Rijksoverheid

Wettenpocket Participatiewet

Titel regeling
Beleidsregel Boete werknemer 2010
Type
Zbo
Wetsfamilie
Beleidsregel Boete werknemer 2010; Werkloosheidswet; Ziektewet; Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen; Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; Wet arbeid en zorg; Toeslagenwet; Boetebesluit socialezekerheidswetten; Wet inkomensvoorziening kunstenaars; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten; Algemene Kinderbijslagwet; Algemene nabestaandenwet; Algemene Ouderdomswet; Wet inkomensvoorziening oudere werklozen; Participatiewet; Remigratiewet
Geldend vanaf
10-12-2013
Geselecteerde elementen
Volledig
Beleidsregel Boete werknemer 2010

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

Gelet op artikel 27a van de Werkloosheidswet, artikel 45a van de Ziektewet, artikel 29a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 48 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikelen 2:69 en 3:40 Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, artikel 91 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de artikelen 3:16 en 3:27 van de Wet arbeid en zorg, artikel 14a van de Toeslagenwet en het Boetebesluit socialezekerheidswetten;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. WW: Werkloosheidswet;

  • b. ZW: Ziektewet;

  • c. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

  • d. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;

  • e. Wet Wajong: Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;

  • f. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

  • g. Wazo: Wet arbeid en zorg;

  • h. TW: Toeslagenwet;

  • i. Wet IOW: Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;

  • j. Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • k. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

  • l. basis boetebedrag: het boetebedrag vastgesteld volgens artikel 2 van het Boetebesluit socialezekerheidswetten;

  • m. afstemming: de verplichting om in elk individueel geval het boetebedrag vast te stellen in evenredigheid tot de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert, bedoeld in artikel 5:46, tweede lid Awb;

  • n. inlichtingenverplichting: de verplichting, genoemd in artikel 25 van de WW, de artikelen 31, eerste lid, en 49 van de ZW, artikel 80 van de WAO, artikel 70 van de WAZ, artikelen 2:7 en 3:74 van de Wet Wajong, artikel 27, eerste lid, van de Wet WIA, artikel 12 van de Wet IOW en artikel 12 van de TW;

  • o. boete: de boete, genoemd in artikel 27a, eerste lid van de WW, artikel 45a, eerste lid, van de ZW, artikel 29a, eerste lid, van de WAO, artikel 48, eerste lid, van de WAZ, artikel 2:69, eerste lid en artikel 3:40, eerste lid, van de Wet Wajong, artikel 91, eerste lid, van de Wet WIA, artikel 21, eerste lid, van de Wet IOW en artikel 14a, eerste lid, van de TW;

  • p. waarschuwing: de waarschuwing, genoemd in artikel 27a, tweede lid, van de WW, artikel 45a, tweede lid, van de ZW, artikel 29a, tweede lid, van de WAO, artikel 48, tweede lid, van de WAZ, artikelen 2:69, tweede lid en 3:40, tweede lid, van de Wet Wajong, artikel 91, tweede lid, van de Wet WIA, artikel 21, tweede lid, van de Wet IOW en artikel 14a, tweede lid, van de TW.

Artikel 2. Afstemming

Bij de verhoging of verlaging van de boete, als bedoeld in artikel 5:46, tweede en derde lid Awb, hanteert het UWV dit besluit.

Artikel 3. Samenloop

Indien de inlichtingenverplichting gelijktijdig met betrekking tot twee of meer van de in de aanhef genoemde wetten, is overtreden, worden de benadelingsbedragen samengeteld en het basis boetebedrag vastgesteld op 10% van dit bedrag.

Artikel 4. Recidive

Indien aan de belanghebbende schriftelijk is bekend gemaakt dat een boete of een strafrechtelijke sanctie is opgelegd, en dezelfde persoon binnen 5 jaren na de dag van bekendmaking opnieuw de inlichtingenverplichting overtreedt, wordt het basisboetebedrag met 50% verhoogd.

