Rijksoverheid

Regelingenpocket Utrecht

Titel regeling
Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 30-05-2017, nr. 81B24426, tot openstelling van de regeling Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties uit de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit kennisoverdracht 2017 provincie Utrecht)
Uitgever
Utrecht

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 30-05-2017, nr. 81B24426, tot openstelling van de regeling Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties uit de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht (Openstellingsbesluit kennisoverdracht 2017 provincie Utrecht)

Gedeputeerde staten van Utrecht;

Gelet op de artikelen 1.3 en paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht;

Overwegende dat kennisoverdracht- en voorlichtingsacties over innovaties in de landbouw essentieel zijn voor een verdere verduurzaming en versterking van de sector;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) en het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP), zoals het behoud en het versterken van een economisch rendabele bedrijfsvoering, het versterken van de duurzaamheid en een aantrekkelijke leefomgeving, te behalen;

Overwegende dat in de afgelopen jaren veel kennis is ontwikkeld over de effecten van landbouw op het milieu, de gevolgen van klimaatverandering en het nut van verstandig omgaan met grondstoffen, maar deze kennis nog niet in de volle breedte wordt toegepast, stellen wij een subsidieregeling open met als doel deze kennis te verspreiden. De onderwerpen die we van belang achtten zijn:

  • Het beperken van bodemdaling in veenweidegebieden;

  • Verminderen van emissie nutriënten;

  • Verminderen van emissie gewasbeschermingsmiddelen;

Besluiten:

  • I.

    Open te stellen: De regeling trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties 2017 provincie Utrecht als bedoeld in paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3 2014-2020 Provincie Utrecht - verder te noemen de Verordening subsidies POP3.

  • II.

    De periode voor het indienen van aanvragen vast te stellen op 12 juni tot en met 11 augustus 2017.

  • III.

    Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 200.000 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 200.000 uit Agenda Vitaal Platteland (AVP).

  • IV.

    De volgende regels vast te stellen:

Artikel 1 Subsidiabele activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties aan een groep van landbouwondernemers die bijdragen aan een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen.

Artikel 2 Hoogte subsidie

  • 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.5 van de Verordening subsidies POP3 bedraagt de subsidie 80 % van de subsidiabele kosten en dient op het moment van de subsidieverlening de subsidie per project minimaal € 50.000,- te bedragen en maximaal € 200.000,-;

  • 2. Bijdragen van deelnemers kunnen dienen als dekking tot maximaal 20% van de subsidiabele kosten.

Artikel 3 Aanvrager

  • 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.2 van de Verordening subsidies POP3 wordt de subsidie verstrekt aan degene die de opleiding of andere vorm van kennisoverdracht of voorlichting levert waarbij:

    • a.

      de aanvrager aantoonbaar over voldoende gekwalificeerd en getraind personeel beschikt om de activiteit uit te voeren waarbij minimaal de aanvrager zelf of een medewerker bij de aanvrager in loondienst de kennisoverdrachtdiensten en voorlichtingsdiensten aan gaat bieden;

    • b.

      het onder a bedoelde personeel beschikt over een afgeronde opleiding op ten minste MBO-niveau en drie jaar relevante werkervaring, waaronder relevante werkervaring binnen drie jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag en een relevante training of opleiding genoten te hebben binnen drie jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag.

  • 2. De subsidie kan worden verstrekt aan een samenwerkingsverband waarbij ten minste één partij voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.

Artikel 4 Aanvullende stukken voor bij de aanvraag

Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.3 van de Verordening subsidies POP3 bevat de aanvraag om subsidie

  • a.

    een Curriculum Vitae van het personeel dat wordt ingezet voor de te subsidiëren activiteiten;

  • b.

    een overzicht van het begrote aantal deelnemers, de bijdrage per deelnemer en de totale bijdrage van de deelnemers.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 1. Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten:

    • a.

      personeelskosten van bij de uitvoering van de activiteit betrokkenen, voor de uren die aantoonbaar ten behoeve van het project zijn gemaakt;

    • b.

      kosten derden en reiskosten van procesbegeleiders en adviseurs;

    • c.

      materiaalkosten;

    • d.

      huur van ruimten en gebruik bijbehorende faciliteiten;

    • e.

      kosten van drukwerk, mailings en de inrichting van websites gekoppeld aan de activiteit;

    • f.

