Rijksoverheid

Wettenpocket Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken

Titel regeling
Besluit vaststelling subsidieplafond en beleidsregels subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Optopping Fonds Product Development Partnerships III)
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Besluit vaststelling subsidieplafond en beleidsregels subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Optopping Fonds Product Development Partnerships III); Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken; Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken; Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
Geldend vanaf
1-12-2020
Geselecteerde elementen
Volledig
Besluit van de Minister voor Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking van 20 november 2020, Min-BuZa.2020.6029-29, tot vaststelling van een subsidieplafond en beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Optopping Fonds Product Development Partnerships III)

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikel 6.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 6.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van de optopping Fonds Product Development Partnerships III met het oog op het bevorderen van de ontwikkeling, van geneesmiddelen, vaccins, diagnostica om aan armoedegerelateerde ziekten en aan SRGR gerelateerde aandoeningen tegen te gaan of te voorkomen gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

Voor subsidieverlening in het kader van de optopping van het Fonds Product Development Partnerships III geldt voor de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 een subsidieplafond van € 20 miljoen.

Artikel 3

Voor subsidieverlening in het kader van de optopping van het Fonds Product Development Partnerships III komen alleen in aanmerking organisaties aan welke reeds subsidie is verleend in het kader van het Fonds Product Development Partnerships III.1

Artikel 4

Aanvragen voor een subsidie in het kader van de optopping van het Fonds Product Development Partnerships III worden ingediend in de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 11 december 2020, 15:00 uur, Nederlandse tijd.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

namens deze,

Bijlage

1. Achtergrond

Op 24 april 2015 heeft de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een besluit genomen waarmee beleidsregels en een subsidieplafond voor Fonds Product Development Partnerships III zijn vastgesteld.2 Product Development Partnerships (PDP’s) zijn samenwerkingsverbanden die stakeholders uit de private en publieke sector bij elkaar brengen om onderzoek te doen, nieuwe producten te ontwikkelen en toegang tot nieuwe (gezondheid gerelateerde) technologieën en producten te vergroten die specifiek gericht zijn op ziekten en aandoeningen die voornamelijk arme bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden treffen. In het kader van PDP III is subsidie verstrekt aan 6 PDP’s.

De looptijd van het Fonds Product Development Partnerships III is afgelopen per 1 december 2020. Het voornemen is om naar aanleiding van de eindevaluatie van PDP III een nieuw subsidiekader voor PDP IV vorm te geven, indien de uitkomst van de evaluatie positief blijkt en er onder het in 2021 nieuw te vormen kabinet mogelijkheid hiertoe zal zijn. Om te voorkomen dat er een gat valt in de uitgaven op dit belangwekkende terrein, wordt € 20 miljoen beschikbaar gesteld voor subsidieverstrekking in 2021.

2. Optopping Fonds Product Development Partnerships III

Het PDP-model is bewezen succesvol om een toename van Research & Development en innovatie op dit terrein te stimuleren. Ook zijn de investeringen door de overheid een katalysator geweest voor de stijging in investeringen van de private sector op het terrein van productontwikkeling ten behoeve van de armste bevolkingsgroepen via de PDP's zowel in cash als in kind. PDP's hebben in de afgelopen jaren aan de ontwikkeling bijgedragen van meer dan 50 producten die gebruikt kunnen worden door deze bevolkingsgroepen.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft in de periode 2006-2009, 2011-2014 en 2016-2020 uitgebreid ervaring opgedaan met de financiële ondersteuning van PDP's. In totaal is tussen 2006 en 2020 door het Ministerie van Buitenlandse Zaken EUR 237 miljoen bijgedragen aan de ontwikkeling van geneesmiddelen, vaccins en diagnostica ter bestrijding van hiv/aids, tuberculose en malaria. Uit het uitgevoerde midterm review 2019 van het Fonds Product Development Partnerships III blijkt dat deze gelden goed zijn besteed en dat de PDP's flinke vooruitgang hebben geboekt ten aanzien van hun doelstellingen en de doelstellingen van het beleidskader.

