Rijksoverheid

Wettenpocket Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken

Titel regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidiebeleidskader NFRP Politieke Partijen Programma 2019)
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidiebeleidskader NFRP Politieke Partijen Programma 2019); Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken; Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken; Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
Geldend vanaf
21-11-2019
Geselecteerde elementen
Volledig
Besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 5 september 2018, nr. MinBuZa-2018.986886, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidiebeleidskader NFRP Politieke Partijen Programma 2019)

De Minister van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 6 en artikel 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikel 2.2, sub a en sub b, en artikel 2.3, sub a en sub c, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.2, sub a en sub b, en artikel 2.3, sub a en sub c, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Politieke Partijen Programma 2019 met het oog op de financiering van activiteiten ter bevordering van de capaciteitsversterking van politieke partijen, bewegingen of organisaties waarmee Nederlandse politieke partijen ideologische en democratische waarden delen gelden voor het tijdvak vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2019 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

  • 2. Voor subsidieverlening in het kader van het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Politieke Partijen Programma 2019 geldt voor de periode vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 een subsidieplafond van € 2.191.582.

  • 3. Van het in het tweede lid genoemde subsidieplafond is € 553.934,67 beschikbaar voor subsidieverstrekking in het kader van NFRP Matra en € 1.637.647,33 voor subsidieverstrekking in het kader van NRFP Shiraka.

Artikel 2

Aanvragen voor een subsidie in het kader van het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Politieke Partijen Programma 2019 worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 oktober 2018 aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op dit formulier vermelde bescheiden.1

Artikel 3

De beschikbare middelen worden verdeeld over de aanvragers die voldoen aan de criteria neergelegd in de bij dit besluit behorende bijlage, aan de hand van een basisbedrag per aanvrager en een bedrag naar rato van het aantal zetels dat de politieke partij waaraan de aanvrager is gelieerd in de Tweede Kamer heeft.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

namens deze,

Bijlage

1. Doelstelling

Het NFRP Politieke Partijen Programma (NPPP) is onderdeel van het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP). Binnen het NFRP wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • a. het Matra Programma, gericht op de ondersteuning van de overgang naar een pluriforme, duurzame en democratische rechtsstaat in landen met een EU-toetredingsperspectief in Zuidoost-Europa en landen binnen het Oostelijk Partnerschap, en

  • b. het Shiraka-programma, waarmee Nederland een bijdrage wil leveren aan duurzame transitie naar een democratisch bestel in landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Het NPPP heeft tot doel Nederlandse politieke partijen middels twinning in staat te stellen een bijdrage te leveren aan de versterking van kadervorming en netwerkopbouw van politieke partijen, bewegingen of organisaties in bovengenoemde regio’s waarmee zij ideologische en democratische waarden delen (hierna ‘partnerorganisaties’). Dit document vormt het richtsnoer voor het beoordelen van subsidieaanvragen gericht op deze versterking. Op de subsidieverstrekking in het kader van het NRFP NPPP 2019 zijn naast deze beleidsregels de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 onverkort van toepassing.

2. Beschikbare middelen en verdeling

Binnen de totale budgetten van NFRP-Matra en NFRP-Shiraka is 12 procent gereserveerd voor het Politieke Partijen Programma. Een deel van dit bedrag – in 2019 € 1.567.058 – stelt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) op basis van de Wet financiering Politieke Partijen (WfPP) beschikbaar. De minister van Buitenlandse Zaken stelt het resterende deel voor 2019 – € 2.191.582 – beschikbaar voor subsidieverstrekking in het kader van het NFRP Politieke Partijen Programma.

Van dit bedrag is € 553.934,67 bestemd voor subsidieverlening voor activiteiten in het kader van het Matra programma in de hierna onder 4. genoemde pre-accessielanden en landen van het Oostelijk Partnerschap en € 1.637.647,33 voor subsidieverlening voor activiteiten in het kader van het Shiraka programma in de onder 4. genoemde landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

De beschikbare middelen worden verdeeld aan de hand van een basisbedrag per aanvrager en voor het overige naar rato van het aantal zetels dat de politieke partij waaraan de aanvragende rechtspersoon is gelieerd in de Tweede Kamer der Staten-Generaal bezet op 1 januari 2018. De subsidie bedraagt ten hoogste de som van het basisbedrag plus een bedrag per zetel in de Tweede Kamer van de betreffende politieke partij. Dit wordt berekend als volgt.