Artikel 5. Verhoogde verwijtbaarheid

  • 1. Het basis boetebedrag wordt met 50% verhoogd, indien sprake is van verhoogde verwijtbaarheid.

  • 2. Van verhoogde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake indien:

    • a. de belanghebbende, zonder daarvan mededeling te doen, tenminste nagenoeg twee jaar onafgebroken inkomsten uit arbeid heeft genoten en in de betreffende periode tenminste twee maal door het UWV is gevraagd om de juiste en volledige informatie te verstrekken;

    • b. de overtreding heeft plaatsgevonden in een zogenaamde fraudeconstructie, waarin de belanghebbende gezamenlijk met anderen geen, onvolledige of onjuiste informatie heeft verstrekt met de bedoeling het UWV te benadelen.

Artikel 6. Verminderde verwijtbaarheid

  • 1. Het basis boetebedrag wordt met 50% verlaagd indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid.

  • 2. Van verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake indien:

    • a. de overtreding, gelet op de geestelijke toestand van de belanghebbende, hem niet volledig valt aan te rekenen;

    • b. de belanghebbende de inlichtingenverplichting heeft overtreden, maar uit eigen beweging alsnog de juiste informatie verstrekt, voordat het UWV de overtreding constateert.

Artikel 7. Geen verwijtbaarheid

Indien loonsverhogingen die een rechtstreeks gevolg zijn van een collectieve afspraak in het bedrijf of de bedrijfstak, niet of niet tijdig worden doorgegeven, wordt de overtreding van de spontane inlichtingenverplichting genoemd in artikel 80 WAO, artikel 70 WAZ of artikel 3:74 Wet Wajong, niet verwijtbaar geacht.

Artikel 8. Verlaging wegens financiële omstandigheden

  • 1. De boete, die met inachtneming van de voorgaande artikelen is vastgesteld, wordt verlaagd, indien de belanghebbende voldoende aannemelijk maakt dat, gelet op de financiële omstandigheden waarin hij verkeert, de boete niet binnen twaalf maanden na oplegging kan zijn voldaan, rekening houdend met het eventuele vermogen en de aflossingscapaciteit van de belanghebbende.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt een termijn van achttien maanden indien artikel 4 of 5 van toepassing is.

Artikel 9. Spontane inlichtingenverplichting

De spontane inlichtingenverplichting, genoemd in artikel 25 van de WW, artikel 49 van de ZW, artikel 80 van de WAO, artikel 70, eerste lid, van de WAZ, artikel 2:7 eerste lid, en artikel 3:74 van de Wet Wajong, artikel 27, eerste lid, van de Wet WIA, artikel 12, eerste lid, van de Wet IOW en artikel 12 van de TW moet onmiddellijk worden nagekomen.

Onder ‘onmiddellijk’ wordt verstaan: op het moment dat het te melden feit of omstandigheid zich voordoet of bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn aan de belanghebbende.

Artikel 10. Minimale boete

De boete bedraagt minimaal de helft van het basisbedrag dat genoemd is in het Boetebesluit socialezekerheidswetten.

Artikel 11. Waarschuwing

Indien de inlichtingenverplichting opzettelijk is overtreden wordt niet volstaan met het geven van een waarschuwing.

Artikel 12. Intrekking Besluit

  • 1. De Beleidsregel boete werknemer 2010 zoals gepubliceerd in Staatscourant van 30 december 2009 (20454) wordt ingetrokken.

  • 2. De Beleidsregel boete werknemer zoals gepubliceerd in de Staatscourant van 6 november (Stcrt. 2007 nr. 93) wordt ingetrokken.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 31 december 2009.

Artikel 13a

Met ingang van 1 januari 2013 geldt deze beleidsregel alleen nog maar voor gevallen die, op grond van het in de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving van 4 oktober 2012 (Staatsblad 462, 2012) opgenomen overgangsrecht, nog onder het recht, geldend op 31 december 2012, vallen.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel Boete werknemer 2010.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 19 januari 2010

Voorzitter Raad van Bestuur

UWV,

J.M. Linthorst