Rijksoverheid

Wettenpocket Participatiewet

Titel regeling
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ; Participatiewet; Besluit WWB; Besluit SUWI; Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; Algemene bijstandswet; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten; Werkloosheidswet; Wet inschakeling werkzoekenden; Wet werk en inkomen kunstenaars
Geldend vanaf
14-4-2021
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 31, tweede lid, onderdeel l, en vierde lid, 75, 77, derde lid, en 78, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, 10, vierde lid, van het Besluit WWB, en 4.1, vijfde lid, van het Besluit SUWI;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • b. wet: Participatiewet;

  • c. vangnetuitkering: de vangnetuitkering, bedoeld in artikel 74 van de wet;

  • d. toetsingscommissie: de toetsingscommissie vangnet Participatiewet, bedoeld in artikel 73 van de wet;

  • e. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

  • f. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

  • g. Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.

§ 2. Beeld van de uitvoering

Artikel 2. Verslag over de uitvoering en accountantsverklaring

[Vervallen]

Artikel 3. Geen accountantsverklaring

[Vervallen]

Artikel 4. Beeld van de uitvoering

  • 1. Het beeld van de uitvoering, bedoeld in de artikelen 77, tweede lid, van de wet, 54, eerste lid, van de IOAW en 54, eerste lid, van de IOAZ, wordt voor 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het beeld van de uitvoering betrekking heeft door de minister ontvangen.

  • 2. Het beeld van de uitvoering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld.

  • 3. Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, niet op de in het eerste lid genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.

  • 4. De betaling van de uitkering wordt hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen door de minister.

  • 5. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken noodzakelijk voor het financieel beheer van de wet, de IOAW, de IOAZ of het Bbz 2004.

  • 6. In afwijking van het derde lid kan worden afgezien van opschorting als op het moment waarop over opschorting wordt beslist het beeld van de uitvoering alsnog juist en volledig is ontvangen.

Artikel 4a. Rechtmatige wetsuitvoering

[Vervallen]

§ 3. Uitkering en betaling

Artikel 5. Betaling

  • 1. Met uitzondering van de maand mei, wordt iedere maand op of omstreeks de vijftiende dag van die maand 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet betaalbaar gesteld. In de maand mei wordt op of omstreeks de vijftiende dag 12% van de uitkeringen betaalbaar gesteld.

  • 2. Het bedrag waarmee de uitkering op grond van artikel 71 van de wet wordt aangepast, wordt in gelijke delen verrekend met de voor het betreffende kalenderjaar resterende maandelijks te betalen delen van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet.

  • 3. De vangnetuitkering wordt betaalbaar gesteld voor 1 april in het kalenderjaar dat ligt twee jaar na het jaar waarop de uitkering betrekking heeft.

Artikel 5a. Opschorting betaling bij vaststelling ernstige tekortkomingen

  • 1. Indien de minister toepassing geeft aan artikel 76, derde lid, van de wet schort hij de betaling van de vastgestelde uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet gedurende ten minste drie maanden op met ingang van de eerstvolgende kalendermaand waarin de uitkering nog niet betaalbaar is gesteld.

  • 2. De betaling van de uitkering wordt hervat op of omstreeks de vijftiende dag van de kalendermaand nadat de periode van drie maanden is verstreken dan wel nadat de langere periode van opschorting, die de minister met toepassing van artikel 76, derde lid, van de wet heeft vastgesteld is verstreken.

Artikel 6. Gegevens verdeelmodel

In bijlage I bij deze regeling zijn de gewichten en peildata opgenomen die gelden voor de indicatoren, bedoeld in tabel 1 en tabel 3 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet alsmede de normbedragen, bedoeld in tabel 2 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet.

Artikel 6a. Correctiefactor te late indiening verantwoordingsinformatie

De correctiefactor, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit Participatiewet, bedraagt 5%.

§ 4. Toetsing lijfrenten

Artikel 6b. Toetsing inleg lijfrente

  • 1. Voor de toepassing van artikel 15, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet wordt de inleg in het jaar van aanvraag van bijstand en de daaraan voorafgaande vier kalenderjaren in beschouwing genomen.

  • 2. Voor de beoordeling of de inleg ten hoogste het in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet genoemde bedrag heeft bedragen, wordt:

    • a. voor de inleg gedaan in het jaar van aanvraag van bijstand: het genoemde bedrag naar evenredigheid van de tussen 1 januari en de dag van aanvraag van bijstand gelegen periode in aanmerking genomen;

    • b. voor de inleg gedaan in de aan de aanvraag voorafgaande vier kalenderjaren: het genoemde bedrag in aanmerking genomen dat geldt op de dag van aanvraag van bijstand.