Het totale basisbedrag bedraagt € 898.548,93 per jaar. Hiervan is € 227.113,29 beschikbaar voor het NFRP-Matra programma en € 671.435,64 voor het NFRP-Shiraka programma. Het basisbedrag per partij wordt berekend door het beschikbare basisbedrag per programma te delen door het aantal unieke aanvragers die voldoen aan de toepasselijke criteria.

Het totale bedrag beschikbaar voor verdeling op basis van zetelaantal is € 1.293.033,07. Hiervan is € 326.821,38 beschikbaar voor het NFRP-Matra programma en € 966.211,70 voor het NFRP-Shiraka programma. Het bedrag per zetel wordt berekend door de per programma geldende bedragen voor subsidieverlening op basis van zetelaantal te delen door het aantal zetels in de Tweede Kamer van de politieke partijen waaraan de rechtspersonen die de aanvragen indienen zijn gelieerd.

3. Voor wie is het NFRP Politieke Partijen Programma 2019 bedoeld?

Voor subsidieverlening in het kader van NPPP 2019 kan in aanmerking komen elke rechtspersoon die zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighoudt met politieke vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van partnerorganisaties van in de Tweede Kamer der Staten-Generaal vertegenwoordigde politieke partijen, welke rechtspersoon daarvoor is aangewezen door een in de Tweede Kamer der Staten-Generaal vertegenwoordigde politieke partij.

4. Subsidiabele activiteiten

Om voor subsidieverlening in het kader van NPPP 2019 in aanmerking te kunnen komen dient de aanvraag te zijn gericht op activiteiten ten behoeve van politieke vorming en scholing van medewerkers en bestuurders van partnerorganisaties van in de Tweede Kamer der Staten-Generaal vertegenwoordigde politieke partijen, in:

  • (a) De landen met een perspectief op EU-lidmaatschap: Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Noord-Macedonië, Montenegro, Servië en Turkije [NFRP-Matra].

  • (b) De landen van het Oostelijk Partnerschap, te weten: Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Oekraïne, Moldavië en Wit-Rusland [NFRP-Matra];

  • (c) Landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika: Algerije, Egypte, Irak, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko en Tunesië [NFRP-Shiraka].

Onder politieke vormings- en scholingsactiviteiten wordt verstaan activiteiten ter bevordering van het democratiseringsproces die verband houden met:

  • 1. het houden van politieke-vormingscursussen voor leden en aspirant-leden, het kader en de gekozen vertegenwoordigers in openbare organen van hiervoor bedoelde partnerorganisaties;

  • 2. het (doen) voorbereiden en samenstellen van documentatiemateriaal voor scholen, verenigingen en vergelijkbare instellingen in de doellanden, die voorlichting vragen omtrent de politieke doelstellingen van de hiervoor bedoelde partnerorganisaties;

  • 3. het (laten) opleiden van personen, die met de verzorging van cursussen, of voorlichting als bedoeld onder 1 en 2 zijn belast;

  • 4. ondersteuning van op beleidsontwikkeling gerichte processen van partnerorganisaties met het oog op capaciteitsopbouw, door middel van lezingen, seminars en conferenties;

  • 5. facilitering van netwerkbijeenkomsten gericht op het versterken van de banden tussen de vertegenwoordigers van een of meerdere partnerorganisaties uit de hierboven genoemde doellanden en vertegenwoordigers van de aanvrager en de Nederlandse politieke partij die deze vertegenwoordigt.

Activiteiten die buiten de doellanden plaatsvinden zijn alleen subsidiabel indien en voor zover deze nadrukkelijk en aantoonbaar ten goede komen aan partnerorganisaties in de regio.

Subsidie wordt conform artikel 14 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken slechts verstrekt voor de noodzakelijke kosten van de voorgenomen activiteiten in het licht van de beoogde doelstellingen en resultaten voor zover redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat deze uit eigen middelen of anderszins bekostigd worden. Subsidiabele activiteiten kunnen voor 100% worden vergoed.

Niet-activiteitgebonden kosten, zoals indirecte personeelskosten, en huisvestingskosten kunnen voor subsidiëring in aanmerking komen, mits deze uitgaven samenhangen met de ondersteuning van activiteiten zoals hiervoor bedoeld. Dergelijke uitgaven kunnen voor subsidiëring in aanmerking komen tot een bedrag van maximaal 20% van de totale begroting.

Rechtstreekse donaties aan partnerorganisaties zijn niet subsidiabel.

Geen subsidie wordt verleend indien ten behoeve van de activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd reeds uit anderen hoofde een subsidie dan wel een andere financiële bijdrage ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt ontvangen.

