Rijksoverheid

Wettenpocket Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992

Titel regeling
Regeling vakbekwaamheid beroepspersonenvervoer
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Regeling vakbekwaamheid beroepspersonenvervoer; Besluit personenvervoer 2000; Wet personenvervoer 2000; Burgerlijk Wetboek Boek 5; Wet Infrastructuurfonds; Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994; Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992; Spoorwegwet 1875; Wijzigingswet Wet op de rechterlijke organisatie enz. (in verband met de opheffing van de functie van verkeersschout); Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; Wegenverkeerswet 1994; Arbeidstijdenwet; Wetboek van Strafvordering; Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen
Geldend vanaf
23-1-2016
Geselecteerde elementen
Volledig
Regeling vakbekwaamheid beroepspersonenvervoer

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 27, eerste en derde lid, en artikel 28, eerste lid en derde lid, van het Besluit personenvervoer 2000 en artikel 14 van de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen;

Besluit:

1. Openbaar vervoer, anders dan per trein, en besloten busvervoer

Artikel 1

Als exameninstituut, verantwoordelijk voor de organisatie en de certificering van de examens, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van verordening 1071/2009/EG, wordt aangewezen het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

Artikel 2

[Vervallen]

2. Taxivervoer

Artikel 3

In deze paragraaf wordt verstaan onder EG-verklaring taxivervoer: een voor het beroep van vervoerder die taxivervoer verricht afgegeven EG-verklaring als bedoeld in artikel 10 van de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen.

Artikel 4

Als getuigschrift, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder a, van het Besluit personenvervoer 2000, worden erkend:

  • a. het door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen afgegeven getuigschrift examen vakbekwaamheid voor het verrichten van taxivervoer;

  • b. het getuigschrift, bedoeld in artikel 27 van het Besluit personenvervoer 2000.

Artikel 5

Bij het examen vakbekwaamheid voor het verrichten van taxivervoer wordt ten minste de kennis vastgesteld van de in de bijlage genoemde onderwerpen.

Artikel 6

Bij de aanvraag voor de afgifte van een EG-verklaring taxivervoer worden overgelegd:

  • a. een gewaarmerkt afschrift van een voor het beroep van vervoerder die taxivervoer verricht afgegeven certificaat als bedoeld in artikel 9, onderdeel d, en onderdeel e, 3°, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties;

  • b. voorzover mogelijk, het programma van opleiding tot het beroep van vervoerder die taxivervoer verricht.

Artikel 7

Onze Minister verstrekt een EU-verklaring taxivervoer:

  • a. indien ten genoegen van Onze Minister is aangetoond dat de door de aanvrager genoten opleiding niet wezenlijk verschilt van de in Nederland voorgeschreven opleiding;

  • b. ingeval de door de aanvrager genoten opleiding naar het oordeel van Onze Minister wezenlijk verschilt van de in Nederland voorgeschreven opleiding, nadat, naar keuze, een proeve van bekwaamheid is afgelegd, onderscheidenlijk een aanpassingsstage is gevolgd, in de zin van artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties; of

  • c. ingeval de aanvrager geen opleiding heeft genoten en tijdens de 10 jaar voorafgaande aan de aanvraag gedurende 3 aangesloten jaren voltijds dan wel een gelijkwaardige periode deeltijds het beroep vervoerder die taxivervoer verricht heeft uitgeoefend, nadat, naar de keuze van Onze Minister, een proeve van bekwaamheid is afgelegd, onderscheidenlijk een aanpassingsstage is gevolgd, in de zin van artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties.

Artikel 8

  • 1. Bij het beoordelen van de aanvraag, bedoeld in artikel 6, kan Onze Minister advies inwinnen bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

  • 2. Het advies, bedoeld in het eerste lid, bevat een aanduiding van de wezenlijke verschillen waarop de proeve van bekwaamheid onderscheidenlijk de aanpassingsstage betrekking dient te hebben, alsmede, in geval van een aanpassingsstage, een aanduiding van de duur daarvan.

