Rijksoverheid

Wettenpocket Arbeidsveiligheidswet BES

Titel regeling
Arbeidsveiligheidsbesluit IV Caribisch Nederland
Type
AMvB
Wetsfamilie
Arbeidsveiligheidsbesluit IV Caribisch Nederland; Arbeidsveiligheidswet BES
Geldend vanaf
1-7-2019
Geselecteerde elementen
Volledig
Besluit van 6 mei 2019 tot vaststelling van het Arbeidsveiligheidsbesluit IV Caribisch Nederland

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 maart 2019, nr. 2019-0000039146;
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, en 4b, van de Arbeidsveiligheidswet BES;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 april 2019, No. W12.19.0076/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 april 2019, nr. 2019-0000055124;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. arts: een arts, die in het bezit is van een bewijs van geschiktheid als duikerarts;

  • b. asbest: stoffen die een of meer van de volgende vezelachtige silicaten bevatten:

    • 1°. actinoliet (Cas-nummer 77536-66-4);

    • 2°. amosiet (Cas-nummer 12172-73-5);

    • 3°. anthofylliet (Cas-nummer 77536-67-5);

    • 4°. chrysotiel (Cas-nummer 12001-29-5);

    • 5°. tremoliet (Cas-nummer 77536-68-6);

    • 6°. crocidoliet (CAS-nummer 12001-28-4);

  • c. asbesthoudend product: product dat een of meer van de onder b genoemde vezelachtige silicaten bevat;

  • d. asbestvezel: een asbestdeeltje dat langer is dan 5 micrometer, een breedte heeft van minder dan 3 micrometer en een lengte/breedteverhouding van meer dan 3/1;

  • e. duikarbeid: het verrichten van arbeid in een vloeistof of in een droge duikklok met inbegrip van het verblijf in die vloeistof of in die droge duikklok, waarbij voor de ademhaling gebruik wordt gemaakt van een gas onder een hogere druk dan de atmosferische druk;

  • f. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • g. toezichthouder: de ambtenaar, aangewezen op grond van artikel 2, vijfde lid, van de wet;

  • h. werkgever: het hoofd of de bestuurder van een onderneming of inrichting;

  • i. wet: de Arbeidsveiligheidswet BES.

Hoofdstuk 2. Asbest en een asbesthoudend product

Artikel 2.1. Preventieve maatregelen

Bij het verrichten van arbeid waarbij risico’s bestaan op blootstelling aan asbest of een asbesthoudend product treft de werkgever de volgende beschermingsmaatregelen:

  • a. de werkmethoden zijn zo ingericht dat er geen asbestvezels vrijkomen of, als dat technisch niet mogelijk is, dat geen asbestvezel in de lucht vrijkomt;

  • b. gebouwen, installaties en uitrustingen die dienen voor het toepassen of bewerken van asbest of een asbesthoudend product worden doeltreffend en regelmatig gereinigd en onderhouden;

  • c. asbest, een asbesthoudend product en een product waaruit asbestvezels vrijkomen worden opgeborgen en vervoerd in een daartoe geschikte en gesloten verpakking.

Artikel 2.2. Voorlichting en deskundigheid

  • 1. De werkgever draagt ervoor zorg dat de arbeiders die arbeid verrichten waarbij risico’s bestaan op blootstelling aan asbest over adequate deskundigheid beschikken om de arbeid veilig en gezond te verrichten.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.

Artikel 2.3. Inventarisatie

Voorafgaande aan de arbeid waarbij risico’s bestaan op blootstelling aan asbest of een asbesthoudend product draagt de werkgever zorg voor een inventarisatie van de werkzaamheden waarbij mogelijk asbest of asbestvezels vrijkomen en de plaatsen waar deze werkzaamheden worden verricht.

Artikel 2.4. Werkplan en voorafgaande melding van werkzaamheden

  • 1. Voordat wordt begonnen met de arbeid, stelt de werkgever op basis van de inventarisatie, bedoeld in artikel 2.3, een schriftelijk werkplan op dat de uit te voeren werkzaamheden met asbest of een asbesthoudend product beschrijft alsmede op basis van welke deskundigheid het werkplan is opgesteld en dat doeltreffende maatregelen bevat ter voorkoming van bedrijfsongevallen en beroepsziekten.