5. Criteria waaraan aanvragen worden getoetst

Om voor subsidie in het kader van NPPP 2019 in aanmerking te kunnen komen dient een aanvraag te voldoen aan de volgende criteria:

  • 1. De aanvrager is een rechtspersoon die zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighoudt met politieke vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van partnerorganisaties van een in de Tweede Kamer der Staten‑Generaal (hierna: Tweede Kamer) vertegenwoordigde politieke partij, welke rechtspersoon als zodanig door die partij is aangewezen.

  • 2. De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn activiteiten ten behoeve van politieke vorming en scholing, zoals omschreven in paragraaf 4, van medewerkers en bestuurders van een partnerorganisatie zoals bedoeld in criterium 2 in de in paragraaf 4. genoemde landen. In gevallen waarin nog niet een dergelijke partnerorganisatie is geïdentificeerd, kan de aanvraag mede zijn gericht op de identificatie van de partnerorganisatie.

  • 3. De aanvrager staat ervoor in dat de partnerorganisaties geen doelen heeft of activiteiten ontplooit die indruisen tegen het bevorderen van de democratische rechtsstaat, het waarborgen van de rechten van de mens en het bevorderen van de vreedzame relaties met de buurlanden. Activiteiten gericht op partnerorganisaties die hieraan niet voldoen komen niet voor subsidiëring in aanmerking.

  • 4. Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van NPPP 2019 dient de aanvrager in staat te zijn tot een adequaat financieel beheer en dient hij door ervaringsdeskundigheid met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten te kunnen waarborgen.2

  • 5. De aanvrager toont aan dat hij een integriteitsbeleid heeft vastgesteld en procedures heeft ingevoerd om aan dat beleid toepassing te kunnen geven, teneinde ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag, daaronder begrepen seksuele misdragingen, jegens medewerkers en derden bij de uitvoering van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft door de aanvrager en door hem ingeschakelde partijen, zo veel mogelijk te voorkomen, in voorkomend geval te onderzoeken, met passende maatregelen zo spoedig mogelijk te doen beëindigen en om de gevolgen daarvan te mitigeren. De procedures zijn zodanig ingericht dat een tijdige melding van incidenten aan de minister is gewaarborgd.

6. Uitvoeringsaspecten

Indien een aanvraag wordt gehonoreerd wordt subsidie verleend door middel van een subsidieverleningsbeschikking. Daaraan worden ook verplichtingen verbonden.

Zo dient de geleverde prestatie verantwoord te worden middels een inhoudelijke en financiële rapportage die de gegevens bevatten om de subsidie vast te kunnen stellen.

Na ontvangst van het verzoek om vaststelling van de subsidie stelt de minister binnen 13 weken de subsidie vast. Op basis daarvan vindt verrekening met de subsidieontvanger plaats. Gelden die de minister beschikbaar heeft gesteld en die na vaststelling resteren worden onvoorwaardelijk en omgaand aan de minister geretourneerd.

Ten behoeve van terugkoppeling en kwaliteitsverbetering wordt door het Ministerie van Buitenlandse Zaken in ieder geval eenmaal per jaar een bijeenkomst belegd met de organisaties die op grond van dit programma subsidies ontvangen. Uitwisseling van relevante werkervaring tussen uitvoerende partijen onderling en tussen partijen en het Ministerie staan daarbij centraal.

7. Hoogte en duur van de subsidie

De subsidieverlening kan gedurende het subsidietijdvak worden gewijzigd, indien een wijziging in de samenstelling van de vertegenwoordiging in de Tweede Kamer daartoe naar het oordeel van de minister van Buitenlandse Zaken noopt.

Het subsidietijdvak waarin activiteiten mogen worden uitgevoerd loopt vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019.

8. Aanvraag, aanvraagtermijn en besluitvormingstermijn

De aanvraag:

De aanvraag dient, in het Nederlands of het Engels, te worden ingediend aan de hand van het door de minister van Buitenlandse Zaken daartoe vastgestelde aanvraagformulier, waarbij voor MATRA en Shiraka aparte formulieren gebruikt dienen te worden.3 Indien voor meerdere projecten subsidie wordt gevraagd verdient het de voorkeur dat middels één aanvraagformulier te doen, waarbij duidelijk de verschillende projecten wel duidelijk dienen te worden onderscheiden.

De aanvraag dient vergezeld te zijn van:

  • een begroting conform het verstrekte format

  • Kopie oprichtingsstatuten aanvrager

  • Informatie inzake de organisatiecapaciteit van de aanvrager zoals toegelicht in het aanvraagformulier (hoofdstuk III, onder ‘ad. C’), indien de aanvrager in de afgelopen vier jaar (peildatum 1 juli 2018) niet met positief resultaat een COCA heeft doorlopen.