      kosten van afschrijving, huur of lease voor fysieke investeringen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een demonstratieactiviteit;

    • g.

      bijdragen in natura, bestaande uit eigen arbeid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de projectactiviteiten;

    • h.

      niet verrekenbare of niet compensabele BTW;

    • i.

      voorbereidingskosten.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.13 van de Verordening subsidies POP3 zijn de navolgende kosten niet subsidiabel:

    • a.

      kosten voor de ontwikkeling van nieuwe kennis;

    • b.

      kosten voor cursussen of stages die deel uitmaken van normale programma’s of leergangen van het reguliere onderwijs;

    • c.

      inbreng van eigen uren door landbouwers om aan de kennisoverdrachtsactiviteit deel te nemen.

Artikel 6 Selectiecriteria

  • 1. Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1:15 en artikel 2.1.7 van de Verordening worden de volgende criteria toegepast voor de onder artikel 1 bedoelde subsidiabele activiteiten:

    • a.

      Mate van de effectiviteit van de activiteit, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:

      • i.

        de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het doel van de openstelling:

      • ii.

        Het bereik van de activiteit;

      • iii.

        de mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd:

    • b.

      Mate van innovativiteit, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:

      • i.

        de aard van de innovatieve kennis;

      • ii.

        het vernieuwende karakter van de innovatieve kennis;

    • c.

      Mate van kosteneffectiviteit, hetgeen wordt bepaald door de totaal aangevraagde subsidiabele kosten te relateren aan het effect op of de mate waarin de doelstelling(en) zoals beschreven in de openstelling worden behaald.

    • d.

      Haalbaarheid; de mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:

      • i.

        de kwaliteit van de aanbieder van de kennis.

      • ii.

        de kwaliteit van het projectplan.

      • iii.

        Mate waarin uit het projectplan blijkt dat deelnemers uitgedaagd worden om de geleerde kennis daadwerkelijk in de praktijk toe te gaan en blijven passen .

  • 2. De beoordeling van de selectiecriteria vindt als volgt plaats:

    • a.

      Het aantal punten voor de mate van effectiviteit wordt als volgt bepaald:

      • i.

        1 punt: de effectiviteit is gelet op genoemde aspecten matig.

      • ii.

        2 punten: de effectiviteit is gelet op genoemde aspecten voldoende.

      • iii.

        3 punten: de effectiviteit is gelet op genoemde aspecten goed.

      • iv.

        4 punten: de effectiviteit is gelet op genoemde aspecten zeer goed.

    • b.

      Het aantal punten voor de mate van innovativiteit wordt als volgt bepaald:

      • i.

        1 punt: de mate van innovativiteit is gelet op genoemde aspecten matig.

      • ii.

        2 punten: de mate van innovativiteit is gelet op genoemde aspecten voldoende.

      • iii.

        3 punten: de mate van innovativiteit is gelet op genoemde aspecten goed.

      • iv.

        4 punten: de mate van innovativiteit is gelet op genoemde aspecten zeer goed.

    • c.

      Het aantal punten voor de mate van kosteneffectiviteit wordt als volgt bepaald:

      • i.

        1 punt: de totale subsidiabele kosten zijn zeer hoog ten opzichte van het effect op de doelstelling(en) van de openstelling.

      • ii.

        2 punten: de totale subsidiabele kosten zijn hoog ten opzichte van het effect op de doelstelling(en) van de openstelling.

      • iii.

        3 punten: de totale subsidiabele kosten zijn redelijk ten opzichte van het effect op de doelstelling(en) van de openstelling.

      • iv.

        4 punten: de totale subsidiabele kosten zijn zeer redelijk ten opzichte van het effect op de doelstelling(en) van de openstelling.

    • d.

      Het aantal punten voor haalbaarheid wordt als volgt bepaald:

      • i.

        1 punt: de haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten matig.

      • ii.

        2 punten: de haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten voldoende.

      • iii.

        3 punten: de haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten goed.

      • iv.

        4 punten: de haalbaarheid is gelet op genoemde aspecten zeer goed.

Artikel 7 Puntensystematiek

  • 1. Na sluiting van de indieningstermijn worden alle tijdig ontvangen aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld als bedoeld in artikel 1.14 van de Verordening subsidies POP3. Op basis van de onder artikel 6 bepaalde selectiecriteria worden deze in rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis deze methodiek.

