Rijksoverheid

Wettenpocket Wet kinderopvang

Titel regeling
Beschikking aanwijzing Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid van de Vereniging Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Beschikking aanwijzing Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid van de Vereniging Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland; Wet kinderopvang
Geldend vanaf
1-1-2019
Geselecteerde elementen
Volledig
Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 januari 2018, nr. 2017-0000012131, tot aanwijzing van de Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid van de Vereniging Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 1.61a Wet kinderopvang (Wko);

Besluit:

Artikel 1. Aanwijzing

De Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland van de Vereniging Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland te Utrecht, verder te noemen, de Stichting, voor de periode van 1 januari 2019 tot 1 januari 2023 aan te wijzen als de instelling, bedoeld in artikel 1.61a van de Wko.

Artikel 2. Taken en activiteiten

  • 1. De Stichting heeft tot taak het bevorderen van de kwaliteit en uniformiteit van het toezicht op de kinderopvang.

  • 2. Ter uitvoering van het eerste lid verricht de Stichting taken en activiteiten die gericht zijn op de ontwikkeling en verbetering van de kwaliteit van het toezicht op de kinderopvang, teneinde de effectiviteit, uniformiteit, continuïteit en proportionaliteit van het toezicht waar te borgen. Hieronder valt onder meer:

    • a. het ondersteunen en adviseren van Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdiensten (GGD-en) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met betrekking tot het toezicht op de kinderopvang;

    • b. het uitvoeren van onderzoek ter ondersteuning van de in het eerste lid, genoemde taken;

    • c. het ontwikkelen en onderhouden van landelijke toezichtinstrumenten;

    • d. het uitvoeren van aanvullende activiteiten, die samenhangen met de in het eerste lid genoemde taken.

Artikel 3. Werkwijze en vergoeding

  • 1. SZW en de Stichting leggen afspraken en verplichtingen over het samenwerken en de uitoefening van de wettelijke taken vast in Uitvoeringsafspraken.

  • 2. Met inachtneming van de Uitvoeringsafspraken worden Jaarafspraken gemaakt waarin is vastgelegd welke specifieke Diensten door de Stichting worden geleverd en welke financiële middelen daartoe door mij beschikbaar worden gesteld.

  • 3. Binnen de bepalingen van de Uitvoeringsafspraken legt de Stichting de in artikel 2 bedoelde voorgenomen activiteiten in een Jaarplan inclusief Begroting aan mij voor.

  • 4. De Stichting ontvangt ter uitvoering van de in het Jaarplan genoemde voorgenomen activiteiten na mijn goedkeuring een financiële vergoeding.

Artikel 4. Aanpassing en intrekking aanwijzing

  • 1. Deze aanwijzing kan worden herzien indien de uit de Wko voortvloeiende taken in de loop van de periode waarvoor de Stichting is aangewezen wijzigen of anderszins aanleiding bestaat tot het aanpassen van deze aanwijzing.

  • 2. Deze aanwijzing kan worden ingetrokken indien de Stichting niet aan haar verplichtingen voldoet. Het voornemen tot intrekking wordt minimaal zes maanden daaraan voorafgaand kenbaar gemaakt.

  • 3. Deze aanwijzing kan worden ingetrokken met inachtneming van een termijn van één volledig kalenderjaar, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat de aanwijzing billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. Onder verandering van omstandigheden wordt mede begrepen gewijzigde politieke inzichten. De intrekking moet de verandering van omstandigheden vermelden.

  • 4. Indien de Stichting met ingang van 1 januari 2023 niet opnieuw wordt aangewezen, wordt dit vóór 1 januari 2022 aan de Stichting kenbaar gemaakt.

Artikel 5. Inwerkingtreding

  • 1. Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 2019 en vervalt met ingang van 1 januari 2023.

  • 2. Deze beschikking wordt in de Staatscourant geplaatst.

Hoogachtend,

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze: