Rijksoverheid

Wettenpocket Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken

Titel regeling
Wijzigingsbesluit Besluit vaststelling subsidieplafond en beleidsregels voor subsidiëring ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (wijziging Orange Knowledge Programme 2018–2022 en vaststelling subsidieplafonds eerste kwartaal 2019)
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Wijzigingsbesluit Besluit vaststelling subsidieplafond en beleidsregels voor subsidiëring ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (wijziging Orange Knowledge Programme 2018–2022 en vaststelling subsidieplafonds eerste kwartaal 2019); Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken; Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken; Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006
Geldend vanaf
30-11-2018
Geselecteerde elementen
Volledig
Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 19 november 2018, nr. MINBUZA-2018.1975-18, tot wijziging van het besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 8 maart 2018, nr. minbuza-2018.385214, tot vaststelling van een subsidieplafond en beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Wijziging Orange Knowledge Programme 2018–2022 en vaststelling subsidieplafonds eerste kwartaal 2019)

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;

Gelet op de artikelen 6, 7 en 10 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op de artikelen 6.4 en 6.5 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel I

[Wijzigt het Besluit vaststelling subsidieplafond en beleidsregels voor subsidiëring ex Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Orange Knowledge Programme 2018–2022).]

Artikel II

  • 1. Voor subsidieverlening in het kader van het OKP 2018–2022 geldt voor de periode vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 voor subsidieverstrekking voor activiteiten gericht op het verstrekken van beurzen, het aanbieden van trainingen en het verstrekken van institutionele samenwerkingsprojecten een subsidieplafond van € 49.580.000. Dit bedrag is als volgt verdeeld over de verschillende soorten subsidies:

    • a. subsidies voor activiteiten gericht op het verstrekken van beurzen voor de volgende soorten opleidingen:

      • 1) Short Courses: € 3.828.000,–, waarvan € 478.000,– beschikbaar is voor activiteiten gericht op het geven van Short Courses aan kandidaten wonend en werkzaam in Jordanië, Libanon, Egypte, Palestijnse Gebieden, Burkina Faso, Ethiopië, Mali, Nigeria of Niger, voor zover er voldoende hierop gerichte aanvragen zijn die voldoen aan de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd;

      • 2) Masters: € 15.077.000,– waarvan € 1.577.000,– beschikbaar is voor activiteiten gericht op het geven van Masters aan kandidaten wonend en werkzaam in Jordanië, Libanon, Egypte, Palestijnse Gebieden, Burkina Faso, Ethiopië, Mali, Nigeria of Niger, voor zover er voldoende hierop gerichte aanvragen zijn die voldoen aan de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd.

      Hierbij geldt dat indien middelen resteren van de middelen die beschikbaar zijn voor subsidieverstrekking voor het verstrekken van beurzen voor één van beide soorten opleidingen, genoemd onder 1) en 2), deze middelen beschikbaar zijn voor subsidieverstrekking voor het verstrekken van beurzen voor de andere soort opleiding.

    • b. subsidies voor activiteiten gericht op het aanbieden van de volgende soorten trainingen:

      • 1) Opfriscursussen: € 0,–;

      • 2) Tailor-made trainingen: € 3.000.000,–.

    • c. subsidies voor activiteiten gericht op het aanbieden van Tailor-made trainingen Plus: € 1.125.000,–, welk bedrag als volgt is verdeeld over vier openstellingen:

      • 1) één openstelling van € 400.000,–;

      • 2) één openstelling van € 300.000,–;

      • 3) één openstelling van € 225.000,–;

      • 4) één openstelling van € 200.000,–.

      Hierbij geldt dat indien middelen resteren van de middelen die beschikbaar zijn voor één van deze openstellingen, deze beschikbaar komen voor aanvragen die worden ingediend in de eerste daaropvolgende openstelling binnen de periode vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019.

    • d. subsidies voor activiteiten gericht op het verstrekken van institutionele samenwerkingsprojecten: € 26.500.000,–, welk bedrag als volgt is verdeeld over 20 openstellingen:

      • 1) één openstelling van € 700.000,–;

      • 2) één openstelling van € 800.000,–;

      • 3) één openstelling van € 900.000,–;

      • 4) vijf openstellingen van € 1.000.000,–;

      • 5) één openstelling van € 1.100.000,–;

      • 6) twee openstellingen van € 1.200.000,–;

      • 7) één openstelling van € 1.300.000,–;

      • 8) vijf openstellingen van € 1.500.000,–;

      • 9) één openstelling van € 2.100.000,–;

      • 10) één openstelling van € 2.300.000,–;

      • 11) één openstelling van € 2.400.000,–.

      Hierbij geldt dat indien middelen resteren van de middelen die beschikbaar zijn voor één van deze openstellingen, deze beschikbaar komen voor aanvragen die worden ingediend in de eerste daaropvolgende openstelling binnen de periode vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019.

  • 2. Voor subsidieverlening in het kader van het OKP 2018–2022 geldt voor de periode vanaf 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 voor subsidieverstrekking voor alumniactiviteiten: € 50.000,–.

Artikel III

Voor de openstellingen genoemd in artikel II, eerste lid, onder c en onder d, worden op www.nuffic.nl nadere beleidsregels bekend gemaakt.

Artikel IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

namens deze,