  • 2. Het toekennen van punten op basis van de in artikel 6 bedoelde selectiecriteria vindt als volgt plaats:

      Selectiecriterium Weging Te behalen punten Maximum per criterium
    a. Mate van effectiviteit 3 1 - 4 12
    b. Innovativiteit 1 1 - 4 4
    c. Kosteneffectiviteit 2 1 - 4 8
    d. Haalbaarheid 2 1 - 4 8
  • 3. Het maximum aantal punten is 32

  • 4. Indien een aanvraag minder dan 18 punten behaalt, wordt de aanvraag niet gehonoreerd.

  • 5. Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd.

  • 6. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

  • 7. Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

  • 8. Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.

  • 9. Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt de subsidie verleend voor de aanvraag om subsidie met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.

  • 10. Indien de aanvragen als bedoeld in het zesde lid een gelijk aantal punten hebben behaald op alle criteria bedoeld in het eerste lid, wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting.

Artikel 8 Verplichtingen aanvrager

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.17 van de Verordening subsidies POP3 bevat het voortgangsverslag het aantal deelnemers, het aantal gegeven workshops, trainingen, het aantal contacturen tijdens een coaching of het aantal demonstraties.

Artikel 9 Publicatie en inwerkingtreding

Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit kennisoverdracht 2017 provincie Utrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 30 mei 2017.

Gedeputeerde staten van Utrecht Voorzitter
Secretaris

Toelichting

Inleiding

Uit de sterkte en- zwakteanalyse van het Nederlandse Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) blijkt dat de Nederlandse agrosector – het geheel van toelevering, verwerking en distributie van agrarische goederen – zich heeft ontwikkeld tot een speler van wereldformaat, getuige de sterke exportpositie. Deze exportpositie kon mede ontstaan door sterk geïntegreerde agrarische ketens, een goed samenspel tussen onderwijs, onderzoek en voorlichting én een intensieve productiewijze. De keerzijde is dat dit gepaard gaat met een verlies aan biodiversiteit, een toenemende druk op het milieu en een groeiende schaarste aan natuurlijke hulpbronnen. De grootschalige en intensieve productiewijze van de Nederlandse landbouw leidt tot ongewenste externe effecten voor milieu, landschap en samenleving. Sinds de jaren negentig is duidelijk sprake van een verlaging van de milieudruk. Toch zal het halen van verschillende milieudoelstellingen de komende jaren vragen om vele inspanningen.

De strategie van POP3 richt zich daarom op een realistische, ambitieuze groene groeistrategie. Deze strategie combineert het streven naar economische groei en versterking van de concurrentiepositie met het verbeteren van het milieu. Kennisoverdracht en innovatie zijn hierbij essentieel en tevens een prioriteit vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie, waar het POP3 onderdeel van uit maakt.

De regeling1 voor de POP3 maatregelTrainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties draagt hier aan bij. De maatregel richt zich op kennisoverdracht aan grote groepen (c.q. het peloton) van ondernemers in de agrosector met als doel toepassing van gevalideerde kennis en innovaties in de praktijk. Deze maatregel positioneert zich vooral aan het eind van de innovatiecyclus waar innovaties op grote schaal in de praktijk worden geïmplementeerd. Ondersteuning van voorlichting en andere kennisoverdrachtacties is nodig omdat reeds ontwikkelde (veelal technische) innovaties vaak moeilijk voorbij de eindfase van de innovatiecyclus komen. Zonder deze maatregel blijft de grootschalige implementatie van de noodzakelijke innovaties uit of wordt deze vertraagd. De focus bij deze openstelling ligt op het sluiten van de kringlopen op bedrijfsniveau. Projecten die een hoger gehalte aan innovatieve kennis verspreiden, krijgen een hogere ranking.

Het provinciaal meerjarenprogramma voor het landelijk gebied, Agenda Vitaal Platteland (AVP)2 en POP3 sluiten goed op elkaar aan. De landbouw is één van de sectoren waar AVP zich op richt. Het strategische doel van AVP is het behoud en het versterken van een economisch rendabele bedrijfsvoering, schaalvergroting afgestemd op de kwaliteit van het landschap, het versterken van de duurzaamheid en een aantrekkelijke leefomgeving en het versterken van de relatie tussen platteland en stad. Dit doel komt voort uit onze landbouwvisie.

