Rijksoverheid

Wettenpocket Burgerlijk Wetboek Boek 3

Titel regeling
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging van het Instituut Mijnbouwschade Groningen
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging van het Instituut Mijnbouwschade Groningen; Algemene wet bestuursrecht; Burgerlijk Wetboek Boek 3; Besluit volmacht en machtiging IMG 2020
Geldend vanaf
28-9-2021
Geselecteerde elementen
Volledig
Besluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen van 1 juli 2020, houdende vaststelling van de organisatiestructuur en verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de voorzitter, de andere leden en aan ambtenaren van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging van het Instituut Mijnbouwschade Groningen)

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen,

Gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 4 van het Besluit volmacht en machtiging IMG 2020;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • afdeling: lijnafdeling of stafafdeling van het Bureau;

  • afdelingsmanager: manager van een afdeling;

  • bestuur: voorzitter en andere leden van het Instituut;

  • Bureau: Bureau van het Instituut;

  • corporate kosten: kosten als gevolg van het aangaan van een privaatrechtelijke verplichting die ten laste komen van de eigen middelen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • directe uitvoeringskosten: kosten voor de aanschaf van goederen of inzet van derden voor de uitvoering van de taken en bevoegdheden van het Instituut;

  • directeur: directeur van het Bureau;

  • Instituut: Instituut Mijnbouwschade Groningen;

  • jurist: jurist werkzaam bij de afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling;

  • overlastvergoeding: vergoeding voor overlast, als gevolg van fysieke mijnbouwschade en de procedure tot afhandeling van deze schade, bedoeld in de Werkwijze van het Instituut tot afwikkeling van schade veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld en als gevolg van de gasopslag Norg;

  • P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;

  • plaatsvervangend directeur: plaatsvervangend directeur van het Bureau;

  • teammanager: manager van een team binnen een afdeling;

  • TwG: Tijdelijke wet Groningen;

  • uitvoeringskosten: directe uitvoeringskosten en uurgebonden kosten, zijnde kosten die voortvloeien uit de ureninzet van medewerkers die werkzaam zijn voor het Instituut;

  • waardedaling: schade die bestaat uit waardedaling van een woning als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Werkwijze, welke waardedaling niet een gevolg is van fysieke schade aan de woning;

  • Werkwijze: laatstelijk vastgestelde Werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen tot afwikkeling van schade veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld en als gevolg van de gasopslag Norg.

Hoofdstuk 2. Organisatie en taak

Artikel 2

  • 1. Het Bureau dat het Instituut ondersteunt bij de uitvoering van zijn in artikel 2 TwG omschreven taak, is samengesteld uit:

    • a. de directie;

    • b. de stafafdeling Corporate Communicatie;

    • c. de stafafdeling Bedrijfsvoering;

    • d. de lijnafdeling Regiebureau;

    • e. de lijnafdeling Klantcommunicatie en -dienstverlening;

    • f. de lijnafdeling Schade expertise en herstel;

    • g. de lijnafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling.

  • 2. De directie geeft dagelijkse leiding aan het Bureau en is het eerste aanspreekpunt voor het bestuur.

  • 3. De afdelingen staan onder leiding van een afdelingsmanager.

  • 4. Teams behorende tot de afdelingen staan onder leiding van een teammanager.

Artikel 3

  • 1. Tot de taak van de afdeling Corporate Communicatie behoort het ondersteunen en bevorderen van, alsmede advisering over de communicatie van het Instituut. De afdeling stelt op dit terrein kaders vast voor de organisatie.

  • 2. Tot de taak van de afdeling Bedrijfsvoering behoort de ondersteuning en advisering van het Instituut voor wat betreft de bedrijfsvoeringstaken. De afdeling stelt op dit terrein kaders vast voor de organisatie en beoogt bij te dragen aan een financieel rechtmatige, doelmatige en gezonde organisatie.

  • 3. Tot de taak van de afdeling Regiebureau behoort de ontwikkeling en het beheer van de uitvoeringsprocessen en -systemen, alsmede de sturing, coördinatie en regie op de voortgang van de verschillende schadeprocessen die door het Bureau worden uitgevoerd, waarbij de continuïteit van de processen en systemen is gewaarborgd.

  • 4. Tot de taak van de afdeling Klantcommunicatie en -dienstverlening behoort de uitvoering van de klantcontacten in het hele proces van aanvraag tot besluit, waarbij de menselijk maat en de verbinding tussen Instituut en aanvrager voorop staan. Daarnaast behoort tot de taak van deze afdeling het inwinnen en registreren van gegevens die nodig zijn voor de behandeling van een aanvraag, het inplannen van door deskundigen af te leggen schade-inspecties, het beantwoorden van klantvragen, en het begeleiden van de aanvrager tijdens het aanvraagproces.