Artikel 6c. Toetsing waarde lijfrente en hoogte inleg

Het bedrag waarmee bij toepassing van artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de wet de inleg het in subonderdeel 3° van dat onderdeel genoemde bedrag overschrijdt, wordt in mindering gebracht op de waarde van de lijfrente of lijfrenten.

§ 5. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Artikel 7. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Niet tot de middelen, bedoeld in artikel 31 van de wet, worden gerekend:

  • a. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3 van de Uitkeringsregeling Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp;

  • b. de eenmalige uitkering en het voorschot, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers;

  • c. de vergoeding, bedoeld in artikel 16 van het Besluit tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht, alsmede vaststelling van geluidszones (Interim-aanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht);

  • d. de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 van de Uitkeringsregeling Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie;

  • e. de eenmalige uitkering toegekend aan oud-mijnwerkers in verband met silicose;

  • f. de eenmalige uitkering ingevolge de Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen;

  • g. de individuele uitkeringen in het kader van tegoeden Tweede Wereldoorlog aan leden van de Joodse, Sinti, Roma en Indische gemeenschappen;

  • h. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste de in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, genoemde gezamenlijke waarden per maand en per kalenderjaar;

  • i. de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2 van de Tijdelijke regeling eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening;

  • j. de uitkering, bedoeld in artikel 3 van de Vaststellingsovereenkomst houdende een regeling voor een collectieve partiële afwikkeling van schade die mogelijk verband houdt met DES-gebruik tijdens zwangerschap, die is gehecht aan de beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 1 juni 2006, R05/1743 (LJN: AX6440) en bij die beschikking op grond van artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek verbindend is verklaard voor de in artikel 1 van die overeenkomst bedoelde personen;

  • k. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4 van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom;

  • l. de vergoeding, toegekend aan slachtoffers van seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk, bedoeld in de Compensatieregelingen R.-K. Kerk Nederland;

  • m. de financiële tegemoetkoming in de geleden schade, bedoeld in het Statuut voor de buitengerechtelijke afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding in verband met seksueel misbruik van minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen en de uitkering, bedoeld in de Tijdelijke regeling uitkeringen seksueel misbruik minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen;

  • n. de eenmalige bijzondere uitkering, bedoeld in artikel 21a, eerste lid, van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen, dan wel artikel 21a, eerste lid, van het Besluit bijzondere militaire pensioenen;

  • o. de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregel tegemoetkoming Q-koorts;

  • p. betalingen door de Belastingdienst/Toeslagen inzake:

    • 1°. de compensatie op grond van het Besluit Compensatieregeling CAF 11 of het Besluit Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken;

    • 2°. de hardheidstegemoetkoming, bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;

    • 3°. de bijzondere tegemoetkoming, bedoeld in artikel 49a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;

    • 4°. de compensatie, bedoeld in artikel 49b, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen of de O/GS-tegemoetkoming, bedoeld in 49c van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;

    • 5°. de noodvoorziening, bedoeld in het Besluit noodvoorziening kinderopvangtoeslag of in het Besluit noodvoorziening toeslagen;

    • 6°. de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 49g van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;

    • 7°. de aanvullende tegemoetkoming op grond van het Besluit aanvullende tegemoetkoming werkelijke schade bij O/GS;

    • 8°. het forfaitaire bedrag aan compensatie en tegemoetkoming, op grond van het Besluit forfaitair bedrag en verruiming compensatieregeling;

  • q. het voorschot, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE;

  • r. een uitkering als bedoeld in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, met uitzondering van het deel van de uitkering dat vanwege de derving van levensonderhoud wordt verstrekt aan nabestaanden;

  • s. de eenmalige aanvullende financiële bijdrage van de Stichting Zorg na Werk in Coronazorg.

Artikel 7a. Indexering

[Vervallen]

§ 6. Vakantietoeslag

Artikel 8. Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. inkomen: in aanmerking te nemen inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet voorzover daarover aanspraak op vakantietoeslag bestaat, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantietoeslag, na aftrek van de daarover verschuldigde loonbelasting, premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de wet;

  • b. aanspraak op vakantietoeslag: aanspraak op vakantietoeslag voor zover daarop aanspraak bestaat over het inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet, na aftrek van de daarover verschuldigde loonbelasting, premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in artikel 31, derde lid van de wet;

  • c. algemene heffingskorting: tot een bedrag per maand omgerekende algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964;

  • d. arbeidskorting: arbeidskorting, bedoeld in artikel 22a van de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel 9. Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2021.

Artikel 10. In aanmerking te nemen vakantietoeslag

Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de artikelen 11, 12, 13 of 14 berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.