Hiertoe zijn we op zoek naar projecten waarbij innovatieve maatregelen leiden tot een verbeterde kringloop van mineralen en gewasbeschermingsmiddelen op bedrijfsniveau. De activiteiten binnen het project kunnen bestaan uit trainingsprogramma’s met workshops of individuele coachingstrajecten van ondernemers waarin ook maatwerkadviezen worden geboden. Ook demonstratie activiteiten op het boerenerf behoren tot de mogelijkheid om invulling te geven aan kennisdeling. Een combinatie van deze activiteiten binnen één projectaanvraag behoort ook tot de mogelijkheden.

We willen de milieubelasting vanuit de landbouw verminderen en werken aan een duurzaam bodem- en watersysteem. Daarnaast stellen we ons tot doel om de kennis te verspreiden over maatregelen die bijdragen aan klimaatdoelen, biodiversiteit en omgevingskwaliteit.

Voor deze openstelling beperken we ons daarom tot het volgende thema uit artikel 2.1.1 van de Verordening subsidies POP3:

  • a.

    Een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;

De bodem is essentieel om op de langere termijn vruchtbaarheid te garanderen en speelt ook een rol bij het vasthouden van water en bij de emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen richting oppervlakte en grondwater. Een duurzaam bodembeheer draagt ook bij aan vermindering van broeikasgassen zoals CO2 en lachgas. Het sluiten van de kringloop op bedrijfsniveau is essentieel. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan efficiëntere beweiding of bemesting die leidt tot het verminderen van de mineralenbelasting op het oppervlaktewater. Het sluiten van de kringloop leidt tot productie met minder verliezen die het milieu belasten. Dit leidt tot vermindering van emissies van ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen en voor de specifieke situatie in de veenweiden met bodemdaling een vermindering van de veenmineralisatie.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Subsidiabele activiteiten

Het soort activiteit (Training, workshop, ondernemerscoaching en demonstratieactiviteit) is er op gericht om voorlichting dan wel een opleidingen te verstrekken aan landbouwondernemers rond het centrale thema kringlooplandbouw. Het kan ook gaan om onderlinge kennisoverdracht waarbij de zogenoemde koplopers kennis en ervaringen delen met andere ondernemers.

Artikel 2 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 200.000. Het minimum subsidiebedrag is € 50.000,- aan subsidiabele kosten. Dit kan betekenen dat een subsidieaanvraag voor een bedrag van € 50.000 toch kan worden geweigerd als na de beoordeling een deel van de kosten niet subsidiabel blijken te zijn.

Deelnemers aan de trainingen, workshops, coaching en demonstraties mogen bijdragen aan de kosten van het project tot maximaal 20% van de subsidiabele kosten. U dient dit inzichtelijk te maken bij de subsidieaanvraag.

Hiermee wordt voorkomen dat de financiële bijdrage van de deelnemers tot netto-inkomsten voor de aanvrager leidt en niet slechts als dekking voor de eigen bijdrage van 20% door de aanvrager.

In geval er bij verlening meer bijdragen van deelnemers worden verwacht dan nodig om het financiële gat te dichten, wordt het surplus in mindering gebracht op de te verlenen subsidie.

Indien er bij vaststelling meer bijdragen van deelnemers worden ontvangen, dan bij de verlening rekening mee is gehouden, wordt het bedrag aan extra inkomsten in mindering gebracht op de subsidie, er van uitgaande dat er geen financieel gat is.

Artikel 3 Aanvrager

De aanvrager moet gespecialiseerd zijn in het aanbieden van kennis of het organiseren van projectgestuurde kennis- en voorlichtingsacties. Als minimale eis wordt van de aanvrager verwacht dat het personeel beschikt over een relevante opleiding op MBO-niveau, relevante werkervaring van drie jaar en dat deze ervaring binnen een periode van drie jaar voorafgaand aan de datum van deze aanvraag is toegepast. De ervaring en opleiding mag kennisgerelateerd zijn (kringlooplandbouw) of bestaan uit afgeronde opleidingen, competenties en ervaringen met het organiseren en aanbieden van kennis- en voorlichtingsacties binnen de doelgroep (landbouwondernemers).

Het personeel wordt ook geacht zich regelmatig bij te scholen. Hiervoor geld als eis dat er relevante trainingen of opleidingen binnen een periode van drie jaar voorafgaand aan de datum van deze aanvraag is genoten.

