog op een huurovereenkomst voor een nominaal bedrag per jaar dat niet meer bedraagt dan € 1,–.

    • 6.

      Indien de bijdrage in natura bestaat uit onbetaalde arbeid is de bijdrage slechts subsidiabel indien de werkelijke arbeidstijd voor de uitvoering van de activiteit gecontroleerd kan worden.

    • 7.

      De waarde van onbetaalde eigen arbeid wordt gewaardeerd op € 35,– per uur. Deze bedragen worden niet uitgekeerd maar gelden als eigen bijdrage in de financiering van het project.

    • 8.

      De waarde van onbetaalde arbeid van vrijwilligers wordt gewaardeerd op € 22,– per uur. Deze bedragen worden niet aan de vrijwilligers uitgekeerd maar gelden als eigen bijdrage in de financiering van het project. De totale bijdrage in natura mag daarom niet groter zijn dan de eigen bijdrage van de aanvrager in het project.

  • j.

    Niet verrekenbare BTW;

    BTW die vanuit een fonds van gemeente of provincie aan de aanvrager kan worden gecompenseerd is niet subsidiabel. Ook BTW die als voorbelasting kan worden afgetrokken bij de belastingdienst of die via een regeling van de belastingdienst geen last vormt voor de aanvrager, is niet subsidiabel.

  • k.

    Voorbereidingskosten;

    Voorbereidingskosten zijn kosten die gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend. Het gaat uitsluitend om de personeelskosten, de kosten voor architecten, ingenieurs, adviseurs en haalbaarheidsstudies (zie c t/m f) die direct gerelateerd zijn aan de voorbereiding van de aanvraag voor het project.

  • l.

    De kosten van roerende zaken tot een maximum van 5% van de totale projectkosten;

    Kosten voor aanschaf van materialen, apparatuur, meubilair die niet vastzitten aan een onroerend goed.

  • m.

    Reis- en verblijfkosten;

    Deze kosten zijn subsidiabel als ze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project.

  • n.

    De kosten voor promotie en publiciteit;

    Kosten voor het bouwen van een website, het maken van folders en flyers of andere publicaties zijn subsidiabel. Daarnaast kan het gaan om een promotieactiviteit zoals een opening of ander evenement dat onderdeel is van het project.

Artikel 5 Hoogte subsidie

Om voor subsidie in aanmerking te komen moet er sprake zijn van een bepaalde omvang van het project. Een aanvrager komt voor subsidie in aanmerking als na de beoordeling van de aanvraag de subsidiabele kosten op minimaal € 50.000,– uitkomen. Dit levert een subsidie op van minimaal € 25.000,–. Het maximum dat aan subsidie verstrekt wordt is € 200.000,–. Indien er meer dan € 200.000,– wordt aangevraagd en die kosten blijken in principe subsidiabel dan wordt er niet meer dan € 200.000,– verstrekt.

Bij een gehanteerd subsidie-percentage van 50% betekent dit dat de minimale omvang van een project € 50.000,– moet bedragen en maximaal € 400.000,–.

De hoogte van de subsidie is samengesteld uit financiële bijdragen van meerdere overheden. De Europese Unie draagt 50% van de subsidie bij. De overige 50% van de subsidie dient te worden bijgedragen door de provincie en/of een derde overheid. Aan de subsidie-aanvrager de taak ervoor zorg te dragen dat de bijdrage van de derde overheid is gegarandeerd. Dit moet blijken uit een besluit van de betreffende overheidsdienst waarin wordt verklaard dat zij het subsidiebedrag verstrekken op basis van de zelfde regels van de Verordening POP3 provincie Utrecht 2014–2016. Dit betekent dat het besluit in ieder geval het subsidiebedrag, het steunpercentage, de subsidiabele kosten, het totale bedrag aan subsidiabele kosten, de naam van het project en de naam van de begunstigden moet vermelden.

De coördinatoren van de LAG kunnen u op weg helpen met het verkrijgen van de bijdrage van de provincie en/of een derde overheid.

Artikel 6 Projectplan – omschrijving bijdrage aan de LOS

Voor het opstellen van een projectplan dient u het format van de LAG in uw gebied te hanteren. Deze is op te vragen bij de coördinator van de LAG (zie contactgegevens). In dit projectplan dient u onder andere een omschrijving te geven wat de bijdrage van uw project kan zijn aan de thema’s van de LOS.