In het format van deze formulieren mogen geen wijzigingen worden aangebracht.

In het beschrijvende deel van de aanvraag worden de activiteiten specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, en tijdsgebonden (SMART) geformuleerd.

Aanvragen dienen compleet en zonder voorbehoud te worden ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de aanvragende organisatie bevoegde persoon met vermelding van naam en functie.

Het is niet mogelijk om een voorlopige aanvraag in te dienen.

De aanvragen voor een subsidie in het kader van het NPPP 2019, voor zowel het NFRP-MATRA programma als het NFRP-Shiraka programma, worden bij voorkeur digitaal ingediend via:

matra2017-2020@minbuza.nl.

Als moment van indiening geldt het tijdstip waarop de e-mail door het systeem voor gegevensverwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen. Houd er rekening mee dat bestanden groter dan 14MB niet kunnen worden ontvangen. E‑mails groter dan 14MB dienen in kleinere e-mails te worden verdeeld. Hierbij geldt dat het moment waarop de gehele aanvraag, inclusief de laatste e-mail, is ontvangen geldt als tijdstip waarop de aanvraag is ingediend. Daarbij dienen de e-mails genummerd te worden in de onderwerp-regel, waarbij duidelijk is hoeveel e-mails de aanvraag in totaal behelst.4

Eventuele technische problemen bij verzending komen voor rekening en risico van aanvrager.

Aanvragen per post kunnen worden gestuurd naar:

Voor MATRA:

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Directie Europa

t.a.v. Tom Harmsen

Postbus 20061

2500 EB ’s Gravenhage

Voor Shiraka:

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten

t.a.v. Bert Meijerman

Postbus 20061

2500 EB ’s Gravenhage

Als u de aanvraag persoonlijk of per koerier wilt aanleveren, dan kunt u de aanvraag (laten) afgeven bij het afgifteloket voor poststukken (expeditie) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Rijnstraat 8, 2515 XP ’s-Gravenhage.

Als moment van indiening geldt het moment waarop de aanvraag op het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen.

Indien de aanvraag niet aangetekend wordt verzonden berust het risico dat de aanvraag niet of te laat wordt ontvangen door het ministerie bij de aanvrager.

Indien de aanvraag per post wordt ingediend (anders dan met de aanduiding ‘port betaald’) wordt de aanvraag nog als tijdig ingediend beschouwd, als de aanvraag voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, waarbij het datumstempel van de post doorslaggevend is, en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Bij gebruikmaking van een enveloppe met de aanduiding ‘port betaald’ is de datum van ontvangst bepalend bij het vaststellen of de aanvraag tijdig, d.w.z. uiterlijk 31 oktober 2018 23.59 uur, is ingediend. Houdt hierbij rekening met de omstandigheid dat de datum van ontvangst wordt vastgesteld aan de hand van het tijdstip van inschrijving en dat ’s avonds en op zaterdag en zondag geen post wordt ingeschreven.

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de minister vragen om een aanvulling. Als datum en tijd van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum en tijd waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen. Daarnaast geldt in het algemeen dat het niet compleet indienen van aanvragen of onvoldoende onderbouwen van antwoorden mogelijk leidt tot afwijzing van een subsidieaanvraag op basis van de toepasselijke criteria.

Ook op artikel 9 van het Subsidiebesluit wordt in het bijzonder gewezen. Een aanvraag die betrekking heeft op activiteiten die reeds zijn gestart op het moment waarop de subsidie wordt aangevraagd, wordt afgewezen.

Aanvraagtermijn: De aanvragen dienen schriftelijk vóór 31 oktober 2018 bij de Minister van Buitenlandse Zaken te worden ingediend. Aanvragen die niet uiterlijk op 31 oktober 2018 zijn ontvangen, worden afgewezen.

Besluitvormingstermijn

Op de aanvragen zal worden beslist binnen 13 weken na de uiterste dag waarop aanvragen kunnen worden ingediend, dat wil zeggen uiterlijk 30 januari 2019.

  • 1

    Het aanvraagformulier wordt geplaatst op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/europese-subsidies/nederlands-fonds-voor-regionale-partnerschappen-nfrp.

  • 2

    Artikel 4 Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

  • 3

    Het aanvraagformulier wordt geplaatst op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/europese-subsidies/nederlands-fonds-voor-regionale-partnerschappen-nfrp.

  • 4

    Bijvoorbeeld: e-mail 1 van 5, e-mail van 2 van 5 etc. tot ‘e-mail 5 van 5’.