De aanvraag mag door een samenwerkingsverband worden ingediend. Hiervoor gelden wel dezelfde eisen in verband met opleidingsniveau en ervaring. Als er sprake is van een samenwerkingsverband dan geldt dat ten minste één van de aanvragers gespecialiseerd is in het aanbieden van kennis of het organiseren van projectgestuurde kennis- en voorlichtingsacties.

Artikel 4 Aanvullende stukken voor bij de aanvraag

Aanvragers dienen ook de volgende stukken bij de aanvraag toe te voegen:

Curriculae Vitae

De meegestuurde CV’s dienen om te onderbouwen of de aanvrager voldoet aan de minimum eisen voor deze regeling.

Berekening deelnemersbijdrage

Indien een prijs moet worden betaald om de kennisoverdrachtsactiviteit te kunnen bezoeken of aan de kennisoverdrachtsactiviteit deel te nemen, dient hiervan melding te worden gemaakt in de subsidieaanvraag

Artikel 5 Subsidiabele kosten

Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten:

personeelskosten van bij de uitvoering van de activiteit betrokkenen, voor de uren die aantoonbaar ten behoeve van het project zijn gemaakt;

De aanvrager kan loonkosten verantwoorden op basis van aan het project bestede uren te vermenigvuldigen met een volgens één van de volgende methodieken berekend tarief:

  • -

    een per medewerker bepaald individueel uurtarief, berekend op basis van bruto jaarloon, vermeerderd met een opslag van 43,5% voor werkgeverslasten, waarna over dat bedrag 15% aan overheadkosten wordt berekend en dat bedrag vervolgens door 1.720 uur op basis van een 40-urige werkweek wordt gedeeld;

  • -

    een door de minister goedgekeurde integrale kostensystematiek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies;

  • -

    indien er sprake is van een parttime dienstverband, worden de personeelskosten per uur naar rato berekend

  • -

    personeelskosten zijn subsidiabel tot maximaal 1.720 uur per persoon per jaar en door de minister goedgekeurde integrale kostensystematiek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies;

kosten derden en reiskosten van procesbegeleiders en adviseurs;

Dit zijn de kosten van externe adviseurs die ingehuurd worden door de aanvrager voor het aanbieden van kennis of het organiseren van projectgestuurde kennis- en voorlichtingsacties. In het geval de aanvraag door een samenwerkingsverband wordt ingediend mogen deelnemers van het samenwerkingsverband elkaar niet inhuren.

materiaalkosten;

Dit zijn kosten voor materiaal dat nodig is bij de uitvoering van de kennisoverdracht, zoals schrijfmateriaal

huur van ruimten en gebruik bijbehorende faciliteiten;

Deze kosten zijn uitsluitend bedoeld tijdens de projectactiviteiten (training of workshop). Huur van eigen kantoorruimte van het personeel valt hier niet onder.

kosten van drukwerk, mailings en de inrichting van websites gekoppeld aan de activiteit.

Deze kosten kunnen zowel door eigen personeel als door externe bureau’s worden gemaakt.

kosten van afschrijving, huur of lease voor fysieke investeringen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een demonstratieactiviteit.

De aanvrager kan eigen bedrijfsmiddelen inzetten of bedrijfsmiddelen (o.a. machines) huren of leasen om de uitvoering van de demonstratieactiviteit mogelijk te maken. De voorwaarde is dat deze kosten aantoonbaar toe te rekenen zijn aan de demonstratieactiviteit tijdens de projectperiode. Het moet dan gaan om de bedrijfsmiddelen die ook daadwerkelijk gedemonstreerd worden. Afschrijvingskosten van de stal of ruimte waar een demonstratie gegeven wordt hoort hier niet bij.

Eigen arbeid

Dit zijn de kosten van eigen arbeid van de aanvrager. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een ondernemer (kenniswerker) zelf de activiteiten uitvoert en geen personeel in loondienst heeft. Het is ook van toepassing op arbeid die door andere deelnemende partijen wordt geleverd in het geval van een aanvraag door een samenwerkingsverband. Voor ieder in te zetten arbeidskracht (kenniswerker) gelden de minimale vereisten zoals bedoeld in artikel 4 van dit besluit.

Bijdragen in natura kunnen uitsluitend uit eigen arbeid bestaan voor diensten waarvoor geen door facturen of documenten met gelijkwaardige bewijskracht gestaafde contante betalingen zijn verricht. Bijdragen in natura zijn subsidiabel:

  • -

    voor zover de te verlenen subsidie niet meer bedraagt dan de totale subsidiabele kosten in het project exclusief de bijdragen in natura;

  • -

    de bijdrage is slechts subsidiabel indien de werkelijke arbeidstijd voor de uitvoering van de activiteit gecontroleerd kan worden.

  • -

    De waarde van onbetaalde eigen arbeid wordt gewaardeerd op € 35,– per uur. Deze bedragen worden niet uitgekeerd, maar gelden als eigen bijdrage in de financiering van het project.

niet verrekenbare of niet compensabele BTW

BTW die vanuit een fonds van gemeente of provincie aan de aanvrager kan worden gecompenseerd is niet subsidiabel. Ook BTW die als voorbelasting kan worden afgetrokken bij de belastingdienst of die via een regeling van de belastingdienst geen last vormt voor de aanvrager, is niet subsidiabel.

voorbereidingskosten

Voorbereidingskosten zijn kosten die gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend. Het gaat uitsluitend om de eigen arbeid, personeelskosten of kosten derden voor architecten, ingenieurs, adviseurs, haalbaarheidsstudies en kosten voor adviezen over duurzaamheid die aantoonbaar gemaakt zijn om te komen tot een projectplan.

Artikel 6 en 7 Selectiecriteria en puntensystematiek

Voor het bepalen van de rangorde van projecten zijn vier selectiecriteria benoemd. Het project met het meest aantal punten krijgt de hoogste ranking. Toetsing vindt plaats door een onafhankelijk toetsingscommissie. Aan elk selectiecriterium worden maximaal 4 punten toegekend. T.o.v. elkaar vindt een weging van selectiecriteria plaats. In totaal zijn 32 punten te behalen. De plaats in de rangorde wordt bepaald door het aantal punten dat door de adviescommissie aan het project is toekend. Voor elk project geldt dat een minimum aantal punten dient te worden behaald om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen (55% van 32 punten = minimaal 18 punten). Het doel van deze systematiek is om alle projecten onderling te vergelijken en de beste projecten uit het totaalaanbod te selecteren

  • 1.

    Mate van de effectiviteit van de activiteit (maximaal 4 punten, de weging is 3, totaal te behalen punten is 12)

    De effectiviteit wordt beoordeeld door in samenhang naar de volgende aspecten te kijken:

    • i.

      de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het doel van de openstelling:

    • ii.

      Het doel van deze openstelling zijn om vermijdbare verliezen naar oppervlakte water en atmosfeer zoveel mogelijk te vermijden. Dit heeft kan gaan over nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen in de kringloop op bedrijfsniveau, maar ook over het op peil houden van organische stof en terugdringen van oxidatie van veen.

    • iii.

      Het bereik van de activiteit;

      Bij bereik gaat het om de omvang van de beoogde doelgroep die potentieel kan mee doen en welke acties ondernomen worden om deze groep te laten mee doen. Dit kan via mond-op-mond, e-mail, facebook, vakbladen etc.

    • iv.

      de mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd:

      Onder borging verstaan we dat trainingen en demonstraties die zich bewezen hebben niet wegzakken maar standaard worden bij deelnemers. Dit kan door evaluatie en gesprekken met deelnemers

  • 2.

    Mate van innovativiteit, hetgeen blijkt uit de toepassing van nieuwe kennis op landbouwbedrijven (max 4 punten, weging 1, totaal te behalen punten is 4)

    Bij innovatie gaat het om vernieuwende producten en diensten die in potentie tot een betere en effectievere manier van landbouw bedrijven leiden. Wanneer deze producten en diensten bewezen effectief zijn en breder wordt toegepast noemen we ze minder innovatief.

  • 3.

    Kosteneffectiviteit, hetgeen blijkt uit de kosten ten opzichte van het bereikte effect op de doelstelling (max 4 punten weging 2, totaal te behalen punten is 8)

    De subsidiabele kosten ten opzichte van het effect op de doelstelling van de openstelling moet worden onderbouwd. Een norm per deelnemer is moeilijk te geven omdat deze samenhangen met het type activiteit (workshop, training, coaching en demonstratie). De motivatie van de kosten in de beschrijving van de ingezette middelen t.o.v. het bereikte effect is bepalend voor de score op dit selectiecriterium. Projecten die een hoog effect hebben voor de ingezette middelen scoren hoger.

  • 4.

