Rijksoverheid

Wettenpocket Participatiewet

Titel regeling
Vaststelling gemiddeld premiepercentage voor de Werkloosheidswet dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds per 1 juli 1997
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Vaststelling gemiddeld premiepercentage voor de Werkloosheidswet dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds per 1 juli 1997; Algemene Ouderdomswet; Algemene nabestaandenwet; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen; Werkloosheidswet; Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945; Wet buitengewoon pensioen 1940-1945; Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers; Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet; Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945; Participatiewet; Algemene bijstandswet; Wet financiering sociale verzekeringen; Wet inkomensvoorziening oudere werklozen
Geldend vanaf
1-1-2004
Geselecteerde elementen
Volledig
Vaststelling gemiddeld premiepercentage voor de Werkloosheidswet dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds per 1 juli 1997

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

handelend in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Defensie;
Gelet op de artikelen 9, vierde lid, en 29, achtste lid, van de Algemene Ouderdomswet, artikel 2, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 41a, tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 55, derde lid, van de Algemene bijstandswet, artikel 10, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 10, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 6, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, artikel 85, derde lid, van de Werkloosheidswet, artikel 19a, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, artikel 36, derde lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, artikel 32, derde lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, artikel 43, derde lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en artikel 26, derde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945;

Besluit:

Artikel 1

Voor de toepassing van de artikelen 9, derde lid, en 29, zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet, artikel 2, eerste lid, onderdelen b en d, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 41a, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, artikel 37, eerste en tweede lid, van de Wet werk en bijstand, artikel 10, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 10, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, artikel 6, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, artikel 85, derde lid, van de Werkloosheidswet, artikel 19a, eerste lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, artikel 36, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, artikel 32, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, artikel 43, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en artikel 26, eerste lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 wordt het deel van de premie op grond van de Werkloosheidswet dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds, vastgesteld op een gemiddeld percentage van 0,2 voor het deel dat door de werknemer is verschuldigd.

Artikel 2

Voor de toepassing van artikel 85, derde lid, van de Werkloosheidswet wordt de in dat lid bedoelde vervangende premie vastgesteld op 0,4%.

Artikel 2a

Deze regeling berust mede op artikel 37, derde lid, van de Wet werk en bijstand.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1997.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 24 juni 1997
De

Staatssecretaris

voornoemd,

F.H.G. de Grave