Artikel 11. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit tegenwoordige arbeid

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit tegenwoordige arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

673,23

8,00%

x ink

 

673,23

727,06

5,40%

x ink

 

727,06

804,83

8,00%

x ink

– € 18,91

804,83

1521,20

8,00%

x ink

– € 2,61

1521,20

5,20%

x ink

– € 1,70

Artikel 12. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit vroegere arbeid

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit vroegere arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de algemene heffingskorting wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

590,05

8,00%

x ink

 

590,05

637,25

5,03%

x ink

 

637,25

1257,77

8,00%

x ink

– € 18,91

1257,77

1339,47

7,24%

x ink

– € 17,12

1339,47

8,00%

x ink

– € 27,30

Artikel 13. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt en voor de inhouding van loonheffing geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

   

8,00 %

x ink

 

Artikel 14. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt

  • 1. Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en het inkomen van de belanghebbende bestaat uit een gekort ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet bedraagt de daarbij behorende aanspraak op vakantietoeslag voor:

    a. alleenstaande

         

    5,68%

    x ink

       

    b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt

    5,99%

    x ink

       

    c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien:

         

    - het inkomen € 1.224,90 of meer bedraagt

    5,99%

    x ink

    – € 15,84

     

    - het inkomen lager is dan € 1.224,90

     

    5,99%

    x ink

       
  • 2. Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, naast het gekorte ouderdomspensioen en toeslag, bedoeld in het eerste lid, een ander inkomen heeft dat recht geeft op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op die vakantietoeslag 8% van dat andere inkomen.

§ 7. Verzoeken vangnetuitkering

Artikel 15. Procedurele bepalingen verzoek vangnetuitkering

  • 1. Een verzoek tot een vangnetuitkering wordt door de toetsingscommissie ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 15 augustus van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.

  • 2. Een verzoek dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen voor of na afloop van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt niet in behandeling genomen.

  • 3. De toetsingscommissie adviseert de minister uiterlijk op 31 oktober van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, over de te nemen beslissing.

  • 4. De toetsingscommissie kan de minister voor 15 oktober verzoeken om een aantal adviezen later dan 31 oktober vast te stellen.

  • 5. Indien de minister aan een verzoek als bedoeld in het vierde lid voldoet, bepaalt hij daarbij het aantal adviezen dat later kan worden vastgesteld en de datum waarop deze adviezen uiterlijk door de minister worden ontvangen.

  • 6. Het college verstrekt bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid aan de minister informatie over genomen maatregelen om te komen tot een reductie dan wel tot een verdere reductie van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en de verstrekte uitkering, bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Besluit Participatiewet.

§ 7a. Vergoeding centrumgemeenten bijstandsverlening ondernemers in de binnenvaart Bbz 2004

Artikel 15a. Bedragen vergoeding centrumgemeenten bijstandverlening ondernemers in de binnenvaart Bbz 2004

  • 1. De kosten, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004, van een aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan ondernemers in de binnenvaart komen voor vergoeding in aanmerking, voor zover de kosten per onderzoek niet meer bedragen dan:

    • a. € 2.737,00 voor een uitgebreid rapport en € 1.617,00 voor een verkort rapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een gevestigde of een beginnende zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, van het Bbz 2004;

    • b. € 995,00 voor een rapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een oudere of een beëindigende zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, van het Bbz 2004 of een nader of vervolgrapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een zelfstandige.

  • 2. De bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens de Minister medegedeeld in de Staatscourant.

§ 7b. Vaststelling aantallen beschut werk

Artikel 15b. Aantallen beschut werk

Het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet wordt voor het jaar 2021 vastgesteld op het in bijlage II bij deze regeling bepaalde aantal per gemeente.

§ 8. Slotbepalingen

Artikel 15c. Grondslag

Deze regeling is mede gebaseerd op de artikelen 20a, tiende lid, en 29, zesde lid, van de IOAW en 20a, tiende lid, en 29, zesde lid, van de IOAZ.

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Den Haag, 16 oktober 2003
De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

M. Rutte

Bijlage I. behorende bij artikel 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Tabel 1: gewichten en peildata van de indicatoren die zijn opgenomen in de volumecomponent van het objectief verdeelmodel

Indicator

Gewicht

Peildatum schatting

Peildatum verdeling

Niet-rechthebbenden

     

Te veel vermogen

     

Alleenstaande, vermogen boven € 5.000

-2,0395006

1-1-2018

Huishoudensdefinitie 31-12-2019, vermogen 1-1-2018

Alleenstaande, vermogen tot en met € 5.000, overwaarde boven € 50.000

-0,7204530

1-1-2018

Huishoudensdefinitie 31-12-2019, vermogen 1-1-2018

Paar/eenouder, vermogen boven € 10.000

-1,7019789

1-1-2018

Huishoudensdefinitie 31-12-2019, vermogen 1-1-2018

Paar/eenouder, vermogen tot en met € 10.000, overwaarde boven € 50.000

-0,6292096

1-1-2018

Huishoudensdefinitie 31-12-2019, vermogen 1-1-2018

Andere uitkering

     