  • 2. Uiterlijk twee weken voorafgaand aan arbeid met asbest of een asbesthoudend product meldt de werkgever zijn voornemen deze arbeid te laten verrichten aan de toezichthouder, waarbij hij het werkplan bijvoegt.

Artikel 2.5. Verslag

De werkgever maakt na afloop van de werkzaamheden een verslag over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de arbeid met asbest of een asbesthoudend product en houdt dit verslag gedurende ten minste twee jaren beschikbaar voor de toezichthouder.

Hoofdstuk 3. Duikarbeid

Artikel 3.1. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

  • 1. De werkgever draagt ervoor zorg dat de arbeider die duikarbeid verricht voor aanvang van zijn duikwerkzaamheden en vervolgens elke 12 maanden op zijn arbeidsgezondheid wordt onderzocht door een arts.

  • 2. De arbeider ondergaat het onderzoek. Zo lang hij, na aanbod daartoe, nalaat binnen de termijn, bedoeld in het eerste of derde lid, het onderzoek te ondergaan, verricht hij geen duikarbeid.

  • 3. In het geval dat de arbeider voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit al duikarbeid verrichtte, wordt het onderzoek binnen 12 maanden na inwerkingtreding van dit besluit gehouden.

  • 4. Een arbeider verricht alleen duikarbeid, als uit het arbeidsgezondheidskundig onderzoek blijkt, dat het verrichten van die duikarbeid op medische gronden toelaatbaar is. Als uit het arbeidsgezondheidskundig onderzoek naar voren komt dat het verrichten van duikarbeid onder de daarin aangegeven beperkende voorschriften toelaatbaar is, worden deze voorschriften in acht genomen.

  • 5. Op verzoek van de werkgever of de onderzochte arbeider wordt het arbeidsgezondheidskundig onderzoek één maal opnieuw uitgevoerd door een andere arts. Het resultaat van het hernieuwde onderzoek treedt in de plaats van het daaraan voorafgaande.

Artikel 3.2. Geschiktheid

Duikarbeid wordt verricht door een arbeider, die in een zodanige lichamelijke en geestelijke toestand verkeert, dat hij in staat is de gevaren, die zijn verbonden aan de door hem te verrichten arbeid, te onderkennen en zo mogelijk te voorkomen of te beperken. De arbeider die duikarbeid verricht beschikt over de vaardigheden en de bevoegdheden van ter zake ervaren duikorganisaties en verricht zijn arbeid overeenkomstig de stand van de wetenschap en de professionele dienstverlening.

Artikel 3.3. Eerste-hulpuitrusting

De werkgever draagt zorg voor een adequate eerste-hulpuitrusting nabij de plaats waar de arbeider duikarbeid verricht.

Artikel 3.4. Onderhoud

De werkgever onderhoudt systematisch alle arbeidsmiddelen die bij duikarbeid worden gebruikt zodanig dat geen gevaarlijke of een voor de gezondheid bedreigende situatie ontstaat.

Hoofdstuk 4. Fysieke belasting

Artikel 4.1. Begrip fysieke belasting

  • 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder richtlijn: Richtlijn nr. 90/269/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 mei 1990 betreffende de minimum veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voor het handmatig hanteren van lasten met gevaar voor met name rugletsel voor de werknemers (PbEG 1990, L 156).

  • 2. Onder fysieke belasting wordt verstaan de door een arbeider in verband met de arbeid in te nemen werkhouding, uit te voeren bewegingen of uit te oefenen krachten, onder meer bestaande uit het tillen, neerzetten, duwen, trekken, dragen of op een andere wijze verplaatsen of ondersteunen van een of meer lasten.

  • 3. Met betrekking tot fysieke belasting worden de bijlagen I en II bij de richtlijn in acht genomen.

Artikel 4.2. Voorkomen bedrijfsongevallen of beroepsziekten

De arbeid wordt door de werkgever zodanig georganiseerd, de arbeidsplaats wordt zodanig ingericht, een zodanige productie- en werkmethode wordt toegepast en zodanige hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt, dat de fysieke belasting geen gevaren met zich kan brengen voor de veiligheid en de gezondheid van de arbeider en redelijkerwijs niet kan leiden tot bedrijfsongevallen of beroepsziekten.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Arbeidsveiligheidsbesluit IV Caribisch Nederland.

Artikel 5.2. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2019.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 6 mei 2019

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

T. van Ark