Artikel 8a

Vrijstelling wordt verleend van:

  • a. artikel 76, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000, en

  • b. de in artikel 76, vierde lid, van de Wet personenvervoer 2000 bedoelde eis van vakbekwaamheid.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vakbekwaamheid beroepspersonenvervoer.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos

Bijlage

(als bedoeld in artikel 5 van de Regeling vakbekwaamheid beroepspersonenvervoer)

Bij het examen vakbekwaamheid voor het verrichten van taxivervoer wordt ten minste de kennis vastgesteld van de hiernavolgende onderwerpen.

burgerlijk recht

De kandidaat moet met name:

  • 1. kennis hebben van de belangrijkste contracten die in het vervoer van personen worden gebruikt en van de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen;

  • 2. in staat zijn een rechtsgeldige vervoersovereenkomst te bedingen, met name wat de vervoers- voorwaarden betreft;

  • 3. in staat zijn een klacht van zijn opdrachtgever te onderzoeken in verband met door reizigers geleden schade of schade aan hun bagage ten gevolge van een ongeval tijdens het transport of in verband met schade als gevolg van vertraging en kunnen bepalen welke de gevolgen van de klacht zijn voor zijn contractuele aansprakelijkheid.

handelsrecht

De kandidaat moet met name:

  • 1. kennis hebben van de voorwaarden en de regels inzake de bedrijfsuitoefening en de algemene verplichtingen van ondernemers (inschrijving, boekhouding enz.) en van de consequenties van een faillissement;

  • 2. de vereiste kennis hebben omtrent de verschillende ondernemingsvormen en de daarmee verband houdende voorschriften inzake oprichting en functioneren.

sociaal recht

De kandidaat moet met name:

  • 1. op de hoogte zijn van de rol en het functioneren van verschillende sociale instellingen in de sector van het personenvervoer over de weg (vakbonden, ondernemingsraden, personeelsvertegenwoordiging, arbeidsinspectie enz.);

  • 2. kennis hebben van de verplichtingen van de werkgever op het gebied van de sociale zekerheid;

  • 3. kennis hebben van de voorschriften inzake de arbeidsovereenkomsten voor de verschillende categorieën werknemers van personenvervoerondernemingen (vorm van de overeenkomst, verplichtingen van de partijen, arbeidsvoorwaarden en werktijden, vakanties met behoud van loon, salaris, verbreking van het contract enz.);

  • 4. kennis hebben van de bepalingen inzake de arbeidstijden in het vervoer, alsmede van de wijze waarop deze bepalingen in de praktijk worden toegepast.

belastingrecht

De kandidaat moet met name kennis hebben van de voorschriften inzake:

  • 1. de BTW op vervoersdiensten;

  • 2. de motorrijtuigenbelasting;

  • 3. de heffingen op bepaalde voertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van personen over de weg, alsmede de tolgelden en gebruiksrechten voor het gebruik van bepaalde infrastructuur;

  • 4. de inkomstenbelasting.

commercieel en financieel beheer

De kandidaat moet met name:

  • 1. kennis hebben van de wettelijke bepalingen en de praktijken met betrekking tot het gebruik van cheques, wissels, promesses, creditcards en andere betaalmiddelen of methoden;

  • 2. kennis hebben van de verschillende kredietvormen (bankkrediet, documentair krediet, waarborgsommen, hypotheken, leasing, renting, factoring enz.) en de daaruit voortvloeiende lasten en verplichtingen;

  • 3. weten wat een balans is, hoe een balans wordt opgesteld en moet worden geïnterpreteerd;

  • 4. een winst- en verliesrekening kunnen lezen en interpreteren;

  • 5. een analyse kunnen maken van de financiële situatie en de rentabiliteit van de onderneming, met name op basis van de financiële ratio's;

  • 6. een begroting kunnen opstellen;

  • 7. weten hoe zijn kostprijs is samengesteld (vaste kosten, variabele kosten, bedrijfskosten, afschrijvingen enz.) en berekeningen per voertuig, per kilometer, per reis of per persoon kunnen maken;

  • 8. een organisatieschema voor alle werknemers van de onderneming en werkplanningen enz. kunnen opstellen;

  • 9. kennis hebben van de beginselen van het marktonderzoek (marketing), de verkoopbevordering voor vervoersdiensten, het opzetten van klantenbestanden, reclame, public relations enz.;

  • 10. kennis hebben van de verschillende typen verzekeringen die voor vervoersactiviteiten van belang zijn (aansprakelijkheidsverzekering, verzekering van passagiers, bagage) en de daarmee verband houdende waarborgen en verplichtingen;

  • 11. kennis hebben van telematicatoepassingen op het gebied van het vervoer;

  • 12. de regels met betrekking tot de tarieven en de prijsstelling in het personenvervoer kunnen toepassen;

  • 13. de regels inzake de facturering van personenvervoer kunnen toepassen.

toegang tot de markt

De kandidaat moet met name:

  • 1. kennis hebben van de beroepsvoorschriften inzake het personenvervoer over de weg voor rekening van derden, het huren van bedrijfsvoertuigen, uitbesteding, met name de voorschriften betreffende de officiële beroepsorganisatie, de toegang tot het beroep, vergunningen voor het vervoer, alsmede handhaving en sancties;

  • 2. kennis hebben van de voorschriften inzake de oprichting van een vervoeronderneming;

  • 3. kennis hebben van de verschillende documenten die zijn vereist voor de uitvoering van vervoerdiensten en controleprocedures kunnen ontwikkelen om er voor te zorgen dat op het kantoor van de onderneming en aan boord van de voertuigen met elkaar overeenstemmende documenten aanwezig zijn met betrekking tot ieder uitgevoerd transport, met name de documenten inzake het voertuig, de bestuurder en de bagage;

  • 4. kennis hebben van de voorschriften betreffende de marktordening voor het personenvervoer over de weg;

  • 5. kennis hebben van de voorschriften inzake de invoering van nieuwe vervoersdiensten en vervoerplannen kunnen opstellen.

technische normen en exploitatie

De kandidaat moet met name:

  • 1. kennis hebben van de voorschriften betreffende gewichten en afmetingen van voertuigen;

  • 2. afhankelijk van de behoefte van de onderneming de voertuigen en de onderdelen daarvan kunnen kiezen (chassis, motor, transmissiesystemen, remsystemen enz.);

  • 3. kennis hebben van de formaliteiten inzake de goedkeuring, de registratie en de technische keuring van de voertuigen;

  • 4. in staat zijn de nodige maatregelen te nemen tegen de luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen en tegen geluidsoverlast;

  • 5. periodieke onderhoudsplannen kunnen opstellen voor voertuigen en uitrusting.

veiligheid op de weg

De kandidaat moet met name:

  • 1. weten over welke certificaten het rijdend personeel moet beschikken (rijbewijs, geneeskundige verklaring, verklaring omtrent het gedrag enz.);

  • 2. maatregelen kunnen nemen om er voor te zorgen dat de bestuurders zich houden aan de geldende verkeersvoorschriften (snelheidsbeperkingen, voorrangsregels, voorschriften inzake stoppen en parkeren, gebruik van lichten, verkeerssignalering enz.);

  • 3. in staat zijn voor de bestuurders instructies op te stellen met betrekking tot de controle op de veiligheidsnormen inzake de staat van het vervoermaterieel, de uitrusting en de te nemen preventieve maatregelen;

  • 4. in staat zijn procedures op te stellen die bij een ongeval moeten worden gevolgd en de nodige procedures toe te passen om herhaling van ongevallen of ernstige inbreuken te voorkomen;

  • 5. een elementaire kennis te hebben van de structuur van het wegennet.