AO-uitkering, mate van AO 15-80% of onbekend in hh

-4,0499136

5-1-2018

31-12-2019

AO-uitkering, mate van AO 80-100% in hh

-4,3480842

5-1-2018

31-12-2019

WW-uitkering in hh

-1,1402146

5-1-2018

31-12-2019

ANW-uitkering in hh

-5,7023162

31-12-2017

31-12-2019

Zw-uitkering, wachtgeld of overige uitkering in hh

-1,6825895

5-1-2018

31-12-2018

Pensioenuitkering in hh

-0,5482742

5-1-2018

31-12-2018

Kan/wil niet werken

     

Student (mbo/hbo/wo) in hh

-2,0302217

1-10-2017

1-10-2019

Aanbodkant van de arbeidsmarkt

     

Leeftijd

     

18 tot 20-jarige in hh

Referentie

1-1-2018

31-12-2019

20 tot 25-jarige in hh

1,0741094

1-1-2018

31-12-2019

25 tot 30-jarige in hh

1,6867709

1-1-2018

31-12-2019

30 tot 40-jarige in hh

1,7970003

1-1-2018

31-12-2019

40 tot 50-jarige in hh

2,0820995

1-1-2018

31-12-2019

50-jarige tot AOW-leeftijd in hh

2,5690760

1-1-2018

31-12-2019

Gezinssituatie

     

Alleenstaande

Referentie

1-1-2018

31-12-2019

Eenouder-moeder, jongste kind tot 5

1,0661350

1-1-2018

31-12-2019

Eenouder-moeder, jongste kind 5-12

0,5371878

1-1-2018

31-12-2019

Eenouder-moeder, jongste kind 12-18

0,1328473

1-1-2018

31-12-2019

Eenouder-moeder, jongste kind 18+

-0,2272209

1-1-2018

31-12-2019

Eenouder-vader, jongste kind tot 5

-0,2337124

1-1-2018

31-12-2019

Eenouder-vader, jongste kind 5-12

-0,0939933

1-1-2018

31-12-2019

Eenouder-vader, jongste kind 12-18

-0,5089030

1-1-2018

31-12-2019

Eenouder-vader, jongste kind 18+

-1,0969644

1-1-2018

31-12-2019

Paar, jongste kind 18-

-1,1680673

1-1-2018

31-12-2019

Paar, jongste kind 18+

-1,7023363

1-1-2018

31-12-2019

Paar zonder kinderen

-1,1225241

1-1-2018

31-12-2019

Thuiswonend meerderjarig kind

-0,6555103

1-1-2018

31-12-2019

Overig huishouden

0,2009585

1-1-2018

31-12-2019

Wonen in corporatiewoning

1,5919788

1-1-2018

31-12-2019

Wonen op een standplaats

1,5545797

1-1-2018

31-12-2019

Migratieachtergrond

     

Geen migratieachtergrond in hh

Referentie

1-1-2018

31-12-2019

Turk in hh

0,1416245

1-1-2018

31-12-2019

Surinamer in hh

0,2239697

1-1-2018

31-12-2019

Nederlands Antilliaan in hh

0,3688247

1-1-2018

31-12-2019

Marokkaan in hh

0,4352649

1-1-2018

31-12-2019

Ghanees in hh

-0,0540342

1-1-2018

31-12-2019

Somaliër of Eritreeër in hh

1,9728893

1-1-2018

31-12-2019

Afrikaan (excl. Marokkaan, Ghanees, Somaliër, Eritreeër) in hh

0,8419130

1-1-2018

31-12-2019

Afghaan in hh

1,0766458

1-1-2018

31-12-2019

Irakees in hh

1,2757803

1-1-2018

31-12-2019

Syriër in hh

3,2435773

1-1-2018

31-12-2019

Iranees in hh

0,8064580

1-1-2018

31-12-2019

Chinees in hh

-0,2954856

1-1-2018

31-12-2019

Indiaas in hh

-0,7748480

1-1-2018

31-12-2019

Overig niet-westers in hh

0,1197028

1-1-2018

31-12-2019

Voormalig Joegoslavisch in hh

0,4033801

1-1-2018

31-12-2019

Voormalig Sovjet-Unie in hh

0,2596352

1-1-2018

31-12-2019

Overig westers in hh

-0,4959155

1-1-2018

31-12-2019

Opleiding

     

HCI (human capital index) onbekend

Referentie

Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017

Opleidingsniveau 1-10-2018, arbeidsverleden 2014 t/m 2018

Lage HCI in hh

1,0844876

Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017

Opleidingsniveau 1-10-2018, arbeidsverleden 2014 t/m 2018

Middelbare of hoge HCI in hh

-1,6408890

Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017

Opleidingsniveau 1-10-2018, arbeidsverleden 2014 t/m 2018

(V)SO/Pro gevolgd in hh

1,6289671

Gevolgd tussen schooljaar 2010/2011 en 2016/2017, niet gevolgd in schooljaar 2017/2018