  • 5. Tot de taak van de afdeling Schade expertise en herstel behoort de coördinatie en aansturing van de inzet van deskundigen, de toetsing van de rapportage van deskundigen, het beoordelen en veiligstellen van acuut onveilige situaties en het coördineren van herstel in natura.

  • 6. Tot de taak van de afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling behoort de ondersteuning van het bestuur bij de uitvoering van de wettelijke taken. Daartoe voert de afdeling de volgende taken uit: het voorbereiden van besluiten van het Instituut tot afwikkeling van aanvragen tot schadevergoeding en andere besluiten op het terrein van het Instituut, de behandeling van bezwaar- en beroepsprocedures, het opstellen van beleid met betrekking tot de afhandeling van schade en het bewaken van de juridische kaders waarbinnen het Instituut zijn taak uitvoert, het geven van juridisch en bestuurlijk advies aan het bestuur en aan de organisatie.

Hoofdstuk 3. Publiekrechtelijke rechtshandelingen

Artikel 4

  • 1. Aan het bestuur wordt, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten, inclusief besluiten tot toekenning van de overlastvergoeding als bedoeld in de Werkwijze, en het verrichten van overige, daarmee samenhangende handelingen, in verband met de in artikel 2 TwG bedoelde taken.

  • 2. Aan het bestuur wordt, ieder voor zich, ondermandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen, in verband met de in het Tijdelijk besluit mandaat, volmacht en machtiging IMG vastgelopen situaties bedoelde aangelegenheden.

  • 3. Aan het bestuur wordt, ieder voor zich, ondermandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen, in verband met de in het Tijdelijk besluit mandaat, volmacht en machtiging IMG voor hulp in bijzondere situaties bedoelde aangelegenheden.

  • 4. De verlening van mandaat, bedoeld in het eerste lid, en de verlening van ondermandaat, bedoeld in het tweede en derde lid, omvat mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar, met dien verstande dat de beslissing op bezwaar niet mag worden genomen door degene die het besluit waartegen het bezwaar is gericht, heeft genomen.

  • 5. In geval van kortdurende, tijdelijke afwezigheid van het bestuur danwel het bestuurslid dat met de betreffende aangelegenheid is belast, gaan de in het eerste tot en met derde lid van dit artikel bedoelde bevoegdheden, op verzoek van het bestuur, tijdens de afwezigheid over op de afdelingsmanager Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling en de onder hem ressorterende teammanagers of medewerkers.

Artikel 5

  • 1. Aan de directeur en aan de afdelingsmanager Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van primaire besluiten en het verrichten van overige, daarmee samenhangende handelingen, in verband met besluiten op aanvragen tot schadevergoeding ten aanzien van materiële (gevolg)schade, waarbij de aanvrager geen negatieve zienswijze heeft ingediend op het door de deskundige uitgebrachte adviesrapport en waarvan het toe te kennen bedrag aan schadevergoeding, niet meer dan € 50.000 bedraagt, alsmede besluiten op aanvragen tot vergoeding van bijkomende kosten en tot toekenning van de overlastvergoeding als bedoeld in de Werkwijze;

  • 2. De afdelingsmanager Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling kan voor de in lid 1 bedoelde besluiten ondermandaat en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende teammanagers of medewerkers. De verlening van het ondermandaat geschiedt schriftelijk en in afstemming met de mandaatgever.

Artikel 6

  • 1. Aan de teammanager en aan de medewerkers van het team Werkvoorbereiding, cluster immaterieel en waardedaling, behorende tot de afdeling Klantcommunicatie en -dienstverlening, en aan de teammanager van het team Waardedaling en Immaterieel en aan de juristen, werkzaam binnen het team Waardedaling en Immaterieel, cluster afhandeling, behorende tot de afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling van het Bureau, wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van primaire besluiten op aanvragen tot vergoeding van waardedaling en het verrichten van overige, daarmee samenhangende handelingen, voor zover het besluit is genomen op grond van hoofdstuk 3 van de Werkwijze.

  • 2. Aan de teammanager van het team Waardedaling en Immaterieel en aan de juristen, werkzaam binnen het team Waardedaling en Immaterieel, cluster bezwaar en beroep, behorende tot de afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling van het Bureau, wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften en nemen van beslissingen op bezwaar tegen de in het eerste lid van dit artikel bedoelde primaire besluiten.

Artikel 7

  • 1. Aan het bestuur wordt, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van feitelijke handelingen op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, de Algemene verordening gegevensbescherming, de Wet hergebruik overheidsinformatie en voor de afhandeling van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht en verzoeken van de Nationale Ombudsman.