Artikel 7 Beoordeling projectvoorstellen/selectiecriteria/puntenmethodiek

De LAG bepaalt tijdens de eerstvolgende vergadering van de LAG na de indieningsperiode, of en in welke mate uw aanvraag bijdraagt aan de LEADER ontwikkelingstrategieën (LOS). De LAG’s hebben in de desbetreffende LOS hun selectiecriteria opgenomen. Aan de hand van deze selectiecriteria (en weging), worden punten aan een project toegekend. De criteria, de weging en de minimumscores die daarbij worden gehanteerd zijn per gebied verschillend en staan in de LOS beschreven die door Gedeputeerde Staten van Utrecht is goedgekeurd.

Een aanvraagprocedure voor beide gebieden van het begin tot het einde bestaat in ieder geval uit de volgende fases:

Stap Wie Termijn
Ontwikkeltraject: Aanvrager, LAG (WVW) PG’s (Utrecht-Oost) en Coördinator Doorlopend, bespreking op een van de vooraf kenbaar gemaakte vergaderdata van de LAG (WVW) en PG’s (Utrecht-Oost)
1. Aanvrager legt idee voor aan LEADER-coördinator door middel van een startformulier. Deze zal worden voorgelegd aan de LAG (WVW) respectievelijk PG’s (Utrecht-Oost) voor een eerste advies over de kansrijkheid van het project.
2. Als het initiatief kansrijk lijkt, werkt de aanvrager het idee verder uit tot een voldragen voorstel ten behoeve van de formele procedure. Leden van de LAG (WVW) respectievelijk PG’s (Utrecht-Oost) en LEADER-coördinator kunnen meedenken en begeleiden. Aanvragers dienen het format projectplan te gebruiken dat bij de LEADER-coördinator te verkrijgen is.
Formeel traject:    
3. Indienen van de definitieve aanvraag bij de LAG. Hiervoor maakt u gebruik van het digitaal loket van RVO. De LEADER-coördinator kan hierbij begeleiden. Coördinator/aanvrager Perioden van indiening worden vermeld op de website van de LAG
4. Inhoudelijke beoordeling aanvraag door LAG LAG Tijdens eerstvolgende vergadering na de indieningsperiode, uiterlijk 1 maand na de uiterste indieningsdatum
5. Het positief of negatief advies van de LAG wordt bij de provincie ingediend. Coördinator Uiterlijk zes weken na uiterste indieningsdatum
6. Beoordeling op ontvankelijkheid en opstellen concept-beschikking Provincie/RVO Tegelijk met stap 4 en 5, geen maximale termijn.
7. Afgeven beschikking Provincie Maximaal 22 weken na stap 3

Procedure en selectiecriteria Weidse Veenweiden

1. Ontwikkelen van idee tot project

De eerste stap is dat de initiatiefnemer contact opneemt met de LAG. De initiatiefnemer vult vervolgens het format startformulier in en geeft aan wat de vraag aan de LAG is.

De LAG adviseert op basis van het idee, aan de hand van een ingevuld startformulier en de specifieke vraag of behoeften van de aanvrager of het projectidee zou kunnen passen bij de Ontwikkelingsstrategie en zou kunnen voldoen aan de LEADER-criteria.

Als het projectidee Leaderwaardig is, gaat een lid van de LAG samen met de LEADER-coördinator een of twee gesprekken met de initiatiefnemer aan om een scherp beeld te krijgen van doel, resultaten, organisatie. Als het initiatief kansrijk lijkt en goed zou kunnen scoren, werkt de initiatiefnemer het plan verder uit tot een voldragen aanvraag die kan worden voorgelegd aan de LAG. De coördinator kan hierin begeleiden.

2. Beoordeling van de definitieve aanvraag

Tenminste vier keer per jaar worden er aanvragen beoordeeld door de LAG. Wanneer de LAG vergadert, wordt bekend gemaakt op hun website. Uiterlijk een maand voor de besluitvormende vergadering van de LAG moet een complete aanvraag zijn ingediend.

Voorafgaande aan een vergadering van de LAG vult ieder lid van de LAG een toetsingsformulier in. Op basis van een samenvatting van de toetsing waarin alle scores en onderwerpen waarover de LAG-leden van elkaar verschillen in hun oordeel staan, wordt tijdens de vergadering een besluit genomen. Als er in eerste instantie geen overeenstemming bereikt wordt over de toe te kennen score, volgt er een stemming, waarin de coördinator(en) niet meestemmen. De uiteindelijke score leidt tot een ‘positief’ (subsidie verlenen) of ‘negatief’ (subsidie afwijzen) besluit.