Gevolgd tussen schooljaar 2012/2013 en 2018/2019, niet gevolgd in schooljaar 2019/2020

Gezondheid

     

Zorgkosten boven € 50.000 in hh

0,4022982

Heel 2017

Heel 2017

Gebruik GGZ-zorg in hh

0,8559673

Heel 2017

Heel 2017

Medicijnen voor verslaving in hh

0,3304933

Heel 2017

Heel 2018

Medicijnen voor depressie in hh

0,3671873

Heel 2017

Heel 2018

Medicijnen voor psychose in hh

0,5908497

Heel 2017

Heel 2018

Medicijngebruik uit minder dan 4 hoofdgroepen in hh

Referentie

Heel 2017

Heel 2018

Medicijngebruik uit 4 tot 6 hoofdgroepen in hh

0,1967570

Heel 2017

Heel 2018

Medicijngebruik uit 6 tot 8 hoofdgroepen in hh

0,3766888

Heel 2017

Heel 2018

Medicijngebruik uit 8 of meer hoofdgroepen in hh

0,5307039

Heel 2017

Heel 2018

Combinaties van factoren

     

Niet-westerse migratieachtergrond in hh en 50-jarige tot AOW in hh

0,0529539

1-1-2018

31-12-2019

Niet-westerse migratieachtergrond in hh en gezondheidsproblemen in hh

0,1453413

1-1-2018 voor migratieachtergrond, heel 2017 voor gezondheidsproblemen

31-12-2019 voor migratieachtergrond, heel 2017 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2018 voor overige gezondheidsproblemen

Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen in hh

0,4670520

Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017, heel 2017 voor gezondheidsproblemen

Opleidingsniveau 1-10-2018, arbeidsverleden 2014 t/m 2018, heel 2017 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2018 voor overige gezondheidsproblemen

Vraagkant van de arbeidsmarkt

     

Banen per lid beroepsbevolking in gemeente, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel

-9,0388133

1-1-2018

1-1-2019

Aandeel werkend onder niveau in gemeente

1,2411530

1-1-2018

1-1-2019

Aandeel studenten (hbo/wo) onder de potentiële beroepsbevolking in gemeente

-0,0403275

1-10-2017

1-10-2019

Aandeel WW’ers onder de beroepsbevolking in gemeente

13,6862160

Q1 2018 t/m Q4 2018

Q4 2018, Q1 t/m Q3 2019

Buurteffecten

     

Aandeel van de beroepsbevolking in gemeente in buurt waar werken niet de norm is obv postcodegebieden (6 posities)

1,6044187

1-1-2018

1-1-2019

Index overlast en onveiligheid

0,8881451

1-1-2018

1-1-2018

Constante

0,8531138

   
Tabel 2: de bruto normbedragen zoals gehanteerd in het objectief verdeelmodel

Type huishouden

Normbedrag

Alleenstaande (ouder), leeftijd 21 tot AOW

15.957,79

Alleenstaande (ouder), 18, 19 of 20 jaar

3.137,28

Gehuwd paar, beide partners leeftijd 21 tot AOW

20.324,10

Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren)

6.274,56

Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren)

9.905,52

Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren)

12.214,68

Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren)

16.638,21

Normen gerechtigde leeftijd 21 tot AOW bij aantal kostendelers

Normbedrag

2 kostendelers

10.162,05

3 kostendelers

8.230,13

4 kostendelers

7.264,18

5 kostendelers

6.898,80

6 kostendelers

6.656,76

7 kostendelers

6.483,84

8 kostendelers

6.354,24

9 kostendelers

6.253,32

10 kostendelers (of meer)

6.172,68

Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers met kinderen

Normbedrag

2 kostendelers

16.638,21

3 kostendelers

14.706,30

4 kostendelers

14.030,16

5 kostendelers

13.667,04

6 kostendelers

13.425,00

7 kostendelers

13.252,08

8 kostendelers

13.122,48

9 kostendelers

13.021,56

10 kostendelers (of meer)

12.940,92

Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers zonder kinderen

Normbedrag

2 kostendelers

12.214,68

3 kostendelers

11.004,36

4 kostendelers

10.399,20

5 kostendelers

10.036,08

6 kostendelers

9.794,04

7 kostendelers

9.621,12

8 kostendelers

9.491,52

9 kostendelers

9.390,60

10 kostendelers (of meer)