  • 2. Aan de afdelingsmanager Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van feitelijke handelingen op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, de Algemene verordening gegevensbescherming en de Wet hergebruik overheidsinformatie.

  • 3. De afdelingsmanager Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling kan voor de in het vorige lid bedoelde bevoegdheden ondermandaat en machtiging verlenen aan een van de onder hem ressorterende teammanagers, dan wel aan een jurist.

  • 4. Het bestuur kan aan een klachtenfunctionaris ondermandaat en machtiging verlenen voor de afhandeling van klachten en verzoeken van de Nationale Ombudsman, als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 4. Privaatrechtelijke rechtshandelingen

Artikel 8

Aan het bestuur wordt, ieder voor zich, volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en daarmee samenhangende feitelijke handelingen op het werkterrein van het Instituut.

Artikel 9

  • 1. Aan de directeur wordt volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en daarmee samenhangende feitelijke handelingen op het werkterrein van het Instituut. Dit omvat de bevoegdheid tot het aangaan van financiële verplichtingen, voor zover de verplichtingen ten laste komen van de directe uitvoeringskosten of de corporate kosten en voor zover dit een bedrag van € 750.000 inclusief BTW per verplichting niet overschrijdt.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid gaat bij afwezigheid van de directeur over op de plaatsvervangend directeur.

  • 3. Aan de afdelingsmanagers wordt, ieder voor zich en op hun werkterrein, volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en daarmee samenhangende feitelijke handelingen. Dit omvat de bevoegdheid tot het aangaan van financiële verplichtingen, voor zover de verplichtingen ten laste komen van de directe uitvoeringskosten of de corporate kosten en voor zover dit een bedrag van € 168.000 inclusief BTW per verplichting niet overschrijdt.

  • 4. Aan de teammanagers wordt volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en daarmee samenhangende feitelijke handelingen op hun werkterrein. Dit omvat de bevoegdheid tot het aangaan van financiële verplichtingen, voor zover de verplichtingen ten laste komen van de directe uitvoeringkosten of de corporate kosten en voor zover dit een bedrag van € 25.000 inclusief BTW per verplichting niet te boven gaat.

  • 5. Aan medewerkers van het team Herstel in Natura, behorende tot de afdeling Schade expertise en herstel, wordt volmacht en machtiging verleend voor het tekenen van:

    • a. de overeenkomst tussen het Instituut en de aanvrager waarin wordt afgesproken dat schadevergoeding in natura plaatsvindt in verband met een daartoe door het Instituut genomen besluit op de aanvraag tot schadevergoeding;

    • b. het proces verbaal dat wordt opgemaakt en ondertekend na oplevering door het bedrijf dat tot herstel is overgegaan conform het adviesrapport van de deskundige die de schade bij de aanvrager heeft opgenomen.

Hoofdstuk 5. P&O-aangelegenheden

Artikel 10

  • 1. Aan het bestuur wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers, volmacht en machtiging verleend voor P&O-aangelegenheden, met uitsluiting van de in artikel 3 lid 2 van het Besluit volmacht en machtiging IMG 2020 genoemde aangelegenheden en met inachtneming van het in artikel 3 lid 1 van dat Besluit bepaalde.

  • 2. De op grond van het eerste lid aan het bestuur toekomende bevoegdheden worden steeds door twee leden tezamen uitgeoefend.

Artikel 11

  • 1. Aan de directeur wordt, voor de onder hem ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 15 of lager als bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, volmacht en machtiging verleend voor P&O-aangelegenheden, met uitsluiting van de in artikel 3 lid 2 van het Besluit volmacht en machtiging IMG 2020 genoemde aangelegenheden en met inachtneming van het in artikel 3 lid 1 van dat Besluit bepaalde.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt geen volmacht verleend voor de volgende bevoegdheden:

    • a. Ten aanzien van alle in het eerste lid bedoelde medewerkers:

      • i. het schorsen op grond van hoofdstuk 15 CAO Rijk;

      • ii. het toekennen van een terugkeergarantie;

      • iii. het toekennen van schadeloosstellingen;

      • iv. het verlenen van langdurig bijzonder verlof.

    • b. Uitsluitend ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 geldt:

      • i. het opleggen van ordemaatregelen op grond van hoofdstuk 15 CAO Rijk;

      • ii. het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd;

      • iii. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst.

  • 3. De aan de directeur toekomende bevoegdheden gaan bij afwezigheid van de directeur over op de plaatsvervangend directeur.

