Rijksoverheid

Wettenpocket Burgerlijk Wetboek Boek 3

Titel regeling
Besluit volmacht en machtiging IMG 2020
Type
Ministeriele-regeling
Wetsfamilie
Besluit volmacht en machtiging IMG 2020; Burgerlijk Wetboek Boek 3
Geldend vanaf
2-7-2020
Geselecteerde elementen
Volledig
Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 26 juni 2020, nr. WJZ/20125234, houdende regels inzake de verlening van volmacht en machtiging voor het Instituut Mijnbouwschade Groningen (Besluit volmacht en machtiging IMG 2020)

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek;
Gezien de schriftelijke instemming van het Instituut Mijnbouwschade Groningen;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • CAO Rijk: de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren, werkzaam binnen de sector Rijk;

  • minister: de Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  • Instituut: het Instituut Mijnbouwschade Groningen;

  • P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget.

Artikel 2

Aan het Instituut wordt op het werkterrein van het Instituut volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen en voor de daarmee samenhangende handelingen, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van het Instituut.

Artikel 3

  • 1. In afwijking van artikel 2 geldt voor de volgende P&O-aangelegenheden dat deze slechts in overeenstemming met de directeur Bedrijfsvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat kunnen plaatsvinden:

    • a. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;

    • b. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.

  • 2. In afwijking van artikel 2 geldt de volmacht en de machtiging niet voor de volgende P&O-aangelegenheden:

    • a. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk;

    • b. het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met en het inlenen op basis van een uitzend- of detacheringsovereenkomst dan wel op basis van een overeenkomst van opdracht van een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt;

    • c. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;

    • d. beslissingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies, waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende:

      • 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;

      • 2°. het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;

      • 3°. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;

      • 4°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;

      • 5°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 4

  • 1. Het Instituut kan voor de aan hem op grond van dit besluit toekomende aangelegenheden volmacht of machtiging verlenen aan afzonderlijke leden van het Instituut. De afzonderlijke leden van het Instituut kunnen in zulks geval voor deze aangelegenheden volmacht of machtiging verlenen aan de ambtenaren, werkzaam voor de organisatie van het IMG.

  • 2. Het Instituut kan voorts voor de aan hem op grond van dit besluit toekomende aangelegenheden volmacht of machtiging verlenen aan de ambtenaren, werkzaam voor zijn organisatie.

Artikel 5

  • 1. Het verlenen van volmacht of machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

  • 2. Een afschrift van besluiten inzake volmacht of machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en aan degenen aan wie krachtens dit besluit volmacht of machtiging is verleend.

Artikel 6

Het krachtens volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Staat der Nederlanden, namens deze

de Minister van Economische Zaken en Klimaat,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit volmacht en machtiging IMG 2020.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 juni 2020

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

E.D. Wiebes