Het toetsingsformulier wordt definitief ingevuld met de scores en de onderbouwing van de scores en informatie over de omstandigheden van de stemming (aantal aanwezigen, verhouding publiek-privaat en bijzonderheden ten aanzien van eventuele belanghebbende LAG-leden).

Aan het eind van de vergadering wordt een lijst vastgesteld van aanvragen met een positief advies. Dit zijn de aanvragen die de minimale score hebben bereikt. Wanneer er meer subsidie wordt aangevraagd dan nog beschikbaar is op basis van het subsidieplafond, worden de aanvragen met de hoogste scores gehonoreerd. De aanvraag die niet volledig kan worden gehonoreerd op basis van het beschikbare subsidieplafond komt op een reservelijst. Ook van de aanvragen met een negatief besluit wordt een lijst vastgesteld. Deze lijsten worden samen met de toetsingsformulieren toegestuurd aan GS.

De aanvrager krijgt onderbouwd bericht over de uitkomst van de vergadering van de LAG en de vervolgstappen. Het verslag van de vergadering is openbaar en op te vragen bij de coördinator of te downloaden vanaf de website.

Selectiecriteria LOS Weidse Veenweiden Score 1 = niet/onduidelijk 2 = enigszins 3 = voldoende 4 = ruim voldoende 5 = helemaal weging  
1. De mate waarin het project bijdraagt aan de hoofddoelstelling en aan minimaal één van de subdoelstellingen in de LOS, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de bijdrage aan:
a) Het verstevigen van de relaties tussen stad, dorp en land EN aan 1–5 3 Maximale score 30, minimaal benodigde score is 18
b) Het realiseren van broedplaatsen: het concreet plek geven aan pioniers in fysieke of digitale zin dan wel door een samenwerkingsverband van/voor ‘pioniers’ OF aan 1–5
c) Het vormgeven en opzetten van korte, integrale kringlopen en ketens OF aan 1–5
d) Het vormgeven aan voedsel van dichtbij (product, logistiek en kennis). 1–5
2. De mate waarin het project past bij de werkwijze van LEADER, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de wijze waarop het project voldoet aan de volgende LEADER-kenmerken:
a) Bottom-up waarde: het project is een initiatief van, voor en door ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties waarbij draagvlak, eigenaarschap en reikwijdte voor het gebied wordt beoogd. 1–5 1,6 Maximale score 40, minimaal benodigde score is 20
b) Vernieuwingswaarde: het project brengt vernieuwing in het gebied op gang, in de vorm van een experiment/innovatie/nieuwe doelgroep die aangesproken wordt. 1–5
c) Samenwerking: het project legt nieuwe (soorten) verbindingen tussen ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties. 1–5
d) Overdraagbaarheid: het project heeft een interessante aanpak en/of resultaten en de aanvrager toont bereidheid om kennis en ervaringen te delen. 1–5
e) Integraliteit: het project draagt bij aan meerdere doelen en/of verbindt meerdere sectoren (cross-overs). 1–5
3. De mate waarin het project haalbaar is (vanuit financieel en organisatorisch oogpunt), hetgeen blijkt uit een omschrijving van:
a) Het eigenaarschap en/of partnerschap: de verantwoordelijkheid, deskundigheid en organisatiestructuur van de aanvrager en betrokken partners. 1–5 1 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 10
b) De uitvoerbaarheid van het project ten aanzien van het bereiken van de beoogde resultaten, de gekozen aanpak en de benodigde randvoorwaarden. 1–5
c) De (organisatorische en financiële) risico’s en de aanpak waarmee deze risico’s tegemoet worden getreden 1–5
4. De mate waarin het project doelmatig en doeltreffend is, hetgeen blijkt uit een omschrijving van de wijze waarop het project voldoet aan:
a) Continuïteit: het voortbestaan dan wel de doorontwikkeling van de organisatie en/of projectpresentaties zijn gewaarborgd. 1–5 1 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 7
b) Waar voor je geld (‘value for money’): de goede balans tussen de investeringen en verwachte opbrengst in brede zin. 1–5
c) Private bijdrage: de hoogte en zekerheid van de eigen bijdrage/private financiering. 1–5
Totaal Totaalscore is maximaal 100. Een project moet minimaal 55 punten scoren om voor subsidie in aanmerking te komen

Procedure en selectiecriteria Utrecht Oost

1. Ontwikkelen van idee tot project

Initiatiefnemers kunnen informatie over de mogelijkheden voor ondersteuning vinden op de website www.o-gen.nl/leader.