Artikel 12

  • 1. Aan de afdelingsmanagers wordt, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 14 of lager als bedoeld in paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, volmacht en machtiging verleend voor de volgende P&O-aangelegenheden:

    • a. het nemen van beslissingen inzake het woon-werkverkeer;

    • b. de detachering van medewerkers bij of door het Instituut;

    • c. het aangaan en afhandelen van verplichtingen inzake de opleiding van personeel en het accorderen van de desbetreffende betalingen;

    • d. het aangaan van stageovereenkomsten;

    • e. het nemen van beslissingen inzake overwerk;

    • f. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse en buitenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties;

    • g. het verlenen van vakantie en kort bijzonder verlof;

    • h. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;

    • i. het verlenen van PAS verlof;

    • j. het accorderen van tijdschrijfregistraties;

    • k. het aangaan van verplichtingen met betrekking tot het, anders dan door middel van een tijdelijke arbeidsovereenkomst, aantrekken van tijdelijk personeel overeenkomstig een voorafgaand besluit van de leden van het Instituut of van de directeur daartoe;

    • l. het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan met betrekking tot het, anders dan door middel van een tijdelijke arbeidsovereenkomst, aantrekken van tijdelijk personeel;

    • m. het verstrekken van een gratificatie wegens een ambtsjubileum;

    • n. het accorderen van structureel telewerken;

    • o. het accorderen van IKB-aanvragen, voor zover geen sprake is van een opwaarts effect op de bezetting;

    • p. het accorderen van een vergoeding voor verhuiskosten.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden gaan bij afwezigheid van een afdelingsmanager over op een door hem aangewezen plaatsvervanger, zijnde een afdelingsmanager van een andere afdeling.

Artikel 13

  • 1. Aan de teammanagers wordt, voor de onder hen ressorterende medewerkers, volmacht en machtiging verleend voor de volgende P&O-aangelegenheden:

    • a. het beslissen op een verzoek om wijziging van werktijden van een medewerker niet zijnde een uitbreiding van de arbeidsduur;

    • b. het accorderen van aanvragen voor binnenlandse en buitenlandse dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties;

    • c. het verlenen van vakantie en kort buitengewoon verlof;

    • d. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof;

    • e. het verlenen van PAS verlof;

    • f. het accorderen van tijdschrijfregistraties;

    • g. het beslissen op een verzoek om wijziging van werktijden van een medewerker niet zijnde een uitbreiding van de arbeidsduur;

    • h. het afhandelen van verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan met betrekking tot het, anders dan door middel van een tijdelijke arbeidsovereenkomst, aantrekken van tijdelijk personeel;

    • i. het verstrekken van een gratificatie wegens een ambtsjubileum;

    • j. het accorderen van structureel telewerken;

    • k. het accorderen van IKB-aanvragen, voor zover geen sprake is van een opwaarts effect op de bezetting;

    • l. het accorderen van een vergoeding voor verhuiskosten.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden gaan bij afwezigheid van een teammanager over op een andere teammanager van dezelfde afdeling.

Hoofdstuk 6. Vertegenwoordiging, bezwaar en beroep

Artikel 14

  • 1. Aan het bestuur wordt, ieder voor zich, machtiging verleend om het Instituut te vertegenwoordigen in gerechtelijke procedures en om rechtsmiddelen aan te wenden. Zij kunnen daarbij één of meerdere medewerkers van het Instituut als medegemachtigde introduceren. Zij zijn tevens gemachtigd om het Instituut te vertegenwoordigen bij zittingen van de bezwaaradviescommissie.

  • 2. Aan de afdelingsmanager Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling, de onder hem ressorterende teammanagers en de juristen wordt machtiging verleend om het Instituut te vertegenwoordigen in gerechtelijke procedures en om rechtsmiddelen aan te wenden. Zij kunnen één of meerdere medewerkers van het Instituut als medegemachtigde introduceren. Zij zijn tevens gemachtigd om het Instituut te vertegenwoordigen bij zittingen van de bezwaaradviescommissie.

  • 3. De in het tweede lid bedoelde personen informeren het bestuur over de beroepsprocedures waarin zij optreden.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 15

De ondertekening van besluiten, die krachtens in dit besluit verleend mandaat worden genomen, geschiedt als volgt:

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen,

namens deze,

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

Artikel 16

De afdelingsmanager Bestuurlijke en Juridische Zaken en Schadeafhandeling draagt zorg voor een actueel overzicht van de verleende ondermandaten, volmachten en machtigingen bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen op de website van het Instituut, en voor plaatsing van de tekst van dit besluit op deze website.

Artikel 17

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging van het Instituut Mijnbouwschade Groningen.

Artikel 18

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2020.

Dit besluit wordt in de Staatscourant geplaatst.

Groningen, 1 juli 2020

S.C.J.J. Kortmann

Voorzitter, tevens bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen

P.J.J. van Buuren

Plaatsvervangend voorzitter, tevens bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen

M.Tj. Bouwes

Bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen

G.M. van den Broek

Bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen

J.C. de Pagter

Bestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen