Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992

Titel regeling
Wijzigingsregeling Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, enz. (2015)
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Wijzigingsregeling Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, enz. (2015); Wet inkomstenbelasting 2001; Wet op de loonbelasting 1964; Wet op de vennootschapsbelasting 1969; Successiewet 1956; Wet op de omzetbelasting 1968; Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968; Algemene douanewet; Algemeen douanebesluit; Wet op de accijns; Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992; Wet belastingen op milieugrondslag; Algemene wet inzake rijksbelastingen; Invorderingswet 1990; Belastingwet BES; Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken
Geldend vanaf
1-1-2016
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 30 december 2014, nr. IZV 2014/715M, tot wijziging van enige uitvoeringsregelingen inzake de fiscaliteit en douane alsmede van de Wet op de accijns

De Staatssecretaris van Financiën,

Handelende wat artikel 3.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001 betreft in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu;
Handelende wat artikel 13 van de Wet op de loonbelasting 1964 betreft in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de artikelen 3.13, 3.22, 3.104, 3.133, 5.16a, 5.17f, 6.17 en 6.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de artikelen 13, 28a, 31a en 32 van de Wet op de loonbelasting 1964, artikel 9 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, artikel 33 van de Successiewet 1956, de artikelen 7, 9 en 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968, de artikelen 4, 9 en 13 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, de artikelen 2:1, 6:1, 6:3 en 9:6a van de Algemene douanewet, artikel 3:2 van het Algemeen douanebesluit, de artikelen 36, 37, 40, 63, 64, 71, 71b en 78 van de Wet op de accijns, artikel 14 van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken in samenhang met artikel 40 van de Wet op de accijns, artikel 10 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, de artikelen 23,31b, 50, 59, 59a en 71 van de Wet belastingen op milieugrondslag, de artikelen 3, 5b en 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 19, 26 en 69 van de Invorderingswet 1990 en artikel 4.8 van de Belastingwet BES;

Besluit:

Artikel I

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.]

Artikel II

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011.]

Artikel III

[Wijzigt de Regeling gegevensuitvraag loonaangifte.]

Artikel IV

[Wijzigt de Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971.]

Artikel V

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting.]

Artikel VI

[Wijzigt de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.]

Artikel VII

[Wijzigt de Wet op de accijns.]

Artikel VIII

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling accijns.]

Artikel IX

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.]

Artikel IXa

[Wijzigt het Algemeen douanebesluit.]

Artikel X

[Wijzigt de Algemene douaneregeling.]

Artikel XI

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.]

Artikel XII

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag.]

Artikel XIII

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994.]

Artikel XIV

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003.]

Artikel XV

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.]

Artikel XVI

[Wijzigt de Uitvoeringsregeling Belastingwet BES.]

Artikel XVII

Voor overeenkomsten tot het verlenen van diensten inzake het adviseren en ondersteunen van paritaire organisaties die zijn gesloten voor 1 januari 2015, blijft artikel 9a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968, zoals dat op 31 december 2014 luidde, van toepassing tot en met 31 december 2017.

Artikel XVIII

Artikel 20, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een pseudo-eindheffing als bedoeld in artikel 32bc van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat op 31 december 2014 luidde, over een tijdvak dat vóór 1 januari 2015 is geëindigd.

Artikel XIX

Tot 1 januari 2016 wordt de maximale aanspraak op het kindgebonden budget, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel g, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, voor de alleenstaande ouder op wie het overgangsrecht, bedoeld in artikel XII, tweede lid, van de Wet hervorming kindregelingen, van toepassing is, vermeerderd met de verhoging van het kindgebonden budget, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget.

Artikel XX

In afwijking van artikel 4.1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingwet BES wordt een melding als bedoeld in dat lid met betrekking tot wijzigingen van een onroerende zaak die zich in 2013 hebben voorgedaan geacht binnen de termijn, bedoeld in de tweede volzin van dat lid, te zijn gedaan indien de melding in 2015 wordt gedaan.

Artikel XXI

Met betrekking tot een belastingaanslag inkomstenbelasting over het kalenderjaar 2014 waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die ligt in de periode die aanvangt op 1 mei 2015 en eindigt op 30 juni 2016 wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht voor zover de betaling plaatsvindt uiterlijk 4 maanden na het verstrijken van de voor deze belastingaanslag geldende betalingstermijn.

Artikel XXII

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Financiën,

E.D. Wiebes