Rijksoverheid

Wettenpocket Participatiewet

Titel regeling
Besluit advisering beschut werk
Type
AMvB
Wetsfamilie
Besluit advisering beschut werk; Participatiewet; Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Geldend vanaf
8-2-2018
Geselecteerde elementen
Volledig
Besluit van 11 december 2014, houdende regels met betrekking tot de werkzaamheden die het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen uitvoert om te beoordelen of een persoon uitsluitend in een beschutte omgeving mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft (Besluit advisering beschut werk)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 oktober 2014, nr. 2014-0000152506;
Gelet op artikel 10b, tweede lid, van de Participatiewet;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 november 2014, no. W12.14.0379/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 december 2014, nr. 2014-0000183657;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • college: het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Participatiewet;

  • persoon: inwoner, bedoeld in artikel 10b, tweede lid, van de Participatiewet;

  • Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 1a. Grondslag

Dit besluit berust mede op artikel 73a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 2. Advies

  • 1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht de werkzaamheden, bedoeld in artikel 10b, tweede en derde lid, van de Participatiewet, en adviseert het college hierover binnen acht weken nadat het hiertoe van het college of van de persoon, bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet, een verzoek heeft ontvangen.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de vergoeding van de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, door het college aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Artikel 3. Beoordeling

  • 1. In het kader van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, verricht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onderzoek naar de vraag of de persoon met arbeidsvermogen bij het verrichten van werkzaamheden is aangewezen op:

    • a. een of meer technische of organisatorische aanpassingen die niet binnen redelijke grenzen door een werkgever kunnen worden gerealiseerd;

    • b. permanent toezicht of intensieve begeleiding die niet binnen redelijke grenzen door een werkgever kan worden aangeboden.

  • 2. Uitsluitend indien uit het onderzoek blijkt dat ten minste een van de vragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a of b, bevestigend wordt beantwoord, adviseert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan het college om vast te stellen dat de persoon uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.

  • 3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beantwoordt de vragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, zonder onderzoek als bedoeld in het eerste lid beiden ontkennend:

    • a. indien het advies is aangevraagd ten aanzien van een persoon die geïndiceerd is als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening of een nog geldende indicatiebeschikking heeft op grond van artikel 11 van die wet, en ten aanzien van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft geadviseerd dat hij in staat is tot begeleid werken als bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken, zoals die artikelen luidden voor de datum van inwerkingtreding van artikel II van de Invoeringswet Participatiewet;

    • b. indien het advies is aangevraagd door een persoon als bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de Participatiewet, en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de twaalf maanden voorafgaand aan het verzoek ten aanzien van die persoon een advies heeft gegeven als bedoeld in artikel 10b, tweede of derde lid, van de Participatiewet.

  • 4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beantwoordt tenminste een van de vragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, zonder onderzoek als bedoeld in het eerste lid bevestigend, indien het een advies betreft ten aanzien van een persoon die geïndiceerd is als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening of een nog geldende indicatiebeschikking heeft op grond van artikel 11 van die wet en ten aanzien van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft geadviseerd dat hij niet in staat is tot begeleid werken als bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken, zoals die artikelen luidden voor de datum van inwerkingtreding van artikel II van de Invoeringswet Participatiewet.

  • 5. In afwijking van het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, verricht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een onderzoek als bedoeld in het eerste lid wanneer de aanvrager vermeldt dat er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten opzichte van de indicatiebeschikking, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid.

  • 6. In afwijking van het derde lid, onderdeel b, verricht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een onderzoek als bedoeld in het eerste lid wanneer de aanvrager die binnen twaalf maanden een nieuwe aanvraag indient, vermeldt dat er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten opzichte van het eerdere advies van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b.

  • 7. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan bij de werkzaamheden, bedoeld in artikel 10b, tweede en derde lid, van de Participatiewet, gebruik maken van de gegevens met betrekking tot iemands arbeidsvermogen die het in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag van het advies ten aanzien van een persoon heeft verkregen bij een onderzoek als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Bij toepassing van het vijfde lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruik maken van de gegevens die ten aanzien van die persoon zijn verkregen bij het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken, zoals dat artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel II van de Invoeringswet Participatiewet.

Artikel 4. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit advisering beschut werk.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2015

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 11 december 2014

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. Klijnsma