9.309,96

Afwijkende normen gehuwden o.b.v. art. 24 Participatiewet

Normbedrag

rechthebbende leeftijd 21 of ouder met of zonder kinderen

10.162,05

rechthebbende leeftijd jonger dan 21, zonder kind

3.137,28

rechthebbende leeftijd jonger dan 21, met kind

4.952,76

Tabel 3: gewichten en peildata van de indicatoren die zijn opgenomen in de prijscomponent van het objectief verdeelmodel

Indicator

Gewicht

Peildatum schatting

Peildatum verdeling

Directe verrekening

     

Andere uitkering

     

WW-uitkering in hh

-1,3546475

5-1-2018

31-12-2019

AO-uitkering, mate van AO 15-80% of onbekend in hh

-2,3957615

5-1-2018

31-12-2019

AO-uitkering, mate van AO 80-100% in hh

-3,0292416

5-1-2018

31-12-2019

ANW-uitkering in hh

-1,7883374

31-12-2017

31-12-2019

Zw-uitkering, wachtgeld of overige uitkering in hh

-1,2822440

5-1-2018

31-12-2018

Pensioenuitkering in hh

-1,0605480

5-1-2018

31-12-2018

Kans op deeltijdwerk

     

Aanbodkant van de arbeidsmarkt

     

Leeftijd

     

18 tot 25-jarige in hh

Referentie

1-1-2018

31-12-2019

25 tot 30-jarige in hh

-0,1505699

1-1-2018

31-12-2019

30 tot 40-jarige in hh

-0,5805900

1-1-2018

31-12-2019

40 tot 50-jarige in hh

-0,6209994

1-1-2018

31-12-2019

50-jarige tot AOW-leeftijd in hh

-0,4979029

1-1-2018

31-12-2019

Gezinssituatie

     

Alleenstaande, eenoudervader

Referentie

1-1-2018

31-12-2019

Eenouder-moeder, jongste kind tot 5

-0,2055758

1-1-2018

31-12-2019

Eenouder-moeder, jongste kind 5+

-0,3896798

1-1-2018

31-12-2019

Paar met kinderen

-0,5429025

1-1-2018

31-12-2019

Paar zonder kinderen, overig huishouden

-0,7003886

1-1-2018

31-12-2019

Thuiswonend meerderjarig kind

-0,3291596

1-1-2018

31-12-2019

Wonen in corporatiewoning of op standplaats

0,0704034

1-1-2018

31-12-2019

Migratieachtergrond

     

Geen, westerse, of overige niet-westerse migratieachtergrond in hh

Referentie

1-1-2018

31-12-2019

Turk in hh

0,1121315

1-1-2018

31-12-2019

Surinamer in hh

0,1074875

1-1-2018

31-12-2019

Marokkaan in hh

0,1845801

1-1-2018

31-12-2019

Afrikaan (excl. Marokkaan) in hh

0,1882393

1-1-2018

31-12-2019

Irakees, Syriër, Iraniër, of Afghaan in hh

0,3700940

1-1-2018

31-12-2019

Opleiding

     

HCI (human capital index) onbekend

Referentie

Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017

Opleidingsniveau 1-10-2018, arbeidsverleden 2014 t/m 2018

Lage HCI in hh

0,4127991

Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017

Opleidingsniveau 1-10-2018, arbeidsverleden 2014 t/m 2018

Middelbare of hoge HCI in hh

-0,6444449

Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017

Opleidingsniveau 1-10-2018, arbeidsverleden 2014 t/m 2018

Gezondheid

     

Gebruik GGZ-zorg in hh

0,1270943

Heel 2017

Heel 2017

Medicijnen voor depressie in hh

0,0324473

Heel 2017

Heel 2018

Combinaties van factoren

     

Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen in hh

0,1104468

Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017, heel 2017 voor gezondheidsproblemen

Opleidingsniveau 1-10-2018, arbeidsverleden 2014 t/m 2018, heel 2017 voor gebruik ggz-zorg, heel 2018 voor overige gezondheidsproblemen

Vraagkant van de arbeidsmarkt

     

Laaggeschoolde banen per lid beroepsbevolking in gemeente, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel

-0,3700002

1-1-2018

1-1-2019

Aandeel studenten (hbo/wo) onder de potentiële beroepsbevolking in gemeente

1,1620527

1-10-2017

1-10-2019

Buurteffecten

     

Index overlast en onveiligheid

0,4645570

1-1-2018

1-1-2018

Constante

2,9238058

   

Bijlage II. behorende bij artikel 15b van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Indeling 2021

8597

     

CBS-code

Gemeente

ultimo 2021

1680

Aa en Hunze

7

358

Aalsmeer

7

197

Aalten

8

59

Achtkarspelen

10

482

Alblasserdam

8

613

Albrandswaard

15

361

Alkmaar

71

141

Almelo

75

34

Almere

93

484

Alphen aan den Rijn

52

1723

Alphen-Chaam

1

1959

Altena

25

60

Ameland

1

307

Amersfoort

58

362

Amstelveen

27

363

Amsterdam

454

200

Apeldoorn

89

202

Arnhem

182

106

Assen

50

743

Asten

6

744

Baarle-Nassau

2

308

Baarn

4

489

Barendrecht

10

203

Barneveld

14

888

Beek

4

1954

Beekdaelen

11

370

Beemster

3

889

Beesel

6

1945

Berg en Dal

16

1724

Bergeijk

8

893

Bergen (L.)

9

373

Bergen (NH.)

7

748

Bergen op Zoom

38

1859

Berkelland

19

1721

Bernheze

18

753

Best

13

209

Beuningen

11

375

Beverwijk

21

1728

Bladel

13

376

Blaricum

1

377

Bloemendaal

4

1901

Bodegraven-Reeuwijk

9

755

Boekel

7

1681

Borger-Odoorn

16

147

Borne

7

654

Borsele

7

756

Boxmeer

22

757

Boxtel

40

758

Breda

91

501

Brielle

4

1876

Bronckhorst

15

213

Brummen

9

899

Brunssum

17

312

Bunnik

2

313

Bunschoten

3

214

Buren

10

502

Capelle aan den IJssel

27

383

Castricum

10

109

Coevorden

16

1706

Cranendonck

8

1684

Cuijk

22

216

Culemborg

16

148

Dalfsen

7

1891

Dantumadiel

7

310

De Bilt

8

1940

De Fryske Marren

10

736

De Ronde Venen

10

1690

De Wolden

5

503

Delft

65

400

Den Helder

52

762

Deurne

20

150

Deventer

99

384

Diemen

10

1774

Dinkelland

6

221

Doesburg

7

222

Doetinchem

38

766

Dongen

7

505

Dordrecht

95

498

Drechterland

5

1719

Drimmelen

6

303

Dronten

11

225

Druten

7

226

Duiven

11

1711

Echt-Susteren

14

385

Edam-Volendam

8

228

Ede

61

317

Eemnes

1

1979

Eemsdelta

36

770

Eersel

9

1903

Eijsden-Margraten

14

772

Eindhoven

154

230

Elburg

14

114

Emmen

65

388

Enkhuizen

10

153

Enschede

100

232

Epe

13

233

Ermelo

14

777

Etten-Leur

18

779

Geertruidenberg

13

1771

Geldrop-Mierlo

21

1652

Gemert-Bakel

18

907

Gennep

13

784

Gilze en Rijen

7

1924

Goeree-Overflakkee

16

664

Goes

21

785

Goirle

10

1942

Gooise Meren

9

512

Gorinchem

28

513

Gouda

67

786

Grave

8

14

Groningen

138

1729

Gulpen-Wittem

2

158

Haaksbergen

9

392

Haarlem

75

394

Haarlemmermeer

39

1655

Halderberge

15

160

Hardenberg

30

243

Harderwijk

23

523

Hardinxveld-Giessendam

7

72

Harlingen

7

244

Hattem

3

396

Heemskerk

18

397

Heemstede

7

246

Heerde

9

74

Heerenveen

13

398

Heerhugowaard

33

917

Heerlen

77

1658

Heeze-Leende

4

399

Heiloo

12

163

Hellendoorn

11

530

Hellevoetsluis

13

794

Helmond

88

531

Hendrik-Ido-Ambacht

8

164

Hengelo

48

1966

Het Hogeland

34

252

Heumen

6

797

Heusden

19

534

Hillegom

11

798

Hilvarenbeek

2

402

Hilversum

26

1963

Hoeksche Waard

21

1735

Hof van Twente

9

1911

Hollands Kroon

18

118

Hoogeveen

37

405

Hoorn

57

1507

Horst aan de Maas

11

321

Houten

13

406

Huizen

11

677

Hulst

14

353

IJsselstein

14

1884

Kaag en Braassem

6

166

Kampen

20

678

Kapelle

5

537

Katwijk

25

928

Kerkrade

35

1598

Koggenland

7

542

Krimpen aan den IJssel

10

1931

Krimpenerwaard

19

1659

Laarbeek

7

1685

Landerd

9

882

Landgraaf

17

415

Landsmeer

3

416

Langedijk

12

1621

Lansingerland

9

417

Laren

1

80

Leeuwarden

65

546

Leiden

85

547

Leiderdorp

13

1916

Leidschendam-Voorburg

30

995

Lelystad

41

1640

Leudal

8

327

Leusden

4

1705

Lingewaard

15

553

Lisse

8

262

Lochem

10

809

Loon op Zand

8

331

Lopik

3

168

Losser

7

263

Maasdriel

13

1641

Maasgouw

6

556

Maassluis

15

935

Maastricht

101

420

Medemblik

19

938

Meerssen

8

1948

Meierijstad

61

119

Meppel

18

687

Middelburg

18

1842

Midden-Delfland

6

1731

Midden-Drenthe

13

1952

Midden-Groningen

37

815

Mill en Sint Hubert

9

1709

Moerdijk

13

1978

Molenlanden

9

1955

Montferland

21

335

Montfoort

3

944

Mook en Middelaar

3

1740

Neder-Betuwe

9

946

Nederweert

4

356

Nieuwegein

27

569

Nieuwkoop

8

267

Nijkerk

12

268

Nijmegen

148

1930

Nissewaard

33

1970

Noardeast-Fryslân

16

1695

Noord-Beveland

4

1699

Noordenveld

9

171

Noordoostpolder

14

575

Noordwijk

14

820

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

9

302

Nunspeet

13

579

Oegstgeest

6

823

Oirschot

6

824

Oisterwijk

13

1895

Oldambt

29

269

Oldebroek

10

173

Oldenzaal

17

1773

Olst-Wijhe

7

175

Ommen

8

1586

Oost Gelre

10

826

Oosterhout

36

85

Ooststellingwerf

9

431

Oostzaan

2

432

Opmeer

5

86

Opsterland

11

828

Oss

123

1509

Oude IJsselstreek

22

437

Ouder-Amstel

2

589

Oudewater

1

1734

Overbetuwe

23

590

Papendrecht

11

1894

Peel en Maas

13

765

Pekela

11

1926

Pijnacker-Nootdorp

13

439

Purmerend

52

273

Putten

7

177

Raalte

11

703

Reimerswaal

8

274

Renkum

19

339

Renswoude

2

1667

Reusel-De Mierden

6

275

Rheden

30

340

Rhenen

5

597

Ridderkerk

15

1742

Rijssen-Holten

11

603

Rijswijk

24

1669

Roerdalen

9

957

Roermond

53

1674

Roosendaal

52

599

Rotterdam

321

277

Rozendaal

1

840

Rucphen

19

441

Schagen

18

279

Scherpenzeel

3

606

Schiedam

38

88

Schiermonnikoog

1

1676

Schouwen-Duiveland

18

518

's-Gravenhage

238

796

's-Hertogenbosch

168

965

Simpelveld

4

1702

Sint Anthonis

4

845

Sint-Michielsgestel

16

1883

Sittard-Geleen

52

610

Sliedrecht

10

1714

Sluis

11

90

Smallingerland

37

342

Soest

9

847

Someren

5

848

Son en Breugel

5

37

Stadskanaal

38

180

Staphorst

5

532

Stede Broec

11

851

Steenbergen

9

1708

Steenwijkerland

19

971

Stein

8

1904

Stichtse Vecht

20

1900

Súdwest-Fryslân

25

715

Terneuzen

49

93

Terschelling

1

448

Texel

8

1525

Teylingen

15

716

Tholen

10

281

Tiel

42

855

Tilburg

133

183

Tubbergen

4

1700

Twenterand

16

1730

Tynaarlo

13

737

Tytsjerksteradiel

10

856

Uden

35

450

Uitgeest

5

451

Uithoorn

9

184

Urk

4

344

Utrecht

123

1581

Utrechtse Heuvelrug

11

981

Vaals

3

994

Valkenburg aan de Geul

6

858

Valkenswaard

10

47

Veendam

28

345

Veenendaal

29

717

Veere

3

861

Veldhoven

17

453

Velsen

39

983

Venlo

50

984

Venray

28

1961

Vijfheerenlanden

19

622

Vlaardingen

36

96

Vlieland

1

718

Vlissingen

20

986

Voerendaal

2

626

Voorschoten

8

285

Voorst

10

865

Vught

23

1949

Waadhoeke

17

866

Waalre

3

867

Waalwijk

21

627

Waddinxveen

17

289

Wageningen

18

629

Wassenaar

5

852

Waterland

5

988

Weert

29

457

Weesp

4

668

West Maas en Waal

5

1960

West-Betuwe

18

1969

Westerkwartier

23

1701

Westerveld

8

293

Westervoort

12

1950

Westerwolde

15

1783

Westland

31

98

Weststellingwerf

10

614

Westvoorne

3

189

Wierden

4

296

Wijchen

20

1696

Wijdemeren

4

352

Wijk bij Duurstede

7

294

Winterswijk

11

873

Woensdrecht

9

632

Woerden

15

880

Wormerland

6

351

Woudenberg

2

479

Zaanstad

90

297

Zaltbommel

12

473

Zandvoort

5

50

Zeewolde

5

355

Zeist

35

299

Zevenaar

25

637

Zoetermeer

59

638

Zoeterwoude

2

1892

Zuidplas

12

879

Zundert

6

301

Zutphen

51

1896

Zwartewaterland

10

642

Zwijndrecht

20

193

Zwolle

74