De behoefte aan investeringen in productontwikkeling en innovatie ten behoeve van de bestrijding van aan armoede en SRGR gerelateerde ziekten en aandoeningen blijft echter bestaan. Aan armoedegerelateerde ziekten en aandoeningen in relatie tot de reproductieve gezondheid van vrouwen leiden nog steeds tot onevenredige ziekte- en sterftelast in ontwikkelingslanden. Tekorten in de gezondheidszorg ondermijnen zo sociaal-economische ontwikkeling en inclusieve groei.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft daarom besloten extra middelen ter beschikking te stellen voor de huidige subsidieontvangers ter verdere stimulering van de ontwikkeling van preventiemethoden, medicijnen, vaccins en diagnostica door PDPs. Deze middelen komen via de optopping van het Fonds Product Development Partnerships III ter beschikking. Voor de periode vanaf de inwerkingtreding van het beleidskader tot en met 31 december 2021 is er in totaal maximaal EUR 20 miljoen gereserveerd voor het ondersteunen van PDP's.

3. Organisaties die voor subsidieverlening in aanmerking komen

Voor subsidieverlening uit deze middelen komen alleen organisaties in aanmerking aan welke reeds subsidie is verleend in het kader van het Fonds Product Development Partnerships III. Zij kunnen een additionele subsidie krijgen in het verlengde van de reeds aan hen verleende subsidie. Voor het verlenen van een dergelijke subsidie gelden in aanvulling op de bepalingen van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 de hiernavolgende criteria.

4. Drempelcriteria

Om voor een additionele subsidie in het kader van de optopping van het Fonds Product Development Partnership 2021 in aanmerking te komen dient een aanvrager respectievelijk een aanvraag in elk geval te voldoen aan de volgende vereisten:

  • 1. De aanvraag bedraagt maximaal [20%] van de subsidie die reeds is verleend uit het Fonds Product Development Partnerships III;

  • 2. De activiteiten hebben een looptijd van ten hoogste 12 maanden en starten niet eerder dan na indienen van de aanvraag;3

  • 3. De activiteiten worden afgerond uiterlijk op 31 december 2021;

  • 4. De activiteiten zijn een verdieping of verbreding van de activiteiten waarvoor reeds een subsidie is verleend uit het Fonds Product Development Partnerships III en hebben betrekking op het-/dezelfde prioriteitsgebied(en);

  • 5. De activiteiten zijn gerelateerd aan de doelstelling van de activiteiten waarvoor reeds een subsidie is verleend uit het Fonds Product Development Partnerships III.

Indien aan één van bovengenoemde vereisten niet wordt voldaan, wordt de aanvraag afgewezen.

5. Beoordelingscriteria

Aanvragen voor een additionele subsidie zullen worden beoordeeld volgens vooraf vastgestelde beoordelingscriteria waaraan in voldoende mate moet worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie:

  • 1. De activiteiten dragen bij aan de doelstellingen van het Product Development Partnership Fund III en kunnen zonder additionele subsidie niet plaatsvinden of vertraagd plaatsvinden.

  • 2. Het voorstel toont een heldere interne logica en consistentie wat betreft doelen, resultaten, activiteiten en middelen.

  • 3. De beoogde resultaten zijn specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden (SMART) gedefinieerd.

6. Eisen aanvraag

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door RVO aan de mogelijke subsidieaanvragers (zie hoofdstuk 3) beschikbaar gesteld middel en voorzien van de daarin genoemde bijlagen waarvoor modellen beschikbaar worden gesteld door RVO.

Bij de aanvraag te voegen stukken betreffen in elk geval:

  • 1. Activiteitenplan waaruit blijkt welke doelen en resultaten de PDP wil bereiken met de door hem uit te voeren activiteiten in de periode waarin de activiteiten worden uitgevoerd, en op welke wijze. De concrete activiteiten op operationeel niveau hoeven niet te wordt uitgewerkt.

  • 2. Een gedetailleerde en sluitende begroting behorend bij het activiteitenplan.