    Haalbaarheid; de mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt. (max 4 punten, weging 2, totaal te behalen punten is 8)

    • i.

      de kwaliteit van de aanbieder van de kennis:

      Onder de kwaliteit van de aanbieder wordt hier verstaan het curriculum vitae van de aanbieder, die bestaat uit opleiding en ervaring met name met soortgelijke projecten. Als minimale eis wordt van de aanvrager verwacht dat het beschikt over een relevante opleiding op MBO-niveau, relevante werkervaring van 3 jaar en dat deze ervaring binnen een periode van 3 jaar voorafgaand aan de datum van deze aanvraag is toegepast (zie artikel 3).

    • ii.

      de kwaliteit van het projectplan:

      De kwaliteit van een projectplan wordt bepaald door een heldere beschrijving van het probleem, en motivatie van de aanpak van activiteiten. Daarnaast bevat een projectplan een heldere omschrijving van de beheersmatige aspecten zoals tijdsplanning, kosten, menskracht, organisatie, en risico’s.

    • iii.

      Mate waarin uit het projectplan blijkt dat deelnemers uitgedaagd worden om de geleerde kennis daadwerkelijk in de praktijk toe te gaan en blijven passen.

Onderbouwing weging selectiecriteria

  Selectiecriterium Weging Te behalen punten Maximum per criterium
a. Mate van effectiviteit 3 1 - 4 12
b. Innovativiteit 1 1 - 4 4
c. Kosteneffectiviteit 2 1 - 4 8
d. Haalbaarheid 2 1 - 4 8

In totaal kunnen 32 punten worden behaald. Bij minder dan 18 punten wordt het projectvoorstel afgewezen. Het selectiecriterium effectiviteit telt het meest zwaar mee omdat de provincie het grootste belang hecht aan het uiteindelijk effect op provinciale doelen. Er is voor gekozen om de mate van innovativiteit in deze openstelling een minder zwaar gewicht te geven omdat minder bewezen praktijkkennis mogelijk minder effectief zijn.

Artikel 8 Bevoorschotting

De aanvrager mag maximaal 1 keer per jaar een betalingsverzoek indienen (aanvraag voorschot op basis van realisatie). Omdat de aanvrager al verplicht is, op basis van artikel 1.17 van de Verordening subsidies POP3, 1 keer per jaar een voortgangsverslag in te dienen, is het aan te bevelen om dit te combineren. Een aanvraag om een voorschot voorafgaand aan de realisatie is in ieder geval niet mogelijk. Met realisatie wordt bedoeld dat de kosten ook daadwerkelijk gemaakt zijn en dit aangetoond kan worden met facturen en betaalbewijzen.

Aanvraagprocedure

Onverminderd het gestelde onder artikel 1.7 van de Verordening subsidies POP3 geldt dat:

  • -

    aanvragen kunnen worden ingediend via een digitaal loket bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.NL). De link is terug te vinden in de samenvatting van deze regeling via https://www.provincie-utrecht.nl/loket/subsidie/;

  • -

    Aanvragen worden ingediend met gebruikmaking van een volledig ingevuld format projectplan, vergezeld van de van toepassing zijnde bijlagen. Hiervoor dienen door de provincie Utrecht verstrekte vaste formats te worden gebruikt.

U kunt tot en met vrijdag 28 juli 2017 vragen stellen over de openstelling via het e-mailadres subsidies@provincie-utrecht.nl. De antwoorden op de geanonimiseerde vragen zijn uiterlijk op vrijdag 4 augustus 2017 beschikbaar via de website van de provincie Utrecht.

Aanvragen worden eerst beoordeeld op ontvankelijkheid en vervolgens voorgelegd aan een onafhankelijke adviescommissie van deskundigen. De aanvragen worden door de adviescommissie gerangschikt op basis van de scores. Op basis van dit advies neemt het college van Gedeputeerde Staten een besluit. Alle aanvragers ontvangen binnen 22 weken na sluiting van de openstellingsperiode een beschikkingsbrief.


Noot
1

Paragraaf 1 van hoofdstuk 2 van de Verordening subsidies POP3. Zie: https://www.provincie-utrecht.nl/loket/regelgeving-0/regeling/1130/verordening_subsidies_pop3/#regeling

Noot
2

AVP is op 7 december 2015 door provinciale staten van Utrecht vastgesteld. Voor meer informatie over AVP zie: https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/agenda-vitaal/