Rijksoverheid

Wettenpocket Wet publieke gezondheid

Titel regeling
Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19; Wet publieke gezondheid
Geldend vanaf
9-2-2021
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 22 januari 2021, nr. 3192465, tot instelling van een landelijke avondklok ter bestrijding van de epidemie van covid-19 (Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19)

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 8, eerste en derde lid, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag;

Besluit:

Artikel 1

Het is verboden tussen 21.00 uur en 04.30 uur te vertoeven in de openlucht op het grondgebied van het Europese deel van Nederland.

Artikel 2

Artikel 1 geldt niet voor degene die in de openlucht vertoeft:

  • a. in een gedeelte van zijn woning;

  • b. op een bij zijn woning behorend erf;

  • c. in het woongedeelte van zijn voertuig of vaartuig.

Artikel 3

  • 1. Artikel 1 geldt, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn kennelijke functie, niet voor:

    • a. een politieambtenaar, opsporingsambtenaar, brandweermedewerker of ambulancemedewerker;

    • b. degene die openbaar vervoer of taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000, vervoer per luchtvaartuig als bedoeld in artikel 16 van de Luchtvaartwet of personenvervoer per veerboot of passagiersschip verzorgt;

    • c. degene die internationaal vervoer van goederen over de weg, het spoor of het water verzorgt.

  • 2. Artikel 1 geldt niet voor degene die in de openlucht vertoeft vanwege:

    • a. een noodsituatie;

    • b. een reis vanuit het buitenland of het Caribisch deel van Nederland;

    • c. de omstandigheid dat hij dak- of thuisloos is en geen gebruikmaakt van de beschikbare maatschappelijke opvang;

    • d. het individueel uitlaten van een aangelijnde hond;

    • e. een verplaatsing onder begeleiding als rechtens van zijn vrijheid beroofde.

Artikel 4

Artikel 1 geldt niet:

  • a. voor degene die in de openlucht vertoeft vanwege noodzakelijke beroepsmatige werkzaamheden anders dan als bedoeld in artikel 3, eerste lid, en die een naar waarheid ingevulde werkgeversverklaring overlegt waaruit het dienstverband blijkt en de daarmee samenhangende noodzaak voor het vertoeven in de openlucht, alsmede de verklaring, bedoeld onder b;

  • b. voor degene die in de openlucht vertoeft en die een gedagtekende naar waarheid ingevulde eigen verklaring overlegt, waaruit de kennelijke noodzaak blijkt op die tijd op die plek te vertoeven vanwege:

    • 1°. werk;

    • 2°. medische hulp aan zichzelf of een dier;

    • 3°. hulpverlening aan een hulpbehoevende persoon;

    • 4°. een reis naar het buitenland of het Caribische deel van Nederland;

    • 5°. het aanwezig zijn bij een uitvaart als bedoeld in artikel 1.1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19;

    • 6°. het als direct betrokkene aanwezig zijn bij een bijeenkomst die plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van een rechterlijk ambtenaar of waar hij wordt gehoord in verband met een bezwaarschrift of administratief beroep;

    • 7°. het aanwezig zijn bij een liveprogramma;

    • 8°. het afleggen van een door een onderwijsinstellingen gepland examen of tentamen in het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs.

Artikel 5

  • 1. De formulieren van de werkgeversverklaring, bedoeld in artikel 4, onder a, respectievelijk de eigen verklaring, bedoeld in artikel 4, onder b, zijn opgenomen als bijlage 1 respectievelijk bijlage 2 bij deze regeling. De formulieren worden door de overheid elektronisch en op papier beschikbaar gesteld.

  • 2. Indien werkzaamheden als bedoeld in artikel 4, onder a, niet in loondienst maar door een zelfstandige of door een persoon die geen werkgever heeft worden verricht, wordt de werkgeversverklaring door de zelfstandige of door die persoon ingevuld en geldt die verklaring als de werkgeversverklaring, bedoeld in artikel 4, onder a.

  • 3. Een reis als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, en een reis als bedoeld in artikel 4, onder b, onder 4°, gelden slechts als uitzonderingsgrond, indien reisbescheiden of andere bescheiden worden overgelegd waaruit die reis blijkt en voorts de noodzaak op die tijd op die plek te vertoeven.

  • 4. De aanwezigheid bij een liveprogramma, bedoeld in artikel 4, onder b, onder 7°, geldt slechts als uitzonderingsgrond als een uitnodiging daartoe wordt overgelegd van de omroep die dit programma uitzendt.

  • 5. Het afleggen van een examen of tentamen, bedoeld in artikel 4, onder b, onder 8°, geldt slechts als uitzonderingsgrond, indien een bescheid wordt overgelegd waaruit dat examen of tentamen blijkt en voorts de noodzaak op die tijd op die plek te vertoeven.

Artikel 6

Het Besluit van 25 november 1953, houdende regelen ter uitvoering van artikel 13, vierde lid, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Stb. 1953, 555) wordt buiten werking gesteld.

Artikel 7

Deze regeling wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 8

  • 1. Artikel 1 geldt met ingang van 23 januari 2021 om 21.00 uur.

  • 2. Deze regeling vervalt op 3 maart 2021 om 04.30 uur.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling landelijke avondklok covid-19.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Bijlage 1. behorende bij artikel 5, eerste lid (de werkgeversverklaring)

264849.png
264850.png

Bijlage 2. behorende bij artikel 5, eerste lid (de eigen verklaring)

264851.png
264852.png