  • 3. Een noodplanning voor wat betreft activiteiten en financiën in de huidige covid-19 context.

Tevens moeten de penvoerder en de partners verklaren dat zij op de hoogte zijn en zullen handelen naar de OESO richtlijnen (www.oesorichtlijnen.nl) en dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet op de FMO Uitsluitingslijst (www.fmo.nl/exclusion-list) staan.

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de Minister (met gebruikmaking van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht) vragen om een aanvulling. Als datum en tijd van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum en tijd waarop de aanvulling is ontvangen. Daarnaast geldt in het algemeen dat het niet volledig indienen van aanvragen of onvoldoende onderbouwen van (onderdelen van) de aanvraag mogelijk leidt tot afwijzing van een subsidieaanvraag op basis van het niet of niet in voldoende mate voldoen aan de aan aanvragen gestelde vereisten en criteria.

Kortheidshalve verwijzen naar andere onderdelen van de aanvraag, websites of bijlagen is niet voldoende, tenzij in de aanvraagdocumenten uitdrukkelijk is aangegeven dat daarmee (geheel of gedeeltelijk) kan worden volstaan. Indien onderdelen van de aanvraagdocumenten niet worden ingevuld, loopt de penvoerder het risico op afwijzing van de aanvraag.

De aanvraag wordt bij voorkeur digitaal (per e-mail, maximaal 10 MB) ingediend, o.v.v. Subsidieaanvraag Optopping PDP III, uiterlijk op vrijdag 11 december 2021, 15.00 uur Nederlandse tijd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; PDP@rvo.nl.4

Schriftelijke aanvragen kunnen worden gestuurd naar: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: Postadres: postbus 93144, 2509 AC Den Haag, Nederland, onder vermelding van Subsidieaanvraag Optopping PDP III; Bezoekadres: Prinses Beatrixlaan 2, Den Haag.5

  • 1

    Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 20 april 2015 nr. MinBuza-2015.198527, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Fonds Product Development Partnerships III) Stcrt. 2015, nr. 11255.

  • 2

    Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 20 april 2015 nr. MinBuza-2015.198527, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Fonds Product Development Partnerships III) Stcrt. 2015, nr. 11255.

  • 3

    NB: Subsidie wordt geweigerd indien de aanvraag wordt ingediend na aanvang van de activiteiten (artikel 9 Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken).

  • 4

    Als moment van indiening geldt het tijdstip waarop de e-mail door het systeem voor gegevensverwerking van RVO ontvangen is. Houdt er hierbij rekening mee dat bestanden groter dan 10MB niet kunnen worden ontvangen. E mails groter dan 10MB dienen in kleinere e-mails te worden verdeeld. Hierbij geldt dat het moment waarop de gehele aanvraag, inclusief de laatste e-mail, is ontvangen geldt als tijdstip waarop de aanvraag is ingediend. Daarbij dienen de e-mails genummerd te worden in de onderwerpregel, waarbij duidelijk is hoeveel e-mails de aanvraag in totaal behelst. Eventuele technische problemen bij verzending komen voor rekening en risico van aanvrager.

  • 5

    Indien de aanvraag niet aangetekend wordt verzonden berust het risico dat de aanvraag niet of te laat wordt ontvangen door RVO bij de aanvrager. Indien de aanvraag per post wordt ingediend (anders dan met de aanduiding “port betaald”) wordt de aanvraag nog als tijdig ingediend beschouwd, als de aanvraag voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, waarbij het datumstempel van de post doorslaggevend is, en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Bij gebruikmaking van een enveloppe met de aanduiding ‘port betaald’ is de datum van ontvangst bepalend bij het vaststellen of de aanvraag tijdig, d.w.z. uiterlijk vrijdag 11 december 2020, 15.00 uur Nederlandse tijd, is ingediend. Houdt hierbij rekening met de omstandigheid dat de datum van ontvangst wordt vastgesteld aan de hand van het tijdstip van inschrijving en dat ’s avonds en op zaterdag en zondag geen post wordt ingeschreven.