Rijksoverheid

Wettenpocket Participatiewet

Titel regeling
Tijdelijke regeling overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Tijdelijke regeling overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers; Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers; Participatiewet; Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Geldend vanaf
28-1-2021
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 april 2020, nr. 2020-0000060351, tot de uitbreiding van de kring van rechthebbenden voor bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tijdelijke regeling overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers)

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 17 van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers;

Besluit:

Artikel 1. Definitiebepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit: Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers.

Artikel 2. Uitbreiding kring van rechthebbenden

  • 1. Algemene bijstand op grond van het besluit kan eveneens worden verleend aan de persoon die voldoet aan de definitie van zelfstandige, maar die in afwijking daarvan voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland.

  • 2. Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van het besluit kan eveneens worden verleend aan de persoon die voldoet aan de definitie van zelfstandige, maar die in afwijking daarvan:

    • a. rechtmatig woonachtig is in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland, mits hij in Nederland premieplichtig is voor de volksverzekeringen op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen; of

    • b. de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Artikel 3. Afwijkende regels in verband met de uitbreiding van de kring van rechthebbenden

Ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt bij de toepassing van artikel 2, eerste lid, van het besluit in plaats van ‘die op 17 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2, van de Handelsregisterwet 2007’ gelezen ‘die, indien hij daartoe gehouden is op grond van het toepasselijk recht van het land waar het eigen bedrijf of zelfstandig beroep is gevestigd, op 17 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister of een vergelijkbaar register van dat land, of, indien hij daartoe niet is gehouden, op andere wijze kan aantonen dat hij op 17 maart 2020 in eigen bedrijf of zelfstandig beroep werkzaam was’.

Artikel 4. Aanvraag door niet in Nederland woonachtige zelfstandigen

Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, bestaat het recht op bijstand jegens het college van de gemeente Maastricht.

Artikel 4a. Vergoeding uitvoeringskosten

  • 1. De vergoeding, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, bedraagt:

    • a. € 450,00 per besluit op een aanvraag om algemene bijstand;

    • b. € 800,00 per besluit op een aanvraag om bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal.

  • 2. In afwijking van artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van het besluit vergoedt Onze Minister ten laste van ’s Rijks kas aan het college, genoemd in artikel 4, de daadwerkelijke kosten die zijn verbonden aan het verlenen van bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a.

Artikel 4b. Uitstel beperkte vermogenstoets tot 1 april 2021

  • 1. In afwijking van artikel 7 van het besluit wordt voor een aanvraag voor algemene bijstand over een periode gelegen in het tijdvak van de kalendermaanden oktober 2020 tot en met maart 2021 het vermogen niet in aanmerking genomen.

  • 2. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, betrekt de zelfstandige het vermogen niet in de verklaring, bedoeld in artikel 5 van het besluit.

Artikel 4c. Aanvraag met terugwerkende kracht

In afwijking van artikel 3, tweede lid, onderdeel d, van het besluit wordt voor de toepassing van artikel 44, eerste lid, derde zinsdeel, van de Participatiewet de aanvraag die is ingediend:

  • a. op of na 1 december 2020 en voor 1 februari 2021 geacht te zijn ingediend op de eerste van de kalendermaand waarin de aanvraag is ingediend;

  • b. op of na 1 februari 2021 en voor 1 april 2021 geacht te zijn ingediend op de eerste van de kalendermaand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend.

Artikel 4d. Versoepeling voorwaarden lening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal

  • 1. In afwijking van artikel 14, onderdeel b, van het besluit bedraagt de looptijd van de lening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal drie jaar en zes maanden.

  • 2. In afwijking van artikel 16, tweede lid, van het besluit vangt de verplichting tot betaling van rente en aflossing van de lening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan op 1 juli 2021 en wordt in het tijdvak van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 geen rente opgebouwd.

Artikel 5. Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 8 mei 2020, met uitzondering van de artikelen 2, tweede lid, onderdeel a, 3 en 4, die in werking treden met ingang van 18 mei 2020, en werkt terug tot en met 1 maart 2020.

  • 2. Deze regeling vervalt op 1 juli 2025 met dien verstande dat de regeling zoals die luidde op 30 juni 2025 van toepassing blijft op de zelfstandige die op grond van deze regeling bijstand ontvangt of heeft ontvangen en op de financiële afwikkeling van de regeling.

Artikel 6. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 29 april 2020

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

T. van Ark