Een projectidee kan worden voorgelegd aan de LEADER-coördinatoren. Zij kunnen inschatten hoe kansrijk het idee is. Als het idee kansrijk wordt geacht, kan het worden uitgewerkt in een ‘startformulier’. Dit startformulier wordt voorgelegd aan de Plaatselijke Groep (PG) in de Vallei of de Heuvelrug/Kromme Rijnstreek (en indien het een gebiedsbreed project betreft, aan beide PG’s). Plaatselijke Groepen bestaan uit inwoners van het gebied die deskundig zijn op één of meerdere thema’s van LEADER Utrecht-Oost en een groot netwerk hebben hieromtrent. Hierdoor zijn zij in staat om projectideeën op te sporen en waar mogelijk ook met elkaar te verbinden. De Plaatselijke Groepen zullen vooral een schakelende en verbindende functie hebben, in interactie met de lokale bevolking, ondernemers en overheid, terwijl de LAG met name een toetsende en besluitvormende rol heeft bij het beoordelen van formele aanvragen.

Deadlines voor het indienen van een startformulier staan vermeld op de website. De PG zorgt op basis van het startformulier voor een informele screening, waarbij gekeken wordt naar bijdrage aan de LEADER doelstellingen (die in de LOS staan beschreven) en de LEADER-kenmerken (zie Selectiecriteria). Bij een positieve uitkomst van de screening, zal de PG samen met de LEADER-coördinator de initiatiefnemer begeleiden bij het uitwerken van idee naar plan. Ook kunnen ze initiatiefnemers in contact brengen met andere partners in het netwerk en meedenken over de benodigde cofinanciering. Vervolgens kan het idee worden uitgewerkt tot een officiële aanvraag.

2. Beoordeling van de definitieve aanvraag

Tenminste vier keer per jaar worden er aanvragen beoordeeld door de LAG. Wanneer de LAG vergadert, wordt bekend gemaakt op hun website. Uiterlijk een maand voor de besluitvormende vergadering van de LAG moet een complete aanvraag zijn ingediend.

Tenminste drie leden van de LAG toetsen het project voorafgaand aan de vergadering van de LAG. De samenvatting van de toetsing waarin alle scores en eventuele opmerkingen en toelichtingen staan, wordt tijdens de vergadering besproken. De overige leden van de LAG krijgen de mogelijkheid om vragen te stellen en opmerkingen te plaatsen. Op basis hiervan kan de score eventueel nog worden bijgesteld. Als er tijdens de vergadering geen overeenstemming bereikt wordt over de toe te kennen score, volgt er een stemming, waarin de coördinator(en) niet meestemmen. De uiteindelijke score leidt tot een ‘positief’ (subsidie verlenen) of ‘negatief’ (subsidie afwijzen) besluit.

Het toetsingsformulier wordt definitief ingevuld met de scores en de onderbouwing van de scores en informatie over de omstandigheden van de stemming (aantal aanwezigen, verhouding publiek-privaat en bijzonderheden ten aanzien van eventuele belanghebbende LAG-leden).

Aan het eind van de vergadering wordt een lijst vastgesteld van aanvragen met een positief advies. Dit zijn de aanvragen die de minimale score hebben bereikt. Wanneer er meer subsidie wordt aangevraagd dan nog beschikbaar is op basis van het subsidieplafond, worden de aanvragen met de hoogste scores gehonoreerd. De aanvraag die niet volledig kan worden gehonoreerd op basis van het beschikbare subsidieplafond komt op een reservelijst. Ook van aanvragen met een negatief besluit wordt een lijst vastgesteld. Deze lijsten worden samen met de toetsingsformulieren besluit toegestuurd aan GS.

De aanvrager krijgt onderbouwd bericht over de uitkomst van de vergadering van de LAG en de vervolgstappen. Het verslag van de vergadering is openbaar en op te vragen bij de coödinator of te downloaden vanaf de website.

Selectiecriteria LOS Utrecht Oost score weging  
1. De mate waarin het project past en bijdraagt aan de doelstelling van de LOS binnen minimaal één van de volgende thema’s:
a. Platteland en ommestad. Om de vraag uit stedelijke gebieden en het aanbod vanuit het platteland beter op elkaar af te laten stemmen, wordt de aanvraag beoordeeld op: 1 Maximale score 30, minimaal benodigde score is 9
i. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan de afstemming van de vraag naar lokaal voedsel van de ommestad met het aanbod van het platteland; 1–5  
ii. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan de afstemming van het recreatieaanbod op het platteland op de vraag vanuit de ommestad en/of aan het zichtbaar maken van het aanbod; of 1–5  
iii. de mate waarin het initiatief bijdraagt bij aan het overbrengen van informatie over de productie van voedsel en natuur & landschap. 1–5  
b. Innovatie. Om innovatieve activiteiten, concepten en samenwerkingsvormen te ontplooien, wordt de aanvraag beoordeeld op:  
i. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan een vernieuwende vorm van zelforganisatie van boeren, burgers en bedrijven op het platteland; 1–5  
ii. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan het op vernieuwende wijze oplossen van maatschappelijke vraagstukken en het vinden van innovatieve financieringsvormen voor maatschappelijke functies; of 1–5  
iii. de mate waarin het initiatief bijdraagt aan innovatieve methoden voor het opwekken, opslaan en gebruik van duurzame energie 1–5  
2. De mate waarin het project past bij de werkwijze van LEADER, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de wijze waarop het project voldoet aan de volgende kenmerken:
a) Bottom-up waarde: Het project is een initiatief van, voor en door ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties. waarbij draagvlak, eigenaarschap en reikwijdte voor het gebied wordt beoogd. 1–5 2 Maximale score 40, minimaal benodigde score is 24
b) Vernieuwingswaarde: het project brengt vernieuwing in het gebied op gang, in de vorm van een experiment/innovatie/nieuwe doelgroep die aangesproken wordt. 1–5
c) Samenwerking: het project legt nieuwe (soorten) verbindingen tussen ondernemende inwoners, overheden, onderwijs, ondernemers en maatschappelijke organisaties. 1–5
d) Overdraagbaarheid: het project heeft een interessante aanpak en/of resultaten en de aanvrager toont bereidheid om kennis en ervaringen te delen. 1–5
3. De mate waarin het project haalbaar is (vanuit financieel en organisatorisch oogpunt), hetgeen blijkt uit een omschrijving van:
a) Het eigenaarschap en/of partnerschap: de verantwoordelijkheid, deskundigheid en organisatiestructuur van de aanvrager en betrokken partners. 1–5 1 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 9
b) De uitvoerbaarheid van het project ten aanzien van het bereiken van de beoogde resultaten, de gekozen aanpak en de benodigde randvoorwaarden. 1–5
c) De (organisatorische en financiële) risico's en de aanpak waarmee deze risico's tegemoet worden getreden 1–5
4. De mate waarin het project doelmatig en doeltreffend is, hetgeen blijkt uit een omschrijving van de wijze waarop het project voldoet aan:
a) De continuïteit: de mate waarin het voortbestaan dan wel de doorontwikkeling van de organisatie en/of projectresultaten is gewaarborgd; 1–5 1 Maximale score 15, minimaal benodigde score is 9
b) Waar voor je geld/value for money: de balans tussen de investeringen en verwachte opbrengst in brede zin; 1–5
c) Private bijdrage: de hoogte en zekerheid van de eigen bijdrage/private financiering. 1–5
Totaal Totaalscore is maximaal 100. Een project moet minimaal 51 punten scoren om voor subsidie in aanmerking te komen

Artikel 8 Bevoorschotting

De aanvrager mag maximaal 2 keer per jaar een betalingsverzoek indienen (aanvraag voorschot op basis van realisatie). Omdat de aanvrager al verplicht is, op basis van artikel 1.17 van de Verordening subsidies POP3, 1 keer per jaar een voortgangsverslag in te dienen is het aan te bevelen om dit te combineren. Een aanvraag om een voorschot voorafgaand aan de realisatie is in ieder geval niet mogelijk. Met realisatie wordt bedoeld dat de kosten ook daadwerkelijk gemaakt zijn en dit aangetoond kan worden met facturen en betaalbewijzen.